RIS309060 Omgevingswet van bestemmingsplannen naar omgevingsplan
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Anne Mulder Wethouder van Financiën en Stadsontwikkeling
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitters van de commissie Ruimte en de commissie Leefomgeving
DSO/10126661 RIS309060 Contactpersoon
Eveline Vos Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Juridische Planvorming en Omgevingsrecht Telefoonnummer Datum
14070
20 september 2021
E-mailadres
eveline.vos@denhaag.nl Onderwerp
Omgevingswet: van bestemmingsplannen naar omgevingsplan
Geachte voorzitters, Met de komst van de Omgevingswet zal de gemeente in plaats van bestemmingsplannen een omgevingsplan moeten gaan maken. Het omgevingsplan bundelt alle lokale regels rond de fysieke leefomgeving in de gemeente. Het verschil tussen het bestemmingsplan en het omgevingsplan is dat in het omgevingsplan veel nieuwe onderwerpen rond de fysieke leefomgeving integraal worden meegenomen. Regels rond gezondheid, duurzaamheid, milieu, openbare ruimte en bijvoorbeeld energie worden in het plan opgenomen. De nieuw te maken omgevingsvisie is daarbij het beleidsmatig kader. In deze brief informeer ik u over de werkwijze die het college hanteert bij het opstellen van het nieuwe omgevingsplan en het omzetten van de bestaande planologische regels en de omgevingsplanregels van rijkswege (de bruidsschat) naar het omgevingsplan. In de bijlage vindt u voor een aantal onderwerpen uit deze brief een uitgebreidere toelichting. Omgevingsplan: van tijdelijk naar definitief Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Anders dan bij bestemmingsplannen, is er onder de Omgevingswet één omgevingsplan voor het hele gemeentelijk grondgebied. De gemeente heeft op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, automatisch een omgevingsplan: een tijdelijk omgevingsplan.
Dit tijdelijk omgevingsplan wordt gevormd door: • ruimtelijke regels uit bestaande bestemmingsplannen; • regels uit de bruidsschat (de voormalige Rijksregels); In de periode tot 2030 zal de gemeente deze regels stapsgewijs omzetten, om zo tot een volledig integraal omgevingsplan te komen. Dit zal in eerste instantie beleidsneutraal worden uitgevoerd, zodra ook de omgevingsvisie is vastgesteld zal deze visie het kader zijn waarbinnen alle thema’s en regels in samenhang met elkaar worden afgewogen. Bruidsschat De bruidsschat omvat een set van circa 600 landelijke regels, waarvan het Rijk heeft bepaald dat deze beter op lokaal niveau kunnen worden geregeld.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10126661
Daar vallen bijvoorbeeld de eisen aan horeca en detailhandel onder andere wat betreft, geluid en geur. Maar ook het stellen van eisen bij nieuwbouwwoningen van bluswatervoorzieningen, vergunningsvrij bouwen of overbewoning. Onderwerpen die op lokaal niveau met maatwerk kunnen worden vastgesteld. Omdat de gemeenten op het moment van inwerkingtreden van de wet nog geen mogelijkheid hebben gehad om zelf te voorzien in deze regels is de bruidsschat opgesteld om te voorkomen dat er een vacuüm zal ontstaan gedurende de periode dat de gemeente zelf nog geen bruidsschatregels in het definitieve omgevingsplan heeft opgenomen. De bruidsschatregels zijn daarom te beschouwen als overgangsrechtelijke regels. Zij gelden vanaf de datum van inwerkingtreding van de wet totdat er door de raad wordt besloten om de planregels te laten vervallen, wijzigen, of op te nemen in het definitieve omgevingsplan. Het is bedoeling dat de bruidsschatregels aan het einde van de transitieperiode, die loopt tot en met 31 december 2029, zijn omgezet. Op 11 maart jl. is in de werkbespreking met de commissies Ruimte en Leefomgeving ook al kort ingegaan op de betekenis van de bruidsschatregels. Hierbij is o.a.
naar voren gebracht dat de regels in de bruidsschat mogelijk op onderdelen in strijd kunnen zijn met de ruimtelijke regels die zijn opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege of met eerder verleende milieuvergunningen. In die gevallen is bepaald dat de ruimtelijke regels uit het omgevingsplan van rechtswege en/of de voorschriften die zijn opgenomen in nog geldende milieuvergunningen voorgaan boven de regels die in de bruidsschat zijn opgenomen. Het belangrijkste aspect ten aanzien van de bruidsschat is dat een gemeente na de inwerkingtreding van de Omgevingswet bij wijziging van het omgevingsplan zelf regels mag stellen, die nu onderdeel uitmaken van de bruidsschat. Het gaat hierbij om regels die betrekking hebben op de volgende rechtsgebieden: Regels voor milieubelastende activiteiten en indirecte lozingen; Regels met betrekking tot emissies van geluid, geur en trillingen; Regels over directe lozingen; Regels op het gebied van bouwen, onder andere vergunningsvrije bouwwerken. Naast deze regels bevat de bruidsschat onder andere: Vergunningplichten voor bepaalde activiteiten, denk aan milieubelastende activiteiten (zie verdere toelichting in de bijlage) of wateractiviteiten met een lokale problematiek, de welstandstoets etc.; De aanvraagvereisten en beoordelingsregels voor deze vergunningen; De meldingsplicht voor niet vergunning plichtige grondwateronttrekkingen.
Instructieregels van het Rijk en provincie Een deel van de bruidsschatregels die gaan over de emissies van geluid, geur en trilling is nog niet volledig in overeenstemming met de Omgevingswet. Daarom zijn er met name op dat gebied instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) opgenomen, die de gemeente in acht moet nemen bij het omzetten van deze bruidsschatregels naar het omgevingsplan (zie voor verdere toelichting de bijlage). Periode voor inwerkingtreding Omgevingswet Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan de gemeente nog door externe partijen formeel verzocht worden een bestemmingsplan op te stellen.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10126661
Wanneer de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet haalbaar is, zal geen bestemmingsplan meer worden gemaakt maar zal dit geregeld worden met een buitenplanse afwijkingsprocedure. Voor omgevingsvergunningen geldt dat ontwikkelende partijen in de periode vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zelf een afweging zullen moeten maken of ze een aanvraag omgevingsvergunning nog voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet indienen, zodat ze volgens de bepalingen uit de Wabo moeten worden afgehandeld, of om te wachten tot na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Er zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet een periode van een aantal jaren zijn, waarbij uw raad beslissingen zal moeten nemen waarop het oude recht nog van toepassing is, als wel beslissingen zal moeten nemen waarop het nieuwe recht van toepassing is. Periode na inwerkingtreding Omgevingswet Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen er aanvragen komen voor zowel initiatieven die wel passen in het omgevingsplan als initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan. Medewerking aan een initiatief dat niet in het omgevingsplan past is mogelijk met behulp van een buitenplanse omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (OPA) of door wijziging van het omgevingsplan.
Aan beide routes worden inhoudelijk dezelfde eisen gesteld; er moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en moet voldaan worden aan de instructieregels van het Rijk en provincie. De keuze tussen wijziging of afwijking van het omgevingsplan is sterk afhankelijk van de mate van concreetheid van een initiatief en/of de gewenste mate van flexibiliteit. Afwijken van het omgevingsplan is voorbehouden aan concrete initiatieven (geen of weinig flexibiliteit mogelijk). Het omgevingsplan kan zowel worden ingezet bij concrete alsnog nader uit te werken initiatieven waarbij het belangrijk is om flexibiliteit te bieden. De wettelijke besluitvormingsprocedure van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (8 weken) is korter dan die van een wijzing van het omgevingsplan (26 weken), maar bedacht moet worden dat de wet diverse uitzonderingen bevat als gevolg waarvan alsnog de uitgebreide procedure (26 weken) van toepassing kan zijn. Dit geldt bijvoorbeeld als een MER moet worden gemaakt of als er sprake is van een activiteit met aanzienlijke effecten voor de fysieke leefomgeving of als veel bezwaren worden verwacht. Bij gebiedsontwikkelingen zal dit laatste vaak het geval zijn.
Voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit geldt dat bezwaar nog mogelijk is en beroep in tweede instantie (het kan dus langer duren voor het besluit onherroepelijk is), bij een wijziging van het omgevingsplan kan een zienswijze binnen de 26 weken termijn worden ingediend en is alleen beroep bij de Raad van State mogelijk. De keuze tussen wijziging of afwijking is sterk afhankelijk van het type initiatief en de mate waarin van het tijdelijk deel (het bestemmingsplan) wordt afgeweken. Ambtelijk worden voorbereidingen getroffen om straks het behandelen van initiatieven via twee diverse routes te faciliteren.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10126661
Een nieuw omgevingsplan opstellen Het is zo goed als onmogelijk om in één keer, één integraal en gebiedsdekkend omgevingsplan op te stellen voor de hele gemeente. Het college kiest er dan ook voor om het omgevingsplan stap voor stap uit te rollen, waarbij de aanpak bestaat uit de combinatie van een thema- en gebiedsgerichte aanpak. In de Omgevingswet is geregeld dat in de overgangsfase rekening gehouden kan worden met regels, zoals de regels uit de bestemmingsplannen die nog niet zijn omgebouwd. Het is mogelijk om gedurende de transitieperiode een oud en nieuw regime naast elkaar te laten bestaan. Dit maakt het mogelijk om voor de opbouw en uitrol van het omgevingsplan verschillende snelheden te hanteren. Bij het bepalen van de opbouw en uitrol van het omgevingsplan wordt bepaald in hoeverre het wenselijk is om nog een bepaalde periode een oud en nieuw regime naast elkaar te laten functioneren. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet kan worden gestart met de thema- en gebiedsgerichte actualisering. Het themagericht opstellen van het omgevingsplan vindt plaats wanneer er geen conflicten met de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan ontstaan. (Delen van) Verordeningen, de bruidsschat, bestaand beleid en nieuwe thema’s komen in aanmerking voor een themagerichte aanpak. Denk bijvoorbeeld aan regels voor energietransitie.
Daarmee ontstaat een uniforme regeling voor het betreffende beleidsveld voor het grondgebied van de gehele gemeente, maar wordt geen afweging gemaakt tussen verschillende thema’s. In het geval van het ontstaan van mogelijke conflicten met de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bestaat een mogelijkheid om met voorrangsregels te werken. Met een themagerichte omzetting wordt voor de gehele gemeente een thema of beleidsveld in één keer in het volwaardig omgevingsplan geborgd. Denk bijvoorbeeld aan alle regels voor parkeren of wonen. Daarmee ontstaat een uniforme regeling voor het betreffende beleidsveld voor het grondgebied van de gehele gemeente, maar wordt geen afweging gemaakt tussen verschillende thema’s. Er wordt bijvoorbeeld niet gekeken of de regels voor parkeren wel samengaan met de regels voor groen. Echter, de bestemmingsplannen kunnen alleen per locatie worden omgezet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het omzetten van het ruimtelijk regime kan dan ook alleen gebiedsgericht plaatsvinden. Met een gebiedsgerichte omzetting wordt voor een gebied alle thema’s integraal afgewogen. In dat geval worden alle regels voor bijvoorbeeld een wijk in één keer omgezet in het omgevingsplan. Er wordt gestart met gebieden met een meer conserverend karakter en bij voorkeur niet met de gebieden met de meeste ontwikkeling.
Voor de gebieden met de meeste ontwikkeling, worden nu nog bestemmingsplannen voorbereid. Voor die gebieden is er op dit moment (nog) geen noodzaak om daar direct een omgevingsplan voor te bereiden. Zo wordt er eerst in de bestaande stad (ambtelijk) ervaring opgedaan met het maken van een omgevingsplan. Integratie van nieuw beleid in het omgevingsplan Tijdens de transitiefase zal er nieuw beleid vastgesteld worden. Nieuw beleid kan concreet gemaakt worden door het juridisch uit te werken en vast te leggen in het omgevingsplan. Wanneer er zich geen strijd met het tijdelijke omgevingsplan voordoet kan de juridische uitwerking van het nieuwe beleid op zichzelf, voor het specifieke onderdeel, als het definitieve omgevingsplan vastgesteld wordt naast het tijdelijke omgevingsplan functioneren.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10126661
Een juridische uitwerking van nieuw beleid waarbij er sprake is van strijd met het tijdelijke omgevingsplan of waarbij het nieuw beleid is vormgegeven als plaatsgebonden regeling, betekent dat het tijdelijke omgevingsplan ter plaatse van het werkingsgebied omgezet moet worden in een definitief omgevingsplan, dan wel een actualisatie van het definitieve omgevingsplan. De wijze waarop met dergelijke actualisaties van het omgevingsplan moet worden omgegaan, wordt nog nader uitgewerkt. Het omzetten van (bruidsschat)regels naar het omgevingsplan In de jaren na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de gemeente geleidelijk het nieuwe deel van het omgevingsplan gaan vormgeven. Dit moet zij doen door te bepalen of en zo ja, welke regels uit de bruidsschat (al dan niet in gewijzigde vorm) worden overgenomen. Alle onderwerpen waarvan besloten is dat zij vanuit de bruidsschat overgenomen worden of die aangepast zijn, maken dan bij een besluit tot wijziging van het omgevingsplan automatisch onderdeel uit van het nieuwe deel. Voor deze regels geldt overigens net als voor alle andere regels die in het omgevingsplan worden opgenomen, dat hierover participatie moet plaatsvinden en dat hiertegen na vaststelling ook rechtsmiddelen open staan. Bij opname van de bruidsschatregels in het omgevingsplan, wordt het tijdelijke deel gefaseerd buiten werking gesteld.
Uiteindelijk (uiterlijk eind 2029) is er dan geen sprake meer van een tijdelijk deel van het omgevingsplan en moeten gemeenten dus over alle onderwerpen passende regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving hebben gesteld. Voorwaarde voor vaststelling van regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan is dat voldaan wordt aan de doelen van de Omgevingswet, de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de provinciale Omgevingsverordening. Tot slot Het opstellen van een nieuw omgevingsplan voor de gehele gemeente is met het groot aantal nieuwe thema’s en nieuwe regels (bruidsschat) een intensieve klus, waarbij we als stad keuzes zullen moeten maken. Dit is een proces waar we vanuit de wetgever tijd voor hebben gekregen, en die tijd zullen we ook goed moeten gaan benutten. Met het nieuw op te stellen omgevingsvisie hebben we een goed instrument om richting te geven aan dit proces. Met vriendelijke groet, Anne Mulder
5/5