CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309059 Bijlage

Commissie Ruimte 23 augustus 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Omgevingswet4.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoudsopgave Inleiding …………………………………………………………………………………………………………………............ pag. 3 Wat gaat er veranderen onder de Omgevingswet?.................................................................. pag. 3 Van verklaring van geen bedenkingen (VVGB) naar bindend advies …………………………. pag. 4 • • •

De Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) Bindend advies van de gemeenteraad Scenario’s

Participatie in relatie tot het bindend advies en de zienswijzeprocedure ………………….. pag. 5 • • • • •

Aanvraagvereiste Verplichte participatie Participatie niet verplicht Participatiebeleid Beleidsruimte

De procedure ……………………………………………………………………………………………………………………. pag. 6 • • •

Was-wordt-tabel procedures bij de buitenplanse afwijking Voorkeursscenario voor de buitenplanse opa Toelichting op het stappenplan

Evaluatie ……………………………………………………………………………………………………………….. …………. pag. 8

Bijlage 1

Procedure VVGB ………………………………………………………………………………………….. pag. 9

Bijlage 2

Concept raadsbesluit bindend advies …………………………………………………………….. pag. 11

Bijlage 3

Concept raadsbesluit verplichte participatie ………………………………………………….. pag. 12

2

Inleiding Op 6 januari 2021 is in de commissie Ruimte een werkbespreking inzake de Omgevingswet gehouden met als thema: participatie en de rol van de raad in het kader van de Omgevingswet. Ook is gesproken over de rol van de gemeenteraad in het kader van het bindend advies. Er is geoefend met een praktijkcasus. Door het college is toegezegd met een follow up te komen en uiterlijk voor het zomerreces te komen tot afspraken. Deze uitwerkingsnota, die in het bijzonder gaat over participatie bij de aanvraag omgevingsvergunning ‘nieuwe stijl’ in samenhang met het bindend advies van de gemeenteraad, is een volgende stap. De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking. Het college wil voor de omgevingsvergunningen, buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (opa’s), vooraf afspraken maken met de raad over de aan te wijzen gevallen voor een bindend advies. Daarnaast heeft de raad de mogelijkheid om vooraf activiteiten aan te wijzen waarin participatie van derden in het voortraject verplicht is. In deze uitwerkingsnota wordt in het kader van het onderwerp eerst kort aangegeven wat er verandert, vervolgens wat dat betekent voor de huidige procedure van de Verklaring van geen bedenkingen (VVGB), om aldus te komen tot een samenhangend conceptvoorstel, waarbij de procedures zoveel mogelijk op elkaar zijn afgestemd.

Het is evident dat hierbij de doelstellingen van de Omgevingswet leidend zijn. Wat gaat er veranderen onder de Omgevingswet? Bindend advies De raad krijgt een verzwaard adviesrecht. Daarvoor moet de raad vooraf buitenplanse opa’s aanwijzen waarvoor hij als adviseur bij de omgevingsvergunning ingeschakeld wil worden1. Het college blijft bevoegd, maar neemt de beslissing op de aanvraag met inachtneming van het advies van de gemeenteraad. Er is een belangrijk verschil met de huidige situatie: nu gaat de raad erover via de VVGBprocedure, tenzij de raad zelf beslist dat dat niet nodig is; straks gaat de raad er niet over, tenzij de raad zelf van tevoren die gevallen aanwijst waarin de raad het adviesrecht wil hebben. Participatie De raad kan ook vooraf buitenplanse opa’s aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is2. Zonder deze aanwijzing is de initiatiefnemer op basis van de Omgevingswet alleen verplicht om bij de indiening van de aanvraag omgevingsvergunning aan te geven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken3.

Reguliere- en uitgebreide voorbereidingsprocedure met bijbehorende termijnen De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kent geen regeling van vroegtijdige (informele) participatie bij omgevingsvergunningen, maar alleen de uitgebreide voorbereidingsprocedure of zienswijzeprocedure4 (formele participatie). Deze procedure komt in de nieuwe situatie bij de meeste omgevingsplanactiviteiten te vervallen. De beslistermijnen zijn daarom als volgt: - Standaard is de reguliere procedure: beslistermijn 8 weken. - Het college kan in bijzondere gevallen voor de zienswijzeprocedure kiezen: beslistermijn 26 weken. Bovengenoemde termijnen kunnen eenmaal met 6 weken worden verlengd. Het college kan de zienswijzeprocedure alleen van toepassing verklaren op de voorbereiding van een beslissing op een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse opa 5: a. als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en b. waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. De zienswijzeprocedure kan daarmee als vangnet worden gebruikt voor activiteiten die ingrijpend zijn en waarvan bij de indiening blijkt dat er weinig draagvlak voor bestaat. Doelstellingen Omgevingswet De nieuwe procedures moeten beantwoorden aan de doelstellingen van de Omgevingswet.

Bij de Omgevingswet staat de fysieke leefomgeving centraal. 1

artikel 16.15 Omgevingswet artikel 16.55 Omgevingswet 3 artikel 7.4 Omgevingsregeling 4 afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht 5 artikel 16.65 Omgevingswet 2

3

Er wordt uitgegaan van een andere manier van werken en denken. Door minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk worden overheden, inwoners en ondernemers aangespoord om open, samenhangend, flexibel, uitnodigend en innovatief aan de slag te gaan. In de Omgevingswet wordt uitgegaan van vertrouwen in initiatiefnemers, vertrouwen van de burger in de overheid en vertrouwen tussen overheden. Het moet sneller en beter.

Van verklaring van geen bedenkingen (VVGB) naar bindend advies Bij buitenplanse activiteiten onder de Wabo gaat het om initiatieven die in strijd zijn met het bestemmingsplan. De Wabo kent 2 procedures voor buitenplanse afwijkingen: de reguliere afwijkingsprocedure6 (ook wel ‘kruimelregeling’ genoemd) en de uitgebreide Wabo-procedure7 met zienswijzeprocedure en VVGB. Deze tweedeling komt met de Omgevingswet te vervallen omdat de reguliere procedure standaard wordt. Elke afwijking van het omgevingsplan heet voortaan buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna opa). Door de overgang van de huidige bestemmingsplannen in het tijdelijke omgevingsplan ontstaat tijdens de transitieperiode (tot 2030) de situatie dat er relatief veel buitenplanse opa’s zijn. De Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) De wetgever heeft in de huidige situatie bepaald dat bij de uitgebreide Wabo-procedure het de bevoegdheid van de raad is om al of niet een VVGB af te geven. Bij de reguliere afwijkingsprocedure is het college de bevoegde instantie. Voor de ‘ingrijpende initiatieven’, die de kaders van het beleid raken, beslist aldus de raad op basis van een specifieke VVGB. Sinds 2015 (rv 140, RIS 288041) wordt gewerkt met een algemene VVGB (de raad geeft dan in feite geen verklaring af). Het college informeert de raad twee maandelijks over nieuwe aanvragen met een uitgebreide procedure.

De melding bestaat uit een raadsmededeling met een lijst. Op basis van de bespreking van de raadsmededeling (lijst) wordt duidelijk of sprake is van een specifieke VVGB dan wel een algemene VVGB, de categorie plannen die zonder tussenkomst van de raad wordt afgehandeld. Het processchema en een beschrijving van de VVGBprocedure staat in bijlage 1. Bindend advies van de gemeenteraad Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijst de raad bepaalde (‘ingrijpende’) buitenplanse opa’s aan, waarover de raad een bindend advies wil geven. Het ligt voor de hand om in het toekomstige omgevingsplan aan te geven voor welke buitenplanse opa’s een bindend advies is vereist. Op die manier kan gebiedsgericht worden gewerkt. Het omgevingsplan voor de gehele stad moet eind 2029 gereed zijn. Zolang het definitieve omgevingsplan er nog niet is, kan er voor worden gekozen dat de uitgangspunten, die gelden/golden voor de VVGB-procedure worden omgebogen naar een al of niet tijdelijke systematiek voor het bindend advies, rekening houdend met de uitgangspunten van de Omgevingswet. Dit betekent dat voor plannen die de kaders van het beleid raken (nader omschreven met inachtneming van criteria) een bindend advies is vereist. Rekening moet worden gehouden met de kortere termijnen onder de Omgevingswet.

Wordt de wettelijke termijn niet gehaald dan is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen van toepassing. 6

Wabo artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 2e 7 Wabo artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3e

4

Scenario’s Een ambtelijke werkgroep heeft aan de hand van scenario’s een verkenning uitgevoerd naar de meest optimale procedure die aansluit bij de termijnen van de Omgevingswet. Het scenario waarbij de huidige VVGB-procedure wordt overgezet (‘gekopieerd’) naar een procedure voor het bindend advies is vanwege de beperkte termijnen geen haalbaar scenario. Hieronder, bij de procesbeschrijving, wordt wel een haalbare scenario geïnitieerd. Vanuit de ervaring die vanaf 2010 (inwerkingtreding Wabo) en 2015 (nieuwe algemene VVGB) is opgedaan met de VVGB-procedure is er een voorlopige keuze gemaakt voor aanwijzing van een bepaalde categorie van plannen die min of meer vergelijkbaar zijn met de plannen die nu ook aan de raad worden voorgelegd. Zie bijlage 2. Bij plannen gaat het om integrale projecten bestaande uit verschillende activiteiten. Het zijn de buitenplanse opa’s die de kaders van het beleid raken. Belangrijk uitgangspunt is dat voor ingrijpende plannen of grote gebiedsontwikkelingen, waar de gemeente ook een samenwerkingspartner is, het college aan de voorkant van het plan duidelijke afspraken met de raad maakt over de kaders. Dit is in de lijn van de Omgevingswet. Afspraken worden gemaakt aan de hand van een ontwerp omgevingsplan, een Project-uitwerkingskader, een Nota van Uitgangspunten of een ander ruimtelijk kader, waarbinnen het initiatief kan worden uitgewerkt.

Naarmate er meer aan de voorkant wordt afgesproken en vastgelegd in concrete uitwerkingskaders, vallen minder plannen onder het bindend advies. In deze fase moet ook de gewenste participatie zijn beslag krijgen. Dit schept voor alle actoren het meeste vertrouwen in een transparant proces, dat rekening houdt met de wettelijke termijnen. Participatie in relatie tot het bindend advies en de zienswijzeprocedure Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het verplicht om in het kader van een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan participatie toe te passen en daarvoor gemeentelijk beleid op te stellen. De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. Deze paragraaf focust zich op participatie bij het kerninstrument omgevingsvergunning, in het bijzonder de buitenplanse opa. Een belangrijk verschil is dat bij het kerninstrument omgevingsvergunning altijd de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor de participatie. Aanvraagvereiste Voor de omgevingsvergunning is bepaald dat bij een aanvraag dient te worden aangegeven of belanghebbenden bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en zo ja, hoe en wat de resultaten hiervan zijn. Kortom, participatie bij een aanvraag omgevingsvergunning is in eerste instantie niet verplicht en de wijze waarop participatie wordt toegepast is wettelijk gezien vormvrij.

De gemeente kan faciliteren, maar kan het niet overnemen van de initiatiefnemer tenzij de gemeente zelf aanvrager is, een grondpositie heeft of samenwerkingspartner is. Voor particuliere initiatieven geldt dat de aanvraag omgevingsvergunning moet worden behandeld zoals het plan is ingediend. Verplichte participatie De raad kan vooraf buitenplanse opa’s aanwijzen waarin participatie van derden in het voortraject wél verplicht is. Deze keuze heeft gevolgen en effecten (positief dan wel negatief) op de kwaliteit van de besluitvorming, maar ook op de (beperkte) middelen van de gemeente en dat van de initiatiefnemer. In het uitgewerkte scenario is er vanuit gegaan dat de plannen die door de raad worden aangewezen voor een bindend advies sowieso ook de plannen zijn die worden aangewezen voor verplichte participatie; de raad gaat immers over het vaststellen van nieuwe kaders en daarbij wil het college participanten betrekken. Welke plannen er nog meer moeten worden aangewezen voor verplichte participatie is een afweging waarbij meer of minder ‘overheidsbemoeienis’ afhangt van de keuze die de raad maakt. Het is wettelijk niet mogelijk om alle buitenplanse opa’s aan te wijzen, maar slechts gevallen van activiteiten. Het college wil participatie versterken en stelt voor om alle plannen, die nu onder de uitgebreide Waboprocedure vallen, aan te wijzen voor verplichte participatie.

Zie bijlage 3. Participatie niet verplicht De Omgevingswet gaat uit van ruimte geven, loslaten en vertrouwen. Participatie moet zoveel als mogelijk worden overgelaten aan de initiatiefnemer. Het college denkt daarbij aan de plannen, die nu onder de reguliere afwijkingsprocedure vallen. De gemeente kan, indien gewenst, faciliteren en geeft een handleiding of leidraad uit. Er moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat een particuliere initiatiefnemer er voor kiest niet of onvoldoende aan participatie te doen. Daar kunnen moverende redenen voor zijn. De Omgevingswet verzet zich daar niet tegen en niet of onvoldoende participeren is nooit een weigeringsgrond. Het college kan er voor kiezen om bij inname van die plannen en in geval van onvoldoende draagvlak, de zienswijzeprocedure (formele participatie) als vangnet te gebruiken. 5

Het college doet dit als het plan toch ingrijpend is en er sprake is van veel beleidsruimte. De gemeente faciliteert zo nodig door een informatiemoment te initiëren voorafgaande aan de terinzagelegging. Zodoende vindt bij alle buitenplanse opa’s een vorm van participatie plaats met als minimumniveau informeren. Een belangrijk facet is dat de zienswijzeprocedure ook minder mondige mensen de gelegenheid biedt hun mening kenbaar te maken door een schriftelijke zienwijze in te dienen. De drempel om te participeren wordt daarmee verlaagd en een ieder kan meedoen. Participatiebeleid Het hebben van een concreet participatiebeleid is van groot belang om bij aanvragen omgevingsvergunningen te kunnen toetsen of er voldoende is geparticipeerd. Het college komt voor afloop van dit jaar met nadere voorstellen voor een participatieverordening en een participatieleidraad. In het coalitieakkoord Samen voor de stad is aangegeven dat de kwaliteit van de participatie omhoog moet. In de werkbespreking van 6 januari 2021 bent u in het kader van het actieplan Haags Samenspel 2020-2022 geïnformeerd. De nadruk ligt op de kwaliteit van het participatieproces, niet op de uitkomst. Participatie kan tot meer draagvlak leiden en minder bezwaren, maar ook het tegenovergestelde kan plaatsvinden, dat participatie leidt tot ongelijkheid en tegenstellingen. Participatie mag geen doel op zich zijn.

Om rechtsonzekerheid te voorkomen wordt aanbevolen participatiebeleid helder te formuleren en goed af te wegen of, en zo ja in welke gevallen en in welke vorm, participatie bij ruimtelijke besluiten is vereist. Zo wordt de kwaliteit van het participatieproces gewaarborgd en is het voor initiatiefnemers inzichtelijk wat van hen wordt verwacht. Beleidsruimte Vergaande participatie voor onderwerpen waar weinig beleidsruimte bestaat is niet erg zinvol, en kan leiden tot participatiemoeheid. Verwachtingen kunnen dan op voorhand niet worden waargemaakt, wat niet bevorderlijk is voor de geloofwaardigheid en het vertrouwen in de gemeente. Kijkend naar de mogelijkheden van participatie in het kader van de gemeentelijke kerninstrumenten op grond van de Omgevingswet, is het dus van belang om de beleidsruimte per kerninstrument in beeld te brengen. Voor aanvragen omgevingsvergunningen die binnenplans afwijken van het omgevingsplan en voor aanvragen die vallen onder de reguliere afwijking stelt het college participatie aan de voorkant niet verplicht en volstaat dat de aanvrager participeert door belanghebbenden te informeren. De gemeente stimuleert dit door aanvragers hierop te wijzen en door de campagne Bouwen in en met de buurt. Het gaat om plannen met weinig impact voor de buurt (vergrotingen en verbouwingen van bestaande gebouwen) en met een beperkte groep van belanghebbenden.

De procedure Was-wordt-tabel procedures bij de buitenplanse afwijking In de was-wordt-tabel worden de voorstellen en uitgangspunten voor het meest optimale scenario samengevat en vergeleken met de Wabo-procedures. Het geeft een eenduidige logische keuze weer voor het bindend advies en hoe het college wil sturen op participatie. Wabo/participatie specifieke VVGB/ zienswijzeprocedure algemene VVGB/ zienswijzeprocedure kruimelafwijking/bekendmaken

Aantallen 2020 14 31 882

Omgevingswet/participatie bindend advies/participatie verplicht + zienswijzeprocedure participatie verplicht + zienswijzeprocedure als vangnet participatie aanvraagvereiste + zienswijzeprocedure als vangnet

Aantallen geschat 15-20 ca 30 ca 800

Voorkeursscenario voor de buitenplanse opa Dit alles leidt tot een voorstel om te komen tot een haalbaar scenario met een proceduretijd van 8 tot 24 weken bij een optimaal verlopende procedure. Naar mening van het college zijn de ‘knelpunten’ in de VVGB-procedure zoveel als mogelijk opgelost en de beslistermijn is aanzienlijk verkort. Bij de procedure in bijlage 1 van de VVGB is/was dit 22 tot 34 weken bij een optimaal verlopende procedure. Uit de beschrijving volgt dat in de afgelopen periode veelvuldig sprake is geweest van overschrijding van de wettelijke beslistermijnen. Het hiernavolgende beschreven stappenplan van het voorgestelde scenario komt aldus tegemoet aan de beslistermijnen van de Omgevingswet en geeft meer zekerheid voor initiatiefnemers en participanten. Het voorkeurscenario is een van de mogelijkheden, maar er zijn vele varianten denkbaar. 6

De Omgevingswet biedt hiertoe alle ruimte. Het is aan de raad om hieraan (mede) vorm te geven. Stappenplan voorkeursscenario met indicatieve termijnen 0. Participatie fase en intake | | > voldoende geparticipeerd (aangewezen plan voor verplichte participatie)? Kan het plan in | behandeling worden genomen? | | > voldoende geparticipeerd (overige buitenplanse opa’s)? | Zienswijzeprocedure van toepassing verklaren? | 1. Aanvraag omgevingsvergunning wordt in behandeling genomen | | > indien reguliere afwijking → reguliere procedure door college --- > 8 (+6) weken | | > indien grote afwijking zonder zienswijzeprocedure en zonder bindend advies → reguliere | procedure door college --- > 8 (+6) weken | | > indien grote afwijking met zienswijzeprocedure en/of bindend advies: | 2. Inwinnen adviezen + melding opa’s met bindend advies aan Raad --- > 6 weken | 3. Ter inzagelegging: ontwerp beschikking (+ bijlagen) ter inzage --- > 2 + 6 weken | 4. Nota beantwoording zienswijzen opstellen door het college --- > 2 weken | | > indien geen bindend advies vereist → college handelt de procedure af --- > 2 weken | | > indien wel bindend advies vereist: | 5. Raadsvoorstel (via college en commissie) naar gemeenteraad --- > 6 weken na terinzagelegging | | Gevraagd besluit: | I. instemmen met het raadsvoorstel voor afgifte van het bindend advies | 6.

Afhandeling aanvraag omgevingsvergunning → college handelt de procedure af --- > 2 weken Toelichting op het stappenplan Bij stap 0 wordt door het college bepaald of er voldoende is geparticipeerd en of het plan in behandeling kan worden genomen. De plannen die zijn aangewezen door de raad, waarbij participatie verplicht is gesteld, kunnen eventueel buiten behandeling worden gesteld. Bij de overige buitenplanse opa’s (reguliere afwijking) wordt gekeken of alsnog de zienswijze procedure van toepassing moet worden verklaard. Voor de plannen waar uit de gevoerde participatie blijkt dat er weinig draagvlak is, wordt eveneens de zienswijzeprocedure van toepassing verklaard. De aanvrager wordt hiervan op de hoogte gesteld. Bij stap 1 worden bovenstaande 3 stromen gescheiden. De reguliere afwijkingen worden door het college afgewikkeld. Dit geldt ook voor de grote afwijkingen, die niet door de raad zijn aangewezen en waarover voldoende is geparticipeerd. De termijnen kunnen eenmaal met 6 weken worden verlengd. Wat overblijft zijn de ‘grote afwijkingen’ waarvoor de zienswijzeprocedure moet worden opgestart en/of een bindend advies moet worden ingewonnen. Bij stap 2 worden de adviezen ingewonnen om toe te werken naar een ontwerpbeschikking, die ter inzage kan worden gelegd. De raad wordt in kennis gesteld van de aangevraagde buitenplanse opa’s met een bindend advies.

Bij stap 3 wordt de ontwerpbeschikking met bijlagen (tekeningen en een motivering waarom het plan bijdraagt aan een "veilige en gezonde fysieke leefomgeving" en een "evenwichtige toedeling van functies aan locaties") ter inzage gelegd. 7

Bij stap 4 wordt de zienswijzeprocedure afgewikkeld door het college en een nota beantwoording zienswijzen opgesteld. Plannen waar geen bindend advies voor is vereist worden door het college afgehandeld. Voor de plannen waar wel een bindend advies voor is vereist wordt een raadsvoorstel voorbereid. Bij stap 5 wordt het raadsvoorstel voor afgifte van het bindend advies en het resultaat van de participatie/zienswijzenprocedure voorgelegd aan de raad. Bij stap 6 wordt de beschikking afgegeven. Evaluatie Het voorstel is dat het college de procedure na 2 jaar evalueert en met de raad bespreekt. Dan kan ook worden meegewogen of de procedure in het definitieve omgevingsplan wordt opgenomen of als afzonderlijk beleid (al of niet aangepast) blijft bestaan. Met het omgevingsplan kan meer maatwerk worden geleverd, afhankelijk van de situatie of de plaats in de stad. Het omgevingsplan is onderhevig aan participatie, zodat ook de procedure van het bindend advies en hoe de gemeente omgaat met participatie bij aanvragen omgevingsvergunningen gemeengoed wordt.

8

Bijlage 1: procedure Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) De gemeenteraad hanteert sinds 2015 onderstaande grove zeef voor het benoemen van bouwplannen die onder de specifieke VVGB vallen en hanteert categorieën van bouwplannen die onder de algemene VVGB vallen. 1. Specifieke VVGB: - voor bouwplannen die ruimtelijk ingrijpend zijn, - waarbij sprake is van een aanzienlijke afwijkende bouwhoogte, - die zijn gesitueerd in of aan de rand van beschermde stads- of dorpsgezichten of - zijn gesitueerd in of aan de rand van beschermde natuurgebieden. 2. Algemene VVGB: De categorieën (uit besluit I van rv 140) waarvoor in principe de algemene VVGB van toepassing is: a) projecten die in overeenstemming zijn met, reeds door de gemeenteraad vastgestelde stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, masterplan, gebiedsvisie, bestemmingsplan of ander ruimtelijk kader; b) de realisering, verandering, vervanging en uitbreiding van woningen/woongebouwen met bijbehorende bouwwerken, ongeacht de maatvoering tot een maximum van 250 woningen; c) de realisering van functiewijzigingen van bestaande opstallen met bijbehorende gronden, de daaruit voortkomende bouwactiviteiten alsmede uitbreiding van bestaande functies tot een maximum van 1000 m2.

Deze categorie is niet van toepassing in geval van volumineuze detailhandel; d) de realisering, verandering, vervanging en uitbreiding van bouwwerken ten behoeve van sport, maatschappelijke doeleinden, recreatie of cultuur, zoals een school- of kerkgebouw, kinderdagverblijf/buitenschoolse opvang met bijbehorende voorzieningen tot een maximum van 2500 m2; e) het aanleggen van nieuwe en/of het wijzigen van bestaande (spoor)weg- en waterinfrastructuur, bruggen, parkeer- en groenvoorzieningen met bijbehorende andere bouwwerken en andere werken, mits deze activiteiten niet samenhangen met de realisering van een nieuwe planmatige stadsuitbreiding; f) het realiseren van openbare nutsvoorzieningen. In 2017 is een evaluatie van de procedure VVGB gehouden (zie RIS 298224). In de praktijk blijkt dat veel bouwplannen die onder de algemene VVGB vallen worden ‘aangehouden’, met een verzoek om meer informatie, of worden geagendeerd. Dit doet de raad vanuit de controlerende rol van de gemeenteraad. Het gevolg is vertragingen die kunnen oplopen tot 2 maanden omdat het plan met ontwerpbesluit, overeenkomstig de afspraken, op dat moment nog niet ter inzage kan worden gelegd. In de afgelopen jaren heeft dit in veel gevallen geleid tot overschrijdingen van de wettelijke beslistermijnen en in enkele gevallen tot juridische procedures.

De bouwplannen die onder de specifieke VVGB vallen halen in de meeste gevallen niet de wettelijke beslistermijnen.

9

Processchema VVGB 1. Aanvraag omgevingsvergunning (afwijking bestemmingsplan) wordt in behandeling genomen | | > indien reguliere afwijking → reguliere procedure door college --- > 8 (+6) weken | | > indien uitgebreide Wabo-afwijking: | 2. Melding: via periodieke raadsmededeling (algemene of specifieke VVGB) --- > binnen 8 weken | | > Indien algemene VVGB → college handelt af --- > 14 weken (incl. 6 weken ter inzage) | | > Nadere informatie gevraagd → commissiebrief met info; uitkomst: algemeen of alsnog specifiek | ---> + 4 weken | > Indien specifieke VVGB: | 3. Plan via college naar commissie Ruimte (commissiebrief met concept raadsvoorstel) | --- > z.s.m. na melding en ontvangst adviezen (8 weken) | Besproken wordt: | 1. Het bouwplan met ontwerp VVGB (in de vorm van een concept raadsvoorstel) | 2. De terinzagelegging | 4. Terinzagelegging: Ontwerpbeschikking (+ bijlagen) en ontwerp VVGB ter inzage --- > 2 + 6 weken | 5. Nota beantwoording zienswijzen opstellen door het college --- > 2 weken | 6. Plan (via college en commissie) naar gemeenteraad --- > 6 weken | | Gevraagd besluit: | I. instemmen met het raadsvoorstel voor afgifte van de definitieve VVGB | 7. Afhandeling aanvraag omgevingsvergunning → college handelt de procedure af --- > 2 weken Proceduretijd: 22 tot 34 weken bij een optimaal verlopend proces

10

Bijlage 2: raadsbesluit voor aanwijzing categorie plannen voor het bindend advies

De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 15 juni 2021, Besluiten: I.

Aan te wijzen de volgende gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarover de gemeenteraad adviseert en waaraan het college wenst mee te werken: a)

de realisering, verandering en uitbreiding van woningen/woongebouwen met bijbehorende bouwwerken, ongeacht de maatvoering van meer dan 250 woningen;

b)

de realisering, verandering en uitbreiding van bouwwerken ten behoeve van sport, maatschappelijke doeleinden, recreatie of cultuur, zoals een school- of kerkgebouw, kinderdagverblijf/buitenschoolse opvang met bijbehorende voorzieningen van meer dan 2500 m2 (bruto vloeroppervlak);

c)

de realisering, verandering en uitbreiding van andere bouwwerken dan de onder a) en b) genoemde en/of (bijbehorende) gronden, alsmede uitbreiding van bestaande functies van meer dan 1000 m2 (bruto vloeroppervlak);

d)

het vervangen en/of herbestemmen van gebouwen met een maatschappelijke functie (kerkgebouwen, scholen of ander maatschappelijk vastgoed) of aangewezen monumenten;

e)

het realiseren van verdichtingsprojecten binnen het gemeentelijke- of rijksbeschermde stadsgezicht, met een massavermeerdering van bestaande gebouwen (hoogte en/of bebouwd oppervlak) van meer dan 30% ten opzichte van wat is toegestaan in het omgevingsplan of het bebouwen van een open ruimte met of ten dienste van een nieuwe hoofdfunctie;

f)

Het realiseren van een grote windturbine (vermogen groter dan 300 kW) of een grote reclamemast (bouwhoogte meer dan 25 meter).

II.

Gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vielen onder de reguliere afwijking als bedoeld in bijlage II, Besluit Omgevingsrecht (‘kruimelgevallen’ geldend op 31 december 2021), vallen buiten de aanwijzing genoemd onder I.

III.

Gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die in overeenstemming zijn met, reeds door de gemeenteraad vastgesteld omgevingsplan of vastgestelde stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, masterplan, gebiedsvisie, Plan-uitwerkingskader, Nota van uitgangspunten of ander ruimtelijk kader, waarover al in voldoende mate is geparticipeerd, vallen buiten de aanwijzing genoemd onder I.

IV.

Het aanleggen van nieuwe en/of het wijzigen van bestaande (spoor)weg- en waterinfrastructuur, bruggen, parkeer- en groenvoorzieningen met bijbehorende andere bouwwerken en andere werken, mits deze activiteiten niet samenhangen met de realisering van een nieuwe planmatige stadsuitbreiding, valt buiten de aanwijzing genoemd onder I.

V.

Het realiseren van openbare (nuts)voorzieningen en kiosken valt buiten de aanwijzing genoemd onder I.

11

Bijlage 3: raadsbesluit voor aanwijzing categorie plannen voor verplichte participatie

De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 15 juni 2021, Besluiten: I.

Aan te wijzen de gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor verplichte participatie die voorheen vielen onder de uitgebreide afwijkingsprocedure als bedoeld in artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (‘uitgebreide Wabo-procedure’).

II.

Het realiseren van openbare (nuts)voorzieningen en kiosken valt buiten de aanwijzing genoemd onder I.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10565334/1