RIS309057 Bijlage 2 Brief aan BenW gemeente Den Haag
Tekst van het document
Lid Gedeputeerde Staten drs. ir. A.L. (Anne) Koning Contact
070 441 61 80 al.koning@pzh.nl
Postadres Provinciehuis
Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl
Aan Burgemeester en Wethouders van de gemeente Den Haag Postbus 12600 2200 DJ DEN HAAG
Datum
4 juni 2021 Ons kenmerk
PZH-2021-777515085 DOS-2019-0003044 Uw kenmerk
Bijlagen
1 Onderwerp
Provinciaal inpassingsplan warmtetransportleiding Rijswijk-Leiden Geacht college, De provincie Zuid-Holland zet zich in voor de realisatie van een bovenregionaal Warmtetransportnetwerk en heeft dit als provinciaal belang opgenomen in de Provinciale Omgevingsvisie van Zuid-Holland. Er is een noodzaak voor het maken van bovenlokale keuzes, omdat de warmtemarkt en het warmtetransport gemeentegrenzen overstijgt. WarmtelinQ is een onderdeel van het warmtetransportnetwerk. WarmtelinQ Vlaardingen -Den Haag is in voorbereiding. Er zijn plannen om dit netwerk uit te breiden richting de Leidse regio. Deze warmtetransportleiding tussen Rijswijk en Leiden betreft zo een bovenlokale warmtetransportleiding. WarmtelinQ BV (onderdeel van de Gasunie) is voornemens deze transportleiding aan te leggen en heeft gevraagd of de provincie Zuid-Holland hiervoor een provinciaal inpassingsplan (PIP) wil opstellen inclusief het starten van een m.e.r.-procedure. Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1
Mogelijk kan aansluitend de provinciale coördinatieregeling van toepassing worden verklaard op de benodigde besluiten voor de aanleg en het in werking hebben van de leiding.
2596 AW Den Haag Tram 9 en de buslijnen 90, 385 en 386 stoppen dichtbij het provinciehuis. Vanaf station Den Haag CS is het tien minuten lopen. De parkeerruimte voor auto’s is beperkt.
Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland, zijn in principe bereid dit voorstel voor te leggen aan Provinciale Staten. Daarbij heeft GS aangegeven dit bij voorkeur te doen in lijn met de principes van goede interbestuurlijke verhoudingen op basis van draagvlak bij de betreffende gemeenten. Op 11 mei is in een ambtelijk overleg met de bovenstaande gemeenten de procedure rond een PIP toegelicht. De provincie neemt in dit proces de regierol door middel van het opstellen van een PIP en het MER. In de bijlage bij deze brief hebben we een meer uitgebreide toelichting opgenomen over de belangrijkste onderdelen van de procedure en de bevoegdheden. Vanwege de beoogde intensieve samenwerking vragen wij u om schriftelijk aan te geven of u het proces van een PIP ondersteunt en daartoe onder andere ambtelijke inzet kan leveren voor de projectgroep. Graag ontvangen we uw reactie op dit verzoek voor 1 juli 2021.
Ons kenmerk
Hoogachtend,
drs. ir. A.L. (Anne) Koning
2/6
Ons kenmerk
Bijlage, Toelichting De warmtetransportleiding volgt een traject door de verschillende gemeenten en daartoe dienen – in beginsel per gemeente – besluiten te worden genomen om deze warmtetransportleiding o.a. planologisch te borgen en te realiseren. De benodigde besluitvorming kan per gemeente plaatsvinden of zoveel mogelijk gebundeld op provinciaal niveau, middels een Provinciaal inpassingsplan (PIP). Waar wordt gesproken over een PIP zal dit bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigen in een projectbesluit. De provincie ziet graag dat de gemeenten het opstarten van de procedure om een PIP op te stellen ondersteunen. Dit leidt bij de gemeenten, tot de vraag: waarmee gaan de gemeenten dan eigenlijk akkoord? Om de gemeenten een duidelijk antwoord te geven op deze vraag is deze bijlage opgesteld, waarin de volgende onderwerpen aan de orde komen: A. Juridische status ‘akkoord’ op start PIP procedure; B. C. D.
De rol/inbreng van gemeenten in de PIP procedure; Voordelen PIP en coördinatie voor gemeenten; Participatie en communicatie inwoners, bedrijven en andere stakeholders;
E.
Planning.
A. Juridische status ‘akkoord’ op start PIP procedure In artikel 3.26 Wet ruimtelijke ordening (‘ Wro’) is de wettelijke procedure beschreven, die moet worden gevolgd bij het vaststellen van het PIP. De ondersteuning van het proces waar de provincie nu om vraagt is niet wettelijk geregeld. De provincie hoeft dit ‘op grond van de Wro niet te vragen. De provincie kiest er echter voor om de PIP procedure niet zomaar op te starten. Ten behoeve van de bestuurlijke verhoudingen en transparantie stelt de provincie er prijs op, om van gemeenten de bevestiging te krijgen dat zij kennisnemen van het voornemen om de PIP procedure op te starten en dat zij dáár niet op tegen zijn. Met dit ‘akkoord’ wordt dus enkel aangegeven door de gemeenten, dat: zij kennis hebben genomen van het voornemen van de provincie om de PIP -
procedure op te starten, en dat de provincie deze procedure formeel gaat volgen in nauwe samenwerking en afstemming met de betrokken gemeenten.
Daarmee wordt door gemeenten niets weggegeven. Alle formele en informele mogelijkheden om invloed te hebben op deze procedure blijven ongewijzigd. Nadat schriftelijk is bevestigd door de bestuurders van de gemeenten dat zij op dit project de regierol van de provincie ondersteunen, start de wettelijke procedure. In beginsel gelden dezelfde wettelijke vereisten als voor een regulier gemeentelijk bestemmingsplan. Het PIP komt, voor zover nodig en is bepaald, in de plaats van het gemeentelijk bestemmingsplan of gaat daarvan onderdeel uitmaken. Het PIP vormt dan het toetsingskader voor (enkele van) de relevante vergunningen die verleend moeten worden voor de realisatie van de warmtetransportleiding. In dit geval gaat het enkel om het planologisch
3/6
Ons kenmerk
vastleggen van het (voorkeurs)tracé, dat tot stand is gekomen in samenspraak met de gemeenten en een (beperkte) belemmeringenstrook, met de daarbij passende bestemmingsregels. Bij het vaststellen van het voorkeurstracé zijn o.a. de volgende uitgangspunten gehanteerd: aansluiten bij bestaande infrastructuur, keuze voor minste hinder en overlast voor de omgeving en het zoveel mogelijk voorkomen van bomenkap. Het kan praktisch gezien nuttig zijn om de vergunningen die noodzakelijk zijn voor de aanleg van en het in werking hebben van de warmtetransportleiding met elkaar te coördineren. Hierover kunnen in een later stadium afspraken gemaakt worden. Zoals hierna wordt beschreven, kunnen de gemeenten op verschillende momenten in de procedure hun officiële inbreng geven. Wanneer de PIP procedure is afgerond en het PIP in werking is getreden heeft de gemeenteraad gedurende tien jaar (of zoveel korter als in het PIP is bepaald) geen bevoegdheid meer om voor die in het PIP begrepen gronden zelf het bestemmingsplan/PIP te wijzigen. Een regeling zal in het PIP worden openomen zodat het mogelijk is voor gemeenten om de warmteoverdrachtstations te kunnen aansluiten. B.
De rol/inbreng van gemeenten in de PIP procedure Formele mogelijkheden van gemeenten in de PIP procedure Zoals blijkt uit de wettelijke procedure, hebben de gemeenten verschillende formele mogelijkheden om van zich te laten horen in de procedure van het PIP: -
Er dient vooroverleg met onder meer de betrokken gemeenten plaats te vinden voorafgaand aan het vaststellen van het ontwerp-PIP; Voordat een PIP wordt vastgesteld, moet de provincie de gemeenteraad horen;
-
Op een ontwerp-PIP kunnen zowel het college als de raad (gezamenlijk én afzonderlijk van elkaar) zienswijzen indienen, die vervolgens moeten worden betrokken bij de vaststelling van het PIP;
-
Op het vastgestelde PIP kunnen zowel het college als de raad (gezamenlijk én afzonderlijk, mits zij (afzonderlijk) zienswijzen hebben ingediend) beroep aantekenen bij de ABRvS.
Bestuurlijke en ambtelijke afstemming Het is uiteraard niet de bedoeling dat het nodig zal zijn dat gemeenten zienswijzen moeten indienen en beroep moeten instellen. Daarom is het voorstel van de provincie om maandelijks een ambtelijk en 2- of 3-maandelijks een periodiek bestuurlijk overleg te organiseren. Het is de uitdrukkelijke wens en bedoeling van de provincie en initiatiefnemer WarmtelinQ BV, dat er een goede projectorganisatie wordt opgezet, waarbinnen het PIP en de benodigde besluiten worden voorbereid, mede op basis van de onmisbare input en kennis van de gemeenten. De gemeenten kunnen bepalen, wie namens hen deelnemen aan de projectorganisatie, waarbij de voorkeur uitgaat naar de bij de warmtetransitie betrokken ambtenaar en een specialist op gebied van ruimtelijke ordening procedures. Over de vorm en invulling van deze projectorganisatie vindt nog afstemming plaats met de gemeenten. C Voordelen PIP en coördinatie voor gemeenten Het alternatief voor de PIP en coördinatie is afzonderlijke besluitvorming in iedere afzonderlijke gemeente, met de (afzonderlijk) te volgen procedures per gemeente. Het is op voorhand duidelijk
4/6
Ons kenmerk
dat dit diverse praktische bezwaren heeft, voor gemeenten (er zal een goede afstemming en stroomlijning per onderdeel van de warmtetransportleiding moeten plaatsvinden) en de burger (diverse besluiten en procedures zijn vereist, wat in de praktijk vaak tot onduidelijkheid en onvrede leidt). Met het PIP is sprake van één ruimtelijk besluit (een PIP in plaats van meerdere bestemmingsplannen/omgevingsvergunningen), één coördinerend orgaan, één voorbereidingsprocedure en één beroepsinstantie. Het ‘nadeel’ van een PIP is voor de gemeenten dat de inpassing niet in de vorm van een bestemmingsplanwijziging in de gemeenteraad wordt vastgesteld. Zoals hiervoor is toegelicht is nog steeds wel sprake van (overigens ook noodzakelijke) inspraak, invloed en zeggenschap. Coördinatie vergunningen Toepassing van provinciale coördinatie laat de materiële toetsingskaders voor de uitvoeringsbesluiten in beginsel onverlet. Dit betekent dat de vergunningaanvragen door de gemeenten worden beoordeeld en dat de besluiten aan dezelfde inhoudelijke eisen moeten voldoen als wanneer de coördinatieregeling niet zou zijn toegepast. In de besluiten zullen wel teksten moeten worden opgenomen die toezien op de toepassing van provinciale coördinatie. Deze teksten worden door de provincie aangeleverd. Overigens is er de wettelijke mogelijkheid dat de provincie de besluiten zelf neemt.
Dit lijkt op dit moment niet aan de orde, maar dit is wel een optie, mochten gemeenten daar prijs op stellen. Het uitgangspunt is dat de bevoegdheid tot het verlenen van de benodigde vergunningen bij de gemeenten en andere bevoegde gezagen blijft, maar de bekendmaking en ter inzagelegging door de provincie wordt gecoördineerd. D Participatie en communicatie met inwoners, bedrijven en andere stakeholders Het PIP en het MER wordt in nauwe samenwerking met de betrokken partijen opgesteld. Hiervoor is een werkgroep in oprichting waarin de inhoudelijke en procedurele afstemming plaats vindt. Ook zal er een werkgroep communicatie worden opgericht die zich richt op het communicatieproces richting bewoners, bedrijven en andere stakeholders. Gelet op de komende omgevingswet is een heldere communicatie, meepraten en inspraak meer dan ooit van wezenlijk belang. Doel is om betrokkenen tijdig en open te informeren over het project. Hierin hebben WarmtelinQ BV en de gemeenten het voortouw. De werkgroep communicatie zal dit in een Participatie- en Communicatieplan nader uitwerken. De verantwoordelijkheid voor de kennisgevingen van besluiten ligt bij de provincie. De verantwoordelijkheid voor communicatie en participatie tijdens het opstellen van de besluiten ligt bij de betrokken partijen.
De verantwoordelijkheid voor communicatie en participatie tijdens de uitvoeringsfase ligt vooral bij WarmtelinQ en de gemeenten.
5/6
Ons kenmerk
E Planning Na het zomerreces zal aan de Staten een besluit worden voorgelegd over het starten van het proces voor het PIP en het MER voor de bovenregionale warmtetransportleiding met daartoe benodigde voorzieningen van Rijswijk naar Leiden. Dat is tevens de start van de m.e.r.procedure. De planning is erop gericht om in 2024 te starten met de aanleg en bouwactiviteiten zodat er in 2026 warmte geleverd kan worden. Een gedetailleerde planning zal in samenspraak met de betrokken bevoegde gezagen worden opgesteld. De volgende hoofdstappen zijn daarin te onderscheiden. 1. Opstellen MER. (start procedure); 2. 3.
Bepalen van het voorkeurstracé en vastleggen in een voorontwerp-PIP; Doorlopen participatieproces en uitkomsten verwerken, adviezen van de overlegpartners verwerken;
4. 5. 6.
Opstellen ontwerp-PIP, vaststellen en terinzagelegging ontwerp-PIP; Beantwoording reacties, wijzigingen PIP vaststellen, beroepsprocedure; Start vergunningverlening door de verschillende bevoegde gezagen;
NB: Voor die vergunningen blijven de bevoegde gezagen, zoals gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en de provincie Zuid-Holland verantwoordelijk. De provincie zorgt voor de uitvoering van de procedurele elementen van deze besluiten.
Bijlagen:
- Toelichting
6/6