CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309049 Referentienormen maatschappelijke voorzieningen

Commissie Ruimte 23 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte Anne Mulder Wethouder Financiën, Stadsontwikkeling, stadsdeel Scheveningen

040

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

DSO/10126561 RIS309049 Contactpersoon

Eveline Kokx Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

Stedenbouw & Planologie Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

8 juni 2021

eveline.kokx@denhaag.nl

Onderwerp

Referentienormen maatschappelijke voorzieningen

Geachte voorzitter, Bij de behandeling in uw commissie van de referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS307513) is toegezegd nog schriftelijk terug te komen op enkele vragen. 1. De referentienorm openbaar groen Het college hanteert voor de verschillende woonmilieus de volgende normen: woonmilieu groen-blauw: 24.000 m2 per 1.000 woningen; woonmilieu gemengd stedelijk: 16.000 m2 per 1.000 woningen; woonmilieu centrum-stedelijk: 8.000 m2 per 1.000 woningen. In de commissie ging de vraag over de referentienorm voor het centrum-stedelijke milieu, zoals deze vooralsnog ook geldt als uitgangspunt voor hoogstedelijke milieus, zoals het beoogde milieu in het Central Innovation District. In de Haagse referentienormen is als referentienorm opgenomen 8 m2 per woning (openbaar) gebruiksgroen op buurt/wijkniveau. In bijlage 1 e Openbare ruimte (groen en spelen) wordt dit nader toegelicht. Deze norm is tot stand gekomen door het combineren van de huidige oppervlakte aan openbaar groen, de beoogde verdichtingsopgave zoals opgenomen in de Agenda Ruimte voor de Stad, vaktechnische ontwerpen van landschapsarchitecten en ontwerpers openbare ruimte, en benutting van informatie en inspiratie uit voorbeeldprojecten en andere gemeenten waaronder Amsterdam.

Het borgen van voldoende ruimte voor groen bij nieuwe ontwikkelingen en het versterken van huidige groengebieden en structuren vraagt meer dan alleen de ruimtereservering van een aantal m2 gebruiksgroen per woning. Meer differentiatie is gewenst, een onderzoek naar verschillende vormen van “groen”, de functie daarvan en de daarvoor gewenste oppervlakte is opgenomen als actiepunt in de Nota Stadsnatuur (RIS305824). We grijpen de ontwikkelingen in de stad ook aan om per saldo meer groen te maken in de stad en de kwaliteit van het groen te verhogen.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10126561

Voorts werd er in de commissie een relatie gelegd met de gemeente Amsterdam. De normen van Amsterdam en Den Haag kunnen, vanwege wezenlijke systeemverschillen, niet zonder meer met elkaar vergeleken worden. Amsterdam heeft als uitgangspunt 8 m2 gebruiksgroen voor het centrumstedelijk milieu opgenomen en daarnaast 8 m2 ecosysteemgroen per woning. In de definitie van gebruiksgroen wordt aangegeven dat 40 % is bedoeld voor paden, sporten en spelen. Ook water maakt deel uit van deze Amsterdamse norm. Het zogenoemde ecosysteemgroen in de Amsterdamse norm kan tot 25 % op eigen kavel/dak gerealiseerd worden en is daarmee geen openbaar groen. Onder ecosysteemgroen wordt ook groen in de straten, hagen en dergelijke begrepen. De Haagse referentienorm voor openbaar groen is zuiver en alleen voor openbaar groen. Voor sport en spel in de openbare ruimte is in de Haagse referentienormen een aparte referentienorm opgenomen, waarbij uiteindelijk in het inrichtingsontwerp eventuele combinatie van functies mogelijk wordt gemaakt. Iets soortgelijks geldt voor groene daken. Deze vallen in Den Haag ook niet onder de referentienorm openbaar groen. In Den Haag hebben we normen voor groene daken opgenomen in de nota Hoogbouw (Eyeline en skyline) en we hanteren het puntensysteem natuurinclusief bouwen.

Verder maakt het voor de berekening uit op welke manier de grenzen van gebiedsontwikkelingen worden gekozen en hoe daarbij aanliggende groenvoorzieningen (zoals bijvoorbeeld het Haagse Bos) al dan niet meegerekend worden. 2. Voorzieningen in structuurvisie CID In de brief ‘uitvoering structuurvisie CID’ (RIS308571) is aangegeven hoe we willen omgaan met voorzieningen in het CID. De normen voor het centrum-stedelijk gebied zullen in het CID als vertrekpunt worden gebruik voor de op te stellen voorzieningenprogramma’s. Dat betekent dat deze normen worden gebruikt en er vervolgens op basis van de kenmerken van het gebied en de verwachte bevolkingstoename maatwerk wordt verricht. In de voorzieningenprogramma’s die nu in ontwikkeling zijn voor deelgebieden in het CID, zoals Laakhavens en omgeving CS, houdt het college ook rekening met de 5000 woningen die reeds concreet zijn opgenomen in Nota’s van Uitgangspunten, Planuitwerkingskaders en Gebiedsagenda’s. 3. Toepassing referentienormen op verschillende gebieden De referentienormen zijn opgesteld om bij de grote gebiedsontwikkelingen als handvat te benutten. Het gaat hier om de prioritaire gebieden in de Agenda Ruimte voor de Stad, te weten Zuidwest, CID en Binckhorst.

De referentienomen zijn daarmee richtinggevend voor diverse voorzieningen en worden als richtinggevende oppervlaktes voor diverse voorzieningen als uitgangspunt gehanteerd bij de start van gebiedsontwikkelingen en grootschalige, nieuwe projecten. 4. Commerciële en religieuze voorzieningen Er is bewust voor gekozen om ons te richten op voorzieningen waar de gemeente een maatschappelijke verantwoordelijkheid of een wettelijke taak voor heeft. Uiteraard wordt bij de gebiedsontwikkeling ook commercieel vastgoed zoals winkels en horeca meegenomen, om gevarieerde en levendige wijken te ontwikkelen. Hiervoor geldt het bestaande beleid op het gebied van detailhandel, horeca en leisure. Het is ook van belang te beseffen dat er voor sommige vormen van voorzieningen (denk aan winkels) ook sprake is van leegstand of dreigende leegstand; de toevoeging van woningen versterkt dan in eerste instantie met name het draagvlak onder bestaande voorzieningen. Dat laatste geldt ook voor religieuze voorzieningen. Door goede participatie in de wijken en bij concrete initiatieven kan de behoefte aan specifieke voorzieningen boven tafel gebracht worden en verrijken we de voorzieningenprogramma’s. Binnen de grote gebiedsontwikkelingen is dus ook ruimte voor religieuze voorzieningen, echter is daarbij wel van belang dat bij specifieke voorzieningen als deze er ook daadwerkelijk vraag naar is.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10126561

We zien het vaststellen van de referentienormen als een belangrijke eerste stap om adequate voorzieningenprogramma’s te ontwikkelen. We zullen hier als stad de aankomende periode ervaring mee opdoen en kunnen op basis daarvan het normenkader indien gewenst aanpassen. Uitwerking op gebiedsniveau, waarbij zowel naar de beoogde doelgroepen binnen het gebied als naar de beschikbaarheid van voorzieningen in het gebied en de omgeving wordt gekeken, laat zien wat waar gerealiseerd kan worden. Daarbij moet ook inzicht gegeven worden in de wijze van realisatie en de daaraan verbonden financiële consequenties. In deze uitwerking blijkt ook de kwaliteit van de beoogde integrale gebiedsontwikkeling, waar wij ons voor inzetten. Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte Hilbert Bredemeijer de wethouder van Financiën, Stadsontwikkeling en stadsdeel Scheveningen, Anne Mulder

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10240102/2