RIS309012 Bijlage 3 Factsheet Geur
Tekst van het document
Factsheet Geur 1. Inleiding In deze factsheet wordt ingegaan op het thema geur. Het gaat daarbij om geurende stoffen in de lucht die als onaangenaam kunnen worden ervaren (geurhinder). Er is in Nederland geen specifieke wetgeving voor geur van bedrijven, met uitzondering van veehouderijen, waarvoor de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geldt. De bescherming tegen geurhinder van overige bedrijven wordt geregeld via het Activiteitenbesluit. Daarnaast kunnen geurvoorschriften staan in een maatwerkbesluit of omgevingsvergunning. Bij het vaststellen van geurvoorschriften kan gebruik gemaakt worden van het Rijksbeleid geur en/of lokaal geurbeleid van provincie (zoals het geurbeleid van Zuid-Holland) of gemeente, zoals is uitgewerkt in de Handleiding Geur.
2. Ambities Definities, bestaande wetgeving en beleid Definities Aanvaardbaar geurhinderniveau: uitkomst van het afwegingsproces van aspecten uit artikel 2.7a lid 3 van het Activiteitenbesluit: • bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid; • de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten; • de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij het bedrijf; • de historie van het bedrijf en het klachtenpatroon; • de bestaande en verwachte geurhinder van het bedrijf; • de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels. Afwegingsgebied: het afwegingsgebied is het gebied tussen de hindergrens en de ernstige hindergrens. Binnen dit gebied bevindt zich het aanvaardbaar geurhinderniveau. Continue emissiebron: in het provinciaal geurbeleid van Zuid-Holland gedefinieerd als een bron waarbij het aantal emissieuren meer dan 3.500 uur per jaar bedraagt. Discontinue emissiebron: in het provinciaal geurbeleid van Zuid-Holland gedefinieerd als een bron waarbij het aantal emissieuren minder dan 3.500 uur per jaar bedraagt. Ernstige hindergrens: de geurbelasting (een geurconcentratie (in ‘odour units’ per m³ (ouE/m3)) bij een bepaalde percentielwaarde) waar boven ernstige geurhinder waarschijnlijk is. Boven deze geurbelasting is de geurhinder voor geurgevoelige objecten op voorhand onaanvaardbaar.
Europese geureenheid of odour unit (ouE): de eenheid waarin geur-concentraties (ouE/m3) en geuremissies (ouE/uur) worden uitgedrukt, bepaald door een geurpanel in een testlaboratorium volgens de NEN-EN 13725. Geurbelasting: de uurgemiddelde geurconcentratie (ouE/m3) in de omgeving bij een bepaalde percentielwaarde. Zie ook onder ‘percentielen’. Geurconcentraties: de geurconcentratie geeft aan hoe sterk een bepaalde geur met de neus waarneembaar is. De geurconcentratie wordt uitgedrukt in Europese geureenheden (of odour units) per kubieke meter lucht (ouE/m3). Geurcontour: lijn die punten met een gelijke geurbelasting met elkaar verbindt (isoconcentratie-lijn). Geuremissie: de hoeveelheid geur die per tijdseenheid wordt geëmitteerd door een geurbron (bijvoorbeeld: ouE per uur). Geurgevoelig object: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. Hoewel in principe alle geurgevoelige objecten beschermd horen te worden tegen geurhinder, kunnen wel verschillen in het niveau van bescherming worden gehanteerd.
In het beleid van de Provincie Zuid-Holland wordt onderscheid gemaakt in 3 typen gevoelige objecten: Tabel 1 Niet-limitatieve lijst van geurgevoelige objecten Type 1: meest geurgevoelig woonwijk, lintbebouwing ziekenhuizen, sanatoria, bejaarden- en verpleegtehuizen recreatiegebieden (verblijfsrecreatie) woonwagenterreinen woonboten, asielzoekerscentra scholen dagverblijven
Type 2: minder geurgevoelig bedrijfswoningen woningen in het landelijk gebied verspreid liggende woningen recreatiegebieden (dagrecreatie) kantoren winkels
Type 3: licht geurgevoelig bedrijfsterreinen en industriegebieden
Voor geurgevoelige objecten van het type 2 is een driemaal zo hoge geurbelasting toelaatbaar als voor objecten van het type 1 Bij objecten van het type 3 mag de Ernstige hindergrens niet worden overschreden. De hindergrens is de streefwaarde voor type 1 bestemmingen. Geurhinder: zodanige concentratie van geurende stoffen in de lucht dat deze als onaangenaam wordt ervaren en waardoor iemands gedrag of activiteiten negatief worden beïnvloed. In geurbeleid wordt onderscheid gemaakt in ‘geurhinder’ en ‘ernstige geurhinder’. Het bepalen van de mate van ernstige geurhinder gebeurt via een telefonisch leefsituatieonderzoek (TLO). Geïnterviewden beantwoorden de vraag naar hun persoonlijke beleving over de lokale (geur-)hindersituatie. Het beleidsdoel uit het Tweede Nationale Milieubeleidsplan (NMP2) was dat er in Nederland in het jaar 2000 maximaal 12% geurgehinderden zouden zijn en dat er vanaf 2010 geen ernstige geurhinder zou voorkomen.
Hedonische waarde: mate van aangenaamheid van een geur, uitgedrukt in een geurconcentratie gekoppeld aan een score voor de aangenaamheid op een schaal van +4 tot -4, aldus bepaald door een geurpanel volgens de Nederlandse voornorm (NVN) 2818. De waardering (aard) van een geur speelt mee bij de mate van hinder. Een gelijke hoeveelheid geur van bijvoorbeeld een veevoerbedrijf zal tot meer hinder leiden dan de geur van een bakkerij. Hindergrens: de hindergrens, de geurbelasting (in ouE/m3 bij een bepaald percentiel) waar beneden geurhinder verwaarloosbaar is (0 % hinder). Boven deze geurbelasting begint in feite de geurhinder. Percentielen: percentage van de tijd (als percentage van de uren per jaar) waarin een bepaalde uurgemiddelde geurconcentratie niet wordt overschreden. Landelijk is het gebruikelijk om voor de beoordeling van geursituaties de 98-percentielwaarde te nemen. Een 98-percentiel geeft de waarde aan die 98 % van de tijd niet wordt overschreden en dus 2 % van de tijd wel. De 99,99-percentiel wordt gebruikt voor de beoordeling van de geurbelasting die wordt gekenmerkt door fluctuerende of discontinue emissies (piekbelastingen). Een 99,99-percentiel geeft aan waar 0,01 % van de tijd (gemiddeld minder dan 1 uur per jaar) een bepaalde concentratie wordt overschreden.
Wetgeving en beleid Activiteitenbesluit Het beoordelingskader voor geur van vergunningplichtige inrichtingen staat in artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit. De geurvoorschriften in dit artikel gelden rechtstreeks, ook voor vergunningplichtige inrichtingen. Uitgangspunt is het voorkomen van geurhinder. Indien dit niet mogelijk is, dan moet het bedrijf de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperken. Lid 3 van dit artikel bevat de aspecten die het bevoegd gezag moet meenemen bij het bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau (zie ook hiervoor bij ‘Definities’). In hoofdstuk 3, 4 en 5 van het Activiteitenbesluit staan daarnaast geurvoorschriften voor een aantal specifieke inrichtingen, zoals rioolwaterzuiveringinstallaties en levensmiddelenbedrijven. Provinciaal beleid Het geurbeleid van de provincie Zuid-Holland is beschreven in de Beleidsnota Geurhinderbeleid Provincie Zuid-Holland, dat op 16 november 2010 door gedeputeerde staten is vastgesteld en op 22 januari 2019 is geactualiseerd1. In deze beleidsregel is een aantal beleidsuitgangspunten vastgesteld, namelijk: • • •
1
dat wordt uitgegaan van het voorkomen en beperken van nieuwe geurhinder; ruimte voor een bestuurlijke afweging over het acceptabele geurhinderniveau; dat het acceptabele hinderniveau wordt bepaald door afweging van onder meer: o bestaande rechten, o de aard van de geur, o bedrijfseconomische factoren o en de mate van geurgevoeligheid van de ontvanger.
‘Geurhinderbeleid Provincie Zuid-Holland, Actualisatie 2019’, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 22 januari 2019.
In de beleidsregel wordt uitgegaan van het beoordelen van de geurbelasting als geurconcentratie (in ‘odour units’ per kubieke meter (ouE/m3)) bij een bepaalde percentielwaarde. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met de mate van (on)aangenaamheid (i.c. de hedonische waarde) van de specifieke geur. Dit betekent dat voor bijvoorbeeld de geur van een bakkerij een hogere concentratie acceptabel kan worden gevonden dan voor de meer onaangename geur van een afvalverwerker. In het provinciale geurbeleid worden daarom geuren in twee typen ingedeeld (afhankelijk van de hedonische waarde van een geur): meer en minder onaangename geurtypen; voor de meer onaangename geuren gelden strengere grenzen dan voor minder onaangename geuren. Het provinciale geurhinderbeleid biedt bestuursorganen een zekere mate van beleidsvrijheid. Het beleid hanteert hierbij vier geurkwaliteitsklassen: goed, redelijk, matig en slecht. De afwegingsruimte voor het acceptabele hinderniveau strekt zich uit tot de grens van de matige geurkwaliteit. Een slechte geurkwaliteit is op voorhand niet aanvaardbaar. In de volgende twee figuren wordt dit schematisch weergegeven voor respectievelijk de minder onaangename geurtypen en de meer onaangename geuren. De bovenste waarden (bij de 98-percentiel) zijn steeds van toepassing op continue activiteiten (c.q.
die meer dan 3.500 uur per jaar geur emitteren); de onderste waarden gelden voor discontinue bronnen (minder dan 3.500 uur per jaar). •
•
De grenzen voor de vier geurkwaliteitsklassen voor de minder onaangename geurtypen zijn:
98-percentiel
0,5 ou/m³
2,5 ou/m³
5 ou/m³
99,99-percentiel
2,5 ou/m³
12,5 ou/m³
25 ou/m³
Voor de meer onaangenamere geuren is de afwegingsruimte hieronder weergegeven. Hierin wordt met CH-1 en CH-2 bedoeld de geurconcentratie die hoort bij een hedonische waarde van -1 respectievelijk -2. 98-percentiel
0,5 ou/m³
CH-1
CH-2
99,99-percentiel
2,5 ou/m³
5 x CH-1
5 x CH-2
Gemeentelijke beleid De gemeente heeft voor (industriële) bedrijven geen lokaal geurbeleid vastgesteld. Wel is in juli 2011 de Verordening geurcirkel maneges Den Haag vastgesteld. Omdat zich in of in de nabijheid van de Binckhorst geen maneges bevinden is deze verordening voor de Binckhorst vooralsnog niet van belang. Bij ontbreken van gemeentelijk geurbeleid kan worden aangesloten bij het geurbeleid van de provincie Zuid-Holland of het Rijksbeleid (zie: Handleiding Geur).
Sectorale ambitie geurhinder Uitgangspunt voor het bepalen van de aanvaardbare geurhinderniveaus voor de Binckhorst is het Provinciaal geurbeleid. Zoals beschreven hanteert dat beleid vier geurkwaliteitsklassen: goed, redelijk, matig en slecht. De afwegingsruimte voor het acceptabele hinderniveau strekt zich uit tot en met de matige geurkwaliteit. Zoals bekend wordt binnen de Binckhorst naar een bijzondere woonomgeving gestreefd; een woonomgeving die samengaat met relatief zware bedrijvigheid. Bezien vanuit dit perspectief van functiemenging wordt met het omgevingsplan Binckhorst uitgegaan van tenminste een ‘redelijke’ kwaliteit en wordt voor bijzondere accenten (met name zeer grote bouwhoogtes) een ‘matige’ kwaliteit van de fysieke leefomgeving voor het gebied rond Binckhorsthaven acceptabel geacht. In de eerdere figuren is de ruimte voor deze beleidsmatige afweging schematisch weergegeven.
3. Confrontatie A: Sectorale ambitie vs gebiedsaanpak In de gebiedsvisie zijn ten aanzien van geur geen aanvullende of afwijkende ambities opgenomen ten opzichte van de sectorale ambitie. Dit betekent dat de hiervoor beschreven sectorale ambitie niet aangescherpt hoeft te worden.
4. Toetsingskader In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ zijn richtafstanden voor geur vermeld, zowel voor de omgevingscategorie ‘rustige woonwijk’ als voor ‘gemengd gebied’. De Binckhorst wordt, zoals aangegeven, ontwikkeld als een ‘gebied met functiemenging’, waarop de richtafstanden voor ‘gemengd gebied’ van toepassing zijn. In de Binckhorst is een groot aantal bedrijven aanwezig die mogelijk geurrelevant zijn, maar waarvan geen specifieke geuronderzoeken beschikbaar of benodigd zijn en waarvoor in de vergunningen geen (maatwerk)voorschriften zijn opgenomen voor geur. Voor deze bedrijven worden voor het omgevingsplan Binckhorst de bovengenoemde richtafstanden voor geur gehanteerd, welke in de regel 10 of 30 meter bedragen voor het onderhavige ‘gemengd gebied’. In de Binckhorst is daarnaast een aantal geurrelevante bedrijven gevestigd waarvoor een afwijkende richtafstand van toepassing is. Dit betreffen: • •
AVR Afvaloverslagstation (Meteoorstraat 65) Afvaloverslagstation Renewi (Zonweg 13)
AVR Afvalwerking (AVR) De AVR aan de Meteoorstraat 65 is een afvaloverslagstation voor onder meer bouw- en sloopafval, biologisch afbreekbaar afval, gemengd stedelijk afval, marktafval, veegvuil en grofvuil worden overgeslagen in een overdekte hal. Bij deze activiteiten treden geuremissies op. De afgezogen lucht uit de storthal van AVR wordt met 3 schoorstenen bovendaks afgevoerd. In de considerans bij de vergunning is voor het aanvaardbaar geurhinderniveau als grenswaarde uitgegaan van 1,5 ouE/m3 als 98-percentiel ter hoogte van geurgevoelige objecten (type 1). In het omgevingsplan wordt aangesloten bij het aanvaardbaar geurhinderniveau uit de vergunning en is opgenomen dat geen geurgevoelige objecten (type 1) binnen de geurcontour van 1,5 ouE/m3 als 98percentiel die is opgenomen op de verbeelding mogen worden gerealiseerd. Hiermee wordt een aanvaardbaar geurhinderniveau geborgd en tevens wordt voorkomen dat de AVR wordt belemmerd in haar vergunde activiteiten. Renewi (voorheen De Zwart; HRM; Van Vliet) Renewi aan de Zonweg 13 is een afvaloverslagstation waar niet-gevaarlijk (voornamelijk) bouw- en sloopafval wordt gesorteerd en/of bewerkt en bulkgoederen (secundaire grondstoffen) worden overgeslagen van of naar binnenvaartschepen. Afvalstromen die geur-relevant kunnen zijn, zijn bedrijfsafval, bomen en takken en veegvuil.
De activiteiten met afvalstoffen vinden plaats in een overdekte hal, en de afgezogen lucht wordt bovendaks met 8 ventilatoren afgevoerd. In de considerans bij de vergunning van Renewi is voor het aanvaardbaar geurhinderniveau als bruikbare richtwaarde uitgegaan van 1,5 ouE/m3 als 98-percentiel. In het omgevingsplan wordt aangesloten bij dit aanvaardbaar geurhinderniveau en is opgenomen dat geen geurgevoelige objecten (type 1) binnen de geurcontour van 1,5 ouE/m3 als 98-percentiel die is opgenomen op de verbeelding mogen worden gerealiseerd. Deze contour ligt op circa 50 meter rond de inrichting. Hiermee wordt een aanvaardbaar geurhinderniveau geborgd en tevens wordt voorkomen dat Renewi wordt belemmerd in haar vergunde activiteiten.
5. Confrontatie B: Sectorale ambitie vs huidige situatie Uitgangspunt van zowel het rijksbeleid als het provinciaal beleid is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar geurhinderniveau. Dit is tevens het uitgangspunt voor de Binckhorst. In de Binckhorst wordt voor de geurbelasting op geurgevoelige objecten als gevolg van de bestaande bedrijven uitgegaan van milieukwaliteit ‘redelijk’ zoals hiervoor beschreven in de sectorale ambitie. De bestaande situatie in de Binckhorst is in overeenstemming met dit uitgangspunt en voldoet daarmee aan een aanvaardbaar geurhinderniveau. Enige geurhinder is daarbij onvermijdelijk, zoals blijkt uit geur klachten die worden ontvangen vanuit Voorburg (dat op grotere afstand is gelegen, zijnde >350 meter) als gevolg van de bedrijfsvoering van de HAC. Desondanks voldoet de situatie rond de HAC aan een aanvaardbaar geurhinderniveau en aan de ambitie van de gemeente voor de Binckhorst. De sectorale ambitie is derhalve in overeenstemming met de huidige situatie.
6. Borging in het omgevingsplan Op de verbeelding van het omgevingsplan zijn de geurimmissiecontouren van Renewi en de AVR waarop zij een geurlast van 1,5 ouE/m3 als 98 percentiel veroorzaken, als belemmeringencontour ingetekend. Binnen deze contouren is de projectie van nieuwe geurgevoelige objecten niet toegestaan.
7. Samenvatting “Er moet sprake zijn van een aanvaardbaar geurhinderniveau”