RIS309012 Bijlage 1 Staat van wijzigingen herstelbesluit 1B
Tekst van het document
Staat van wijzigingen herstelbesluit 1B Omgevingsplan Binckhorst
Aanleiding en inleiding Bij besluit van 29 november 2018 is het omgevingsplan Binckhorst vastgesteld door de raad. Tegen dat besluit zijn 13 beroepen ingediend bij de Raad van State. Het college heeft bij brief van 19 april 2019 een verweerschrift ingediend bij de Raad van State. In dat verweerschrift meldt het college dat de beroepen nog aanleiding geven om het omgevingsplan Binckhorst op een paar punten aan te passen middels een herstelbesluit ex artikel 6:19 Awb.
Van 6 februari tot en met 18 maart 2020 heeft het ontwerp-herstelbesluit ex artikel 6:19 Awb ter inzage gelegen. Gedurende de terinzagetermijn zijn 15 zienswijzen ingediend. De meeste van deze zienswijzen zagen op de regeling die was opgenomen teneinde geur op hoogte ten gevolge van de Haagse Asfalt Centrale (HAC) te borgen. Die betreffende regeling ging uit van het ophogen van de schoorsteen van de HAC, waarover voorafgaand aan de tervisielegging van het ontwerpherstelbesluit afspraken waren gemaakt met de BAM/HAC. Gedurende de tervisielegging en de periode erna is echter de nadruk in de onderhandelingen met de BAM/HAC komen te liggen op het beëindigen van de bedrijfsvoering en niet langer op het ophogen van de schoorsteen. Inmiddels is sprake van een vastgestelde overeenkomst waaruit volgt dat de HAC uiterlijk per 1-12022 haar activiteiten staakt. Tevens is er een inspanningsverplichting opgenomen dat BAM uiterlijk tegen 31-12-2021 de huur opzegt aan Cementbouw, de betoncentrale die op hetzelfde perceel is gevestigd. Dat laatste is inmiddels ook gebeurd. Dit betekent dat ook Cementbouw voor 1-1-2022 de bedrijfsvoering dient te beëindigen.
Het vaststellen van deze overeenkomst met BAM/HAC en de daaruit volgende huuropzegging aan Cementbouw, betekenen een dusdanig ander uitgangspunt dan ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp-herstelbesluit dat van 6 februari tot 18 maart 2020 ter visie heeft gelegen, dat het noodzakelijk wordt geacht hiervoor een nieuw ontwerp-herstelbesluit te visie te leggen. In plaats van het volledig in bedrijf zijn van de twee bedrijven met een opgehoogde schoorsteen ter plaatse van de HAC, is nu immers het uitgangspunt dat beide bedrijven de bedrijfsvoering beëindigen. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de regeling ten aanzien van geur (al dan niet op hoogte), maar ook voor de omvang van het gezoneerd industrieterrein, de bijbehorende geluidzone en de hogere grenswaarden die daarbij horen. De HAC heeft immers in het vastgestelde omgevingsplan een geurcontour terwijl de geluidsbelasting vanwege de inrichting aan de Zonweg 23 (HAC en Cementbouw Betoncentrale) bepalend is voor de begrenzing van het gezoneerd industrieterrein en de daarmee samenhangende geluidzone.
Om echter de noodzakelijke aanpassingen naar aanleiding van de andere beroepen en de behandeling van die beroepen bij de Raad van State niet nog verder te vertragen, is er, in afstemming met de Raad van State, voor gekozen om het ontwerp-herstelbesluit, dat van 6 februari t/m 18 maart 2020 ter visie heeft gelegen, te knippen in twee besluiten. Het herstelbesluit 1A, dat ziet op alle overige beroepsgronden, is 25 november 2020 vastgesteld door de raad. Behandeling van
de beroepen tegen het vastgestelde omgevingsplan inclusief herstelbesluit 1A vindt plaats op 31 mei 2021 bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Onderhavig herstelbesluit 1B ziet enkel op de gronden behorend bij het gezoneerd industrieterrein en de bijbehorende geluidzone. Onderhavige Staat van Wijzigingen geeft aan wat de wijzigingen zijn die worden voorgesteld in het ontwerp-herstelbesluit 1B. Hieronder worden eerst de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van het Omgevingsplan Binckhorst, zoals dat op 29 november 2018 door de raad is vastgesteld en bij besluit van 25 november 2020 gewijzigd is vastgesteld, op een rij gezet en toegelicht. Vervolgens zal in de Staat van Wijzigingen precies worden benoemd welke aanpassingen er worden gedaan op de verbeelding, in de planregels, in (de aanvulling op) het OER en in de bijlagen bij de planregels en het OER. Als bijlage bij deze Staat van Wijzigingen zijn de aangepaste Factsheets Geur en Geluid gevoegd.
Toelichting wijzigingen Met het vertrek van de bedrijven op de Zonweg 23, in combinatie met de bepalingen in het Omgevingsplan Binckhorst dat geen nieuwe grootschalige bedrijfsactiviteiten (grote lawaaimakers) zich meer kunnen vestigen op het industrieterrein, ontstaat de situatie dat op grond van de Wro alleen het terrein van Basal (grote lawaaimaker) geluidgezoneerd moet zijn. De gronden Zonweg 23 (BAM) kunnen gedezoneerd worden en dat is wenselijk in verband met de beoogde woningbouw in het gebied. Voor het resterende gezoneerde industrieterrein (alleen Basal) dient de geluidszone verkleind te worden. Het geluidgezoneerde terrein en de daarbij behorende geluidzone moeten in het Omgevingsplan Binckhorst verkleind en op maat gemaakt worden voor Basal. Voor de juridischplanologische inpassing is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en zijn de uitkomsten daarvan juridisch-planologisch ingepast in het herstelbesluit. Op 20 oktober 1999 is de vergunning voor BV Betoncentrale Fabriton (nu Basal) verleend. Hierin zijn de activiteiten, de bedrijfstijden en het productieproces omschreven. Met de inwerkingtreding van de 3e tranche van het Activiteitenbesluit is Basal van rechtswege onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit komen te vallen en zijn de geluidvoorschriften behorend tot de vergunning overgegaan in maatwerkvoorschriften met onbeperkte overgangstermijn.
In de omgeving van het gezoneerde industrieterrein en binnen de huidige grenzen van de geluidzone zijn reeds verschillende woningen aanwezig of geprojecteerd. Voor deze woningen zijn op basis van de Wet geluidhinder in het verleden hogere waarden afgegeven. Hierbij zijn – gelet op de ligging tegenover Basal – de hogere waarden van het SDU-gebouw aan de Binckhorstlaan 401/403 maatgevend. Deze drie onderdelen gezamenlijk, de huidige geluidzone, de maatwerkvoorschriften en de verleende hogere waarden van het SDU-gebouw geven gezamenlijk invulling aan de geluidruimte van Basal. Voor de nieuwe begrenzing van de geluidzone is uitvoerig overleg gevoerd tussen de gemeente Den Haag, Basal en Antea Group. Ook is de Omgevingsdienst Haaglanden betrokken. In dit overleg, het uitgevoerde akoestische onderzoek en feitelijke metingen is gebleken dat het feitelijk gebruik niet geheel meer in overeenstemming is met de vergunde situatie. Dit is op zich verklaarbaar gelet op het verstrijken van de tijd na vergunningverlening (1999), maar is wel van belang voor de vaststelling van de nieuwe zone en het samengaan van de bedrijfsactiviteiten van Basal en de bestaande en geplande nieuwe woningbouw in de omgeving.
In het kader van een zorgvuldige afweging van de verschillende belangen, de toekomstbestendigheid van de bedrijfsactiviteiten én het borgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van bestaande en nieuwe woningen is gezocht naar een systematiek waarbij al deze belangen worden geborgd.
Deze systematiek is als volgt: er wordt uitgegaan van een geluidzone rondom het (verkleinde) industrieterrein en in aanvulling daarop wordt een referentienet van toetspunten rondom Basal in de verbeelding opgenomen gekoppeld aan de maximale geluidruimte (gemeten op deze punten) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als de maximale geluidniveaus (piekgeluid). Deze toetspunten zijn qua werking vergelijkbaar met maatwerkvoorschriften in de vergunning maar worden dus in het omgevingsplan vastgelegd zodat zowel Basal weet wat de geluiduitstraling mag zijn van hun bedrijfsactiviteiten maar ook de initiatiefnemers van woningbouw in de omgeving van Basal precies weten wat de geluiduitstraling is van Basal en waar zij rekening mee moeten houden bij bijvoorbeeld het bepalen van maatregelen aan de gebouwen. Hoewel de iets andere invulling van de bedrijfsactiviteiten leiden tot een beperkte overschrijding van de eerder vastgestelde maatwerkvoorschriften, is de geluiduitstraling nog steeds passend binnen de huidige geluidzone van het industrieterrein. Na het vertrek van de HAC en andere bedrijven kan Basal verzoeken om de vrijkomende geluidruimte toe te wijzen aan de bedrijfsactiviteiten van Basal.
Met dit herstelbesluit halen we deze afweging naar voren en borgen we in het omgevingsplan dat de vrijkomende geluidruimte vanwege de HAC en Cementbouw niet kan toekomen aan een ander bedrijf. Bij de overwegingen voor de aanpassing van het gezoneerde industrieterrein en de daarbij behorende geluidzone zijn de al verleende hogere waarden voor het SDU-gebouw betrokken. Hierbij is uitdrukkelijk besloten dat de bestaande woningen niet met een hogere geluidbelasting kunnen worden geconfronteerd dan waarmee bij de bouw van deze woningen rekening is gehouden zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat geborgd blijft. Deze verleende waarden worden dus niet overschreden. Voor Basal geeft deze aanpassing van het omgevingsplan de mogelijkheid om haar bedrijfsactiviteiten te optimaliseren binnen het kader dat voor een ieder helder, toegankelijk en zichtbaar is. Op deze manier wordt aan de belangen van zowel de bedrijfsvoering van Basal als die van de bestaande en toekomstige woningbouw optimaal tegemoet gekomen. Na de inwerkingtreding van het herstelbesluit 1B kan Basal van deze - in het omgevingsplan ingekaderde -ruimte gebruik maken door middel van een verzoek tot verruiming van de geluidsnormen in het maatwerkvoorschrift. Deze aanpassing van de geluidsnormen in het maatwerkvoorschrift dient te allen tijde te passen binnen de kaders van het omgevingsplan.
Hierna zal specifiek op de verschillende onderdelen een korte toelichting worden gegeven en worden toegelicht aan de hand van kaartmateriaal. Aanpassing zone gezoneerd industrieterrein Omdat bedrijven op een bedrijventerrein niet voortdurend in bedrijf zijn conform de representatieve bedrijfssituatie waarmee gerekend moet worden in de modellen, wordt een aftrek toegepast die is opgenomen in de Wet geluidhinder. Deze aftrek wordt ‘redelijke sommatie’ genoemd. Deze aftrek werd al toegepast in de huidige situatie en omdat Basal voldoet aan de voorwaarden hiervoor wordt deze aftrek ook op de nieuwe zone toegepast. In onderstaande figuren zijn de huidige zone en de nieuw op te nemen zone opgenomen.
Huidige zone
Nieuwe zone
Toetspunten Basal De nieuwe toetspunten zijn opgesteld in de vorm van rekenpunten rondom Basal. De onderstaande afbeelding toont de locaties van deze rekenpunten. In lijn met het toetsingskader van het Activiteitenbesluit (artikel 2.17 lid 2) zijn de rekenpunten op 50 meter van de grens van de inrichting geplaatst. Daarnaast zijn rekenpunten op de gevels van gebouwen gesitueerd die in de buurt van deze 50 meter zijn gelegen. In het omgevingsplan worden per rekenpunt de voorgestelde toetswaarden opgenomen voor zowel het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) als de maximale geluidniveaus (LAmax). De toetswaarden worden op verschillende hoogtes vastgesteld zodat ook de toekomstige hogere bebouwing beschermd is.
Hogere grenswaarden Door de voorgenomen ontwikkelingen zal het gezoneerde industrieterrein en de zone worden aangepast. Door verkleining van de zone zal het aantal reeds vastgestelde hogere waarden moeten worden aangepast. Deze aanpassing (in de vorm van aantallen) zal in het omgevingsplan worden verwerkt. Geurcontouren HAC en Renewi Het vertrek van de HAC heeft echter niet alleen een positief effect op de geluidsbelasting in de directe omgeving, maar betekent dat de geurbelasting eveneens minder zal worden. De geurbelasting op hoogte ten gevolge van de schoorsteen verdwijnt met het vertrek van de HAC. De geurcontour op maaiveld, die op de verbeelding is weergegeven zal kleiner worden. Aan de Zonweg 13 is het afvalverwerkingsbedrijf Renewi gevestigd. Ook dit bedrijf kent een geurcontour op maaiveld. Deze contour is echter kleiner dan de huidige contour die is weergegeven op de verbeelding. Met onderhavig besluit zal de contour op de verbeelding worden aangepast en zal de volgende contour vanwege Renewi worden opgenomen:
Relatie met woon-werk akkoord light d.d. 30 maart 2021 Op grond van artikel 6.12 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland dient in de toelichting op een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bestaand bedrijventerrein en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, te worden verantwoord op welke wijze binnen de regio compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden. Het omgevingsplan Binckhorst zoals dat op 29 november 2018 is vastgesteld maakt de transformatie naar een gemengd woon- en werkgebied mogelijk. Op grond van artikel 6.35 van de Omgevingsverordening kan worden afgeweken van de regels van afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening, voor zover het gaat om gronden die door het Rijk zijn aangewezen bij de toepassing van Hoofdstuk 2 van de Crisis- en Herstelwet en mits dit niet leidt tot onevenredige afbreuk van de provinciale belangen. Aan deze voorwaarden voldoet het omgevingsplan Binckhorst. Zowel de gemeente Den Haag als de provincie achten het echter van belang dat voldoende bedrijventerrein beschikbaar blijft voor Den Haag en de regio en daarom zijn in een parallel spoor aan de totstandkoming van herstelbesluit 1B afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in het bestuurlijk Woon-werkakkoord light dat op 30 maart 2021 is ondertekend. Het bestuurlijk Woon-werkakkoord
light bevat regionale afspraken tussen de provincie en de gemeenten Den Haag, Rijswijk, Delft en Leidschendam-Voorburg en heeft tot doel versnelling van de woningbouw te realiseren. Met de afspraken opgenomen in het bestuurlijk Woon-werk akkoord light wordt geborgd dat binnen de regio Haaglanden voldoende (HMC)bedrijventerreinen beschikbaar blijven om te kunnen voorzien in de behoefte van de (nabije) toekomst aan bedrijvigheid die past binnen de beleidsdoelstellingen met betrekking tot energietransitie en een circulaire economie en op locaties die daarvoor geschikt en toekomstbestendig zijn. Met deze afspraken wordt ook voldaan aan het bepaalde in artikel 6.12 Omgevingsverordening.
Staat van wijzigingen Digitale verbeelding: •
De huidige gebiedsaanduidingen milieuzone – geurzone, geluidzone – industrie en milieuzone - gezoneerd industrieterrein op de verbeelding worden vervangen door aangepaste gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – geurzone’, ‘geluidzone – industrie’ en ’milieuzone - gezoneerd industrieterrein’ die volgen uit onderzoek van Witteveen+Bos (geur) en Antea (geluid);
Planregels: •
In artikel 3 wordt een lid g en h toegevoegd: g. ter plaatse van de Zonweg 23 (op de kadastrale percelen GVH32 AP 1782, 1783 en 1707) geldt het volgende: tot 1-1-2022 is de activiteit “Asfaltcentrales, p.c. >= 100 ton/uur en zandhandel” toegestaan met een brutovloeroppervlak van maximaal 18.500 m2, een richtafstand voor geluid van 200 meter, een richtafstand voor gevaar van 30 meter en een richtafstand voor geur overeenkomstig de gebiedsaanduiding “milieuzone-geurzone voorlopig” op de verbeelding; 2. Tot 1-1-2022 is de activiteit “Betonmortelcentrales:- p.c. >= 100 t/u en zand- en grindoverslag” toegestaan met een brutovloeroppervlak van 9084 m2, een richtafstand voor geluid van 200 meter, een richtafstand voor stof van 100 meter, een richtafstand voor geur van 30 meter en een richtafstand voor gevaar van 10 meter; 1.
h. ter plaatse van de Binckhorstlaan 362 geldt, aanvullend op het gestelde in de Tabel bestaande activiteiten in bijlage 2 bij de planregels het volgende:
Ter plaatse van de toetspunten opgenomen op de kaart in bijlage 9 bij deze planregels dienen de in de tabel in bijlage 10 bij deze planregels opgenomen toetswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) in acht te worden genomen; 2. Ter plaatse van de toetspunten opgenomen op de kaart in bijlage 9 bij de planregels dienen de volgende in de tabel in bijlage 10 bij deze planregels opgenomen toetswaarden voor het piekgeluid (LAmax) in acht te worden genomen; 1.
•
Artikel 7.2.1 sub a wordt als volgt aangepast: a. de geluidbelasting op de gevel van een gebouw waarin een gevoelige activiteit is of wordt gevestigd, of op de grens van een geluidgevoelig terrein, op de verbeelding aangegeven met de gebiedsaanduiding Milieuzone-geluidzone bedraagt vanwege het (gezoneerde) industrieterrein Binckhorst Zuid maximaal: 1. 60 dB(A) voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen; 2. 55 dB (A) voor overige objecten waarin een gevoelige activiteit is of wordt gevestigd, met dien verstande dat, indien op de in de zone aanwezige geluidsgevoelige bestemmingen (Bevinden zich geen geluidsgevoelige bestemmingen in de geluidzone, dan liggen de beoordelingspunten op de zonegrens) sprake is van minimaal één en minder dan tien bepalende bedrijven met een jaargemiddeld niet continue geluiduitstraling, voorafgaande aan de toetsing vanwege redelijke sommatie 2 dB van het conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai afgeronde rekenresultaat voor de geluidbelasting wordt afgetrokken;
•
In artikel 16 van de planregels (Verboden) worden de volgende bepalingen toegevoegd: e. “het in gebruik hebben van de gronden aan de Zonweg 23 als asfaltcentrale en zandhandel na 1 januari 2022; f. het in gebruik hebben van de gronden aan de Zonweg 23 als betoncentrale en zanden grindoverslag na 1-1-2022”;
•
In artikel 18.4 wordt de bepaling in lid 2 (“er geen ander geluidzoneringsplichtige inrichting meer op het industrieterrein is gevestigd en;”) geschrapt. Deze bepaling is zinledig geworden nu Basal als enige zoneringsplichtige bedrijf overblijft op het gezoneerde industrieterrein;
•
•
•
•
In artikel 24 wordt in lid a een vijfde sublid toegevoegd: “de voortgang en uitvoering van de beëindiging van de bedrijfsvoering van de bedrijven aan Zonweg 23 op de in artikel 3, lid g en artikel 16 lid e en f genoemde data”; In artikel 26 Hogere waarden wordt de eerste zin als volgt aangepast: “In aanvulling op het bepaalde in artikel 7 dienen de volgende hogere waarden in acht genomen te worden”: In artikel 26 worden in lid a, b en c de volgende aanpassingen toegevoegd ten gevolge van de aanpassing van het gezoneerd industrieterrein en de bijbehorende geluidzone: zie artikel 26 in de bijlage; In bijlage 1 bij de planregels (begripsbepalingen en wijze van meten) wordt de volgende rekenmethode opgenomen voor het berekenen van de waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en de maximale geluidniveaus (LAmax) ter plaatse van de toetspunten opgenomen op de kaart in bijlage 9 bij de planregels: “Berekening geluidswaarden ter plaatse van de toetspunten opgenomen in bijlage 9 bij de planregels: Bij het bepalen van de geluidsniveaus op de toetspunten opgenomen in bijlage 9 bij de planregels dient te worden uitgegaan van een poldercontour, (dat wil zeggen dat er geen rekening moet worden gehouden met gebouwen buiten het gezoneerde terrein) en er dient gerekend te worden met een bodemfactor 0.2.
Tevens dient, met in achtneming van de handleiding meten en rekenen industrielawaai de redelijke sommatie toegepast te worden .”
• •
• •
In bijlage 2 bij de planregels (Tabel bestaande activiteiten) komen de bestaande activiteiten op het perceel Zonweg 23 te vervallen; In bijlage 2 bij de planregels (Tabel bestaande activiteiten) wordt voor wat betreft de richtafstand geluid ter plaatse van Binckhorstlaan 362 (Basal) verwezen naar het gestelde in artikel 3 sub h van de planregels en de bijbehorende punten opgenomen in bijlage 9 bij de planregels en toetswaarden in bijlage 10 van de planregels; Er wordt een nieuwe bijlage aan de regels toegevoegd (bijlage 9) met daarop de toetspunten rondom Basal (zie kaartje hierboven onder het kopje “Toetspunten Basal”); Er wordt een nieuwe bijlage aan de regels toegevoegd (bijlage 10) met daarin twee tabellen met de toetswaarden behorend bij de toetspunten die op de kaart in bijlage 9 zijn opgenomen (zie bijlage);
Beleidsregels: •
Bij de beleidsregel monitoring wordt toegevoegd hoe vaak de gemeenteraad op de hoogte wordt gebracht van de beëindiging van de activiteiten aan Zonweg 23
OER: • •
Samenvatting: de tekst in de samenvatting bij het OER wordt aangepast waarbij wordt aangegeven waar herstelbesluit 1A en 1B op zien (zie bijlage) In hoofdstuk 8 van het OER worden in paragraaf 8.3.2.6 de volgende passages als volgt aangepast:
Gezoneerd industrieterrein Voor het gezoneerd industrieterrein Binckhorst-Zuid zijn specifieke regels opgenomen. Zo wordt de bouw van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen en terreinen op dit gezoneerd industrieterrein uitgesloten. Daarnaast worden beperkingen gesteld aan de maximale geluidbelasting op enige gevel van een gevoelige activiteit als gevolg van het gezoneerd industrieterrein. De bouw van woningen rondom dit gezoneerd industrieterrein is toegestaan, mits de geluidbelasting op de gevel van deze woningen niet meer dan 55 dB(A) als etmaalwaarde bedraagt. Daarnaast zijn ook in de randvoorwaarden van specifieke activiteiten randvoorwaarden opgenomen ten behoeve van het gezoneerd industrieterrein. Met de beëindiging van de activiteiten van de bedrijven gelegen aan de Zonweg 23, blijft betoncentrale Dyckerhoff Basal, gevestigd aan de Binckhorstlaan 362, over als enige bedrijf gevestigd op het gezoneerd industrieterrein.
In het kader van een zorgvuldige afweging van de verschillende belangen, de toekomstbestendigheid van de bedrijfsactiviteiten én het borgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van bestaande en nieuwe woningen is ervoor gekozen in aanvulling op bovengenoemde regeling in het omgevingsplan tevens een referentienet van toetspunten rondom Basal in de verbeelding op te nemen gekoppeld aan de maximale geluidruimte (gemeten op deze punten) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus (piekgeluid). Deze toetspunten zijn qua werking vergelijkbaar met maatwerkvoorschriften in de vergunning maar worden in het omgevingsplan vastgelegd zodat zowel Basal weet wat de geluiduitstraling mag zijn van de bedrijfsactiviteiten maar ook de initiatiefnemers van woningbouw in de omgeving van Basal precies weten wat de geluiduitstraling is van Basal en waar zij rekening mee moeten houden bij bijvoorbeeld het bepalen van maatregelen aan de gebouwen.
Geurhinder De geurcontouren van de twee bestaande bedrijven (AVR (Meteoorstraat 65) en Renewi (Zonweg 13)), die afwijken van de richtafstanden, zijn opgenomen op de verbeelding. Binnen deze geurcontouren (aangeduid met de aanduiding 'milieuzone - geurzone') zijn geen geurgevoelige objecten toegestaan. Voor nieuwe activiteiten, bijvoorbeeld de vestiging van een nieuw geurveroorzakend bedrijf geldt dat de geuremissie veroorzaakt door activiteiten ter plaatse van de perceelsgrens van de inrichting niet meer dan 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde mag bedragen.
• •
De aanvulling OER wordt aangepast aan bovengenoemde uitgangspunten (zie bijlage) De Factsheets Geur en Geluid worden aangepast (zie bijlagen)