CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308992 Bijlage 1c Achtergronddocument 28 juli 2014

Commissie Leefomgeving 6 juli 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken6.548 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Achtergronddocument aanpassing recreatieve infrastructuur in het Westduinpark.

Ten behoeve voor de vergunningaanvraag Flora en Fauna wet. In opdracht voor de gemeente Den Haag Definitief

28 juli 2014 Dunea Klant en Natuur Afdeling Strategie J.J.J.M. Lucas

1

2

Inhoudsopgave 1.0 Inleiding........................................................................................................................................................... 5 1.1 Uitvoeringsperiode ....................................................................................................................................... 7 1.2 Natura 2000 gebied: Westduinpark en Wapendal. ........................................................................................ 7 1.3 Landschap ................................................................................................................................................... 8 2.0 Werkzaamheden per deelgebied ..................................................................................................................... 9 2.1 Deelgebied de Natte pan.............................................................................................................................. 9 2.2 Deelgebied De Plak ................................................................................................................................... 10 2.3 Deelgebied De Wieringsestraat ..................................................................................................................

11 2.4 Deelgebied Radio Scheveningen ............................................................................................................... 12 2.5 Deelgebied Bosjes van Poot ...................................................................................................................... 13 3.0 Wettelijk kader ............................................................................................................................................... 15 3.1 Flora- en fauna wet .................................................................................................................................... 15 3.2 Beschermde soorten .................................................................................................................................. 15 3.3 Zorgplicht en verbodsbepalingen................................................................................................................ 15 3.4 Beschermingsregimes................................................................................................................................ 15 3.5 Vogels ....................................................................................................................................................... 16 4.0 Algemene beschrijving van de werkzaamheden.

............................................................................................ 17 5.0 Onderzoek..................................................................................................................................................... 19 5.1 Terreinbeschrijving..................................................................................................................................... 19 5.2 Beschermde soorten .................................................................................................................................. 19 6.0 Projectbeschrijving ........................................................................................................................................ 21 7.0 Toetsing planontwikkeling .............................................................................................................................. 21 8.0 Conclusie ...................................................................................................................................................... 23 9.0 Noodzaak tot aanvraag voor ontheffing.......................................................................................................... 23

3

4

1.0 Inleiding Het Westduinpark is gelegen in de Gemeente Den Haag. Gelegen tussen de badplaatsen Scheveningen en Kijkduin. Dit duingebied ligt ingeklemd tussen de stad Den Haag en het strand. Het is smal en lang duingebied van ongeveer 249 hectare groot. De menselijke beïnvloeding in het gebied is groot. Het gebied kent jaarlijks twee miljoen bezoeken. De recreatieve infrastructuur bestaat uit een aantal fietspaden(evenwijdig en haaks op de kust) en een zeer hoge dichtheid aan recreatieve verharde wandelpaden. Vele van deze wandelpaden worden naast recreatie ook gebruikt voor de bevoorrading van strandtenten. Dit levert veelal onveilige situaties en problemen op tussen de (strand) bezoeker en het (bevoorrading) verkeer. Om die reden wil de gemeente Den Haag de huidige recreatieve infrastructuur in het Westduinpark zodanig optimaliseren en de functies zodanig zoneren waardoor onveilige situaties op de fiets- en wandelpaden tot een minimum wordt beperkt. En dat de natuurbeleving van de bezoeker, als wandelaar en/of fietser alleen maar wordt versterkt en de natuurbeleving toeneemt.

Fig.1.Toekomstige recreatieve infrastructuur Westduinpark

Daarnaast wordt het deelgebied Radio Scheveningen in de aankomende jaren, nadat daar natuurherstelmaatregelen zijn uit gevoerd(weghalen van de verschillende zendmasten en degelijke) aan het Westduinpark toegevoegd. Dit betekent dat door het gebied aan de noordzijde van het Westduinpark als een groene buffer in te richten, waardoor de (extra) recreatiedruk vanuit de nieuwe nieuwbouwlocatie Northfolkline terrein kan worden opgevangen. Door het creëren van uitloop en wandel mogelijkheden in dit gebied met eventueel in te richten bezoekerscentrum als recreatief middelpunt van het gebied kan de natuurwaarde van dit gebied grotendeels worden behouden en gewaarborgd. Een deel van de bestaande paden/wegen in dit gebied kunnen voor een deel worden gebruikt als recreatief wandel- en fietspad en daarmee aansluiten aan de huidige recreatieve infrastructuur van het deelgebied de Wieringsestraat. Een ander deel van de bestaande paden en wegen in dit gebied zullen moeten worden opgeheven. Dit laatste als compensatie maatregel voor het behoud en optimalisatie van de verschillende en prioritair habitattypen. De keuze welke paden binnen dit gebied worden opgeheven en/of worden gebruikt, is bepaalt door de aanwezigheid van de huidige en potentiele kwaliteit van de verschillende habitattypen. Daarnaast is rekening gehouden met de potentiele locaties voor het dynamiseren van het duinlandschap.

Door de voormalige gebouwen van Radio Scheveningen in te richten als bezoekerscentrum en daar de egelopvang en Omnigroen te huisvesten wordt het noordelijk deel van het Westduinpark de recreatieve hoofdentree naar het duinlandschap. Hierdoor worden cultuurhistorische elementen behouden. Door dit te realiseren wordt er een duidelijk overzichtelijk entree gecreëerd naar het duin toe. Door de verschillende duin gebonden functies te bundelen kan het gebouw waar nu Omnigroen en de Egelopvang( nabij het Savornin Lohmanpad) zijn gehuisvest worden opgeheven en kan worden terug gegeven aan de natuur als uitbreiding van het habitattype kalkrijk grijs duin. Door deze nieuwe maatregelen vindt er een betere en overzichtelijke zonering zowel vanuit natuur als vanuit de recreatie plaats.

5

Door vergroting van de toegankelijkheid van het Westduinpark vraag deze nieuwe situatie een aanpassing van de huidige recreatieve zonering. Omdat het duin voor zowel de natuur maar ook voor de recreatie een aaneengesloten natuurgebied tussen Scheveningen en Kijkduin wordt zullen deels wandelpaden worden omgevormd van verhard naar onverhard, opgeheven, verlegd of nieuw worden aangelegd. Dit laatste geldt ook voor de fietspaden. En dan vooral het fietspad, dat evenwijdig aan de kust is gelegen(tussen Kijkduin en Scheveningen), krijgt in deze nieuwe situatie een betere aansluiting met het nieuwe fietspad 370, de verbinding van Hoek van Holland tot aan Scheveningen. Hierdoor ontstaat er een betere recreatieve fietsnetwerk langs de Zuid-Hollandse kust. Door deze verandering wordt de bevoorrading van de strandtenten over de bestaande fiets en wandelpaden hiermee ook veranderd en beter gezoneerd. Dit alles met als doel dat het voor zowel de wandelaar als voor de fietser het alleen maar veiliger en rustiger wordt en dat het zo min mogelijk met elkaar conflicteert. In de afgelopen jaren zijn in het Westduinpark, in de deelgebieden Natte pan en de Wieringsestraat, natuurherstel werkzaamheden uitgevoerd.

In deze deelgebieden zijn naast het bevorderen van de natuurlijke dynamiek en het verwijderen van duinvreemde soorten, met als doel aan de instandhoudingdoelstellingen Natura 2000 te voldoen, ook de recreatieve infrastructuur aangepast. Een aantal wandelpaden zijn in deze deelgebieden omgevormd van verhard naar onverhard en andere wandelpaden zijn opnieuw verhard met kleischelpen. Daarnaast zijn de hooggelegen wandelpaden over duintoppen zoveel mogelijk verplaatst naar lager gelegen duinvalleien. Hiermee neemt de natuurbeleving van de recreant/bezoek in het Westduinpark alleen maar toe. De Gemeente Den Haag heeft de wens de recreatieve infrastructuur in het gehele duingebied Westduinpark en Bosjes van Poot te optimaliseren en zodanig te zoneren zodat er in de toekomst geen onveilige situatie voordoen op de recreatieve wandel- en fietspaden zonder dat dit afbreuk doet aan de natuur.

Fig. 2. Overzicht padenstructuur(verleggen, omvormen, opheffen, optimaliseren)

Door de combinatie van de aanwezigheid van het strand en de nabijheid van de stedelijke woonomgeving is het recreatieve gebruik in Westduinpark intensief. Tegelijkertijd heeft het gebied hoge potentiele natuurwaarden. Een goede balans tussen natuur en recreatie is dan ook van groot belang om ervoor te zorgen dat enerzijds de waardevolle leefgebieden van planten en dieren en het unieke duinlandschap worden behouden en anderzijds de recreanten kunnen blijven genieten van het duingebied. Dit wordt bereikt door een goede ruimtelijke zonering, die is afgestemd op de draagkracht van het gebied. Deze zonering is uitgewerkt in de Nota Zonering (2007), die voor tien onderscheiden deelgebieden op basis van de verschillen in draagkracht en kwetsbaarheid de verhouding tussen natuur en recreatie aangeeft. Op basis van deze indeling worden de te nemen beheermaatregelen per deelgebied bepaald en wordt ook het voorzieningenniveau aangepast, zodat in de deelgebieden in de toekomst de balans tussen natuur en recreatie geoptimaliseerd kan worden.

Deze optimalisatie van recreatieve infrastructuur heeft voornamelijk betrekking op het deelgebied de Plak, Radio Scheveningen, Wieringsestraat, deels de Natte pan en de Bosjes van Poot. 6

Uit de berekening blijkt(zie bijlage Habitattoets met bijlage) dat deze aanpassing van de recreatieve infrastructuur ten opzichte van de huidige naar de nieuwe situatie inclusief Radio Scheveningen(het huidig defensiegebied) voor de natuur in totaal 10.984,5 vierkante meters oplevert. En dat aan grotendeels potentieel kalkrijk grijs duin met deels struweel en duinbos. Voor specifiek het Westduinpark is dat een positieve bijdrage van 6.177 vierkante meters natuur. Voor het deelgebied Radio Scheveningen(Defensiegebied) is dat 312,5 vierkante meters en voor het deelgebied Bosjes van Poot een positieve bijdrage voor de natuur van 4.495 vierkante meters.

Fig. 3. Indeling deelgebieden Westduinpark

1.1 Uitvoeringsperiode De werkzaamheden zullen gefaseerd buiten de broedperiode( van 1 maart tot 1 september) worden uitgevoerd in de periode van 2014 tot en met 2020. Bij onverhoopt uitloop van de projecten zal het termijn van 2020 met een eventuele uitloop tot 1 maart 2025 worden opgeschoven (deze keuze moet nog gemaakt worden en is afhankelijk van de interne planning van de nog uit te voeren projecten). In eerste instantie zullen de verschillende paden worden opgeheven, omgevormd of worden verlegd in de deelgebieden Natte Pan, Wieringsestraat, de Plak, Bosjes van Poot en Radio Scheveningen. Deelgebied Radio Scheveningen zal na het beëindigen van de huidige defensie activiteit de verschillende natuurherstel werkzaamheden worden uitgevoerd. Gelijktijdig zal in dit deelgebied de padenstructuur worden meegenomen. Omdat de werkzaamheden per deelgebied sterk verschillen, zal per deelgebied de werkzaamheden worden beschreven, wat daar gaat gebeuren als het gaat om het opheffen, omvormen, het verleggen en het nieuw aanleggen van de verschillende wandel-, fiets en ruiterpaden(zie hoofdstuk 2.0).

1.2 Natura 2000 gebied: Westduinpark en Wapendal. Het natuurgebied Westduinpark heeft sinds 1990 een beschermde status als ‘Beschermd Natuurmonument Westduinpark’. Er bestaat ook een Europees netwerk van wettelijk beschermde natuurgebieden: de Natura 2000gebieden. Het Westduinpark vormt samen met de Bosjes van Poot en Wapendal sinds 2003 een Natura 2000gebied. Op 30 september 2011 heeft de Minister van EZ het gebied Westduinpark & Wapendal (samen met de Bosjes van Poot) formeel aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Haagse duingebieden hebben behalve een 7

nationale nu ook een internationale beschermde status. Volgens deze Europese natuurwet moeten de beschermde leefgebieden van planten en dieren beschermd blijven(dus behoud van de oude Natuurbeschermingswet doelen). Om deze leefgebieden te beschermen zijn er en worden er de komende tijd verschillende werkzaamheden uitgevoerd in het Westduinpark.

1.3 Landschap Het Natura 2000 gebied Westduinpark en Wapendal liggen bij Den Haag, in de oorspronkelijk tot vier kilometer lange zone, tussen Scheveningen en Kijkduin, van jonge, kalkrijke zee duinen en het achter liggende, veel minder reliëfrijke landschap van strandvlakten en oude, ontkalkte strandwallen. Grote delen van het jonge duinlandschap, dat vanaf de 12de eeuw in fasen is ontstaan, zijn in de loop van de tijd verdwenen door kusterosie en, langs de binnenrand, door stadsuitbreiding. Wat resteert aan jonge kustduinen bij Den Haag staat nu bekend onder de naam Westduinpark. Dit gebied wordt gekenmerkt door een opvallend uitgesproken reliëf met duintoppen hoger dan 30 meter boven NAP. Grote delen van het landschap liggen hoger dan de zeereep. Het reliëf is deels natuurlijk, maar voor een belangrijk deel ook door de mens gevormd, zoals in het deelgebied de Plak, die ontstond door ophoging met zand dat vrijkwam bij het graven van de haven van Scheveningen (omstreeks 1900). Vanaf het midden van de jaren dertig van de vorige eeuw werd dit vlakke terrein achtereenvolgens gebruikt om de netten van de Scheveningse vissers te boeten, als vuilnisbelt en als stortplaats van de gemeentelijke plantsoenendienst. Tegenwoordig is de voormalige stortplaats met zand afgedekt maar verraadt de afwijkende ondergrond zich nog in de ruige vegetatie met bijvoorbeeld veel Reuzenbereklauw.

Ook op andere plekken is in het verleden stadsvuil ingegraven. In de oorlogsjaren werd het duingebied plaatselijk vergraven bij de aanleg van bunkers en loopgraven. Het gebied Wapendal is een van de laatste min of meer gave restanten van het oorspronkelijke, circa 5.000 jaar oude duinlandschap, dat in de loop der eeuwen grotendeels is verdwenen onder de bebouwing van Den Haag. De teloorgang van strandwallen en strandvlakten begon hier al in de eerste helft van de 13de eeuw, toen de Graven van Holland een kasteel lieten bouwen op de overgang van een hoge, droge strandwal naar de landinwaarts gelegen vochtiger gronden. Om het kasteel met zijn bekende Binnenhof en Ridderzaal ontstond uiteindelijk de stad Den Haag. Wapendal ligt op dezelfde strandwal als het Binnenhof, zij het ruim twee kilometer westelijker, aan de buitenrand van het oude duinlandschap. De naam is afgeleid van het woord wapel, een laag gelegen, beweide plek. Het toch betrekkelijk hoog en droog gelegen gebied heeft in het verleden onderdeel uitgemaakt van het Segbroek, een moerassige strandvlakte die tussen Kijkduin en Scheveningen de grens vormde tussen de strandwallen en het jonge duinlandschap.

8

2.0 Werkzaamheden per deelgebied 2.1 Deelgebied de Natte pan In het deelgebied De Natte pan zal het Savornin Lohmanpad worden omgevormd in een gescheiden wandel- en fietspad(bevoorrading pad). Dit pad levert in de huidige situatie zeer veel problemen op. Wandelaars, fietsers en bevoorrading conflicteert hier enorm. Ook wordt dit pad gebruikt voor onder andere dienstverlening vanuit de verschillende diensten. Dit pad is een van de drukste paden van het Westduinpark. Vooral in de zomermaanden is dit een zeer groot probleem. Door hier een recreatieve wandelpad aan te leggen(tracé 23) evenwijdig aan het bestaande Savornin Lohmanpad worden de verschillende recreatieve stromen gescheiden. Daarnaast wordt het bestaande verharde wandelpad versmald(tracé 1) en omgevormd van verhard in onverhard. En tracé 2 wat in de huidige situatie bestaat uit een breed en zeer steil geasfalteerd wandelpad wordt in de nieuwe situatie opgeheven. Dit levert voor de binnenrandbos een positieve bijdrage op.

egelopvang

Fig. 4. Ligging van het tracé, Savornin Lohmanpad, Westduinpark. Naast het bestaande pad wordt een nieuw verhard wandelpad aangelegd(naast tracé 23). Dit om de verschillende recreatieve verkeerstromen te scheiden(fietsers, bevoorrading en wandelaars).

Door gebruik te maken van de bestaande “cultuurhistorische” gebouwen in het deelgebied Radio Scheveningen en daar mogelijk alle functies te zoneren en te bundelen zoals de Egelopvang en Omnigroen, kan het bestaande gebouw in dit deelgebied de natte Pan worden geamoveerd. Dat geldt tevens ook voor de parkeerplaats en de breedte van het pad, vanaf het Savornin Lohmanpad tot aan het bestaand gebouw. Hierdoor ontstaat er ruimte voor het ontwikkelen van kalkrijk grijs duin. Deze maatregel is niet meegenomen in deze habitattoets omdat hierover nog een besluit moet worden genomen.

9

2.2 Deelgebied De Plak In dit deelgebied gaat het meeste veranderen. Door de onderstaande figuren, huidig en nieuwe situatie met elkaar te vergelijken, laat zien dat in dit terreingedeelte de totale recreatieve infrastructuur anders wordt gesitueerd.

Fig. 5a. Huidige situatie.

In de nieuwe situatie worden verschillende paden rondom de filmbunker opgeheven. Deze filmbunker krijgt een directe aansluiting op het recreatief fietspad. Het Baden Powell pad wordt grotendeels opgeheven. Het bestaande fietspad en het wandelpad richting de Duivelandsestraat wordt deels opgeheven en verlegd richting strandslag 10. Het wandelpad krijgt een nieuwe aansluiting op het bestaande wandelpad. Daarnaast wordt een extra ruiterpad aangelegd richting het strand. Dit ruiterpad valt binnen de huidige begrenzing van het tracé. Door dit tracé te optimaliseren ontstaat binnen de huidige begrenzing van het pad ruimte voor de aanleg van het ruiterpad. Ook komt er evenwijdig aan de Laan van Poot een extra ruiterpad, dat buiten het begrazinggebied komt te liggen(zie tracé 32).

Fig. 5b. De nieuwe situatie waar het bestaande fietspad deels wordt opgeheven en verlegd naar strandslag 10.

Daarnaast worden in dit deelgebied “de Plak” een aantal wandelpaden opgeheven of omgevormd van verhard naar onverhard. Dit betekent dat een verhard wandelpad in de huidige situatie met een breedte van 3,5 meter wordt terug gebracht naar een onverhard wandelpad(struin pad) met een uiteindelijk breedte van 1 meter op termijn. De met rood aangegeven wandelpaden in bovenstaand figuur 5b worden opgeheven. De met groen aangegeven wandelpaden zijn nieuwe wandelpaden. En de gele zijn wandelpaden die van verhard naar onverhard worden omgevormd. De met blauw aangegeven wandelpad tracé 4 is een nieuw verhard wandelpad. Dit omdat tracé 3 een veel te steil wandelpad is gekozen om dit deel door een esdoornbos een nieuw verhard wandelpad aan te leggen, namelijk tracé 4. Door het in zwart aangegeven nieuw aan te leggen fiets en wandelpad tracé 22 worden de tracés 16, 17, 18 en 19 opgeheven.

10

2.3 Deelgebied De Wieringsestraat

Fig. 6. Het in de nieuwe situatie aan te leggen wandelpad, tussen strandslag 10 en 11.

In de nieuwe situatie(zie figuur 6) wordt tussen strandslag 10 en 11 een nieuw recreatief wandelpad aangelegd. Omdat dit pad in de huidige situatie gebruikt wordt door fietsers(illegaal), bevoorrading en dienstverlening en wandelaars, levert dat vele problemen en conflicten op. Omdat het in de huidige situatie het gebruik door de verschillende gebruikers van dit pad conflicteert en in de nieuwe situatie het bestaande pad dienst gaat doen als recreatief fietspad is het noodzakelijk dat evenwijdig(aan landzijde) van het bestaande pad een recreatief wandelpad wordt aangelegd, tracé 24. Hiermee worden de verschillende recreatieve gebruikers gescheiden waardoor de conflicten in de toekomst tot een minimum beperkt zijn. Verder wordt het verhard wandelpad tracé 25 in een onverhard wandelpad omgevormd. Het verharde wandelpad tracé 28 wordt, nadat het fiets en wandelpad(tracé 32) in het deelgebied Radio Scheveningen is doorgetrokken, omgevormd in een onverhard wandelpad. Aan de zeezijde van het deelgebied Radio Scheveningen worden een aantal illegale gebruikte onverharde wandelpaden terug gebracht naar een onverhard struin pad(tracé31). En vanuit het gebouwencomplex van Radio Scheveningen wordt een struin pad aangelegd(tracé 30) naar een verhoogd gedeelte van het duingebied waar de recreant/bezoeker een overzicht heeft van het Westduinpark.

11

2.4 Deelgebied Radio Scheveningen

Fig. 7. Het in de nieuwe situatie aan te leggen wandel- en fietspad.

In het deelgebied Radio Scheveningen wordt in de aankomende jaren, nadat daar natuurherstelmaatregelen zijn uitgevoerd(weghalen van de verschillende zendmasten en degelijke) aan het Westduinpark toegevoegd. Een deel van de bestaande paden/wegen die het gebied rijk is zal voor een groot deel worden opgeheven(deze zijn in figuur 7 in rood aangeven) . Het pad vanaf het bestaande gebouwencomplex(tracé 11) zal worden omgevormd als een recreatief wandel- en fietspad en daarmee aansluiten aan de huidige recreatieve infrastructuur van het deelgebied de Wieringsestraat. Dit pad zal zodanig worden ingericht dat in de toekomstige situatie het nieuwe fietspad ook kan worden gebruikt voor de bevoorrading van de strandtenten. Daarmee komt te zijner tijd het tracé 28 (deelgebied de Wieringsestraat) voor de bevoorrading van strandtenten te vervallen. Dit pad wordt te zijner tijd een onverhard wandelpad.

12

2.5 Deelgebied Bosjes van Poot

Fig. 8. De nieuwe situatie van de om te vormen wandelpaden.

In het deelgebied Bosjes van Poot worden verschillende wandelpaden omgevormd van verhard naar onverharde wandelpaden. Alle wandelpaden die in figuur 8 in geel zijn aangegeven worden omgevormd naar onverhard. Dit betekent dat de 3,5 meter brede verharde wandelpaden worden omgevormd naar 1 meter brede onverharde wandel(struin)paden. De in rood aangegeven paden worden opgeheven en in groen(tracé 48) wordt nieuw aangelegd. Door deze optimalisatie van de verschillende wandelpaden ontstaat er een goede balans tussen natuur en recreatie waarbij van groot belang is te zorgen dat enerzijds waardevolle leefgebieden van planten en dieren en het unieke duinlandschap worden behouden en anderzijds de recreanten kunnen blijven genieten van het duingebied(natuurbeleving).

13

14

3.0 Wettelijk kader De Natuurbeschermingswet dateert uit 1967. Deze voldeed niet aan de verplichtingen van de internationale verdragen en de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (Anonymus 1979, 1992). Daarom is het Nederlandse natuurbeschermingsrecht aangepast. In 2002 is de Flora- en fauna wet (Anonymus 1998, 2000) van kracht geworden waarin de soortenbescherming is opgenomen en in oktober 2005 is de gewijzigde Natuurbeschermingswet 1998 ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden inwerking getreden. De teksten voor dit hoofdstuk zijn grotendeels ontleend aan de website van het ministerie van economische zaken.

3.1 Flora- en fauna wet In de Flora- en fauna wet is het soortenbeschermingsdeel van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn geïmplementeerd evenals het CITES1-verdrag. De doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van de gunstige staat van instandhouding van in het wild levende planten- en diersoorten.

3.2 Beschermde soorten Onder de Flora- en fauna wet zijn de volgende soorten als beschermd aangewezen: • een aantal inheemse plantensoorten, • alle van nature in Nederland voorkomende soorten zoogdieren (met uitzondering van Zwarte rat, Bruine rat en Huismuis), • alle van nature op het Europese grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie voorkomende vogelsoorten, • alle van nature in Nederland voorkomende amfibieën- en reptielensoorten, • alle van nature in Nederland voorkomende vissoorten (met uitzondering van soorten genoemd in de Visserijwet 1963); • een aantal overige inheemse diersoorten, • een aantal uitheemse dier- en plantensoorten.

3.3 Zorgplicht en verbodsbepalingen In de Flora- en fauna wet is een zorgplicht opgenomen en de wet bevat een aantal verbodsbepalingen om er voor te zorgen dat in het wild levende soorten zoveel mogelijk met rust gelaten worden (alleen de relevante verbodsbepalingen worden hier genoemd). • Artikel 2: Zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat menselijk handelen geen nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. In het geval van beschermde planten of dieren geldt de zorgplicht ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht voor dieren betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, met zo min mogelijk lijden gepaard gaat. • Artikel 8: Het is verboden planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen. • Artikel 9: Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen. • Artikel 10: Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten.

• Artikel 11: Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren. • Artikel 12: Het is verboden eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen. • Artikel 13: Het is verboden om beschermde dier- en plantensoorten te vervoeren en onder zich te hebben.

3.4 Beschermingsregimes In 2005 is de Flora- en fauna wet gewijzigd door een inwerking getreden Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB artikel 75 Flora- en fauna wet). Artikel 75 biedt de mogelijkheid ontheffing aan te vragen van de verbodsbepalingen (artikel 8 t/m12, zie hierboven). Ook biedt de Flora- en fauna wet voor bepaalde soorten en

15

ingrepen vrijstellingen, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. In de nieuwe opzet van de Flora- en fauna wet zijn beschermde soorten onderverdeeld in drie tabellen, elk met hun eigen beschermingsregime, en worden vogels apart behandeld (Figuur 2). De volgende drie beschermingsregimes worden onderscheiden: • Regime 1: Hieronder vallen de zogenaamde tabel 1-soorten. Dit betreft een aantal beschermde, maar vrij algemene soorten in Nederland. De gunstige staat van instandhouding in Nederland is momenteel niet in het geding en ze staan niet vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. • Regime 2: Hieronder vallen de zogenaamde tabel 2-soorten. Dit betreft de ‘overige beschermde soorten’. Deze soorten zijn beschermd en de gunstige staat van instandhouding in Nederland kan in het geding zijn. Ze staan niet vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. • Regime 3: Hieronder vallen de zogenaamde tabel 3-soorten. Dit betreft de ‘strikt beschermde soorten’. Voor deze soorten geldt dat de gunstige staat van instandhouding in Nederland duidelijk in het geding is en/of ze staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. De eerste groep betreft soorten die middels een Algemene Maatregel van Bestuur door de minister van LNV zijn aangewezen (AMvB bijlage 1-soorten). De tweede groep betreft soorten uit bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn.

3.5 Vogels Vogels zijn niet in één van bovenstaande tabellen opgenomen en worden inde nieuwe opzet van de Flora- en fauna wet apart behandeld. Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar door gebruiken zijn jaar rond beschermd. Er worden vier categorieën onderscheiden van nesten die hele jaar door zijn beschermd: 1.Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rusten verblijfplaats (voorbeeld: Steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De(fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: Roek, Gierzwaluw en Huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaatsen zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: Ooievaar, Kerkuil en Slechtvalk). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (bijvoorbeeld: Boomvalk, Buizerd en Ransuil).

16

4.0 Algemene beschrijving van de werkzaamheden. In de aankomende jaren(2014 tot en met 2020) zullen buiten de broedperiode(van 1 maart tot 1 september) in het Westduinpark de verschillende werkzaamheden aan de recreatieve infrastructuur worden gestart en uitgevoerd. En dan in eerste instantie in de deelgebieden de Plak, deels in de Wieringsestraat, Natte pan, Bosjes van Poot en Radio Scheveningen. De werkzaamheden (zie fig. 2 t/m 8) bestaan voornamelijk uit het verleggen, het opheffen, het omvormen en het nieuw aanleggen van verschillende wandel-, ruiter- en fietspaden in het Westduinpark. Met als doel een goede balans tussen natuur en recreatie te creëren waarbij van groot belang is te zorgen dat enerzijds waardevolle leefgebieden van planten en dieren en het unieke duinlandschap worden behouden en geoptimaliseerd en anderzijds de recreanten kunnen blijven genieten van het duingebied(natuurbeleving). De te nemen maatregelen per deelgebied is mede bepaalt zodat de balans tussen natuur en recreatie zodanig geoptimaliseerd is en dat de natuurwaarde van het Westduinpark kan toenemen en dat het voor de toekomst geborgd is. Daar komt bij dat de aanpassing van de recreatieve infrastructuur een positieve bijdrage op levert voor de natuur van 10.984,5 vierkante meter.

En door de aanpassing ontstaat er een zodanige recreatieve zonering dat er een betere uitgangssituatie wordt creëert voor plant en dier. En dat de verstoring op het duin(plant en dier) beperkter wordt.

Onderstaand wordt in grove lijnen een overzicht gegeven wat er aan optimalisatie van de verschillende wandel-, ruiter- en fietspaden in de verschillende deelgebieden van het Westduinpark en de Bosjes van Poot gaat gebeuren, namelijk: · ·

·

· ·

· ·

De Natte pan: het aanleggen van een wandelpad evenwijdig aan hert Savornin Lohmanpad, De Plak: het toegangspad naar de filmbunker wordt veranderd. Het sluit direct aan op het fietspad. Hierdoor kan grotendeels het Baden Powell pad worden opgeheven, de fietsverbinding vandaar naar de Duivelandse wordt opgeheven en komt een nieuwe recreatieve fiets en wandelverbinding via strandslag 10 naar zowel de Duivelandsestraat als naar het deelgebied Radio Scheveningen richting Scheveningse haven(het voormalig Northfolkline terrein). Dit laatste kan pas worden gerealiseerd als het mitigatieplan Scheveningen haven door de vergunningenverleners is goedgekeurd. Het wandel- en fietspad richting Duivelandsestraat wordt deels opgeheven en verlegd richting strandslag 10, uiteindelijk zal dit fietspad worden doorgetrokken t.z.t. tot aan de nieuwe ingang aan de noordzijde van het deelgebied Radio Scheveningen. Daarnaast zal een extra ruiterpad worden aangelegd richting strandslag 10 en evenwijdig aan de Laan van Poot. Verder wordt een deel van de bestaande wandelpaden opgeheven, omgevormd van verhard naar onverhard, of vervangen door elders in het gebied een nieuw wandelpad aan te leggen.

De Wieringsestraat: het aanleggen van een nieuw fietspad achter de zeereep en het omvormen van een verhard wandelpad en het legaliseren van een aantal struin paden in een illegaal struin pad in de zeereep ter hoogte van het deelgebied Radio Scheveningen. Radio Scheveningen: het aanleggen van een fiets- en wandelpad vanaf het gebouwencomplex Radio Scheveningen(huidige defensiegebied) dat aansluit op het fietspad in de Wieringsestraat, het opheffen van een groot aantal paden in het gebied en het uitzetten van struin pad naar het hogere deel van het duin(het meest noordelijk terreingedeelte). Deze verandering is niet meegenomen in de habitattoets(zie bijlage) omdat dit een onderdeel is van het mitigatieplan Scheveningse haven. In deze aanvraag voor de Flora en Fauna Wet wordt dit terreingedeelte wel meegenomen. Dus alle werkzaamheden aangaande de aanpassing van de recreatieve infrastructuur in het deelgebied Radio Scheveningen. Bosjes van Poot: het grotendeels omvormen van verhard naar onverharde wandelpaden, het aanleggen en het opheffen van een aantal wandelpaden, De asfaltverharding die in het duin wordt aangebracht is milieu vriendelijk , waarbij geen uitlog effecten zijn in het duin.

De uitvoering van de werkzaamheden wordt gedaan door middel van een hydraulische rups- en bandenkranen. Het afvoeren van het materiaal gebeurt door middel van vrachtauto’s. Bij het verleggen van de verschillende paden zijn de tracés zodanig gekozen dat dit geen of weinig afbreuk doet aan de aanwezige habitattypen. De nieuwe tracés zijn zodanig verlegd naar die plekken in het duin waar duinvreemde soorten voorkomen en/of waar het duinlandschap geroerd of aangetast is. Hiermee wordt het verstorend effect op de Natura 2000 habitattypen, leefgebied/biotoop van soorten en op het duinlandschap tot een minimum beperkt.

17

Dit betekent wel dat de verschillende struiken die hoofdzakelijk bestaan uit duinvreemde soorten(o.a. rimpelroos, sneeuwbes, olijfwilg en dergelijke) machinaal door middel van pluk en trek methode uit het gebied worden verwijderd. Dit gebeurd alleen op de plekke waar een nieuw verhard pad wordt aangelegd. Ook zal een deel van het duin, waar een nieuw pad wordt gerealiseerd, oppervlakkig moeten worden afgeplagd. Na deze werkzaamheden wordt het maaiveld geëgaliseerd. Daarnaast zullen verhardingen met fundatie laag in het terrein worden aangebracht. En waar paden worden opgeheven wordt de fundatie en verharding laag uit het terrein verwijderd. En het terrein geëgaliseerd en hersteld. Paden die omgevormd worden van verhard naar onverhard, daar wordt ook de fundatie en verharding uit het terrein verwijderd en het onverharde pad wordt door gekleurde plaatjes in het terrein aangegeven. Al deze werkzaamheden worden gedaan binnen de begrenzing van de huidige en/of nieuwe tracés met een hydraulische rups- en bandenkranen. Hiermee wordt zoveel mogelijk verstoring/vervuiling voorkomen op het aangrenzend aanwezige habitattypen en biotopen. Voorkomen moet worden dat kleine (afval)depots worden aangebracht in het aangrenzend terrein. Bij de werkzaamheden waar paden worden opgeheven zal om bodemverdichting tegen te gaan stalen rijplaten worden gebruikt voor de afvoer van materialen.

Verder worden de werkzaamheden zodanig ingericht dat er niet over het nieuwe werk wordt gereden(achteruit werken). Hierdoor wordt bodemverdichting voorkomen. Alle werkzaamheden worden volgens de gedragscode van de Gemeente Den Haag uitgevoerd. Voor de aan- en afvoer wordt gebruik gemaakt van het bestaande padennet. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden wordt alleen gebruik gemaakt van de bestaande verharde en onverharde wegen en paden. Voor de uitvoering van werkzaamheden worden de paden geheel of deels voorzien van rijplaten, om zo de schade en verdichting aan de ondergrond tot een minimum te beperken.

18

5.0 Onderzoek In de onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de resultaten van het veldonderzoek aangevuld met waarnemingen(waarneming.nl) en uit de onderzoeksresultaten en archiefmateriaal vanaf 2010.

5.1 Terreinbeschrijving Het plangebied behoort tot de gemeente Den Haag. Het landschap bestaat, waar de voornoemde projectwerkzaamheden per deelgebied gaan plaats vinden, uit een door allerlei ontwikkelingen uit een geomorfologisch aangetast duin waar enkele delen van het duin nog enigszins intact zijn met een hoge dichtheid van deels onverharde en verharde wandel-, fiets- en ruiter paden. De bodem is grotendeels kalkrijk omdat het uit Jong duin bestaat.

5.2 Beschermde soorten In het gehele gebied komen naast de vogels ook diverse soorten zoogdieren voor: Egel, Gewone Bosspitsmuis, Dwergspitsmuis, Huisspitsmuis, Mol, Watervleermuis (in goede aantallen overwinterend in bunkers), enkele Meervleermuizen (voor het eerst overwinterend in 2012/2013), Gewone Dwergvleermuis, Ruige Dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse Vleermuis, Gewone Grootoorvleermuis, Konijn, Eekhoorn (schaars), Rosse Woelmuis, Veldmuis, Bosmuis, Dwergmuis, Huismuis, Bruine Rat, Wezel(zeldzaam) en Vos. Het enige reptiel dat in redelijk aantal in het Westduinpark voorkomt is de Zandhagedis. De amfibieën in het gebied zijn Kleine Watersalamander, (Middelste)Groene Kikker, Bruine Kikker en Gewone Pad. Na het natuurherstel van de Natte Pan is sinds 2012 de Rugstreeppad weer naar het gebied teruggekeerd. In 2012 is het Westduinpark gekarteerd op dagvlinders, libellen en sprinkhanen (J. Bouwman). Er komen ongeveer 15 soorten dagvlinders voor, waaronder het Bruin blauwtje dat op de Rode Lijst staat. Het gebied is nauwelijks van belang voor libellen vanwege de zeer beperkte hoeveelheid open water. In de zomer van 2012 werden wel diverse Zwervende Heidelibellen waargenomen.

Er werden in 2012 elf soorten sprinkhanen waargenomen, waarvan Sikkelsprinkhaan, Blauwvleugelsprinkhaan (slechts eenmaal) en Duinsabelsprinkhaan het meest bijzonder zijn(Broedvogels in het Westduinpark en de Bosjes van Poot 2013: Unie van Bosschappen, R. van der Vliet en V. van de Spek) In 2011-2012 en 2012-2013 hebben vooral de deelgebieden Natte Pan, Wieringsestraat en het westelijke deel van de Bosjes van Poot een metamorfose ondergaan in het kader van herstel van Natura 2000 habitattypen (Grijze duinen (H2130), Duinheiden met struikhei (H2150), Duindoornstruwelen (H2160) en Duinbossen (H2180)). Bomen en struiken die er van nature niet thuishoren en veel water verbruiken, zoals esdoorn, of woekeren, zoals Rimpelroos, zijn verwijderd en eiken en meidoorns krijgen ruimte om te groeien. Ook de wind krijgt veel meer speelruimte. Grote delen zijn gemaaid en geplagd om weer stuivende, zandige plekken te creëren, duingraslanden terug te krijgen en om de vochtige duinvallei te herstellen. Er is sinds 2012 afwisselend zomerbegrazing in het noordelijke deel en winterbegrazing in de Natte Pan door Schotse Hooglanders. Op sommige geplagde delen komt alweer wat Rimpelroos op, maar op de stuifkuil van de Wieringsestraat breidde in één zomer tijd bijvoorbeeld Blauwe Zeedistel al uit. Zowel het Westduinpark als de Bosjes van Poot zijn op de paden vrij toegankelijk, daarbuiten niet.

Gedurende het gehele jaar worden beide gebieden zeer druk bezocht door recreanten( een kleine twee miljoen bezoeken per jaar), o.a. als route naar de diverse strandopgangen. In het Westduinpark moeten honden het gehele jaar worden aangelijnd (al gebeurt dit in veel gevallen niet), in de Bosje van poot mogen honden het gehele jaar los lopen, ook buiten de paden. Dit laatste zal zonder meer zijn weerslag hebben op het broedsucces van (laag bij de) grond broedende vogelsoorten. De recreatiedruk is in het gehele gebied dus zeer hoog. (Broedvogels in het Westduinpark en de Bosjes van Poot 2013: Unie van Bosschappen R. van der Vliet en V. van de Spek). Soorten die ten opzichte van de karteringen in de jaren 1980 uit het gebied verdwenen zijn: Bergeend (alleen in 1985 één territorium), Patrijs, Houtsnip, Veldleeuwerik, Kuifleeuwerik, Boompieper, Tapuit, Grote Lijster, Zwarte Roodstaart, Grauwe Vliegenvanger, Bonte Vliegenvanger en Ringmus. Scholekster en Witte Kwikstaart werden in die jaren eveneens vastgesteld, maar dit zullen gezien de habitat incidentele broedgevallen zijn geweest. Sinds (het begin van) de jaren 2000 verdwenen Boomvalk (BvP), Sperwer, Zomertortel, Koekoek, Wielewaal (BvP) en Sprinkhaanzanger als broedvogel (pers. obs.).

De volgende soorten kennen een significante (>50%) afname: Fazant, Torenvalk, Bosuil, Turkse Tortel, Graspieper, Roodborsttapuit, Spotvogel, Ekster en Kneu. Kritische soorten van open duin en kleinschalig ruigtelandschap zijn (sterk) afgenomen, conform de landelijke trend. (Broedvogels in het Westduinpark en de Bosjes van Poot 2013: Unie van Bosschappen R. van der Vliet en V. van de Spek).

19

Tijdens de veldbezoeken en uit de verschillende gebied dekkende inventarisaties(aangevuld met de waarnemingen uit waarnemingen.nl) van onder andere broedvogels en zoogdieren, reptielen en amfibieën blijkt dat waar de werkzaamheden gaan plaats vinden geen beschermde dier en plantsoorten voorkomen. Algemene soorten ontbreken jammer genoeg daar ook. Door het ontbreken van een geschikt biotoop, vanwege het voorkomen van grote aaneengesloten rimpelroosstruwelen en overige duinvreemde soorten en door verstoring van regulier beheer(bestaande gebruik) en hoge dichtheid van paden komen er geen soorten voor waar de werkzaamheden gaan plaats vinden. Verder zijn verschillende bunkers in het Westduinpark overwinteringsplekken voor vleermuizen. Vleermuizen zijn Rode Lijst soorten. En deze overwinteringsplekken komen voornamelijk in het meest zuidwestelijk deel van het Westduinpark voor. Namelijk in het deelgebied de Natte pan. Overigens zijn daar tijdens de uitvoering van de natuurherstelmaatregelen bepaalde bunkers ingericht als vleermuis hotels. Een mogelijk potentieel gebied voor vleermuizen zijn de bunkers in het deelgebied Radio Scheveningen. En dan specifiek het terreingedeelte wat nu nog door Defensie wordt beheerd. Dit terreingedeelte komt eind van dit jaar mogelijk in beheer van de Gemeente Den Haag.

Met een vertegenwoordigers van VZZ zijn al afspraken gemaakt dat bij het vrijkomen van het terrein de bunkers worden geïnventariseerd op het voorkomen op vleermuissoorten. Op de plekken waar vleermuizen op basis van inventarisaties en potentieel overwinteren worden geen werkzaamheden verricht.

20

6.0 Projectbeschrijving De uitvoering van de werkzaamheden (zie hoofdstuk 2.0) gebeurt met geluidsarme hydraulische kranen, asfalt machines en vrachtauto’s. Al deze werkzaamheden vinden alleen plaats binnen de tracés van bestaande en nieuwe paden. Het materieel en materiaal wat aan- en afgevoerd wordt vindt plaats over bestaande paden en wegen in het duin. De werkzaamheden worden buiten de broedperiode verricht, namelijk in de periode van 1 september 2014 tot 1 maart 2020 met een eventuele uitloop tot 1 maart 2025(deze keuze moet nog gemaakt worden en is afhankelijk van de interne planning van de nog uit te voeren projecten).

7.0 Toetsing planontwikkeling De werkzaamheden vinden in de verschillende deelgebieden in het duingebied Westduinpark en Bosjes van Poot plaats( zie hoofdstuk 2.0 werkzaamheden per deelgebied). De werkzaamheden vinden grotendeels plaats op bestaande paden en deels op die plekken waar het duinlandschap sterk beïnvloed is en waar duinvreemde/algemene soorten voorkomen. Uit de verschillende inventarisaties blijkt, waar dadelijk gewerkt wordt, dat er geen bijzondere en/of weinig tot geen soorten voorkomen. Om mogelijke effecten en de externe werking op soorten te voorkomen worden door de volgende mitigerende maatregelen in acht te nemen bij de uitvoering van de werkzaamheden de effecten tot een minimum beperkt, namelijk: · · · · · · · · · · ·

uitvoering van werkzaamheden vindt plaats buiten het broedseizoen ten einde verstoring van broedvogels te voorkomen, werkzaamheden worden overdag uitgevoerd tussen zonsopkomst en zonsondergang, direct voorafgaand aan de werkzaamheden wordt het werkterrein doorzocht op het mogelijk voorkomen van soorten door medewerkers. Aanwezige soorten worden weggevangen en verplaatst naar geschikt aangrenzend duinterrein, werkzaamheden worden uitgevoerd met geluidsarm, relatief licht materiaal met een beperkte wieldruk per 2 cm , er worden geen extra lichtbronnen gebruikt, alleen lichtbronnen op het materieel worden gebruikt die op het werk zijn gericht, de werkzaamheden worden gefaseerd en achteruitwerkend uitgevoerd, zodat eenmaal bewerkt terrein niet weer wordt geroerd. aan- en afvoer van materialen en van machines zal geheel via bestaande paden tracés verlopen; tijdens de werkzaamheden worden over de paden platenbanen gelegd; van aannemers wordt geëist dat rijschade geheel wordt voorkomen, opslag van materialen vindt op bestaande parkeer en losplekken in het duin plaats, zodat er geen schade optreed in het duin, het plaatsen van een keet vindt plaats in overleg met de beheerder. Hierdoor wordt het verstorend effect op mogelijke overwinterende soorten in het aangrenzend gebied tot een minimum beperkt, de werkzaamheden worden conform de gedragscode van Dunea uitgevoerd.

Deze werkmethoden is tot stand gekomen aan de hand van de verschillende natuurherstelprojecten die we als beheerder de afgelopen jaren met succes hebben uitgevoerd, zoals natuurherstelprojecten in het deelgebied de Natte Pan en de Wieringsestraat.

21

22

8.0 Conclusie Op basis van de inventarisatiegegevens van de afgelopen jaren, aangevuld met de veldbezoeken kan worden geconcludeerd dat de werkzaamheden geen effect hebben op plant en dier soorten. In de delen waar de werkzaamheden gaan plaats vinden komen soorten van regime 1 tot en met 3 niet voor. Het verstoren, vernielen, beschadigen en doden van soorten is daarom hier niet van toepassing. Daarnaast vinden de werkzaamheden buiten de broedperiode plaats. Omdat het werk zodanig wordt uitgevoerd en ingericht zoals beschreven in hoofdstuk 7.0 is mogelijke verstoring en/of externe werking, verontrusting van verblijfplaats van soorten tot een minimum beperkt.

9.0 Noodzaak tot aanvraag voor ontheffing Wanneer de werkzaamheden zo worden uitgevoerd zoals dat in hoofdstuk 7 beschreven is en nageleefd wordt , hoeft er volgens onze inschatting geen ontheffing te worden aangevraagd.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10243617/1