RIS308985 Bijlage
Tekst van het document
Postbus 21012 3001 AA Rotterdam Telefoon 088 5445 100 E-mail: informatie@mrdh.nl Internet: www.mrdh.nl
Aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de 23 gemeenten van de MRDH
KvK nummer: 62288024 Bankrekeningnummer NL96 BNGH 0285 1651 43 contactpersoon J.M. Witte e-mail j.witte@mrdh.nl
Datum
21 mei 2021
telefoonnummer 088 5445207 uw kenmerk
Onderwerp
Regionaal Transitieprogramma OV en Corona
ons kenmerk 81744 projectnummer
aantal bijlage(n): 1
Geachte colleges, Deze brief is een vervolg op de brieven die op 28 september 2020, 28 oktober 2020, 17 december 2020, 11 februari 2021, 24 maart 2021 en 16 april 2021 namens de bestuurscommissie aan u zijn verzonden over de impact van Corona op het OV. In de brief van 24 maart jongstleden hebben wij u gemeld dat wij de komende periode de effecten van de besloten maatregelen nauwlettend monitoren, zowel wat betreft het effect ‘op straat’ - de betekenis voor de reiziger - als wat betreft de financiële impact. Vanwege het onderdeel ‘financiële impact’ komen we met dit schrijven nu bij u terug. Per Kamerbrief d.d. 9 april 2021 heeft Staatssecretaris Van Veldhoven inmiddels ook voor Q4 2021 Rijkssteun toegezegd. De voorwaarden zijn in lijn met de eerdere kwartalen van 2021. Ook belangrijk voor DO’s en vervoerders is dat er in de brief (opnieuw) zicht op steun na 2021 is aangegeven. Hierover schrijft de Staatssecretaris: “Dit betekent dat we richting de zomer van 2021 werken aan de vormgeving van een regeling voor de periode na 2021, waarbij we de ontwikkelingen m.b.t. corona en de beperkende maatregelen betrekken”. Naar verwachting zal er pas rond juli 2021 meer bekend zijn over de verwachte Rijkssteun in 2022 en verder.
Eerder is aan u gemeld dat de meerjarige financiële impact van corona op het OV in de MRDH-regio minimaal 379 en maximaal 1.169 miljoen euro bedraagt, afhankelijk van reizigersherstel en aanvullende rijkssteun. De onlangs toegezegde extra beschikbaarheidsvergoeding (BVOV) voor Q4 2021 zorgt voor een verlaging van het tekort als gevolg van gemiste reizigersopbrengsten bij de vervoerbedrijven binnen MRDH van naar verwachting tussen de 30 miljoen euro (in het positieve scenario) en 45 miljoen euro (in het negatieve scenario) . Hieruit blijkt dus dat de steun voor Q4 2021 zeer welkom is, maar tegelijkertijd ook dat de financiële opgave waar de vervoerbedrijven binnen de MRDH-regio voor gesteld staan, nog altijd zeer groot is.
Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Zoetermeer.
Vanuit de MRDH-gemeenten wordt de lobby van de regio actief ondersteund. Veel gemeenteraden uit de MRDH-regio hebben al een lobbybrief voor meer financiële steun naar het Rijk verzonden en uit het bovenstaande blijkt ook dat een sterke lobby nodig blijft. De financiële zorgen op de langere termijn zijn nog lang niet verdwenen. Voor 2021 is het voor de OV-bedrijven het meest van belang dat ze in staat worden gesteld om ‘zicht te hebben op realisatie van een nulrendement’ door de BVOV-regeling 2021 aangevuld met maatregelen voortvloeiend uit het regionale Transitieprogramma OV&Corona. Met een nulrendement voor 2021 voor ogen hanteren onze OV-bedrijven en MRDH inzake de maatregelen nog steeds de volgende uitgangspunten, ook na toekenning BVOV Q4 2021: 1. niet meer maatregelen dan nodig; 2. niet minder maatregelen dan noodzakelijk; 3. optimaal gebruik maken van de BVOV. Idealiter zou bij een verandering in de situatie, zoals de toekenning van BVOV Q4 2021, langs het Afwegingskader (BcVa 28 oktober 2020) bepaald moeten worden of maatregelen al dan niet teruggedraaid kunnen worden. Echter op dit moment, terwijl nog slechts 1/3 van het jaar 2021 voorbij is en de implementatie van de interne maatregelen bij de vervoerbedrijven in volle gang is, is het te vroeg om reeds nu vast te stellen dat het nulrendement voor geheel 2021 al gerealiseerd zal worden.
Bij de reeds geplande herijkingen van het regionaal Transitieprogramma OV&Corona in september 2021 en december 2021 is door de planning later in het jaar meer inzicht en daarmee meer getrouwe financiële sturingsinformatie beschikbaar. Ondanks bovenstaande onzekerheid hebben de vervoerbedrijven aangegeven dat de BVOV voor Q4 2021 op vervoerkundig vlak enige betekenis kan hebben. Weliswaar geen afstel van maatregelen waarover besloten is, maar wel enig uitstel van de ingangsdatum van maatregelen waarover al besloten is. De bestuurscommissie heeft op 19 mei daarover de volgende besluiten genomen: 1. in te stemmen met het door EBS uitstellen tot januari 2022 van de vervoerkundige maatregelen, die op 29 augustus 2021 zouden ingaan. 2. in te stemmen met het tot januari 2022 doorrijden door RET van de reguliere buslijnen, waarvan gemeenten hebben aangegeven maatwerkvervoer als vervanging van het reguliere OV te willen organiseren. Het betreft de buslijnen 37,47,79,188, trambuslijn 121 en STOPenGO in Lansingerland, Maassluis en Vlaardingen. 3.
a) in te stemmen met het tot januari 2022 uitstellen door HTM van de tijdelijke opheffing van 18 tramhaltes b) kennis te nemen van een aantal verbeteringen die door HTM BUS per 1 mei 2021 in de dienstregeling zijn doorgevoerd, waardoor het aanbod aan OV beter aansluit bij de vraag naar OV en van het herstellen van 2 omissies bij buslijn 20 en 23. De inhoud van de tabel in bijlage 1 correspondeert nu weer met huidige dienstregeling op straat. In relatie tot besluit 2 heeft de bestuurscommissie kennis genomen van de gemeenten die bezig zijn met het organiseren van maatwerkvervoer als vervanging van het reguliere OV, dat
2
als gevolg van besluitvorming door de bestuurscommissie op 24 maart jongstleden zou gaan stoppen per 29 augustus 2021. Besluit 2 maakt het mogelijk dat de gemeenten hiervoor meer tijd hebben kunnen krijgen en dat daarmee geborgd kan worden, conform de eerder geuite wens van de bestuurscommissie, dat er geen periode van geen vervoer ontstaat tussen einddatum regulier OV en startdatum gemeentelijk maatwerkvervoer. Voor de maatregelen waarbij het reguliere OV zal stoppen heeft de BcVa op 24 maart besloten dat deze maatregelen tijdelijk van aard zijn (tot eind 2022), tenzij de BcVa besluit tot verlenging. Bijsturing (op-/afschaling of bestendiging van tijdelijke maatregelen) vindt plaats via de bestuurlijke herijkingsmomenten. Het betreft de volgende gemeenten: 1. Midden Delfland – i.r.t. frequentie 1x per uur EBS-buslijn 33 2. Lansingerland – i.r.t. opheffing RET STOPenGO in de avonduren 3. Schiedam – i.r.t. opheffing RET trambuslijn 121 4. Capelle aan den IJssel - i.r.t. opheffing RET-buslijn 37 5. Albrandswaard. – i.r.t. opheffing buslijn 79 in het weekend 6. Ridderkerk – i.r.t. opheffing RET-spitsbuslijn 188 7. Maassluis – i.r.t. opheffing RET STOPenGO in de avond en op zondag 8. Vlaardingen – i.r.t. opheffing RET STOPenGO overdag 9. Rotterdam – i.r.t tot opheffing RET-buslijnen 37 en 47
Namens de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH,
I.S. Bal Portefeuillehouder OV-concessiemanagement
M.J. Rosier Portefeuillehouder OV-ontwikkeling
3
Bijlage 1:
4