RIS308768 bijlage 1 4 Schaloenstraat e o ontwerp 1 Bijlagen bij regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. Ontwerp
Schaloenstraat e.o.
bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)
Inhoudsopgave
Bijlagen bij regels
3
Bijlage 1
Staat van horeca-categorieën
4
Bijlage 2
Nota Parkeernormen Den Haag
9
Bijlage 3
Inlegvel met parkeernormen
13
Bijlage 4
Fietsparkeernormen
19
Bijlage 5
20201231_Windstudie_Moerwijk_te_Den_Haag_v4_0
21
2
bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)
Bijlagen bij regels
3
bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)
Bijlage 1 Staat van horeca-categorieën
4
Staat van horeca-categorieën Inleiding Den Haag wil met de kracht van horeca de aantrekkelijkheid van Den Haag vergroten, de ontwikkeling van gebieden met grote economische betekenis verder aanjagen en groei van werkgelegenheid in de horecasector stimuleren. De visie voor het gemeentelijk horecabeleid in de komende jaren wordt in de ‘Horecavisie 2016’(RIS 288645) uiteengezet langs de belangrijkste thema’s. Hiermee zet Den Haag in op het verder optimaliseren van de randvoorwaarden voor een bloeiend horecaklimaat in de stad. Het belang van de aanwezigheid van horeca-inrichtingen moet in een bestemmingsplan echter worden afgewogen tegen overige belangen zoals wonen en werken. Bij de opstelling van criteria voor het toelaten van horeca-inrichtingen zijn niet alle factoren die verschillende vormen van horeca onderscheiden op voorhand ruimtelijk relevant. Daarom wordt in ruimtelijke plannen waar horecainrichtingen in voorkomen, zoals het onderhavige, een beoordelingssysteem gehanteerd waarin aan de hand van een ‘Staat van Horeca-categorieën’ en een aantal definities van horeca-inrichtingen, bepaald wordt tot welke categorie een bepaalde horeca-inrichting behoort. De horecadefinitie staat in de planregels, binnen de inleidende regels (artikel 1) opgenomen met de daarbij behorende categorie-indeling. Bij de verschillende categorieën staan verschillende horecavormen opgenomen. 2.
Staat van Horeca-categorieën In de definitie van een horeca-inrichting wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende horecacategorieën. Dit is op basis van onderstaande Staat van Horeca-categorieën. In onderstaand schema wordt uitgegaan van het belangrijkste accent van de horeca-inrichting.
1 De exploitatie van inrichtingen die binnen cultuur en ontspanning vallen (zoals bijvoorbeeld een casino en muziektheater, zie de begripsbepalingen die in bijlage 1 zijn opgenomen) vallen buiten deze Staat van Horeca-categorieën. 2 de categorie Licht is inclusief de in de Algemene Plaatselijke Verordening genoemde meldplicht. Toelichting op het schema:
Het merendeeel van de horeca in winkelstraten betreft lichte daghoreca. Daarbij gaat het vooral om het serveren van maaltijden gedurende de openingstijden van detailhandel. Indien deze vorm van horeca in winkelstraten is gelegen, maar mogelijk ook bij kantoren en bedrijven, veroorzaakt het weinig zelfstandig aantrekkend verkeer. De klanten zijn immers al op straat of in de nabijheid aanwezig. Verder betreft het een exploitatievorm waar zittend aan tafels geconsumeerd wordt zodat de bezoekersfrequentie laag is. Indien bij daghoreca maaltijden geserveerd worden en uitsluitend daarbij en ondergeschikt alcoholische dranken geschonken worden is dat toegestaan en blijft het tot 23.00 uur een lichte vorm van horeca, na 23.00 uur wordt het middelzwaar. Er zijn horeca-inrichtingen die vergelijkbaar zijn aan detailhandel, zoals take away en maaltijdbezorging die net als gewone detailhandel eigenstandig verkeer aantrekken. Indien deze inrichtingen uitsluitend tijdens de openingstijden voor detailhandel geopend zijn, worden ze beschouwd als een lichte vorm van horeca. Wanneer de inrichting na de sluitingstijden van de detailhandel geopend is, wordt het middelzwaar.
Wanneer de exploitatie van een horeca-inrichting gericht is op vermaak of uitsluitend als drinkgelegenheid met alcohol functioneert wordt het, gedurende openingstijden van detailhandel gezien als een middelzware exploitatievorm. Wanneer genoemde exploitatievormen na de openingstijden voor detailhandel geopend zijn wordt het gezien als zware vorm van horeca. Dat heeft te maken met de toenemende kans overlast vooral in de nachtelijke uren als gevolg van
alcohol, de hogere bezoekersdichtheid en dat bezoekers eigenstandig verkeer veroorzaken naar de inrichting. 3. Definities verschillende vormen van horeca De, in de regels opgenomen categorieën van horeca-inrichtingen, worden op basis van de hieronder genoemde soorten inrichtingen van een nadere omschrijving voorzien. Uitsluitend de inrichtingen die op basis van het beleid als uitwerking van de definitie worden beschouwd, worden in deze regels opgenomen. De inrichtingen die niet onder de algemene definitie van horeca-inrichtingen vallen, worden gedefinieerd in de inleidende regels van het bestemmingsplan (art. 1) café: een inrichting, gericht op het bedrijfsmatig, voor gebruik ter plaatse, aan de gebruiker verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken, eventueel in combinatie met het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide kleine etenswaren. Het accent ligt op de verkoop van alcoholische dranken. Een dansvloer van minder dan 10 m2 is toegestaan. De horecacategorie van dergelijke inrichtingen is afhankelijk van de openingstijden. Bij openingstijden tot 23.00 uur valt de inrichting onder horecacategorie middelzwaar. Bij openingstijden na 23.00 uur valt de inrichting onder horecacategorie zwaar.
cafetaria/snackbar: een inrichting, gericht op het bedrijfsmatig, voor zowel gebruik ter plaatse als elders, verkopen aan de gebruiker van op een relatief snelle manier bereide etenswaren (meestal door middel van een frituur of grill) en waar men voornamelijk komt voor de ‘snelle hap’. De horecacategorie van dergelijke inrichtingen is afhankelijk van zowel de openingstijden als de vraag of er alcoholische dranken worden geschonken. Bij openingstijden tot 23.00 uur en het schenken van uitsluitend nietalcoholische dranken valt de inrichting onder horecacategorie licht. Bij openingstijden na 23.00 uur en/of het schenken van alcoholische dranken valt de inrichting onder horecacategorie middelzwaar. Discotheek/club: een inrichting, gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen op mechanische en/of levende muziek op een dansvloer van meer dan 10 m2 en het verstrekken van alcoholische en nietalcoholische dranken. Dergelijke inrichtingen, vallen onder de horecacategorie zwaar indien na 23.00 uur geopend. ijssalon: een inrichting, gericht op het bedrijfsmatig, voor zowel gebruik ter plaatse als elders, aan de gebruiker verstrekken van al dan niet ter plaatse bereid consumptie-ijs met toebehoren, al dan niet in combinatie met het verstrekken van niet-alcoholische dranken. Dergelijke inrichtingen vallen onder horecacategorie licht.
koffieconcept / koffiehuis een daghorecabedrijf, gericht op het bedrijfsmatig, voor gebruik ter plaatse aan de gebruiker verstrekken van niet-alcoholische dranken, in combinatie met de verkoop van kleine etenswaren. De horecacategorie van dergelijke inrichtingen is afhankelijk van zowel de openingstijden als de vraag of
er alcoholische dranken worden geschonken. Bij openingstijden tot 23.00 uur en het schenken van uitsluitend niet-alcoholische dranken valt de inrichting onder horecacategorie licht. Bij openingstijden na 23.00 uur en/of het schenken van alcoholische dranken valt de inrichting onder horecacategorie middelzwaar. lunchroom / broodjeszaak: een inrichting, gericht op de verkoop, veelal voor gebruik ter plaatse van al dan niet ter plaatse bereide kleine maaltijden en etenswaren, in combinatie met de verkoop van overwegend nietalcoholische dranken, met een in het algemeen gespreide bezoekersfrequentie tussen 7.00 uur en 23.00 uur, waarbij de bedrijvigheid zich binnen de lokaliteit voltrekt en de consumpties voornamelijk zittend worden genuttigd. Dergelijke inrichtingen vallen onder horecacategorie licht. restaurant: een inrichting, gericht op het bedrijfsmatig, voor gebruik ter plaatse, verstrekken van bereide gerechten, in combinatie met het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken. De horecacategorie van een dergelijke inrichting is afhankelijk van de openingstijden Bij openingstijden tot 23.00 uur valt de inrichting onder horecacategorie licht. Bij openingstijden na 23.00 uur valt de inrichting onder horecacategorie middelzwaar.
take away /maaltijdbezorging: een inrichting, gericht op de bedrijfsmatige verkoop van al dan niet ter plaatse bereide maaltijden, anders dan voor gebruik ter plaatse, die door de kopers ter plaatse worden afgehaald, dan wel door de verkoper bij de koper thuis worden bezorgd. Dergelijke inrichtingen vallen onder horecacategorie licht. Een traiteur en/of toko waarbij de maaltijden ter plaatse worden bereid en/of indien de hoofdactiviteit van de onderneming gericht is op het verstrekken van gerechten voor directe nuttiging ter plaatse of in de directe omgeving, worden met take away gelijkgesteld.
bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)
Bijlage 2 Nota Parkeernormen Den Haag
9
Normen voor Kantoren, Bedrijven en Voorzieningen (KBV)
Gebiedsindeling parkeernormen Kantoren, Bedrijven en Voorzieningen
Inlegvel Parkeernormen Woningen en Parkeernormen Kantoren, Bedrijven en Voorzieningen Parkeernormen “wonen”
Centrum
Stad
Rand
Toevoegen tbv bezoek
Eengezinswoningen 2 <70m 2 71-100m 2 101-160m 2 >161m
0,4 0,6 0,9 1,1
0,6 0,9 1,1 1,3
0,8 1,0 1,3 1,5
0,3 0,3 0,3 0,3
Appartementen 2 <70m 2 71-100m 2 101-160m 2 >161m
0,2 0,4 0,7 0,9
0,4 0,7 0,9 1,1
0,6 0,8 1,1 1,3
0,3 0,3 0,3 0,3
Overig Zorg- en aanleunwoningen Studenten eenheden
0,3 0,1
0,3 0,1
0,3 0,1
-
Soort woning
Gebiedsindeling parkeernormen wonen
Gebiedsgrenzen lopen over buurtgrenzen
Dit inlegvel behoort bij de folder “Bouwen en Parkeren in Den Haag”, druk februari 2012, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 3 maart 2016 (RIS 291425)
Voor meer informatie: Dienst Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Verkeer, telefoon 070-353 60 10
bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)
Bijlage 3 Inlegvel met parkeernormen
13
rv 21 Dienst Stedelijke Ontwikkeling DSO/2015.1039 RIS 291425_160223 GEWIJZIGD VOORSTEL Voorstel van het college inzake wijzigingen/aanvullingen op de nota parkeernormen Den Haag
0. Inleiding In 2014 heeft de Raad van State over het bestemmingsplan Bezuidenhout met een groot aantal mogelijkheden voor een dakopbouw en een hoge parkeerdruk geoordeeld dat de gemeente een planologische beslissing heeft genomen waarvan de gevolgen niet in het plan worden voorzien. De parkeernormen voor “wonen” zijn in grootte-klassen ingedeeld. In theorie kan het zijn dat door toevoeging van een dakopbouw de parkeerbehoefte zodanig toeneemt dat de norm uit een hogere klasse zou gaan gelden. Dat houdt in dat er geen dakopbouwen in het bestemmingsplan mogen worden opgenomen. In de praktijk blijkt echter het autobezit na de realisatie van een dakopbouw slechts zeer marginaal toe te nemen, omdat er niet meerdere woningen ontstaan. Bij woningsplitsingen is dat wel het geval en kunnen meerdere splitsingen in een straatdeel leiden tot een te hoge parkeerdruk. Op 11 november 2011 is de Nota Parkeernormen Den Haag (RIS181571a) door de raad vastgesteld. Het is voor diverse bestemmingsplannen, waaronder dat van Bezuidenhout en het Statenkwartier, van belang dat de Nota Parkeernormen op het punt van dakopbouwen wordt gewijzigd.
Immers, zolang dat nog niet is gebeurd, moet bij herziening van bestemmingsplannen nog altijd worden uitgegaan van het huidige beleid, waardoor dakopbouwen, afhankelijk van de parkeerdruk in het gebied, alleen met een vrijstelling of zelfs helemaal niet kunnen worden toegestaan. Daarnaast is in de afgelopen jaren de nodige ervaring opgedaan met de toepassing van het nieuwe parkeerbeleid in bestemmingsplannen en bij de beoordeling van bouwplannen. Er is gebleken dat voor een adequate toepassing een beperkte aanpassing van het parkeerbeleid wenselijk is. Hieronder worden de wijzigingen en aanvullingen toegelicht. 1. Beperking vrijstelling (pagina 33 nota Parkeernormen Den Haag). Volgens de “Nota Parkeernormen Den Haag” geldt tot dusver dat ten aanzien van verbouwplannen waarvan de parkeerbehoefte na verbouw met minder dan drie parkeerplaatsen toeneemt, “bij voorbaat” vrijstelling wordt verleend van de parkeereis. Om te voorkomen dat de kwaliteit van de openbare ruimte in gebieden met al een hoge parkeerdruk extra belast worden -bijvoorbeeld door woningsplitsing- wordt de vrijstelling beperkt. Indien de parkeerdruk in de openbare ruimte binnen de voorgeschreven loopafstand (volgens tabel 4.5 op pagina 33 van de nota) 90% of meer bedraagt, geldt de vrijstelling niet en dient alsnog een parkeeroplossing geboden te worden.
De parkeerbehoefte is het resultaat van het product van het aantal eenheden en de parkeernorm. Voor de vraag of een verbouwplan voor vrijstelling van de parkeereis in aanmerking komt kan de afronding van de berekening van de parkeerbehoefte van belang zijn. Hierbij gelden voor de toetsing de volgende regels. Bij verbouwplannen zonder functiewijziging wordt het saldo van de maatgevende parkeerbehoefte van voor en na de verbouw bepaald zonder af te ronden. Indien dit saldo (in decimalen) kleiner dan drie parkeerplaatsen is, volgt vrijstelling. Is het verschil echter groter of gelijk aan drie parkeerplaatsen dan wordt de parkeerbehoefte van voor en na de verbouw naar boven op een geheel getal, afgerond. Het saldo is uitgangspunt voor de parkeereis.
Raadsvoorstellen 2016
1
Bij verbouwplannen met functiewijziging kan ook het maatgevende tijdstip van de parkeerbehoefte veranderen. Bijvoorbeeld een kantoorpand dat getransformeerd wordt naar appartementen. Daar verandert het maatgevende tijdstip van de parkeerbehoefte van overdag naar de nacht. Voor de berekening van het saldo is het maatgevende tijdstip na verbouw bepalend. Het saldo wordt berekend door de (niet afgeronde) parkeerbehoefte op het maatgevende tijdstip na de verbouw te verminderen met de (eveneens niet afgeronde) parkeerbehoefte van de bestaande situatie op dat zelfde tijdstip. Is dat saldo kleiner dan drie parkeerplaatsen dan volgt vrijstelling. Is het saldo gelijk aan of hoger dan drie parkeerplaatsen, dan wordt de parkeerbehoefte van voor en van na de verbouw naar boven op een geheel getal afgerond, en wordt vervolgens het saldo bepaald. Het verschil is dan uitgangspunt voor de parkeereis. De vrijstelling is overigens niet van toepassing op nieuwbouw of sloop-nieuwbouw. De gemeente gaat er vanuit dat bij nieuwbouw in beginsel de mogelijkheid aanwezig is om te voorzien in de parkeerbehoefte door de aanleg van parkeerplaatsen op het eigen terrein. De parkeerbehoefte bij sloop-nieuwbouw wordt dus ook niet gesaldeerd met de parkeerbehoefte van eventueel voordien aanwezige bebouwing.
Wat betreft de afronding: Bij nieuwbouw met een enkelvoudige functie wordt de parkeerbehoefte naar boven afgerond op een geheel getal. Bij nieuwbouw met meerdere functies en uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen, wordt voor iedere functie apart de parkeerbehoefte per dagdeel berekend. De maatgevende parkeerbehoefte is dan het maximale aantal parkeerplaatsen dat op enig dagdeel voor alle functies samen nodig is. Dit maximum wordt vervolgens op een geheel getal naar boven afgerond. 2. Geen parkeertoets bij uitbreiding woning Toevoegen van een dakopbouw is een van de mogelijkheden om een woning uit te breiden. Deze en andere vormen van onzelfstandige uitbreidingen van een woning, zijn gericht op het eigen gebruik en dienen ter vergroting van het woongenot. Zittende bewoners kunnen op deze wijze gebonden worden aan de wijk en de uitbreiding biedt een alternatief voor het verhuizen naar een andere omgeving. Omdat de parkeernormen voor woningen mede gerelateerd zijn aan het vloeroppervlak, zou een toename van het woonvloeroppervlak tot de toepassing van een hogere parkeernorm en daarmee theoretisch tot een toename van de parkeerbehoefte kunnen leiden. In de meeste aanvragen voor woninguitbreiding betreft het een enkele, individuele woning. Er is op zichzelf geen reden om aan te nemen dat door toevoeging van bijvoorbeeld een dakopbouw ook het autobezit van zittende bewoners toeneemt.
Een vergelijking van het autobezit op de 424 adressen van aanvragen voor een dakopbouw in de periode 2009-2012 laat zien dat het autobezit met 46 auto’s gespreid over de hele stad, maar marginaal is gewijzigd. Stadsdeel
Som van Autobezit woningen dakopbouwen
Som van Autobezit woningen dakopbouwen
Verschil 2010-2015
jan. 2010
jan. 2015
Centrum
20
25
5
Escamp
100
119
19
Haagse Hout
64
62
-2
Laak
2
2
0
Leischenveen-Ypenburg
41
43
2
Loosduinen
27
35
8
Scheveningen
58
64
6
Segbroek
92
100
8
Eindtotaal
404
450
46
De gemeente gaat er daarom van uit dat bij uitbreiding van het woonoppervlak de parkeerbehoefte niet wijzigt en dat er onvoldoende aanleiding bestaat om in het kader van de omgevingsvergunning een parkeereis te stellen.
Raadsvoorstellen 2016
2
Verder is, om overlast te voorkomen, eerder in de commissie ruimte van 22 januari 2014 besloten dat binnen tien jaar na het verlenen van een omgevingsvergunning voor het vergroten van een bestaande woning d.m.v. een dakopbouw, geen medewerking zal worden verleend aan een aanvraag voor een omgevingsvergunning tot splitsing. Om deze redenen wordt voorgesteld aanvragen voor een uitbreiding van een bestaande woning niet inhoudelijk meer aan het parkeerbeleid te toetsen en in die gevallen ook geen parkeereis te stellen. 3. Beperking parkeerdrukgebied rond bouwplan (pagina 32 nota Parkeernormen Den Haag). De parkeerdruk wordt gemeten door het aantal geparkeerde auto’s (op maatgevende momenten) af te zetten tegen de beschikbare parkeercapaciteit. Onder bepaalde omstandigheden wordt toegestaan dat parkeerplaatsen op de openbare straat (POOS) benut worden om te voorzien in de parkeerbehoefte. Dat is afhankelijk van de parkeerdruk in de omgeving volgens de meest recente meting en van de toe- of afname in de parkeerdruk als gevolg van de ontwikkeling. De parkeerdruk in de openbare ruimte wordt bepaald op basis van parkeergegevens van straatdelen binnen de voorgeschreven loopafstand vanaf het bouwplan en rekening houdend met barrières.
In geval van betaald parkeren wordt dat gebied beperkt tot het deel waar de parkeervergunning geldig is en het eventuele deel van het gebied binnen loopafstand met vrij parkeren. 4. Actualiteit parkeergegevens (pagina 32 nota Parkeernormen Den Haag). De gemeente is verantwoordelijk voor het onderzoek naar en de gegevens over de meest actuele parkeerdruk. De tellingen waarmee de parkeerdruk wordt bepaald en de gegevens over de parkeercapaciteit mogen niet meer dan 5 jaar oud zijn, gerekend vanaf de datum waarop de aanvraag van de vergunning is ingediend. In de Crisis- en herstelwet is aangegeven dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning de gemeente zich in ieder geval kan baseren op gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar. Gegevens en onderzoeken van twee jaar oud zijn dus in principe zondermeer bruikbaar en er is geen nadere motivering of rechtvaardiging nodig. De termijn is gesteld om te voorkomen dat onderzoeken tussen aanvraag en ontwerpbesluit overgedaan zouden moeten worden. Het is niet nodig om in het geval dat in de tussentijd actuelere gegevens beschikbaar zijn gekomen of bepaald kunnen worden, de vergunningaanvraag opnieuw te beoordelen op basis van die nieuwere gegevens. Van gegevens ouder dan 2 jaar kan gebruik worden gemaakt.
Het zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel vergen dan een nadere motivering waarom van die gegevens gebruik wordt gemaakt. Daarvoor kan aanleiding bestaan als belanghebbenden stellen dat sprake is van gewijzigde omstandigheden of omdat de gemeente het zelf nodig vindt het gebruik te motiveren omdat de gegevens in tijd sterk verouderd zijn. 5. Aanvullingen tabel parkeernormen KBV (pagina 25 nota Parkeernormen Den Haag). Afgelopen jaren is bij het beoordelen van bouwplannen gebleken dat de lijst van parkeernormen voor Kantoren, Bedrijven en Voorzieningen een aantal omissies bevat. Het gaat om de wijziging/aanvulling van functies, bezoekerspercentages en soort eenheden. De aangevulde lijst is te vinden in de bijlage: aangevulde tabel parkeernormen “Kantoren, Bedrijven en Voorzieningen”. Met verticale streepjes is aangegeven welke onderdelen in de tabel zijn aangevuld. 6. Algemene vrijstelling college Bij de beoordeling van bouwplannen staat voorop dat de aanvrager van een omgevingsvergunning dient te voldoen aan de parkeereis. Als daar niet aan voldaan kan worden en de mogelijkheden om het parkeren op te lossen uitgeput zijn, dient de vergunning geweigerd te worden.
Indien het college van burgemeester en wethouders echter van oordeel is dat het belang van de realisatie van het bouwplan zwaarder weegt dan het geheel of gedeeltelijk voldoen aan de parkeereis, kan de omgevingsvergunning alsnog verleend worden. In dat geval wordt een geheel of gedeeltelijke vrijstelling verleend van de parkeereis.
Raadsvoorstellen 2016
3
7. Voorstel Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 1 maart 2016, Besluit: I.
Aan het college op te dragen geen vrijstelling te verlenen van de parkeereis bij verbouwplannen indien de parkeerdruk in de openbare ruimte 90% of meer bedraagt.
II. Aan het college op te dragen geen parkeertoets te doen bij uitbreiding vloeroppervlak van bestaande woningen. III. Te bepalen dat in geval van betaald parkeren de parkeerdruk op de openbare straat in de omgeving van een bouwplan wordt beperkt tot het gebied waar de parkeervergunning geldig is. IV. Gegevens ten behoeve van de bepaling van de parkeerdruk in de omgeving van een bouwplan in beginsel niet ouder mogen zijn dan twee jaar, met een maximum van vijf jaar. V. In te stemmen met de aanvulling van de tabel 3.10 ‘Normen voor Kantoren, Bedrijven en Voorzieningen’ op pagina 25 van de nota Parkeernormen Den Haag. Zie de aangehechte bijlage. VI. Het college informeert de Raad over die gevallen dat zij gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de parkeereis wenst te verlenen. Dit zal bij vrijstellingen van meer dan 3 parkeerplaatsen gebeuren voorafgaande aan het vrijstellingsbesluit. Bij vrijstellingen van minder dan 3 parkeerplaatsen gebeurt dit achteraf in kwartaalrapportages. VII. Aanvragen van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen die vóór of op de dag van inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend worden behandeld volgens het voordien geldende recht, indien dit voor de aanvrager gunstiger is. VIII.
Dit besluit in werking te laten treden op de dag na bekendmaking.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 3 maart 2016. De griffier.
Raadsvoorstellen 2016
De voorzitter.
4
Bijlage: Aangevulde Tabel 3.10 Normen voor Kantoren, Bedrijven en Voorzieningen (KBV) Functie
Eenheid
Zone 1
Zone 2
Zone 3
Winkelen Groothandel Showroom Supermarkt Winkel
100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo
0,15 0,30 2,50 1,55
0,25 0,65 2,50 1,75
0,55 1,30 2,50 2,30
85% 85% 85% 85%
Werken Bedrijf Kantoren zonder baliefunctie Kantoren met baliefunctie* Magazijn
100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo
0,45 0,60 1,50 0,25
0,70 1,00 2,00 0,25
1,45 2,20 2,50 0,25
15% 5% 20% 5%
Horeca Café/bar, strandtent Cafetaria/lunchroom Restaurant Hotel/werknemers Hotel
100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo Kamer
4,00 1,90 1,20 0,10 0,25
4,00 3,85 2,40 0,20 0,50
5,00 7,90 5,00 0,50 0,50
90% 85% 80% 0% 100%
100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo
0,30 0,30 3,35 2,10
0,50 0,50 3,40 2,20
0,90 0,90 3,50 4,50
90% 90% 99% 90%
100 m2 bvo
1,00
1,00
1,00
90%
100 m2 bvo 100 m2 bvo
2,00 1,15
2,00 1,15
2,70 2,30
80% 95%
Cultuur Museum Bibliotheek Religiegebouw Bioscoop/theater/schouwburg/ congres Sociaal cultureel centrum / Wijkverenigingsgebouw Sportvoorzieningen Sportschool Sporthal
2
Aandeel Opmerkingen bezoek
Sportveld
100 m terrein
0,15
0,15
0,15
95%
Toeschouwersplaatsen (indien van toepassing)
Aantal toeschouwersplaatsen
0,10
0,10
0,10
100%
Zorgvoorzieningen Ziekenhuis/medisch centrum Verpleeghuis Arts/maatschap
100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo
3,15 0,55 2,85
3,45 0,65 2,85
4,30 1,40 2,85
65% 65% 65%
Onderwijs Primair onderwijs Kinderdagverblijf Middelbaar onderwijs HBO/ROC Avondonderwijs
100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo Student
0,05 0,50 0,10 0,50 0,50
0,10 0,50 0,15 1,05 0,50
0,25 1,00 0,40 2,50 0,50
0% 0% 0% 0% 0%
15,00
15,00
98%
Overig Begraafplaats/crematorium
Begrafenis/crematie
15,00
Excl. toeschouwers Excl. toeschouwers
Excl. K+R** Excl. K+R**
* Norm wordt alleen over het betreffende deel van het bvo toegepast waar balie functie gevestigd is. ** K+R voorziening Conform CROW publicatie 317
Raadsvoorstellen 2016
5
bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)
Bijlage 4 Fietsparkeernormen
19
Fietsparkeren De gemeente Den Haag wil het fietsgebruik in de stad stimuleren en zet daarbij in op een groter aandeel fiets. De aanwezigheid van goede parkeervoorzieningen is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. Daarnaast komt de kwaliteit van de openbare ruimte steeds vaker in het gedrang door de grote hoeveelheden geparkeerde fietsers. Om die reden stelt de gemeente bij de nieuwbouw van woningen de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de realisatie van voldoende fietsparkeerplaatsen. Dit is vastgelegd in het bouwbesluit (art. 4.31). Voor het gebied Spuikwartier is het ook van belang dat bij met name bedrijven en voorzieningen in voldoende mate fietsparkeerplaatsen aanwezig zijn voor de bezoekers en werknemers op de fiets. In onderstaande tabel zijn fietsparkeernormen opgenomen die gebruikt dienen te worden bij de berekening van de parkeerbehoefte voor het realiseren van fietsvoorzieningen bij nieuwbouw.
Fietsparkeernormen Kantoren, Bedrijven en Voorzieningen functie
eenheid
Fietsparkeer-
aandeel
plaatsen
bezoekers
winkelen groothandel
100 m2 bvo
0,06
80%
showroom
100 m2 bvo
0,8
95%
supermarkt standaard
100 m2 bvo
3,2
93%
winkel
100 m2 bvo
4,2
80%
bedrijf
100 m2 bvo
0,26
5%
kantoren zonder baliefunctie (medewerkers)
100 m2 bvo
1,5
5%
per balie
4,5
100%
100 m2 bvo
0,0
5%
café/bar, strandtent
100 m2 bvo
14,0
90%
cafetaria/lunchroom
100 m2 bvo
11,0
90%
restaurant
2
100 m bvo
14,0
80%
hotel
per kamer
0,1
77%
100 m2 bvo
1,0
95%
werken
extra baliefunctie bij kantoor (alleen bezoekers) magazijn horeca
cultuur museum
2
bibliotheek
100 m bvo
3,3
97%
religiegebouw
100 m2 bvo
5,0
100%
bioscoop/theater/schouwburg
100 m2 bvo
4,7
94%
sociaal cultureel centrum/wijkverenigingsgebouw
100 m2 bvo
7,4
100%
sportschool
100 m2 bvo
3,4
87%
sporthal
100 m2 bvo
2,7
95%
sportveld
100 m2 terrein
1,3
95%
ziekenhuis/medisch centrum
100 m2 bvo
1,0
29%
verpleeg-/verzorgingshuis
100 m2 bvo
0,2
60%
arts/maatschap
100 m2 bvo
1,9
55%
primair onderwijs
100 m2 bvo
6,9
95%
primair onderwijs (halen&brengen)
100 m2 bvo
1,0
100%
kinderdagverblijf
100 m2 bvo
2,2
0%
sportvoorzieningen
zorgvoorzieningen
onderwijs
2
kinderdagverblijf (halen en brengen)
100 m bvo
1,9
100%
middelbaar onderwijs
100 m2 bvo
10,9
95%
HBO/ROC
100 m2 bvo
9,9
72%
avondonderwijs
100 m2 bvo
7,4
95%
per locatie
22,0
99%
overig begraafplaats/crematorium
bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)
Bijlage 5 20201231_Windstudie_M oerwijk_te_Den_Haag_v4_0
21
De Schaloen te Den Haag CFD-studie windhinder en windgevaar
Auteur(s): ir. Samy Iousef Controleur(s): ir. Roland Broers, ir. Shirin Masoudi Datum: 31 december 2020
AFR - 8001 Versie 4.0 ©2020 Actiflow BV
Inhoudsopgave
1
Introductie
A
Inlegvel NEN 8100:2006
2
Normstelling
B
Resultaten per seizoen
2.1 NEN 8100:2006 2.2 Haags Beleid
C
Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen
3
Opzet van de berekening 3.1 Software 3.2 Geometrie en rekenrooster 3.3 Aannames en randvoorwaarden
4
Resultaten
5
Conclusies
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
i
1 Introductie Dit rapport omvat de uitgangspunten, resultaten en conclusies betreffende een windstudie uitgevoerd door Actiflow in relatie tot het project ‘De Schaloen’ te Den Haag. De nieuwbouw is gelegen in de wijk Moerwijk tussen de Cannenburglaan, de Hillenraadweg, de Lichtenbergweg en de Loevesteinlaan en wordt doorkruist door de Schaloenstraat. Deze laatste straat vormt ook grofweg de scheiding tussen Fase 1 en Fase 2 van het project.
Hoofdstuk 2 gaat in op de gebruikte normstelling waaraan getoetst is. De gebruikte geometrie van het gebouw, de omgeving, het rekendomein en de bijbehorende randvoorwaarden zijn weergegeven in hoofdstuk 3. De resultaten van de berekeningen worden besproken in hoofdstuk 4, waarna de conclusies volgen in hoofdstuk 5.
In de huidige situatie zijn er woongebouwen aanwezig op het kavel tot een hoogte van 3 bouwlagen. In de nieuwe situatie wordt dit vervangen door 2 U-vormige gebouwen met hoogte-accenten tot maximaal 21 bouwlagen. Het inpassen van deze nieuwe volumes zal leiden tot een wijziging van het windklimaat. Het is hierbij de vraag of er na realisatie van de nieuwbouw een acceptabel windklimaat zal zijn. Actiflow is gevraagd om voor de ontwikkeling van de nieuwbouw het windklimaat inzichtelijk te maken met behulp van berekeningen op basis van Computational Fluid Dynamics (CFD). Bij deze studie is gebruik gemaakt van de normstelling omtrent windhinder en windgevaar, de Nederlandse norm NEN 8100:2006 ’windhinder en windgevaar in de gebouwomgeving’. De vegetatie heeft met name een positief effect in de lente en zomer wanneer de bomen bladdragend zijn. Om dit effect correct mee te nemen is zowel de herfst/winter als de lente/zomer situatie beschouwd. Vervolgens is het gemiddelde bepaald om zo een correct beeld van het gehele jaar te verkrijgen.
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
Figuur 1.1: Impressie van de de bestaande situatie met de nieuwbouwlocatie in blauw (bron: GoogleMaps)
N
1
2 Normstelling 2.1 NEN 8100:2006
Tabel 2.1: Eisen voor de beoordeling van het lokale windklimaat voor windhinder
De normstelling betreffende het windklimaat in de openbare ruimte vindt haar oorsprong in NEN 8100:2006. In de norm wordt onderscheid gemaakt tussen windhinder en windgevaar. De definitie van windhinder is het ondervinden van hinder door wind. Dit zal bij een gemiddeld persoon gebeuren wanneer de lokale uurgemiddelde windsnelheid meer dan 5 m/s bedraagt. Windgevaar is het optreden van een dergelijk hoge windsnelheid waarbij in ernstige mate problemen optreden bij het lopen, zoals evenwichtsverlies, waardoor het onmogelijk wordt zich staande te houden of zich lopend voort te bewegen. Windgevaar vindt vooral tijdens vlagen plaats. Dit fenomeen wordt vanwege de benodigde rekenkracht en conform de norm, niet gemodelleerd in een tijdsafhankelijke berekening, maar in een aanvulling op de statistische windhinderanalyse. Hier wordt aangenomen dat windgevaar optreedt als de uurgemiddelde lokale windsnelheid meer dan 15 m/s bedraagt.
Tabel 2.2: Eisen voor de beoordeling van het lokale windklimaat voor windgevaar
NEN 8100:2006 geeft een indeling voor windhinder naar kwaliteitsklassen. Deze indeling is terug te vinden in tabel 2.1. Aan de hand van de kans op overschrijding van de grenswaarde voor windhinder wordt bepaald in welke klasse een locatie valt. Afhankelijk van het gebruiksdoel van de locatie wordt een bepaalde klasse gekarakteriseerd als goed, matig of slecht. Tabel 2.2 toont de indeling en kwalificatie voor de kans op windgevaar op vergelijkbare wijze als voor windhinder wordt gedaan. Hierbij dient te worden opgemerkt dat voor activiteitsklassen ‘Slenteren’ en ‘Langdurig zitten’ zelfs een beperkt risico al onacceptabel is. Voor deze activiteitsklassen geldt dat enkel p ≤ 0.05 acceptabel is. Een gevaarlijk windklimaat moet te allen tijde worden vermeden. Toetsing vindt plaats op een hoogte van 1,75 m boven het grondoppervlak.
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
2
2.2 Haags Beleid
NEN8100:2006 geeft richtlijnen omtrent het bepalen van het niveau van windhinder en windgevaar en de classificering en beleving die hieruit voortkomt. Het geeft echter geen eisen betreffende het al dan niet acceptabel zijn van een situatie. De Gemeente Den Haag heeft hier echter prestatie-eisen voor vastgelegd in de ‘actualisering van de normen ten aanzien van bezonning en windhinder’ d.d. 9 februari 2010. Het Haags Beleid vermeld: • Als ondergrens moet minimaal een ‘matig’ (zoals gekwalificeerd in NEN 8100:2006) windklimaat worden nagestreefd. Een ‘slecht’ windklimaat wordt slechts bij hoge uitzondering en onder nadere voorwaarden toegestaan. • Bij windgevaar worden twee kwalificaties gegeven: ‘beperkt risico’ en ‘gevaarlijk’. Het spreekt voor zich dat de kwalificatie ‘gevaarlijk’ in beginsel moet worden voorkomen.
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
3
3 Opzet van de berekening Figuur 3.1: Impressie van het model
Voor een overzicht van de instellingen bij de berekening wordt verwezen naar het inlegvel uit de NEN 8100:2006, welke is toegevoegd in bijlage A.
3.1 Software
De berekening is uitgevoerd met behulp van OpenFOAM v1812, een softwarepakket dat bedoeld is voor het oplossen van problemen in de continuüm mechanica en thermodynamica. Voor dit project is “simpleFoam” gebruikt. Deze solver is gebaseerd op de incompressibile Reynolds Averaged Navier-Stokes (RANS) vergelijkingen en houdt rekening met turbulentie. Turbulentie is gemodelleerd gebruik makend van het k-ω SST model.
(a) Overzicht model
3.2 Geometrie en rekenrooster
De geometrie van het model is gebaseerd op de verkregen tekeningen en modellen van de opdrachtgever. Het 3D-model is weergegeven in figuren 3.1 en 3.2. Het model omvat alle gebouwen binnen een straal van minimaal 300 meter. De omliggende bebouwing is als eenvoudige massa’s weergegeven. Rond dit gebied is een cilindervormig domein geplaatst met een doorsnede van 3000 m en een hoogte van 500 m. Het plangebied is centraal in dit domein geplaatst, zodat hier verschillende windrichtingen op kunnen worden toegepast zonder dat het voor- of achtergebied te klein wordt. De ruwheid van het voorland is afgestemd op de werkelijke situatie conform NPR 6097:2006. (b) Close-up
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
4
Het luchtvolume in de hierboven omschreven geometrie is vervolgens opgedeeld in een groot aantal kleine volumecellen. Deze cellen tezamen vormen het rekenrooster voor de te bestuderen situatie. Dit rooster bestaat uit 61 275 054 cellen inclusief vegetatie. In figuur 3.2 is een weergave van dit rekenrooster te zien. Over het grondoppervlak en de bebouwing zijn vijf lagen prisma’s geplaatst. Deze prismalaag zorgt voor een betere berekening van de snelheidsgradiënt in de atmosferische grenslaag.
Figuur 3.2: Impressie rekengrid
3000 m
500 m
3.3 Aannames en randvoorwaarden
Om inzicht te krijgen in het windklimaat is de gehele windroos doorgerekend, te weten 12 windrichtingen. Er is aangenomen dat de atmosferische grenslaag een snelheidsprofiel heeft volgens vergelijking 3.1 en 3.2. Hierin is Un de horizontale windsnelheid, z de hoogte vanaf het maaiveld (zground), en z0 een ruwheidslengte. De ruwheidslengte is een maat voor de ruwheid van het terrein. Verder geldt dat κ = 0,41.
(a) Doorsnede van het rekengrid
Ook de turbulente grootheden k en ω verlopen volgens een voorgeschreven profiel, zoals aangegeven in vergelijking 3.3 en vergelijking 3.4. Hierin heeft Cμ de waarde 0,09. Deze empirische constante komt voort uit het gebruikte turbulente model (k-ω SST). Voor de berekeningen is een windsnelheid van 5 m/s op een hoogte van 60 m opgegeven. Hierbij is een atmosferisch grenslaagprofiel toegepast. Voor de 12 windrichtingen die in beschouwing zijn genomen wordt een resulterend snelheidsveld bepaald. Hiermee is voor elke locatie per windrichting de versterkingsfactor ten opzichte van de opgelegde windsnelheid vastgelegd.
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
(b) Doorsnede van het rekengrid - ingezoomd
5
Vervolgens wordt de windstatistiek gecombineerd met de berekende versterkingsfactor, zodat voor elke windsnelheid op een locatie een overschrijdingskans kan worden bepaald van verschillende windsnelheden. Deze overschrijdingskans wordt vervolgens getoetst aan de gewenste kwaliteitsklasse om te bepalen of er een comfortabel windklimaat kan zijn. Een visualisatie van de lokale windstatistiek als windroos en als frequentieverdeling van de windsnelheid op 60 m hoogte is weergegeven in figuur 3.4.
Windroos: relatieve wind verdeling 330° (NNW)
0° (N)
30° (NNO)
20 18
20% 300° (WNW)
15%
60° (ONO)
5%
16 14 12
270° (W)
90° (O)
10 8
240° (WZW)
120° (OZO) 210° (ZZW)
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
180° (Z)
150° (ZZO)
6
wind snelheid [m/s]
10%
Figuur 3.4: Visualisatie van de windstatistiek welke is gebruikt bij de bepaling van windhinder en windgevaar.
4 2 0
6
4 Resultaten Windhinder en windgevaar
In deze sectie worden de resultaten voor windhinder en windgevaar ter plaatse van de openbare buitenruimte weergegeven conform NEN 8100:2006. De resultaten van de openbare buitenruimte worden weergegeven op horizontale doorsneden op 1,75 m boven maaiveld. Figuren 4.1 en 4.2 tonen de resultaten van de openbare buitenruimte. Onderstaand wordt dit windklimaat nader beschreven. Hierbij gelden op basis van de normstelling de volgende richtwaarden: • Locaties met voor voetgangers louter een verkeersfunctie en geen verblijfsfunctie worden beoordeeld als activiteit ‘doorlopen’. Hier dient windhinder bij voorkeur klasse A, B of C te zijn. Klasse D biedt een matig niveau, maar kan geaccepteerd worden. Klasse E biedt een slecht niveau en dient vermeden te worden. • Locaties die gezien kunnen worden als verblijfsgebied voor voetgangers, zoals een winkelpromenade worden beoordeeld als activiteit ‘slenteren’. Hier dient windhinder bij voorkeur klasse A of B te zijn. Klasse C biedt een matig niveau, maar kan geacepteerd worden. Klassen D en E bieden een slecht niveau en dienen op deze locaties vermeden te worden. • Ter plaatse van gebouwentrees dient tot een afstand van ca. 2,5 m vanaf de deur klasse A of B behaald te worden in relatie tot de bruikbaarheid van de deur. Overige klassen dienen op deze locaties vermeden te worden. • Windgevaar dient bij voorkeur voorkomen te worden.
Een beperkt risico kan lokaal geaccepteerd worden.
De resultaten voor windhinder zijn in figuur 4.1 getoond. Hieruit kan het volgende worden opgemaakt: • De resultaten laten zien dat er sprake is van een relatief luw windklimaat rondom de nieuwbouw. Aan de Loevesteinlaan, Lichtenbergweg en Hillennraadweg is het effect van het bouwvolume op het lokale windklimaat beperkt. In dit geval, is veelal een comfortabel windklimaat aanwezig met windhinderklassen A/B en enkele C-regio’s. Dit is acceptabel en in lijn met het Haags beleid. • Aan het Cannenburglaan heeft de nieuwbouw een meer prominent effect op het windklimaat. Hier ontstaat een meer gevarieerd windklimaat met windhinderklassen A, B en C. Hier is duidelijk de invloed te zien van de maatgevende zuidwestelijke windrichtingen, zie bijlage C. Deze zorgen voor versnelling vanaf de zuidwestgevel in de Cannenburglaan. • Aan de Schaloenstraat is een kleine C/D-regio rondom de zuidwestgevel van Fase 1 aanwezig. Ook hier hebben de zuidwestelijke windrichtingen een belangrijke rol. De bomen/struiken hebben een positief effect op het voetpad. • De binnentuinen van beide Fase 1 en 2 kennen maximaal windhinderklasse C, evenals omvangrijke zones met windhinderklasse A en B. Dit is acceptabel en in lijn met het Haags beleid. • De entreegebieden van de nieuwbouw zijn gelegen in gebieden met windhinderklasse A of B. Dit is acceptabel en in lijn met het Haags beleid.
Er is rondom de nieuwbouw geen risico op windgevaar aanwezig, zie figuur 4.2. Dit is acceptabel en in lijn met het Haags beleid.
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
7
Figuur 4.1: Windhinder op voetgangersniveau
n
a la
N
Lo
eve ste in
en
n
n Ca
rg u b
laa
2 e s
Fa
n
t
a a r t
s
n oe
l
S
1 e s
Fa
eg w g er
weg
raad
enn
Hill
a ch
b
en t h
Lic
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
8
Figuur 4.2: Windgevaar op voetgangersniveau
n
a la
N
Lo
eve ste in
en
n
n Ca
rg u b
laa
2 e s
Fa
n
t
a a r t
s
n oe
l
S
1 e s
Fa
eg w g er
weg
raad
enn
Hill
a ch
b
en t h
Lic
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
9
In de omgeving van de nieuwbouw zijn twee aandachtspunten: • De entree van het bestaande appartementengebouw aan de Lichtenbergweg. Hier is een luw windklimaat met voornamelijk windhinderklasse A gevonden. De gemodelleerde setback van de entree, de luifel boven de entree en de vegetatie rondom het gebouw creëren een comfortabel windklimaat. • De entree van het bestaande appartmentengebouw aan de Cannenburglaan 261-273. Hier treedt windhinderklassen A en B op. De stroming richting deze locatie is verder met stroomlijnen uitgewerkt in figuur 4.3. Stroomlijnen geven het pad aan dat de wind volgt wanneer het langs de verschillende obstakels stroomt. In dit geval zien we dat de wind vanuit de maatgevende windrichting zuid-zuidwest relatief horizontaal aanstroomt.
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
Figuur 4.3: Stroomlijnen bij windrichting zuidzuidwest Richting de Cannenburglaan
10
5 Conclusies Dit rapport presenteert een onderzoek naar het windklimaat rondom het nieuwbouwproject ‘De Schaloen’ te Den Haag. Het onderzoek is uitgevoerd door Actiflow. Voor de analyse is de Nederlandse norm “NEN 8100:2006: Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving” gebruikt. Hierbij is een geometrisch model van het gebouw en zijn omgeving opgesteld. Een rekengrid met hoge resolutie is rond deze geometrie opgetrokken als basis voor Computational Fluid Dynamics (CFD)-simulaties van de windstroming.
• De entree van het bestaande appartementengebouw aan de Lichtenbergweg kent windhinderklasse A. • De entree van het bestaande appartmentengebouw aan de Cannenburglaan 261-273 kent windhinderklassen A en B. Hier zorgt relatief horizontale aanstroming vanuit het zuidwesten voor versnelling richting dit gebied.
Voorafgaand aan de hier getoonde windstudie zijn er diverse studies uitgevoerd, waarbij het windklimaat geoptimaliseerd is. Hierbij zijn in het ontwerpproces van zowel het gebouwvolume als het landschap grote stappen gemaakt om een comfortabele en veilige situatie te realiseren. De studie van deze geoptimaliseerde situatie leidt tot de volgende conclusies: • Na toevoeging van De Schaloen kent de directe omgeving een luw windklimaat. De hoogste windhinderklassen worden aan de noordwestzijde van het plangebied gevonden. • Het windklimaat in de binnentuinen van de nieuwbouw is luw met overwegend windhinderklasse A voor Fase 1 en A/B voor Fase 2. Hierdoor kunnen alle gewenste activiteiten comfortabel worden uitgevoerd. • Nabij de nieuwbouw kennen doorloopgebieden, slentergebieden en gebouwentrees een acceptabel windklimaat. • Er is geen windgevaar of een beperkt risico hierop aanwezig in de nabijheid van de nieuwbouw.
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
11
Onderzochte configuraties Computeropstelling Programmatuur
A Inlegvel NEN 8100:2006
Algemeen
Rekenrooster NEN 8100:2005
Turbulentiemodellering
Technisch inlegvel numerieke simulatie
Convectieve differentieschema's
Project Projectnaam Opdrachtgever Projectleider Datum Model Omvang gemodelleerd gebied Kerngebied Omgeving Afmetingen model Blokkeringsgraad Onderzochte windrichtingen (minimaal 12 over de windroos) Onderzochte configuraties Computeropstelling Programmatuur
Algemeen
Rekenrooster Turbulentiemodellering Convectieve differentieschema's Randvoorwaarden Instroomprofiel Uitlaat Boven-/Zijwanden Vloer/bodem Overige
Randvoorwaarden Instroomprofiel Uitlaat Boven-/Zijwanden Vloer/bodem Overige
Projectgegevens De Schaloen te Den Haag Sustay ir. Samy Iousef 31/12/2020 Algemene gegevens van het model Bebouwing binnen (minimaal) 300 m rond kerngebied Nieuwe gebouwen Omgeving in massa's, gedetailleerd nabij het kerngebied Rond met straal 1500 m en hoogte 500 m maximaal 3%
Specifieke gegevens van gebruikte programmatuur FVM (eindige volume methode) FEM (eindige elementen methode) anders Programmatuur: OpenFOAM Versie: v1812 drie-dimensionaal tijd-onafhankelijk isothermisch passieve scalars twee-dimensionaal tijd-afhankelijk thermisch actieve scalars Overige: Hybride ongestructureerd: tetraëders met prismalaag Basis: 61 275 054 cellen; k-omega-SST Snelheidscomponenten: linearUpwindV cellLimited leastSquares 1 Turbulente grootheden: limitedLinear 1 Scalaire variabelen: n.v.t. Gebruikte randvoorwaarden Logaritmische atmosferische grenslaag Druk-uitlaat Slip-wanden No-slip, lokale ruwheid No-slip, lokale ruwheid
Gegevensverwerking en -beoordeling informatie voor locatie en berekening windklimaat
12 Windhinder, windgevaar en windcomfort Specifieke gegevens van gebruikte programmatuur FVM (eindige volume methode) FEM (eindige elementen methode) anders Programmatuur: OpenFOAM Versie: v1812 drie-dimensionaal tijd-onafhankelijk isothermisch passieve scalars twee-dimensionaal tijd-afhankelijk thermisch actieve scalars Overige: Hybride ongestructureerd: tetraëders met prismalaag
Amersfoortse coördinaten van de locatie
X: 082144
Gepresenteerde resultaten
Windhinder en windgevaar op openbare buitenruimte
Y: 450987
Opmerkingen en eventuele conclusies van proefoverschrijdend belang
Basis: 61 275 054 cellen; k-omega-SST Snelheidscomponenten: linearUpwindV cellLimited leastSquares 1 Turbulente grootheden: limitedLinear 1 Scalaire variabelen: n.v.t. Gebruikte randvoorwaarden Logaritmische atmosferische grenslaag Druk-uitlaat Slip-wanden No-slip, lokale ruwheid No-slip, lokale ruwheid
Gegevensverwerking en -beoordeling informatie voor locatie en berekening windklimaat Amersfoortse coördinaten van de locatie
X: 082144
Gepresenteerde resultaten
Windhinder en windgevaar op openbare buitenruimte
Opmerkingen en eventuele
Y: 450987
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
12
B Resultaten per seizoen
n
Lo
a la
g ur
b n e
nn
Ca
se a F
laa
2
n
t
a a r t
s
n oe
Sc
l a h
se a F
g dwe
nraa
en Hill
N
eve ste in
1
g e gw r e
b
en t h
Lic
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
13
B Resultaten per seizoen
n
Lo
a la
g ur
b n e
nn
Ca
se a F
laa
2
n
t
a a r t
s
n oe
Sc
l a h
se a F
g dwe
nraa
en Hill
N
eve ste in
1
g e gw r e
b
en t h
Lic
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
14
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
Wind
↑
↑
N
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
15
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
Wind
↑
↑ N
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
16
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
↑
↑
Wind
N
N
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
17
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
↑
↑
Wind
N
N
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
18
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
↑
↑
Wind
N
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
19
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
Wind
↑
↑
N
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
20
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
Wind
↑
↑
N
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
21
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
Wind
↑
↑
N
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
22
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
Wind
↑
↑ N
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
23
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
Wind
↑
↑ N
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
24
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
↑
↑
Wind
N
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
25
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
Wind
↑
↑
N
De Schaloen te Den Haag - CFD-studie windhinder en windgevaar
26
Actiflow BV Tramsingel 1 4814 AB Breda +31 (0)76 5422 220 contact@actiflow.com www.actiflow.nl