CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308768 bijlage 1 2a Schaloenstraat e o Toelichting deel 1

Commissie Ruimte 9 december 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Hoorzitting over ontwerp-bestemmingsplan Schaloenstraat e.o.35.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

5.2

Beschrijving van het plan

Het college heeft op 9 april 2020 ingestemd met het PlanUitwerkingsKader (PUK) voor de ontwikkeling van de Schaloenstraat (RIS 303670). Daarna heeft het college de commissie per brief (RIS 303672) geïnformeerd en is het PUK besproken in de commissie Ruimte van 11 juni 2020. Het volledige PUK is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting. Op basis van de randvoorwaarden uit het PUK is een stedenbouwkundig plan voor het plangebied uitgewerkt. De randvoorwaardenkaart uit het PUK is hieronder opgenomen, daarna volgt een toelichting.

Met de bovenstaande hoofdopzet, vastgelegd in het PUK, wordt voor de Schaloenstraat en omgeving een transformatie mogelijk gemaakt om de huidige 200 sociale huurwoningen te vervangen voor ca. 220 nieuwe sociale huurwoningen en ca. 350 marktwoningen. De ontwikkeling wordt ontsloten via de bestaande ontsluitingswegen rond het gebied. De huidige voorzieningenstrip komt te vervallen, omdat deze niet binnen het gemeentelijk detailhandelsbeleid past. Wel wordt er een horecavoorziening mogelijk gemaakt in de categorie licht.

67

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

5.2.1

Stedenbouwkundige opzet van het plan

Bij de stedenbouwkundige opzet van het plangebied is rekening gehouden met de kaders uit het PUK, wat inhoud dat er voor het plangebied gekozen is voor een stedenbouwkundig concept van 'strakke randen en een groen interieur'. Langs de Loevesteinlaan is een straatwand voorzien die passend is bij de structuur van Moerwijk en de uitstraling van de Loevesteinlaan. Langs de groene oevers van de Strijp en richting het Erasmusveld houdt de bebouwing afstand tot het water om ruimte te bieden aan een parkachtige inrichting met kwaliteit. Tussen de twee bouwblokken loopt de Schaloenstraat, die zijn verkeersfunctie verliest en onderdeel wordt van het autoverkeervrije groene hart van het complex. Ten noorden van de Cannenburglaan is een woongebouw van zes lagen gesitueerd, dat een kop op de groenstrook vormt. De nieuwe bebouwing aan de noordkant van de Cannenburglaan sluit aan bij de schaal, structuur en maat van Moerwijk. Het gebouw aan de noordzijde van de Cannenburglaan wordt vervangen door een iets geknikt woongebouw van deels vier, deels zes bouwlagen. Ten opzichte van de bestaande bebouwing wordt het iets naar voren geplaatst. Door de bouwhoogte van vier lagen en de verschuiving van de rooilijn blijft de kerk een dominant hoekgebouw. De bebouwing langs de Loevesteinlaan wordt vervangen door een vijflaags woongebouw.

Dit blok staat op ongeveer dezelfde positie als de bestaande bebouwing. Het ensemble ten zuiden van de Cannenburglaan voegt zich in de schaal en structuur van het Erasmusveld, wat inhoud dat er gekozen is voor twee half open bouwblokken die ieder een collectieve binnenterrein omsluiten. De openingen in beide bouwblokken liggen aan de Schaloenstraat, waarmee de binnentuinen in combinatie met de Schaloenstraat een open en groen karakter krijgen. Om de nieuwe bouwblokken goed in te passen in de bestaande context wordt de bouwhoogte gefixeerd op vijf bouwlagen. Daarmee wordt ruimte gegeven aan verdichting zonder de aansluiting op de omringende bebouwing te verliezen. Aan de Loevesteinlaan zal een toename in bouwhoogte bijdragen aan een beter geproportioneerd laanprofiel. In aanvulling op de stedelijke laag staan in beide bouwblokken hoger opgaande woongebouwen die in hoogte variëren van 11 tot 21 bouwlagen. Conform het Haagse Hoogbouwbeleid zijn deze woongebouwen onderdeel van het ensemble. Hoogteaccenten Loevesteinlaan Het woongebouw van 11 lagen aan de Loevesteinlaan vormt samen met de bestaande maisonetteflat nabij de Erasmusweg een stedelijke begeleiding van deze laan en een krachtige markering van het begin van de laan.

Cannenburglaan De schijf van 18 lagen aan de Cannenburglaan vormt een krachtig slotakkoord van de Cannenburglaan en is tegelijkertijd een schakel naar de grote institutionele bebouwing ten zuidwesten van het plangebied. De Strijp Langs de groene rand staat een woongebouw van 21 lagen. Dit hoogste volume staat op afstand van de grote stadsstructuur. Ook neemt het volume afstand van Moerwijk, waardoor het schaalcontrast verzacht en tegelijkertijd de alzijdigheid van het ensemble benadrukt wordt. Ontsluiting en parkeren De ontsluiting van het plangebied vindt voornamelijk plaats vanaf de Lichtenbergweg of de Cannenburglaan. Hier hebben de gekozen parkeergarages hun ontsluiting. Dit betekent dat er geen nieuwe inritten aan de Loevesteinlaan gerealiseerd worden. Het deel van het plangebied ten noorden van de Cannenburglaan maakt gebruik van de huidige inrit aan de Loevesteinlaan. Het parkeren wordt grotendeels opgelost door een half verdiepte parkeerbak. De overige parkeerplaatsen bevinden zich op maaiveld langs de ontsluitingswegen. Het omzetten van de Schaloenstraat, tussen de Loevesteinlaan en Lichtenburgweg naar een langzaam verkeersroute zorgt voor een verrijking van het plan zonder dat het ten koste gaat van de bereikbaarheid. Wel dient rekening te worden gehouden met de bereikbaarheid voor hulpdiensten in geval van een calamiteit.

68

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Groen Het verdichten van het plangebied vraagt om een goede, hoogwaardige en groene invulling van de openbare ruimte en collectieve binnentuinen. De ruimtelijke drager voor de inrichting van het openbaar gebied is de aansluiting met de groene oevers van de watergang de Strijp. Het groene gebied wordt verruimd en doorgetrokken over de autovrije Schaloenstraat, naar de Loevesteinlaan. Het plan kent twee soorten groene ruimtes: één met een openbaar karakter en één met collectief karakter voor de bewoners van het bouwblok. De overgang tussen deze twee ruimten ligt in het groene interieur van het stedenbouwkundig plan. De grens daartussen wordt vormgegeven door een hoogteverschil, veroorzaakt door de half verdiepte parkeerbak. Het inrichtingsplan voor het groen met een openbaar karakter zal tezijnertijd ter goedkeuring aan de raad worden voorgelegd. Water Het plangebied is gelegen langs het boezemwater de Strijp en heeft zelf geen wateroppervlak. De dichtstbijzijnde watergangen liggen tussen het plangebied en de Sammersweg. Het plangebied ligt in een hoog deel van de Noordpolder. Het waterpeil in de Noordpolder bedraagt 1,30 meter onder NAP en wordt ter hoogte van de Laakkade en Julialaantje (Rijswijk) bemalen. 5.2.2

Gewijzigde invulling van de stedenbouwkundige opzet

De stedenbouwkundige opzet is op de volgende punten aangepast, waarbij de ruimtelijke uitgangspunten van het PUK zijn gerespecteerd: 1. Het woongebouw van éénentwintig bouwlagen langs de Strijp is 90 graden gedraaid om het windklimaat in de openbare ruimte en collectieve binnentuin te verbeteren. Door de verdraaiing komt de korte zijde van het woongebouw op de meest voorkomende windrichting te liggen, zodat dit woongebouw aanzienlijk minder windhinder op maaiveld veroorzaakt. 2. Om het gedraaide woongebouw stedenbouwkundig in te passen is het zuidelijk bouwblok van het ensemble verlengd, waardoor de open ruimte richting de Strijp iets verkleind is. Hiertegenover staat dat de collectieve binnentuin qua maatvoering gelijk blijft. Ook de ruimtelijke verbinding tussen Schaloenstraat en binnentuin zijn behouden gebleven. 3. In de randvoorwaardekaart uit het PUK is een verbreding van de Schaloenstraat opgenomen richting de open ruimte langs de Strijp. In tegenstelling tot het PUK is de verbreding aan de noordzijde van de Schaloenstraat gelegen. Deze verbreding is noodzakelijk om de sfeer van het openbare gebied langs de Strijp in de Schaloenstraat te halen. 4. Door deze verbreding aan de noordzijde van de Schaloenstraat is het noordelijk bouwblok van het ensemble kleiner geworden.

Door het verkleinen van het bouwblok is de ruimtelijke verbinding tussen de Schaloenstraat en de collectieve binnentuin versterkt. Het bovenstaande is verduidelijkt aan de hand van de onderstaande afbeelding. De nummering in de afbeelding en de bovenstaande nummering komen overeen.

69

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Uiteindelijk stedenbouwkundig plan ten opzichte van de randvoorwaardenkaart uit het PUK

5.3

Duurzaamheid

5.3.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Verantwoord dient te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Deze behoefte moet blijken uit een regionaal afgestemd programma. Als er (nog) geen regionaal programma is vastgesteld dan kan uit een positief advies van de regio blijken dat regionale afstemming heeft plaatsgevonden. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Ook in de Verordening Ruimte van de Provincie Zuid-Holland is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Gesteld wordt dat 'een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen:

70

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

a. de stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd; b. in die behoefte wordt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Regionale behoefte De eerste trede van de ladder betreft de behoefte aan het programma en de regionale afstemming van het programma. Door de afdeling DSO/Programmamanagement, Strategie en Onderzoek (PSO) van de gemeente Den Haag is onderzoek gedaan naar de regionale woningbehoefte. Basis voor dit onderzoek zijn de bevolkingsprognoses: Bevolkingsprognose 2013 (BP2013) van de provincie Zuid-Holland; Primos-prognose 2014 van ABF Research. Beide prognoses berekenen vanuit de bevolkingsontwikkeling en de huishoudensontwikkeling hoeveel woningen nodig zijn. Hieruit volgt dat gedurende de planperiode (tot 2025) ca. 49.000 (Primos) tot 55.000 (provincie ZH) woningen nodig zijn binnen de regio. Geconcludeerd kan worden dat zowel voor de korte als de lange termijn er onvoldoende harde plannen zijn om aan de gewenste groei van de regionale woningvoorraad (woningbehoefte) tegemoet te komen. Ook de zachte planvoorraad is (zeer waarschijnlijk) op de korte termijn en lange termijn onvoldoende om de gewenste groei van de woningvoorraad te accommoderen.

Naast deze kwantitatieve behoefte is er ook een kwalitatieve behoefte aan de woonmilieus dat wordt toegevoegd in het plangebied. De regio stelt in de Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017-2021 dat er in de regio sprake is van een overaanbod van suburbane woonmilieus en een aanzienlijk tekort aan stedelijke en dorpse milieus. Volgens de Grote Woontest Haaglanden is er op dit moment een tekort aan het woonmilieu 'woonwijk met vooral eengezinswoningen' binnen Den Haag. Binnen het plangebied is bebouwing in de vorm van appartementen voorzien. De behoefte aan appartementen ligt lager dan de behoefte aan eengezinswoningen doch ook in de regio is een groeiende behoefte aan appartementen op locaties dicht bij voorzieningen en concentratie plekken van openbaar vervoer. Het programma op deze ontwikkellocatie draagt bij tot dit woonmilieu. 5.3.2

Waterhuishouding

Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor het beheer van de primaire waterkering en het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer in het plangebied. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is in het kader van de watertoets overleg gevoerd over deze waterparagraaf, de plankaart en de voorschriften. Deze waterparagraaf bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. 5.3.3

Duurzaamheidsbeleid

Verwezen wordt naar hoofdstuk 3.10 van deze toelichting.

5.4

Keuze en verantwoording van bestemmingen

5.4.1

Het digitale bestemmingsplan

Een belangrijk onderdeel van Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de digitaliseringsverplichting. De Wro bepaalt dat een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar moet zijn. Dit heeft onder meer geleid tot de introductie van twee nieuwe begrippen: 'digitale verbeelding' en de 'analoge verbeelding'. Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (plankaart), regels en een toelichting en is digitaal raadpleegbaar. De eerste twee onderdelen zijn juridisch bindend, de toelichting is juridisch niet

71

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

bindend, maar helpt bij de interpretatie van de kaart en de regels. De 'digitale verbeelding' is een interactieve raadpleegomgeving die o.a. via het internet (www.ruimtelijkeplannen.nl) die de gehele inhoud van het bestemmingsplan ontsluit overeenkomstig de SVBP2012: Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. Door een muisklik op een bepaalde plek verschijnen de bijbehorende regels voor die locatie in een nieuw tabblad in beeld. Onder de term digitale verbeelding wordt dan ook niet alleen het ruimtelijk beeld, maar ook de daarbij behorende juridische informatie (regels) verstaan. Indien de digitale en de analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend. Onder analoge verbeelding wordt verstaan: alle te verbeelden informatie van een ruimtelijk plan op papier. De term analoge verbeelding is dus een synoniem voor de tot nu toe altijd gebruikte term plankaart. Op de verbeelding van dit bestemmingsplan zijn alle noodzakelijke en op grond van het Besluit ruimtelijke ordening vereiste gegevens ingetekend. Er is daarbij onderscheid gemaakt in bestemmingen en aanduidingen op de verbeelding. De bestemmingen zijn de belangrijkste elementen. Elk stuk grond van het plangebied heeft een bestemming.

Deze wordt zichtbaar gemaakt door middel van een kleur, op de digitale verbeelding wordt de informatie in een aparte deel van het scherm zichtbaar, op de analoge verbeelding al dan niet in combinatie met een letter, ter aanduiding van de bestemming en een getal dat de maximale toegestane (goot- en nok)hoogte en/of bebouwingspercentage aangeeft. Op deze wijze is het mogelijk om te zien welke bestemmingen zijn gegeven aan de gronden en opstallen binnen het plangebied. Elke op de verbeelding aangegeven bestemming is gekoppeld aan een bestemmingsartikel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming zien op welke wijze gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt mogen worden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar aanduidingen op de plankaart. Aanduidingen geven dientengevolge, in samenhang met de regels, duidelijkheid over wat binnen een bestemmingsvlak al dan niet is toegestaan. Op de digitale en analoge verbeelding van de plankaart zijn bouwhoogten aangegeven. Gekoppeld aan bouwvlakken is een maatvoering voor (goot- en nok)hoogte, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012, opgenomen. De waarde op de plankaart geeft de maximaal toegelaten (goot- en nok)hoogte van een gebouw aan. Daarnaast wordt ook in de bouwregels van het bestemmingsplan een en ander bepaald over bouwhoogten.

Bij het bepalen van de daadwerkelijke hoogte van gebouwen is gebruik gemaakt van stereokartering met behulp van luchtfoto's. De maximaal toegelaten bouwhoogte kan afwijken van de daadwerkelijke hoogte van een gebouw: aan het vaststellen van een maximale bouwhoogte liggen ook stedenbouwkundige overwegingen ten grondslag. Voorts wordt de opzet van het bestemmingsplan ingegeven door de relevante beleidskaders en omgevingsfactoren. In onderstaande tabellen (beslissingstabel) is aangegeven op welke onderdelen de in dit bestemmingsplan beschreven beleidskaders en omgevingsfactoren hun vertaling hebben gevonden in het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Deze paragraaf vormt dan ook als het ware de schakel tussen de toelichting van het bestemmingsplan en de daarbij behorende regels en plankaart. 5.4.2

Keuze en verantwoording van de bestemmingen

Beleidskader Ruimtelijk beleid

Vertaling in het bestemmingsplan

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De ladder voor duurzame verstedelijking is wordt de ladder voor duurzame verstedelijking beschreven in hoofdstuk 5 paragraaf 5.1 . geïntroduceerd. De ladder voor duurzame De 'ladder voor duurzame verstedelijking' vormt geen verstedelijking is kaderstellend voor alle juridisch belemmering voor dit bestemmingsplan. verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden.

72

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

De Provinciale Structuurvisie "Visie op Zuid-Holland" en de provinciale "Verordening Ruimte" zet in op een samenhangend stedelijk en landschappelijk netwerk, goede bereikbaarheid, een divers aanbod van woon- en werkmilieus in een aantrekkelijk landschap met ruimte voor water, landbouw en natuur. De Verordening Ruimte laat uitbreiding van detailhandel slechts toe op plekken die gelegen zijn binnen bestaande winkelconcentraties en kantoren binnen de bestaande haltes van het Zuidvleugelnet. Cultureel erfgoed De Erfgoedwet legt de verplichting op om in nieuwe bestemmingsplannen en bij wijziging van bestaande bestemmingsplannen met de archeologische waarden rekening te houden. Bestemmingsplannen moeten een juridische regeling bevatten die voldoende bescherming biedt tegen werkzaamheden die tot een verstoring van het bodemarchief zouden kunnen leiden. Water

Het bestemmingsplan "Schaloenstraat e.o." is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

Het Waterbeheerplan 2016-2021 (ook wel WBP 5) is het strategisch werkplan van het Hoogheemraadschap van Delfland. het Hoogheemraadschap draagt zorg voor het kwantiteits- en kwaliteitsbeheer van het oppervlaktewater, het beheer van de waterkeringen en het kwantiteitsbeheer van grondwater Groen

Over deze ontwikkeling heeft vooroverleg met het waterschaop plaatsgevonden.

Inzet is de Stedelijke Groen Hoofdstructuur (paragraaf Natuurbescherming) duurzaam in stand te houden en waar mogelijk te versterken. Verkeer en parkeren

Het plan is hiermede in overeenstemming.

Het bestemmingsplan maakt geen detailhandel mogelijk. Wel wordt lichte horeca mogelijk gemaakt met een maximale oppervlakte van 250m² en verdwijnt de bestaande detailhandel die buiten het winkelconcentratiegebied ligt. Op basis van onderzoeken is de archeologische verwachting voor het plangebied laag, waardoor in het onderhavig plangebied geen archeologische waarde aanwezig is.

De Haagse Nota Mobiliteit hanteert een rangorde De bestemming Verkeer-Hoofdverkeersweg is gericht in haar wegenstructuur. Naast de hoofdwegen op de hoofdverkeerswegen: De bestemming voor het doorgaande verkeer zijn er de wegen van Verkeer-Straat ziet op alle straten in het plangebied: een lagere orde die het verkeer tussen wijken en Alle straten in het plangebied die niet als het buurtgebonden verkeer moeten afwikkelen: hoofdverkeersweg of straat kunnen worden buurtontsluitingswegen (straten) en geclassificeerd, vallen onder de bestemming erfontsluitingswegen (verblijfs- en woonstraten). Verkeer-Verblijfsstraat. Verblijfsgebieden zijn als Verblijfsgebied ten slotte is openbare ruimte waar Verkeer-Verblijfsgebied aangegeven. geen autoverkeer is toegestaan en waar de verkeersfunctie ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie De nota “Parkeerkader Den Haag 2010-2020” In het plangebied wordt uitgegaan van parkeren deels gaat mede in op het faciliteren van de op eigen terrein en deels op de openbare weg.met parkeerbehoefte en het benutten van schaarse een parkeerbehoefte volgens de Nota ruimte Parkeernormen Den Haag Wonen

73

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

De kern van de Woonvisie 2009-2020 is als Den Haag zich meer op de kaart wil zetten als woonstad, moet de stad zich versterken door meer differentiatie in woonmilieus en woonsferen te creëren en de woonkwaliteit verhogen

In het plan wordt ingezet op de stedelijk gewenste verdichting.Het plan behelst circa 570 woningen, waarvan circa 220 in de sociale woningbouw (circa 38%) Mede vanwege de huidige samenstelling van de woningvoorraad in het stadsdeel en in Moerwijk ligt de focus daarbij op toevoeging van meer differentiatie aan de op dit moment grotendeels sociale woningvoorraad. In de Woonagenda 2020-2023 zijn extra De Woonagenda 2020-2023 is van latere datum dan maatregelen beschreven. Den Haag kampt dat er afspraken zijn vastgelegd over het momenteel namelijk met een enorme bestemmingsplan Schaloenstraat e.o., zijnde het woningnood. Den Haag groeit de komende jaren PlanUitwerkingsKader van april 2020 (RIS 303670 en met 4 tot 5.000 inwoners per jaar. Om te zorgen 303672) en de anterieure overeenkomst van dat iedereen in onze stad prettig kan wonen zijn september 2020. Hierdoor zijn delen van de dan ook flinke maatregelen nodig voor de Haagse woonagenda die strijdig zijn met eerder vastgelegde woningmarkt. afspraken niet van toepassing op de planontwikkeling van onderhavige ontwikkeling. In de woonagenda staat dat reeds gemaakte afspraken gerespecteerd worden. Het minimum percentage voor sociale woningbouw is vastgelegd in de planregels. Economie Horeca

In het plangebied wordt de vestiging van lichte horeca tot maximaal 250 m² BVO toegestaan.

Overig De in de parapluherzieningen opgenomen functies (verkoop van vuurwerk, seksinrichtingen) zijn niet aanwezig in het plangebied. Wel is het algemene beleid ten aanzien van deze functies in de algemene regels van dit plan verwerkt. Op de parapluherziening ten aanzien van archeologie wordt in de tabel “cultureel erfgoed” nader ingegaan.

5.5

Toelichting op de regels

De regels zijn als volgt ingedeeld: 1. Inleidende regels. De inleidende regels (Artikel 1 Begrippen en Artikel 2 Wijze van meten lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten (hoogte, diepte et cetera) die moet worden gehanteerd. 2. Bestemmingsregels. De bestemmingsregels (Artikel 3 tot en met Artikel 8) bevatten voor elke bestemming een omschrijving van de bestemming en bouwregels. Als specifiek voor een bestemming een afwijkingsbevoegdheid geldt, is deze in het betreffende artikel opgenomen. 3. Algemene regels. De algemene regels (Artikel 9 tot en met Artikel 13) bevatten voor alle bestemmingen geldende regels: algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en algemene procedureregels. 4. Overgangs- en slotregels. Het overgangsrecht is opgenomen in Artikel 14 de slotregel in Artikel 15.

74

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

5.5.1

Inleidende regels

In Artikel 1 Begrippen worden belangrijke begrippen die in het plan veel voorkomen, nader gedefinieerd. Aandacht verdienen de begrippen aan-huis-gebonden bedrijf, en aan-huis-gebonden beroep. Wanneer in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan-huis-gebonden bedrijf en/of beroep toegestaan. Op basis van jurisprudentie mogen deze activiteiten: geen hinder voor de woonsituatie opleveren; naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning; geen detailhandel en/of horeca betreffen; geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen parkeerproblemen in de omgeving veroorzaken. In Artikel 2 Wijze van meten is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven, moeten worden gemeten. Het definiëren van begrippen en de aanwijzingen voor het meten, vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. De regeling voor bestaand gebruik dat afwijkt van de bestemming is onderdeel van de algemene gebruiksregels. 5.5.2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen Deze bestemming is het aanwezige en toe te voegen groen met een openbare functie opgenomen. Artikel 4 Verkeer - Hoofdverkeersweg,5 Verkeer - Verblijfsgebied en Artikel 6 Verkeer - Verblijfsstraat Deze bestemmingen hebben betrekking op enerzijds het gedeelte van de hoofdverkeersweg Loevesteinlaan en anderzijds op de bestaande en nog te realiseren verblijfstraten. De aanduiding Verkeersverblijfsgebied geldt voor de Schaloenstraat, die in de nieuwe situatie slechts toegankelijk zal zijn voor langzaam verkeer, waardoor deze straat in overwegende mate met groenvoorzieningen kun worden ingericht. Artikel 7 Wonen - 1 en Artikel 8 Wonen - 2 Met deze bestemmingen wordt de beoogde nieuwbouw van appartementen mogelijk gemaakt. Daarbij is binnen de bestemming Wonen 2 op een nog nader te bepalen locatie lichte horeca tot een vloeroppervlak van ten hoogste 250 m2 toegestaan. In beide artikelen is de verplichting opgenomen dat in totaal 220 woningen als sociale huurwoningen zullen worden geëxploiteerd door een toegelaten instelling. 5.5.3

Algemene Regels

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 10 Algemene bouwregels De algemene bouwregels gelden voor alle bestemmingen. In de eerste plaats wordt hierin nu ook algemeen gesteld dat bouwwerken niet buiten bestemmings- en bebouwingsgrenzen mogen worden gebouwd. Kleine overschrijdingen van deze grenzen voor stoepen, kozijnen en dergelijke zijn wel toegestaan. Grote overschrijdingen van deze grenzen voor overstekende daken en soortgelijke delen van gebouwen zijn tot een bepaalde omvang ook toegestaan. Verder is algemeen voorgeschreven dat bouwwerken beneden peil uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak, dat deze ondergrondse bebouwing uit niet meer dan één bouwlaag mag bestaan en is de bouw van installaties voor mobiele telecommunicatie in principe toegestaan op alle gebouwen met uitzondering van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of gebouwen in een rijksbeschermd stadsgezicht. Afwijken van deze algemene bouwregels wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in Artikel 12.

75

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Artikel 11 Algemene gebruiksregels In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod opgenomen: het is verboden de in het plan begrepen gronden en de zich daarop bevindende opstallen te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming of met de regels van het plan. Er is expliciet aangegeven dat onder zulk gebruik ook wordt begrepen het gebruik als opslagplaats voor voorwerpen, stoffen en materialen die niet meer bruikbaar zijn of niet meer worden gebruikt waarvoor ze zijn bedoeld en het gebruik als sekswinkel, seksinrichting, paddoshop, belwinkel of garagebedrijf: functies die voorheen in de Leefmilieuverordening werden verboden of althans gereguleerd. Als in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep toegestaan. In de algemene gebruiksregels is ook een regeling vervat voor het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep: De activiteiten mogen geen hinder voor de woonsituatie opleveren en mogen niet op grond van de milieuwetgeving vergunning- dan wel meldingplichtig zijn. Op grond van de Wet milieubeheer vergunning- of zelfs meldingplichtige activiteiten passen uiteraard niet in de woonomgeving. Maar ook indien een activiteit niet vergunning- of meldingplichtig is, bestaat er kans op ongewenste overlast voor de omgeving, bijvoorbeeld geluid- of geurhinder.

Dit kan met name het geval zijn bij de meer ambachtelijke beroepen. Van geval tot geval dient de (kans op) hinder voor de woonsituatie te worden nagegaan. Uitgangspunt bij de beoordeling is dat de hinder in principe niet onevenredig veel groter mag zijn dan in redelijkheid bij 'normale' bewoning (zonder beroepsuitoefening) het geval zou zijn. De activiteiten mogen naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning. Van belang is dat het karakter van de woning duidelijk herkenbaar blijft en dat de nadruk niet komt te liggen op de beroepsuitoefening. Ter illustratie: reclame-uitingen, anders dan een bescheiden 'bordje naast de deur' of de uitstalling van goederen op het bijbehorende erf betekenen reeds dat aan het karakter van de woning afbreuk wordt gedaan. De activiteiten mogen geen detailhandel en/of horeca betreffen. Detailhandel en horeca leveren in de regel een zodanig ongewenste verkeersaantrekkende werking op, dat het toelaten ervan in woongebied niet zonder meer passend wordt geacht. De activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen daaraan ondergeschikt te zijn, in die zin, dat de woonfunctie de belangrijkste functie dient te blijven en de praktijkruimte maar een deel van de bebouwde oppervlakte mag bedragen. Ook deze (direct meetbare) voorwaarde draagt eraan bij dat de eventuele hinder voor de omgeving wordt beperkt.

Wanneer bijvoorbeeld de woning (vrijwel) geheel zou worden aangewend voor de beroepsuitoefening, is de kans op een ongewenste uitstraling naar de omgeving relatief groot. Afwijken van de algemene gebruiksregels, ook het afwijken voor het meest doelmatige gebruik, wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in Artikel 12. Het bevoegd gezag kan in geringe mate afwijken van de maatvoering die in de bouwregels is bepaald en ook voor geringe afwijkingen in de begrenzing van bestemmings- en/of bebouwingsgrenzen. Verder is afwijken mogelijk voor de bouw van kleine nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en containers voor huishoudelijk afval. Ten slotte is afwijken mogelijk voor het bouwen beneden peil, buiten het bouwvlak. Een belangrijk element van dit artikel is de afwijking van het algemene gebruiksverbod: het bevoegd gezag kan afwijken van het algemeen gebruiksverbod, indien strikte toepassing van het algemene gebruiksverbod leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Wel moet dit andere gebruik aansluiten bij het gebruik conform de bestemming en mag toepassing van de afwijking niet leiden tot een bestemmingswijziging.

Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht De overgangsregels hebben als doel tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan de rechtstoestand vast te leggen van bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan zijn gebouwd of nog gebouwd kunnen worden - dat wil zeggen waarvoor vergunning is verleend of nog te verlenen is - en die afwijken van de bouwregels in dit plan. Het tweede lid van dit artikel heeft betrekking op het gebruik van gronden en bouwwerken, voor zover dit gebruik op het tijdstip van inwerking treden

76

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

van dit bestemmingsplan afwijkt van dit plan. Artikel 15 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam de regels van het bestemmingsplan moeten worden aangehaald: 'Regels bestemmingsplan Schaloenstraat e.o.'.

77

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

78

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. maakt planologisch de ontwikkeling van circa 570 woningen bestaande uit 220 sociale huurwoningen en circa 350 voornamelijk vrije sector huurwoningen met een middeldure huur tussen de liberalisatiegrens en € 900,-- per maand (prijspeil 2017)” mogelijk. In het plan is een bescheiden horecavestiging in de lichte categorie mogelijk. De bouw van het plan Schaloenstraat e.o. is aan te merken als een bouwplan, zoals aangewezen in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Daarom is de gemeente op basis van artikel 6.12 Wro verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via: een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte; meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon; een anterieure overeenkomst met de eigenaar over de ontwikkeling. Het bouwplan vindt plaats op percelen welke door de gemeente Den Haag in erfpacht zijn uitgegeven. Bij aanpassing van de erfpachtvoorwaarden ten behoeve van het nieuwe bouwplan wordt door de afdeling Erfpacht suppletie in rekening gebracht. Kostenverhaal voor apparaatskosten en eventuele ingrepen in het openbare gebied dienen nog anderszins te worden verzekerd door het sluiten van een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente.

Kostenverhaal wordt hier verzekerd via een te sluiten anterieure overeenkomst tussen gemeente en initatiefnemer. Het betreft het kostenverhaal voor apparaatskosten en de aanleg van openbare ingrepen. Conclusie Omdat het kostenverhaal voor de ontwikkelingen anderszins verzekerd is middels een getekende anterieure overeenkomst (september 2020) en aanvullende eisen niet noodzakelijk zijn, wordt – op grond van artikel 6.12 tweede lid Wro – besloten geen exploitatieplan vast te stellen.

79

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

80

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Hoofdstuk 7 7.1

Overleg en inspraak

Artikel 3.1.1 Bro-overleg

Het concept van het ontwerp-bestemmingsplan is op 23 juni 2020 in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan de volgende instanties toegezonden: 1. Provincie Zuid-Holland 2. Rijkswaterstaat West-Nederland 3. Hoogheemraadschap van Delfland 4. Dunea 5. GGD Haaglanden 6. Omgevingsdienst Haaglanden 7. Politie Eenheid Den Haag 8. Veiligheidsregio Haaglanden 9. HTM Personenvervoer NV 10. Tennet Regio West 11. NV Nederlandse Gasunie 12. Stedin B.V. 13. Wijkorganisatie Moerwijk 14. De Moerwijk coöperatie Van de volgende instanties is een reactie ontvangen: 3. Hoogheemraadschap van Delfland Inhoud: Geachte college, In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft u het Hoogheemraadschap van Delfland het voorontwerp van het bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. in Den Haag toegezonden. U verzoekt Delfland een reactie kenbaar te maken op het voorontwerp van het bestemmingsplan. Waterbelang onvoldoende geborgd In het plan is het waterbelang onvoldoende geborgd en is nog onvoldoende invulling gegeven aan de uitgangspunten van goed waterbeheer, zoals vermeld in de Handreiking watertoets voor gemeenten. De meest actuele versie van deze handreiking is te vinden op onze website www.hhdelfland.nl/overheid/ruimtelijke-plannen. In de handreiking zijn verschillende thema's benoemd.

Wij verzoeken u deze thema's ook te benoemen in de toelichting en concreet te beschrijven, hoe het plan zich tot deze thema's verhoudt. In de bijlage van de handreiking is op pagina 50 en 51 per thema aangegeven, wat van belang is om te beschrijven in de waterparagraaf. Wij attenderen u erop, dat in de toelichting, paragraaf 3.5.6, beschrijvingen staan, die niet volledig en/of actueel zijn. Wij vragen u dit te controleren en aanpassingen te maken. Advies Wij geven u graag advies ten aanzien van de volgende wateraspecten in het plan. Specifiek hebben wij opmerkingen over de onderstaande punten. Veiligheid en waterkeringen Het plan grenst aan een regionale waterkering van de Noordpolder. In paragraaf 3.5.6 onder Veiligheid en waterkeringen is aangegeven, dat in het plangebied een regionale waterkering aanwezig is. Daarnaast is beschreven, dat deze waterkering op de verbeelding en in de regels aangegeven wordt. Echter, op de verbeelding en in de regels is de waterkering niet opgenomen, mogelijk omdat het plangebied niet in de waterkering ligt. Wij verzoeken u te controleren, of het plangebied in de zonering van de waterkering ligt. Indien dit wel het geval is, dan vragen wij u de zonering van de waterkering als een dubbelbestemming "Waterstaat-Waterkering" op de verbeelding en in de regels op te nemen.

Mocht het plan niet in de waterkering liggen, dan verzoeken wij u de toelichting hierop aan te passen. Voor meer informatie over de exacte ligging van de waterkering verwijzen wij u naar de leggerkaart. Deze is te raadplegen via https://www.hhdelfland.nl/overheid/beleid-en-regelgeving/leggers.

81

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Voorkomen van wateroverlast In de toelichting (en bijlage) ontbreekt een onderbouwing van de wateropgave als gevolg van toenemende verharding. In de regels wordt een wateropgave van 208 m² genoemd. Het is echter onduidelijk, hoe de wateropgave opgebouwd is en tot stand gekomen is. Wij vragen u dit inzichtelijk te maken. Tevens vragen wij u aan te geven, op welke wijze invulling aan de wateropgave gegeven wordt. Een vroegtijdige invulling biedt meer kansen voor een integrale en duurzame oplossing. In artikel 6 en 7 van de regels is een voorwaardelijke verplichting voor het borgen van de wateropgave opgenomen. Dat is positief en waarderen wij. Wij verzoeken u in de verplichting terug te laten komen, dat wordt aangetoond, hoe de wateropgave opgebouwd is, hoe invulling aan de wateropgave gegeven wordt en dat advies met instemming van het Hoogheemraadschap van Delfland nodig is. Wij verzoeken u de toelichting (en bijlage) aan te vullen met een beschrijving van het huidig en toekomstig landgebruik, het verhard oppervlak dat in het plan mogelijk wordt gemaakt en het vereiste beschermingsniveau. In het kader van verhard oppervlak moeten concreet de huidige en toekomstige verhardings-percentages inzichtelijk worden gemaakt. Het helpt dit inzichtelijk te maken aan de hand van een plattegrond. Watersleutel Delfland maakt gebruik van de watersleutel.

Dit is een rekentool, die u helpt te bepalen, hoeveel waterberging gerealiseerd moet worden, om bij een ruimtelijke ontwikkeling de effecten op het watersysteem te compenseren. De watersleutel kan online worden ingevuld en dient als bijlage bij het ruimtelijk plan te worden toegevoegd. De watersleutel is te raadplegen via https://www.hhdelfland.nl/overheid/ruimtelijke-plannen/watersleutel. Toelichting op wateropgave Voor deze ontwikkeling geldt een wateropgave ter compensatie van toenemende verharding. Hierbij heeft Delfland de voorkeur voor compensatie door het graven van extra oppervlaktewater. Indien compensatie in oppervlaktewater aantoonbaar niet mogelijk is, kan als alternatief voor vasthoudmaatregelen gekozen worden. Vanwege het belang voor de waterhuishouding hanteert Delfland richtlijnen bij de beoordeling van vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding. Deze zijn te vinden op www.hhdelfland.nl/richtlijn-vasthoudmaatregelen. Wij verzoeken u in de waterparagraaf nader uit te werken, op welke manier de wateropgave wordt ingevuld en – wanneer van toepassing - aan te tonen, dat aan de richtlijn voor vasthoudmaatregelen voldaan wordt. Daarbij is het belangrijk, dat de gekozen maatregel goed functioneert, past binnen het gebied en ook op de lange termijn betrouwbaar is.

De eigenaar van het perceel is immers zelf volledig verantwoordelijk voor de aanleg, het functioneren en het in standhouden van de voorziening. Grondwater In het plan worden ondergrondse constructies aangebracht. Wij verzoeken u de geschiktheid van het gebied voor het ruimtelijk plan en de functie(s) met betrekking tot grondwatersituatie en bodem te beschrijven. Tevens vragen wij u de effecten van het ruimtelijk plan op het lokale grondwatersysteem/bodem te beschrijven en te beoordelen. Watersysteemkwaliteit Wij vragen u te beschrijven, wat de effecten van de nieuwe ontwikkeling op de waterkwaliteit zijn en de mogelijke maatregelen voor het oplossen van eventuele negatieve effecten als gevolg van het ruimtelijk plan. Het plan ligt in de buurt van een primair boezemwater. Het afstromend hemelwater mag geen negatief effect op de waterkwaliteit hebben. Er mogen bijvoorbeeld geen uitlogende materialen worden toegepast. Afvalwater en riolering Wij verzoeken u in de toelichting te beschrijven, hoe in dit plan met de afvoer van afvalwater en hemelwater omgegaan wordt en wat de effecten zijn. Concreet gaat het hierbij om de huidige situatie voor afvalwater (riolering, overstorten, bergbezinkbassins en zuivering), de effecten van de toekomstige ontwikkeling (o.a.

benodigde en beschikbare capaciteit) en de kwantitatieve en kwalitatieve effecten van lozingen en de verwachte veranderingen daarin op het oppervlaktewater. Bij riolering is een gescheiden rioolstelsel het uitgangspunt. Wij vragen u het hemelwater, dat afkomstig van het verhard oppervlak is,

82

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

niet direct op het oppervlaktewater af te voeren maar gebruik te maken van vasthoudmaatregelen. In de toelichting beschrijft u, dat de rioolpersleidingen onder de Loevesteinlaan net buiten het plangebied liggen. Toch is het van belang de rioolpersleidingen goed in het "oog" te blijven houden, aangezien deze een zeer belangrijke functie hebben. Afstemming met de leidingbeheerder is noodzakelijk, vooral ook tijdens de uitvoeringsfase. Klimaatadaptatie Wij verzoeken u in de toelichting uitgebreider in te gaan op het thema Klimaatadaptatie en concreter aan te geven, hoe in het plan invulling aan klimaatadaptatie gegeven wordt. De kans op wateroverlast neemt vanwege de klimaatverandering toe, zeker wanneer rekening met de levensduur van het gebouw wordt gehouden. Dit kan een achteruitgang betekenen, die met de ontwikkeling gecompenseerd dient te worden. De kaders hiervoor, die naast hemelwater ook andere aspecten omvatten, zijn in onderstaande bestuurlijke afspraken vastgelegd: 1.

De gemeente Den Haag is ondertekenaar van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen, net als vele andere partijen en overheden. De gemeente heeft zich daarmee gecommitteerd om de eisen, die in dit kader afgesproken zijn, in haar beleid te verankeren. Dit plan biedt daarvoor de mogelijkheden. De vertaling van de eisen uit het convenant naar gemeentelijke kaders heeft al vorm gekregen in het document "Haagse ambities en eisen Klimaat-adaptatie" (Concept 16 maart 2020).

2.

In het Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad is afgesproken, dat herontwikkeling en nieuwbouw volgens de principes van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen plaatsvinden. Dit is geborgd in artikel 7 f.

3.

Het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie, waarin partijen afgesproken hebben klimaatadaptatie in 2020 in het beleid te verankeren.

Wij verzoeken u dan ook de Haagse eisen en ambities voor dit plan toe te passen. Watervergunning- en/of meldplicht Naast advisering in het kader van de watertoets over dit bestemmingsplan kan het zo zijn, dat een watervergunning of melding nodig is. Voor meer informatie over deze watervergunning of melding verwijzen wij u naar www.hhdelfland.nl/watervergunning-aanvragen. Voor meer informatie of vragen kunt u zich wenden tot de contactpersoon, vermeld onderaan het voorblad van deze brief. Reactie: Naar aanleiding van deze brief heeft nader overleg plaatsgevonden tussen Hoogheemraadsschap, initiatiefnemer en de gemeente. Dit overleg heeft geleid tot overeenstemming over tekstuele aanpassingen in de betreffende delen van de toelichting.Deze aanpassingen zijn in voorliggend ontwerpbestemmingspan verwerkt. 6.Omgevingsdienst Haaglanden. Van de Omgevingsdienst Haaglanden zijn twee reacties ingekomen. Inhoud brief 16 juli 2020: Algemene gegevens: Type advies vraag:

Wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening NL.IMRO.0518.BP0360BSchaloen-20CO

Registratie nummer: Het plan is beoordeeld op de volgende thema's

83

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Geluid:

In het kader van de bestemmingsplanprocedure dient een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai te worden uitgevoerd. Naar verwachting zal ook een procedure hogere waarde Wet geluidhinder aan de orde zijn. Geluid van bedrijven Grenzend aan het plan ligt ten zuidoosten aan de Lichtenbergweg 6 de bestemming 'bedrijf', waarop de vestiging van o.a. een feestzaal of tankstation mogelijk is. De bestaande woonbebouwing aan de Lichtenbergweg 68-116 is maatgevend voor de geluidemissie van bedrijven op deze locatie. Het bouwplan levert derhalve geen beperkingen op voor de bedrijfsvoering. Voor de maatschappelijke bestemmingen in de directe omgeving geldt, dat de vervangende nieuwbouw niet op kortere afstand wordt gerealiseerd dan de woningen in de huidige situatie zijn gelegen. Hierdoor is er ten aanzien van de functies op deze bestemmingen geen sprake van een beperking in de uitvoering van activiteiten door de vervangende nieuwbouw.

84

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Externe Veiligheid:

Het vraagstuk externe veiligheid is geregeld in hoofdstuk 4.3 van de toelichting. In de bijlagen zijn de volgende twee rapporten gevoegd: - Kwantitatieve risicoanalyse hogedruk aardgasleiding d.d. 27 juni 2019, kenmerk 20180900.001 (hierna: QRA buisleiding); - Woningbouwontwikkeling Lichtenbergweg te Den Haag, Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) LPG tankstation (concept), d.d. 2 oktober 2018, kenmerk O 16103-2-RA-001 (hierna: QRA LPG-tankstation). Van de QRA LPG-tankstation is een recentere versie ingediend (rapport van 23 september 2019). Omdat het groepsrisico met meer dan 10% toeneemt, is een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Deze verantwoording ontbreekt. Er dient in het bijzonder aandacht te worden besteed aan bestrijdbaarheid en de mogelijkheden van zelfredzaamheid. QRA LPG-tankstation Sinds 1 april 2020 is er een nieuwe versie van de Rekenmethodiek Bevi. Vanaf die datum dient gebruik te worden gemaakt van het rekenmodel Safeti-NL versie 8.21. De QRA dient met dit rekenmodel te worden uitgevoerd. In paragraaf 2.3 staat het volgende: De circulaire is niet van toepassing in situaties waarvan een QRA vereist is en op besluiten waarbij de verandering leidt tot gelijkblijvende of positieve veiligheidsgevolgen. Beide zijn van toepassing op voorliggende rapportage. Derhalve behoeft de circulaire geen verdere beschouwing.

De noodzaak van een QRA is bij dit vraagstuk irrelevant. Er is geen sprake van gelijkblijvende of positieve veiligheidsgevolgen. Het groepsrisico neemt als gevolg van dit plan toe (meer slachtoffers in geval van een calamiteit). Het plan ligt inderdaad buiten de 60 meter contour zodat de circulaire verder geen consequenties heeft voor dit plan. In tabel t4.1 en t4.2 is een verdeling van het aantal appartementen gemaakt op basis van de grootte (groter of kleiner dan 60 m2). De kengetallen zijn bepaald op basis van het bruto vloeroppervlak (bvo). Het oppervlak van de appartementen (bvo) dient te worden aangetoond. In de QRA's wordt nog uitgegaan van een uitgebreide Wabo-procedure. Er is nu sprake van een bestemmingsplanprocedure. De Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) dient om advies te worden gevraagd.

85

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Aan het ontwerp bestemmingplan is geen bodemonderzoek toegevoegd, de bijlage 'bodemonderzoek' bevat alleen een offerte voor een bodemonderzoek. Van de locatie is bij de Omgevingsdienst Haaglanden geen bodemonderzoek bekend. De huidige teksten zijn correct, maar niet volledig. Wij stellen voor om de onderstaande tekst in de bodemparagraaf op te nemen. Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van het plangebied of de projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren.

De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: a. het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; b. het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; c. het wegnemen van actuele risico's.

Bodem

Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. De behandelde thema's vormen wel een belemmering voor een verdere planvorming. Geadviseerd wordt de gemaakte opmerkingen over te nemen.

Conclusie:

Inhoud brief 18 augustus 2020: U hebt ons gevraagd of met het uitbrengen van het advies van de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) is voldaan aan de opmerkingen in het ODH-advies met kenmerk ODH-2020-00086476. De noodzaak tot het inwinnen van advies bij het bestuur van de veiligheidsregio volgt uit wettelijke regelingen. Aan deze verplichting is voldaan. De door de VRH geadviseerde maatregelen in hun advies van 30 juli 2020, kenmerk 2020062436909, dienen in de toelichting

86

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

bij het bestemmingsplan aan de orde te komen. De bereikbaarheid voor de hulpdiensten kan in het plan worden geborgd (opstelplaatsen blusvoertuigen). Sommige maatregelen hebben echter betrekking op de gebruiksfase. Hier ligt een verantwoordelijkheid voor de projectontwikkelaar/verhuurder. In ons vorige advies hebben wij aangegeven dat de kwantitatieve risicoanalyse (QRA) dient te worden aangepast. Aangezien geen nieuwe rapportage is overgelegd, blijven onze opmerkingen hieromtrent onverkort van kracht. Reactie: Wat betreft het aspect geluid zal seperaat aan de bestemmingsplanprocedure een verzoek tot vaststelling van hogere grenswaarden door ons college behandeld worden. Ten aanzien van externe veiligheid is ook een reactie van de Veiligheidsregio Haaglanden ontvangen. Met de aanbevelingen gedaan door de Veiligheidsregio zal bij de verdere bouwplanuitwerking en inrichting van het openbaar gebied met de geadviseerde maatregelen rekening worden gehouden. Daarnaast zijn de kwantitatieve risicoanalyses aangepast en tesamen met een verantwoording van het groepsrisico opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. Het bodemonderzoek is als bijlage 11 aan de toelichting toegevoegd. 8.

Veiligheidsregio Haaglanden Inhoud: U heeft de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) op 23 juni 2020 verzocht om advies uit te brengen over de externe veiligheid omtrent het concept ontwerpbestemmingsplan Schaloenstraat e.o te gemeente Den Haag. In deze brief treft u het advies aan, in de bijlage is dit advies nader uitgewerkt en onderbouwd. Risicobronnen en effecten Het plangebied ligt in de nabijheid van de volgende risicobronnen: 1. Transport van gevaarlijke stoffen over de Schaapweg a. Brandbare vloeistoffen b. Brandbare gassen 2. Hoge druk aardgastransportleiding a. W-509-06-KR-009 3. LPG Tankstation a. Shell tankstation, Schaapweg 1 te Rijswijk De ergst denkbare scenario’s voor deze risicobronnen zijn een plasbrand van een tankwagen met brandbare vloeistoffen, een BLEVE van een tankwagen met brandbaar gas, een fakkelbrand van een hoge druk aardgastransportleiding en een BLEVE van een LPG-tankwagen bij het LPGtankstation. Door de aanwezigheid van deze risicobronnen kunnen binnen het plangebied hitteen/of druk effecten optreden. De kans dat deze scenario’s plaatsvinden is zeer klein. Risico voor de omgeving Het bestemmingsplan maakt de realisatie van 555 woningen mogelijk. Door deze ontwikkeling nemen de risico’s toe. Dit betekent dat door deze ontwikkeling het groepsrisico van het LPG tankstation toeneemt van 0,25 maal de oriëntatiewaarde tot 0,44 maal de oriëntatiewaarde.

Het groepsrisico van de hoge druk aardgastransportleiding neemt toe van 0,319 maal de oriëntatiewaarde tot 0,343 maal de oriëntatiewaarde. Voor het transport van gevaarlijke stoffen is geen groepsrisicoberekening uitgevoerd. Op basis van de vuistregels voor vervoer over de weg1 kan echter geconcludeerd worden dat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden. Geadviseerde maatregelen Om de effecten van incidenten te beperken en de zelfredzaamheid van de aanwezigen te

87

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

verbeteren, worden de volgende maatregelen geadviseerd: A. Vluchtweg van risicobron af

(verhogen zelfredzaamheid)

B. Voorbereiding interne organisatie

(verhogen zelfredzaamheid)

C. Risicocommunicatie

(verhogen zelfredzaamheid)

D. Bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen

(maatregelen t.b.v. de hulpverlening)

Ik verwacht dat dit advies voldoende informatie bevat om de verantwoording van het groepsrisico op te stellen en om maatregelen te kunnen treffen door middel van bestuurlijke afweging. De bovenstaande maatregelen kunnen een positieve bijdrage leveren aan het groepsrisico en de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Naast het aspect externe veiligheid is voor de objecten ook het aspect brandveiligheid van belang. Tot slot Als u vragen heeft naar aanleiding van bovenstaande, dan kunt u contact opnemen met mevrouw (geanonimiseerd) of (geanonimiseerd) of de heer (geanonimiseerd) . Voor vragen over de brandveiligheid kunt u contact opnemen met risicobeheersing@vrh.nl. Voor vragen over risicocommunicatie kunt u contact opnemen met de afdeling communicatie van de Veiligheidsregio Haaglanden (communicatie@vrh.nl). Voor nadere informatie over de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen kunt u contact opnemen met de heer (geanonimiseerd ). Reactie: Onder dankzegging voor de inhoudelijke reactie wordt opgemerkt, dat bij de verdere bouwplanuitwerking en inrichting van het openbaar gebied met de geadviseerde maatregelen rekening zal worden gehouden. 9. HTM Personenvervoer NV Inhoud: In het kader van het vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro betreffende het ontwerpbestemmingsplan Schaloenstraat e.o. wil ik het volgende opmerken.

Op de Cannenburglaan ligt een calamiteitenspoor van HTM, dit spoor is belangrijk voor bijsturing in geval van calamiteiten. Daarnaast is in het Vervoerplan opgenomen dat hier in de nabije toekomst weer regelmatig in de spitsuren trams gaan rijden (tussen Cannenburglaan en Scheveningen). Dit spoor moet dus zeker blijven liggen. In de bestemming Verkeer-Verblijfsstraat (art. 5) wordt dit spoor echter niet vermeld. Daarnaast zal voor de kort-trajecttrams op de Cannenburglaan een eindpuntvoorziening nodig zijn voor de bestuurders (koffie/toilet). Gaag zie ik dat zowel het spoor als de eindpuntvoorziening worden opgenomen in art. 5. Reactie: Onder dankzegging voor de reactie wordt opgemerkt dat het bestemmingsplan is aangepast. Het tramspoor is toegevoegd aan artikel 5 en de eindvooziening is artikel 9 opgenomen. 10. Tennet Regio West Inhoud: Hartelijk dank voor de toezending van dit vooroverleg. Het plan betreft de herontwikkeling (nieuwbouw van 555 woningen) van het bestaande vastgoed in de Schaloenstraat en omgeving. Binnen de grenzen van dit plan bevinden zich geen assets die in beheer en eigendom zijn van TenneT TSO B.V. Wij hebben dan ook geen opmerkingen op het plan en ik wens u veel succes bij de verdere uitwerking. Reactie: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.

88

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

7.2

Inspraak- en participatieverordening

In het planuitwerkingskader van de Schaloen is vastgelegd hoe het comunicatie -en participatietraject er uit ziet. De project website www.deschaloen.nl staat online sinds het ondertekenen van de anterieure overeenkomst. Parallel aan het tervisie leggen van het bestemmingsplan worden de omwonenden en belanghebbenden per brief geïnformeerd over de ontwikkelingen. Er worden tevens een aantal (digitale) bijeenkomsten voor omwonenden en belanghebbenden georganiseerd om te informeren over het plan. Omwonenden en belanghebbenden kunnen gedurende deze sessies hun inbreng geven op de verdere uitwerking van het openbaar gebied. Daarnaast wordt gedurende een van de bijeenkomsten gepolst of er voldoende belangstelling is om een klankbordgroep op te richten, waarmee op regelmatige basis gecommuniceerd wordt over zaken als tijdelijke maatregelen en overlast. Als eigenaar van de bestaande woningen heeft Staedion intensief contact met haar bewoners. Het uithuizen loopt voorspoedig. Inmiddels is voor het eerste deelgebied de uithuizingsprocedure voltooid, waarmee de eerste woningen leeg staan. De uithuizingsprocedure voor het tweede deelgebied is in volle gang.

89

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

90

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Bijlagen bij toelichting

91

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Bijlage 1 PUK

92

Schaloenstraat (De Schaloen) planuitwerkingskader

Augustus 2019

INHOUD 1. INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding  Status en doel Opgave Projectomschrijving  Leeswijzer Welke stakeholders zijn betrokken en wat zijn hun standpunten?

5 5 5 5 7 7 7

2. LOCATIE 2.1 2.2 2.3 2.4

Positie in de stad Historie  Actuele ontwikkelingen en kansen Knelpunten

9 9 11 13 13

3. RUIMTELIJKE VISIE 3.1 Stedenbouwkundige opzet 3.2 Groen stedelijk milieu 3.3 Vergroenen  3.4 Verduurzamen

15 15 17 17 17

4. UITWERKING  4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

19 19 19 21 21 22 23 24

Functie en programma Bouwregels Logistiek en parkeren Buitenruimte Duurzaamheid Natuurinclusief bouwen Beeldkwaliteitsparagraaf

5. SECTORALE KADERS 5.1 Stedenbouw & Planologie 5.2 Economie 5.3 Verkeer en parkeer 5.4 Waterparagraaf 5.5 Bezonning en windklimaat  5.6 Lucht- en geluidkwaliteit 5.7 Groen 5.8 Vigerend Juridisch kader  5.9 Welstandbeleid 5.10 Archeologie 5.11 Bodem 5.12 Kabels en leidingen 5.13 Externe veiligheid 5.14 Wonen 5.15 Afval 

26 26 27 27 28 28 28 29 29 30 30 31 31 31 31 31

6. FINANCIERING EN UITVOERINGSASPECTEN 6.1 Financiering 6.2 Juridische planologische procedure

32 32 33

A. BIJLAGE: COMMUNICATIEPLAN

34

B. BIJLAGE: BOUWSTENEN BEELDKWALITEIT

36

Bestaande bebouwing

Loevesteinlaan + Cannenburglaan

Bijzondere elementen binnen plangebied

4

PUK SCHALOENSTRAAT - AUGUSTUS 2019

Boezemwater ‘Strijp’

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Eigenaar en verhuurder Staedion heeft de wens om hun bestaande vastgoed van sociale huurwoningen in de Schaloenstraat en omgeving gelegen in Moerwijk-Zuid te vervangen voor nieuwbouw. De woningen zijn sterk verouderd en in slechte staat. Zowel Staedion als de gemeente hebben de wens om op deze plek een substantieel aandeel marktwoningen toe te voegen. Aangezien dit een niet-DAEBactiviteit betreft waardoor het niet is toegestaan dat Staedion deze woningen zelf ontwikkelt, is een markttoets uitgevoerd. Hierbij ging het enkel om de eerste fase (meeste zuidelijke blokken). Ontwikkelaar Sustay is uit deze markttoets naar voren gekomen als de ontwikkelaar voor het aandeel marktwoningen. Sustay heeft vervolgens met Staedion, en in overleg met de gemeente, een plan ontwikkeld voor alle blokken van Staedion in het gebied, in twee fasen te ontwikkelen. Het gaat in totaal om een verdichtingsplan voor het vervangen van de 200 bestaande sociale huurwoningen door ca. 220 sociale huurwoningen en ca. 340 marktwoningen. Als afnemer voor de marktwoningen is een belegger in beeld.

1.2

Status en doel

In dit planuitwerkingskader (PUK) zijn de voorwaarden opgenomen waaraan het plan aan dient te voldoen om gemeentelijke medewerking te verkrijgen. Het uiteindelijke document wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Na de vaststelling is het document 24 maanden geldig. De inhoud is ambtelijk afgestemd met de verschillende vakdisciplines. Het doel van dit PUK is drieledig: 1. Het biedt een ruimtelijke visie op hoofdlijnen voor de ontwikkelrichting van de Schaloenstraat in de stedenbouwkundige context. 2. Het biedt ruimtelijke en functionele randvoorwaarden voor het realiseren van het initiatief Schaloenstraat. 3. Het functioneert als ruimtelijke onderbouwing voor een nog te volgen WABO-procedure of een bestemmingsplan wijziging. Het initiatiefplan, op basis waarvan dit PUK is opgesteld, is zeer globaal van opzet, waardoor een aantal onderzoeken nog moet worden uitgevoerd of bij verdere uitwerking om een verdiepingsslag vragen. Mogelijk leidt dit tot ruimtelijke of programmatische wijzigingen in het bouwplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10184895/1