CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308768 bijlage 1 2a Schaloenstraat e o Toelichting deel 1

Commissie Ruimte 9 december 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Hoorzitting over ontwerp-bestemmingsplan Schaloenstraat e.o.35.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. Ontwerp

Schaloenstraat e.o.

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan 1.2 Doel van het bestemmingsplan 1.3 Begrenzing van het plangebied 1.4 Geldende planologische regelingen 1.5 Leeswijzer

7 7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Beschrijving van de bestaande situatie 2.1 Inleiding 2.2 Ontstaansgeschiedenis 2.3 Cultureel erfgoed 2.4 Ruimtelijke structuur 2.5 Functionele structuur

11 11 11 12 13 16

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Ruimtelijk beleid 3.3 Cultureel erfgoed 3.4 Groen 3.5 Water 3.6 Verkeer en infrastructuur 3.7 Wonen 3.8 Economie 3.9 Recreatie 3.10 Duurzaamheidsbeleid 3.11 Overig sectoraal beleid

17 17 17 23 26 29 37 42 45 47 48 50

Hoofdstuk 4 Wet en Regelgeving 4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Externe veiligheid 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Natuurbescherming 4.7 Bodem 4.8 Windhinder en bezonning

53 53 53 55 58 59 60 64 64

Hoofdstuk 5 Planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 Beschrijving van het plan 5.3 Duurzaamheid 5.4 Keuze en verantwoording van bestemmingen 5.5 Toelichting op de regels

67 67 67 70 71 74

Hoofdstuk 6

79

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Overleg en inspraak 7.1 Artikel 3.1.1 Bro-overleg 7.2 Inspraak- en participatieverordening

81 81 89

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 PUK

91 92

2

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14

Archeologisch onderzoek Monumentale bomen (lijst) Monumentale bomen (kaart) Puntensysteem Natuurinclusief bouwen Rapportage mitigatie en compensatieplan PEUTZ LPG NOTITIE MOERWIJK QRA LPG tankstation 09102020 QRA Aardgasleiding 18092020 Verantwoording van het groepsrisico - Den Haag, Moerwijk 09102020 memo stikstof incl. Aeriusberekening Verkennend bodemonderzoek Moerwijk te Den Haag Bezonningsonderzoek Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

3

131 168 177 179 244 255 274 295 318 323 340 444 461

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

4

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Toelichting

5

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

6

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het bestemmingsplan

Om de herontwikkeling van het bestaande vastgoed van sociale huurwoningen in de Schaloenstraat en omgeving, gelegen in Moerwijk- Zuid, naar nieuwbouw mogelijk te maken dient er een bestemmingswijziging plaats te vinden. In het bestemmingsplan "Schaloenstraat e.o" is deze herontwikkeling zodanig ingepast en opgenomen dat de herontwikkeling planologisch wordt geregeld, wanneer de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt.

1.2

Doel van het bestemmingsplan

Het doel van het bestemmingsplan "Schaloenstraat e.o." is het bieden van een juridisch-planologisch kader om de ontwikkeling van 570 woningen mogelijk te maken na het slopen van de bestaande bebouwing. Van de nieuwe woningen zijn circa 220 bestemd voor sociale huur en circa 350 voornamelijk vrije sector huurwoningen met een middeldure huur tussen de liberalisatiegrens en € 900,-- per maand (prijspeil 2017)”. In de ontwikkeling is tevens voorzien in het op een nader te bepalen plaats oprichten van een bescheiden horecagelegenheid in de categorie licht. Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan Moerwijk dat in 2015 is vastgesteld en overwegend conserverend van aard is. Na jaren van planvorming en onderzoek naar de ontwikkelingsmogelijkheden van dit gebied kan daadwerkelijk de herontwikkeling ter hand worden genomen. De ruimtelijke kaders hebben de bestaande ruimtelijke toestand min of meer bevroren, reden waarom voor deze ontwikkeling een nieuw bestemmingsplan vereist is. Het nieuwe plan zal flexibel genoeg zijn om de beschreven ontwikkeling mogelijk te maken, maar oog hebben voor bestaande ruimtelijke kwaliteiten.

1.3

Begrenzing van het plangebied

De locatie Schaloenstraat e.o. ligt aan de zuidzijde van het Loevesteinlaan nabij de grens met de gemeente Rijswijk en vormt de zuidelijke begrenzing van Moerwijk-Zuid in het stadsdeel Escamp

ligging in de stad

7

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

1.4

Geldende planologische regelingen

1.4.1

Geldende bestemmingsplannen

Het bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. vervangt (gedeeltelijk) het volgende bestemmingsplan: bestemmingsplan Moerwijk

vastgesteld 27-11-2014

goedgekeurd n.v.t.

onherroepelijk 20-02-2015

Daarnaast is een klein deel van het bestemmingsplan Moerwijk 1e herziening (KO locatie Cannenburglaan) meegenomen in dit bestemmingsplan. Het betreft de aansluiting van het genoemde bestemmingsplan op de Cannenburglaan.

Uitsnede bestemmingsplan Moerwijk (2014)

1.4.2

Parapluherzieningen

Naast bestemmingsplannen die op een specifiek plangebied van toepassing zijn, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op heel het gemeentelijke grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: a. Parapluherziening (fiets) parkeren, vastgesteld 20 september 2018, geheel onherroepelijk 16 december 2018, waardoor actuele (fiets)parkeernormen in vigerende plannen worden gehanteerd. De wijze waarop bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. het beleid in de parapluherzieningen vervangt, is beschreven in hoofdstuk 5.4 Keuze en verantwoording van bestemmingen".

8

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

1.5

Leeswijzer

In dit hoofdstuk is de aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan voor het plangebied Schaloenstraat e.o. aangegeven. Ook zijn de doelen die met het bestemmingsplan worden beoogd, omschreven. Om deze doelen in een bestemmingsplan gestalte te geven wordt enerzijds in hoofdstuk 2 Beschrijving van de bestaande situatie de bestaande situatie beschreven, anderzijds is voor de verduidelijking van een deel van de doelen in de hoofdstukken 3 Beleidskaders en 4 Wet en Regelgeving een selectie gemaakt uit de relevante beleidsnota's en regelingen die op dit plangebied van toepassing zijn. Daaruit zijn vervolgens beleidsuitspraken voor het plangebied afgeleid. Hoofdstuk 3 Beleidskaders bevat de beleidsuitspraken ten aanzien van ruimtelijk en sectoraal beleid, hoofdstuk 4 Wet en Regelgeving ten aanzien van de milieukwaliteitseisen. Bij de keuze van bestemmingen in hoofdstuk 5 Planbeschrijving, is aangeven welke bestemmingen en bestemmingsregelingen uit deze beleidsuitspraken zijn afgeleid. In dit hoofdstuk worden buiten de planbeschrijving, ook de gekozen bestemmingen en bestemmingsregelingen globaal beschreven. Op de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt in hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ingegaan. In hoofdstuk 7 Overleg en inspraak wordt verslag gedaan van het overleg en de inspraak.

9

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

10

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van de bestaande situatie

Inleiding

Om te beschrijven op welke wijze rekening wordt gehouden met de verschillende waarden in het gebied en de verhouding van het plangebied tot aangrenzende gebieden, worden achtereenvolgens de ontstaansgeschiedenis, het cultureel erfgoed en de ruimtelijk en functionele opbouw van het plangebied beschreven.

2.2

Ontstaansgeschiedenis

2.2.1

Den Haag Zuidwest en Moerwijk

Den Haag Zuidwest is opgebouwd op de geomorfologische ondergrond van Den Haag met lange ontginningslijnen parallel aan de kust en dwars daarop verbindingen loodrecht op de kust, die samen de voor Zuidwest kenmerkende gridstructuur vormen. Binnen deze herkenbare structuur van Zuidwest werd het stedenbouwkundige gedachtengoed van de 'Wijkgedachte' in de praktijk gebracht: herkenbare woonwijken met een heldere hiërarchie in buurt-, wijk- en stadsdeelvoorzieningen. Naast de wijkgedachte is Den Haag Zuidwest opgezet als een stadswijk met 'licht, lucht en ruimte' voor de middenklasse. De nieuwe wijken moesten voldoen aan de inzichten op het gebied van stedenbouw en volkshuisvesting. De opzet van de woonwijk werd ruimer, opener en groener in de vergelijking met vooroorlogse stadsuitbreidingen. Ook de kwaliteit van de woningen ging met sprongen vooruit. Den Haag Moerwijk Het eerste stedenbouwkundig plan van de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting voor Moerwijk dateert uit 1929. De wijk kreeg een hoge buitenrand met portiekflats en lagere bebouwing erachter. De eerste bebouwing is in 1933 opgeleverd. Na de economische crisis in de jaren '30 werd de bouw rond 1950 weer opgepakt en ging de ontwikkeling verder op basis van de nieuwe plannen van architect en stedenbouwkundige W.M. Dudok.

Het plan van Dudok vertoont een veel opener structuur met een duidelijke singel- en groenstructuur.

11

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Globale begrenzing (binnen de rode lijn) en ligging van het plangebied 2.2.2

Locatie Schaloenstraat e.o.

De locatie Schaloenstraat e.o. ligt aan de zuidzijde van de Loevesteinlaan nabij de grens met de gemeente Rijswijk die ook de zuidelijke begrenzing van Moerwijk-Zuid vormt. Moerwijk-Zuid is vooral na de oorlog tot stand gebracht in de jaren '50 en '60 van de vorige eeuw.

2.3

Cultureel erfgoed

2.3.1

Cultuurhistorische waarden

Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. In 2010 is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Binnnen het plangebied Schaloenstraat e.o. zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig die bescherming behoeven.

12

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

2.3.1.1 Bebouwingsstructuur De omliggende bebouwing aan de Loevesteinlaan en de Cannenburglaan betreft de zogenoemde strokenbouw die na de tweede wereldoorlog werd opgericht. De strokenbouw correspondeerde met de wijkgedachte. Dat hield in dat er tussen de bouwstroken gemeenschappelijke binnentuinen werden ingericht. De flat aan de Cannenburglaan en één van de twee flats aan de Loevesteinlaan beschikken over gemeenschappelijke binnentuinen. Gebouwen In en rondom het plangebied bevinden zich geen gebouwde monumenten en geen karakteristieke gebouwen. 2.3.1.2 Beschermd stadsgezicht Het gebied Schaloenstraat e.o. is geen onderdeel van een Rijksbeschermd stadsgezicht 2.3.1.3 Gebouwde monumenten In het plangebied bevinden zich geen rijksmonumenten opgenomen in het register als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988 als ook gemeentelijke momumenten en beeldbepalende gebouwen. 2.3.2

Archeologie

2.3.2.1 De geologische ondergrond Het plangebied Schaloenstraat e.o. ligt volgens de Nieuwe geologische kaart van Den Haag en Rijswijk in een strandvlakte, ten noorden van de strandwal Rijswijk-Voorburg. Het strandwallenlandschap kreeg vanaf circa 5000 v. Chr. vorm door het ontstaan van zandruggen parallel aan de kustlijn. Door de vorming van steeds nieuwe strandwallen werd de kustlijn langzamerhand naar het westen toe verlegd. Tussen de strandwallen was sprake van laaggelegen gebied, de strandwallen. Resten van de strandwal Rijswijk-Voorschoten met lage duinen kunnen nog in het plangebied voorkomen. Strandwallen hebben in zijn algemeenheid een hoge archeologische verwachting, want ze waren al vrij snel na hun ontstaan bewoonbaar. Resten van deze bewoning kunnen dateren vanaf het neolithicum. Door de vorming van steeds nieuwe strandwallen werd de afwatering belemmerd en ontstonden er in de strandvlaktes moerassen waarin veen werd gevormd. Een doorbraak van de zee vanuit de Maasmond in het eerste millennium v. Chr. zorgde voor een krekensysteem (het Gantelsysteem) dat het gebied ontwaterde en ook geregeld klei afzette over grote delen van het strandwallenlandschap. In het zuidelijk deel van het plangebied is volgens de kaart een geul van het Gantelsysteem aanwezig.

De kleiafzettingen van het Gantelsysteem hebben een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten met een datering vanaf de late ijzertijd. Vanaf de 12de/13de eeuw komen ontginningen in het gebied op gang. 2.3.2.2 Archeologische potenties en waarden Met uitzondering van het meest noordelijke deel heeft het plangebied een archeologische verwachting op de gemeentelijke Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart. Vanwege deze verwachting op archeologische resten en de geplande ontwikkelingen is in het plangebied archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in de vorm van een bureau- en verkennend booronderzoek (zie bijlage). Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de opbouw van de ondergrond in het plangebied, op een vergraven bodem in de top van de Gantellaag na, goed bewaard is gebleven. De Gantelgeul die op de Nieuwe Geologische Kaart van Den Haag en Rijswijk binnen het plangebied staat weergegeven, is niet aangetroffen. De verschillende lagen in de ondergrond van het plangebied zijn onder zeer natte condities ontstaan. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat er in het verleden langdurige perioden zijn geweest waarin bewoning mogelijk was binnen het plangebied. Sporen van latere, middeleeuwse ontginningsactiviteiten zijn ook niet aangetroffen

2.4

Ruimtelijke structuur

Stedenbouwkundige context

13

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Het plangebied is onderdeel van de geschiedenis en de ruimtelijke structuur van Moerwijk, maar vormt tevens een overgang tussen het meer stedelijke Moerwijk en de groen-duurzame nieuwe woonbuurt van Erasmusveld. Moerwijk is een stedelijke wederopbouwwijk uit de jaren '50 en Erasmusveld is aan het transformeren van een oude anonieme stadsrand naar een stedelijk woonmilieu met een groen karakter. Beide gebieden kennen een eigen dynamiek, karakter, stedenbouwkundige structuur en bebouwingsvorm. 2.4.1

Stedenbouwkundige structuur

Moerwijk Moerwijk wordt gevormd lange infrastructurele lijnen parallel aan de kust, de Melis Stokelaan en de Erasmusweg, en dwarsverbindingen met Rijswijk en Delft, de Loevesteinlaan en de Moerweg/Middachtenweg. Deze profielen verdelen Moerwijk in vier herkenbare buurten: Moerwijk-Noord, -Oost, -Zuid en –West. Naast de onderverdeling tussen de buurten zorgen de profielen voor een robuust ruimtelijke raamwerk dat als hoofdstructuur voor de wijk dient. Binnen de hoofdstructuur loopt de Cannenburglaan als ondergeschikte groene verbinding die de buurten van Moerwijk verbindt. Langs de Cannenburglaan zijn maatschappelijke gebouwen en winkelcentra gelegen en vormen langs de Cannenburglaan stedenbouwkundige verbijzonderingen. Binnen het raamwerk van Moerwijk zijn open bouwblokken met vrij toegankelijke tuinen gesitueerd. De open bouwblokken zijn in veel gevallen met stempels doorgezet, waardoor een bepaalde bebouwingsconfiguratie enkele malen gerepeteerd wordt. Erasmusveld Het Erasmusveld is een verzameling van grotere en kleinere woningbouwlocaties in een voormalige stadsrafelrand. Als kralen in een ketting hebben die allen hun eigen identiteit. De zogenoemde ketting wordt gevormd door het Ecolint die als ecologische verbinding met een langzaamverkeer route de woningbouwontwikkelingen aan elkaar koppelt.

De omvang, stedenbouwkundige structuur en woningbouwprogramma van alle losse ontwikkelingen voegen zich in de stadsrand met grondgebonden woningen en een groen karakter. Het plangebied. Het plangebied ligt langs het ruimtelijke raamwerk van Moerwijk, namelijk de Loevesteinlaan. De Loevesteinlaan is een belangrijke infrastructurele ontsluitingsweg maar kent naast een hoge verkeersintensiteit ook een groene uitstraling. De straatwand langs de Loevesteinlaan wordt mede gevormd door een bouwvolume van 11 bouwlagen op de hoek van de Erasmusweg, een kerk als stedenbouwkundig accent op de hoek van de Cannenburglaan en een gesloten hoek van het bouwblok ten zuiden van de Cannenburglaan. Rond de Loevesteinlaan is naast het ruimtelijk raamwerk ook een duidelijke overgang van de stedenbouwkundige structuur van ontwerper Dudok waarneembaar. Aan de noordoost-zijde loopt de structuur parallel aan de Loevesteinlaan, waarbij de structuur aan de zuidwest-zijde haaks op de Loevesteinlaan staat. De herkenbare Dudok-structuur vanuit Moerwijk komt in de Schaloenstraat e.o. niet tot uiting door de verdraaiing van het stratenpatroon. De Cannenburglaan loopt vanuit Moerwijk over het plangebied richting het Ecolint van het Erasmusveld.

De inrichting van de Cannenburglaan heeft door toedoen van een keerlust van de tram een ander straatbeeld, waardoor de beleving van de straat volledig anders is dan in de rest van Moerwijk. Aan de kant van het Erasmusveld wordt het plangebied begrensd door een boezemvaart "de Strijp". De vaart met groene oevers past bij het groene karakter van het Erasmusveld. De toegankelijkheid van het water is beperkt door een afgeschermd volkstuinencomplex. 2.4.2

Verkeer en infrastructuur

2.4.2.1 Gemotoriseerd verkeer Het plangebied ligt langs de hoofdontsluitingsweg Loevesteinlaan, waarmee de snelweg A4 makkelijk en snel te bereiken is. Via de Cannenburglaan, Schaloenstraat en Lichtenburgstraat wordt het prlangebied ontsloten op de Loevesteinlaan. Aan de westzijde ligt de Hillenraadweg die de drie straten (Cannenburglaan, Schaloenstraat en Lichtenburgstraat) met elkaar verbindt.

14

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

De Cannenburglaan is, naast een ontsluitingsweg voor het plangebied, de ontsluitingsweg voor het verzorgingstehuis 'de Strijp' en 'Waterhof'. 2.4.2.2 Openbaar vervoer De ontsluiting van de locatie met openbaar vervoer is voorzien met tramlijn 16 en buslijn 23. Tramlijn 16 rijdt over de Erasmusweg en verbindt het Wateringse Veld met het centrum van Den Haag en het NS station Den Haag Centraal, via Laak en het NS station Den Haag HS. Bij de stations Den Haag HS en Den Haag Centraal kan overgestapt worden op een groot aantal andere tramlijnen, buslijnen en spoorlijnen. Hierdoor is een groot gedeelte van de stad en de regio goed bereikbaar. Over de Loevesteinlaan rijdt buslijn 23, die een halte bij de Cannenburglaan heeft. Buslijn 23 is een lange lijn en doet een groot gedeelte van de stad aan. Lijn 23 rijdt van Kijkduin naar het Noorderstrand vice versa via het Leyenburg Ziekenhuis/OV-knoop Leyweg, winkelcentrum Leyweg, Moerwijk, Rijswijk, Voorburg, Bezuidenhout, Benoordenhout en Scheveningen. Rondom het plangebied loopt een trambaan. In geval de dienstregeling van lijn 16 niet volledig kan worden uitgevoerd, kan van deze trambaan gebruikt gemaakt worden, de zogenaamde calamiteitenroute. 2.4.2.3 Langzaam verkeer Alle straten binnen het plangebied hebben allemaal stoepen voor de voetganger. Aanvullend daarop loopt een wandelroute tussen de strokenbouw door.

De fietsers maken gebruik van de rijbanen met uitzondering van de Loevesteinlaan. Hier is het fietspad vrijliggend. Ten noorden van het plangebied ligt een sterfietsroute langs de Erasmusweg. 2.4.2.4 Parkeren Het parkeren binnen het plangebied gebeurt langs de openbare weg in zowel parkeervakken als op straat. 2.4.3

Groen

Het plangebied kenmerkt zich door strokenbebouwing met daartussen grasvelden en enkele bomen. Verder maakt de Loevesteinlaan een groene verbinding tussen het Zuiderpark en de Rijswijkse Landgoederenzone. De laan is ook onderdeel van de stedelijke ontsluitingsstructuur. De Cannenburglaan is de groene interne verbinding tussen Moerwijk Noord, West, Zuid en Oost. Ook deze laan is zowel voor het groen als voor de infrastructuur belangrijk. 2.4.4

Water

Langs het plangebied loopt de boezemwatergang de Strijp. Deze watergang is de projectgrens aan de westzijde. 2.4.5

Bodem

Aan de hand van de resultaten van het bodem-onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: In de grond zijn zintuiglijk plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen, metselpuin en plastic) waargenomen. Op het maaiveld en in het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. De zandige grond is plaatselijk licht verontreinigd met zware metalen, PAK en PCB. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden en streefwaarden dient de hypothese onverdacht voor de onderzoekslocatie formeel te worden verworpen. Echter, de gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel, ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is.

15

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Beperkingen inzake het verlenen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien. 2.4.6

Kabels en leidingen

In het plangebied bevinden zich de reguliere kabels en leidingen. Onder de Loevesteinlaan loopt een hogedruk aardgasleiding. Het plangebied bevindt zich in het invloedsgebied van het groepsrisico van de leiding van de Gasunie.

2.5

Functionele structuur

2.5.1

Detailhandel

Ter hoogte van de kruising Loevesteinlaan en Cannenburglaan is een kleine strip met detailhandel gevestigd. 2.5.2

Wonen

Het plangebied is voornamelijk in gebruik voor woningen. In totaal gaat het om 200 sociale huurwoningen in eigendom van Staedion.

16

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskaders

Inleiding

Het bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. vindt zijn basis in ruimtelijk beleid zoals dat in nota's en plannen van het Rijk, provincie, stadsgewest en gemeente is vastgelegd. Dit hoofdstuk geeft het beleidskader dat op dit bestemmingsplan van toepassing is weer. De eerste paragraaf gaat in op allesomvattende ruimtelijke beleid op rijks-, provinciaal-, regionaal-, gemeentelijk niveau. Daarna wordt het specifieke beleid voor een aantal relevante thema's uiteen gezet. De 'ruimtelijke vertaling' van het beleid in de regels en op de verbeelding wordt beschreven in hoofdstuk 5.4 Keuze en verantwoording van bestemmingen.

3.2

Ruimtelijk beleid

3.2.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Ministerie van Infrastructuur en Ruimte van kracht geworden. De structuurvisie vervangt verschillende nota's, waaronder de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Nota Mobiliteit. De visie schetst de doelen, belangen en opgaven van het Rijk tot 2028 en de ambities tot 2040. Uitgangspunt is de ruimtelijke ordening zoveel mogelijk over te laten aan gemeenten en provincies (decentraal, tenzij), minder nationale belangen te benoemen, en eenvoudigere regelgeving toe te passen. De nationale belangen die worden benoemd betreffen de internationale concurrentiepositie, het gebruik van de ondergrond, het behouden en versterken van vervoer- en transportsystemen, de milieukwaliteit, de waterveiligheid en zoetwatervoorziening en behoud en versterken van natuur en cultuurhistorische waarden. Ladder voor duurzame verstedelijk ing De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.

Verantwoord dient te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Deze behoefte moet blijken uit een regionaal afgestemd programma en de afspraken gemaakt in Haaglandse gemeenten in een Regionaal Structuurplan 2020. Het Bro bepaalt dat voor bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. De structuurvisie raakt de belangen die in het bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. worden afgewogen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (Stb. 2011, 391). Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) moeten gemeenten rekening houden met het Barro. Een aantal projecten dat de regering van Rijksbelang vindt, wordt met het Barro dwingend geborgd in bestemmingsplannen of in andere ruimtelijke plannen van lagere overheden. De projecten worden benoemd en middels digitale kaarten ingekaderd.

Per project worden regels gegeven waaraan

17

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

bestemmingsplannen moeten voldoen. Voor Den Haag zijn de binnen de gemeente gelegen militaire terreinen met de daarbij behorende zenden ontvangstinstallaties, en het Kustfundament van belang. In 2016 is een Besluit tot wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in verband met de herziening van de Beleidslijn kust en enige andere wijzigingen van kracht geworden. Volgens het Barro zijn er in het bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. geen projecten van Rijksbelang aanwezig waarmee bij de vaststelling van dit plan rekening moet worden gehouden. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. Hierbij hoort een rijksbrede visie op de leefomgeving; de Nationale Omgevingvisie (NOVI), die de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte zal vervangen. De ontwerp-NOVI heeft ter inzage gelegen van 20 augustus tot en met 30 september 2019. In de ontwerp-NOVI zijn 21 nationale belangen en opgaven benoemd, waarbij de volgende 4 prioriteiten worden onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor Klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Bij het kiezen tussen strijdige ruimtelijke belangen worden drie afwegingsprincipes gehanteerd: combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. Bij vaststelling zal de NOVI ook een uitvoeringsagenda bevatten. Samen met de regio's wil het Rijk samenwerkingsafspraken opnemen in Gebiedsagenda's. 3.2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland Met het oog op de invoering van de Omgevingswet heeft de provincie Zuid-Holland al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving gebundeld in een Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en bijbehorende programma's. De Omgevingsvisie is op 1 april 2019 in werking getreden en geldt als structuurvisie. Naast de beleidskeuzes bevat de visie een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland en de omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie wil met haar omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving.

Deze zijn: Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

18

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Omgevingsverordening Zuid-Holland De provinciale Omgevingsverordening als bedoeld in artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening is per 1 april 2019 in werking getreden en vertaalt het beleid uit de Omgevingsvisie in regels. Deze regels zijn bindend voor gemeentelijke bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. De verordening bevat onder andere regels omtrent de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking voor stedelijke ontwikkelingen, de aanwijzing van kantorenlocaties, het opnemen van bedrijfsbestemmingen en de bescherming van natuurgebieden. Voor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 5.4.1. Op grond van artikel 6.9 (Ruimtelijke kwaliteit) van de provinciale verordening kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1.

zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Voor de ruimtelijke ontwikkeling in dit bestemmingsplan is onderdeel b "aanpassen" van toepassing. De ruimtelijke kwaliteit blijft ten minste gelijk door een zorgvuldige inpassing. Dit blijkt uit hoofdstuk 5. Ontwerp Zuid-Hollandse Omgevingsverordening De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bevat de provinciale regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het betreft grotendeels de regels die nu nog zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Zuid-Holland, die in werking is getreden op 1 april 2019.

Met ingang van 11 mei tot en met 22 juni 2020 heeft het ontwerp Zuid-Hollandse Omgevingsverordening ter inzage gelegen. Momenteel worden de ingediende zienswijzen verwerkt. Naar verwachting zal in het eerste kwartaal van 2021 de definitieve vaststelling van de omgevingsverordening door Provinciale Staten plaatsvinden. Als Provinciale Staten een besluit heeft genomen over de nieuwe ZHOV, zal de huidige omgevingsverordening worden ingetrokken. Met de ontwerp Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn geen grote inhoudelijke veranderingen beoogd ten opzichte van de huidige situatie. Wel is zo veel mogelijk aangesloten bij de terminologie en structuur van de Omgevingswet. Daarnaast veranderen de juridische instrumenten in sommige gevallen. Dat dwingt dan tot aanpassing van de regels. Ook heeft het Rijk op een aantal onderwerpen veranderingen doorgevoerd, waardoor de noodzaak of mogelijkheid voor de provincie om regels te stellen veranderd is. Daardoor zijn ook aanpassingen doorgevoerd. Beoogd is zaken zo gelijkwaardig mogelijk om te zetten. Het bestemmingsplan "Schaloenstraat e.o.” is geheel in lijn met het huidige en toekomstige beleid van de provincie, zoals opgenomen in de omgevingsvisie en de omgevingsverordening

19

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

3.2.3

Regionaal beleid

De metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) neemt taken over van het in 2015 opgeheven Stadsgewest Haaglanden De MRDH is een samenwerkingsverband van 23 gemeenten die hun krachten bundelen om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. De MRDH werkt vanuit twee agenda's. De Strategische Bereikbaarheidsagenda Vervoersautoriteit en de Agenda Economisch Vestigingsklimaat De metropoolregio zet zich in voor: 1. 2. 3. 4.

verbetering van de (internationale) bereikbaarheid van de metropoolregio; economische vernieuwing; transitie naar toonaangevende duurzaamheid; attractiviteit van de regio.

Het Stadsgewest Haaglanden heeft per 1-1-2015 zijn werkzaamheden beëindigd. De beleidsterreinen Verkeer en Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat worden in MRDH verband gecontinueerd. Het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 (RSP vastgesteld in 2008 door het algemeen bestuur van het Stadsgewest Haaglanden) blijft voor de overige beleidsterreinen vooralsnog van kracht; het is een integraal plan voor: de ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden; het kader voor het regionale beleid op het gebied van milieu, groen, mobiliteit, wonen en economie; lokale plannen, zoals bestemmingsplannen. Het RSP kijkt naar 2020 (en soms 2030) en omvat de grote lijnen voor de ambities en ontwikkelingen op verschillende terreinen. Voor Den Haag /dit bestemmingsplan hebben vooral de volgende regionale prioriteiten hun doorwerking gekregen: het faciliteren van internationale bedrijven en instellingen in de Internationale Zone en in het bijzonder het World Forum in Den Haag; intensief ruimtegebruik van stedelijke wijken. Voor de verschillende beleidssectoren worden de gemeentelijke programma's gemonitord en periodiek binnen het samenwerkingsverband op elkaar afgestemd. Dit geldt men name voor kantoren, bedrijventerreinen, leisurevoorzieningen en detailhandel. Het bestemmingsplan Schaloenstraat e.o.

is in overeenstemming met het regionaal beleid zoals verwoord in het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020. 3.2.4

Gemeentelijk beleid

3.2.4.1 Wéreldstad aan Zee, Structuurvisie Den Haag 2020 De Structuurvisie Den Haag 2020 beschrijft de toekomstvisie van Den Haag op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad in regionaal perspectief tot het jaar 2020 (Rv 197 - 2005; RIS 129201). De ambitie is om van Den Haag een 'Wereldstad aan Zee' te maken door de sterke kwaliteiten van Den Haag te benutten: een internationale stad, een stad aan zee, een multiculturele stad en een monumentale residentie. De structuurvisie gaat uit van een lichte groei van het aantal inwoners (nu ca 500.000) en een groei van het aantal arbeidsplaatsen in 2020. Dat betekent dat er ca 40.000 woningen moeten worden toegevoegd in de bestaande stad, door verdichting. In de structuurvisie wordt de Wéreldstad aan Zee vorm gegeven door ontwikkelingen in vijf kansenzones (het Centrum, de Lijn 11-zone, de Internationale Kustzone, de Vliet/A4-zone en de Schakelzone Lozerlaan). Het bestemmingsplan Schaloenstraat e.o is niet gelegen in een kansenzone. In de kansenzones liggen ontwikkelingsgebieden waarin de ambitie van de structuurvisie het sterkst tot haar recht komt.

20

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

3.2.4.2 Agenda voor de Haagse Verdichting De 'Agenda voor de Haagse Verdichting' (Rv 51 - 2009; RIS 159469) is een thematische uitwerking van de Structuurvisie en dient als leidraad voor de binnenstedelijke verdichting in Den Haag tot 2020. Door middel van verdichting kan de bevolkingsgroei binnen het bestaande stedelijke gebied opgevangen worden. Daarnaast kan verdichting worden aangegrepen om de stedelijke kwaliteit van Den Haag te versterken. In de Verdichtingsagenda wordt gemeld dat verdichting met respect voor, en kennis van de cultuurhistorie, de identiteit en het karakter van Den Haag moet gebeuren. Verdichtingsingrepen mogen deze niet aantasten of negatief beïnvloeden. In de beschermde stadsgezichten is verdichten alleen mogelijk als programma, schaal, maat en architectuur aansluiten bij de bestaande kwaliteiten. Verdichting kan wel eventuele weeffouten in de structuur zelf herstellen. Het bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. volgt de gedachtegang van de Agenda voor de Haagse Verdichting 3.2.4.3 Agenda Ruimte voor de stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, door de raad vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is..

Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Stedelijke ontwikkeling is geen zaak van de gemeente alleen; allerlei partijen spelen daarin een rol. Er is daarmee ook geen “blauwdrukplanning” aan de orde. Met behulp van negen principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd worden: kwaliteit van het proces door samen de stad maken en mogelijkheden te bieden aan initiatiefnemers; oog hebben voor experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad; ruimtelijke keuzen maken om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven; ruimtelijke kwaliteit voor groen; ruimtelijke kwaliteit voor cultuurhistorisch erfgoed; ruimtelijke kwaliteit voor de buitenruimte; deze factoren dragen in belangrijke mate bij aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat; kwaliteit door integrale samenhang met sociaal-maatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie; functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op

bijvoorbeeld werkeloosheid. De ruimtelijke opgaven voor Den Haag en de regio zijn in het kort: Ruimte voor stedelijk wonen, om de groei van de bevolking te faciliteren Ruimte voor aantrekkelijke groene buitenruimte, van belang voor de kwaliteit van de leefomgeving Ruimte voor (nieuwe) economie en toerisme, ter versterking van het economische vestigingsklimaat Ruimte voor duurzame mobiliteit en Ruimte voor energietransitie en klimaatadaptatie, nodig voor de ambitie om de stad in 2040 klimaatneutraal te zijn. Het motto van de Agenda Ruimte voor de Stad is verdichten, verduurzamen en vergroenen. In het voorliggende bestemmingsplan zijn de nieuwe ontwikkelingen die voorzien worden, in lijn met en een aanvulling op de Agenda Ruimte voor de Stad.

21

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

3.2.4.4 Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline De nota 'Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline' is in de raadsvergadering van 25 januari 2018 vastgesteld (RIS 298448) en vervangt de Agenda voor de Haagse Verdichting uit 2009 (RIS159469), voor zover het hoogbouw betreft. Aanleiding voor de nota 'Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline' zijn de ruimtelijke opgaven uit de Agenda Ruimte voor de Stad. In de Agenda heeft Den Haag gekozen om die groei binnenstedelijk op te vangen en de verdichting te concentreren bij OV-knooppunten en concentraties van voorzieningen. Daarnaast vragen actuele ontwikkelingen en initiatieven om nieuwe regels en kaders voor hoogbouwontwikkelingen in Den Haag. De inzet is om de 'skyline' van Den Haag te verbinden met de belevingskwaliteit van de stad op ooghoogte en de buitenruimte ter plekke: de 'eyeline'. Hoogbouw is geen doel op zich, maar een middel om strategisch om te gaan met de beperkte ruimte die de stad nog heeft. Doel is de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid van de stad op de lange termijn te waarborgen en het vestigingsklimaat te versterken. Door te intensiveren en door hogere bebouwing mogelijk te maken kan de stad de groei van het aantal inwoners faciliteren en voldoende en geschikte woon- en werkruimte bieden, met bijbehorende voorzieningen, nu en in de toekomst. Er is sprake van hoogbouw bij 50 meter of hoger.

De nota geeft stadsbrede ambities en regels aan voor hoogbouwontwikkelingen; o.a. t.a.v. wonen, microklimaat en mobiliteit. In de nota worden tevens intensiveringsgebieden aangegeven waar mogelijk hoogbouw kan worden gerealiseerd. Binnen deze gebieden zijn gebiedsspecifieke regels voor typologie, architectuur en buitenruimte opgenomen waaraan hoogbouwinitiatieven getoetst worden. De Haagse hoogbouw kent een typologie waarvan de samenstelling de volgende opbouw kent: Een stedelijke laag van 9-25 meter; Een plint als onderdeel van de stedelijke laag; De toren; De kroon als beëindiging van de toren.

Figuur: typologie en samenstelling Haagse hoogbouw De bouwhoogte van de stedelijke laag kan variëren van 9 tot 25 meter. Deze laag vormt de belangrijkste wanden van de straat en sluit aan bij de verhoudingen van de historische stad of de directe omgeving. Het is dat deel van het gebouw dat door de voorbijganger wordt ervaren op ooghoogte, de ('eyeline').Tot ongeveer 25 meter is er direct contact mogelijk tussen binnen en buiten. De vormgeving van de stedelijke laag is cruciaal voor de beleving van de passant en ondersteunt een prettig of veilig gevoel.

22

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

De 'plint' wordt gevormd door de onderste of de eerste twee lagen van de stedelijke laag. Het deel dat vanaf de straat direct zichtbaar is en waar vrijwel alle interactie tussen straat en gebouw plaats vindt. Daar presenteren zich diverse vormen van bedrijvigheid, voorzieningen of woningen en komt de meeste dynamiek en levendigheid tot uiting. De plint is wellicht maar 10% van een gebouw maar bepaalt voor 90% de beleving ervan. De regels uit de beleidsnota die van toepassing zijn voor de naoorlogse wijken waaronder de Schaloenstraat zijn: de stedelijke laag en de plint vormen in de naoorlogse gebieden functioneel gezien een geheel; de plint is straatgericht en representatief met bedrijven en/of voorzieningen (woningen zijn ook een optie); de verdiepingshoogte van de eerste twee bouwlagen is minimaal 3,5 meter, dit is een uitzondering op de generieke regels uit de beleidsnota; de stedelijke laag sluit in vormgeving en architectuur aan op de omliggende bebouwing. Het voorliggende bestemmingsplan "Schaloenstraat e.o." houdt rekening met de regels en ambities uit de nota Haagse Hoogbouw. 3.2.4.5 Ruimtelijk Economisch Investeringsstrategie (REIS) De Ruimtelijke Economische Investeringsstrategie (RIS295004) geeft jaarlijks inzicht in de investeringsbehoefte voor de komende jaren. Het betreft investeringen, die fysiek ruimtelijk-economisch van aard en locatiegebonden zijn.

Met de Ruimtelijke Economische Investeringsstrategie (REIS) wordt bij de begrotingsbehandeling ook duidelijk voor welke ruimtelijk-economische projecten het college middelen reserveert. Na vaststelling volgt de uitwerking in beslis- en/of projectdocumenten. De Ruimtelijke-Economische Investeringsstrategie komt tot stand in de context van lopende discussies, verkenningen en agenda's/visies, zoals Stad in Transitie, Agenda Ruimte voor de Stad, de nieuwe Woonvisie, de versterking van de Haagse economie, de Agenda Groen, de Binnenstadsagenda en het Regionaal Investeringsprogramma van de MRDH. Er wordt tevens gewerkt aan of voortgebouwd op drie elkaar versterkende uitvoeringsagenda's: de Agenda Ruimte voor de Stad, de Economische Agenda's en de Sociale Agenda. Deze agenda's worden onder meer uitgewerkt in vijf proposities: 1. Central Innovation District, 2. Kustontwikkeling, 3. OV-bereikbaarheid, 4. Next Generation woonwijken en 5. Vitaal gezond langer thuis wonen. De investeringsbehoefte, die uit de verschillende agenda's en visies voortkomt, is omvangrijk, maar ook nog niet volledig uitgekristalliseerd. De REIS is dan ook een dynamisch instrument waar in de loop van de tijd (in een jaarlijkse cyclus) investeringsopgaven c.q. investeringsprojecten bijkomen en afgaan.

Met de REIS wordt een verbinding tussen de ruimtelijk-economische ambities uit de verschillende agenda's en beleidsvisies en de investeringsbehoefte, die daarmee samenhangt en de toekenning van middelen aan projecten. Het plangebied is onderdeel van het focusgebied van Zuidwest. Voor het betreffende plangebied wordt ingezet op het toevoegen van een substantieel deel woningbouw waardoor intensivering plaatsvindt. Daarnaast wordt ook een horecavoorziening zoals koffie of broodjeszaak, in een lichte categorie mogelijk gemaakt met een maximum van 250m². De ontwikkeling van het beoogde programma op de locatie is in overeenstemming met de in het beleid geformuleerde doelstellingen.

3.3

Cultureel erfgoed

De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet

23

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

nog niet van kracht is. Het betreft: bescherming van stads- en dorpsgezichten vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. In het onderhavig plangebied komen geen monumentale gebouwen, beschermde stads- en dorpsgezichten voor. 3.3.1

Cultuurhistorische waarde

3.3.1.1 Rijksbeschermd stadsgezicht Een beschermd stadsgezicht is omschreven als 'groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke en structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke waarde of cultuurhistorische waarde (..)' en dat vanwege dit algemene belang en als zodanig is aangewezen. Het plangebied Schaloenstraat e.o.maakt geen deel uit van een rijksbeschermd stadsgezicht. 3.3.1.2 Provinciaal beleid Cultuurhistorie is van groot belang voor de leefomgeving in Zuid-Holland. Tientallen eeuwen ontginnen en bouwen, wonen en werken hebben deze provincie gemaakt tot een cultuurlandschap bij uitstek. Niet alleen oude molens, boerderijlinten of stadsgezichten maar ook dijken, verkavelingspatronen en archeologische vindplaatsen getuigen daarvan. Deze cultuurhistorische waarden bepalen in sterke mate de identiteit en kwaliteit van een gebied of plek, en op die manier dus ook de leefbaarheid en het welbevinden van bewoners en bezoekers. Het beleid voor cultureel erfgoed van provinciaal belang is vastgelegd in de provinciale Omgevingsvisie en uitgewerkt in de provinciale Omgevingsverordening. Daarnaast is het cultureel erfgoed ook opgenomen in de provinciale kwaliteitskaart van de Omgevingsvisie. Het cultureel erfgoed van Zuid-Holland is een belangrijke drager van ruimtelijke kwaliteit.

Zeker in combinatie met groen en water verhoogt het erfgoed de variëteit en daarmee de aantrekkelijkheid van stad en landschap. Deze toegevoegde waarde van erfgoed bevordert de provincie op diverse manieren: behoud en versterking van cultuurhistorisch waardevolle structuren en ensembles die van bijzonder provinciaal belang zijn, via bescherming én passende ruimtelijke ontwikkeling, cultureel erfgoed vormt een integraal onderdeel van het provinciaal ruimtelijk kwaliteitsbeleid via de kwaliteitskaart en de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. De cultuurhistorische,aardkundige en archeologische waarden zijn gebundeld in de cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS), die de basis vormt voor het provinciaal erfgoedbeleid. Het beschermende ruimtelijk beleid richt zich met name op een selectie van de CHS: cultuurhistorische kroonjuwelen, molen- en landgoedbiotopen, werelderfgoed (bestaand en potentieel); Voor dit bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. zijn de volgende kenmerkende structuren en elementen van belang: Molen- en landgoedbiotopen Naast de historische structuren en cultuurlandschappen richt de provincie zich in haar beleid ook op twee bijzondere typen monumenten: molens en landgoederen. Molens en landgoederen vormen een kenmerkende combinatie van cultuurhistorie, natuur en landschap.

Daarbij gaat het niet alleen om het monument op zich maar ook om zijn omgeving en ensemblewaarde. Hiervoor worden in de Verordening

24

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

ruimte planologische beschermingszones (zogenoemde biotopen) opgenomen. Landgoed de Voorden is een landgoedbiotoop en ligt buiten het plangebied. Erfgoedlijnen Naast bescherming en versterking van erfgoed stimuleert de provincie ook de beleving en benutting ervan. Dit is gericht op zeven erfgoedlijnen, een beleidscategorie gericht op beleving en benutting, waar geen afzonderlijk beschermingsregime aan is verbonden. Erfgoedlijnen zijn kenmerkende ensembles van erfgoed, landschap en water die beschikken over een groot recreatief-toeristisch potentieel (Landgoederenzone, Waterdriehoek, Atlantikwall, Oude Hollandse Waterlinie, Limes, Trekvaarten en Goeree-Overflakkee). Het ruimtelijk beleid voor de erfgoedlijnen richt zich op de continuïteit van hun karakter, door behoud en versterking van de structuur, gecombineerd met het stimuleren van eigentijdse bestemmingen van dit erfgoed. Het plangebied valt niet binnen een landgoederenzone, maar ligt wel nabij landgoedbiotoop De Voorden. 3.3.1.3 Gemeentelijk beleid De Structuurvisie Den Haag 2020 benoemt vier grote troeven van Den Haag, een daarvan is de monumentale residentie. Den Haag is een stad met een belangrijk cultuurhistorisch erfgoed. Er zijn talrijke monumenten en 30% van de stad is beschermd stadsgezicht.

De structuurvisie beschrijft de beschermde stadsgezichten als zéér waardevol en geeft aan dat deze door goed beheer hun kwaliteit zullen moeten behouden. Dat wil zeggen dat in ruimtelijke veranderingsprocessen in de stad bestaande cultuurhistorische waarden een volwaardige rol spelen. Het wil ook zeggen, dat de betreffende gebieden blijvend een betekenis hebben voor de identiteit en het karakter van de stad. Het plangebied bevindt zich niet in een beschermd stadsgezicht 3.3.1.4 Monumentale gebouwen In paragraaf 2.3.1.3 Gebouwde monumenten worden de monumentale gebouwen genoemd die ingevolge artikel 6 van de Monumentenwet 1988 als rijksmonument of ingevolge artikel 3 van de Monumentenverordening Den Haag zijn ingeschreven. Voor wijzigingen, waaronder verbouwingen en onderhoud aan zowel rijks- als gemeentelijke monumenten is op grond van artikel 2.1, lid 1 onder f. of ingevolge artikel 2.2, lid 1 onder b. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een vergunning vereist. Toetsingscriteria zijn onder meer de architectuur- en cultuurhistorische waarden van het desbetreffende monument. Behalve de beschermde monumenten kent het plangebied karakteristieke beeldbepalende bebouwing. Dit zijn gebouwen die op grond van hun architectonische kwaliteit en/of vanwege het feit dat ze zeer bepalend zijn voor het beeld van de straatwand ter plaatse, behoudenswaardig zijn.

De architectuur sluit bescherming als monument in de toekomst niet uit. De gebouwen die zijn aangemerkt als karakteristiek zijn essentiële onderdelen van het stadsbeeld. Binnen het plangebied bevinden zich geen monumentale gebouwen. 3.3.2

Archeologie Het bureauonderzoek, aangevuld met het booronderzoek ter plekke, heeft aangetoond dat in het plangebied geen behoudenswaardige archeologische resten aanwezig of te verwachten zijn. Er is daarom op de plankaart geen dubbelbestemming archeologie opgenomen.

Meer infomatie over het archeologiebeleid is te vinden op de website www.denhaag.nl/archeologie

25

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

3.4

Groen

3.4.1

Agenda Groen voor de stad

In de Agenda Groen voor de Stad.2016 (vastgesteld 15 december 2016, RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komt te staan. Daarnaast zijn er onzekerheden en ontwikkelingen die de stad in de toekomst sterk zullen kleuren zoals de klimaatopgave, veranderingen in mobiliteit en de toenemende impact van informatietechnologie. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven. Kortom: Groen kapitaal als basis voor een goede leefkwaliteit. In de reflectie op het vigerende beleid is geconstateerd dat vooral de nadruk is gelegd op het vastleggen van de zogenaamde Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH), het groen in de stad dat op basis van de aanwezige waarden en de betekenis daarvan extra bescherming verdient. Om de kwaliteit van het Haagse groen verder te verankeren, is de SGH herijkt.

Hiervoor zijn de beschrijvingen van de Haagse groengebieden getoetst, aangepast en aangevuld en verbanden gelegd met nieuwe thema's zoals duurzaamheid, gezondheid en recreatie. Het uitgangspunt was het goede te behouden en van waarde te laten zijn voor de toekomst. Bij anticipatie is gekeken naar de wenselijke ontwikkeling van het Haagse groen in een realistische context. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. Daarom zijn in de nota per thema de kernkwaliteiten die moeten behouden, de uitdagingen die de komende jaren zijn voorzien, de ambities en het ontwikkelpad geschetst. De stedelijke leefkwaliteit - en daarmee de waarde van het groen - is niet voor onze hele stad gelijk. Het is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). Voor het Haagse Groen kunnen de drie zones worden onderscheiden: de dichte stad, de halfopen stad en om de stad. Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema's: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling.

De nota is nader uitgewerkt in een actualisatie van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur, waarin ook de nieuwe groene gebieden zoals het Molenvlietpark zijn opgenomen. Ook het Haagse Bos en Sorghvliet maken nu deel uit van deze structuur. 3.4.2

Ecologische hoofdstructuur

De Nota Stadsnatuur (RIS305824, vastgesteld 16 december 2020) is de opvolger van de Nota Ecologische Verbindingszones 2008-2018 (RIS 159450) waarvoor in 2014 een tussenbalans werd gemaakt (RIS 280306). De Nota Stadsnatuur is een nadere uitwerking van de Agenda Groen voor de Stad (RIS 294705) en heeft een stadsbrede scope. De Agenda Groen heeft ten aanzien van biodiversiteit de ambitie om de stad voor mensen, planten en dieren als ecosysteem te laten functioneren. De Agenda Groen beschouwt het netwerk van verbonden groengebieden – de Stedelijke Groene Hoofdstructuur – als basis voor natuur in de stad, zet in op het creëren van gunstige vestigingscondities voor planten en dieren en streeft naar biotopen met een zo groot mogelijke soortenrijkdom. In de Nota Stadsnatuur geven we hier uitwerking aan door in de in te zoomen op de inrichting en het beheer van het groenblauwe netwerk Met deze nota wordt er ingezet op het in stand houden en verder ontwikkelen van een gezond stadsecosysteem. Dit wordt gedaan door: het groenblauwe netwerk natuurlijker in te richten en uit te breiden; met het beheer van groen en water nadrukkelijk rekening te houden met de leefomstandigheden van

26

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

planten en dieren te werken aan plantenrijk, helder stadswater met voldoende schuilplekken voor waterdieren; het accent te leggen op een natuur inclusieve stad waarbij we kansen voor natuur zoveel mogelijk benutten; het beheersbaar houden van overlast veroorzakende planten en dieren; bewoners te betrekken bij stadsnatuur door middel van actieve communicatie en publieksacties; de vitaliteit van stadsnatuur te blijven volgen om tijdig te signaleren of bijsturing nodig is. Het plangebied ligt aan de ecologische verbindingszone Erasmuszone aan de Erasmusweg. De Erasmuszone is een langgerekte groene strook met een watergang langs de Erasmusweg, tussen de Lozerlaan en station Moerwijk. Op grotere schaal is de Erasmuszone onderdeel van de verbinding tussen de duinen en Midden-Delfland. De Erasmuszone sluit aan op twee andere verbindingszones in de stad, te weten de Laakzone in het oosten en op de zones in het Wateringse Veld in het zuiden. Een caravanbedrijf en een benzinestation zijn de grootste obstakels. Kleinere barrières worden gevormd door wegen en onderbrekingen of duikers in de natte verbindingen. Als streefbeeld geldt een vochtig loofbos met struweel-, mantel- en zoombegroeiing en aangrenzend bloemrijk grasland. De belangrijkste verbeterpunten zijn de aansluiting op de Laakzone en het verwijderen van obstakels.

Het plangebied maakt geen onderdeel van het Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Wel vraagt de verdichting van het gebied om een goede, hoogwaardige en groene invulling van de openbare ruimte en collectieve binnentuinen. De ruimtelijke drager voor de inrichting van het openbaar gebied is de aansluiting met de groene oevers van de watergang 'de Strijp'. Het groene gebied wordt verruimd en doorgetrokken over de autovrije Schaloenstraat, richting de Loevesteinlaan. Het plan kent twee soorten van groene ruimtes, één met openbaar karakter en één collectief voor de bewoners van het bouwblok. De overgang tussen deze twee ruimten ligt in het groene interieur van het stedenbouwkundig plan. De grens daartussen wordt vormgegeven door een hoogteverschil, veroorzaakt door de half verdiepte parkeerbak.Het inrichtingsplan voor het groen met een openbaar karakter zal tezijnertijd ter goedkeuring aan de raad worden voorgelegd.

27

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Uitsnede kaart Nota Stadsnatuur 3.4.3

Bomen

In de nota Haagse bomen “Kiezen voor kwaliteit en diversiteit” (RIS 158380) is het beleid met betrekking tot bomen in Den Haag verwoord. Het beleid rust op drie pijlers: duurzame groeiomstandigheden, meer verschillende boomsoorten en een evenredige verdeling van straatbomen over de stad. Op 22 september 2011 is het gewijzigde initiatiefvoorstel behoudens waardige Bomen aangenomen (RIS 166340). De uitwerking van het voorstel heet: “Planbeoordeling Haagse Bomen”. Doel is om gemeentelijke bomen beter te beschermen bij gebiedsontwikkeling door tijdig de waarden van de bestaande bomen op het betreffende object in te schatten en te betrekken bij de bestuurlijke besluitvorming van (beginsel- en) bouwplannen. Op 1 oktober 2013 is de lijst met behoudens waardige Bomen uitgebreid door het Vaststellen totaallijst zesde tranche Monumentale Bomen in Den Haag (RIS 305534). In de Algemene Plaatselijke Verordening is de bescherming van bomen vastgelegd. Volgens de Algemene plaatselijke verordening (APV) van Den Haag, artikel 2.80 e.v., is voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig (RIS 174540). Door deze bescherming kunnen belangen zorgvuldig worden afgewogen voordat een omgevingsvergunning wordt afgegeven dan wel geweigerd. Daarnaast is een mogelijkheid opgenomen om monumentale bomen aan te wijzen. Monumentale bomen hebben een hogere beschermingsstatus.

Voor een volledig overzicht van de monumentale bomen in Den Haag is op de website van de gemeente Den Haag de meest actuele lijst en kaart terug te vinden. 3.4.4

Natuurinclusief bouwen

Met bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt waarbij het puntensysteem voor groen- en natuurinclusief bouwen van toepassing is. Het gaat om een grootschalig project gelegen in de stadszone-woonwijken. Hierdoor is de ambitie voor het te behalen aantal punten voor daken/gevels, verblijf en omgeving minimaal respectievelijk 6, 4 en 6 punten. Deze punten kunnen behaald worden met de maatregelen uit de tabel in bijlage "Puntensysteem Natuurinclusief bouwen Den Haag". Deze bijlage is aan de toelichting gehecht (Bijlage 5 Puntensysteem Natuurinclusief bouwen). Bij de uitwerking van dit project tot een aanvraag omgevingsvergunning dient aangetoond te worden dat het bouwplan de genoemde aantallen punten behaalt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10184895/1