RIS308749 Bijlage 8 - Quick scan luchtkwaliteit
Tekst van het document
Memo
memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft
24052019 - 433916 24 mei 2019 De heer J. Monden Enno Been
VORM Antea Group
SOZA Den Haag 433916 Quick-scan luchtkwaliteit
Inleiding Het voornemen bestaat om het voormalige ministerie van Sociale Zaken, gelegen in de Haagse wijk Bezuidenhout, tussen de Schenkkade en het NS-station Laan van Nieuw Oost-Indië, te transformeren tot een gebouw om in te wonen en te werken. In het gebouw worden ca. 2000 woningen (waarvan 475 voor studenten), kantoren, winkels en een hotel voorzien. Het voornemen wordt middels een bestemmingsplan mogelijk gemaakt. In dat kader is een quick-scan uitgevoerd om te bekijken of de luchtkwaliteitsregelgeving het vaststellen van het bestemmingsplan in de weg kan zitten.
Wettelijk kader De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in ‘Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 5.16, lid 1 van de Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: a. b. c. d.
Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Het besluit draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10); Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd).
Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit gevoelige bestemmingen.
Grenswaarden De (Europese) grenswaarden voor de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht zijn vastgelegd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Deze grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen en dienen op voorgeschreven data te zijn bereikt.
Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een plan/project niet in betekenende mate bijdraagt aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10. Een plan/project draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de jaargemiddelde concentraties in de buitenlucht van zowel NO 2 als PM10
blad 1 van 3
memonummer: 24052019 - 433916 betreft: Quick-scan luchtkwaliteit
niet meer bedraagt dan 3% van de grenswaarde voor die stoffen. Dit komt voor beide stoffen overeen met een maximale toename van de jaargemiddelde concentraties met 1,2 µg/m 3. Plannen of projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, die onder het gelijknamige Besluit hangt, zijn categorieën van gevallen opgenomen die per definitie 'niet in betekenende mate' zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een woningbouwontwikkeling van minder dan 1.500 woningen of een kantoorontwikkeling van minder dan 100.000 m 2 bruto vloeroppervlak. Deze ontwikkelingen hoeven dan niet nader onderzocht te worden op een eventuele bijdrage aan de luchtkwaliteit en hiervoor hoeft geen toetsing aan de grenswaarden plaats te vinden.
Beoordeling effect plan Het beoogde plan maakt de ontwikkeling van woningen, kantoren, winkels en een hotel mogelijk. Deze ontwikkeling leidt, ten opzichte van de oorspronkelijk bestemde situatie, tot een wijziging van de verkeersintensiteiten op de wegen in de directe omgeving van het plangebied. Met behulp van de NIBM-tool (Infomil, versie 2019) kan, op grond van een toename van verkeersintensiteiten, worden bepaald of er voor een ontwikkeling een specifiek luchtkwaliteitsonderzoek plaats moet vinden of dat met behulp van de NIBM-tool al aannemelijk is gemaakt dat een overschrijding van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit niet aan de orde is. De NIBM-tool gaat daarbij uit van de voor luchtkwaliteit meest ongunstige situatie en berekent daardoor het maximale effect. Met de NIBM-tool is nu het maximale aantal extra voertuigbewegingen bepaald waarbij de NIBM-tool nog net aangeeft dat een nader onderzoek niet noodzakelijk is. Dat zijn in dit geval, bij een aandeel van 1% vrachtverkeer, 1250 extra voertuigbewegingen per etmaal. In onderstaande figuur is de berekening met de NIBM-tool opgenomen.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2019
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
1250
Aandeel vrachtverkeer
1,0%
3
NO2 in μg/m
1,20
3
0,20
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer
PM10 in μg/m 3
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m Conclusie
1,2
De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Door RHO Adviseurs is berekend wat de toename aan verkeersbewegingen van de nieuwe ontwikkeling is ten opzichte van de oorspronkelijk bestemde situatie (kantoorfunctie). Dit bedraagt een toename van ca. 420 motorvoertuigbewegingen per etmaal (gemiddelde weekdag). Dit is ruim lager dan de met behulp van de NIBM-tool bepaalde 1250 voertuigbewegingen op grond waarvan een onderzoek achterwege kan blijven.
blad 2 van 3
memonummer: 24052019 - 433916 betreft: Quick-scan luchtkwaliteit
Conclusie Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat de maximale bijdrage van het voorgenomen plan aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 minder is dan 1,2 µg/m3. Op basis hiervan is aannemelijk dat het voorgenomen plan niet in betekenende mate bijdraagt. Hierdoor kan een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit achterwege blijven en staat de luchtkwaliteit op grond van artikel 5.16, lid 1, onder c verdere besluitvorming niet in de weg.
blad 3 van 3