RIS308749 Bijlage 5 - Concept Duurzaamheidplan SoZa Den Haag
Tekst van het document
‘De AnnA’ - Concept notitie aanpak duurzaamheid
Inleidend VORM Ontwikkeling initieerde in samenwerking met MRP Development de herontwikkeling van de locatie van het voormalige ministerie Sociale Zaken aan de AnnA van Hannoverstraat in Den Haag (SoZa). De beoogde herontwikkeling zal met zijn duurzaamheidambities een wezenlijke bijdrage leveren aan realisatie van de duurzaamheidambities van de gemeente Den Haag. In het Haagse hoogbouwbeleid EyelineSkyline wordt verdichting van de stad gekoppeld aan een sterke mate van verduurzaming en vergroening. Hierbij wordt een gemiddelde GPRscore van 8, en voor energie een gemiddelde GPRscore van 9 verwacht van de initiatiefnemers voor nieuwbouw. AnnA is één van de projecten die aan deze eisen zal voldoen. Deze notitie geeft o.a. invulling aan de ambities die ertoe moeten leiden dat de gewenste GPRscore ook bereikt kan worden, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen door regelgeving.
Missie Bij een hoge dichtheid kan de leefomgeving onder druk komen te staan. Er zijn vele aspecten die aandachtbehoeven. In een project als deze dienen al die aspecten aanwezig te zijn omdat ontbering van één van de volgende kwaliteiten tot gevolg kan hebben dat het straks niet leeft in het plan. Wij willen daarom een leefbare en waardevolle omgeving nalaten, zowel op de mondiale schaal als op de lokale schaal van AnnA. Onlosmakelijk verbonden aan de mens, ook voor planten en dieren. Niet alleen met het oog voor het hier en nu maar ook voor elders en later.
Visie De locatie waar AnnA gerealiseerd wordt is uniek en uitdagend. Het wordt een hoogstedelijk, verdicht gebied, met een geluidsbelasting door de aanwezigheid van het spoor. Bovendien zal het gevraagde programma de dichtheid alleen maar verhogen. Hierdoor staat de kwaliteit van de leefomgeving onder druk. In onze visie heeft AnnA daarom twee dimensies: � �
Enerzijds zal AnnA deze strenge omgeving verzachten door leefbaar, waardevol en bloeiend te zijn voor mens en dier. En anderzijds draagt AnnA bij aan het achterlaten van een leefbare en waardevolle aarde door het milieu niet te belasten, sterker nog, het te versterken waar mogelijk.
1
Duurzaamheid in en om AnnA gaat om de mens, milieu en waarde.
Strategie We bereiken een duurzaam AnnA door circulair te bouwen. Circulariteit is voor ons een breed begrip, dat aanhaakt op de (GPR)thema’s energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. In AnnA maken we circulair bouwen hanteerbaar en meetbaar met de Circulariteitsprestatie Gebouwen (CPG). Het CPGmodel biedt vijf strategieën voor circulair bouwen, waaruit ook de relatie met milieu en kwaliteitsthema’s wordt gelegd. Met deze vijf strategieën (afbeelding 2) ontwerpen wij de circulaire ontwikkeling van AnnA.
Afbeelding 2: vijf strategieën van circulariteit
Integrale benadering Wijzigingen in regelgeving zoals de wijziging van de NEN 7120 (EPC) naar de NTA 8800 (BENG) dwingt ons in dit stadium van het project te anticiperen op deze te verwachten wijzigingen in de regelgeving. Beschikbare hulpmiddelen worden tevens gewijzigd. Wanneer deze hulpmiddelen beschikbaar zijn is nu niet bekend. Om die reden werken we nu al met een uitgebreid team, met meerdere disciplines, aan de strategie van circulair bouwen en waarbij alle duurzaamheidsthema’s in samenhang worden uitgewerkt. Zie afbeelding 2. Los van de beschikbare hulpmiddelen is de aangegeven strategie het uitgangspunt. Het uitgangspunt is dat alle aangegeven thema’s onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en ze elkaar beïnvloeden. Hulpmiddelen die passend zijn bij de gebouwfuncties anders dan wonen, en die onze ambitie meetbaar moeten maken, worden beoordeeld aan onze strategie Voordat er specifiek wordt ingegaan op de thema’s wordt eerst inzicht gegeven in onze manier van denken.
2
Programma Het programma op de begane grond, maar ook die in de stedelijke laag, activeert de openbare ruimte. Het woonprogramma zorgt voor sociale controle, terwijl collectieve voorzieningen, sport en horeca zorgen voor levendigheid. De mix van wonen, werken en verblijven zorgt voor een continue aanloop overdag, ’savonds en in het weekend. Het programma wordt op de juiste plekken gesitueerd, afhankelijk van de ruimtelijke behoefte zoals vloeroppervlak en vrije hoogte, maar ook de behoefte aan daglicht. De positie van de entrees bepaalt welke routes door het plan gaan lopen en daarmee ook hoe de openbare ruimte én de collectieve ruimte benut worden. Het programma sluit aan op de sfeer en inrichting van de openbare en collectieve ruimte in het plan. Door optimaal gebruik te maken van levendige en rustige zijden in het plan, kan daarop geanticipeerd worden. Denk bijvoorbeeld aan rustig slapen, geconcentreerd werken of juist reuring aan een straatzijde waaraan gewoond wordt en actieve functies contact maken met buiten.
Adaptief vermogen Vanuit de circulaire gedachte is onze eerste prioriteit dat de bebouwing meerdere generaties meegaat. Allereerst zit dat in de uitdaging om, ondanks of juist dankzij de hoge dichtheid, een gezonde leefomgeving te creëren. Vervolgens zetten we in op verschillende vormen van flexibiliteit. In de plint en de eerste lagen van het plan zit dat in de hoogte en de mogelijkheid om binnen de structuur verschillende functies te huisvesten. In de torens zit dat in de diversiteit van het woningaanbod. Hier vindt op horizontaal niveau meer flexibiliteit plaats. De plint en de eerste lagen daarboven bieden op een aantal plaatsen een bijzonder woonprogramma doordat hier de hoogte of de verschillende niveaus benut worden. De hoge dichtheid gecombineerd met de te realiseren voorzieningen biedt hier ook kansen. De bewoners van AnnA en – van de directe omgeving kunnen in dit plan gebruik maken van diverse collectieve voorzieningen, denk aan was, oppas, en kook en leenservices, maakplaatsen en ateliers. De enorme stedelijkheid trekt ondernemende bewoners die hun wijk bewonderen en een bijdrage willen leveren aan hun buurt. De collectieve ruimten bieden buurtbewoners de mogelijkheid zichzelf en hun leefomgeving te ontwikkelen.
Denk hierbij aan activiteiten als een klussenbedrijf, fietsreparatie, buurttuin, onderhoud/reparatie/recycling van koffiemachines, onderhoud van openbaar groen, informele en formele zorg, wijktoezicht. Een professionele beheerorganisatie in het gebied helpt hierbij met ondersteuning en begeleiding zodat er geen verrommeling ontstaat.
Open en gesloten De plek is bijzonder gunstig qua bereikbaarheid met OV en met de fiets. De doorwaadbaarheid voor alle voetgangers vanaf station Laan van NOI en de fietser die optimaal wordt bediend, vragen om een grote openheid van het plan. Daartegenover staat dat er geluid en luchtvervuiling rondom het plan, behalve aan de Schenkzijde, aanwezig zijn. De negatieve omgevingsfactoren willen we weren om een gezond binnengebied te creëren. Dit kan goed samen met de doorwaadbaarheid. De gelaagdheid in het plan zorgt ervoor dat de eerste blokken een geluidscherm vormen voor de achtergelegen blokken. Het plan opent zich aan de Schenkzijde. Hier zijn vooral positieve omgevingsfactoren aanwezig.
3
Buitenruimtes Buitenruimtes worden op verschillende manieren in het plan verwezenlijkt. Op de eerste lagen is veel contact gewenst en verspringen waar mogelijk de buitenruimtes om zoveel mogelijk licht het plan binnen te laten. In deze stedelijke laag wordt onderzocht of daken en tussenniveaus benut kunnen worden voor collectieve en groene buitenruimtes. Het stadsleven bevindt zich hier niet alleen op de begane grond, de opgetilde niveaus in de stedelijke laag doen mee en hebben een meer collectieve sfeer. De buitenruimte als ontwerptool zetten we in om de woningen hun eigen plek buiten te geven en als schakel tussen privé en openbaar.
Water en groen Bij de inrichting van het plan spelen groen en water een belangrijke rol. Niet alleen vanwege de klimaatverandering waarbij we water vasthouden in periode van droogte en water bergen in periode van hevige regenval of ter wille van een goede stadsbiotoop. Groen en water zijn elementen die een grote positieve bijdrage leveren aan de beleving van de openbare ruimte. Jong en oud reageren op de mogelijke aanwezigheid van fonteinen en bloemrijk groen. Het groen draagt bij aan de verminderen van het hitteeiland effect. Groen kan ook bijdragen aan het absorberen van geluid.
Licht en kleur In de stedelijke laag vormt licht en dan met name zonlicht een uitdaging. Juist door gebruik te maken van het contrast waarderen we de koele donkere plekken en benutten we de plekken met zonlicht optimaal. Het toepassen van lichte kleuren in het plan maakt dat het plan niet zwaar en hard aanwezig is in de plint. Het zoeken naar de juiste contrasten, het spel van de buitenruimten, daarin zit de kwaliteit van de esthetiek. Visueel prikkelend met een zekere structuur en logica in het plan. De opzet is zodanig dat het licht diep in het plan doordringt.
Energie & Materiaal Om de milieuimpact te minimaliseren speelt de kwaliteit van de gevel een essentiële rol. De gevel heeft namelijk meerdere belangrijke functies te vervullen in AnnA: � � � �
Het is de scheiding tussen de mens binnen en de locatie buiten. De gevel heeft een hoog aandeel in de totale milieubelasting van materialen. Vanwege het beperkte dakoppervlak is het opwekken van hernieuwbare energie nauwelijks haalbaar. In het kader van hergebruik van materialen worden gevels zo veel mogelijk demontabel aangebracht.
Om deze redenen ontwerpen we gevels van hoge kwaliteit met maximalisering van beschikbare isolatie van vaste delen, kozijnen en glas. We gaan hierbij verder dan de huidige norm en zetten in op Passiefhuis niveau. Dit heeft meerdere voordelen: � �
De mens binnen heeft hierdoor minder last van de geluidbelasting van buiten en zo wordt de leefbaarheid vergroot. De installaties voor ruimteverwarming en benodigd oppervlakte voor hernieuwbare energie systemen worden tot een minimum gebracht, waardoor de milieubelasting afneemt.
4
�
Een minimaal installatieontwerp zorgt voor lagere woonlasten (energierekening) en lagere exploitatielasten. Dit laatste is veelal een onderbelicht thema, maar draagt wel bij tot betaalbaarheid voor de eindgebruiker.
Wij stellen voor hiervoor de nieuw methode DPG in GPR (DuurzaamheidsPrestatieGebouwen) te hanteren. De DPG index laat zien welke installaties en bouwkundige keuzes onder de streep het meest duurzaam zijn.
5
Thema’s verder uitgelicht Energie In het kader van de klimaatafspraken is een kleine footprint noodzakelijk. De integrale duurzame benadering helpt daarbij. Op alle fronten, mobiliteit, materialen, voedsel, afval; daar waar kan, nemen we onze verantwoordelijkheid of zorgen we ervoor dat het voor de bewoners zo makkelijk mogelijk is om bij te dragen aan een kleine footprint. We kijken in deze opgave naar wat er is en hoe daar zo optimaal en innovatief gebruik van te maken. De zon bijvoorbeeld als warmtebron, maar ook als opwarmende factor die je wilt weren in de zomer. Ook verse lucht is een basisbehoefte en door deze te combineren met verwarming en koeling kunnen we een prettiger en gezonder binnenklimaat garanderen. Kou of juist hitte buiten leidt er niet toe dat bewoners hun ventilatie dicht gaan zetten. Maar er is meer nodig om vooruitstrevend te zijn op energiegebied. Op het gebied van energie dagen we niet alleen onszelf uit, maar ook bijvoorbeeld Eneco. Er ligt op dit moment een infrastructuur voor stadswarmte en optioneel koeling. Vanuit de gedachte gebruik te maken van dat wat er is, willen we in eerste instantie gebruik maken van dit net. Dit warmte koudenet is niet alleen voor dit plan van waarde, ook voor iedereen die er nu op aangesloten is en voor de gemeente Den Haag zelf is dit net belangrijk.
Ons energieconcept begint, na de passieve maatregelen in de gevel maximaal zijn ingezet en berekend met hulpmiddelen die bij deze maatregelen behoort. Dit zal lijden tot het inzetten van het gelijkwaardigheidbeginsel. Het Bouwbesluit geeft deze mogelijkheid. Met het huidige opgegeven rendement is gebruik van stadsverwarming in onze ogen niet duurzaam. Samen met Eneco zijn we inmiddels de uitdaging aangegaan en ligt er nu een plan met de ambitie om het rendement meer dan te verdubbelen. Dit zal verder in samenwerking met de belanghebbende uitgewerkt worden. Onder belanghebbende zien wij het bevoegd gezag, Eneco en het ontwikkelteam. Na de bron volgt de behoefte. We willen optimaal comfort, maar wel alleen als de behoefte er ook daadwerkelijk is. De innovatie in dit project wordt dat we niet alleen op CO2 of aanwezigheid willen sturen, maar ook proactief, bijvoorbeeld door de behoefte te koppelen aan de weersverwachting. In de utiliteitsbouw is geavanceerde sturing gebruikelijk, wij willen dit ook in de woningbouw toepassen op een manier dat dit voor de bewoner ook duidelijk is én echt bijdraagt aan goede comfort met weinig energie. Tenslotte komen we tot het verbruik. Daar zetten wij het Passief Principe voor in. De energie die nodig is om in onze behoefte aan comfort te kunnen voorzien willen we zo efficiënt mogelijk inzetten, dat betekent verlies minimaliseren.
Transmissieverlies door de gevel kan veel kleiner. De uitdaging zit in het glas, dat is de zwakste schakel. Doordat de warmteweerstand van glas in Uwaarde wordt vermeld in plaats van Rc, vergeten we soms dat zelfs het triple glas dat nu in projecten wordt toegepast, nog steeds in vergelijking met een dichte schil tot veel verlies leidt (Rc = 1,25). In dit project hebben we de ambitie om het verlies fors te beperken door gebruik te maken van innovaties die in Scandinavië of Canada worden toegepast. Op de locatie is weinig ruimte voor zonnepanelen en door gebruik te maken van het warmte en koudenet hebben we hier ook geen bodembronnen die meetellen als hernieuwbare energie. Echter, 6
vanuit het oogpunt om een kleine footprint te bewerkstelligen draagt dit juist positief bij als het gaat om de milieu impact van materialen en grondstoffen. We willen verder onderzoeken op welke manier het net hierin een bijdrage kan leveren en in hoeverre dit (on)mogelijk is met de huidige rekenregels en afspraken. Daarnaast onderzoeken wij de toepassing van PCM (Phase Change Materials). PCM is een natuurlijke manier van opslag van energie (warmte en koude) om deze weer op een ander moment vrij te geven.
Milieu Circulair materiaalgebruik In AnnA gebruiken we waar mogelijk circulaire materialen en beperken we de CO2uitstoot tijdens en na de bouw. Circulair bouwen richt zich naar onze mening niet alleen op milieulastvermindering door grondstoffen en (bouw)materialen. Ook, idealiter door milieuwinst, zijn energie en water wat ons betreft relevant voor circulair bouwen. Bovendien dragen hoge plankwaliteiten bij aan het sluiten van ketens naar kringlopen met ‘juiste’ doorlooptijd. In AnnA maken we circulair bouwen hanteerbaar en meetbaar met de Circulariteitsprestatie Gebouwen (CPG). Het CPGmodel biedt vijf strategieën voor circulair bouwen, waaruit ook de relatie met andere milieu en kwaliteitsthema’s wordt gelegd. Met deze vijf strategieën ontwerpen wij een circulaire ontwikkeling. 1.
Benut het beschikbare
Niet altijd zijn nieuwe materialen en grondstoffen nodig voor planontwikkeling. In onze gebouwde omgeving komen keer op keer gebouwen, componenten en materialen vrij die geschikt zijn voor een volgend leven ‘elders’. Via verschillende platforms, zoals Madaster en oogstkaart.nl, gaan we op zoek naar bouwmaterialen die we een tweede leven geven in AnnA. Bij dergelijke platforms zijn we reeds aangesloten. We denken hierbij aan de mogelijke inzet van constructiestaal, waarmee we delen van de drager van het gebouw maken. Ook oogsten we uit onze eigen projecten. De armaturen, stalen wenteltrappen, deuren en kasten van het Ministerie van Sociale Zaken zouden mogelijk een nieuwe bestemming binnen AnnA kunnen krijgen of in andere nieuwe gebouwen buiten AnnA. ‘Tweede leven producten’ vinden we niet uitsluitend binnen de bouwkolom. Een verkenning naar materialen die vrijkomen bij de herontwikkeling van SoZa hoort vanzelfsprekend in ons ontwerpproces. Een bijzonderheid in AnnA zijn de speciaal voor het complex gemaakte mozaïeken en tegelplateaus. Deze worden uit het complex verwijderd voor hergebruik in de nieuwbouw. Ze komen terug in entreehallen van woon en kantoorgebouwen en in de plint van de nieuwbouw. Zo blijven ze zichtbaar aanwezig. 2.
Gebruik hernieuwbaar
Traditionele grond en brandstoffen zijn eindig beschikbaar, die gebruiken we liefst niet langer in onze gebouwen. We maken in AnnA volop gebruik van hernieuwbare materialen, duurzame energie en ‘ander’ water. De in en afbouw, waar frequenter aanpassingen zijn te verwachten, voeren we in hernieuwbare materialen uit. Bijvoorbeeld FSChout als afwerkingsmateriaal, waarmee we laten zien dat AnnA een bijzonder duurzame ontwikkeling is én een warme, natuurlijke uitstraling geeft in het interieur. Welhaast vanzelfsprekend voeden we AnnA met duurzame energie. Zonneenergie bijvoorbeeld via ramen en daklichten en via PVpanelen op het dak en mogelijk aan gevels. PV panelen bieden ons de mogelijkheid om te tonen dat AnnA een deel van haar eigen elektriciteit 7
opwekt en dat zichtbare energietechnieken deel uitmaken van het architectonisch ontwerp. Regenwater op het gebouw wordt opgevangen, is te gebruiken voor bewatering van beplanting op en aan AnnA. Regenwater tijdens een piekbui op het dak kan zichtbaar worden afgevoerd naar het plein aan de Schenkkade. 3.
Minimaliseer milieuimpact
Sinds enkele decennia is het steeds beter mogelijk om de druk op het milieu door (onze handelingen in) de gebouwde omgeving te meten. Instrumentarium hiervoor wordt steeds betrouwbaarder en beter bruikbaar om te sturen op lage milieuimpact. Onze ambitie is om AnnA richting energieneutraal te ontwerpen. Waar we geen tweede leven of hernieuwbare materialen toepassen, kiezen we zoveel mogelijk voor materialen met minimale milieuimpact. MilieuPrestatieGarantie (MPG) is hiervoor een bruikbaar hulpmiddel, echter wordt hiermee de milieuimpact van energiegebruik niet gewogen. We zetten naast MPG ook de DPG in. Met de methodiek Duurzaamheid Prestatie Gebouwen meten we beide en het helpt ons te ontwerpen op zo laag mogelijke milieuimpact. Met het Madaster Platform en MPG stellen we een materialenpaspoort op, zodat bekend is welke grondstoffen in AnnA zijn opgeslagen. VORM is Kennedy van Madaster en wil daarmee een positieve impuls geven op weg naar een circulaire economie. In AnnA gaat het om een zo laag mogelijke CO2footprint van de bouwmaterialen. Het ontwerp is nog flexibel en kan gebouwd worden middels tunnelen, prefab beton en staal. Voordelen zoals bouwsnelheid en flexibiliteit worden afgewogen tegen de hogere kosten.
De CO2impact reduceren we door hergebruik van materialen en het inzetten van biobased bouwmaterialen die CO2 gedurende hun groeiperiode hebben opgenomen en daarmee CO2neutraal zijn, bijvoorbeeld FSC hout. We voorkomen verspilling van grondstoffen door onze afvalvrije bouwplaatsen. Sinds 2015 hebben we de eerste resultaten gerealiseerd door LEAN werken en ‘justintime’ levering van bouwmaterialen, het recyclen en scheiden van restproducten en het terug laten nemen van verpakkingsmaterialen door de leverancier. 4.
Creëer voorwaarden voor een lange cyclus: toekomstbestendig en flexibel bouwen
We ontwerpen gebouwen die lange tijd functionele, comfortabele en geliefde huisvesting bieden aan haar bewoners en gebruikers. Hierdoor blijven de toegepaste componenten lange tijd in dezelfde gebruikscyclus en vermindert de milieulast ervan. Ingebouwde bouwfysische kwaliteiten van AnnA zorgen voor goede binnenluchtkwaliteit, zomer en wintercomfort en akoestiek. Installaties vullen hierop aan. Veranderbaarheid van gebouwonderdelen (en ruimtelijke samenstellingen) maakt AnnA bruikbaar voor meerdere doeleinden, naast en na elkaar. Robuustheid is voor ons een belangrijk kenmerk van AnnA. AnnA speelt op deze wijze in op een veranderende woningmarkt met uiteenlopende woonwensen en grote diversiteit in doelgroepen en demografie. Het wordt onderzocht om woningen samen te voegen of te splitsen door wapeningvrije zones in wanden. Ook de posities van balkons en schachten worden hierop ontworpen. AnnA hoort naar ons idee educatie ‘te ademen’. Zichtbaarheid van duurzame oplossingen draagt hieraan bij. Meervoudige impact heeft onze voorkeur. Zo biedt het groen in en aan AnnA een ‘mooi’ aanblik, draagt het bij aan zowel vergroting van biodiversiteit als aan klimaatadaptiviteit van AnnA. 8
Betrokkenheid van de gebruikers, tijdens het ontwerpproces en gedurende het gebruik van het gebouw is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. 5.
Creëer voorwaarden voor toekomstige cycli
We denken niet alleen in het ‘hier en nu’. We ontwerpen ook voor de toekomst van het gebouw en haar onderdelen. Uiteraard kennen we die toekomst niet, wel verzorgen we de randvoorwaarden die veranderingen eenvoudig mogelijk maken. Componenten stellen we samen tot een gebouw op een wijze waarop componenten eenvoudig ‘losmaakbaar’ blijven. Vervanging van onderdelen is mogelijk zonder schade aan te brengen. Ook maakt ‘losmaakbaarheid’ dat onderdelen in de (verre) toekomst elders in het gebouw of andere locatie een volgend leven kunnen hebben. Water Regenwater is een kostbare grondstof, geen afvalstroom. De mogelijkheid wordt onderzocht om regenwater niet af te voeren maar te laten infiltreren in de bodem of op te vangen en te hergebruiken. Regenwater kan binnen het plangebied infiltreren in de bodem t.p.v. de nieuwe Anna van Hannoverstraat, of bijvoorbeeld opgevangen worden in een inpandig buffervat en kratten onder de plantvakken in de pleinen, decks en tuinen. Piekbuien worden opgevangen in het plein aan de Schenkkade. Het gebufferde water kan worden gebruikt voor de irrigatie van de daktuinen. Afvoeren van hemelwater zou hierdoor zelfs bij extreme weersituaties niet nodig moeten zijn; de AnnA is rainproof. Natuurinclusief AnnA creëert nieuwe voorwaarden voor stadsnatuur.
Door natuur te benaderen in natuurlijke symbiose met de stad ontstaan nieuwe kansen voor een nieuwe inrichting waarin ecologische kringlopen worden gevormd. Deze kansen benutten we door in de collectieve ruimtes, en sommige gevels en balkons ruimte voor flora en fauna te bieden, bijvoorbeeld voor vogels, insecten en vleermuizen. De biotoop die we willen versterken is die van de ecologische zone van de veenstroom de Schenk; enkele van de soorten die daarbij horen worden ook in het project bediend. Zo trekken we natuur de stad in, dicht naast de stadsbewoner. Met deze dynamische en zachte aanpak smelten groen en gebouw samen in een hybride vorm die werkelijk natuurinclusief is. We beschouwen het complex als een ecosysteem. Hoogte, wind, zon, licht, schaduw zijn allemaal condities die allerlei plekken in een gebouw karakteriseren. Deze plekken hebben verschillende potenties voor ecologie en biodiversiteit. Vanuit de bodem en vegetatie wordt steeds in kringlopen gedacht. Zo zijn er kansen voor veel insecten, vlinders en vogels tot een hoogte van 50 meter in een meer beschutte omgeving. De hogere verdiepingen van het gebouw bieden juist kansen voor de steenuil, gierzwaluwen, vleermuizen en de slechtvalk. Natuur in de directe nabijheid van je werk of woonplek voegt kwaliteit toe aan de leefomgeving.
Toename van biodiversiteit is van groot belang voor een goede balans in een gezonde stad. Bij het ontwerp van een natuurinclusief gebouw moet er gedacht worden in kringlopen. Daarom zal voor het ontwerp worden samengewerkt met een stadsecoloog. In eerste instantie wordt het gebouw in zijn context beschouwd, in het stedelijke weefsel van Den Haag. Allerlei diersoorten in de stad hebben hun eigen habitat, waar het gebouw zo goed mogelijk op inspeelt. Zo zijn er bestaande vleermuizenroutes en plekken waar vogels voorkomen. Ook bestaande water en groenstructuren,
9
zoals die van de Schenk, bepalen ecologische condities in de stad. Het complex kan als een hub fungeren in de ecologische netwerken in de stad. Het groenconcept van de AnnA bouwt voort op het omliggende landschap, vanaf de kust landinwaarts. De beplanting wordt aangepast op de condities.
Gezondheid Geluid De omringende infrastructuur van wegen en spoor veroorzaken een zekere geluidbelasting op het plangebied. Door Buro Bouwfysica is de situatie doorgerekend en getoetst aan de wettelijke grenswaarden en de eisen uit het gemeentelijk geluidbeleid. Toetsing vindt in basis plaats per bronsoort en zelfs per weg/spoortraject. Op grond van het geluidbeleid dient ook de gecumuleerde geluidbelasting getoetst te worden aan de plandrempel van 69,5 dB. Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is het noodzakelijk om een hogere waarde vast te stellen. Een hogere waarde wordt alleen vastgesteld indien: � �
�
Geluidreducerende maatregelen ondoelmatig zijn De woning beschikt over een geluidluwe zijde (58 dB weg en 58 dB spoor). Voor ‘kleine’ 1 en 2 kamer woningen voor bijvoorbeeld studenten of bejaarden is een uitzondering. Voor maximaal 50% van de woningen mag worden afgeweken van de voorwaarde van een geluidluwe zijde. De plandrempel niet wordt overschreden. In basis 68 dB, op sterk geluidbelaste locaties tot 69,5 dB.
In het kort betekent dit het volgende voor het plangebied: Doorgaande spoor Overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 55 dB treedt op in zowel de 1e als 2e lijns bebouwing direct aan het spoor. Overschrijding van de maximaal te verlenen ontheffingswaarde van 68 dB (tot 70 dB)op delen van de noordoost en zuidoostgevel van de bebouwing langs het spoor. Lightrail Beperkte overschrijdingen van de voorkeurgrenswaarde van de bebouwing parallel aan het spoor tot 57 dB. Trams Laan van NOI Beperkte overschrijdingen van de voorkeurgrenswaarde van de bebouwing aan de Laan van NOI. Wegverkeer Laan van NOI Overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB tot een waarde van ca. 62 dB aan de noordoostgevels van de bebouwing aan de Laan van NOI. De maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt echter niet overschreden. Wegverkeer Schenkkade Overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB tot een waarde van ca. 59 dB aan de noordwestgevels van de bebouwing aan de zijde van de Schenkkade. De maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt echter niet overschreden (geen dove gevels). 10
Wegverkeer A12 Overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB tot een waarde van 52 dB (53 dB is maximale grenswaarde voor woningen binnen zone autosnelwegen) aan de zuidwest zijde van het plangebied. De maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt derhalve niet overschreden (geen dove gevels vereist). Overige wegen De overige wegen rondom het plan zorgen incidenteel voor een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde maar leiden naar verwachting niet of beperkt tot knelpunten t.a.v. de grenswaarden en/of gemeentelijk geluidbeleid. Gecumuleerde geluidbelasting (toetsing plandrempel 68 + 1,5 = 69,5 dB) Met name in oosthoek van het plangebied is sprake van hoge gecumuleerde geluidbelastingen. Overschrijdingen van de plandrempel (gecumuleerde waarde > 69,5 dB) vinden plaats op de noordoost en zuidoostzijde van de bebouwing nabij de kruising Laan van NOI met het spoor. Verder wordt ook duidelijk dat een groot deel van de gevels boven de 58 dB wegverkeer of spoorweglawaai ligt waardoor de gevel niet als geluidluw kan worden aangemerkt. Dove gevels Bij overschrijding van de maximaal te verlenen ontheffingswaarde is woningbouw niet zondermeer mogelijk.
De realisatie van geluidgevoelige bestemmingen is alleen mogelijk met maatregelen aan de gevels, bijvoorbeeld door middel van het toepassen van schermen aan of nabij de gevel, het toepassen van 'dove' gevels (gevels zonder te openen delen), en dergelijke. Overige niet dove gevels mogen uitgevoerd worden met te openen delen. Een dove gevel staat op gespannen voet met diverse aspecten uit het Bouwbesluit waaronder ventilatie, spuien, aanwezigheid buitenruimte etc. en heeft verregaande gevolgen voor het woningtypologieën en het ontwerp. Ten aanzien van dove gevels wordt binnen de gemeente Den Haag het principe gehanteerd dat de gehele zijde van een woning doof uitgevoerd dient te worden. De toepassing van plaatselijke of beweegbare maatregelen is derhalve niet mogelijk. Geluidluwe gevels Uit de berekeningen blijkt dat geluidluwe gevels zonder verdere maatregelen zeer beperkt aanwezig zijn. Het gemeentelijk geluidbeleid van Den Haag vraagt per woning een geluidluwe gevel. Wanneer woningen zodanig worden gepositioneerd dat ze niet grenzen aan een geluidluwe gevel zijn aanvullende geluidafschermende maatregelen nodig aan de woningen om de achterliggende gevel alsnog geluidluw te maken. Een gebruikelijke maatregel is om de buitenruimte van de woning geluidafschermend te maken zodat de geluidbelasting op de achterliggende feitelijke gevel als geluidluw is aan te merken.
Bij het ontwerp kunnen de volgende richtlijnen worden aangehouden: • • • •
Indeling per verdieping zodanig dat de woning grenst aan tenminste 1 geluidluwe zijde. Buitenruimten verglaasd uitvoeren (serre). Loggia’s zijn effectiever om geluid af te schermen dan uitkragende balkons. Bij hoekbalkons wordt de zijkant aan de dominante geluidbron geheel gesloten uitgevoerd.
11
Geconcludeerd kan worden dat de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen in de bebouwing aan de Laan van NOI niet zonder meer mogelijk is. Voor bebouwing nabij de spooronderdoorgang geldt: • •
dat een oplossing gezocht dient te worden voor de vereiste dove zuidoost gevel (t/m ca. 47m hoogte). door de nagenoeg alzijdige geluidbelastingen voor een groot deel van de woningen aanvullende maatregelen nodig zijn om een geluidluwe zijde per woning te realiseren. Door de hoogte van de optredende geluidbelastingen dient met name aan de noordoost en zuidoost gevels rekening gehouden te worden met permanente maatregelen zoals bijvoorbeeld afgesloten serres.
Gezondheid Een groot deel van de dag wordt binnenshuis doorgebracht. De kwaliteit van het binnenmilieu is daarom belangrijk. Het doel is de realisatie van gezonde gebouwen/woningen. Denk hierbij aan het beperken van geluidsoverlast, verbeteren van de luchtkwaliteit, beperken van stofconcentraties en schadelijke stoffen, verbeteren van het thermisch comfort en voldoende daglicht. Luchtkwaliteit Te grote concentraties van gassen in het binnenmilieu kunnen gezondheidsproblemen veroorzaken. Gas en stofconcentraties kunnen de luchtkwaliteit beïnvloeden en kunnen worden tegengegaan door het toepassen van bouwkundige en installatietechnische maatregelen. Daarnaast heeft de inrichting en het gebruik van het gebouw een grote invloed op de aanwezigheid van gassen en stoffen in het binnenmilieu. Met goede ventilatie en regeling wordt er een optimale luchtkwaliteit gerealiseerd. Voor ‘AnnA’ wordt dit gezien als een USP. Thermisch comfort Beperking van de temperatuuroverschrijding dient vooral om te hoge binnentemperatuur in de zomer te voorkomen. Zomercomfort wordt bereikt door het toepassen van maatregelen met betrekking tot ventilatie, koeling en zonwering. Voor thermisch comfort in de winter dient aandacht besteed te worden aan verwarming, isolatie en tochtwering. Daarnaast draagt de individuele regelbaarheid van voorzieningen bij aan het thermisch comfort.
Sturing op behoefte is ook hier de USP. Visueel comfort Voldoende daglicht heeft een grote invloed op de beleving van het gebouw door de gebruiker. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de kwaliteit van het uitzicht. Dit kan conflicteren met het thermisch comfort. De beleving van binnen naar buiten is hierin leidend. Dit vergt nog intensieve aandacht en moet nog “smart” gemaakt worden.
12
Gebruikskwaliteit Toegankelijkheid AnnA wordt een inclusieve ontwikkeling. Niemand wordt uitgesloten. De openbare ruimte, collectieve ruimtes en daken zijn zonder belemmeringen. Hoogteverschillen kunnen via de stijgpunten in de gebouwen worden overbrugd. Routes worden hindernisvrij gemaakt. Fietsenstallingen liggen nu op maaiveld. Mogelijk dat een deel van de fietsen op 1 en/of +1 gesitueerd moet worden. Dit wordt nader uitgewerkt. In de fietsenstallingen worden ruimtes voor scootmobielen gecreëerd, volgend op het gemeentelijke beleid t.a.v. stallingsvoorzieningen. In de verhuur van mobiliteit wordt rekening gehouden met elektrische fietsen.
Functionaliteit 1.
Flexibiliteit
We creëren voorwaarden voor een lange levensduur en toekomstige cycli. De lange levenscyclus creëren we door slimme materialen te gebruiken en een flexibele indeling van de gebouwen mogelijk te maken. De toe te passen materialen hebben een laag onderhoudsniveau en gaan lang mee. Zo heeft het complex een levensduur van ten minste 50 jaar. Gebouwonderdelen met een kortere cyclus zijn makkelijk bereikbaar en te vervangen, zoals de verlichting. Door de gebouwstructuur, met name van de torens, zo te kiezen dat woningen eenvoudig zijn samen te voegen wordt flexibiliteit gewaarborgd. Mocht in de toekomst de vraag naar appartementen veranderen kan daaraan gehoor worden gegeven. De verticale schachten zijn dan bepalend voor de indelingen. In de stedelijke laag is de flexibiliteit kleiner. In de te kiezen beukmaat passen twee of drie kamers naast elkaar aan de gevel. Waar nu voor verschillende doelgroepen een ruim opgezette plattegrond is ontworpen, zal het in de toekomst mogelijk zijn een extra kamer toe te voegen. 2.
Programma
De ontwikkeling neemt wellicht tien jaar in beslag. Maar voor de planologische opzet is gekozen voor een bepaalde programmamix met wonen, werken en voorzieningen. Werkruimtes bevinden zich in de stedelijke laag en in enkele kantoorgebouwen. Er is straks werkruimte voor 1.5002.000 arbeidsplaatsen. Wonen bevindt zich ook in de stedelijke laag en aan de Schenk, maar verder vooral in de torens. Op de begane grond bevinden zich ruime entreehallen en fietsenstallingen, en verder alle benodigde voorzieningen voor de woongebouwen (afvalinzameling, techniek, etc.). In de stedelijke laag, en met name op de eerste twee lagen, is ruimte voor een breed pakket aan voorzieningen van commerciële en sociaalculturele of medische aard. Het thema van gezond wonen straalt daarin door: van een groene buurtsuper tot sportschool/fitness, van horeca voor ontbijt, lunch en diner tot speelplekken en mogelijk een kinderopvang. De beschikbare ruimte is zoveel mogelijk vrij indeelbaar. Exacte keuzes over het programma van voorzieningen worden in samenspraak met de buurt, de gemeente, de toekomstige bewoners en verhuurders gemaakt. 3.
Mobiliteit
Op het niveau van het hele complex is er een mobiliteitsvisie die het effect op de omgeving zo klein mogelijk houdt. De omliggende wegenstructuur voor auto’s wordt niet gewijzigd, waardoor er een
13
limiet zit aan de (auto)verkeersstroom die het gebied veroorzaakt. De sterke inzet op fietsgebruik zal leiden tot verbetering en verbreding van de omliggende fietspaden. Bij de ontwikkeling houden we rekening met een veranderende mobiliteit. De komende vijf tot tien jaar zal de mobiliteit verder digitaliseren en automatiseren. Het huidige perspectief op mobiliteit is aan verandering onderhavig. We gaan van bezit naar gebruik en de koppeling en integratie van mobiliteit in de gebouwde omgeving zal steeds meer gemeengoed gaan worden. Waarbij we nu nog denken in Mobility As A Service ontwikkelen we door naar Connected Living. De komende 10 tot 15 jaar zal Connected Living steeds meer geïntegreerd gaan worden. De uitdaging hierbij is hoe we om moeten gaan met de vaste elementen uit de gebouwde omgeving. Denk hierbij aan parkeervoorzieningen en fietsenstallingen. In ons denken over de mobiliteitsvraag zullen we in eerste instantie de komende 5 jaar als uitgangspunt nemen. We denken eerst vanuit losse concepten car & bike as a service en hebben als einddoel het zogenaamde mobility as a service. Simpel gezegd van gedigitaliseerde solitaire mobiliteitsoplossingen naar meer geïntegreerde mobiliteitsoplossingen. We ontwerpen wel steeds vanuit de gedachten dat de mobiliteitsoplossingen nog wel omkeerbaar moet zijn zodat we uiteindelijk het einddoel connected living kunnen bereiken.
Vanuit bovenstaande optiek is AnnA ontworpen naar het principe van de compacte en verticale stad. Het complex biedt service en ruimte voor de dagelijkse voorzieningen voor de verschillende doelgroepen. Zo zijn er collectieve buitenruimtes met ontmoeting en verblijfplaatsen, speel en sportgelegenheid en flexibele werkplaatsen. Verplaatsing gebeurt binnenin deze verticale stad en de noodzaak van (auto)mobiliteit naar de winkel, sportschool of werkplaats wordt gereduceerd. Dit uitgangspunt zal ondanks de verdere digitalisering en automatisering altijd het uitgangspunt blijven. In de plint zit een buurtwinkel voor de dagelijkse boodschappen en een pickup point voor pakketjes. Zo hoeft men voor kleine en grote bestellingen de deur niet meer uit, of hoeft de leverancier niet tweemaal langs te komen omdat de bewoner niet thuis was. De inrichting houdt rekening met reductie van de mobiliteitsvraag. Door gelijkvloerse ruimtes blijven de voorzieningen bereikbaar voor alle leeftijden en alle vormen van mobiliteit. Ouderen en mindervaliden kunnen langer met plezier thuis blijven wonen, dichtbij voorzieningen. Door de versterkte sociale cohesie die wordt nagestreefd zal zorg voor elkaar kunnen toenemen, zodat bijvoorbeeld thuiszorg niet elke dag langs hoeft te komen. Het samen verblijven en samen verplaatsen zal door deze ontmoetingen georganiseerd worden.
De benodigde parkeerplaatsen van AnnA worden inpandig opgelost in de parkeergarage onder blokken B1 en B2. Deze grootschalige, centrale parkeeroplossing zorgt voor een efficiënt ruimtegebruik, biedt flexibiliteit naar de toekomst en houdt de openbare ruimte leefbaar. AnnA omarmt het stedelijke parkeerconcept zonder eigen bezit van parkeerplaatsen. De bewoners en werknemers krijgen de mogelijkheid om auto’s te huren (deelauto’s). Dit maakt het meest efficiënte gebruik mogelijk, waardoor minder parkeerplaatsen nodig zijn. Zo reduceert de parkeerdruk en ruimtevraag. Een belangrijk deel van de garage wordt ingericht voor elektrische deelauto’s, waarvan de batterijen ook deel uitmaken van het energieconcept. Verder zijn er plaatsen voor mindervaliden, abonnementen voor woningen en plaatsen voor het commerciële programma. De rest van de garage is bestemd voor bezoekers voor de woningen en het commerciële programma. Deze aantallen zijn beperkt. 14
Sociale veiligheid De hoge dichtheid, en de ligging aan het NSstation, garanderen een permanent gebruik van de openbare en publiek toegankelijke ruimte. Binnen het project ligt vooral voetgangersgebied, verblijfsruimte zowel als doorloopgebied naar de omgeving. Door de situering van voorzieningen, entreehallen van woongebouwen en woonfuncties ook op lagere niveaus zijn er ogen op de straat gericht. Het ontwerp voorkomt dode hoeken zoveel mogelijk. Zelfs de handhaving van het benzinestation zal niet leiden tot een onaangename achterkant. De opzet van de woontorens beoogt binnen de gebouwen ook de sociale cohesie te bevorderen, en daarmee te voorkomen dat mensen vereenzamen of aan hun lot worden overgelaten. De gebouwen zijn niet anoniem, maar bestaan uit een soort gestapelde gemeenschappen, waar mensen elkaar kennen en gezamenlijk vorm geven aan hun woongemeenschap. De uitwerking hiervan volgt in later stadium. Ook het station, de te vernieuwen stationstunnel en de perrons worden in de veiligheidsvisie betrokken. Deze ruimtes zullen intensiever gebruikt gaan worden.
Toekomstwaarde Toekomstgerichte voorzieningen Een belangrijk deel van de ontwikkeling bestaat uit nietwoonfuncties. Deze dragen bij aan het gewenste gemengde stedelijke milieu, bijvoorbeeld door kantoorwerkruimtes te integreren in het project. Kantoren zijn er in verschillende vorm; van grotere gebouwen voor organisaties tot flexplekken en coworking concepten. De identiteit van het werkmilieu wordt ontleend aan de nabijheid van het ITsecurityconcept, maar ook aan de menging met hoogstedelijk wonen. De kantoorruimte is flexibel, waardoor andere gebruikers eenvoudigweg kunnen instappen. Maar ook is het omzetten van kantoren naar wonen of hotelfunctie denkbaar (geen toeristenhotel). Hier wordt hoogwaardige horeca gekoppeld aan nieuwe werkvormen in een stedelijke omgeving. De plint wordt zoveel mogelijk beschikbaar voor allerhande stedelijke voorzieningen. De exacte invulling volgt in later stadium; daar wordt ook afstemming met de behoeften van de wijk, de NS en de toekomstige bewoners gezocht. Er zullen voorzieningen komen die de mobiliteitsvraag zullen verminderen (bijvoorbeeld dagelijkse voorzieningen voor de gebruikers). Flexibiliteit We creëren voorwaarden voor een lange levensduur en toekomstige cycli.
De lange levenscyclus creëren we door slimme materialen te gebruiken en een zo flexibel mogelijke indeling van de gebouwen mogelijk te maken (samenvoegen woningen mogelijk maken, hogere begane grond). De toe te passen materialen hebben een laag onderhoudsniveau en gaan lang mee. Zo heeft het complex een levensduur van ten minste 50 jaar. Gebouwonderdelen met een kortere cyclus zijn makkelijk bereikbaar en te vervangen, zoals de verlichting. Door de gebouwstructuur, met name van de torens, zo te kiezen dat woningen eenvoudig zijn samen te voegen wordt flexibiliteit gewaarborgd. Mocht in de toekomst de vraag naar appartementen
15
veranderen kan daaraan gehoor worden gegeven. De verticale schachten zijn dan bepalend voor de indelingen. In de stedelijke laag is de flexibiliteit kleiner. Belevingswaarde AnnA heeft een hoge dichtheid, met een FSI van ongeveer 6,5 op het niveau van het hele plan. Hierdoor is er een hoge gebruiksintensiteit, met veel plekken die door veel mensen, al dan niet gelijktijdig, gebruikt zullen worden. Dat stelt hoge eisen aan de kwaliteit van de ruimte, van materialen, van beheer. Maar ook de kwaliteit van het beeld is erg belangrijk. De omgeving moet rust uitstralen en tegelijk uiting geven aan de levendigheid van het gebruik, aan de intensiteit van ontmoetingen, aan het veelzijdig gebruik van de onbebouwde ruimte. Daarin speelt de architectuur van gebouwen en open ruimte een grote rol. In de gemeentelijke beleidsstukken die ten grondslag liggen aan de planontwikkeling wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de kwaliteit van de beleving van de stedelijke laag, de stad op ooghoogte. De stedelijke laag bepaalt in belangrijke mate hoe mensen zich in de openbare ruimte thuis voelen. De openheid van de plint, de goede inpassing van utilitair programma (entrees van stallingen, technische ruimtes, opslag), het uitnodigend karakter van entrees, etc. Woningen op straat of tuinniveau hebben een goede overgangszone tussen openbaar en privé om levendigheid en privacy te kunnen combineren.
Met daarboven in de eerste bouwlagen de herkenbaarheid van het gebruik als woon of kantoorgebouw, als hotel of logies. De architectuur is er tastbaar, met mooie materialen en diepte in de gevel. Met balkons of loggia’s die contact met de straat of de hof mogelijk maken. De architectuur is divers en heeft een schaal waardoor afwisseling in beleving gewaarborgd is. De bebouwing boven de stedelijke laag maakt een deel van de skyline van de stad, maar bepaalt ook de identiteit van de ontwikkeling. De hoogbouw, grotendeels woningen, geeft uitdrukking aan de nieuwe collectiviteit. Niet een anonieme herhaling van steeds hetzelfde, maar een opzet met herkenbare eenheden en verbijzonderingen in de gevel. Die verbijzonderingen zijn gerelateerd aan differentiatie in het woonprogramma, aan toegevoegde collectieve voorzieningen of ruimten, aan (dak)terrassen met groen en met posities van balkons in het gevelbeeld. Het streven is een herkenbare eigen identiteit te creëren, met in de hoogbouw voornamelijk licht gekleurde materialen. De onbebouwde ruimte heeft verschillende karakters, van openbaar naar privé. De openbare ruimte is van hoog niveau, met sterke materialen die de verblijfskwaliteit ondersteunen. Veel groen, veel zitbanken, ruimte voor terrassen, een goed verlichtingsniveau of beeldende kunst zijn hierin betrokken.
Voor de groene plekken die tevens op de eerste bouwlaag boven de fietsenstallingen zijn gelegen is ook een programma met sport en spel opgenomen. Ook hier is groen, met hoger opgaande bomen en struiken, een belangrijk onderdeel van de beleving.
16
Conclusie Duurzaam bouwen staat centraal in het ontwerp van ‘AnnA’ en bij de ontwikkeling van de projecten van VORM Ontwikkeling en MRP Development. Wij streven ernaar om met elk project te innoveren en onszelf als lerende organisatie te blijven uitdagen om te werken aan een duurzamere gebouwde omgeving. We benutten de kennis van duurzame projecten uit onze portefeuille en de expertise van onze partners. Onze partners voor dit thema zijn: Rijnboutt, WE Adviseurs, Buro Bouwfysica en VIAC installatie en bouwfysisch adviseurs. De schaalgrootte van dit project geeft ons de mogelijkheid om innovatieve elementen zoals isolatie, gevels, vraaggestuurde installaties en optimalisatie stadsverwarmingsnet vorm te geven. Daar zetten wij op in! In het vervolgtraject worden de innovatieve kenmerken van de thema’s verder onderzocht en uitgewerkt.
17