RIS308726 Handhaaf normen bij drillraps
Tekst van het document
RIS-nummer: 308726
Schriftelijke vragen: Handhaaf normen bij drillraps Indieners: Kavish Partiman Datum: 11-05-2021 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, De populariteit van drillrap onder jongeren neemt toe. Bij drillrap speelt verheerlijking van geweld een rol. Afgelopen zomer heeft er al een dodelijk voorval plaatsgevonden op De Pier ten gevolge van een ruzie tussen twee drillrapgroepen uit Amsterdam en Rotterdam. In het AD Den Haag staat een krantenartikel over onder andere drillraps, met de titel ‘Myron, een 17-jarige Haagse jongen uit de ‘hood’ is dood door een ‘beef’ zeggen bekenden’.* Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde en in aanvulling op vragen van Hart voor Den Haag/Groep de Mos en Islam Democraten stelt het raadslid Kavish Partiman (CDA) de volgende vragen: 1.
Zou het college willen reageren op de verschillende feiten en ontwikkelingen die aan bod komen in het genoemde krantenartikel? Zou het college bij deze reactie ook willen reflecteren op hoe zij de verschillende omschreven maatschappelijke ontwikkelingen beziet?
2. Zou het college een nadrukkelijke reflectie willen geven op welke rol zij ziet voor de gemeente met betrekking tot de in het artikel genoemde feiten en ontwikkelingen? 3. Is het college van mening dat de gemeente deze rol de afgelopen jaren voldoende heeft ingevuld? Zo nee, welke zaken kunnen er in de toekomst beter? Zo ja, zou het college willen beargumenteren waarom zij dit zo ziet? 4. Is het college bekend met de Haagse drillrapgroep SK6? Zo ja, hoe is het college de afgelopen jaren omgegaan met de aanwezigheid van deze drillrappgroep? Zo ja, welke acties heeft het college in de afgelopen jaren uitgevoerd in verband met de aanwezigheid van deze drillrapgroep? Zo ja, is het college bekend met signalen over vermoedelijke criminele activiteiten rond deze groep? Zo ja, welke acties heeft het college ondernomen naar aanleiding van deze signalen? Drillrap gaat vaak over gewelddadige boodschappen en dreigingen. 5.
Volgt het college eventuele zorgwekkende boodschappen van drillrappgroepen? Zo ja, op welke manieren volgt het college dit? Zo nee, waarom niet, gezien de hiervoor genoemde feiten?
6. Hoe gaat het college om met de vergaarde informatie uit het volgen van deze boodschappen? 7.
Zou het college inzichtelijk willen maken welke acties de gemeente de afgelopen jaren heeft ondernomen naar aanleiding van de informatie uit het volgen van de genoemde boodschappen? Mocht het college nog geen acties hebben ondernomen, waarom is dit het geval, gezien de hiervoor genoemde feiten en ontwikkelingen?
Uit het krantenartikel blijkt dat het vaak gaat om minderjarigen die betrokken raken bij criminele organisaties.
8. Zou het college willen toelichten hoe gewerkt wordt aan bescherming en weerbaarheid van deze jongeren? 9. Acht het college de huidige inzet voldoende voor het tegengaan van deze zorgwekkende ontwikkeling(en)? Zo ja, waarop baseert de gemeente dit? Zo nee, wat wil de gemeente extra doen om jongeren te beschermen tegen deze criminele organisaties, netwerken en ontwikkelingen? In het krantenartikel wordt nadrukkelijk beschreven hoe de omgeving van minderjarigen invloed heeft op het opgroeien van die minderjarigen. Sommige minderjarigen in het Schipperskwartier ontwikkelen zichzelf te midden van een cultuur van drillraps, geweldverheerlijking, bewondering voor en het opkijken naar criminelen, verkeerde loyaliteiten en drugsgebruik. 10. Hoe beziet het college de maatschappelijke ontwikkeling van de toename van populariteit van drillraps en de relatie van deze drillraps met geweld en criminaliteit, in het licht van haar welzijnsbeleid en jeugdzorgbeleid? 11.
Is het college van mening dat de gemeente met haar welzijnsbeleid en jeugdzorgbeleid voldoende zicht en grip heeft op deze maatschappelijke ontwikkeling en de in het krantenartikel omschreven maatschappelijke ontwikkelingen die ermee samenhangen? Zo ja, zou het college op een rij willen zetten op welke manier de gemeente zicht en grip hierop heeft? Zo nee, welke stappen is het college van plan te zetten om dit zicht en deze grip in de nabije toekomst wel te verkrijgen? 12. Zou het college willen toelichten op welke wijze er in het welzijnsbeleid wordt omgegaan met de toename in populariteit van drillraps? 13. Zou het college willen toelichten op welke wijze er in het jeugdzorgbeleid wordt omgegaan met de toename in populariteit van drillraps? 14. Zou het college willen beargumenteren in hoeverre en op welke manier haar welzijnsbeleid en jeugdzorgbeleid flexibel en adaptief is in het inspelen op snel veranderende en opkomende maatschappelijke ontwikkelingen zoals drillraps? 15. Welke acties is het college voor welke datum van plan om uit te voeren bij het inspelen op snel veranderende en opkomende maatschappelijke ontwikkelingen zoals drillraps? 16.
Ziet het college mogelijkheden om een proces te starten, waarbij de gemeente leert om te gaan met, en leert in te spelen op, snel veranderende en opkomende maatschappelijke ontwikkelingen zoals drillraps, door onder andere informatie op te doen bij andere plaatsen in binnen- en buitenland? Zo nee, waarom niet, gezien de beschreven impact? Zo ja, zou het college inzichtelijk willen maken hoe dit proces eruit gaat zien? Het gaat hier om een ontwikkeling in de samenleving. Verschillende maatschappelijke verbanden, vrijwilligersorganisaties en levensbeschouwelijke organisaties en verenigingen komen veel beter ‘achter de voordeur’ dan de gemeente. 17. Maakt het college in haar welzijnsbeleid en jeugdzorgbeleid met betrekking tot de maatschappelijke ontwikkeling van de toename in populariteit van drilraps en de maatschappelijke ontwikkelingen die hiermee samenhangen, al gebruik van verschillende maatschappelijke verbanden, vrijwilligersorganisaties, levensbeschouwelijke organisaties en verenigingen? Zo ja, op welke manier?
18. Zou het college op een rij willen zetten welke maatschappelijke verbanden, vrijwilligersorganisaties, levensbeschouwelijke organisaties en verenigingen hierbij betrokken zijn? 19. Is het college van mening dat de gemeente al voldoende gebruikmaakt van de inzet van maatschappelijke verbanden, vrijwilligersorganisaties, levensbeschouwelijke organisaties en verenigingen bij de aanpak van drilraps en de beschreven maatschappelijke ontwikkelingen die hiermee samenhangen? 20. Hoe gaat het college in haar welzijnsbeleid en jeugdzorgbeleid met betrekking tot de maatschappelijke ontwikkeling van de toename in populariteit van drilraps en de maatschappelijke ontwikkelingen die hiermee samenhangen, meer gebruikmaken dan nu het geval is van de al bestaande structuren in de samenleving, zoals maatschappelijke verbanden, vrijwilligersorganisaties, levensbeschouwelijke organisaties en verenigingen? Jeugdzorg kan op vele manieren ingrijpen. Uithuisplaatsingen zijn een vergaand middel, maar kunnen soms wel nodig zijn om de spiraal van criminaliteit te doorbreken. 21. Zou het college willen opsommen welke mogelijkheden er zijn in het jeugdzorgbeleid om de beschreven ontwikkelingen op het gebied van drillraps, cultuur en criminaliteit op individueel niveau, oftewel bij een minderjarige, te doorbreken en aan te pakken? 22.
Welke ‘stokken achter de deur’ ziet het college bij het jeugdzorgbeleid en welzijnsbeleid met betrekking tot de beschreven ontwikkelingen op het gebied van drillraps, cultuur en criminaliteit? Ouders dragen verantwoordelijkheid voor hun minderjarige kinderen, ook voor hun daden. Bovendien zijn ouders aansprakelijk wanneer minderjarigen zich begeven in de omgeving van criminele organisaties. 23. Zou het college willen reflecteren op hoe zij de beschreven verantwoordelijkheid van ouders beziet in het licht van de genoemde feiten en ontwikkelingen? 24. Ziet het college een verantwoordelijkheid voor de gemeente om ouders goed te informeren over deze verantwoordelijkheid? Zo nee, waarom niet? 25. Op welke wijze worden ouders tot nu toe geïnformeerd over de genoemde verantwoordelijkheid? Hoe is dit het geval bij ouders die wellicht minder goed aangehaakt zijn bij de informatievoorziening vanuit de gemeente? 26. Op welke manier worden maatschappelijke verbanden, samenlevingsstructuren, bestaande gemeenschappen, levensbeschouwelijke organisaties en vrijwilligersorganisaties betrokken bij de informatievoorziening hierover, in het bijzonder bij wellicht moeilijk bereikbare ouders? 27.
Vindt het college dat zij voldoende doet om ouders die wellicht moeilijk te benaderen zijn, over de genoemde verantwoordelijkheid te informeren? Zo ja, waarom vindt het college dit? Zo nee, welke acties gaat het college voor welke datum uitvoeren om deze ouders beter te informeren? De burgemeester heeft bijzondere bevoegdheden om op te treden tegen crimineel gedrag van drillrapgroepen. Zo kan de burgemeester gebiedsverboden opleggen. 28. Is het college het met het CDA Den Haag eens dat het oproepen tot geweld niet als muziek beschouwd zou moeten worden?
29. Zou het college op een rij willen zetten welke mogelijkheden er zijn om op te treden tegen Haagse drillrapgroepen die gewelddadige boodschappen uitdragen? Zou het college per mogelijkheid tot optreden willen toelichten of en waarom zij dat wel of niet al inzet en wil gaan inzetten? 30. Is het college bereid om over te gaan tot het opleggen van gebiedsverboden aan leden van drillrapgroepen uit andere steden? Zo nee, waarom niet, gezien de zorgen zoals hiervoor beschreven? 31. Welke mogelijkheden ziet het college om over te gaan tot het opleggen van gebiedsverboden aan leden van rivaliserende drillrapgroepen uit andere steden dan Den Haag? Zou het college per mogelijkheid tot het opleggen van een gebiedsverbod willen toelichten of en waarom zij dat wel of niet al inzet en wil gaan inzetten? 32. Is het college bereid om preventief fouilleren in te zetten in de wijken waar drillrapgroepen actief zijn? Zo ja, per wanneer? Zo nee, waarom niet? Kavish Partiman CDA Den Haag *AD Den Haag, 8 mei 2021.