RIS308691 Beantwoording SV Terugkeer van de gezinsverzorger
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
15 juni 2021
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heer De Mos en mevrouw Roopram, luidend: ‘Terugkeer van de gezinsverzorger’
OCW/10123966 RIS308691
De raadsleden de heer De Mos en mevrouw Roopram hebben op 7 mei 2021 een brief met daarin vier vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met het bericht 'Gezinsverzorger keert weer terug in Groningen' (1)?
Ja, het college heeft kennisgenomen van dit bericht. Kinderen opvoeden is voor alle ouders wel eens lastig. Maar voor sommige gezinnen is het extra lastig om een goede structuur te bieden waar kinderen zich veilig kunnen voelen, zich kunnen ontwikkelen en waar zij tijdig worden bijgestuurd in hun gedrag. Bijvoorbeeld wanneer ouders zelf last hebben van een trauma, kampen met financiële problemen, bijvoorbeeld door het verlies van een baan, of andere zorgen hebben. Dan is er soms zoveel stress en onrust dat het niet lukt om structuur aan te brengen in het dagelijks leven. Door chaos en conflicten in huis kunnen kleine problemen steeds groter worden. 2.
Is het college bekend met het feit dat er tot in de jaren tachtig honderdduizenden vrouwen in de gezinszorg werkten en daarbij rust, reinheid en regelmaat brachten? Zo ja, deelt het college de mening dat deze gezinsverzorgers ertoe bij kunnen dragen dat gezinnen en daarmee hele groepen jongeren niet ontsporen en dat de inzet van zulke hulpverleners een preventieve werking heeft?
Ja, het college is hiermee bekend. Het college is het ermee eens dat een stabiele en rustige thuissituatie een preventieve werking kan hebben en bijdraagt aan een gezonde ontwikkeling van een jeugdige. Maar, is daarnaast van mening dat praktische hulp, zoals een gezinsverzorger kan bieden, niet de oplossing is voor alle problemen. Een gezinsverzorger kan een gezin dat in de problemen dreigt te komen direct laagdrempelige praktische hulp geven. Door in huis mee te draaien en op te ruimen, eten te koken en samen te eten met de kinderen. Zo krijgen ouders weer grip op hun leven en kunnen kinderen zich weer veilig en geborgen voelen.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10123966
3.
Heeft het college de bereidheid een pilot te starten om te bezien of de gezinsverzorger kan bijdragen aan het voorkomen van het ontsporen van gezinnen en daarmee hele groepen jongeren? Graag een toelichting met daarbij hoe u de pilot met (betaalde) hulpverleners gaat realiseren. Wellicht is het hierbij goed om de gezinsverzorger onderdeel uit te laten maken van de pilot buurtgezinnen?
Het college ziet op dit moment geen noodzaak voor een pilot. Wanneer praktische ondersteuning nodig is in een gezin kan in Den Haag onder andere Haagse Wijk- en Woonzorg (HWW) worden ingezet. HWW biedt thuisbegeleiding, waarbij zij volwassenen en gezinnen praktische hulp en ondersteuning biedt om structuur aan te brengen in hun leven. HWW blijft betrokken tot de gezinsstructuur hersteld is en rust en regelmaat zijn teruggekeerd in het dagelijkse leven. Zorg op maat staat hierbij voorop. HWW kan ingezet worden vanuit de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Ook kan HWW ingezet worden om thuisbegeleiding te bieden op grond van de Jeugdwet. Daarnaast heeft de gemeente enkele junior gezinscoaches in dienst die in de stadsdelen Centrum en Escamp praktische ondersteuning en lichte opvoedondersteuning bieden in gezinnen. Het college is dan ook van mening dat de hulp die gezinsverzorgers kunnen bieden reeds in voldoende mate aanwezig is in Den Haag. 4.
Heeft het college de bereidheid om de resultaten van deze uit te voeren pilot te evalueren, zodat we bij het nieuwe jeugdhulpsysteem, dat in de zomer van 2022 ingaat, kunnen zorgen voor een optimale uitrol van deze praktische vorm van hulpverlening? Graag een toelichting.
Zie hiervoor het antwoord op vraag 3. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2