RIS308646 Onderzoek onveilige werkcultuur Kunstacademie
Tekst van het document
RIS308646
Schriftelijke vragen: Onderzoek onveilige werkcultuur Kunstacademie Indieners: Peter Bos, Haagse Stadspartij Datum: 22 april 2021 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Op 23 maart 2021 werd bekend dat de directeur van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten was opgestapt nadat een onderzoeksrapport naar de werkcultuur op de KABK was gepubliceerd. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van Orde stel ik de volgende vragen. 1. Naar aanleiding van berichten over ernstig grensoverschrijdend gedrag en een onveilige werkcultuur op de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten besloot de Raad van Toezicht afgelopen najaar nader onderzoek te doen en riep daarbij de hulp in van het onderzoeksbureau Bezemer en Schubad. In de rapportage stellen de onderzoekers dat ze na gesprekken met 168 betrokkenen, onder wie veel docenten en studenten, moeten concluderen dat er veel mis is op de academie. Kent het college het rapport? 2. Als gevolg van het verschijnen van het rapport is de directeur van de academie opgestapt. Vanuit de academie en daarbuiten is veel kritiek geuit over het functioneren van de Raad van Toezicht o.a. in een petitie. Zo is een duur PR-bureau in de hand genomen om de publicitaire schade van het onderzoek zo veel mogelijk te beperken en wordt de Raad van Toezicht verweten zichzelf vrij te pleiten terwijl er al die jaren niet is ingegrepen.
De Raad van Toezicht zou volgens de kritiek vooral bezig zijn met het ‘managen’ van de reputatie van de school. Studenten en docenten schrijven dat de prioriteit zou moeten liggen bij het creëren van een veilige academie. Kent het college deze kritiek? 3. Ook geeft het rapport aan dat er kritiek is op het personeelsbeleid, de betaling van tijdelijke medewerkers en het verschil tussen de beloning van directie en overig personeel. Kent het college deze kritiek? 4. Tussen de gemeente Den Haag en de Hogeschool der Kunsten, waarvan de KABK onderdeel is, werd op 9 maart 2018 een convenant getekend waarin beide partijen zich inzetten om het (inter)nationale kunst- en maakklimaat te versterken. Deze samenwerking had o.a. als doel om de positie van jonge creatieve professionals verder te versterken en nog meer jong talent naar Den Haag te halen. Kent het college dit convenant en is de doelstelling nog steeds relevant? Zo nee, waarom niet?
5. Kan het college aangeven wat er sinds de ondertekening van het convenant concreet is gebeurd, welke acties zijn uitgevoerd, hoeveel geld de gemeente hieraan besteed heeft, en tot wanneer het convenant van kracht is? 6. Kan het college aangeven hoeveel Haagse jongeren zich ingeschreven hebben als student op de kunstacademie, hoeveel landelijk van buiten Den Haag komen en hoeveel internationals over de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020? 7. In het Beleidskader Kunst en Cultuur 2021-2024 (RIS302961) roept het college alle makers en instellingen in Den Haag op om nadrukkelijk meer aandacht te besteden aan inclusie. Ook vraagt het college aan de sector om te werken aan een eerlijker honorering zoals vastgelegd in de Fair Practice Code. Acht het college het van belang dat ook de Koninklijke Academie stappen zet op dit gebied? Zo nee, waarom niet? 8. Is het college bereid om (o.a. in het kader van de naleving van het convenant) de Raad van Toezicht van de Hogeschool der Kunsten aan te spreken op de kritiek over hun functioneren, en aan te dringen op het waarborgen van een veilige werkcultuur, een eerlijke beloning en stevig inclusiebeleid voor docenten en studenten op de academie als basisvoorwaarde voor versterking van het (inter)nationale kunst- en makersklimaat? Zo nee, waarom niet?
Peter Bos Haagse Stadspartij Rapportage-cultuuronderzoek-KABK.pdf