CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308571 Uitvoering structuurvisie CID

Commissie Ruimte 23 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd raadsvoorstel van het college inzake Structuurvisie Central Innovation District5.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Anne Mulder Wethouder van Financiën en Stadsontwikkeling

040

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

DSO/10100051 RIS308571 Contactpersoon

Jeroen van der Linden Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

Directie Projecten Den Haag Telefoonnummer

14070 E-mailadres

Datum

jeroen.vanderlinden@denhaag.nl

20 april 2021

Aantal bijlagen Onderwerp

Uitvoering structuurvisie CID

Geachte voorzitter, Om als stad aantrekkelijk te blijven voor zowel bestaande als nieuwe inwoners en bedrijven wil Den Haag ruimte bieden voor groei en vernieuwing. Die groei is ook nodig gezien het enorme woningtekort. Den Haag kiest ervoor om deze groei vooral binnenstedelijk te laten plaatsvinden, voor een belangrijk deel binnen het Central Innovation District (CID). Het CID wordt een internationaal competitief economisch hart waar kennis, talent en bedrijvigheid samenkomen. Daarbij geldt als voorwaarde dat de groei bijdraagt aan een mooie en leefbare stad voor iedereen. De ontwikkeling van het CID beslaat een lange periode en bepaalt voor een groot deel hoe onze stad er over 20 jaar uitziet. Daarom is het belangrijk om de ruimtelijke beleidsuitgangspunten voor deze ontwikkeling vast te leggen in de structuurvisie voor het CID. Bij de behandeling van de structuurvisie CID in de commissievergaderingen van 27 januari en 3 februari jl. heeft u over verschillende aspecten uw zorgen geuit. Over de grip die u als Gemeenteraad heeft op de ontwikkelingen van het CID, over de financiële dekking van de plannen, de mate waarin u inzicht krijgt in de ontwikkeling van woningaantallen en de koppeling – zowel in omvang als in tijd aan de voorzieningen, de kwaliteit van het gebied, de manier waarop bewoners worden betrokken en ten slotte de mate waarin u kunt bijsturen.

Ik heb uw vragen gehoord en kan mij die indenken. Met deze brief adresseert het college uw vragen en zorgen. Het college wenst met u een relatie te onderhouden waarin we zorgen en vragen met elkaar onderzoeken en bespreken. Zeker als het om zoiets belangrijks gaat als het CID, maar eigenlijk altijd: omdat uw zorgen en vragen de kwaliteit van onze gedachtewisseling op een hoger plan brengen. En daarmee ook de kwaliteit van de besluitvorming. Het college hecht eraan te beklemtonen dat de Structuurvisie CID niet op zichzelf staat. Het document bouwt voort op de Agenda Ruimte voor de Stad, de CID Agenda 2040 en de verschillende gebiedsagenda’s voor de prioritaire gebieden NOI, HS en CS: beleidsrichtingen op het CID die u als gemeenteraad in de afgelopen jaren heeft vastgesteld op het gebied van wonen, mobiliteit, duurzaamheid en economie. In bijlage 1 is een korte schets opgenomen van de voorgeschiedenis van de besluitvorming over het CID en de eerder gekozen ontwikkelrichting. De Structuurvisie CID is een volgende stap in deze ontwikkelrichting waarmee het ruimtelijk beleid voor het CID wordt vastgelegd conform de Wet ruimtelijke ordening.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10100051

Op basis van de eerder door u vastgestelde documenten zijn verschillende publieke partijen zoals Rijk, Verstedelijkingsalliantie, MRDH, buurgemeenten en verschillende private partijen zoals ontwikkelaars en beleggers, commitment aangegaan om te investeren in het CID. Zij geloven in de door u vastgestelde ontwikkelrichting van het CID: denk aan de bijdragen en subsidies van het Rijk, MRDH en buurgemeenten in het kader van de woningbouwimpuls en infrastructuur (MIRT). Of denk aan de vele particuliere initiatieven en plannen voor ontwikkelingen in het gebied. We praten dan over investeringen van in totaal vele honderden miljoenen, allemaal in gang gezet op basis van uw eerdere besluiten. Met de structuurvisie laten we al deze partijen zien dat ze – nu en straks - van ons op aan kunnen en verder invulling geven aan de ingeslagen richting. Maar de structuurvisie bepaalt nog niks op locatieniveau. Het verder ontwikkelen van het CID moeten en willen we zorgvuldig en goed doen, opdat we Den Haag als aantrekkelijke en leefbare woon- en werkstad versterken. Daarom is het van cruciaal belang dat we gezamenlijk optrekken in het proces van de vaststelling van de structuurvisie en het langlopende proces van de CID-ontwikkeling daarna: College en Raad. Deze brief is een oprechte stap van het college om een sport op die ladder te nemen.

Met respect voor de verschillende rollen van raad en college, maar dat spreekt voor zich. Hieronder ga ik in op de grip die de raad heeft op de ontwikkelingen in het CID en gedurende het proces ook zal houden. Ik sta stil bij de verhouding woningbouw en voorzieningen en de mate waarin u gedurende de rit kunt bijsturen. Dan volgen beeldkwaliteit en participatie en tenslotte ga ik in op de financiële dekking van de plannen. Regie van de raad vooraf en tijdens de ontwikkelingen CID Een aantal leden van uw raad heeft vragen gesteld en zorgen geuit omtrent het vermogen van de Raad om regie te voeren op bepaalde ontwikkelingen in het CID. Daarbij ging het onder meer om het hebben van inzicht voor de raad en het vermogen bij te sturen, bijvoorbeeld ten aanzien van de juiste balans (ook in tempo) tussen voorzieningen en bouwen. Het college heeft deze vragen beluisterd als een behoefte om de voortgang van de ontwikkelingen te kunnen monitoren en het vermogen deze eventueel bij te stellen. Wij snappen deze behoefte. Wij willen u daar graag in tegemoet komen. Allereerst zeg het college u toe dat u als Raad jaarlijks een voortgangsrapportage CID krijgt. Deze bevat de stand van zaken met betrekking tot de projecten/afspraken met ontwikkelaars en biedt inzicht in het geplande, vergunde en gerealiseerde programma wonen, werken (inclusief campusontwikkeling) en voorzieningen.

Daarbij laten we zien hoe we het tempo van de ontwikkelingen afstemmen op de benodigde groei van de voorzieningen. Het bevat daarnaast een overzicht van de voorgenomen en gerealiseerde ingrepen in buitenruimte en infrastructuur. Ook geeft de rapportage een stand van zaken van relevante besluitvormingstrajecten zoals beeldkwaliteitsplannen, bestemmingsplannen, Plan Uitwerkingskaders (PUK’s) en Nota’s van Uitgangspunten (NvU’s). Tenslotte gaat de rapportage in op de samenhang tussen fysieke ingrepen en programmatische en economische ambities, gerelateerd aan de strategie op campusontwikkeling (‘werken, leren en innoveren in Den Haag’) die de I van het CID gaat concretiseren. Met deze voortgangsrapportage heeft u als raad de mogelijkheid de voortgang te monitoren en eventueel in te grijpen in de uitvoering van de ontwikkeling van het CID. Eind 2021 zal de eerste voortgangsrapportage CID aan de raadscommissie worden voorgelegd. Maar er zijn meer mogelijkheden. Want met de structuurvisie stellen we de ontwikkelrichting van het CID voor de komende twintig jaar weliswaar vast, maar slechts op hoofdlijnen. Een vastgestelde structuurvisie is een eerste beleidskader, maar vormt geen groen licht om maar te gaan bouwen.

2/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10100051

Er zullen nog verschillende besluitvormingsmomenten plaatsvinden. Immers, er zijn nog meerdere, aanvullende besluiten van uw raad nodig om bouw mogelijk te maken. Denk aan: bestemmingsplannen, nota’s van uitgangspunten, uitgebreide Wabo-vergunningen of de aanpassing van het omgevingsplan. De procesgang is zo ingericht dat dit de gemeente ruimte, gelegenheid en instrumentarium geeft om nadere regels op te nemen ter (aanvullende) borging van doelen op het gebied van bijvoorbeeld vergroening, voorzieningen en omgevingskwaliteit, ook na vaststelling van de structuurvisie en hierop de vinger aan de pols te houden. De gemeente heeft daarmee niet alleen regie op realisatie (het hand in hand gaan van voorzieningen en woningbouw) en inbedding van voorzieningen, maar ook het vermogen om wenselijke ontwikkelingen verder af te dwingen, ook later in het proces. Het dictum is, mede naar aanleiding van vragen van uw kant, geconcretiseerd en uitgebreid. In het traject naar een Omgevingsvisie is de Structuurvisie CID een belangrijke bouwsteen (RIS307081). In onderstaande tabel treft u een opsomming aan van producten die u in aanvulling op de jaarlijkse voortgangsrapportage CID de aankomende 2 jaren zullen worden aangeboden en eveneens gelegenheid geven de voortgang te bewaken en bij te sturen waar nodig.

Op basis van de vastgestelde uitgangspunten van de structuurvisie werken we aan een kwaliteitsplan voor het CID (zie pagina 7), stellen we een plintenstrategie op en voeren we een onderzoek uit waarin we de benodigde voorzieningen gedetailleerd in kaart brengen. We werken de structuurvisie uit naar deelgebieden en locaties via gebiedsagenda’s, NvU’s en PUK’s. Ook worden er beeldkwaliteitsplannen per deelgebied opgesteld. Via een vertaling naar planologische instrumenten (bestemmingsplan/omgevingsplan) en vergunningverlening leggen we vervolgens de voorwaarden voor realisatie. De integrale gebiedsdocumenten behandelen daarbij niet alleen het te realiseren programma wonen en werken, maar ook de daarmee samenhangende benodigde voorzieningen, ingrepen in de openbare ruimte en maatregelen op het gebied van mobiliteit en energietransitie. Q1 2021

Structuurvisie CID

Q2 2021

Voorstel Plintenstrategie Werkbespreking Kwaliteitsplan CID PUK SoZa Commissiebrief Integraal Huisvestingsplan Sport Rapportage voorzieningenonderzoek CID Kwaliteitsplan CID Gebiedsagenda Beatrixkwartier NvU Laakhavens Businesscase HS/Laakhavens NvU KC-locatie Bestuurlijke Samenwerkingsovereenkosmt Metropolitane fietsroute DHPijnacker Businesscase Gebiedsontwikkeling Laan van NOI fase 1 SVVGB ‘The Grace’ PUK Bezuidenhoutseweg 50 Nota Kostenverhaal Strategie Campusontwikkeling (werken, leren en innoveren in Den Haag) Beeldkwaliteitsplan HS/ Laakhavens Ontwerp-bestemmingsplan Spoorzone HS Ontwerp-bestemmingsplan SoZa Herinrichting Pletterijkade & Hoefkade Ontwerp-bestemmingsplan Bellevue PUK Margadant (kavel noordzijde station HS) Voortgangsrapportage CID

Q3 2021

Q4 2021

3/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10100051

Q1/Q2 2022

Q3/Q4 2022

Integraal Huisvestingsplan Sport NvU Schedelsdoekhaven Beeldkwaliteitsplan Beatrixkwartier Beeldkwaliteitsplan CS Verlengde Velostrada, Trekvlietbrug Herinrichting Schenkkade Bestemmingsplan Spoorzone HS GebiedsNvU Van Alphenstraat/NOI Beeldkwaliteitsplan NOI Beeldkwaliteitsplan Schenk en gebiedsagenda Schenk Bestemmingsplan Bellevue-locatie Bestemmingsplan SoZa

Dit is overigens geen finaal of uitputtend overzicht: planningen zijn voorlopig, met name voor producten die verder weg in de tijd liggen. Daarbij moet worden gezegd dat de planologische procedures voor diverse ontwikkelingen in het CID nog nader bepaald zullen worden in verband met de (verwachte) invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2022. De planning van producten hangt ook samen met privaatrechtelijke afspraken. Over de planning in het kader van de mogelijke verplaatsing Raamprostitutie bent u reeds geïnformeerd per raadsmededeling van 5 maart 2021 (RIS 307850). Hiervoor wordt momenteel een verdere studie van randvoorwaarden en o.m. de ontsluiting van de Sporendriehoek uitgevoerd. Balans tussen voorzieningen en woningbouwprogramma Er zijn zorgen geuit over de juiste balans tussen voorzieningen en het woningbouwprogramma. Is er straks voldoende gelegenheid voor sport, zijn er voldoende scholen, is er genoeg groen om te verblijven en recreëren? Daarbij wordt ook de leefbaarheid genoemd. Deze vragen worden breed gedeeld onder uw leden. Laat kristalhelder zijn dat het College meerdere doelen heeft met de structuurvisie CID. Ja, met de structuurvisie zorgen we dat Haagse kinderen en kleinkinderen straks woonruimte kunnen vinden. Maar we borgen ook dat de sterk gegroeide stad van morgen leefbaar en bereikbaar is.

Dat Den Haag een innovatief en economisch sterk centraal district heeft. Dat Den Haag een aantrekkelijke en leefbare woon- en werkstad blijft en wordt. Waar het goed leven is, in alle opzichten. Het uitgangspunt is daarom om maatschappelijke voorzieningen in gelijke tred met de woningbouwproductie te realiseren. Dat betekent dat we het tempo waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt ook afstemmen op het tempo waarin we voorzieningen kunnen realiseren. Ook in de eerder door de Raad vastgestelde stukken (zoals Agenda Ruimte voor de Stad, PUK’s en NvU’s) heeft de gemeente aandacht gehad voor (maatschappelijke) voorzieningen als onderdeel van het gemengde stedelijke milieu. Bij de structuurvisie is nu een globaal maatschappelijk voorzieningenprogramma opgesteld. Dit vormt een kader waarop in aanvulling het college ‘Haagse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen’ heeft vastgesteld (RIS 307513). Daarin is opgenomen dat we bij de uitwerking van de grote gebiedsontwikkelingen in gebiedsagenda’s en visies, deze voorzien van een (kwantitatief) voorzieningenprogramma. We kiezen daarbij voor voorzieningen in de onderste verdiepingen van gebouwen. Daarnaast zetten we gemeentelijke gronden en vastgoed in en zoeken we naar optimale combinaties. Verder zullen we mogelijkheden tot uitbreiding van bestaande voorzieningen benutten, zodra de behoefte toeneemt.

Dat doen we nu ook al bij huisvesting voor het primair en secundair onderwijs, via het Integraal Huisvestingsplan 2020-2030 (RIS 304176) dat u als raad heeft vastgesteld. Zo voorkomen we dat de maatschappelijke voorzieningen gaan achterlopen bij de woningbouwproductie.

4/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10100051

Door bij de uitwerking van de structuurvisie met vastgestelde kwantitatieve normen te werken, kunnen we dus concrete voorzieningenprogramma’s opstellen en aangeven hoe we op de realisatie sturen. Op basis van deze voorzieningenprogramma zorgen we voor borging door de voorzieningen op te nemen in nog op te stellen gebiedsagenda’s, PUK’s/NvU’s, planologische besluiten, afspraken met ontwikkelaars en investeringsprogramma’s. Uiteraard houden we ook rekening met de woningen die zijn opgenomen in reeds vastgestelde PUK’s en NvU’s voor het CID.

Voorbeelden gecombineerde voorzieningen: Zuiderpark, multifunctioneel gebouw O3 in de Rivierenbuurt (bron: ‘Intensivering maatschappelijke voorzieningen’, De Zwarte Hond. Bijlage bij RIS 307513) Het Central Innovation District zal zich de komende jaren ontwikkelen tot een hoogstedelijk woonmilieu: een gebied met een hoge concentratie van wonen, werken en andere voorzieningen, met een hoge verblijfskwaliteit en een uitstekende bereikbaarheid, in aanvulling op de bestaande historische binnenstad. Als vertrekpunt voor gebouwde voorzieningen nemen we daarbij de referentienormen voor ‘centrum-stedelijk’ die nu gelden in het centrumgebied en zijn vastgesteld door het college (Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen, RIS 307513).

5/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10100051

Momenteel kent Den Haag geen hoogstedelijk gebied wat als referentie kan dienen voor het bepalen van specifieke normen. De referentienormen zijn voor een groot deel gebaseerd op het voorzieningenniveau in bestaande stukken Den Haag (referentiegebieden). Voor de geambieerde hoogstedelijke verdichtingsgebieden ontbreekt het aan Haagse gebieden die als referentie kunnen dienen. Het is immers nog te vroeg om vast te stellen wat de samenstelling van de bewoners en daarmee de vraag naar voorzieningen zal zijn, daarom is er nu nog geen aparte categorie voor hoogstedelijke referentienormen opgesteld. Daarom gebruiken we de normen van het ‘centrum-stedelijk’ milieu als vertrekpunt. Bij de toepassing en monitoring werken we op termijn toe naar referentienormen voor het hoogstedelijke centrummilieu zoals we dat voor het CID - in lijn met het collegebesluit - ambiëren. We gaan bij het CID uit van een streefnorm van 8 m2 groen (gebruiks- én verblijfsgroen) per woning. Dat is niet letterlijk 8 m2 per woning, maar al het groen omgerekend naar de woningen in het hele ontwikkelgebied. Bij de uitwerking gebruiken we als inspiratie de ‘Gereedschapskist openbare ruimte’ (bijlage bij de structuurvisie). Bij de discussie over het voorzieningenniveau binnen het CID speelt natuurlijk de context van de omringende gebieden.

Het gesprek over het voorzieningenniveau in bestaande wijken búiten het CID wordt gevoerd in het reguliere overleg over deze voorzieningen. Aanvullend op het Integrale huisvestingsplan voor Onderwijs werken we aan integrale huisvestingsplannen voor Sport, Cultuur en Zorg en Welzijn. In het hoogstedelijk milieu van het CID is geen ruimte voor het toevoegen van voorzieningen voor georganiseerde buitensport (buitensportcomplexen). Wel zullen we in het ontwerp van de openbare ruimte rekening houden met bewegen en sport. Voor niet ingevulde sportveldenbehoefte zoeken we elders naar compensatie. We komen hierop terug in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Sport, dat voor het eind van dit jaar aan uw raad zal worden aangeboden.

6/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10100051

Voorbeelden voorzieningen in de plint: Gezondheidscentrum Zuidas Amsterdam en kinderopvang in het Beatrixkwartier/CID (Bron: Googlemaps) Vanuit uw Raad zijn in het kader van de van de voorzieningen ook zorgen geuit over het soort woningbouwcategorieën: is te sturen op de gewenste verhoudingen daartussen? Het antwoord daarop is ja. De Haagse Woonagenda is uitgangspunt bij de uitwerking van het woningbouwprogramma. In de structuurvisie zijn percentages voor woningbouwcategorieën opgenomen, overeenkomstig de uitgangspunten van de Haagse Woonagenda 2020-2023 (RIS 305711). Deze stadsbrede uitgangspunten vertalen we naar woningbouwprogramma’s voor deelgebieden. De afspraken landen in NvU’s, PUK’s, afspraken met ontwikkelaars en bestemmingsplannen. Over de voortgang van het woningbouwprogramma wordt in de voortgangsrapportages gerapporteerd aan de raad. Er zijn terechte vragen gesteld over natuurbescherming en stikstofdepositie. In antwoord daarop: laat duidelijk zijn dat elk bouwplan en bestemmingsplan wordt getoetst aan de regelgeving voor natuur en stikstofdepositie. De Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) controleert de betreffende onderzoeken. Zoals bekend toetst de rechter hier streng op. Dit vergt daarom secuur maatwerk per deelgebied en bouwplan.

Sinds het gereedkomen van de onderzoeken in het kader van de MER (eind 2019, een half jaar na de uitspraak RvS over het PAS) is veel gebeurd bij het Rijk en de gemeente op dit dossier. Zo zijn een aantal maatregelen getroffen om stikstofdepositie te beperken, zoals de verlaging van de maximum snelheid en de mogelijkheid om intern te salderen. De gemeente heeft voor de aanpak van stikstof een stadsbrede aanpak ingezet waarover u regelmatig wordt geïnformeerd. Zie RIS 305875. Het college heeft tevens bezorgdheid beluisterd ten aanzien van de invulling van de plinten in het CID. Daarbij gaat het u om voldoende ruimte voor bedrijvigheid. De invulling van de begane grond (plintenstrategie) heeft bij de uitwerking van de structuurvisie bijzondere aandacht van het college. Het is immers daar waar het oog het eerste naartoe gaat bij het verblijf op straatniveau. Het college wil levendige plinten, die aansluiten op de openbare ruimte, conform de door u vastgestelde uitgangspunten in de nota Eyeline, Skyline. Dit vraagt om actief sturen op de beschikbaarheid van voldoende betaalbare (werk)ruimte in (onder andere) de plinten: anders komt er geen divers aanbod in het CID. Dit aanbod moet aanvullend zijn op dat in de binnenstad en omliggende wijken, en variëren in zowel prijs als type functies (bijvoorbeeld horeca, cultuur, kantoren of voorzieningen).

Doel is het CID ook toegankelijk te maken en houden voor startende ondernemers, het lokale MKB en voor verschillende typen werkgelegenheid.

7/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10100051

Op de economische toplocaties in het CID zetten we in plinten ook in op invulling die bijdraagt aan het concept ‘werken, leren en innoveren’, door bijvoorbeeld ruimte te creëren voor startups, scale ups, experimentruimte, ruimte voor bijeenkomsten en debat. Voor de realisatie hiervan wordt voor de zomer een voorstel aan de raad aangeboden met concrete doelen, sturingsinstrumenten en richtlijnen. Dit komt vervolgens terug in gebiedskaders, ruimtelijke planregels en afspraken met ontwikkelende partijen. Ook (en misschien wel juist) op het punt van de balans tussen voorzieningen en woningbouwprogramma heeft u als raad dus de mogelijkheid de voortgang te monitoren en eventueel in te grijpen in de uitvoering. Dit kan aan de hand van onze hiervoor genoemde gesprekken rond nog op te stellen gebiedsagenda’s, gebiedsvisies, NvU’s enz. en rond de voortgangsrapportage CID. Inspraak en participatie Verschillende leden van de raad hebben zich uitgesproken over het thema inspraak en participatie. Zijn bewoners en ondernemers wel voldoende betrokken en wat is dan precies het onderwerp van die betrokkenheid? Graag wil ik onderstrepen dat uitgangspunt van het college is dat bij elk beleid belanghebbenden zo goed mogelijk betrokken moeten worden. Hier wordt expliciet aandacht voor gevraagd in collegevoorstellen.

Het college vindt het belangrijk om te weten welke ideeën bewoners, ondernemers en partners in een gebied of wijk hebben over ontwikkelingen in de stad en wil daarom inwoners betrekken bij gemeentelijke plannen, ruimte geven om te praten, ook over eigen initiatieven ondernomen in de wijken. Den Haag is immers een stad waarin we samen leven, samen kiezen en samen doen. Samenwerken met bewoners en ondernemers in grote gemeentelijke projecten en beleidsplannen is de manier om de stad in het algemeen en het CID in het bijzonder leefbaar, schoon, duurzaam en veilig houden. Bij het opstellen van de Agenda CID 2040 is een uitgebreid participatietraject gevolgd met bedrijven, kennisinstellingen en bewoners. Ook bij de uitwerking van de structuurvisie wil het college inspraak en participatie nader vorm gaan geven. Er heeft inmiddels tweemaal een bestuurlijk overleg plaatsgevonden met de vertegenwoordigers van acht bewonersverenigingen. Afgesproken is dit voortaan eens per kwartaal te doen. Ditzelfde geldt voor de ambtelijke klankbordgroep op het niveau van het CID. Ook hier hebben twee bijeenkomsten plaatsgevonden en worden afspraken ingepland om elkaar ongeveer een keer per zes à acht weken te treffen.

Onderwerpen van gesprek in deze beide overleggen zijn de CID-brede overkoepelende onderwerpen, zoals de participatie zelf (wat gaat er goed, wat gaat minder goed), mobiliteit, energietransitie, voorzieningen, etc. Voor de deelgebieden wordt op korte termijn ook een klankbordgroep geformeerd voor de onderwerpen binnen de specifieke deelgebieden. Uiteraard blijft er ook participatie op projectniveau en op ingrepen in de buitenruimte. In deze overleggen moet helder zijn op welke onderwerpen welke kaders voor participatie gelden. Want de mate waarop de gemeente invloed kan geven op gemeentelijke plannen verschilt per onderwerp. Daarover zijn duidelijke afspraken gemaakt, vastgelegd in het participatie- en communicatieplan CID uit 2019. Duidelijkheid over waarop bewoners wel of geen invloed kunnen uitoefenen voorkomt frustratie, hiervoor is per product opgenomen of sprake is van raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen. Uiteraard blijft er participatie plaats vinden op projectniveau en op ingrepen in de buitenruimte en worden bewoners betrokken buiten het CID voor maatregelen/ontwikkelingen waarvan ook impact buiten het CID-gebied verwacht wordt.

8/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10100051

Kwaliteitsplan CID en beeldkwaliteitsplannen voor deelgebieden In uw raad zijn verder twijfels geuit omtrent de borging van voldoende kwaliteit in het CID. Genoemd zijn onder meer zorgen over de architectonische kwaliteit van bebouwing, een passende verbinding van bebouwing met de openbare ruimte, gebiedskwaliteit in algemene zin en van hoogbouw in het bijzonder. Het college is van mening dat ten aanzien van kwaliteit generieke regels nodig zijn die gelden voor het hele CID en specifieke regels voor deelgebieden die hun beslag krijgen in bijvoorbeeld NvU’s, PUK’s en Beeldkwaliteitsplannen. Dit willen wij vormgeven door het opstellen van één overkoepelend Kwaliteitsplan CID en als uitwerking daarvan het maken van meer gedetailleerde beeldkwaliteitsplannen voor deelgebieden. Architectuur is geen doel op zich, maar een middel om te komen tot mooiere en betere wijken en buurten. Die notie vanuit de raad wordt door het college van harte onderschreven. Ontwerp is daarmee integraal onderdeel van de opgave. Om het belang van architectuur niet te laten ondersneeuwen in het brede kwaliteitsplan CID is het goed om beeldkwaliteitsplannen per deelgebied op te stellen om het eigen karakter van wijken en buurten te versterken. Het overall ‘kwaliteitsplan CID’ - als vervolg op het inspiratiedocument CID (bijlage 8 bij de structuurvisie CID RIS307135 zoals behandeld in de Cie.

Ruimte van 27-1-2021) - is voor de zomer in concept afgerond. Na de zomer komt het plan ter besluitvorming naar de raad. Het kwaliteitsplan beschrijft de uitgangspunten voor de ruimtelijke kwaliteit van het CID: hoe deze eruit ziet (beeldkwaliteit), hoe deze werkt (gebruikskwaliteit) en hoe toekomstbestendig deze is. Vertrekpunt voor het kwaliteitsplan is dat het CID bestaat uit meerdere deelgebieden, elk met een eigen functiemix en ruimtelijke identiteit. Deze zullen benoemd worden in dit kwaliteitsplan. Voorop staat het voortbouwen op historische structuren en aanwezige waarden zodat er een stedenbouwkundig gelaagd stadsbeeld ontstaat met een duidelijk Haags karakter. Het ‘kwaliteitsplan CID’ geeft de hoofdprincipes voor de identiteit van de gebieden, het ontwerp van de stadsplattegrond, het ontwerp van de openbare ruimte en de bebouwingstypologie. Daarmee is het een document dat inspireert en motiveert maar ook een document dat goed als toetsingskader voor gebiedsuitwerkingen (PUK’s en NvU’s) kan worden ingezet. Bij aanvang van het opstellen van het ‘kwaliteitsplan CID’ zal een werksessie met uw commissie worden belegd om kennis te nemen van uw ideeën over het kwaliteitsplan. De beeldkwaliteitsuitgangspunten voor het hele CID-gebied zullen door de gemeenteraad worden vastgesteld.

In aanvulling op het ‘kwaliteitsplan CID’ starten we in 2021 met het opstellen van beeldkwaliteitsplannen voor de verschillende deelgebieden in het CID. In deze beeldkwaliteitsplannen wordt de ruimtelijke identiteit van de betreffende gebieden uitgewerkt naar concrete toetsingscriteria, om een samenhangend en gebiedseigen bebouwingsbeeld en inrichtingsbeeld te waarborgen dat passend is bij het Haagse stadsbeeld en aansluiting zoekt bij iconische Haagse architectuurstijlen. De beeldkwaliteitsplannen worden ter vaststelling aangeboden aan de raad, conform de hiervoor in de tabel genoemde planning. In december 2020 heeft het college u geïnformeerd over de algemene aanpak van het ruimtelijke kwaliteitssysteem (RIS 307136). Voor lopende projecten worden beeldkwaliteitsdocumenten op projectniveau opgesteld op basis van het overall kwaliteitsdocument CID en de daarin beschreven identiteit van het gebied. Een projectgebonden ontwerp-beeldkwaliteits-document kan tegelijk met de ontwerpomgevingsvergunning ter inzage worden gelegd.

9/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10100051

Dit document wordt dan later ingepast in het beeldkwaliteitsplan voor het gebied. Hiermee worden de procedures gelijkgeschakeld en wordt tijdverlies voorkomen. Met deze werkwijze kunnen de raad en insprekers invloed uitoefenen via een inspraakprocedure en omdat het beeldkwaliteitsdocument nog ter besluitvorming aan de raad moet worden voorgelegd. Tussentijdse evaluatie nota Haagse Hoogbouw Parallel aan de besprekingen over de Structuurvisie CID is met de Raadscommissie Ruimte gesproken over de tussentijdse evaluatie nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline (E&S). Gezien de vele raakvlakken heeft de raad aangegeven beide onderwerpen gelijktijdig te willen behandelen. In de vergadering van de Raadscommissie d.d. 3 februari 2021 is bij de behandeling van de tussentijdse evaluatie E&S een aantal kwesties naar voren gebracht. Twee daarvan zijn in deze brief uitgebreid toegelicht: plintmanagement en beeldkwaliteit. Ten aanzien van beeldkwaliteit geldt - in lijn met deze brief - als algemeen uitgangspunt, dat bij nieuwe hoogbouwontwikkelingen moet worden voldaan aan de door de raad vastgestelde beeldkwaliteitsplannen. Dat geldt dus ook voor gebieden buiten het CID. De overige kwesties die naar voren zijn gebracht zullen in een separate commissiebrief nader worden toegelicht. De beide stukken worden tegelijkertijd aangeboden aan de Raad.

Financiële dekking Een aantal van uw leden heeft ook zorgen geuit omtrent de financiële dekking van de geschetste ontwikkelrichting in de structuurvisie. Het college begrijpt die zorg en wil graag wijzen op een onderliggend principe van de structuurvisie CID. Zoals eerder geschetst stellen we de ontwikkelrichting van het CID voor de komende twintig jaar weliswaar vast, maar slechts op hoofdlijnen. Dit is geen opdracht of besluit dat moet worden uitgevoerd, en ook geen groen licht om maar te gaan bouwen. Het is een visie voor de ontwikkeling. Aanvullende besluiten zijn noodzakelijk, ook in financiële zin. Er zijn al financiële middelen voor gebiedsontwikkeling beschikbaar en met die middelen kan al een start worden gemaakt met het invullen van de ambities in het CID. Wat op korte termijn haalbaar is wordt uitgevoerd middels o.a. bestemmingsplannen. Op die wijze blijft de boodschap naar alle partijen die betrokken zijn bij het CID, dat de gemeente samen met hen gaat voor de ontwikkeling van het CID. De ambitie voor de totale gebiedsontwikkeling blijft hiermee staan en de bewoners en andere belanghebbenden weten waar zij aan toe zijn. Het tekort is bovendien beheersbaar omdat het is opgedeeld in stukken waarover nog besluiten moeten worden genomen. Het gaat in de structuurvisie om integrale ontwikkeling van de stad.

Bouwplannen worden gekoppeld aan vergroening, verduurzaming, voorzieningen, openbare ruimte en mobiliteit (onder andere). Op die manier wordt de structuurvisie in de uitwerking ook doorgerekend via integrale businesscases met al deze kostenposten, waarbij overheden én particulieren zoals bedrijven verantwoordelijk zijn voor de gebiedskwaliteit en dus (kunnen) bijdragen. Dit biedt kansen voor financiering uit meerdere bronnen: via integraal werken en rekenen kan de interne dekking op orde komen, bijvoorbeeld doordat via synergievoordeel dekking wordt gezocht en gevonden. Deze manier van werken maakte het mogelijk om verschillende casussen binnen het CID in te dienen voor bijvoorbeeld de woningbouwimpuls-subsidie (WBI) van het ministerie van BZK. En we boeken daarin ook succes: vanuit de Woningbouwimpuls zijn door BZK reeds subsidies toegekend voor de ontwikkeling bij HS kwartier (20,3 miljoen) en Laan van NOI/ICT security campus (€ 6,1 miljoen). Ook het besluit in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) om als rijk en regio gezamenlijk 150 miljoen uit te trekken voor hoogwaardig openbaar vervoer

10/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10100051

van de Binckhorst naar het CID en terug, is mede een gevolg van het op een integrale manier doen aan gebiedsontwikkeling. Maar het CID is een project van lange adem. Het tekort op de investeringen kan niet één-op-één vertaald worden naar een gelijk tekort op de begroting. Op hoofdlijnen is berekend dat tot 2040 een tekort bestaat van ongeveer driehonderd miljoen. Dat is geen begrotingstekort, maar betekent dat we voor de op termijn gewenste investeringen aanvullende dekking moeten vinden op het moment dat die investeringen daadwerkelijk aan de orde komen. Zoals we hebben gedaan in het kader van de woningbouwimpuls en in het kader van MIRT. Daarom ontwikkelen we het CID stapje voor stapje en pakken kansen zodra die zich voordoen. We moeten er ook mee rekening houden dat andere partijen reeds hebben geïnvesteerd en plannen hebben ontwikkeld op basis van eerdere beleidsuitspraken in de Agenda Ruimte voor de Stad en de Gebiedsagenda’s. De vrees kan zijn dat uitstel van de structuurvisie ook kan leiden tot afstel van het CID. Met de vaststelling van de structuurvisie laten we zien dat we als stad voortvarend werken aan de ontwikkeling van het CID. Tegelijk leggen we vast welke voorwaarden we hanteren voor die ontwikkeling. Het is niet ongebruikelijk dat er aan het begin van dergelijke langdurige ontwikkeltrajecten nog geen dekking is voor alle beoogde investeringen.

Bij de structuurvisie Den Haag 2020 ‘Wereldstad aan Zee’ (2005, RIS 126237) was een investeringsraming van 3,6 miljard opgenomen met een tekort op de gebiedsontwikkeling van 800 miljoen. Ook bij ontwikkelingen elders als de Kop van Zuid Rotterdam, Koers 2025 Amsterdam en Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 is vooraf niet de volledige investeringsopgave gedekt. Tot slot Met deze brief aan uw raad heeft het college geprobeerd om uw vragen en zorgen te adresseren op een manier die u het vertrouwen geeft om samen op te trekken voor het CID. Met de structuurvisie ontstaat een basis voor gebiedsgericht werken, een kader dat voor samenhang in de ontwikkeling zorgt, de onderlegger vormt voor juridisch-planologische kaders en de onderbouwing geeft voor een breed scala aan ingrepen. Van verkeer en vervoer tot wonen en groen, van concurrentiekracht tot energietransitie. Een visie die – na vaststelling – vertrouwen geeft voor de verstrekking van rijkssubsidies en investeringen van ontwikkelaars en bouwers. Een visie die ons samenbrengt en verder brengt. En de stad beter, mooier maakt en klaar maakt voor de toekomst. Het college ziet uit naar onze verdere gedachtewisselingen op deze thematiek. Met vriendelijke groet, Anne Mulder

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10035560/4