RIS308511 bijlage 2 def
Tekst van het document
Nota van Uitgangspunten Gaarden
April 2021
Gaarden
2
INHOUD 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Leeswijzer 1.3 Status en doelstelling 1.4 Opgave 1.5 Maatschappelijke effecten door integraliteit en synergie 1.6 Projectomschrijving 2. SAMEN DE STAD MAKEN 2.1 Ambitie 2.2 Aanpak 2.3 Participatie en communicatie richting NvU 2.4 Resultaat 2.5 Vervolg 3. LOCATIE 3.1 Positie in de stad 3.2 Historie 3.3 Actuele ontwikkelingen, kansen en knelpunten 4. RUIMTELIJKE VISIE 4.1 Stedenbouwkundige opzet - verbinden 4.2 Soort stedelijk milieu - verdichting 4.3 Vergroenen (focus op buitenruimte, ontmoeting, klimaatbestendigheid) 4.4 Verduurzamen (duurzame mobiliteit, energie, flexibiliteit) 5. UITWERKING / UITGANGSPUNTEN 5.1 Ruimtelijke inpassing / Bouwregels 5.2 Functie en programma 5.2.1. Wonen 5.2.2. Wijk economie 5.2.3. Bedrijvigheid 5.2.4. Retail en horeca 5.2.5. Maatschappelijk vastgoed MOG 5.3 Buitenruimte, ecologie, spelen en sport 5.3.1. Inleiding 5.3.2. Huidige en toekomstige gebruikswaarde 5.3.3. Klimaatadaptiviteit en biodiversiteit 5.3.4. Typering en samenhang buitenruimte 5.3.5. Inrichtingsprincipe
5 5 5 7 7 8 9 11 11 11 11 13 13 15 15 19 21 25 25 27 27 27 29 29 35 35 39 40 41 41 42 42 42 43 45 45
5.3.6. Wind en bezonning 5.3.7. Spelen, bewegen en sporten 5.3.8. Eigenaarschap over de buitenruimte 5.3.9. Ecologie, natuurinclusiviteit flora en fauna 5.3.10. Ondergrondse kabels en leidingen 5.3.11. Riolering 5.3.12. Buitenruimte beheer 5.4 Logistiek, parkeren en mobiliteit 5.4.1. Aanleiding 5.4.2. Mobiliteitstransitie 5.4.3. STOMP-principe 5.4.4. Gebouwd parkeren 5.4.5. Parkeerregime 5.4.6. Logistiek binnen de wijk 5.4.7. Bedrijvigheid 5.4.8. Gedragverandering en participatie 5.5. Duurzaamheid, groen en klimaatadaptatie 5.5.1. Duurzaamheidskader 5.5.2. Schone energievoorziening 5.5.3. Betere leefomgeving 5.5.4. Waterparagraaf 5.5.5. Natuurinclusief bouwen 5.5.6. Luchtkwaliteit en stikstof 5.5.7. Externe veiligheid 5.5.8. Duurzaam gebruik van grondstoffen 5.5.9. Duurzaamheidseisen sloop en nieuwbouw 5.5.10. Bodem 5.5.11. Archeologie 5.5.12. Geluid 6. FINANCIERING EN UITVOERINGSASPECTEN 6.1. Financiering 6.2. Juridische planologische procedure 6.3. Planning en fasering
46 47 47 48 49 49 49 50 50 50 51 52 52 52 52 53 54 54 54 55 56 57 57 57 57 57 58 58 58 59 59 59 61
3
4
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Voor u ligt de nota van uitgangspunten (NvU) voor De Gaarden. De Gaarden is een buurt in de wijk BouwlustVrederust in Den Haag Zuidwest waar al jaren grote, meervoudig sociaaleconomische problematiek heerst, zoals armoede, werkloosheid en onderwijsachterstanden, schulden, radicalisering, polarisatie, toenemende (gevoelens van) onveiligheid, verloedering, gezondheidsproblemen en opgroeiende, kansarme jongeren in een sociaal zwakke omgeving. Het groen in de buurten is vaak prachtig volgroeid maar de woningen zijn veelal verouderd en dringend toe aan vernieuwing. De huidige bebouwing bestaat voor circa 70% uit sociale huurwoningen. Door demografische veranderingen en ‘passend toewijzen’ door de corporaties heeft dat in de loop der decennia geleid tot een qua inkomensniveau steeds eenzijdiger bewonerssamenstelling. Bewoners waar het beter mee gaat vertrekken uit de wijk door gebrek aan kwalitatief goede woningen en een slecht imago van de buurt. Er is daardoor nu onvoldoende draagvlak voor voorzieningen, met als gevolg leegstand van winkelpanden dan wel een eenzijdig aanbod. In het coalitieakkoord Samen voor de Stad is aangegeven dat het college verder wil bouwen op de goede ervaringen die zijn opgedaan in de ‘wijkaanpak nieuwe stijl’. Deze aanpak is veel breder dan alleen ruimtelijke herinrichting.
Thema’s als werkgelegenheid, kansen voor jongeren, huisvesting, veiligheid, gezondheidsbevordering, ontmoeting en sociale cohesie gaan in deze wijkaanpak hand in hand.
Uit diverse onderzoeken blijkt dat een samenhang van problemen vraagt om een integrale en langjarige aanpak, met ruimte voor maatwerk. Een manier van werken waarbij bewoners en professionals in het gebied worden betrokken, omdat hier de kennis zit over wat de beste kans van slagen heeft. De ambitie is dat deze integrale aanpak in Den Haag Zuidwest een ‘kanteling’ op gang brengt: van de verslechtering van de afgelopen decennia naar een positieve spiraal van verbetering. Zuidwest krijgt weer de allure en het niveau van leefbaarheid van weleer.
Parallel aan de totstandkoming van de gebiedsvisie voor heel Den Haag Zuidwest is er voor Dreven, Gaarden en Zichten in juni 2020 een ambitiedocument vastgesteld (RIS305714). Het ambitiedocument heeft de volgende zaken geformuleerd: • De ambities voor de Dreven, Gaarden en Zichten en de uitgangspunten voor de verdere uitwerking. • De ruimtelijke analyse van de gebieden. • De beleidsanalyse en toepassing ervan in het plangebied. • Gezamenlijke visie op de drie buurten vastgelegd in essentiekaarten.
Om deze ‘kanteling’ op gang te brengen is het nodig de sociale en economische positie van de bewoners uit Zuidwest te versterken en de leefbaarheid en het draagvlak voor voorzieningen te vergroten. Bewoners geven specifiek aan dat zij de openbare ruimte aantrekkelijker en veiliger ingericht zouden willen zien en dat zij een betere woonkwaliteit willen. Een integrale aanpak op al deze aspecten krijgt gestalte in de gebiedsvisie voor heel Den Haag Zuidwest die momenteel wordt ontwikkeld.
Na het vaststellen van het ambitiedocument is gekozen voor het opstellen van een aparte NvU voor de Gaarden.
Om deze aanpak concreet te maken slaan de Gemeente Den Haag, het Rijk, woningcorporatie Staedion en haar ontwikkelpartner, marktpartij Heijmans in drie buurten van Den Haag Zuidwest hun handen ineen: in de Dreven, Gaarden en Zichten is ervoor gekozen het aantal woningen in de komende 15 à 20 jaar met ruim 3500 te vergroten, de openbare ruimte gezonder in te richten en een ‘mobiliteitstransitie’ op gang te brengen: het creëren van slimmere en ruimteefficiëntere oplossingen voor mobiliteit. Daarmee kan voor een belangrijk deel worden voldaan aan drie grote opgaven waar Den Haag voor staat: de verdichtings-, mobiliteits- en duurzaamheidsopgave. Door te verdichten wordt het mogelijk om het aantal sociale woningen voor de stad te vergroten én marktwoningen toe te voegen, waardoor een gevarieerder woonmilieu ontstaat met meer draagvlak voor voorzieningen.
1.2
Leeswijzer
Deze NvU bevat 6 hoofdstukken: •
•
• • • •
Hoofdstuk 1 gaat in op de aanleiding van de ontwikkeling, het doel, de overwegingen van de gemeente om het initiatief te faciliteren, dat we dat integraal moeten aanpakken en de beschrijving van de opgave en het project. Hoofdstuk 2 bevat de uitgevoerde communicatie- en participatie-activiteiten en de vervolgstappen die nog zullen worden gemaakt. Hoofdstuk 3 gaat in op de locatie en ligging in de stad en het stadsdeel Den Haag Zuidwest Hoofdstuk 4 schetst een beeld van de ruimtelijke uitgangspunten bij verschillende thema’s. Hoofdstuk 5 geeft de randvoorwaarden en uitgangspunten voor het initiatief weer. Hoofdstuk 6 behandelt de financiering, procedures, planning en communicatie.
De bijlage geeft voor elke beleidssector verwijzingen naar het vigerende beleid voor deze ontwikkeling en andere relevante informatie.
5
6
1.3
Status en doelstelling
1.4
Opgave
Het hoofddoel van deze NvU is de vertaling van de ambities uit het ambitiedocument naar concrete ruimtelijke en programmatische uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn gezamenlijk tot stand gekomen en worden gedragen door zowel de gemeente, Staedion als haar ontwikkelpartner Heijmans. Deze NvU definieert de randvoorwaarden en condities die nodig zijn om de gestelde ambities voor deze buurt te bereiken en is het vertrekpunt voor de verdere planontwikkeling. De diverse uitgangspunten voldoen aan de diverse gemeentelijke kaders
Het sociale woningbezit is toe aan grootschalige, ingrijpende renovatie of vernieuwing. De sociale huurwoningen binnen het plangebied zijn eigendom van Staedion. De huidige woningen zijn niet toekomstbestendig. De huidige inrichting van de openbare ruimte draagt vaak niet bij aan een prettig leefklimaat. De wijkeconomie en het voorzieningenniveau van het gebied zijn verschraald. Dit betekent voor de Gaarden een integrale ruimtelijke-fysieke, sociale- en economische opgave.
en vastgesteld beleid dan wel beleid in voorbereiding. Deze NvU wordt vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders.
Om de in Den Haag Zuidwest beoogde ‘kanteling’ naar een vitaal stadsdeel op gang te brengen en de Gaarden toekomstbestendig te maken is het volgende nodig:
Het doel van deze NvU is driedelig: • Het biedt een beleidsanalyse toegespitst op de Gaarden. • Het biedt ruimtelijke en functionele randvoorwaarden en een toetsingskader voor het definitieve op te stellen stedenbouwkundig plan met daarin gedefinieerd de ‘bouwenveloppen’ en de buitenruimte. • Er wordt aangegeven welke communicatie nodig is en welke ruimtelijke ingrepen nodig zijn ten behoeve van de ontwikkeling. De door de gemeente te maken kosten worden onderdeel van een nog te sluiten samenwerkingsovereenkomst met woningcorporatie Staedion en haar ontwikkelpartner, marktpartij Heijmans.
•
De exacte uitwerking van de plannen moet nog gebeuren en de uitvoering zal 15 à 20 jaar duren. Daarom is het belangrijk dat de randvoorwaarden in deze NvU flexibel zijn, zodat de herontwikkeling ook binnen de toekomstige doelstellingen voor herstructurering en verdichting past.
• • • • •
De slechte sociaal economische positie van de huidige bewoners en de ruimtelijke opgave vraagt om een bijzondere, inspanning op elk beleidsniveau. Alleen door een integrale aanpak waardoor de diverse ingrepen elkaar versterken komt de beoogde kanteling in Zuidwest op gang. Onderdeel van de integrale aanpak is vanaf het begin en tijdens de planvorming en het proces goed te luisteren naar bewoners zo dat bewoners zich gehoord en betrokken voelen en ook in 2040 blij zijn in Zuidwest te wonen.
Een betere mix van woningen in verschillende betaalbaarheidscategoriën. Een kwaliteitssprong in woningprogramma, duurzaamheid en energieverbruik (aardgasloos). Een hoger voorzieningenniveau. Een vitale wijkeconomie. Een nieuwe benadering van mobiliteit. Een veilige, gezonde, groene, klimaatadaptieve en natuurinclusieve openbare ruimte die uitnodigt tot eigenaarschap en ontmoeting.
De verdichtingsopgave moet aansluiten op, en ruimte bieden aan de programma’s Zuidwest Op z’n Best in het kader van leefbaarheid en veiligheid en de Regio Deal Zuidwest: het verbeteren van sociale veiligheid en participatie, inzet op vitale inwoners (gezondheid, sport en bewegen, taal en onderwijs) en activeren van de wijkeconomie (activeren, leren en werken) in de wijk Bouwlust-Vrederust. Door deze combinatie van fysieke en sociale investeringen kan deze wijk in de toekomst weer een bruisende wijk worden vol sociale mobiliteit, waar het mogelijk is om stappen te maken op de sociale en economische ladder.
7
1.5 Maatschappelijke effecten door integraliteit en synergie Door de geplande verdichting neemt het aantal bewoners toe met een factor 2,5 terwijl de hoeveelheid openbare ruimte ongeveer gelijk blijft. De druk op de inrichting van de openbare ruimte neemt daardoor enorm toe. Niet alleen maken meer mensen gebruik van de openbare ruimte, ook is er daardoor relatief meer ruimte nodig voor onder andere spelen, afvalinzameling, groen en mobiliteit. Om dit allemaal te kunnen accommoderen én de leefbaarheid in de Gaarden te vergroten is het noodzakelijk dat op een nieuwe, integrale manier wordt nagedacht over gangbare oplossingen en normen die vanuit de verschillende sectoren bestaan. Om de gewenste ‘kanteling’ van de sociaal-economische positie van bewoners in de Dreven-Gaarden-Zichten tot stand te brengen is het essentieel ‘gebiedsgericht’ te werken. Dat wil zeggen dat we met bewoners en ondernemers een integraal plan maken waarbij er door de diverse fysieke, sociale en buurteconomische ingrepen sprake is van synergie: geen optelsom van diverse beleidsdisciplines maar een zoektocht naar hoe de verschillende onderdelen en disciplines elkaar
8
kunnen versterken. Dat vraagt om een meer dan gebruikelijke, integrale samenwerking op alle niveaus: ambtelijk, ruimtelijk, bestuurlijk en financieel zowel intern de gemeente als met Staedion, haar ontwikkelpartner, marktpartij Heijmans en maatschappelijke partijen.
Ook financieel en beheerstechnisch zal integraal en creatief moeten worden gedacht en samengewerkt om de beoogde synergie en kanteling te bereiken. Belangrijk is dat het beoogde resultaat voorop staat, vóórdat er afspraken worden gemaakt over wie wat betaalt of beheert.
Zonder integraliteit en synergie bereiken we in DrevenGaarden-Zichten geen kanteling. In een stad zijn onderdelen immers sterk onderling van elkaar afhankelijk: de oriëntatie van woningen bijvoorbeeld ten opzichte van de straat of collectieve ruimte en de kwaliteit daarvan bepaalt bijvoorbeeld de mate van sociale controle en de mate van ‘eigenaarschap’ over deze ruimte. Dat bepaalt op haar beurt de kans op sociale cohesie en het gevoel van veiligheid. Routes binnen de wijk kunnen bepalen of iemand te voet gaat, de fiets neemt, het OV gebruikt of de auto pakt. De manier waarop afvalverwijdering is georganiseerd kan de mate van afvalscheiding beïnvloeden. De transitie naar een klimaatneutrale stad lukt niet zonder een mobiliteitstransitie: een andere manier van denken over mobiliteit; het klimaatadaptief maken van de stad lukt niet alleen in de openbare ruimte, etcetera. Alles hangt met elkaar samen.
Gebiedsgericht werken betekent voor dit project dus denken vanuit de bewoners en gebruikers in het gebied in plaats van vanuit het sectorale belang of het belang van afzonderlijke partijen. De invoering van de Omgevingswet is hier ook op gericht: goed integraal werken levert meer op voor hetzelfde geld: synergie. Hetzelfde geldt voor een goede samenwerking met bewoners aan een gebied.
1.6
Projectomschrijving
In De Gaarden zullen alle sociale huurwoningen worden gesloopt en vervangen door ruim 900 nieuwe woningen in een nieuwe verkaveling. Een flink aantal van de te slopen woningen voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. Ze zijn energetisch slecht, hebben last van vochtproblematiek, indelingen passen niet meer bij de huidige eisen en hebben geluidsproblemen. De ambitie om een gevarieerder woningaanbod creëren, mensen een
De openbare ruimte en de onderliggende infrastructuur zullen grotendeels worden heringericht met zoveel mogelijk behoud en versterking van de bestaande karakteristieke en waardevolle groenstructuren. Een goede verbinding en aansluiting op de omringende stad en verduurzaming zijn daarin leidend evenals de omvorming van ‘kwantitatief naar kwalitatief groen’: van veelal ongebruikt ‘kijkgroen’ naar prettig ‘gebruiks- en ontmoetingsgroen’ dat tevens invulling geeft aan klimaatadaptiviteit, natuurinclusiviteit en gezondheid.
nieuwe plek te bieden in hun buurt en meer sociale woningen voor de stad te bouwen maakt verdichting noodzakelijk. Door ook de woningen te vervangen die wellicht nog wel 10 of 15 jaar mee zouden kunnen is er nu de kans deze extra hoeveelheid betaalbare woningen te realiseren én een gewijzigde verkavelingsopzet te kiezen die beter aansluit bij de hedendaagse behoefte en betekenis van de openbare ruimte in relatie tot gebruik, ontmoeting, veiligheid en beheer. Uitgangspunt voor de nieuwe verkaveling is dat de openbare ruimte zoveel mogelijk door bewoners kan worden gebruikt. De relatie tussen woningen en de openbare ruimte is daarom zodanig dat het gebruik van de openbare ruimte en de sociale controle vanuit de woningen worden gestimuleerd. Dat vergroot het ‘informeel eigenaarschap’. Om diezelfde reden zullen de binnenterreinen van de bouwblokken als collectief eigendom herkenbaar worden. Hier worden mede-inrichting en -beheer door de bewoners gestimuleerd. Door het toevoegen van woningen en het vergroten van diversiteit van inkomensgroepen neemt het draagvlak voor voorzieningen toe. In totaal wordt ca. 1.600m2 extra voorzieningen in de vorm van BedrijfsOnroerend Goed en Maatschappelijk Onroerend Goed (BOG/MOG) gecreëerd, zie blz. 40-41.
9
10
2. SAMEN DE STAD MAKEN 2.1
Ambitie
Van plan tot oplevering- gemeente, Staedion en haar ontwikkelpartner Heijmans bouwen samen met huidige en nieuwe bewoners, ondernemers en stakeholders aan een mooiere, betere en leefbare buurt. De sleutel tot succes ligt in een nauwe samenwerking, met elkaar, met bewoners, met maatschappelijke organisaties én met strategische partners zoals andere woningcorporaties en ontwikkelaars. Maar ook in oprechte aandacht en waar nodig maatwerk te bieden. Niet alle wensen kunnen vervuld worden, maar gemeente, Staedion en Heijmans kunnen wel altijd een luisterend oor bieden, begrip tonen voor de ingrijpende situatie en mensen laten weten dat hun mening en hun situatie ertoe doen. In het gehele participatietraject staan de belevingswereld en persoonlijke drijfveren van bewoners en ondernemers centraal. In iedere buurt worden bewoners, ondernemers en sleutelfiguren uitgenodigd om mee te denken en mee te doen. Deze groep zal gedurende de ontwikkeling organisch groeien. Onofficiële communities, zonder verplichtingen, om enthousiasme en eigenaarschap leidend te laten zijn. Te denken aan denktanks, die meedenken over de communicatie, planvorming en participatie. Maar ook ‘doegroepen’ die meewerken aan initiatieven zoals moestuinen en (tijdelijke) speeltuinen of een schonere buurt. Deze groepen worden gestimuleerd en gefaciliteerd.
Aan het begin van een traject wordt helder gemaakt in welke mate kan worden geparticipeerd (raadplegen, adviseren, co-produceren). Er wordt al jaren gesproken over een herontwikkeling, maar tot nu toe hebben bewoners en ondernemers nog (vrijwel) geen actie gezien. Concrete gebaren en acties op korte termijn zijn nodig om met name de bewoners te laten zien dat er dit keer werkelijk een verandering komt én dat er echt iets gedaan wordt.
Doen in plaats van praten, waarbij verbeteringen nu al zichtbaar worden in de wijk. Zodat bewoners en ondernemers zien dat er aandacht is voor hun buurten. Zodat bewoners en ondernemers zich meer eigenaar gaan voelen van de buurten en er (ook) in de toekomst graag willen wonen.
2.2
Aanpak
In 2017 heeft Staedion vooruitlopend op de planontwikkeling 14 bewonersavonden gehouden bezocht door in totaal 148 bewoners om te onderzoeken wat bewoners belangrijk vinden bij het maken van herontwikkelingsplannen voor de buurten. Belangrijke signalen hierbij waren; • Waardering voor het groen, voldoende parkeergelegenheid en voorzieningen in de buurt. • Klachten over de slechte staat van de woningen; weinig contact met buren. • Zorgen over GGZ-bewoners en probleemgevallen in de wijk. • Behoefte aan terugkeer in de buurt en aan betaalbare levensloopbestendige woningen. In 2019 hebben Gemeente, Staedion en partner Heijmans samen met bureau HBG in alle drie de buurten identiteitssessies met bewoners georganiseerd. Dit om te bepalen wat de kernwaarden van de huidige bewoners zijn en welke kenmerken van de wijken bewoners graag zouden terug zien in de nieuwe wijk. De signalen uit 2017 en 2019 zijn bepalend geweest bij het formuleren van de ambities voor het gebied. Gezien de staat van de woningen en de behoefte aan andere woonproducten is ingezet op grootschalige sloop-/nieuwbouw. De ambities zijn vastgesteld in het Ambitiedocument Dreven-Gaarden-Zichten (RIS305714) die vergezeld ging van een plan van aanpak voor de participatie als aftrap van een langdurig samenwerking met de omgeving.
2.3
Participatie & communicatie richting NvU
Uit interviews met sleutelfiguren in de wijk bleek dat participatie over de inhoudelijke plannen voor de nieuwe wijk niet mogelijk is zonder ook antwoord te geven op de vragen die de mensen direct raken: • Wat gaat er met mijn woning gebeuren? Wanneer ben ik aan de beurt? • Wat gebeurt er met mijn woning tot ik aan de beurt ben? • Hoe blijft mijn wijk prettig en veilig? Voor de zomervakantie 2020 zijn op negen dagen de buurten bezocht met een ‘reizende informatietentoonstelling’ waarbij de plannen uit het ambitiedocument werden gepresenteerd, maar waar ook ingegaan werd op de bovenstaande vragen. De bewoners van 8600 adressen zijn hiervoor via een huis-aanhuis brief uitgenodigd; dus niet alleen het plangebied, maar ook de directe omgeving. Medewerkers van de gemeente, Staedion en haar ontwikkelpartner Heijmans hebben voor de Dreven, Gaarden en Zichten in totaal ongeveer 1500 bewoners en ondernemers persoonlijk geïnformeerd en zijn in gesprek gegaan over hun mening over de plannen. Bezoekers werd na afloop gevraagd of men in het vervolgtraject wil meedenken. Die persoonlijke aanpak werd erg gewaardeerd door zowel de medewerkers als bezoekers.
Vanaf 27 juli zijn er wekelijkse spreekuren in de wijkkantoren van Staedion waar iedereen terecht kan voor informatie, vragen of het geven van een mening, er is ook een e-mailadres waar mensen vragen kunnen stellen: vragen@eenbeterebuurt.nl Deze Vragen worden door de gemeente, Staedion en haar ontwikkelpartner Heijmans gezamenlijk beantwoord. Verder kunnen bewoners voor informatie terecht op de website van de gemeente en Staedion. Half oktober is de hele wijk breed ook schriftelijk geïnformeerd
11
12
over het ambitiedocument en uitgenodigd voor drie digitale, ‘wandelingen’. Tijdens deze wandelingen kon dieper ingegaan worden op bepaalde thema’s zoals behoud van de kracht van de huidige buurt, meerwaarde geven aan het groen, een buurt beter inrichten voor ontmoeting en sociaal contact, voorzieningenbehoefte, en het stimuleren van bewegen en spel. Door de kleinschalige setting was er veel persoonlijk contact. Dat leverde specifieke informatie op over met name het gevoel dat er leeft onder bewoners over hun buurt.
2.4
Resultaten
De omgeving is geen homogene groep met één mening. Veel bewoners spreken met liefde over hun wijk. Bewoners van portiekflats zijn doorgaans zeer kritisch over de toestand van hun woning en zien sloop-/nieuwbouw als een wenselijke oplossing. Zij willen vooral zien dat er snel tot actie wordt overgegaan. Veel bewoners van de grondgebonden eengezinswoningen van Staedion zijn bang dat ze bij sloopnieuwbouw niet een vergelijkbare woning terug zullen krijgen. Enerzijds omdat er in de sterk verdichte plannen minder ruimte voor is, anderzijds omdat ze hier qua gezinssamenstelling of inkomen niet meer voor in aanmerking komen. Een groep die voor de participatie nog onderbelicht was, zijn de particuliere eigenaren van de VVE-complexen. Velen gaven aan ook mee te willen doen in de plannen. In de volgende fase zal worden bekeken hoe vanuit de gebiedsontwikkeling de VvE’s gesteund kunnen worden om hun eigen onderhouds- of renovatieplannen op te zetten. De inbreng die tot nu toe is opgehaald, is verwerkt in deze Nota
van Uitgangspunten. In de bijlage vindt u een samenvatting van de opgehaalde input uit de reizende informatietentoonstellingen. Belangrijke punten die hierin naar voren komen zijn: •
•
Het belang van het behoud van het groene karakter van de wijk: hier wordt op veel plekken binnen de NvU invulling aan gegeven o.a. door alle bewonersparkeren voor de nieuwbouw binnen de bouwblokken te plaatsen, onder een collectieve tuin, dan wel in een parkeergebouw of kelder. Zo wordt het aantal parkeerplaatsen op straat bijna gehalveerd, zie hoofdstuk 5.4.4. Betaalbaarheid van de nieuwe woningen en terugkeermogelijkheden: het woningbouwprogramma van de NvU is er zoveel mogelijk op gericht om mensen te behouden voor de wijk; of in sociale huur, of door ze wooncarrière mogelijkheden te geven in betaalbare koop.
Het belang van sociale cohesie en ontmoeting: dit is in vele vormen als belangrijk punt aangedragen. De nieuwe stedenbouwkundige structuur met binnenterreinen die een duidelijk collectief eigenaarschap bij de bewoners oproepen dragen bij aan een gemeenschapsgevoel binnen de bouwblokken. Ook de opzet van de openbare ruimte wordt zodanig dat er veel logische verblijfsplekken zijn waar mensen elkaar bewust of ongepland zullen ontmoeten. Binnen het plan is ruimte gecreëerd voor veel mogelijke invullingen die zijn aangedragen zoals collectieve moestuinen, ontmoetingsruimtes, speelplekken voor kinderen of daghoreca.
2.5
Vervolg
Met de vaststelling van deze NvU is de participatie niet afgelopen, maar net begonnen. Het is een proces dat gedurende de hele ontwikkeling door zal gaan. Samen met bewoners, ondernemers en betrokkenen creëren we tijdens de gehele ontwikkel- en bouwfase een prettige en leefbare buurt. Dat geldt voor alle navolgende fases: van de uitwerking naar een stedenbouwkundig plan en de uitwerking van de deelplannen, tot en met de ontwerpen voor de openbare ruimte en de leefbaarheid in de wijken tijdens de hele periode van de herontwikkeling. De leidende principes hierbij zijn: • We zetten de mens centraal. • We doen het samen. • We laten zien wat we doen én we doen wat we beloven. • We luisteren goed en doen iets met wat we horen. • We maken het altijd zo leuk en makkelijk mogelijk. • We zijn actiegericht in het leuk en leefbaar houden van de buurten. Omdat de ontwikkelingen zo’n 15 jaar duren zal de wijk geleidelijk veranderen en zal er tijdelijk sprake zijn van leegstand van woningen of bedrijven.
Waar mogelijk zal deze ongebruikte ruimte in overleg met bewoners en met hulp van stadmakers worden benut voor wisselwoningen of om tijdelijke voorzieningen te huisvesten voor initiatieven of ondernemers die met hun onderneming of door middel van activiteiten iets bijdragen aan de levendigheid, de gemeenschapsvorming, de buurteconomie, de mobiliteitstransitie, gezondheid of het ‘maken van de plek’.
13
14
3. LOCATIE 3.1
Positie in de stad
Den Haag Zuidwest De buurt De Gaarden is gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest) in de wijk Bouwlust-Vrederust. Den Haag Zuidwest wordt ervaren als een perifeer gebied, aan de rand van de stad, grenzend aan buurgemeenten Westland en Rijswijk. Het vormt een eiland in de stedelijke regio, omdat het o.a. qua leefbaarheid, werkgelegenheid en waarde van de woningen sterkt afwijkt van de aangrenzende
de randen van Zuidwest. Langs de Melis Stokelaan en de Dedemsvaartweg vormt het ‘groene assenkruis’ de ecologische verbinding tussen deze grote parken. In deze zone zijn ook veel voetbal- en sportverenigingen en andere voorzieningen gevestigd, daardoor is de groenstructuur op veel plekken versnipperd, weinig aantrekkelijk en vaak niet rechtstreeks toegankelijk vanuit de aangrenzende wijken. Hierdoor vormt het groene assenkruis binnen de openbare ruimte eerder een barrière dan een prettige verbinding tussen de aangrenzende buurten.
Bouwlust-Vrederust De Gaarden is gelegen in de wijk Bouwlust-Vrederust. Bouwlust-Vrederust wordt grotendeels gekenmerkt door ‘gestempelde’ open bouwblokken gevormd door portiekflats en een structuur van singels en groene buurtwegen. Het groen binnen de stempels oogt veelal anoniem en kent vaak weinig gebruikswaarde. De samenhang tussen de bouwblokken is in de loop der jaren wat versnipperd geraakt door diverse slordig ingepaste functies als scholen en andere nieuwbouw in het gebied.
wijken. De verbindingen met de omliggende gebieden en de bereikbaarheid met openbaar vervoer is niet optimaal. Rondom Zuidwest zijn veel waardevolle groenstructuren aanwezig, de Uithof, de kust, de landgoederenzone richting Rijswijk en het Zuiderpark. Deze gebieden zijn nabij, maar niet altijd goed toegankelijk of bereikbaar. Hetzelfde geldt voor het centrum van Den Haag. De reistijd is relatief lang. Bouwlust-Vrederust vormt, samen met Morgenstond en Moerwijk, Den Haag Zuidwest: een omvangrijk naoorlogs woongebied, met momenteel ca. 67.000 inwoners. In de wijk Bouwlust-Vrederust wonen bijna 30.000 mensen in ca. 12.700 woningen (2,2-2,3 inwoners/woning). De beroemde architect en stadsplanner Dudok ontwierp een helder raamwerk, met een weidse opzet van lanen, singels, parken en pleinen. Dudok bouwde met zijn plan voort op de bestaande Haagse lange lijnen en vormde daar omheen een orthogonaal netwerk, dat bedoeld was om Zuidwest volledig in het stadsweefsel te integreren. Dit orthogonale systeem is nog steeds kenmerkend voor de structuur van Zuidwest. De groenstructuren van Zuidwest De ruimtelijke opbouw van Zuidwest is ruim en groen, met waardevolle singelstructuren, lanen en parken. De Uithof aan de ene zijde en het Zuiderpark aan de andere zijde vormen twee belangrijke groene recreatieve gebieden aan
Bouwlust - Vrederust Gaarden
Herkenbare structuur van Zuidwest
15
De Gaarden nu
16
Plangebied De Gaarden De Gaarden ligt relatief centraal in Zuidwest. Het gebied kent een goede bereikbaarheid vanuit het stadsdeelcentrum Leyweg, de snelweg en de tramhaltes van lijn 9 en 16. De vele bovenwijkse zorginstellingen in de buurt kunnen een aanleiding zijn voor bedrijvigheid en dienstverlening die hierop kunnen aansluiten. Recreatieve fietsroutes (bijvoorbeeld ‘landgoederen van Rijswijk’) liggen op een steenworp afstand. In de Gaarden is er weinig tot geen interne kwalitatieve openbare ruimte, die een heldere structuur vormt tussen de bouwblokken. Het is meer een opeenvolging van stempelverkavelingen, de collectieve tuinen vormen geen samenhangend groen systeem. Alleen de collectieve tuin aan de achterzijde van de Schrijnwerkersgaarde heeft kwaliteit en karakter die behouden zou kunnen worden. De verkavelingsstructuur zorgt voor een aantal kwetsbare overgangen tussen openbaar en privé, onder andere bij de strokenverkaveling, met zijkanten, schuttingen en garageboxen richting de belangrijkste straten. Ook de randen hebben momenteel weinig kwaliteit. Langs de meeste grote omliggende wegen zijn wel voorkanten georiënteerd, maar bijvoorbeeld langs de Erasmusweg is de bebouwing onderbroken door een serie garages en een nieuw blokje eengezinswoningen voor statushouders.
Portiek Centraal / corridor Galerij Grondgebonden eengezienswoning
17
Uitsnede structuurplan voor Groot ‘s-Gravenhage uit 1949/1950
18
3.2
Historie
Den Haag Zuidwest De structuur van Den Haag Zuidwest is geïnspireerd op de geomorfologische ondergrond van Den Haag met lange ontginningslijnen parallel aan de kust en de dwars daarop gelegen verbindingen loodrecht op de kust. Tezamen vormen die de voor Zuidwest kenmerkende gridstructuur. Binnen deze herkenbare structuur werd het stedenbouwkundige gedachtengoed van de ‘wijkgedachte’ in praktijk gebracht: herkenbare woonwijken met een heldere hiërarchie in buurt-, wijk- en stadsdeelvoorzieningen. Naast de wijkgedachte is Den Haag Zuidwest na de tweede wereldoorlog opgezet als een stadswijk met ‘licht, lucht en ruimte’ voor de middenklasse. De nieuwe wijken moesten voldoen aan nieuwe inzichten op het gebied van stedenbouw en volkshuisvesting. De opzet van de woonwijken werd ruimer, opener en groener in vergelijking met vooroorlogse stadsuitbreidingen. Ook de kwaliteit van de woningen ging met grote sprongen vooruit.
Bouwlust-Vrederust Stadsplanner Willem Dudok ging in zijn structuurplan voor Groot ’s-Gravenhage uit 1949/1950 uit van vier woonwijken: Morgenstond, Bouwlust, Berestein en Vrederust. Deze wijken kwamen ten westen van Moerwijk te liggen. Om voldoende ruimte tussen het Westland en Den Haag te houden is de wijk Berestein gehalveerd en later toegevoegd aan Bouwlust. De Beresteinlaan werd niet volgens Dudoks plan doorgetrokken tot Loosduinen maar tot de Meppelweg. Hiermee verviel Dudoks opzet van vier gelijkwaardige buurten met de HengelolaanBeresteinlaan als hart van dit deel van Den Haag Zuidwest. Het uitgewerkte ontwerp voor Bouwlust is van Frits van der Sluys uit 1952, wat is gebaseerd op een rechthoek waarbij verkeerswegen de wijk in negen buurten verdeelt. In 1953 startte de aanleg van de straten binnen BouwlustVrederust. Vanwege de kritiek op het monotone Morgenstond besloot de gemeente de uitwerking van de buurten in handen
te geven van een werkgroep van architecten. De wijk is door de verschillende individuele ontwerpen opgebouwd uit vele kleine ruimtelijke eenheden, die zich in opbouw en architectuur van elkaar onderscheiden. Bouwlust-Vrederust is daardoor gevarieerder dan Morgenstond. De eerste woningen in de wijk zijn omstreeks 1956 opgeleverd. Ruim 10 jaar laten was de wijk voltooid. Bouwlust heeft door de samenvoeging van Berestein en Bouwlust een onduidelijk en langgerekt centrum gekregen, dat zich uitstrekt van het winkelcentrum De Stede tot aan het Winkelcentrum aan de Beresteinlaan. De buurtwinkels liggen op pleintjes midden in de buurten. Tussen Morgenstond en Bouwlust-Vrederust is een brede strook met sportvelden en moestuinen te herkennen. Deze strook was gereserveerd voor een toekomstige spoorweg en een autosnelweg, die er nooit zijn gekomen.
Na de bouw van Den Haag Zuidwest heeft zich in de loop van de decennia een geleidelijke verandering in de wijken voltrokken. De kinderen verlieten het ouderlijk huis waarna de collectieve ruimten er wat verlaten bij kwamen te liggen. Door de komst van de auto en telefoon werden afstanden minder belangrijk en trad schaalvergroting op. De buurt was niet langer de maat der dingen. In de laatste fase trokken ook de bewoners van het eerste uur langzaam weg, vaak naar groeikernen in de omgeving met eengezinswoningen met tuinen. In de inmiddels relatief goedkope woningen met veelal achterstallig onderhoud, vestigden zich daarna hoofdzakelijk Hagenaars met lage inkomens, zoals bewoners uit de stadsvernieuwingswijken en arbeidsmigranten. Hiermee vinden opnieuw de kinderrijke gezinnen onderdak waar de wijk ooit voor is opgezet. Door de minder draagkrachtige en meer diverse bevolkingssamenstelling echter lijkt er minder sprake van sociale samenhang waardoor de buurt niet meer functioneert zoals van oorsprong was bedacht. Ruimtelijke opzet Bouwlust-Vrederust
19
Gaarden
Concept Raamwerk openbare ruimte Den Haag Zuidwest (nader uit te werken in Visie Zuidwest)
20
3.3
Actuele ontwikkelingen
De ontwikkelingen in de Gaarden staan niet op zichzelf maar zijn het gevolg van, of nauw verbonden met andere ontwikkelingen in Zuidwest en daar deels van afhankelijk. Hieronder staan de actuele ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving benoemd. Gebiedsvisie Den Haag Zuidwest De gebiedsvisie Den Haag Zuidwest is nog in ontwikkeling. Het ambitiedocument voor de Dreven, Gaarden en Zichten
Nabij voorzieningenclusters en OV knopen
en deze nota van uitgangspunten is opgesteld met de kennis en de inhoud van de gebiedsvisie die op onderdelen gereed is. Basis voor de visie is de gebiedsverkenning Bestemming Zuidwest (RIS 302569). Momenteel wordt gewerkt aan integrale bouwstenen voor de visie Zuidwest in de vorm van brede (ruimtelijk-fysieke, maar ook sociaal economische) ambities en opgaven. Deze worden uitgewerkt in een verdichtingsstrategie, een ruimtelijk raamwerk, een voorzieningenprogramma, een inspiratiedocument en een ontwikkelstrategie. Tezamen vormen die de omgevingsvisie Zuidwest, die naar verwachting eind 2021 afgerond zal worden. De visie geeft een beeld hoe Zuidwest er in 2040 uit ziet: vitale, gezonde wijken met diverse woonmilieus, goede voorzieningen en een bloeiende wijkeconomie. De wijken zijn levendig, veilig, duurzaam en groen en goed bereikbaar en verbonden met de stad en de directe omgeving.
Langs de lange auto en OV lijnen
Langs de randen van de grote parken en groenstructuren
Verdichting passend bij karakteristieken van de woonbuurten
Dit vraagt om een aanpak die veel breder is dan ruimtelijke herinrichting. Werkgelegenheid, huisvesting, veiligheid, streven naar gezondheid, participatie en sociale cohesie zijn thema’s die onderdeel zijn van deze wijkaanpak nieuwe stijl: een brede programmatische benadering die leidt tot een krachtige aanpak voor Den Haag, waaraan de gemeente wil werken in allianties en samen met de bewoners.
Rondom de dwarsstraten
Concept verdichtingsprincipes Den Haag Zuidwest (nader uit te werken in Visie Zuidwest)
21
Erasmusveld en Ecolint Het Erasmusveld is een verzameling van grotere en kleinere woningbouwlocaties in een voormalige stadsrafelrand. Als kralen aan een ketting hebben alle ontwikkelingen hun eigen identiteit. De ketting voor het Erasmusveld is het zogenaamde Ecolint. Het lint kent een ecologisch en landschappelijk inrichtingsplan en is een belangrijke drager voor natuur, recreatie en langzaam verkeer binnen het Erasmusveld. het lint maakt een verbinding tussen het Sportpark Escamp, Wateringse Veld en de Rijswijkse Landgoederenzone. Erasmusvaart Ten zuiden van de Erasmusweg wordt momenteel door gemeente Den Haag, gemeente Westland, Provincie Zuid Holland en Hoogheemraadschap Delfland verkend of er een boezemverbinding in de toekomst mogelijk is tussen Den Haag en het Westland. In de huidige situatie is daar een poldersloot en een groene ecologische verbinding. Onderzocht wordt of de boezemverbinding (de Erasmusvaart) ingepast kan worden, of die kan dienen als ecologische verbinding en bovenal of die kan bijdragen aan een robuuster watersysteem in de regio, waardoor het water bij piekmomenten beter afgevoerd kan worden. De eerste verkenningen laten zien dat het ruimtelijk in te passen is. Momenteel wordt verkend of het meegenomen kan worden bij de ontwikkeling van de ongelijkvloerse kruising Erasmusweg-Lozerlaan en of het financieel haalbaar is.
Plankaart Ecolint in het Erasmusveld
Ontwerpverkenning Erasmusvaart
22
Verkenning sportpark Escamp Het groene assenkruis bestaat voor een groot deel uit sportvelden die vanuit de Gaarden niet direct toegankelijk zijn. De stedenbouwkundige opzet van de Gaarden, met zijn hoge woning dichtheid, maakt een betere aansluiting tussen woonwijk en sportpark wenselijk . Een nog lopende verkenning sportvelden Escamp I en II heeft als uitgangspunt om deze zone, in nauw overleg met sportverenigingen en omwonenden, beter toegankelijk te maken en meer multifunctioneel in te richten als divers sportpark. Het sportpark wordt, zonder dat dit ten koste gaat van de (bestaande) georganiseerde sport, meer
toekomstbestendig ingericht zodat het sportpark beter aansluit op de sport- en beweegbehoeften van omwonenden en zo meer waarde krijgt voor de hele wijk. Uitgangspunt is het sportpark (Escamp II) beter toegankelijk te maken vanuit De Gaarden door en extra brug naar het gebied te bouwen. De herindeling moet verbindingen en routes mogelijk maken voor wandelaars, hardlopers en bijvoorbeeld skaters: in de oost-west richting tussen De Gaarden en de Dedemsvaartweg en van noord naar zuid (en vice versa) tussen Meppelweg, Hengelolaan, Melis Stokelaan en Erasmusweg. De Gaarden biedt omgekeerd ook ruimte voor sport: informeel in de openbare ruimte, of via een gym in de plint van de nieuwe complexen. .
Bestaande rand van het sportpark
Mogelijke toekomstige inrichting van het sportpark: meer toegankelijk en meer ruimte voor informele sport
23
3
-5
n
ge
la
50-70 m
30-50 m
5 3-
en
lag
50-70 m
30-50 m
Bestaand gebouw Bestaand voorzieningen Bouwvlak voorzieningen Bouwvlak wonen Zone plintruimte voor wijkeconomie Te renoveren gebouw met plintruimte voor wijkeconomie Doorwaadbare (collectieve) groene buitenruimte
Randvoorwaardenkaart uit het ambitiedocument
24
Openbare groenstructuur Sport en parken
Tramlijn Autowegen Langzaamverkeersroutes Wand stedelijke laag tot maximaal 25 meter Informele zijde bouwvlak tot maximaal 20 meter Te behouden bestaande boom Hoogteaccent Expressieve hoek
4. RUIMTELIJKE VISIE Een deel van Den Haag Zuidwest is in de Agenda Ruimte voor de Stad (RIS295016) benoemd als verdichtings- en herstructureringsgebied. Verdichting wordt hier als uitgangspunt gehanteerd om het aantal sociale woningen voor de stad te vergroten én marktwoningen toe te voegen, waardoor een gevarieerder woonmilieu ontstaat met meer draagvlak voor voorzieningen.
Deze strategie geldt ook voor De Gaarden. Overeenkomstig de uitgangspunten, zoals geformuleerd in de Agenda Ruimte voor de Stad betekent dat een integrale opgave voor de buitenruimte, het stedelijk wonen, de stedelijke en buurteconomie, voor mobiliteit, de energietransitie en voor klimaatadaptatie. Samenvattend doen we dat door te verbinden, te verdichten, te vergroenen en te verduurzame.
4.1
Stedelijke rand langs Erasmusweg en open ruimte sportpark
Verbinden
Uitnodigende voorkanten Uitgangspunt is de positionering van de nieuwbouw in halfopen bouwblokken. Deze bouwblokken liggen binnen het huidige stratenpatroon, waardoor fasering makkelijker wordt en volwassen bomenlanen behouden kunnen blijven. Belangrijk voor de verbinding van de bouwblokken met de openbare ruimte en van de buurt met haar omgeving is de uitstraling van deze bouwblokken en randen: alle bebouwing in de Gaarden krijgt een representatieve voorkant richting de openbare ruimte en het collectieve groen. Zo ontstaat meer verbinding tussen de woningen en het groen. Uitgangspunt voor de bebouwing langs de Erasmusweg wordt het omkeren en openen van de bebouwing: voorkanten komen aan een ventweg langs de Erasmusweg te liggen en vormen een stoere stedelijke wand met dynamische, ritmische verspringingen van bouwhoogtes en hoogte-accenten. In de plinten komt ruimte voor bedrijfsruimtes. Naar de Schrijnwerkersgaarde toe zal de bouwhoogte aansluiten op die van de bestaande woningen. Groene as centraal door de buurt komt uit op sportpark
25
Wonen in/aan het groene assenkruis Het uitgangspunt is tussen de bouwblokken heldere routes voor langzaam verkeer te leggen die het groene assenkruis, de grootschalige groenstructuur langs de rand, verbindt met de interne groenstructuur en openbare ruimte.
Versterken van de randen
Het huidige groene assenkruis, met de sportcomplexen Escamp I en II, vormt een groene enclave tussen de woonbuurten. Het sportcomplex is geen openbare ruimte en zodoende door sloten en hekken grotendeels afgesloten van de aangrenzende wijken en gereserveerd voor exclusief gebruik door een aantal verenigingen. Door de sportcomplexen meer te verbinden met de omliggende wijken en beter toegankelijk te maken, ontstaat er een betere wisselwerking tussen de georganiseerde sport en het vrije gebruik van het gebied. Het streven is het groene assenkruis beter toegankelijk te maken vanuit De Gaarden door een extra brug naar het gebied te bouwen en het groene assenkruis ook informele sport- en beweegmogelijkheden te creëren. Omgekeerd biedt de openbare ruimte in De Gaarden ruimte voor informele sportactiviteiten.
Aansluiting op bestaande bebouwing
Herschikking van het stratenpatroon
26
Mobiliteitstransitie De transitie naar een klimaatadaptieve en klimaatneutrale stad lukt niet zonder te sturen op een doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem zo, dat de stad de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft. In de Gaarden wordt om die reden ingezet op het uitvoeren van de mobiliteitstransitie, zie 5.4
4.2
Verdichten
Binnen het plangebied van de Gaarden worden alle 300 bestaande woningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Daarnaast zullen er circa 600 extra woningen worden toegevoegd, zie blz. 36. Uitgangspunt is de diverse woningtypes en segmenten te combineren in half gesloten stedelijke bouwblokken met hoogte accenten langs de randen en groene collectieve binnenterreinen met een hoge kwaliteit. De Gaarden transformeert naar een rustig stedelijk woonmilieu dat bepaald wordt door de ligging aan het sportpark, de nabijheid van de duurzame wijk Erasmusveld en de collectieve groene ruimtes binnen de bouwblokken. Door de verdichting groeit het draagvlak voor voorzieningen.
4.3 Vergroenen De kwaliteit van de interne structuur van de openbare ruimte is relatief beperkt. De kwaliteit van het openbare ruimte zit nu met name rondom de singel aan De Gaarde net buiten dit plangebied. Deze interne singelstructuur loopt door richting het sportpark, dat onderdeel is van het groene assenkruis van Zuidwest. Uitgangspunt is de interne structuur middels goede langzaam verkeersroutes te verbinden met de singel langs De Gaarde, met het groene assenkruis en met het Ecolint in Erasmusveld. Het vergroenen en verkeersluwer maken van de parallelstraat langs de Vrederustlaan, de Steenhouwersgaarde en deels de Zwaardvegersgaarde biedt hiertoe kansen. Dit zal in de uitwerking nader verkeers- en parkeertechnisch worden onderzocht.
Bouwlust-Vrederust is onderdeel van het Landelijke Programma Aardgasvrije Wijken van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het bestaande warmtenet in de wijken zal worden gevoed door binnenstedelijke geothermiebron aan de Leyweg. Alle nieuwbouw zal worden aangesloten op een eigen (duurzame) energievoorziening. Duurzaam bouwen is een belangrijk uitgangspunt voor toekomstige ontwikkelingen. De gemeente biedt de initiatiefnemer de ruimte om in het plangebied een eigen invulling te geven aan verduurzaming mits deze niet strijdig zijn met deze ambitie, zie hoofdstuk 5.5.
Ook de centraal gelegen Schrijnwerkersgaarde wordt vergroend en verbreed om een prettige groene verbinding te leggen tussen de Singel langs de Vrederustlaan en het sportpark. De half gesloten stedelijke bouwblokken krijgen representatieve voorkanten richting de openbare ruimte en een uitnodigende kwaliteit naar het collectieve, groene binnenterrein. Uitgangspunt is het tot stand brengen van verbinding tussen de woningen en de openbare ruimte met als doel meer eigenaarschap en daarmee sociale veiligheid.
4.4 Verduurzamen De transformatie van de openbare ruimte en de ondergrond evenals de vervanging en renovatie van de woningvoorraad biedt enorme kansen om een verduurzamingsslag te maken. Zowel op gebieds- als op gebouwniveau zullen duurzame maatregelen getroffen worden conform de Nota Duurzaamheid en het Stedelijk Energieplan om de transitie naar een klimaatadaptieve en klimaatneutrale stad in 2030 te verwezenlijken. Principe verdichting bestaand (boven) en nieuw (onder)
Thema’s duurzame leefomgeving
27
Randvoorwaardenkaart Legenda Bestaande bebouwing Bestaande bebouwing met publieke functie Bestaande bebouwing te renoveren Bouwveld Vast rooilijn Flexibele rooilijn (binnenzijde) Uiterste gemiddelde rooilijn (buitenzijde) Contour hoogbouw (indicatief) Voorzieningen Overgang bouwhoogte (indicatief) Bandbreedte bouwhoogte in meters Collectieve binnentuin Collectieve hoofdentree bewoners (indicatief) Toegang binnentuin via collectief stijgpunt (indicatief) Entree publieke functies / bedrijfsruimteinnentuin (indicatief) Inrit gebouwd parkeren (indicatief) Water Openbare groenstructuur Tuinen Voetgangersgebied (indicatief) Wegen en parkeren Toegang binnentuin vanuit openbare ruimte (indicatief) Fietsroute (indicatief) Wandelroute (indicatief) Logistieke route (indicatief) Publieke doorsteek (indicatief) Waterbergende / -afvoerende groenstrook (indicatief) Accent bebouwing Bestaande boom; behouden of herplanten Buurtfunctie Onderwijs Sporten en spelen Parkeergebouw Ontmoetingsplek aan het water Plangrens
28
5. UITWERKING / UITGANGSPUNTEN 5.1 Ruimtelijke inpassing / Bouwregels
In de Gaarden worden de mogelijkheden voor een nieuwe structuur hoofdzakelijk bepaald door de aanwezigheid van twee te behouden rijtjes woningen in het hart van het plangebied en de wens zoveel mogelijk bomen langs de Schrijnwerkersgaarde te behouden. Deze groenstructuur wordt versterkt tot groene as en verbinding tussen de Vrederustlaan en het sportpark en als ontmoetingsplek en verbindend element tussen de bestaande bebouwing en de nieuwbouw.
Bouwblokken Uitgangspunt is het organiseren van de diverse woningtypes en bijbehorende functies in orthogonale of haakvormige gebouwen rondom een groene, collectieve binnentuin: de ontmoetingsplaats voor de blokgemeenschap en een veilige speelplek voor kleine kinderen. Onder de binnentuin liggen parkeerplaatsen en een gezamenlijke fietsenstalling. Deze bouwblokken zijn aan de Erasmusweg per twee gekoppeld en vormen tezamen twee grotere ruimtelijke eenheden om tegemoet te komen aan de grotere schaal langs deze hoofdroute. Naar de Schrijnwerkersgaarde toe past de schaal van de bebouwing zich juist aan aan de bestaande bebouwing.
De bouwblokken kennen altijd een mix van woningtypes, gezinswoningen, appartementen, beneden-bovenwoningen, etc. Gevels aan de openbare ruimte zijn altijd ‘voorkanten’: er liggen in principe geen galerijen aan de openbare ruimte en er is geen sprake van volledig gesloten kopgevels. Zowel aan de openbare ruimte als ook rond de binnentuinen dient er een prettige mix te zijn van gevels met slaapkamers en gevels met woonkamers. De mix van woningtypes in de bouwblokken levert een afwisseling in hoogtes: een laag tot 13 meter, een ‘stedelijke laag’ van 13 -23 meter en daar bovenop ‘optoppingen’ tot 35 meter en hoogte-accenten tot 50 of incidenteel 70 meter. De stedelijke laag is herkenbaar in de massaopbouw en/of het gevelbeeld. Eenzijdig georiënteerde woningen dienen een kwalitatief uitzicht te hebben; op een aantrekkelijk stuk openbare ruimte of op een kwalitatief ingerichte binnentuin, met voldoende afstand (ten minste 20m) tot een tegenoverliggende woning. Op de randvoorwaardenkaart is dit principe geborgd. De precieze verdeling van woningtypes en posities van typologieën en entrees in de bouwblokken mag in de verdere uitwerking naar een stedenbouwkundig- of bouwplan, beargumenteerd, nog schuiven als dat een verbetering oplevert.
Ontwerpprincipe: aan elke gevel liggen woonfcunties
29
Toegang tot de collectieve binnentuinen Uitgangspunt is dat elk bouwblok minimaal twee openingen of opengewerkte hoeken heeft naar de collectieve binnenwereld: het collectieve binnenterrein is via deze openingen openbaar toegankelijk of ‘doorwaadbaar’ en draagt zo bij aan ontmoetingen en interactie. De openingen in een bouwblokken zijn feitelijk de ‘entrees’ van het bouwblok en worden dan ook als zodanig vormgegeven: als uitnodigend stedenbouwkundig gebaar naar de openbare ruimte en uitnodigende toegangen naar de binnenwereld. Dat wordt ondersteund door de daar aan gelegen functies en de architectonische uitstraling: open, uitnodigend en vriendelijk.
Een binnenterrein kan zo onderdeel worden van een (kortere) route. De entrees dragen bij aan een visuele verbinding tussen collectief en openbaar groen. Na zonsondergang kunnen openingen eventueel worden afgesloten met een hek als dat qua veiligheidsgevoel noodzakelijk is. Nabij de entrees naar de binnenwereld moet zeer terughoudend worden omgesprongen met toegangen naar parkeergarage, bergingen of andere utilitaire functies zoals traforuimtes, afvalbergingen, etc. Deze plekken vormen analoog aan de entrees naar de woningen feitelijk de ‘stoep’ van de entrees. Sociale veiligheid en een prettig verblijfsklimaat staan hier voorop. Bezoekers voelen zich door de vormgeving en situering van functies veilig en welkom het binnenterrein te bezoeken maar voelen zich te gast en zijn zich bewust dat ze hier dat ze een collectief betreden. De positie van de entrees van de bouwblokken is indicatief aangegeven op de randvoorwaardenkaart en zal in de verdere uitwerking definitief worden bepaald.
Collectieve binnentuinen als voortzetting van openbaar groen
30
Impressie entree naar een binnenterrein
De positie van bouwblokopeningen in het definitieve bouwplan zal altijd in onderlinge samenhang met de andere entrees naar de woongebouwen en in de ruimere stedenbouwkundige context worden beoordeeld. Waar dat stedenbouwkundig gewenst is, is het noodzakelijk dat er geen of een zeer beperkt (maximaal 1 meter) en geleidelijk (trap+hellingbaan) niveauverschil is met de openbare ruimte. Optoppingen en hoogte-accenten Optoppingen op de stedelijke laag hebben een hoogte van 9-12 lagen. Hoogte-accenten zijn torens van 50 tot 70 meter, conform de regels en verhoudingen uit de nota Eyeline Skyline en zoals aangeduid op de randvoorwaardenkaart. De hoogteaccenten liggen hoofdzakelijk langs de randen: langs de grotere open ruimte met de sportvelden en langs de Erasmusweg en dragen zo bij aan de oriëntatie en de vorming van een stevig stedelijk front aan de openbare ruimte. Het ontwerp van het stedelijk silhouet van het plangebied is hier één van de uitgangspunten. De hoogte-accenten en optoppingen vormen door hun afwisseling in hoogte gezamenlijk een stedenbouwkundig ensemble en sluiten qua morfologie en positie aan op de principes van bebouwing in Zuidwest. De bouwhoogte van het definitieve bouwplan wordt beoordeeld op basis van de volume opbouw van het totale ensemble in de ruimere context.
Uitgangspunt op bouwblokniveau is dat rijwoningen in principe niet direct naast woontorens worden gesitueerd en dat enkelvoudig georiënteerde woningen niet slechts uitkijken op het binnenterrein maar via een opening in het bouwblok ook zicht hebben op de openbare ruimte. In alle gevallen moet er in het ontwerp rekening worden gehouden met de privacy van bewoners en een prettig functionerende privé dan wel collectieve buitenruimte. De volume opbouw van bebouwing is zodanig dat windhinder in de collectieve binnentuinen of in de openbare ruimte wordt beperkt en bezonning van de buitenruimte wordt geoptimaliseerd. Het plan moet voldoen aan de hiervoor geldende Haagse normen zoals geformuleerd in de Nota Haagse hoogbouw Eyeline & Skyline, zie bijlage.
Eigenaarschap
Actieve plint Een intensieve bebouwing met hoogte-accenten leidt automatisch tot veel bergingen, logistiek en expeditie. Een zorgvuldige inpassing van deze functies verdient bij verdichting extra aandacht, zodat er zo min mogelijk onaantrekkelijke gevels ontstaan in de plint. Uitgangspunt is dat er altijd sprake is van een ‘uitnodigende, open gevel’ als onderdeel van de stedelijke laag, dat wil zeggen: alle functies op de begane grond hebben een toegang naar de straat én een woonruimte (woonkamer/ keuken/werkruimte) als het een woning is. De plint kent in principe geen gesloten gevels. Utilitaire functies (afvalpunt, pakketpunt, bergingen, fietsenberging, entrees parkeergarage), etc. moeten zorgvuldig worden ingepast en ontworpen en zodanig gepositioneerd dat rekening wordt gehouden met de stedenbouwkundige context en de betekenis van de openbare ruimte.
begane grond woningen krijgen een ‘Delftse stoep’..
De mate van eigenaarschap hangt sterk samen met de programmering van de plinten, de oriëntatie van de in de plinten gelegen woningen en ontmoetingsruimtes en de toegankelijkheid van deze ontmoetingsruimtes en de buitenruimte vanuit deze woningen. Alle gevels aan de openbare ruimte en de binnentuinen gaan op de een of andere manier een actieve verbinding of relatie aan met de daaraan gelegen buitenruimte, dat wil zeggen: deze gevels hebben een leeffunctie: woonkamer of (woon)keuken. De woonblokken zijn alzijdig ontworpen: er zijn geen volledig gesloten kopgevels of gevels met alleen galerijen die slechts dienen als ontsluiting.
Behalve woningen kunnen de plinten andere functies bevatten zoals kleinschalige bedrijvigheid, werkplaatsen, maatschappelijke voorzieningen, gemeenschappelijke ruimtes of ontmoetingsruimtes. Op de randvoorwaardenkaart is dat aangegeven als ‘voorzieningen’. Uitgangspunt is dat deze voorzieningen niet overlast gevend mogen zijn voor de woningen. Voor scholen is grondgebondenheid vereist en moet buitenspelen direct vanuit het gebouw mogelijk zijn. Omdat behoeftes en gebruik in de toekomst kunnen veranderen moet de stedelijke laag rekening houden met toekomstige veranderingen en aanpassingen van bouwonderdelen in de gevel en de indeling van de plattegrond. Uitgangspunt voor de actieve plinten is om een zekere ‘overmaat’ en flexibiliteit in te bouwen en een verdiepingshoogte waarin zowel woningen, kantoren als bedrijfsruimtes kunnen worden gehuisvest.
Uitgangspunt is dat de openbare ruimte en de collectieve binnentuin door functies in de plint op een of andere manier wordt ‘toegeëigend’. Dat wil zeggen: bewoners hebben vanuit hun woning zicht op de openbare ruimte, bijvoorbeeld op hun spelende kinderen. De drempel is laag om vanuit je woning even voor je huis te gaan zitten op een bankje of vanuit je woning te zwaaien naar een passerende buurtgenoot. Dit uitgangspunt is essentieel voor het eigenaarschap van bewoners over de openbare ruimte en voor de sociale controle en de sociale cohesie. Die sociale cohesie is op haar beurt weer belangrijk voor het veiligheidsgevoel en de gezondheid van bewoners maar ook voor de buurteconomie en de leefbaarheid in de buurt, allemaal zaken die in Zuidwest nu niet goed functioneren.
..of een voortuin
Het actieve karakter van de plinten van de bebouwing en de kwaliteit en inrichting van de openbare ruimte zijn cruciaal en wederzijds afhankelijk zie ook 5.3.8.
31
Binnentuinen De collectieve binnentuinen vormen de gemeenschappelijke buitenruimte van de bouwblokgemeenschap in combinatie met langs de gevels van de woningen semi-private zones als veranda of voortuintjes van woningen. Eventuele grenzen collectief - privé moeten worden mee-ontworpen, zijn subtiel, komen tegemoet aan de behoefte aan privacy maar dragen bij aan het eigenaarschap en het functioneren van het collectief. Uitgangspunt voor de binnenruimten is een groene inrichting. De collectieve, groene binnenruimtes zorgen er samen met het openbare groen voor dat de totale hoeveelheid groen in de buurten op peil blijft: een aspect wat het meest genoemd en gewaardeerd wordt tijdens participatiegesprekken met bewoners. Om te garanderen dat het groen beklijft moet hier in het ontwerp al rekening mee worden gehouden. Uitgangspunt is dat er voldoende gronddekking op de constructie komt voor volwaardig groen, voldoende waterberging en de mogelijkheid gras, of moestuinen aan te leggen. Ter plaatse van bomen en heesters heeft het pakket een dikte van circa 1 meter of zijn er openingen in het dek. Woningentrees Entrees van woongebouwen markeren de hoeken van de bouwblokken en liggen zoveel mogelijk direct aan de groene wiggen, autovrije woonpaden en speelruimtes.
Entrees van woongebouwen zijn duidelijk herkenbaar, bijvoorbeeld door een dubbele hoogte of prominente verlichting en bieden ook toegang tot de collectieve binnentuinen zodat je keuze hebt in naar welke kant je naar buiten gaat: direct de straat op of via de collectieve binnentuin en de bouwbloktoegang de straat op. Dit bevordert de mogelijkheden voor bewoners hun route te bekorten en het stimuleert toevallige ontmoetingen.
32
Ruimtelijke inpassing parkeren Parkeren van auto’s van bewoners gebeurt deels onder de collectieve binnentuinen en deels op straat (zie hoofdstuk 5.4.4). De parkeerplaatsen onder de bouwblokken zijn in principe niet zichtbaar in de gevels aan de openbare ruimte met uitzondering van een garage-entree.
•
• • •
Het parkeren onder de collectieve binnentuinen kan zowel op maaiveld, half verdiept dan wel geheel verdiept worden aangelegd. Die keuze bepaalt mede hoe uitnodigend het is om het bouwblok te betreden of te doorsteken (doorwaadbaarheid) en hoeveel je vanaf de openbare ruimte van de binnenwereld kunt zien (dat lukt niet als er een hoge trap is). Die keuze is daarmee bepalend voor de mate van visuele en fysieke connectie tussen collectief - openbaar. Deze keuze zal in de nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan per bouwblok worden bepaald waarbij de volgende ruimtelijke factoren een rol spelen:
De wenselijkheid om bestaande of juist nieuwe wenselijke looproutes door de bouwblokken te faciliteren. In dat geval ligt een verdiepte oplossing voor de hand. De wenselijkheid van inzicht of doorzicht. De mate waarin een connectie collectief - openbaar wenselijk is. Financiële haalbaarheid.
Het ontwerp van de bouwblokken bepaalt mede of de mobiliteitstransitie (zie 5.4) succesvol zal verlopen. Om de mobiliteitstransitie te helpen slagen is het uitgangspunt dat het vanuit de woningen en appartementen altijd gemakkelijker is te voet of te fiets op pad te gaan dan de auto te pakken. De organisatie en toegankelijkheid van de diverse functies binnen een bouwblok moeten hieraan bijdragen. Uitgangspunt is daarom een afvalscheidingspunt en een pakketpunt nabij de entree en een gezamenlijke fietsen/scootmobielstalling te plannen zodat je als je te voet of met de fiets gaat gemakkelijk ook je afval kwijt kunt en je pakketje kunt afhalen. Het pakken van de auto moet meer tijd en moeite kosten dan het pakken van de fiets.
33
Afval Afval is een grondstof. Waar Den Haag de afgelopen jaren heeft ingezet op recycling, wordt de komende jaren ingezet op hergebruik. De schaal van de ontwikkeling in de Gaarden maakt het mogelijk om hiervoor duurzame oplossingen te realiseren zoals circulaire afvalverwerking en afvalscheiding. Alternatieven voor een gescheiden inzameling van afval bij hoogbouw worden momenteel onderzocht bijvoorbeeld in de vorm van rol/ perscontainers. Ook het apart inzamelen van groente-, fruit en tuinafval (GFT) met nascheiding wordt onderzocht. Aanvullend onderzoek is nodig om de mogelijkheden van de verschillende inzamelmethoden af te wegen. Uitgangspunten voor de ontwikkeling zijn: • Afvalinzameling belast de openbare ruimte zo min mogelijk. In principe staan inzamelmiddelen op eigen terrein. Dat kan inpandig of uitpandig in de vorm van minicontainers (bij huis-aan-huis-inzameling) of rol(pers) containers. • Bij gestapelde bouw wordt verzamelen en scheiden van afval inpandig opgelost. Hiervoor moeten in elk bouwblok één of meerdere ruimtes worden gereserveerd. • Bij gestapelde bouw dient de inzameling van afval zo circulair mogelijk te gebeuren: dicht bij de bron en op basis van hergebruik in de wijk, bijvoorbeeld composteren van GFT-afval in de binnentuin, reparatie van apparaten, het weggeven van spullen, etc.