CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308476 Bijlage 1 IPP Programmabegroting 2022-2025

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure Programmabegroting 2022 - 2025 Industrieschap de Plaspoelpolder, alsmede kennisname van jaarrekening 2020 (RIS308476)6.931 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2 alinea's met “beleidsbegroting”: 2 12

Programmabegroting 2022-2025 Industrieschap “De Plaspoelpolder”

Inhoud 1. Voorwoord ....................................................................................................................................... 3 2. Beleidsbegroting ............................................................................................................................ 4 2.1 Programma Algemeen Bestuur ........................................................................................... 5 2.1.1 Inleiding ............................................................................................................................... 5 2.1.2 Bestuur en kernorganisatie ............................................................................................ 5 2.1.3 Businesscases Toekomstvisie .......................................................................................... 6 2.1.4 Wat mag het kosten? ..................................................................................................... 7 2.2 Programma Ontwikkeling en Uitgifte Nieuwe Werklocaties ....................................... 8 2.2.1 Sylvain Poonsstraat .......................................................................................................... 8 2.2.2 Businesspark Hoornwijck .................................................................................................

8 2.2.3 Wat mag het kosten? .................................................................................................... 9 2.3 Programma Herstructurering Werklocaties .................................................................... 10 2.3.1 Treubstraat en omgeving Plaspoelpolder ............................................................... 10 2.3.2 Wat mag het kosten? ................................................................................................... 11 2.4 Algemene dekkingsmiddelen............................................................................................ 13 3. Paragrafen..................................................................................................................................... 14 3.1 Weerstandsvermogen & Kengetallen BBV ..................................................................... 15 3.1.1 Algemeen......................................................................................................................... 15 3.1.2 Beleid ................................................................................................................................. 15 3.1.3 Beschikbare weerstandscapaciteit ..........................................................................

15 3.1.4 Risico’s ............................................................................................................................... 16 3.1.5 Kengetallen BBV ............................................................................................................. 22 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen ......................................................................................... 24 3.3 Bedrijfsvoering: organisatie en werkwijze ....................................................................... 25 3.4 Verbonden partijen .............................................................................................................. 26 3.5 Grondbeleid............................................................................................................................ 27 3.5.1 Inleiding ............................................................................................................................. 27 3.5.2 Verwerving ....................................................................................................................... 27 3.5.3 Uitgifte................................................................................................................................ 27

1

3.5.4 Grondprijzen .................................................................................................................... 27 3.5.5 Grondexploitaties ........................................................................................................... 28 3.6 Lokale heffingen .................................................................................................................... 29 3.7 Financiering ............................................................................................................................. 30 3.7.1 Algemeen......................................................................................................................... 30 3.7.2 Risicobeheer .................................................................................................................... 30 3.7.3 Liquiditeitbeheer ............................................................................................................. 31 4. Financiële begroting................................................................................................................... 32 4.1 Programmabegroting 2022 ................................................................................................ 33 4.2 Toelichting op de algemene dekkingsmiddelen .........................................................

34 4.3 Meerjarenbegroting 2022-2025 ........................................................................................ 35 6. Bijlagen ........................................................................................................................................... 36 Bijlage 1 ........................................................................................................................................... 37 Bijlage 2 ........................................................................................................................................... 38 Bijlage 3 ........................................................................................................................................... 39 Bijlage 4 ........................................................................................................................................... 40 Bijlage 5 ........................................................................................................................................... 41

2

1. Voorwoord Voor u ligt de meerjarenbegroting voor de periode 2022-2025 van het Industrieschap De Plaspoelpolder (IPP). Het IPP richt zich op de huisvesting van bedrijven met als doel het verbeteren van het vestigingsklimaat en het behoud en groei van werkgelegenheid. Het IPP doet dat nu al meer dan 69 jaar en is hiermee de oudste gemeenschappelijke regeling van Nederland. De problematiek rondom bedrijventerreinen is fors, de schaarste in ruimte neemt toe; het vraagt om een groeiende aandacht in onze regio voor ruimte voor bedrijvigheid en het behoud van werkgelegenheid. Het IPP kan door haar ontwikkelkracht daar mede een rol in vervullen. Dit is beschreven in een toekomstvisie IPP waarover in 2021 besluitvorming heeft plaatsgevonden. In deze toekomstvisie is besloten een aantal businesscases uit te werken. In 2022 worden deze businesscases, waarin wordt onderzocht welke rol het IPP kan spelen in de ontwikkeling of herstructurering van een gebied, afgerond. Er worden businesscases opgesteld voor o.a. het Middengebied in het bedrijventerrein Plaspoelpolder in Rijswijk en het bedrijventerrein Westvlietweg in Den Haag. Op basis van de uitkomsten van de businesscases zal in 2022 een voorstel worden opgesteld over de toekomst van het IPP. Naast de uitwerking van de businesscases ontwikkelt het IPP in 2022 een aantal locaties in Rijswijk en Den Haag.

De ontwikkeling van de Treubstraat en omgeving in de Plaspoelpolder verloopt volgens planning. Het IPP heeft op eigen risico een slechte plek in het bedrijventerrein aangekocht en werkt nu met goede resultaten aan de herstructurering van dit gebied. De herstructurering bestaat uit zowel sloop/nieuwbouw als hergebruik van bestaand vastgoed voor nieuwe bedrijfshuisvesting. Het N-kavel is tot 2021 in gebruik geweest door de projectorganisatie Rotterdamsebaan. Nu de Rotterdamsebaan gereed is, zal in 2022 worden gewerkt aan de gewenste invulling/ ontwikkeling van dit terrein. Hiervoor worden gesprekken gevoerd met de (grondgebied) gemeente Den Haag. Dit moet in 2022 leiden tot definitieve besluitvorming. Daarnaast zal in 2022 “kavel 100” op het bedrijventerrein Wateringse Veld, op de markt worden gebracht. Voor de hierboven genoemde locaties zijn grondexploitaties opgesteld die het uitgangspunt vormen voor deze meerjarenbegroting. Daarnaast zijn in deze meerjarenbegroting de kosten opgenomen die nodig zijn voor het opstellen van de businesscases. Het IPP speelt ook in 2022 een actieve rol bij de ontwikkeling en herstructurering van bedrijventerreinen binnen de gemeenten Rijswijk en Den Haag. Zij levert hiermee een forse bijdrage aan het verbeteren van het vestigingsklimaat voor bedrijven in onze regio en het bevorderen van de werkgelegenheid. Het Dagelijks Bestuur IPP

3

2. Beleidsbegroting

4

2.1 Programma Algemeen Bestuur 2.1.1 Inleiding In dit programma worden de kosten van het bestuur, de kernorganisatie en de kosten van de nieuwe ontwikkelingen beschreven en verantwoord.

2.1.2 Bestuur en kernorganisatie De bestuurs- en beheerskosten, waaronder de apparaatskosten, zijn ten opzichte van 2021 niet verder afgenomen. De apparaatskosten zijn nu in overeenstemming met de huidige opgave. De indirecte plankosten zijn kritisch bekeken en in samenhang met de actualisatie van de grondexploitaties nader verdeeld. De plankosten zijn meerjarig niet verder afgebouwd, uitgaande van mogelijke nieuwe opgaven voor het IPP, voortbordurend op de toekomstvisie die in de loop van 2021 verder wordt uitgewerkt.

5

2.1.3 Businesscases Toekomstvisie De huidige gemeenschappelijke regeling heeft een looptijd tot en met 31 december 2022. Verlening vindt vervolgens plaats per periode van vier jaar. Het Algemeen Bestuur (AB) van het IPP heeft de directie van het IPP de opdracht gegeven een inventarisatie op te stellen van mogelijke opgaven voor het IPP en hoe het IPP strategisch, risicodragend en/of in regie, met haar expertise ingezet kan worden voor het economisch beleidsterrein in beide gemeenten. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een shortlist op mogelijke toekomstige opgaven voor het IPP: 1. Westvlietweg Den Haag (herstructurering en uitbreiding, in projectverband met de gemeente Den Haag en de bedrijvenvereniging/BIZ Westvlietweg); 2. Gebied Zichtenburg/Zinkweg Den Haag; 3. Middengebied Plaspoelpolder Rijswijk (idem als Westvlietweg, meer gericht op herstructurering en verduurzaming, in projectverband met de gemeente en de BBR); 4. Invulling bedrijventerrein ’t Haantje, Rijswijk (onderzoek op inzet van het IPP en/of mogelijk risicodragend); 5. Inzet op placemaking en marketing (uitstraling, beleving en imago); 6. Energie transitie (bijdragen aan energietransitie en CO2-neutraal maken van bedrijventerreinen).

In maart 2021 heeft het DB een positief besluit genomen over de notitie “toekomstvisie Industrieschap de Plaspoelpolder” en opdracht gegeven om genoemde businesscases van de shortlist verder uit te werken. Het IPP werkt op dit moment ambtelijk aan de uitwerking van twee businesscases waar ook de hoogste prioriteit binnen de beide gemeenten ligt. Het betreft de gebieden Westvlietweg Den Haag en Middengebied Plaspoelpolder, waarop ook de bedrijvenverenigingen, dus ook de BRR, inmiddels positief hebben gereageerd.

6

2.1.4 Wat mag het kosten?

Toelichting De locaties 1 en 5 worden niet verder ontwikkeld door het IPP en worden verkocht. Het BBV schrijft voor dat geen apparaatskosten mogen worden toegerekend aan deze gronden. Om deze reden resteert een nadelig saldo wegens niet toe te rekenen kosten op het programma algemeen beheer. Echter in het jaar dat de grondverkoop wordt gerealiseerd, wordt dit nadelig saldo weer gecompenseerd door een hoger transactieresultaat. Dit hoger resultaat ontstaat doordat de kosten algemeen beheer niet zijn toegerekend aan de gronden.

7

2.2 Programma Ontwikkeling en Uitgifte Nieuwe Werklocaties 2.2.1 Sylvain Poonsstraat Uit de voormalige Grondexploitatie Wateringse Veld welke in 2017 is gesloten, is het IPP nog eigenaar van een parkeerterrein aan de Sylvain poonsstraat. Het parkeerterrein wordt niet intensief gebruikt en kan niet worden ingezet als P+R omdat het terrein geen goede aansluiting heeft op een openbaar vervoer verbinding. De gemeente Den Haag heeft aangegeven een groot te kort te hebben aan ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid. Het IPP heeft voorgesteld in het Haags Initiatieven Team om de kavel om te zetten naar een kavel voor kleinschalige bedrijvigheid. Q1 2021 wordt de bestemmingsplanwijziging doorgevoerd. Het is de verwachting dat in 2022 een omgevingsvergunning verkregen zal worden waarna de grond kan worden uitgegeven aan een geschikte kandidaat/koper.

2.2.2 Businesspark Hoornwijck De N-kavel is op dit moment in gebruik als bouwketenpark van de projectorganisatie Rotterdamse Baan (ROBA). Dit zal in ieder geval nog tot 1 oktober 2020 duren. Na de werkzaamheden wordt het perceel door de ROBA aan het IPP ter beschikking gesteld. De Nkavel ligt tussen de Laan van Hoornwijck (doorgaande weg richting de nieuwbouwwijk ‘Ypenburg’) en de Rijksweg A4 (Amsterdam-Antwerpen). De kavel wordt doorsneden door de ROBA, een nieuwe toegang tot Den Haag, nabij de zuidelijke entree van de Victory Boogie Woogietunnel. In 2019 heeft er een inventarisatie plaatsgevonden van de mogelijkheden op de kavel. Hier is uit gekomen dat vanuit provinciaal beleid geen grote kantoorontwikkelingen mogelijk zijn op snelweglocaties groter dan 5.000 m2. In relatie met de technische mogelijkheden en de financiële kaders zijn verschillende verkenningen gemaakt. Uit deze verkenning is gekomen dat de locatie geschikt is voor een programma van 5.000 m2 kantoor en minimaal 10.000 m2 bedrijvigheid. Dit programma is vervolgens voor gelegd aan makelaar Cushman & Wakefield voor een financiële toets en mogelijke invulling van het programma. De mogelijke invulling die Cushman & Wakefield ziet op de locatie is ‘last mile’, bio sciene, automotive en/of een school. De uitkomst van de financiële toets was binnen de financiële kaders.

In 2020 heeft het IPP in overleg met de gemeente Den Haag gekeken naar de haalbaarheid van een P+R op deze locatie aanvullend op het hierboven genoemde programma voor kantoren en bedrijvigheid. De uitkomst van dit onderzoek wordt in Q1 2021 voorgelegd aan het bestuur van de gemeente Den Haag. Er zijn twee mogelijke scenario’s, te weten: 1. De gemeente Den Haag wil graag in combinatie met het huidige programma een P+R realiseren op de N-kavel waarna zal worden gekeken met de directie van het IPP op welke voorwaarden dit dan wordt gerealiseerd. Uitgifte grond wordt verwacht in 2022/2023; 2. Het bestuur van de gemeente Den Haag besluit niet door te gaan met de verdere uitwerking van een P+R op de N-kavel waarna het IPP op zoek zal gaan naar een afnemer voor het beoogde programma qua kantoren en bedrijvigheid. Uitgifte grond

8

wordt verwacht in 2022.

2.2.3 Wat mag het kosten?

Zie ook de bijlagen voor inzage in de ontwikkeling van de grondexploitaties.

Toelichting Grondverkopen en kostprijs grondverkopen Hoornwijck In de begroting 2021 was al rekening gehouden met de laatste grondverkoop van de grondexploitatie Hoornwijck voor € 5 miljoen. In deze begroting is nu deze grondverkoop gepland in 2022. Dit is de reden dat de opbrengst en de kostprijs grondverkopen in zowel 2021 als 2022 voorkomen in de cijfers. Er bestaat geen transactiewinst of -verlies om de reden dat voor deze grondexploitatie een nadelig eindresultaat wordt verwacht. Ter hoogte van het negatief eindresultaat is een verliesvoorziening opgenomen.

9

2.3 Programma Herstructurering Werklocaties 2.3.1 Treubstraat en omgeving Plaspoelpolder Het vastgoed m.b.t. de herontwikkeling van de Treubstraat is onderverdeeld in 6 complexen. Deze 6 complexen zijn vervolgens als volgt gefaseerd: − Fase 1: Complex 4 (van Gijnstraat 8-10) is in 2017 verkocht. − Fase 2: Complex 6 (Treubstraat 29-31/Van Gijnstraat 1) is in november 2018 verkocht. − Fase 3: Complexen 2 en 3 zijn in de eerste helft van 2019 gesloopt en gesaneerd. In de tweede helft van 2019 heeft er een tenderprocedure plaatsgevonden, waarop geen enkele inschrijving is gekomen. Begin 2020 is een reserveringsovereenkomst afgesloten met een projectontwikkelaar. Het nieuwe bouwplan met 28 high-end bedrijfslofts van complexen 2 en 3, gelegen in de bedrijfsstraten Van Gijnstraat en Frijdastraat, is gericht op maakindustrie en overige bedrijvigheid. Op meerdere vlakken wordt gestreefd naar bovengemiddelde investeringen in innovatieve en duurzame maatregelen. Bij de ontwikkeling van complexen 2 en 3 wordt een verplichting meegegeven om “gasloos, energieneutraal, natuurinclusief en klimaatadaptief” te bouwen. Daarin is meegenomen dat er ruimte moet worden geboden aan de huisvesting van meerdere verblijfsruimten en kraamkoloniën van gewone dwergvleermuizen als mitigerende maatregel als alternatieve verblijfplaats t.b.v. de herontwikkeling van complex 1.

Uitgifte van de grond wordt half 2021 verwacht. − Fase 4: Verkoop van complex 5 in de huidige toestand is in maart 2020 aangevangen. Dat heeft geresulteerd in een gedeeltelijke verkoop van het complex in september 2020; Frijdastraat 7-9 is verkocht aan een ICT-bedrijf. Voor het overige deel van het complex worden gesprekken gevoerd met potentiële kopers. − Fase 5: Met betrekking tot complex 1 zijn een huur- en koopovereenkomst overeengekomen met dezelfde kopers als complex 6. Vanaf april 2021 tot het moment dat de vleermuizen zijn gemigreerd naar de nieuwbouw op complex 2/3 zal dit complex worden gehuurd. Direct na de migratie, verwachting uiterlijk 1 april 2024, zal het complex in bestaande toestand in eigendom worden geleverd aan de koper. Het IPP ontwikkelt niet zelf maar zal één of meerdere ontwikkelpartners selecteren om de herontwikkeling uit te voeren. Daarin wil het IPP tevens allianties aangaan en investeringen doen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit en aansluiting vinden op de ambities die in ontwikkeling zijn bij Businesspark Haaglanden en de SKBN.

10

2.3.2 Wat mag het kosten?

Zie ook de bijlagen voor inzage in de ontwikkeling van de grondexploitaties.

11

Toelichting De grondexploitatie Treubstraat wordt naar verwachting in 2021 financieel afgewikkeld. In 2022 en 2024 zijn de opbrengsten en de kostprijs van de locaties 1 en 5 van de Treubstraat opgenomen. Deze locaties worden niet verder ontwikkeld door het IPP.

12

2.4 Algemene dekkingsmiddelen

Voor de toelichting op de algemene dekkingsmiddelen wordt verwezen naar Toelichting op de algemene dekkingsmiddelen van de onderliggende begroting.

13

3. Paragrafen

14

3.1 Weerstandsvermogen & Kengetallen BBV 3.1.1 Algemeen Onder het begrip weerstandsvermogen verstaan wij “het vermogen van het Industrieschap de Plaspoelpolder om niet voorziene financiële tegenvallers op te vangen waardoor de continuïteit gewaarborgd blijft”. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit (middelen waarover het IPP beschikt / kan beschikken) en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen voor zijn afgesloten. De weerstandscapaciteit kan worden bepaald uit de algemene en de stille reserves. Het weerstandsvermogen is van belang voor de beoordeling van de gezondheid van de financiële positie van het Industrieschap voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming.

3.1.2 Beleid Jaarlijks dienen de in de begroting en de rekening opgenomen risico’s in de risicoparagraaf door het algemeen bestuur te worden bevestigd. Het aanhouden van weerstandsvermogen is daarom ook wel een onderdeel van het risicomanagement. Dat is dan ook de reden dat in deze paragraaf een onderverdeling wordt gemaakt naar de twee componenten waaruit weerstandsvermogen bestaat: weerstandscapaciteit en risico’s.

3.1.3 Beschikbare weerstandscapaciteit Zoals hiervoor is aangegeven, kan de weerstandscapaciteit worden bepaald uit: de post de algemene en de stille reserves. Algemene reserves Het totaal aan reserves bedraagt volgens de jaarrekening 2020 per begin 2021 circa € 13,1 miljoen, (jaarrekening 2019 ultimo € 12,2 miljoen). Beschikking over deze reserves heeft direct gevolgen voor de exploitatie, omdat de reserves een financieringsmiddel zijn voor de investeringen in de voorraden gronden en materiële vast activa. Als het schap niet de beschikking heeft over dit financieringsmiddel is het schap, afhankelijk van de hoogte van de investering, gedwongen om vreemd vermogen aan te trekken. De rentekosten van dit vreemd vermogen zal direct op de exploitatie drukken. Beschikking over deze reserves heeft gevolgen voor zowel de gemeenten, als de exploitatie van het schap. Stille reserves De belangrijkste stille reserves van het IPP kunnen voorkomen bij onroerende eigendommen. Deze reserves zijn echter niet als vrij aanwendbare reserves te beschouwen. In de berekening van de weerstandscapaciteit zijn deze als p.m. opgenomen. Samengevat is de geprognotiseerde beschikbare weerstandscapaciteit per begin 2021 circa € 13,1 miljoen.

15

Uiteraard moeten hierbij ook het aantal en de omvang van de door onze organisatie spelende risico’s worden betrokken. In het geval dat de risico’s tot extra lasten zullen leiden, zal dit een extra beslag leggen op de middelen van de algemene reserve. Dit heeft dan structureel een negatieve invloed op de exploitatie tot gevolg.

3.1.4 Risico’s Onder risico’s wordt verstaan: alle redelijk voorzienbare onzekerheden die niet kwantificeerbaar zijn, waardoor er geen voorzieningen kunnen worden gevormd. Kenmerk is dus dat er geen exact bedrag aan een risico gekoppeld kan worden. Het weerstandsvermogen dient om risico’s af te dekken waarvoor nog geen voorziening is getroffen of waarvoor geen verzekering is afgesloten.

Weerstandsvermogen Met ingang van de jaarrekening 2015 worden de uitkomsten van de gehanteerde methodieken van Den Haag en Rijswijk in deze paragraaf opgenomen en met elkaar vergeleken om het weerstandsvermogen van het IPP te bepalen en inzichtelijk te maken. Methode Naris Het voorlopige risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van een softwareprogramma (Naris), welke door de Gemeente Rijswijk wordt gehanteerd bij beoordeling van projecten, waarmee risico’s systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld.

Belangrijkste financiële risico's Risico

Kans Financieel gevolg

Invloed

Afzet Hoornwijck

25%

max.€ 4.713.000

66,8%

Afzet Treubstraat en omgeving

25%

max.€ 1.635.000

23,2%

Afzet Sylvain poonsstraat

25%

max.€

22.000

0,3%

Vennootschapsbelasting plicht

25%

max. € 681.000

9,7%

Totaal maximaal risico € 7.051.000 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 7.051.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risico simulatie blijkt dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 1.760.000 (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van het IPP bestaat uit het geheel aan middelen welke de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

16

Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand

Startcapaciteit

Reserves IPP

€ 13.124.000

Totale weerstandscapaciteit

€ 13.124.000

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

Risico's: Bedrijfsproces Financieel

Weerstandscapaciteit:

Imago / politiek Informatie / strategie

Algemene reserve

Juridisch / aansprakelijkheid

Onvoorzien

Letsel / veiligheid

Reserves IPP

Materieel Milieu Personeel / arbo Product

Weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen:

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

=

€ 13.124.000 € 1.760.000

= 7,46

17

Weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

Uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

Voldoende

D

0.8-1.0

Matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

De ratio valt binnen waarderingscijfer A. Geconcludeerd kan worden dat op dit moment, volgens de huidige analyse van de mogelijke risico’s, vertaald in het benodigde weerstandsvermogen, de waardering ‘uitstekend’ van toepassing is. Naast deze benadering van het bepalen van het weerstandvermogen (Methode Naris) is ook de risicobepaling voor grondexploitaties (Methode grondexploitaties/projecten IPP) opgenomen. Methode grondexploitaties/projecten IPP Grondexploitaties/projecten IPP De risico’s voor de grondexploitaties/projecten van het IPP worden verdeeld in marktrisico’s en projectrisico’s en -kansen. Uitgangspunten marktrisico:

Marktrisico’s hangen onder andere samen met vertraging in de uitgifte, programmarisico’s en veranderende marktomstandigheden. Om deze risico’s te kunnen bepalen wordt 12 % grondprijsverlaging als uitgangspunt gehanteerd. De marktrisico’s voor de grondexploitaties of projecten van het IPP betreffen tegenvallende marktomstandigheden en (met name voor de grex Hoornwijck) programmatische risico’s. Projectrisico’s en-kansen: Dit zijn mogelijk benoembare risico’s zoals aanbestedingsrisico’s voor bouw en woonrijpmaken, grondvervuiling, extra plankosten etc., met een benoembare kans (25% of 50%) van optreden (impact). Bij een impact van hoger dan 50% wordt deze opgenomen in de exploitatie, anders maakt het onderdeel uit van het weerstandsvermogen. Uitkomst berekening risico en benodigd weerstandsvermogen Hoofdstuk

Ongewenste gebeurtenis

Risico

%

Impact

Projectrisico’s

Tijdelijk beheer Treubstraat locatie 1 en 5

18

Tijdelijk beheer Treubstraat locatie 1 en 5

1 jaar extra kosten tijdelijk beheer

€ 10.000

50%

€ 5.000

€ 10.000

50%

€ 5.000

€ 50.000

50%

€ 25.000

Aanlegkosten Bodem Sylvain Poonsstraat Asbestsanering Treubstraat

Asbestsanering niet onderzochte kruipruimtes

Totaal aanlegkosten

€ 60.000

€ 30.000

Plankosten Plankosten Sylvain Poonsstraat

Vertraging plankosten

€ 65.000

50%

€ 33.000

Plankosten Treubstraat locaties 2 en 3

Vertraging plankosten

€ 103.000

50%

€ 52.000

Plankosten Hoornwijck

Vertraging plankosten

€ 415.000

50%

€ 208.000

Plankosten Treubstraat locatie 1 en 5

Vertraging plankosten

€ 131.000

50%

€ 66.000

Totaal plankosten

Overige kosten

€ 714.000

Vennootschapsbelasting

€ 681.000

€ 359.000

25%

€ 170.000

Totaal overige kosten

€ 681.000

€ 170.000

Totaal projectrisico’s

€ 1.465.000

€ 564.000

Marktrisico’s Uitgifte Hoornwijck

12% lagere grondprijs Hoornwijck

€ 600.000

€ 600.000

Uitgifte Treubstraat locatie 2 en 3

12% lagere grondprijs Treubstraat 2 en 3

€ 209.000

€ 209.000

19

Uitgifte Treubstraat locatie 1 en 5

€ 370.000

€ 370.000

Totaal marktrisico’s

€ 1.179.000

€ 1.179.000

Totaal risico’s

€ 2.644.000

€ 1.743.000

Hoofdstuk

12% lagere grondprijs Treubstraat 1 en 5

Gewenste gebeurtenis

Kans

%

Impact

€ 46.000

50%

€ 23.000

Projectkansen Uitgifte Sylvain Poonsstraat

Totaal saldo risico’s en kansen

-€ 2.598.000

-€ 1.720.000

-€ 1.641.000 € 79.000

Toename marktrisico’s

-€ 89.000

Kans hogere opbrengst Sylvain Poonsstraat

€ 23.000

Toename risico plankosten

-€ 8.000

Toename risico aanlegkosten

-€ 5.000

-€ 79.000

Uit de bovenstaande risicoberekeningen blijkt dat voor de grondexploitaties/projecten van het IPP een berekend risico van € 1.720.000 bestaat. Bij de vorige jaarrekening bedroeg het berekend risico € 1.641.000. Ten opzichte van het laatst vastgestelde risicoprofiel is er een nadelig verschil van € 79.000, die bestaat uit de toename marktrisico’s (€ 89.000 nadelig), toename kans hogere opbrengst

20

Sylvain Poonsstraat (€ 23.000 voordelig) toename risico plankosten (€ 8.000 nadelig) en toename risico aanlegkosten (€ 5.000 nadelig). In de volgende paragraaf worden nader ingegaan op deze verschillen. Toename marktrisico’s € 89.000 nadelig Het marktrisico van 12% lagere grondopbrengsten is gestegen met € 89.000, omdat bij met name locatie 1 en 5 de geraamde grondopbrengsten zijn toegenomen. Dit is te verklaren uit het feit dat verkoop in bestaande staat voor locatie 1 en 5 hoger getaxeerd wordt dan verkoop van grond in gesloopte staat. Omdat het marktrisico een afgeleide is van de hoogte van de grondopbrengsten leidt een hogere waardering van de gronden bij locatie 1 en 5 ook tot een hoger marktrisico. Dit leidt tot een nadelig verschil van € 89.000 aan marktrisico’s. Kans hogere opbrengst Sylvain Poonsstraat € 23.000 voordelig Bij de nieuwe grondexploitatie Sylvain Poonsstraat is er een kans op een hogere opbrengst van € 23.000 bij gunstige marktomstandigheden. Op dit moment is op basis van een taxatie door een makelaar de grondopbrengst getaxeerd op € 300 per m². Bij gunstige marktomstandigheden wordt een grondopbrengst van € 325 per m² mogelijk geacht. Dit leidt tot een kans van € 23.000 bij de locatie Sylvain Poonsstraat. Toename risico plankosten € 8.000 nadelig Het risico op de plankosten is licht gestegen.

Het toevoegen van de nieuwe grondexploitatie Sylvain Poonsstraat leidt tot een toename van € 33.000 aan risico plankosten ten opzichte van de vorige jaarrekening. Daar staat wel tegenover dat het risico op de plankosten bij de locatie Hoornwijck is afgenomen met € 27.000. Dit is te verklaren uit het feit dat het risico op plankosten wordt afgeleid van de plankosten in het laatste jaar en deze lager zijn bij de grondexploitatie Hoornwijck dan bij de vorige jaarrekening voornamelijk vanwege de aangepaste verdeling van de indirecte apparaatslasten. Toename risico aanlegkosten € 5.000 nadelig Het risico op de aanlegkosten is met € 5.000 gestegen. Dit is te verklaren uit de toevoeging van de grondexploitatie Sylvain Poonsstraat, waar mogelijk een risico op afvoerkosten vervuilde grond van € 5.000 wordt verwacht. Corona-crisis In 2020 zorgde de Corona-crisis in Nederland en de wereld voor een enorme impact op het dagelijks leven en de economie. Op basis van de huidige informatie heeft de Corona-crisis geen belangrijke impact op de opgenomen schattingen en waarderingen in de programmabegroting 2022.

Uitkomst beide methodes Uit de berekeningen volgens de Methode grondexploitaties/IPP blijkt dat voor de grondexploitaties van het IPP een benodigde weerstandscapaciteit nodig is van € 1.720.000. De benodigde weerstandscapaciteit zoals bepaald met de methode Naris bedraagt € 1.760.000

21

Gezien het feit dat de beschikbare weerstandscapaciteit van het IPP € 13.124.000 bedraagt betekent dit dat de risico’s zijn op te vangen met de bestaande algemene reserve.

3.1.5 Kengetallen BBV Het BBV schrijft een aantal financiële kengetallen voor, waarvan de methodiek van berekenen op een door de wetgever bepaalde wijze is vastgesteld. Het is de bedoeling van de wetgever dat met het opnemen van financiële kengetallen in de jaarrekening meer inzicht wordt bereikt in de onderlinge samenhang van de cijfers van een jaarrekening. Kengetallen - netto schuldquote

jaarrekening 2020

begroting 2021

begroting 2022

-195

-194

-165

- netto schuldquote Gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-195

-194

-165

- solvabiliteitsratio

99

100

100

- grondexploitatie

40

95

120

- structurele exploitatieruimte

13

1,5

3,5

Toelichting: Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de jaarrekening of de balans. Netto schuldquote Dit kengetal is negatief, omdat het IPP wel vorderingen heeft, maar zeer beperkt is in kortlopende schulden. Het kengetal is een percentage van de vorderingen uitgedrukt in een percentage van de baten. Het negatieve getal fluctueert, omdat de reserves toenemen en tegelijkertijd het totaal van de baten afnemen. Hierdoor ontstaat er meer liquiditeit. Apart wordt dit kengetal gecorrigeerd voor verstrekte leningen. Het IPP verstrekt geen leningen. Om deze reden zijn beide kengetallen gelijk. Solvabiliteitsratio Deze ratio kan maximaal 100% van het totaal vermogen bedragen. Het IPP heeft een hoog percentage doordat er geen langlopende schulden aanwezig zijn. Het IPP heeft een relatief gering bedrag aan kortlopende schulden. Met deze laatste categorie wordt in de begroting geen rekening gehouden. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe de waarde van de bouwgronden zich verhoudt tot de geraamde baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat de waarde moet worden terugverdiend uit de grondverkopen. Hoe lager het kengetal, hoe hoger het risico voor de exploitatie indien het terugverdienen onverhoopt niet of gedeeltelijk lukt.

Dit kencijfer wordt berekend door het totaal te nemen van de investeringen in grondexploitaties circa € 6,7 miljoen uit te drukken in een percentage van het totaal van de exploitatiebaten van circa € 8,1 miljoen. Een hoog percentage van 120% geeft een snelle terugverdientijd aan van circa 1 jaar. Dit is een theoretische benadering en gebaseerd op

22

de cijfers 2022. Dit percentage is alleen betrouwbaar, als de opbrengsten jaarlijks een constant beeld geven, maar dat is niet het geval. Bij toeval worden de resterende gronden naar verwachting in 2022 verkocht, zodat de terugverdientijd nu nog korter dan een jaar bedraagt. In werkelijkheid bedraagt de terugverdientijd van Hoornwijck vele jaren. Structurele exploitatieruimte Dit verhoudingsgetal geeft aan in hoeverre er structurele ruimte bestaat in het saldo van structurele lasten en -baten uitgedrukt in een percentage van het totaal van de exploitatiebaten om incidentele lasten op te kunnen vangen. Een percentage van 3,5 biedt relatief weinig ruimte om voorkomende incidentele lasten op te kunnen vangen. In geval van incidentele lasten zal dan al snel een beroep moeten worden gedaan op de algemene reserve; Er is structureel circa € 291.000 beschikbaar (door het ontbreken van incidentele lasten en baten is dit bedrag gelijk aan het geraamde begrotingssaldo) om de incidentele lasten op te kunnen vangen. Onderlinge samenhang van de kencijfers Uit de gegeven kencijfers is te concluderen, dat het IPP over een zeer sterk eigen vermogen beschikt en geen vreemd vermogen heeft. De terugverdientijd van de investeringen is niet goed uit het kengetal af te leiden. In 2022 worden nagenoeg alle resterende gronden verkocht. Hierdoor lijkt het dat de terugverdientijd korter is dan 1 jaar.

Er is 3,5% van de totale baten ofwel € 291.000 beschikbaar om het nadelig saldo van incidentele lasten- en baten op te kunnen vangen. Hierdoor kan al snel een beroep worden gedaan op de algemene reserve.

23

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Het IPP heeft een parkeergarage aan de Handelskade te Rijswijk. Dit object is op dit moment verhuurd aan derden. Een onderhoudsvoorziening is niet gevormd.

24

3.3 Bedrijfsvoering: organisatie en werkwijze Het Algemeen Bestuur Kaderstellend. Het AB heeft alle bevoegdheid die niet of ingevolge de regeling aan het DB of de voorzitter is opgedragen (art. 8 van de gemeenschappelijke regeling). In de praktijk worden de begroting, jaarrekening, de (herziening van de) grondexploitaties en grond aan- en verkoopvoorstellen die buiten de vastgestelde kaders vallen aan het AB ter besluitvorming voorgelegd.

Het Dagelijks Bestuur Bepaalt strategie. Het DB kan worden beschouwd als de bestuurlijk opdrachtgever en bepaalt als zodanig het te voeren beleid, dat op hoofdlijnen aan het AB ter goedkeuring wordt voorgelegd. Het DB stuurt vooral op inhoud en op (procesmatige) randvoorwaarden. Verder vervult het DB op aangeven van de directie in voorkomende gevallen een rol bij de bestuurlijke communicatie (onder andere richting hogere overheden en richting gemeenten) en acquisitieactiviteiten van het IPP. De voorzitter van het DB lijkt het meest aangewezen DBlid dat namens het DB op dit punt als gezicht naar buiten fungeert De directie Uitvoering. De directie kan worden beschouwd als ambtelijk opdrachtgever, die ervoor zorgt dat de (inhoudelijke) bestuursopdracht wordt uitgevoerd en hierover verantwoording aflegt aan het DB. In concreto zorgen de directieleden voor de voorbereiding en uitvoering van besluiten van het AB en DB (naast de voorbereiding en uitvoering van besluiten die vallen binnen het verkregen directiemandaat), het doelmatig beschikbaar stellen van mensen en middelen (inrichting projectorganisatie, inhuur expertise e.d.), het nemen van beslissingen over inhoud, financiën en voortgang van projecten van het IPP binnen de vastgestelde kaders en het informeren en betrekken van de gemeentelijke organisaties (hier kunnen projectleiders mee worden belast).

De directie fungeert naar buiten toe als het boegbeeld van het IPP voor alle zaken die tot het primaire proces behoren. Projectleiders De projectleiders zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van de verschillende projecten. De kosten voor de inzet van de projectleiders komen ten laste van de grondexploitaties waarvoor zij werkzaamheden verrichten.

25

3.4 Verbonden partijen Het IPP is een gemeenschappelijke regeling van de gemeenten Den Haag en Rijswijk met een stemverhouding van 50-50%. Het IPP heeft geen deelnemingen c.q. belangen in andere partijen.

26

3.5 Grondbeleid 3.5.1 Inleiding Het Industrieschap Plaspoelpolder voert een actief grondbeleid. Actief grondbeleid betekent in hoofdlijnen dat het IPP zich richt op de verwerving van gronden, het bouw- en woonrijp maken hiervan en de uitgifte van deze gronden aan ontwikkelaars of bedrijven. De risico’s die actief grondbeleid met zich mee neemt, zijn voor rekening van het IPP. Actief grondbeleid is voor het IPP een middel om tegemoet te komen aan haar doel nieuwe bedrijventerreinen in haar rechtsgebied aan te leggen conform artikel 2 Gemeenschappelijke Regeling IPP 1 januari 2017 en zodoende regie te hebben op het voorzien in de kwalitatieve en kwantitatieve vraag naar bedrijventerrein in de regio Haaglanden. De doelstellingen van het grondbeleid van het IPP zijn verwoord in de Nota Grondbeleid. Deze nota is in 2016 geactualiseerd. De Nota is een bestuurlijk kader voor de verwerving en uitgifte van grond en de te hanteren methodieken van gronduitgifte en grondprijsbepaling.

3.5.2 Verwerving Het IPP verwerft bij voorkeur alle gronden van het beoogde nieuwe bedrijventerrein in eigendom. Ook op bestaande bedrijvenlocaties kan het IPP er toe besluiten om actief gronden te verwerven om haar doelstellingen te bereiken. Het IPP verwerft enkel locaties die reeds in de regionale bedrijventerreinenprogrammering zijn opgenomen. Bovendien verwerft het IPP enkel locaties indien de (her)ontwikkeling voor het IPP (op voorcalculatorische basis) in minimaal een budgettair neutrale of een positieve grondexploitatie resulteert. Voor elke, mogelijk te verwerven locatie wordt een businesscase opgesteld om de haalbaarheid en strategie van de ontwikkeling te bepalen.

3.5.3 Uitgifte De voorwaarden die het IPP hanteert bij de verkoop van grond, zijn vastgesteld in de Algemene Verkoopvoorwaarden van het IPP. Om te voorkomen dat er sprake kan zijn van ongeoorloofde staatssteun, dient de prijs van de grond bij uitgifte tenminste marktconform te zijn. Het IPP maakt bij gronduitgifte daarom gebruik van een open en onvoorwaardelijke biedprocedure of van een marktconforme taxatie door een onafhankelijke deskundige.

3.5.4 Grondprijzen De prijs van de grond bij uitgifte door het IPP dient tenminste marktconform te zijn. Het kader voor de grondprijzen is vastgesteld in een Grondprijzenbrief. De basismethode voor grondprijsberekening is bij het IPP de comparatieve methode. De grondprijs wordt bij deze methode bepaald op basis van vergelijking met soortgelijke grondtransacties in de regio. Daarbij worden specifieke eigenschappen van een locatie en project in beschouwing genomen. In de Grondprijzenbrief worden de grondprijzen vastgesteld in indicatieve bandbreedtes, met inachtneming van de ligging, bereikbaarheid en bebouwingsmogelijkheden van de beschikbare kavels en om enige onderhandelingsruimte te bieden. De onderkant van de indicatieve bandbreedte geldt als minimum. Indien de grondprijs in afwijking van de ondergrens van de bandbreedte wordt bepaald, is instemming van het bestuur van het IPP vereist.

27

De bandbreedte in de grondprijzen die het IPP hanteert, worden gemonitord aan de actuele en verwachte marktomstandigheden. De Grondprijzenbrief wordt zodoende minimaal één keer per twee jaar door het bestuur opnieuw vastgesteld.

3.5.5 Grondexploitaties Voor elk nieuw (sub)complex van gronden wordt een grondexploitatie opgesteld en vastgesteld. De risico’s voor de grondexploitatie zijn voor rekening van het IPP. Om deze risico’s beheersbaar te houden, wordt de grondexploitatie jaarlijks geactualiseerd. De geprognosticeerde eindresultaten van de nog lopende exploitaties op basis van de laatste kostprijsberekeningen en de jaarrekening 2020 zijn (in de resultaten is rekening gehouden met de periode vanaf 1 januari 2021): Hoornwijck

€ 6.254.000 nadelig

Treubstraat

€

395.000 nadelig

Sylvain poonsstraat

€

309.000 voordelig

Er is een voorziening genomen voor Hoornwijck en Treubstraat en dit is verrekend met het saldo van de grondexploitatie.

28

3.6 Lokale heffingen Door het IPP worden geen belastingen c.q. retributies geheven.

29

3.7 Financiering 3.7.1 Algemeen De financieringsparagraaf richt zich op de treasuryfunctie: de wijze waarop het Industrieschap omgaat met haar financiële geldstromen en vermogensposities. Van belang hierbij is hoe het Industrieschap omgaat met financiële risico’s, de mate waarin over voldoende geldmiddelen kan worden beschikt om op korte termijn (liquiditeit) aan haar schulden te kunnen voldoen en de manier waarop op lange termijn de financiering is geregeld.

3.7.2 Risicobeheer Renterisicobeheer De verhouding tussen de boekwaarde van de activa en de eigen financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) zegt iets over de mate waarin de begroting gevoelig is voor renteontwikkeling. De investeringen in de grondexploitaties en de vastgoedexploitatie etc., circa € 6,9 miljoen per begin 2022 worden met eigen financieringsmiddelen (vooral de algemene reserve) gefinancierd. Per begin 2022 wordt het saldo van de eigen financieringsmiddelen geraamd op circa € 13,2 miljoen, zodat er een financieringsoverschot bestaat van circa € 6,3 miljoen. Dit is wel een momentopname. Kortlopend renterisico (Kasgeldlimiet) Het renterisico op kortlopende geldleningen (< 1 jaar) is door de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) gemaximaliseerd tot de kasgeldlimiet. Deze limiet is gesteld op 8,2% van de begrotingsomvang van 2022. Dit betekent dat bij een begrotingsomvang van € 8.120.000 de kasgeldlimiet € 666.000 bedraagt. De kasgeldlimiet is in deze jaren van relatief lage investeringen in gronden van minder belang. Door de grondverkopen beschikt het IPP over een kapitaaloverschot. Dit vertaalt zich in een vordering in rekening-courant bij de gemeente Rijswijk. Per 1 januari 2022 wordt ingeschat dat het schap een vordering in rekening-courant bij de gemeente Rijswijk zal hebben opgebouwd van € 6,3 miljoen.

Zolang de investeringen op een laag peil blijven, zal er niet worden geleend en zal er geen overschrijding van de kasgeldlimiet kunnen ontstaan, waardoor het IPP binnen de kaders van de Wet FIDO blijft. Op basis van deze begroting heeft het IPP een financieringsoverschot gedurende 2022 van gemiddeld € 9,8 miljoen1. In 2022 neemt het financieringsoverschot toe met € 7,3 miljoen (van € 6,3 miljoen per begin van het jaar tot circa € 13,4 miljoen aan het einde van het jaar). Deze toename wordt veroorzaakt door de grondverkopen locaties Treubstraat, Sylvain poonsstraat en vooral door de geraamde verkoopopbrengst van Hoornwijck van € 5 miljoen. Kredietrisicobeheer Het kredietrisico wordt veroorzaakt door de mogelijkheid dat de instelling waaraan geld is verstrekt niet in staat blijkt te zijn, de rente en aflossing op verstrekte leningen te voldoen. Door het Industrieschap worden geen leningen verstrekt aan derden.

1 Dit betekent dat het IPP op basis van de beschikbare informatie per februari 2021 gemiddeld in 2022 € 9,8 miljoen aan financieringsmiddelen beschikbaar heeft om te kunnen aanwenden voor eventueel nieuwe investeringen.

30

3.7.3 Liquiditeitbeheer Het liquiditeitbeheer betreft het financieren en uitzetten van middelen voor de perioden van één jaar of korter. Zoals aangegeven zal tot het bedrag van de kasgeldlimiet eventueel een financieringstekort met kortlopende geldleningen worden gefinancierd. Echter op dit moment zijn er nog geen grote investeringsplannen. Het IPP beschikt over overtollige financieringsmiddelen en belegt deze middelen via de rekening-courant positie met de gemeente Rijswijk bij de Schatkist. Hiervoor ontvangt het IPP in 2020 0% rente, Een alternatief voor gemeenschappelijke regelingen om overtollige financieringsmiddelen voor de korte termijn (< 1 jaar) uit te zetten is ingevolge de Wet verplicht Schatkistbankieren niet voorhanden. Vanaf 2021 wordt rekening gehouden met eveneens 0,0% rente op jaarbasis.

31

4. Financiële begroting

32

4.1 Programmabegroting 2022

BESTEMMING VAN HET RESULTAAT Algemene reserve Het voordelig resultaat 2022 wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Afwijkingen ten opzichte van de ramingen 2021 (zowel positief als negatief) worden bij het samenstellen van de jaarrekening 2021 direct in de overeenkomstige reserves verwerkt.

33

4.2 Toelichting op de algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen bestaan vooral uit opbrengsten, welke niet aan programma’s zijn toe te rekenen.

34

4.3 Meerjarenbegroting 2022-2025

Incidentele baten x € 1.000 Resultaat Treubstraat, locatie 5

Raming 2022

735

0 Totaal baten

735

Incidentele lasten x € 1.000

Totaal incidentele lasten Saldo incidentele baten en lasten (voordelig

0 735

Toelichting Resultaat Treubstraat, locaties 5 Dit is het resultaat van een deel van de verkochte locaties 5 in 2022. Deze locatie is, conform de regelgeving BBV uit de boekwaarde van de grex Treubstraat gehaald en het resultaat hiervan ten gunste van de exploitatie gebracht.

35

6. Bijlagen

36

Bijlage 1

37

Bijlage 2

38

Bijlage 3

39

Bijlage 4

40

Bijlage 5 Aanvullende informatie ingevolge de BBV begroting 2022 In deze aparte bijlage wordt aanvullende informatie verstrekt, zoals is voorgeschreven door het BBV. Het gaat om informatie over 1. 2. 3. 4.

uniforme indeling van taakvelden overheadkosten taakveld treasury set van beleidsindicatoren

1. Uniforme indeling van taakvelden Een Gemeenschappelijke Regeling is conform vernieuwing BBV (Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV van 5 maart 2016) verplicht om baten en lasten te splitsen in taakvelden, in zowel de begroting als de jaarrekening. In bijlage 1 van de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 april 2016 nr. 2016-0000217051, worden taakvelden voorgeschreven. Hierna volgt een overzicht van de specifieke taakvelden, welke worden gebruikt door het IPP ingedeeld naar kostensoorten. (bedragen in duizenden euro's) Kosten-Omschrijving soort

Totaal

2.1

3.1

351

38

438

5.1

begroting

belastingen

grond

ingeleend

overige goederen

inkomens-

rente

personeel

en diensten

overdrachten

2020

7.4

347 5.528 1.185 34

11

Totaal lasten taakveld

7.094

11

Baten taakveld 0.4 Algemeen bestuur 8.2 Ontw. en uitgifte nieuwe locaties 8.2 Herstructurering werklocaties 0.8 Algemene dekkingsmiddelen

238 5.837 1.920 126

Totaal baten taakveld

8.121

0

5.553

0

0

0

0

Saldo baten en lasten 0.10 Mutaties algemene reserve

1.027 1.027 0

-11 -11 0

5.553 5.553 0

-211 -211 0

-409 -409 0

-9 -9 0

0 0 0

102 284

3.6 huren

9

25 5.244 1.185 0

23 0

211

409

9

0

0

0

25

6.429

238 284 1.920

5.553 10

116

0

10

116

2.442

0 0 0

10 10 0

91 91 0

-3.987 -3.987 0

2. Overheadkosten Overheadkosten zijn volgens het BBV “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Deze kosten mogen aan de projecten worden toegerekend, maar moeten tegelijkertijd in de exploitatie zichtbaar zijn. In de begroting 2022 zijn evenals in vorige jaren de overheadkosten in het programma algemeen beheer opgenomen en toegerekend aan de diverse grondexploitaties. Hierna wordt een overzicht van de cijfers opgenomen.

Onderdeel

verrekeningen

rente

Lasten taakveld 0.1 Algemeen bestuur 8.2 Ontw. en uitgifte nieuwe locaties 8.2 Herstructurering werklocaties 0.8 Algemene dekkingsmiddelen

211

3.3

toegerekende pachten

Raming

Raming

Realisatie

Lasten 2022

Lasten 2021

Lasten 2020

Materieel

48

48

75

Personeel

206

211

285

41

Totaal apparaatskosten

254

259

360

Naar projecten

174

259

247

Restant

80

0

113

3. Taakveld Treasury In de begroting 2022 bestaan er geen rentelasten en -baten over zowel korte- als lange termijnfinanciering. De opbrengsten wegens belegd eigen vermogen bedragen nihil, omdat het vermogen belegd is bij de Schatkist van de Nederlandse Staat. Het percentage van belegd vermogen bij de Schatkist bedraagt al jaren 0%. Er bestaat nog geen uitzicht op een hoger percentage. Het resultaat van dit taakveld is dan ook nihil. 4. Set van Beleidsindicatoren De voorgeschreven beleidsindicatoren zijn opgenomen in de ministeriële regeling van BZK van 24 maart 2016 en zijn ook voorgeschreven voor gemeenschappelijke regelingen zoals het IPP. Echter bijna alle beleidsindicatoren zijn van toepassing op provincies en gemeenten. Met betrekking tot het taakveld algemeen bestuur (bestuur en ondersteuning) zijn alleen de indicatoren externe inhuur en overhead van toepassing. De indicator externe inhuur geeft weinig inzicht, omdat het IPP geen personeel in dienst heeft. Hierdoor is de uitkomst van deze indicator 100%. De andere indicatoren van het taakveld bestuur en ondersteuning worden uitgedrukt per inwoner. Deze indicatoren vervallen voor het IPP, omdat het IPP niet aan inwoners is gerelateerd.

nr.

taakveld

beleidsindicato r eenheid

4.

0. Bestuur en

Externe inhuur

ondersteuning

bron

Kosten als percentage Begroting

uitkomst 100%

van totale loonsom + inhuur externen

5.

0. Bestuur en ondersteuning

Overhead

Percentage van de totale

Begroting

3,6%

Lasten

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10043760/1