RIS308449 Beantwoording SV Sisverbod
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
22 juni 2021
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer De Mos, luidend: ‘Sisverbod’
OCW/10112390 RIS308449
Het raadslid de heer De Mos heeft op 12 april 2021 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met onderstaande berichten (1,2,3,4)? Bijna de helft van de Hagenaars heeft te maken gehad met straatintimidatie blijkt uit onderzoek.
Ja, het college is bekend met onderstaande berichten. 2.
Heeft het college - met deze cijfers - de bereidheid om eindelijk werk te maken van het invoeren van een pikpraat-app, waar mensen op een eenvoudige, veilige en anonieme manier melden dat ze op straat worden nagesist, nageroepen of lastiggevallen. De gemeente stuurt vervolgens vaker handhavers naar die plekken? Graag een toelichting. Waarnemend burgemeester Remkes had ons beloofd dat het stadsbestuur meer zou doen tegen straatintimidatie. Hij zou met zijn collega’s uit de drie andere grote steden in gesprek gaan over de mogelijkheden en samen optrekken richting de landelijke overheid om het sisverbod in te voeren. Hiermee zou het beboeten van mensen die vrouwen nasissen of uitschelden mogelijk worden.
Zoals het college in de afdoening van de motie ‘Pikpraat-app tegen straatintimidatie’ (RIS304661) heeft toegelicht, heeft het Gerechtshof Den Haag in haar uitspraak van 19 december 2019 geoordeeld dat de bepaling in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Rotterdam die zogenaamde straatintimidatie strafbaar stelt, in strijd is met de vrijheid van meningsuiting zoals bepaald in de Grondwet. De conclusie van het hof daarbij is dat alleen de wetgever in formele zin bevoegd is om dergelijk gedrag (taalgebruik en gedragingen) strafbaar te stellen. In maart 2018 is een voorstel van wet ingediend bij de Tweede Kamer tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en andere wetten in verband met de modernisering van de strafbaarstelling van verschillende vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag (Wet seksuele misdrijven). Sinds de indiening van het wetsvoorstel hebben er diverse overleggen tussen de gemeenten Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Tilburg plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in een gezamenlijke reactie op het voorontwerp van het wetsvoorstel seksuele misdrijven waarbij specifiek wordt ingegaan op seksuele intimidatie (zie bijlage). De door de G4 + gemeente Tilburg aangedragen aandachtspunten zijn verwerkt in het voorliggende wetsvoorstel dat op 8 maart 2021 in consultatie is gegeven.
Op dit moment bereidt het college, samen met de gemeente Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Tilburg, een reactie voor op de consultatie. De strekking van deze reactie zal zijn dat de gemeenten blij zijn met de wijzigingen in het wetsartikel die aansluiten bij de suggesties die in de eerdere consultatieronde zijn gedaan. Desalniettemin wordt een aantal kanttekeningen gemaakt.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10112390
Vanwege het ontbreken van juridische grondslag kan er op dit moment geen opvolging aan een melding kan worden gegeven. Om deze reden is het invoeren van een app niet zinvol. Daarnaast blijkt uit de praktijk in Rotterdam dat de StopApp, waarmee vrouwen seksuele intimidatie op straat kunnen melden, van de meer dan 2000 meldingen in 2018 slechts tot één casus heeft geleid waarin de BOA getuige was van straatintimidatie. 3.
Wat is er uit het grootstedelijke overleg voortgekomen? Graag de gespreksverslagen en actiepunten.
Uit de overleggen met de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Tilburg blijkt dat de bestrijding tegen straatintimidatie bij alle voorgenoemde steden op de agenda staat. Naast overleggen met betrekking tot de wijziging van het wetsvoorstel seksuele misdrijven, vinden er overleggen plaats waar de inzet op de bestrijding van straatintimidatie wordt besproken en ervaringen worden gedeeld over onder andere publieke campagnes. Deze input wordt meegenomen in het plan van aanpak om straatintimidatie in Den Haag te bestrijden. Naar verwachting wordt het plan van aanpak vóór de zomer gepresenteerd, zoals eerder is aangekondigd (RIS308243). 4.
Wat gaat het college verder doen om straatintimidatie aan te pakken en - eventueel in overleg met de andere grote steden - op de landelijke agenda te krijgen? Graag een toelichting.
Het college streeft ernaar dat mensen zich altijd en overal veilig voelen op straat. De bestrijding van straatintimidatie is daarom een onderdeel van het Uitvoeringsprogramma Vrouwenemancipatie 20202022 ‘Gelijke kansen voor Haagse vrouwen’ (RIS307292). Onderstaand een overzicht van de stand van zaken omtrent de actiepunten uit het uitvoeringsprogramma die betrekking hebben op straatintimidatie: De gemeente Den Haag is vanaf 25 november 2020 formeel aangesloten bij het Safe Streets programma van UN Women (de vrouwenrechtenorganisatie van de Verenigde Naties) door het UN manifest ‘Safe Streets’ te ondertekenen. Dit betekent dat de gemeente zich nog meer gaat inzetten voor het terugdringen van straatintimidatie. Eind 2020 is er een enquête onder ruim 10.000 inwoners uitgezet om de aard en omvang van straatintimidatie in kaart te brengen (RIS 308243). Als vervolg op de enquête zijn aan het begin van het tweede kwartaal 2021 interviews gehouden met respondenten van de enquête en hebben er groepsgesprekken met vrouwen, queer personen en mannen plaatsgevonden. De resultaten van de enquête, interviews en groepsgesprekken vormen de basis voor een plan van aanpak om straatintimidatie in Den Haag te bestrijden..
Met betrekking tot de landelijke agenda is, zoals in de beantwoording van vraag 2 is toegelicht, het college nauw betrokken bij de consultatie van het wetsvoorstel seksuele misdrijven waarbij Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Tilburg zich specifiek richten op seksuele intimidatie. Straatintimidatie staat hierdoor op de landelijke agenda.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10112390
5.
Wat kan het college, in samenwerking met o.a. het onderwijs, doen aan educatie/opvoeding en wat kan het college doen bij doorpakken bijvoorbeeld middels jeugdzorg als jongeren ontsporen? Graag een toelichting.
Momenteel is het college bezig met een plan van aanpak tegen straatintimidatie. Aan de hand van dit plan van aanpak wordt waar nodig samenwerking gezocht met andere beleidsterreinen om straatintimidatie tegen te gaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
(1,2,3,4) Zie bijlage
3/3