CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308415 Gratis parkeren Haagse winkelcentra bijlage 2

Commissie Leefomgeving 6 juli 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken10.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kiezen voor het kloppend hart

Onderzoek naar de keuzes die gemeenten kunnen maken voor een gezond winkelklimaat Lokale Monitor 2017

2

VOORWOORD Winkelgebieden vormen het kloppend hart van de buurt. In elke gemeente kunnen consumenten dagelijks kiezen uit een breed en betaalbaar aanbod van producten en diensten, zowel in fysieke winkels als thuis online. Dat wordt mogelijk gemaakt door 100.000 unieke winkeliers met handelsgeest, innovatiekracht en vakmanschap. En uiteraard samen met de ruim 780.000 medewerkers, die een leuke baan in de retail hebben en hierin veelal hun eerste werkervaring op doen. Elke dag verwelkomen zij verspreid door Nederland miljoenen mensen en komen zij steeds vaker bij klanten aan de deur om de aankopen af te leveren. Voor een goed detailhandelsklimaat met aantrekkelijke winkelgebieden is een betrokken lokale overheid van cruciaal belang. Gemeenteraadsleden, wethouders en burgemeesters maken dagelijks keuzen die van invloed zijn op het functioneren van de detailhandel. Het gaat bijvoorbeeld om detailhandelsvisies, lokale belastingen en maatregelen voor veilige winkelstraten. Het is dan ook te prijzen dat steeds meer gemeenten via bijvoorbeeld de Retailagenda werk maken van het detailhandelsklimaat. In de Lokale Monitor 2017 maakt Detailhandel Nederland inzichtelijk welke keuzes lokale politici kunnen maken voor een gezond detailhandelsklimaat.

Wij gaan graag met politici het gesprek aan en onderzoeken hoe lokaal ingespeeld kan worden op de consumentenbehoefte en het veranderende detailhandelsklimaat. In het najaar behandelen gemeenten hun begroting voor volgend jaar. Detailhandel Nederland vraagt lokale politici hierbij om de lokale lasten stevig tegen het licht te houden en te onderzoeken of bijvoorbeeld parkeertarieven kunnen worden verlaagd, afgeschaft of vervangen door de alternatieven. In maart 2018 vinden er weer gemeenteraadverkiezingen plaats. Deze monitor geeft, samen met de verkiezingsbrochure ‘uw kiezers, onze klanten 2018’ aanbevelingen voor de honderden coalitieakkoorden en programma’s die hierop volgen. Belangrijk is bijvoorbeeld dat gemeenten onderling samenwerken bij het terugdringen van leegstand. De Lokale Monitor 2017 biedt daarmee hopelijk een inspiratiebron voor goed detailhandelsbeleid in Nederlandse gemeenten. Detailhandel Nederland koestert de samenwerking tussen ondernemers en overheid om winkelgebieden aantrekkelijk te houden. Voor onze klanten, voor de economische vitaliteit van gemeenten en voor de levendigheid van steden en dorpen in Nederland.

Guido van Woerkom Voorzitter Detailhandel Nederland

Kiezen voor het kloppend hart is een uitgave van Detailhandel Nederland 3

Kiezen voor het kloppend hart

INHOUD

5

Inleiding

7

Detailhandelsvisies

9

Leegstand

11

Parkeertarieven

14

Onroerendezaakbelasting

16

Reclamebelasting

19

Precariobelasting

21

Winkelcriminaliteit

23

Winkeltijden

27

Aanbevelingen

28

Onderzoek in één oogopslag

30

6

INLEIDING De detailhandel verandert ingrijpend. Veranderingen in voorkeuren en veranderd consumentengedrag, technologische vooruitgang, buitenlandse concurrentie en nieuwe bedrijfsmodellen hervormen de sector. Veranderingen in de sector detailhandel hebben gevolgen voor winkelgebieden. Het is dan ook verklaarbaar dat veel gemeenten momenteel actief bezig zijn met een herijking van hun detailhandelsbeleid. Dat gemeenten een zeer belangrijke rol spelen in de lokale detailhandel blijkt uit het recent verschenen rapport “Werk aan de winkel: Nederlandse detailhandel in versnelling richting 2025”, uitgevoerd door McKinsey & Company in opdracht van Detailhandel Nederland. Detailhandel Nederland heeft in 36 gemeenten de status van het lokaal detailhandelsbeleid onderzocht. Dit onderzoek helpt om inzichtelijk te maken welke besluiten gemeenten kunnen nemen over, voor winkeliers relevante, thema’s:

Detailhandelsvisie Volksvertegenwoordigers hebben een grote invloed op het detailhandelsklimaat in de gemeente. Op dit moment is dit relevanter dan ooit. Het winkellandschap verandert zichtbaar. Dit stelt gemeenten voor nieuwe keuzes en uitdagingen. Deze keuzes leggen gemeenten vast in de detailhandelsvisie. Detailhandel Nederland hecht er grote waarde aan dat deze detailhandelsvisie regelmatig wordt geactualiseerd en getoetst aan de ontwikkelingen in de detailhandel. Voor een effectief en krachtig beleid is het bovendien essentieel dat de visie wordt afgestemd met de buurgemeenten. Leegstand In Nederland is een overaanbod van winkels in de detailhandel. Gemiddeld staat ruim 7,4 procent van de winkelvloeroppervlakte leeg in 2017. Detailhandel Nederland maakt zich grote zorgen over het hoge percentage winkelleegstand. Door leegstaande panden neemt de aantrekkelijkheid van binnensteden en winkelgebieden af. Parkeerbeleid Klanten willen aan het einde van een dag winkelen met een goed gevoel naar huis gaan. Het parkeerbeleid in een gemeente speelt hierbij een belangrijke rol. De parkeergarage is namelijk het eerste en laatste wat de consument ziet bij een winkelbezoek. Het is het visitekaartje van de stad. Een gastvrij en aantrekkelijk parkeerbeleid is dan ook een must in een tijd waarin beleving een steeds belangrijker onderdeel uitmaakt van het winkelen.

Lokale lasten Lokale politici en bestuurders proberen tekorten in de begrotingen te dekken. Er zijn daardoor de laatste jaren veel lastenverzwaringen voor winkeliers doorgevoerd en het risico op stijgende lasten neemt toe. De onroerendezaakbelasting, precariobelasting en reclamebelasting zijn daar voorbeelden van. Gemeenten kunnen de opbrengsten van genoemde belastingen naar eigen inzicht besteden, anders dan bijvoorbeeld bij de rioolheffing. Veiligheid Gemeenten maken het verschil in de strijd tegen overlast, winkeldiefstal en georganiseerde criminaliteit. Een groot deel van de winkelcriminaliteit heeft een georganiseerd en professioneel karakter. Deze criminelen maken zich schuldig aan grootschalige winkeldiefstallen. Gemeenten kunnen veel doen in de strijd tegen bendes; om te beginnen door via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bedelarij en rooftassen te verbieden. Winkeltijden Met de openingstijden kunnen winkeliers inspelen op de wens van de consument om ‘s avond of in het weekend te winkelen. Gemeenten hebben de vrijheid om zelf te bepalen of – en in hoeverre – zij vrijstelling of ontheffing voor ruime openingstijden verlenen voor de avond of zondag. Onderzoeksopzet en opbouw Rapport Voor dit onderzoek heeft Detailhandel Nederland in 36 grote gemeenten een onderzoek uitgevoerd naar de staat van het detailhandelsklimaat.

Hiervoor is gebruik gemaakt van een breed scala aan bronnen, zoals; gemeentelijke detailhandelsvisies, lokale verordeningen, monitor COELO en monitor Locatus.

7

Lokale Monitor 2017

Na deze inleiding vindt u de meest opvallende resultaten per onderwerp. Tot slot doen wij een reeks aanbevelingen. Hiermee willen wij de gemeenteraadsleden adviseren bij hun besluitvorming. Het maken van de juiste keuzes is misschien wel belangrijker dan ooit. Keuzes die bijdragen aan een beter winkelklimaat voor consumenten en winkeliers: de inwoners van Nederland. Dat komt ondernemerschap, werkgelegenheid en leefbaarheid ten goede.

8

Kiezen voor het kloppend hart

DETAILHANDELSVISIES Elke gemeente is in beweging en verandert. De rol en functie van de detailhandel in gemeenten verandert mee en door de opkomst van digitale detailhandelskanalen gaat dit extra snel. Dit stelt nieuwe eisen aan winkels en winkelgebieden. Gemeenten hebben grote invloed op de mate waarin de detailhandel zich aan dit veranderende speelveld kan aanpassen. Daarmee bepaalt zij mede het succes van winkelstraten en winkelcentra. Om goed om te gaan met de snelle veranderingen is goed detailhandelsbeleid, vastgelegd in een goede detailhandelsvisie, onontbeerlijk.

Het belang van actueel detailhandelsbeleid Detailhandel Nederland hecht er grote waarde aan dat een gemeente haar detailhandelsvisie regelmatig actualiseert en toetst aan de ontwikkelingen in de detailhandel. Bij het opstellen van een geactualiseerde detailhandelsvisie helpt Detailhandel Nederland graag mee. In de monitor 2017 hebben wij een analyse gemaakt van de beschikbare detailhandelsvisies in gemeenten. Hierbij hebben wij de detailhandelsvisie getoetst aan negen essentiële indicatoren. Een sterke detailhandelsvisie moet bijvoorbeeld actueel zijn en beschikken over een goede analyse van het detailhandelsklimaat. Daarnaast is het van belang dat er in de visie scherpe keuzes worden gemaakt binnen beleidsterreinen die voor het detailhandelsklimaat van belang zijn. Hierbij gaat het om onder andere het terugdringen van winkelmeters, het kiezen voor kansrijke en kansarme gebieden, het voeren van een goed parkeerbeleid en het stimuleren van regionale gemeentelijke afstemming. Onder de tabel lichten wij de status van de verschillende indicatoren toe binnen de onderzochte 36 gemeenten.

Gemeente

Keuze voor Actief Regionaal Wordt samen- Bereikbaar- Is dienstverleJaar van kansrijk en verminderen perspectief en werking heid en ning aan huis Actiegepublicatie Analyse kansarm meters afstemming bevorderd parkeren toegestaan richtheid

Alkmaar

2011

Ja

Nee

Nee

Ja

Nee

Nee

Niet benoemd Beperkt

Almere

2014

Ja

Nee

Nee

Nee

Deels

Beperkt

Niet benoemd Beperkt

Alphen aan den Rijn

2016

Ja

Ja

Ja

Nee

Ja

Beperkt

Niet benoemd Redelijk

Amersfoort

2014

Ja

Nee

Beperkt

Ja

Ja

Ja

Toegestaan

Amsterdam

2017

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Niet benoemd Redelijk

Redelijk

Apeldoorn

2014

Beperkt

Nee

Nee

Nee

Beperkt

Ja

Niet benoemd Slecht

Arnhem

2016

Ja

Nee

Ja

Ja

Ja

Beperkt

Niet benoemd Goed

Assen

2017

Ja

Ja

Ja

Nee

Ja

Ja

Niet benoemd Goed

Breda

2010

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Beperkt

Niet benoemd Redelijk

Delft

2012

Ja

Nee

Nee

Ja

Nee

Ja

Niet benoemd Beperkt

Den Bosch

2011

Ja

Nee

Beperkt

Nee

Nee

Ja

Niet benoemd Beperkt

Den Haag

2017

Ja

Ja

Ja

Redelijk

Ja

Ja

Niet benoemd Goed

Dordrecht

2013

Ja

Nee

Nee

Ja

Nee

Ja

Niet benoemd Beperkt

Ede

2016

Ja

Deels

Beperkt

Ja

Ja

Beperkt

Niet benoemd Goed

Eindhoven

2015

Ja

Ja

Beperkt

Ja

Ja

Nee

Niet benoemd Redelijk

Emmen

2010

Beperkt

Nee

Nee

Nee

Ja

Nee

Niet benoemd Redelijk

Enschede

2012

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Niet benoemd Beperkt

Groningen

2011

Ja

Beperkt

Nee

Nee

Deels

Ja

Niet benoemd Redelijk

Haarlem

2016

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Niet benoemd Redelijk

Haarlemmer- 2015 meer

Ja

Deels

Beperkt

Beperkt

Nee

Nee

Niet benoemd Beperkt

Heerenveen

2011

Ja

Nee

Nee

Ja

Ja

Ja

Niet benoemd Redelijk

Leeuwarden

2014

Ja

Nee

Nee

Nee

Deels

Ja

Niet benoemd Beperkt

Leiden

2016

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Niet benoemd Goed

Lelystad

2010

Ja

Beperkt

Nee

Beperkt

Nee

Beperkt

Toegestaan

Maastricht

2016

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Ja

Niet benoemd Redelijk

9

Beperkt

Lokale Monitor 2017

Gemeente

Keuze voor Actief Regionaal Wordt samen- Bereikbaar- Is dienstverleJaar van kansrijk en verminderen perspectief en werking heid en ning aan huis Actiegepublicatie Analyse kansarm meters afstemming bevorderd parkeren toegestaan richtheid

Middelburg

2015

Ja

Ja

Ja

Nee

Nee

Ja

Niet benoemd Redelijk

Nijmegen

2015

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Niet benoemd Goed

Rotterdam

2016

Beperkt

Deels

Ja

Nee

Nee

Nee

Niet benoemd Beperkt

Tilburg

2016

Beperkt

nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Niet benoemd Beperkt

Utrecht

2015

Ja

Nee

Nee

Nee

Ja

Nee

Niet benoemd Redelijk

Venlo

2015

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Beperkt

Niet benoemd Beperkt

Vlissingen

2011

Ja

Ja

Ja

Nee

Nee

Ja

Niet benoemd Beperkt

Westland

2016

Ja

Ja

Beperkt

Nee

Ja

Ja

Niet benoemd Redelijk

Zaanstad

2015

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Niet benoemd Goed

Zoetermeer

2006

Ja

Nee

Nee

Ja

Nee

Ja

Niet benoemd Beperkt

Zwolle

2012

Beperkt

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Niet benoemd Beperkt

Tabel 1: Beoordeling detailhandelsvisies 36 gemeenten.

Zie bijlage 1 voor de titels van het detailhandelsbeleid van de gemeenten. De eerste twee indicatoren brengen in beeld of een gemeente haar detailhandelsvisie actueel is en of hier een grondige analyse wordt gemaakt van het lokale detailhandelsklimaat. Een derde van de onderzochte detailhandelsvisies zijn ouder dan vier jaar. In deze gemeenten is de detailhandelsvisie dus hard toe aan een actualisatie. Positief is dat de meeste gemeenten een grondige analyse van het detailhandelsklimaat maken. In vijf gemeenten was de analyse echter te beperkt. Hier ontbreken bijvoorbeeld goede cijfermatige onderbouwingen of is de analyse te summier gericht op slechts enkele facetten van de detailhandel. De derde en vierde indicator richten zich op de vraag of in de detailhandelsvisie een gedegen keuze wordt gemaakt voor het terugdringen van winkelmeters en het aanwijzen van kansrijke- en kansarme winkelgebieden. Er bestaat een sterke correlatie tussen het verminderen van het aantal winkelmeters en het kiezen tussen kansrijke- en kansarme gebieden. In achttien gemeenten werd geen duidelijk beleid gemaakt voor het terugdringen van winkelmeters en ontbrak ook de keuze tussen kansrijk en kansarme gebieden. Vooral gemeenten die een oude visie hebben laten het maken van keuzes na. Zoetermeer spant wat dat betreft de kroon. De detailhandelsvisie hier dateert uit 2006.

Dit is zeer opvallend aangezien juist deze gemeente overweegt medewerking te verlenen aan een groot Factory Oulet Center. Amsterdam is een voorbeeldgemeente waar het gaat om het kiezen tussen kansrijke en kansarme gebieden. Per winkelgebied wordt in de Amsterdamse detailhandelsvisie duidelijk beschreven wat het perspectief is en wat er moet gebeuren. In de analyse van de vijfde indicator, regionale afstemming, valt op dat detailhandelsvisies doorgaans nog intern gericht zijn. In slechts vijftien detailhandelsvisies wordt expliciet gesproken over regionale afstemming. Een goed voorbeeld is de gemeente Leiden. Hier werd een regionale detailhandelsvisie opgesteld door zes gemeenten, welke zijn beslag heeft gekregen in de gemeentelijke visies. In twintig detailhandelsvisies geeft de gemeente, in lijn met de zesde indicator, aan samenwerking tussen ondernemers te stimuleren. Deze gemeenten gaan dus echt bij de uitvoering van de visie aan de slag met ondernemers in de winkelstraat. Het gaat bijvoorbeeld om het ondersteunen van het opstarten van een BIZ door winkeliers. Op de zevende indicator, bereikbaarheid en parkeren, scoren twintig gemeenten positief. Dit wil zeggen dat in de detailhandelsvisie uitgelegd wordt welke rol de bereikbaarheid speelt voor het lokale detailhandelsklimaat en waarom bepaalde keuzen worden gemaakt.

In zes gemeenten wordt dit beperkt gedaan en in tien gemeenten ontbreekt deze analyse volledig. Als achtste indicator is dienstverlening aan huis opgenomen. In slechts twee gevallen wordt aandacht besteed aan dit onderwerp. In beide gevallen wordt dienstverlening aan huis toegestaan. Tot slot hebben wij geprobeerd een indicatie te geven van hoe actiegericht de onderzochte detailhandelsvisies zijn. Het gaat hier bijvoorbeeld om de vraag of er een concreet actieprogramma aanwezig is. In zes gemeenten was dit duidelijk het geval, in dertien redelijk en in zeventien onvoldoende. Zaanstad geeft een goed voorbeeld van een actiegerichte detailhandelsvisie. Hier is beleid geformuleerd waarin duidelijke keuzes worden gemaakt. Sterk is dat in Zaanstad met belanghebbenden een twaalftal actielijnen is afgesproken. 10

Kiezen voor het kloppend hart

LEEGSTAND In Nederland is een overaanbod van winkels in de detailhandel. Gemiddeld staat ruim 7,4 procent van de winkelvloeroppervlakte leeg in 2017. Detailhandel Nederland maakt zich grote zorgen over het hoge percentage winkelleegstand. Door leegstaande panden neemt de aantrekkelijkheid van binnensteden en winkelgebieden af. Detailhandel Nederland werkt daarom samen met maatschappelijke partners om het winkellandschap toekomstbestendig te maken. Belangrijk onderdeel zijn hulpmiddelen voor gemeenten en provincies om overbodige winkelmeters te voorkomen en terug te dringen. Bijvoorbeeld door het afstemmen van detailhandelsvisies op regionaal niveau of het toepassen van de ladder voor duurzame verstedelijking.

Landelijk leegstandcijfer daalt Om een goed inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van de leegstand in Nederland werden op verzoek van Detailhandel Nederland door onderzoeksbureau Locatus metingen verricht. Op 1 juli 2017 was volgens deze metingen het leegstandspercentage van het winkelvloeroppervlakte in Nederland 7,4 procent. Dit is een stuk lager dan het leegstandspercentage een jaar eerder. Op 1 juli 2016 was dit namelijk nog 8,3 procent. Een belangrijke verklaring voor deze daling is de afname van het aantal winkelpanden. Begin 2017 waren er bijna 500 panden en 300.000 m² minder dan begin 2016. Het merendeel van deze winkelpanden is omgebouwd naar woningen. Een andere reden voor de teruglopende leegstand is de opkomst van de horeca. In bijna 1.000 gevallen werd een leegstaand pand gevuld met horeca. Daarnaast is een deel van de teruglopende leegstand te verklaren door voormalig leegstaande V&D-panden die in de afgelopen periode weer een nieuwe bestemming vonden. De roep van Detailhandel Nederland voor het herbestemmen van overbodige winkelpanden lijkt in de praktijk dus effectief. Detailhandel Nederland dringt er bij gemeenten op aan om deze goede voorbeelden te volgen.

Provincie Limburg kent hoogste leegstand De lokale monitor laat duidelijke verschillen zien tussen de leegstandpercentages in de verschillende provincies. De provincie Limburg kent met een leegstandspercentage van 10,2 procent een veel hoger leegstandspercentage dan het landelijke gemiddelde. De laagste leegstand van het winkelvloeroppervlakte vinden wij in Utrecht met 5,8 procent. Deze provincie slaagde er ook in om het leegstand percentage fors te laten dalen (van 7,1% naar 5,8%). In Friesland en Groningen daalde de leegstand het snelst. Leegstandspercentage WVO provincies Provincie

% in 2017

% in 2016

Limburg

10,2%

11,0

Drenthe

9,1%

9,3%

Overijssel

8,6%

9,3%

Flevoland

8,2%

9,0%

Zeeland

7,6%

7,6%

Noord-Brabant

7,4%

8,0%

Gelderland

7,3%

7,6%

Groningen

7,2%

9,6%

Zuid-Holland

7,2%

8,2%

Friesland

6,6%

8,8%

Noord-Holland

6,2%

7,0%

Utrecht

5,8%

7,1%

Tabel 2 Leegstand per provincie

1

https://locatus.com/blog/minder-leegstaande-winkelpanden-middelgrote-steden-zwaar/

11

Lokale Monitor 2017

Hoogste leegstand in Assen, laagste leegstand in Delft Van de 36 geselecteerde gemeenten in 2017 kent Assen het hoogste leegstandspercentage. Maar liefst 13,1 procent van het winkelvloeroppervlakte staat daar leeg. Ook de andere gemeenten uit de top drie kennen een leegstandspercentage van boven de tien procent. Dit zijn de gemeente Vlissingen (11,7 procent), Enschede en Lelystad (10,8 procent). Gemeente met hoogste leegstand wvo 2017 Gemeente

% leegstand

Assen

13,1%

Vlissingen

11,7%

Enschede, Lelystad

10,8%

Apeldoorn, Breda, Maastricht

8,9%

Tabel 3 Gemeente met de meeste leegstand

De gemeente Delft kent de laagste leegstand van de geselecteerde gemeenten. Met 3,9 procent is het leegstandspercentage hier drie keer kleiner dan in Assen. Andere goed scorende gemeenten zijn Utrecht (4,1 procent), Zoetermeer (4,2 procent) en Groningen (4,3 procent). Gemeente met laagste leegstand wvo 2017 Gemeente

% leegstand

Delft

3,9%

Utrecht

4,1%

Zoetermeer

4,2%

Groningen

4,3%

Amsterdam

4,6%

Tabel 4 Gemeente met de minste leegstand

Een aantal gemeenten zag het percentage leegstand in 2017 explosief stijgen. Arnhem staat hier met een toename van 7,1 naar 8,7 procent met stip op 1. Gemeenten met een beter resultaat zijn te vinden in Groningen, Delft en Utrecht. Zij wisten het leegstandspercentage in het afgelopen jaar fors te reduceren. Gemeenten sterkste dalers en stijgers leegstand wvo 2016-2017 Gemeente

2017

2016

Ontwikkeling leegstand

Gemeente

2017

2016

Ontwikkeling leegstand

Arnhem

8,7%

7,1%

22,5%

Groningen

4,3%

8,5%

-49,4%

Breda

8,9%

7,3%

21,9%

Delft

3,9%

7,6%

-48,7%

Heerenveen

7,4%

6,4%

15,6%

Utrecht

4,1%

7,5%

-45,3%

Leiden

6,7%

5,9%

13,6%

Nijmegen

6,8%

11,3%

-39,8%

Westland

5,8%

5,1%

13,7%

Zoetermeer

4,2%

6,9%

-39,1%

Tabel 5 Gemeenten met de sterkste daling en stijging van de leegstand

Naast de algehele leegstandspercentages hebben we ook gekeken naar de verspreiding van het leegstandsprobleem binnen gemeenten. Dit laat forse verschillen zien binnen en tussen gemeenten. Indien we kijken naar centrale winkelgebieden (zoals binnensteden) zien we dat Assen wederom zeer slecht scoort. Het grootste deel van de leegstand in Assen concentreert zich namelijk in het centrum van de stad. Maar liefst 21,8 procent van de winkelmeters staat hier leeg. Ook Vlissingen (18,3 procent) en Breda (17,2 procent) kennen relatief veel leegstand in de belangrijkste winkelgebieden. Deze gemeenten scoren hiermee vele malen slechter dan bijvoorbeeld Utrecht (3 procent), Amsterdam (3,3 procent) en Zaanstad (6,7 procent).

12

Kiezen voor het kloppend hart

Gemeenten hoogste en laagste leegstand Centrale winkelgebieden wvo 2017 Gemeente

% Leegstand

Gemeente

% Leegstand

Assen

21,8%

Utrecht

3,0%

Vlissingen

18,3%

Amsterdam

3,3%

Breda

17,2%

Zaanstad

6,7%

Lelystad

14,4%

Delft

6,8%

Dordrecht

14,1%

Den Haag, Haarlem

6,9%

Tabel 6 Hoogste en laagste leegstand centraal wvo 2017

In Enschede, Ede en Emmen liggen de uitdagingen voor leegstandsbestrijding vooral in de ondersteunende winkelgebieden. Dit zijn de wijkcentra, binnenstedelijke winkelstraten en buurtcentra. In deze gemeenten ligt het leegstandspercentage in dit soort winkelcentra boven de tien procent. In de gemeenten Heerenveen, Westland en Leiden werd nagenoeg geen leegstand gemeten in deze centra. Gemeenten hoogste en leegstand ondersteunende winkelgebieden wvo 2017 Gemeente

% Leegstand

Gemeente

Enschede

11,4%

Heerenveen

% Leegstand 0,0%

Ede

11,4%

Westland

0,0%

Emmen

10,8%

Leiden

2,0%

Breda

9,4%

Groningen

2,6%

Haarlem

8,2%

Haarlemmermeer

3,1%

Tabel 7 Hoogste leegstand wvo ondersteunend

In sommige gemeenten werden zeer specifieke leegstandsproblemen geconstateerd. Den Haag, Lelystad en Alphen aan den Rijn kennen bijvoorbeeld veel leegstaande winkelmeters op locaties die bestemd zijn voor eenzijdige winkelbelevingen, zoals woonboulevards, tuincentra of bouwmarkten. Gemeenten hoogste leegstand overige winkelgebieden wvo 2017 Gemeente

% Leegstand

Den Haag

27,5%

Lelystad

13,3%

Alphen aan den Rijn

9,9%

Dordrecht

9,7%

Alkmaar

9,7%

Tabel 8 Hoogste leegstand wvo overige winkelgebieden

13

Lokale Monitor 2017

PARKEERTARIEVEN De parkeerplek is het eerste en laatste wat de consument ziet bij een winkelbezoek. Het is het visitekaartje van de stad. Een gastvrij en aantrekkelijk parkeerbeleid is dan ook essentieel in een tijd waarin beleving een steeds belangrijker onderdeel uitmaakt van het winkelen. Diverse studies bevestigen het belang van parkeren. Uit onderzoek van STRABO bleek dat na invoering van betaald parkeren in vijf winkelcentra gemiddeld genomen de voetgangerstotalen en bestedingen terugliepen met 20 procent tot 30 procent . In 2017 verscheen een onderzoek van het CPB over het belang van parkeren. Hieruit blijkt dat de verblijfsduur van consumenten significant toeneemt als sprake is van gratis parkeren. Detailhandel Nederland prijst gemeenten en garages die hun tarieven zo laag mogelijk proberen te houden. Nog mooier zijn initiatieven van gemeenten die hun parkeertarieven helemaal afschaffen en bijvoorbeeld vervangen door blauwe zone parkeren. De tarieven voor straatparkeren variëren per gemeente en winkelgebied. Daarbij hanteren gemeenten geregeld verschillende zones met verschillende tarieven binnen één winkelgebied. Ook worden er verschillende tarieven gerekend per moment van de dag. Zo is parkeren overdag soms duurder dan in de avond of gelden er speciale weekendtarieven.

In het onderzoek zijn de maximumtarieven bekeken voor het eerste uur parkeren in het centrum van gemeenten. Hierdoor ontstaat dus een duidelijk beeld van het tarief wat een consument maximaal betaalt indien hij een uur parkeert in het centrum. Dit wil dus niet zeggen dat een consument dit bedrag altijd kwijt is. Door het parkeertarief af te stemmen op tijd en locatie kan het uiteindelijke bedrag lager uitvallen. In de 36 geselecteerde gemeenten werden de maximale tarieven vergeleken van parkeren in de straat en de garages voor het eerste uur parkeren. Het gemiddelde maximale uurtarief in de geselecteerde garages is € 2,72. Het gemiddelde maximale uurtarief voor straatparkeren in de geselecteerde gemeenten is € 2,61.

Straatparkeren Amsterdam is traditioneel de gemeente met de hoogste tarieven. Een uurtje parkeren kan hier oplopen tot maar liefst 5 euro per uur. Andere steden waar het relatief duur is om te parkeren op straat zijn Utrecht, Haarlem en Rotterdam. Parkeren op straat 5 duurste gemeenten Stad

Parkeerfaciliteit

Maximumtarief eerste uur

Amsterdam

Centrum

€ 5,00

Utrecht

Zone A1

€ 4,63

Haarlem

Zone B

€ 4,20

Rotterdam

Straat binnenstad

€ 4,00

Eindhoven

Keizersgracht/stationsplein

€ 3,50

Tabel 9 Parkeertarieven straat hoog

Het goedkoopst parkeren op straat kan in de kernen van Westland. Parkeren in Naaldwijk is bijvoorbeeld helemaal gratis. Op sommige plekken mag de consument alleen niet onbeperkt staan. Parkeren op straat 5 goedkoopste gemeenten Stad

Parkeerfaciliteit

Westland

€-

Heerenveen

Centrum

€ 1,20

Haarlemmermeer (Hoofddorp)

Zone A

€ 1,35

centrum

€ 1,45

Grote straat

€ 1,76

Zoetermeer Ede Tabel 10 Parkeertarieven straat laag

2

Maximumtarief eerste uur

http://www.strabo.nl/cms/filemanager/files/P24_06_2014_LR_selection.pdf

14

Kiezen voor het kloppend hart

Om een goed beeld te krijgen van de ontwikkeling van de tarieven voor straatparkeren vergelijken wij de maximale tarieven van 2017 met die uit 2012. In de 36 geselecteerde gemeenten steeg het tarief voor straatparkeren gemiddeld met 13 procent. In Assen zagen bezoekers het maximumtarief voor een uurtje parkeren zelfs met 60 procent toenemen. Andere sterke stijgers zijn Haarlem (53%) en Zaanstad (34%) en Rotterdam (33%). In zeven gemeenten is er daarentegen geen stijging van het maximumtarief doorgevoerd. Hieronder behoren Ede, Tilburg en Maastricht. Parkeren op straat 5 gemeenten met sterkste toename Stad

Maximumtarief 2012

Maximumtarief 2017

Stijgingspercentage

Assen

€ 1,50

€ 2,40

60%

Haarlem

€ 2,75

€ 4,20

53%

Zaanstad

€ 2,00

€ 2,67

34%

Rotterdam

€ 3,00

€ 4,00

33%

Enschede

€ 2,30

€ 2,80

22%

Tabel 11 Parkeertarieven straat sterkste toename

Parkeergarages Ook de tarieven voor een uurtje parkeren in een parkeergarage verschillen aanzienlijk. De duurste garages zijn te vinden in de vier grootste gemeenten. Wie op zaterdag bijvoorbeeld gaat winkelen in Amsterdam betaalt al snel meer dan 7 euro per uur. Parkeren in de garage 5 duurste gemeenten Stad

Parkeerfaciliteit

Tarief

Minuten

Uurtarief

Byzanthium

€ 2,00

17

€ 7,06

Hoog Catherijne P6

€ 0,50

7

€ 4,29

Den Haag

City Parking

€ 2,00

28

€ 4,29

Rotterdam

Bijenkorf

€ 2,00

30

€ 4,00

Maastricht

Vrijthof

€ 1,00

17

€ 3,53

Amsterdam Utrecht

Tabel 12 Parkeertarieven garage hoog

Relatief goedkope parkeergarages zijn te vinden in Dordrecht, Heerenveen en Haarlemmermeer. Bijzondere vernoeming gaat uit naar Zoetermeer. De eerste drie uur is het namelijk gratis parkeren in de meeste parkeergarages rondom het centrum. Hiermee geeft deze gemeente een positieve impuls aan het detailhandelsklimaat. Parkeren in de garage 5 goedkoopste gemeenten Stad

Parkeerfaciliteit

Tarief

Minuten

Uurtarief

Zoetermeer

Frankrijklaan

€ 1,50

54

Eerste drie uur gratis

Haarlemmermeer

Polderplein

€ 0,50

40

€ 0,75

Heerenveen

Geerts Willigen

€ 1,20

60

€ 1,20

Lelystad

De Waag

€ 1,50

60

€ 1,50

Dordrecht

Veemarkt

€ 1,70

60

€ 1,70

Tabel 13 Parkeertarieven garage laag

Blauwe zone, Park & Shop Soms leidt vrij en gratis parkeren in winkelgebieden tot verkeersproblematiek. In plaats van het klakkeloos invoeren van betaald parkeren raadt Detailhandel Nederland gemeenten aan om alternatieve te onderzoeken. In het bijzonder gaat het hierbij om kortparkeermogelijkheden, zoals het traditionele blauwe zone parkeren of het invoeren van Park & Shop zones. Deze laatste vorm van parkeerregulering lijkt aan een opmars bezig. Bij deze vorm van parkeren betaalt de automobilist een gereduceerd tarief voor een korte periode, bijvoorbeeld 10 cent per uur. Amsterdam kent al geruime tijd Park & Shop locaties op onder ander de Ceintuurbaan en de Van Woustraat. In Rotterdam werd deze parkeervorm na een geslaagde pilot uitgebreid in meerdere winkelcentra en ook Venlo hanteert Stop en Shop tarief van 10 cent voor het eerste half uur. De gemeente Haarlemmermeer kondigde aan, op verzoek van winkeliers en hun klanten, dit concept in te voeren in Hoofddorp.

15

Lokale Monitor 2017

ONROERENDEZAAKBELASTING Gemeenten heffen onroerendezaakbelasting over zowel woningen als niet woningen. Voor beide geldt een afzonderlijk tarief. Bij niet woningen is het tevens zo dat naast de eigenaar ook de gebruikers belasting betalen; het zogenaamde OZB-niet woningen gebruikersdeel. Winkeliers zijn vaak huurder en betalen dit laatstgenoemde tarief. Is een winkelier ook eigenaar dan betaalt hij of zij ook het eigenarendeel van de OZB. De hoogte van de OZB aanslag wordt bepaald door het OZB-tarief met de WOZ waarde van het betreffende pand te vermenigvuldigen. Bij een gelijkblijvend tarief kan het dus gebeuren dat de rekening toch oploopt, omdat de waarde van het pand is gestegen. In dit onderzoek is de OZB voor gebruikers van panden die geen woning zijn, onder de loep genomen. Alle winkeliers zijn in ieder geval gebruiker van hun pand en worden dus voor deze belasting aangeslagen. Voor gemeenten is de OZB de belangrijkste eigen inkomstenbron. De opbrengsten komen toe aan de algemene middelen van de gemeente. Dat betekent dat de middelen niet voor een van te voren vastgesteld doel bestemd zijn. De gemeenteraad stelt elk jaar op voorstel van het college van B&W de tarieven vast. Winkeliers zien de rekening vooral stijgen. Daarbij stijgt de rekening voor winkeliers vaak meer dan die van bewoners.

Detailhandel Nederland heeft in 36 gemeenten de tarieven van de onroerendezaakbelasting met elkaar vergeleken. De gegevens zijn afkomstig uit de Atlas van de lokale lasten 2015 en 2016 van COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Onderstaande tabel laat zien welke gemeenten de hoogste tarieven hanteren. De kolom ‘positie 2016’ geeft weer welke plek de gemeente in het onderzoek van 2016 innam. Gemeente

Tarief 2017

Tarief 2016

Positie 2016

Leiden

0,4460

0,4285

1

Groningen

0,4065

0,3705

2

Enschede

0,3273

0,3150

4

Apeldoorn

0,3234

0,2993

6

Leeuwarden

0,3173

0,3184

3

Zoetermeer

0,3074

0,3080

5

Heerenveen

0,3033

0,2918

7

Assen

0,2995

0,2853

8

Vlissingen

0,2823

0,2666

10

Zwolle

0,2750

0,2569

14

Tabel 14 Gemeenten met het hoogste OZB tarief

Leiden heeft ruimschoots het hoogste tarief en blijft de onbetwiste koploper. Waarbij opgemerkt moet worden dat in Leiden een deel van de OZB opbrengst naar een ondernemersfonds gaat. Voor de hoogte van de uiteindelijk aanslag moet ook de waardeontwikkeling van de panden worden meegenomen. Ook wanneer dit gebeurt neemt de OZB belasting voor gebruiker in Leiden toe. Het zelfde geldt voor Groningen, de nummer twee in de lijst. Ook hier wordt het tarief fors verhoogt en ook hier neemt na correctie voor de WOZ ontwikkeling, de OZB aanslag fors toe. De tarieven in Leiden zijn in het belastingjaar 2016 met 6 procent gestegen ten opzichte van het belastingjaar 2015. Leiden spande ook in 2010 en 2013 al de kroon voor wat betreft de onroerendezaakbelasting. Het hoge tarief in Leiden is deels te wijten aan het feit dat de gemeente via een heffing van 5,3 procent op OZB niet-woningen voor het ondernemersfonds int. Met deze heffing vullen alle ondernemingen en organisaties de kas van het fonds. De top 5 gemeenten met het hoogste tarief in het belastingjaar 2016 is ten opzichte van 2015 nagenoeg stabiel gebleven. Nijmegen heeft echter een positieve beweging laten zien door het tarief in 2017 met 50 procent te verlagen, waardoor het van een top 5 positie van hoogste tarieven in 2015 naar een de 2e plaats van laagte tarieven is geschoven.

Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat de verlaging van de rekening voor gebruikers van een niet-woning in Nijmegen zijn verschoven naar de eigenaar van de niet-woning. Onderstaande tabel geeft weer welke gemeenten de laagste tarieven hanteren.

16

Kiezen voor het kloppend hart

Gemeente Lelystad

Tarief 2017

Tarief 2016

Positie 2016

0,0000

0,0000

1

Nijmegen

0,1228

0,2466

20

Amsterdam

0,1380

0,1438

2

Westland

0,1564

0,1571

3

Alphen a/d Rijn

0,1630

0,1588

5

Breda

0,1656

0,1584

4

Ede

0,1694

0,1611

6

Tilburg

0,1731

0,1686

9

Eindhoven

0,1770

0,1649

7

Arnhem

0,1891

0,1679

8

Tabel 15 Gemeenten met het laagste OZB tarief

De gemeente Lelystad verdient een pluim. Deze gemeente had al het laagste tarief in 2015, maar de gemeenteraad heeft besloten in 2016 geen OZB meer te heffen voor OZB-gebruikers niet-woningen. Het maakt in die zin nogal een verschil of je als winkelier in Leiden zit, waarvoor met een relatief eenvoudig pand (veelal eenmanszaken) bijna € 1.300,- aan onroerendezaakbelasting betaald moet worden of in Lelystad, waar niets betaald hoeft te worden. Om te bepalen hoeveel de rekening voor de gemiddelde winkelier is gestegen in een gemeente moet niet alleen naar het tarief worden gekeken, maar ook naar de waardeontwikkeling van het vastgoed. Onderstaande tabel laat zien welke gemeenten de rekening voor winkeliers gemiddeld het hardst hebben laten oplopen. De kolom ‘t.o.v. 2016’ laat de stijging of daling van een jaar eerder zien en de kolom ‘positie 2016’ geeft de positie een jaar eerder aan. 2017 t.o.v.2016

2016 t.o.v. 2015

Positie 2016

Arnhem

Gemeente

10,6

-1,1

4

Groningen

7,3

2,1

23

Maastricht

6,4

1,0

14

Apeldoorn

6,2

5,5

31

Eindhoven

5,2

2,5

25

Almere

5,0

1,7

18

Emmen

4,9

-0,7

7

Ede

4,6

1,8

20

Zwolle

4,6

2,8

27

Venlo

4,3

6,0

32

Tabel 16 Gemeenten die de OZB aanslag voor ondernemers het hardst laten stijgen

De gemeente die in het belastingjaar 2017 de rekening voor winkeliers het meest heeft verhoogd ten opzichte van het jaar daarvoor is de gemeente Arnhem. Hier stijgt de rekening dit jaar met maar liefst 10.6 procent. Een jaar eerder wist de gemeente de rekening nog licht te verlagen. Apeldoorn is de gemeente die niet alleen in 2017 de rekening flink laat oplopen, maar dat ook al in 2016 deed. Tegenover deze stijgers staan ook een aantal dalers. De tien gemeenten die de rekening het meest hebben weten te beperken staan in onderstaande tabel. Lelystad heeft het tarief niet verlaagt, omdat dit al op nul stond. Kolom drie ‘t.o.v. 2015’ laat de daling of stijging van een jaar eerder zien en kolom vier ‘positie 2016’ de positie een jaar eerder.

17

Lokale Monitor 2017

Gemeente

t.o.v.2016

t.o.v. 2015

Positie 2016

Lelystad

n.v.t.

-100,0

1

Nijmegen

-50,9

-31,5

2

Rotterdam

-6,1

-1,0

≠5

Utrecht

-3,0

0,8

13

Leeuwarden

-2,7

-0,7

6

Westland

-2,0

0,7

12

Heerenveen

-0,9

1,4

17

Alkmaar

-0,9

10,2

34

Haarlemmermeer

-0,4

2,6

26

's-Gravenhage

-0,4

0,0

8

Tabel 17 Gemeenten die de OZB aanslag voor ondernemers het hardst laten dalen

Opvallend is dat negen gemeenten het voor elkaar hebben gekregen de rekening voor de gemiddelde winkelier in hun gemeente te verlagen. Nijmegen het meest met de eerder gemaakte opmerking dat het tarief voor de eigenaar wel flink is verhoogd. Rotterdam presteert goed door al twee jaar de rekening te verlagen. Wanneer naar alle gemeenten gezamenlijk wordt gekeken is de rekening voor winkeliers gestegen in de 36 onderzochte gemeenten. Opvallend daarbij zijn de grote verschillen tussen de hoogte van de rekeningen. De rekening voor een winkelier die opereert in een pand met een waarde van € 300.000,- loopt uiteen van € 1.300,- euro in Leiden tot nul euro in Lelystad.

18

Kiezen voor het kloppend hart

RECLAMEBELASTING De reclamebelasting: Reclamebelasting is misschien wel de meest controversiële belasting waar winkeliers mee te maken kunnen krijgen. Onder de naam reclamebelasting kan de gemeente een belasting opleggen op aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Hierbij valt te denken aan billboards, lichtbakken of gevelreclame. Er moet belasting betaald worden voor reclamevoorwerpen boven de grond van de overheid, maar ook over voorwerpen op privéterrein. Daarin verschilt de reclamebelasting van de zogenoemde precariobelasting. In de meeste gevallen wordt de reclamebelasting ingevoerd ten bate van een ondernemersfonds. In Nederland wordt naar schatting in 100 gemeenten reclamebelasting geheven. Hoeveel daar precies mee wordt opgehaald is lastig te zeggen aangezien het CBS de opbrengsten van hondenbelasting, reclamebelasting, baatbelasting, forensenbelasting en roerend zaakbelasting gezamenlijk in kaart brengt. Het totaal van deze belastingen is begroot op 124 miljoen. Daarmee zijn deze belastingen ten opzichte van een jaar eerder gestegen met 7,8 procent. In 2016 werd nog wel in kaart gebracht wat de opbrengst van reclamebelasting was. Deze bedroeg toen 21 miljoen. Reclamebelasting wordt in 20 van de 36 onderzochte gemeenten geheven. De hoogte van de te betalen belasting is van verschillende factoren afhankelijk.

Denk aan reclame met of zonder verlichting, het gebied waarin de winkel is gevestigd en het aantal vierkante (centi)meters van het als reclame aan te duiden voorwerp.

Manier waarop belasting wordt berekend: De manier waarop de hoogte van de reclamebelasting wordt vastgesteld kan sterk verschillen. Soms wordt elk pand gelijk aangeslagen, maar vaker is het zo dat de grootte van de reclame de hoogte van de aanslag bepaald. Ook zijn er gemeenten waar de aanslag samenhangt met de WOZ waarde van het pand waarvan de ondernemer reclamebelasting moet betalen. De gemeente heeft diverse opties om reclamebelasting te heffen. Onder andere: • een tarief gebaseerd op de oppervlakte van de aankondiging (op basis van een tarieventabel) • een vast tarief per aankondiging of tariefklassen • tarieven afhankelijk van de locatie van de aankondiging • een tarief op basis van de WOZ waarde van een pand Zoals hierboven aangegeven wordt er in sommige gemeenten uitgegaan van de waarde van het pand. In die situatie wordt een vast bedrag aan reclamebelasting betaald. Al is de reclame-uiting minimaal, dan nog is de winkelier het volledige bedrag verschuldigd. Het nagaan van hoeveel belasting er betaald moet worden kan afhankelijk van de methode lastig zijn en ook tot discussie leiden.

Het onderstaande citaat uit de verordening reclamebelasting Maastricht laat zien dat makkelijk discussie kan ontstaan: “Indien het reclameobject slechts voor een deel zichtbaar is vanaf de openbare weg wordt de oppervlakte van het reclameobject bepaald op het van de openbare weg zichtbaar gedeelte van het reclameobject.” De zichtbaarheid van een reclameobject is nogal afhankelijk van het gezichtspunt, wel of geen bladeren aan bomen of factoren.

Uitschieters reclamebelasting Door de grote variatie in de manier waarop tarieven worden bepaald is het niet mogelijk een zinnige vergelijking te maken tussen de onderzochte gemeenten. Om wel een idee te geven van de kosten die winkeliers kwijt zijn aan de reclamebelasting noemen we een aantal opvallende voorbeelden uit de monitor 2017. Zo is in verhouding de reclamebelasting in Haarlem hoog. Daar betaalt een winkelier per jaar € 1028,- voor een bord van 5 tot 10 m². Een aankondiging van 1 tot 5 m² kost € 556,- per jaar. In Maastricht is een winkelier voor kleine reclame-uitingen tot 0.1 m² geen belasting verschuldigd. Indien de oppervlakte van het reclameobject meer is dan 0,1 m² maar minder dan 20m², dan moet er jaarlijks € 605,96 worden betaald. Aan een reclameobject van 20 m² of meer hangt een prijskaartje van € 1.211,88. Ook Ede valt op, hier wordt een vast bedrag gerekend per vestiging. Dit komt neer op € 689 per onroerende zaak in het kernwinkelgebied. Vooral bij kleine reclame-uitingen is dat een forse aanslag. In Middelburg betaalt een winkelier voor een reguliere reclame-uitingen (1 tot 20 m²) € 300 per jaar. In Enschede is een winkelier bij een reclame tot 10 m² met een bedrag van € 308,- ongeveer hetzelfde kwijt. Een grotere uiting (10 tot 25 m²) is daar met € 688,- ruim dubbel zo duur. Amsterdam moet ook genoemd worden.

Sinds 2016 wordt er binnen de gemeente geen reclamebelasting meer geïnd. 19

Lokale Monitor 2017

Ondernemersfondsen In veel gevallen wordt de reclamebelasting gebruikt voor het vormen van een ondernemersfonds. Vanaf 2008 is de trend ontstaan om de reclamebelasting te koppelen aan ondernemersfondsen. Sindsdien neemt het aantal gemeenten waarin reclamebelasting wordt gegeven toe. Vaak wordt reclamebelasting ingevoerd op voorspraak van lokale ondernemersverenigingen om activiteiten van diezelfde verenigingen te financieren. Detailhandel Nederland is niettemin tegen het aanwenden van de reclamebelasting voor ondernemersfondsen. Gemeenten zijn namelijk niet verplicht om een draagvlakmeting onder winkeliers te doen om de reclamebelasting in te stellen. In de praktijk wordt er wel eens gestemd in een zaaltje door middel van hand opsteken. Er is hier onvoldoende controle. Daarnaast is er geen relatie tussen het hebben van reclame of de hoeveelheid daarvan en eventueel profijt van een ondernemersfonds waar een winkelier verplicht lid van is. De reclamebelasting is dus een inefficiënte belasting waardoor veel kosten moeten worden gemaakt die vaak van het geinde bedrag af gaan dat voor fondsvorming wordt gebruikt. Bovendien stopt de belasting niet automatisch als er geen fonds meer mee gevuld wordt. Een procedure conform de Bedrijveninvesteringszone (BIZ) heeft voor Detailhandel Nederland sterk de voorkeur.

In deze regeling is de democratische grondslag gewaarborgd en is efficiënter en eerlijker bij het innen van de belasting. Een BIZ is een wettelijk instrument waarmee alle winkeliers gezamenlijk investeren in de ruimtelijke kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid van hun bedrijfsomgeving. Als een meerderheid vóór is, betalen alle winkeliers verplicht mee. Het geld komt ten goede aan de ondernemers en is bedoeld voor extra activiteiten. Het risico dat kosten worden afgewenteld op de winkeliers is in deze regeling aanzienlijk kleiner, omdat in de overeenkomst opgenomen dient te worden wat de taak van de gemeente is en wat de ondernemers zelf extra willen doen. Als het aan Detailhandel Nederland ligt kan de reclamebelasting in alle gemeenten worden afgeschaft. Het is een marginale belasting die bovendien erg inefficiënt is. Daar waar deze belasting voor een fonds wordt gebruikt, dient dan wel eerst een fonds op basis van de BIZ ingericht te worden.

20

Kiezen voor het kloppend hart

PRECARIOBELASTING Onder de naam precariobelasting kan door een gemeente belasting worden geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond. Hierbij moet worden gedacht aan een winkeluitstalling, luifels en allerlei andere voorwerpen die op straat of in de lucht erboven te vinden zijn. Daarin verschilt de precariobelasting van de reclamebelasting. Bij de reclamebelasting hoeft geen sprake te zijn van het gebruik maken van de (lucht boven de) openbare weg. In dat geval is slechts vereist dat de reclame zichtbaar is vanaf de openbare weg. In dit onderzoek richten wij ons uitsluitend op precario voor objecten die op of boven de openbare grond worden geplaatst. Precariobelasting voor zaken onder de grond (kabels en leidingen) wordt dus niet meegenomen. Deze laatste vorm is minder relevant voor winkeliers en mag bovendien vanaf 1 januari 2022 niet meer worden geheven. De totaal begrote inkomsten voor precario liggen voor 2017 op 238 miljoen. In 2016 bedroeg dit 204 miljoen, waarmee de begrote opbrengsten in 2017 met maar liefst 16.7 procent stijgen. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de heffing voor kabels en leidingen het leeuwendeel van de totaal geïnde precariobelasting behelst. Dat maakt de precario voor objecten op of boven de openbare ruimte tot een vrij kleine belasting.

De 36 door Detailhandel Nederland onderzochte gemeenten heffen voor het merendeel precariobelasting voor objecten op of boven de openbare grond. Slechts acht van de 36 gemeenten doet dit niet. In een aantal gevallen wordt ook reclamebelasting geheven waarbij gemeenten er niet altijd rekening mee houden dat deze twee belastingen betrekking kunnen hebben op hetzelfde voorwerp. In veel gevallen wordt echter ook, om verwarring te vermijden, een vrijstelling voor één van de beide belastingen verleend. Veel gemeenten die deze belasting hanteren, heffen alleen over grond die voor terrassen of markten wordt gebruikt. Dit is voor Detailhandel Nederland niet bezwaarlijk, omdat hierdoor een level playing field ontstaat tussen ondernemers die een pand huren en ondernemers die gebruik maken van gemeentegrond. Toch kan de precariobelasting worden afgeschaft, omdat voorgaande situatie ook kan worden opgelost door een privaatrechtelijk overeenkomst tussen ondernemer en gemeente. De kosten voor het innen van de precariobelasting, de zogenoemde perceptiekosten, zijn, evenals in het geval van de reclamebelasting, hoog. Ambtenaren moeten door de straten lopen om foto’s te maken van uithangborden, vlaggen en andere voorwerpen om de aanslagen vast te stellen. Daarbij bestaat het gevaar van willekeur.

De opbrengsten van precariorechten voor kleine objecten als bloembakken, reclameborden en uitstallingen wegen niet of nauwelijks op tegen de administratieve lasten voor ondernemers en bestuurlijke lasten voor de gemeente die deze belasting veroorzaken. De reden voor het aanslaan van een winkelier die waren uitstalt voor een winkel of een ondernemer die een reclamebord aan zijn gevel heeft, is onduidelijk. Onder meer het belasten van het gebruik van de ruimte boven de openbare weg, ook wel ‘luchtbelasting’ genoemd, roept dan ook discussie op. Een winkel heeft om te kunnen bestaan op zijn minst een bord nodig waarop de naam van zijn winkel staat. Dat is nodig om aandacht te trekken van consumenten. Reden te meer om de belasting, net als bijvoorbeeld Amsterdam en Arnhem, af te schaffen.

Uitschieters precariobelasting De bedragen van precariobelasting lopen per gemeente enorm uiteen. Zo gaat de ene gemeente alleen uit van een uitstalling of een reclamebord terwijl er in een andere gemeente een waslijst ligt aan heffingen uiteenlopend van luifels tot kledingrekken. In 2017 treffen wij opvallende heffingen van precariobelasting in Alkmaar, Apeldoorn en Amersfoort. In Alkmaar betaalt een winkelier voor het hebben van een uithangbord, uithangteken, letterreclame, zonder kunstverlichting, een vlag, klok of andere voorwerpen die dienen om de aandacht op het bedrijf te vestigen een tarief van € 11.20 per stuk per jaar. Het hebben van een lichtreclame, lichtbak, verlicht reclamebord, een lamp of lantaarn met opschrift of reclame, of een dergelijk verlicht voorwerp bedraagt € 23,20 per stuk per jaar. In Apeldoorn betaalt een winkelier voor het hebben van uitstallingen, kledingrekken, -bakken, plantenbakken, kiosken, alsmede reclame- en verwijsborden voor commerciële doeleinden bij winkels en dergelijke per m² inge­­ nomen grond per jaar € 36,60, per half jaar € 18,30 en per maand € 3,05. Reclameobjecten aan of rond een lantaarnpalen, straatnaam palen en dergelijke, kosten per bord, per dag € 0,80. Voor reclameborden, naamborden, vlaggen en dergelijke bevestigend aan gevels of luifels wordt per jaar, per bord of vlag € 36,05 in rekening gebracht. 21

Lokale Monitor 2017

Winkeliers in Amersfoort betalen voor een luifel aan het pand per maand € 2,25 per m². Dit bedrag geldt voor de eerste 5 m² of minder. Voor de volgende 5m² is dat € 1,43 extra per maand. Boven de 10 m² wordt er per vierkante meter € 0,95 bij het bedrag opgeteld. In Utrecht bedragen de kosten voor luifels en balkons per vierkante meter € 0.78 per maand. Per jaar betaalt de winkelier € 9,36 per m². Ook de VNG stelt dat de precariobelasting, evenals de reclamebelasting, overbodig is. “Er is geen enkele noodzaak om reclame of uitstallingen van winkeliers te reguleren via reclame- of precariobelastingen (of leges). Het onderwerp reclame-uitingen laat zich bij uitstek regelen door algemene regels in een reclamenota of reclamerichtlijnen. Schrap de bijbehorende vergunningsplicht. Afschaffing van de vergunning scheelt ondernemers veel administratieve rompslomp en werkt in de praktijk net zo effectief. Ook voor gemeenten neemt de werkdruk af. Bovendien is controle op een algemene regel eenvoudiger, omdat deze regels overal gelijk zijn. De VNG onderschrijft dit. Voor meer informatie daarover zie: https://vng.nl/files/vng/factsheet_voorwerpen_openbare_weg.pdf of http://bit.ly/2qLFVT2.” Precariobelasting is een ouderwetse en overbodige belasting die slechts tot irritatie en een overbodige rekening leidt. Een belasting die het ondernemersklimaat in de detailhandel niet ten goede komt.

De beoogde doelstellingen van de belasting zijn langs ander wegen veel beter te realiseren. Detailhandel Nederland ziet geen reden om de belasting langer in stand te houden.

22

Kiezen voor het kloppend hart

WINKELCRIMINALITEIT Winkelcriminaliteit is in al zijn vormen veel voorkomend in Nederland. Het kan gaan om enkelvoudige en georganiseerde winkeldiefstal, overvallen, maar ook ram- en plofkraken en agressie op de winkelvloer. Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het veiligheidsbeleid. Een goede samenwerking met winkeliers en een visie op de veiligheid van winkels is onmisbaar.

Overvallen en ramkraken Het aantal overvallen op de detailhandel is in Nederland historisch laag. Sinds 2009 is dit aantal drastisch gedaald van meer dan drie overvallen op een winkelier per dag, naar minder dan één. Detailhandel Nederland vindt dit aantal nog steeds veel te hoog. Nog bijna dagelijks wordt een winkelier overvallen, met alle gevolgen van dien voor hem of haar en de omgeving. Daarom is het belangrijk om op gemeentelijk niveau aandacht te blijven schenken aan preventie tegen overvallen. Daarnaast is het belangrijk te blijven investeren in het voorkomen van ramkraken. Daarbij kan worden gekeken naar de manier waarop de winkelstraat is ingericht. Door het strategisch plaatsen van objecten in de straat kan veel leed worden voorkomen. Zoek hierover contact met lokale winkeliers en maak concrete afspraken. Winkeldiefstal Winkeldiefstal is een groot probleem. Winkeldiefstal kost winkeliers jaarlijks ongeveer € 600 miljoen. De aanpak van winkeldiefstal verloopt moeizaam. Dit heeft met name te maken met het gebrek aan prioriteit bij de opsporende instanties en het moeizame aangiftetraject. Dit zorgt ervoor dat er weinig aangifte wordt gedaan van winkeldiefstal in Nederland.

Aangiften van winkeldiefstal in Nederland 50000 45000 40000 35000 30000 25000 20000 15000 10000 5000 0

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Grafiek 1 Aangifte winkeldiefstal in Nederland

Het aantal keer dat aangifte wordt gedaan van winkeldiefstal ligt in Nederland al jaren rond de 40.000. Dit is opvallend. Waar bij bijna alle andere misdrijven een dalende trend waarneembaar is, is deze niet of nauwelijks zichtbaar bij deze vorm van criminaliteit. Op gemeentelijk niveau kunnen verschillende maatregelen worden genomen om winkeldiefstal aan te pakken. Zo kan er gebruik worden gemaakt van de regeling van Stichting Afrekenen met Winkeldieven. Bij iedere winkeldiefstal kan een schadevergoeding van € 181,- worden verhaald op de winkeldief. Ook kunnen KVO-gebieden worden aangewezen. Er zijn grote verschillen in het aantal winkeldiefstallen dat binnen gemeenten plaatsvindt. In de onderstaande grafiek wordt de ontwikkeling van het aantal winkeldiefstallen waar aangifte van is gedaan afgezet tegen het totaal aantal winkeldiefstallen voor de vijf grote steden. Met name in Amsterdam en Eindhoven zijn stijgingen waarneembaar. 23

Lokale Monitor 2017

Ontwikkeling aandeel totale winkeldiefstallen in grote steden 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0%

2008

2009

2010

Amsterdam

2011

2012

Eindhoven

2013

2014

Den Haag

2015

Rotterdam

2016

Utrecht

Grafiek 2 Percentage aangifte grootste gemeenten ten opzichte van heel Nederland

De volgende grafiek laat tien steden zien waar relatief (per 1000 inwoners) de meeste winkeldiefstallen worden gepleegd. Amsterdam en Rotterdam zijn koploper in de negatieve zin van het woord. Tevens laat de grafiek het totaal aantal aangiften op jaarbasis zien voor deze tien steden.

Aangiften winkeldiefstal grote gemeente 7

5000 4500

6

4000 3500

5

3000

4

2500 3

2000 1500

2

1000

1

500 0 Am

st

er

d

am R

te ot

rd

am Gr

i on

ng

en Ar

nh

em Ei

h nd

ov

en Le

Aangiften

e

uw

ar

d

en

Ut

re

t ch

Ha

le ar

m

m

er

m

r ee

n De

Ha

ag jm Ni

eg

en

0

Per 1000 inw

Grafiek 3 Aantal aangiftes grootste gemeenten

Samenwerking Veilig Ondernemen Samenwerking tussen winkeliers en de lokale veiligheidspartners is van groot belang. Op veel plekken komt deze samenwerking tot stand binnen het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). Ook ontstaan er andere vormen van structurele samenwerking tussen ondernemers, gemeenten en veiligheidsdiensten. Het winkelcentrum is veelal het sociale hart van de lokale samenleving. Een goede samenwerking tussen gemeenten, politie en winkeliers draagt in belangrijke mate bij aan de veiligheidsbeleving van de samenleving als geheel. Het doel van de samenwerking is structureel werken aan een schoon, heel en veilig winkelgebied. Door structureel samen te werken vinden partners elkaar in geval van calamiteiten snel en kunnen signalen over wat er speelt worden uitgewisseld. 24

Kiezen voor het kloppend hart

Ook biedt het ruimte aan het elkaar informeren over nieuwe ontwikkelingen en het versterkt de aangiftebereidheid bij ondernemers. Van gemeenten verwachten wij dat ze voldoende capaciteit en budget beschikbaar stellen om de structurele samenwerking te faciliteren.

KVO’s Zwolle Maastricht Leeuwarden Enschede Arnhem Almere Den Helder Breda Rotterdam Den Haag Utrecht Amsterdam 0

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

Grafiek 4 Gemeenten met de meeste KVO gebieden

Afrekenen met Winkeldieven Detailhandel Nederland wil dat op iedere winkeldiefstal in Nederland een sanctie staat. Via de regeling Afrekenen met Winkeldieven wordt een civielrechtelijke vordering van € 181,- bij winkeldieven belegd. Slachtoffers van winkeldiefstal leggen deze vordering neer bij de dader van de winkeldiefstal. Hiermee wordt het tijdsbeslag voor de winkelier gecompenseerd en de aangiftebereidheid vergroot. Tevens wordt op deze manier duidelijk gemaakt dat winkeldiefstal in Nederland niet loont en wordt de preventieve werking van Afrekenen met Winkeldieven versterkt. Detailhandel Nederland roept gemeenten op de regeling afrekenen met winkeldieven actief te promoten. Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met Detailhandel Nederland. Rooftassenverbod In Nederland vindt op grote schaal georganiseerde winkeldiefstal plaats. Deze georganiseerde bendes opereren veelal vanuit Oost-Europa. De georganiseerde graad blijkt uit de manier van opereren van deze bendes. Zo wordt in veel gevallen gebruik gemaakt van speciaal geprepareerde tassen (rooftassen) om winkeldiefstal te plegen. Detailhandel Nederland pleit daarom voor een landelijk rooftassenverbod. Dit verbod komt echter langzaam tot stand. Detailhandel Nederland roept gemeenten daarom op een lokaal rooftassenverbod op te nemen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

De meeste grote gemeenten hebben al een dergelijk verbod. Van de 36 grootste gemeenten zijn er nog zes die geen rooftassenverbod hebben opgenomen in de APV. Dit zijn Assen, Breda, Enschede, Heerenveen, Maastricht en Vlissingen.

Bedelverbod Een andere vorm van overlast voor winkeliers is bedelarij. Ook hierbij zijn vaak georganiseerde bendes betrokken. Mensen uit, veelal, Oost-Europa worden aan het begin van de dag afgezet bij een winkelcentrum om geld te bedelen voor criminelen. Winkeliers ondervinden grote hinder van deze vormen van bedelarij. Detailhandel Nederland pleit daarom ook voor een landelijk bedelverbod. Dit verbod was er in het verleden in Nederland, maar is geschrapt uit de wet. Ook hierin kunnen gemeenten zelf het initiatief nemen, door een bedelverbod op te nemen in de APV. De meeste grote gemeenten hebben deze stap al gezet. Nog zes van de 36 grootste gemeenten hebben nog geen bedelverbod. Dit zijn Den Bosch, Enschede, Heerenveen, Middelburg, Nijmegen en Utrecht. Detailhandel Nederland roept deze gemeenten op zo snel mogelijk een bedelverbod in te stellen. 25

26

Lokale Monitor 2017

WINKELTIJDEN Op 13 juli 2013 is het Vrijstellingenbesluit Winkeltijden ingrijpend gewijzigd. De wettelijke verboden om winkels op zon- en feestdagen en op werkdagen voor 6.00 uur en na 22.00 uur open te stellen, zijn op zich blijven bestaan. Gemeenten hebben nu de vrijheid om zelf te bepalen of – en in hoeverre – zij vrijstelling of ontheffing verlenen aan deze verboden. Mede ingegeven door het veranderend consumentengedrag: het winkelen op zondag en in de avonduren is gemeengoed geworden, maar ook de opkomst van online winkelen leidt tot verruiming van de aankoopmomenten van de consument. Ondernemers hebben hierdoor behoefte aan ruimere openingstijden en een eenduidig beleid. Wij zien derhalve een beweging van gemeenten om ruimer met hun winkeltijden om te gaan.

Werkdagen Van maandag tot en met zaterdag mogen winkels wettelijk geopend zijn van 06.00 tot 22.00 uur. Op r­eguliere­ ­winkeldagen zien we alleen dat de gemeenten Amsterdam 24-uurs openstelling toe staat in aangewezen ­gebieden). Rotterdam kent een vrijstelling tot 24.00 uur. In Den Haag tot slot ligt een voorstel om openstelling tot 23.00 uur toe te staan. Zondagen Het overgrote deel van de onderzochte gemeenten (83 procent) geeft een vrijstelling voor de zondagen. De openingstijden variëren, maar het meest gebruikelijk is van 12.00 tot 18.00 uur (30 procent). In enkele gevallen geldt de vrijstelling voor een beperkt gebied en/of wordt onderscheid gemaakt tussen de openingstijden van de tuincentra, bouwmarkten, levensmiddelenbranche en de brood- en banketzaken. Eindhoven, Emmen, Enschede, Heerenveen, Lelystad en Zwolle verlenen per kalenderjaar een aantal dagen vrijstelling op zondag, dat veelal in overleg met de lokale ondernemersvereniging wordt vastgesteld. Feestdagen Voor wat betreft de feestdagen is het beleid in de diverse gemeenten divers. Enerzijds zijn er gemeenten die geen vrijstelling verlenen op 1e Paasdag, 1e Pinksterdag, 1e Kerstdag, Nieuwjaarsdag en na 19.00 uur op 4 mei en 24 december (22 procent), maar er zijn ook gemeenten die alleen op nieuwjaarsdag en 1e Kerstdag geen vrijstelling geven.

27

Kiezen voor het kloppend hart

AANBEVELINGEN Veel van de keuzes die de lokale overheid maakt, hebben invloed op het functioneren van de detailhandel. Detailhandel Nederland doet in dit licht en met het oog op de reeks gemeentelijke verordeningen die de afgelopen jaren zijn aangenomen, graag de volgende aanbevelingen:

1. Actuele detailhandelsvisies In Nederland is een overaanbod van winkels in de detailhandel. Gemiddeld staat ruim 7,4% van de winkelvloeroppervlakte leeg in 2017. Door leegstaande panden neemt de aantrekkelijkheid van binnensteden en winkelgebieden af. Het is derhalve van enorm belang dat gemeenten beschikken over actuele detailhandelsvisies, dat is afgestemd op regionaal niveau en waarop de ladder voor duurzame verstedelijking is toegepast. Samen met alle betrokken stakeholders (o.a. gemeenten, de detailhandelsector, horeca, culturele instellingen, vastgoedondernemers) zal het winkellandschap toekomstbestendig gemaakt moeten worden. Diverse ­initiatieven­ om dit te bereiken worden reeds door een aantal gemeenten genomen, zoals het werken aan een Retaildeal. 2. Parkeerbeleid Klanten willen aan het einde van een dag winkelen met een goed gevoel naar huis gaan. Het parkeerbeleid in een gemeente speelt hierbij een belangrijke rol. De parkeergarage (-plaats) is namelijk het eerste en laatste wat de consument ziet bij een winkelbezoek. Een gastvrij en aantrekkelijk parkeerbeleid is dan ook geen overbodige luxe in een tijd waarin beleving een steeds belangrijker onderdeel uitmaakt van het winkelen. Detailhandel Nederland prijst dan ook gemeenten en garages die hun tarieven zo laag mogelijk proberen te houden.

Nog mooier zijn initiatieven van gemeenten die hun parkeertarieven helemaal afschaffen en bijvoorbeeld vervangen door blauwe zone parkeren. 3. Lokale Lastendruk Zorg voor transparante en objectiveerbare lokale belastingen, zodat iedereen in een gemeente bijdraagt aan collectieve voorzieningen in die gemeente. De OZB, precario- en reclamebelastingen zijn zogenoemde vrij besteedbare middelen voor de gemeente. Hierdoor worden winkeliers relatief vaak aangeslagen om gaten in de begroting te dekken. 4. Onroerendezaakbelasting (OZB) Laat de OZB voor winkeliers meebewegen met het economisch tij. Anders dan bij woningen is er wel degelijk een relatie tussen het inkomen van de winkelier en de waarde van het vastgoed. Als de waarde daalt, komt dat doordat er weinig vraag is naar het pand als gevolg van een krimpende detailhandelsmarkt. Minder omzet ­betekent­ minder inkomen. 5. Reclamebelasting en reclameuitingen Stop de reclamebelasting. Reclamebelasting is de meest inefficiënte belasting van een gemeente én bijzonder tijdrovend om te controleren. Regel het onderwerp reclame via een reclamenota of reclamerichtlijnen. Schrap de bijbehorende vergunningsplicht. Algemene regels zijn immers veel eenvoudiger te handhaven Er is geen enkele noodzaak om reclame of uitstallingen van winkeliers te reguleren via reclame- of precariobelastingen (of leges). 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9985535/1