RIS308413 Beantwoording SV Uitbuiting arbeidsmigranten
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
8 juni 2021
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Arp, de heer Bos en mevrouw Van Doorn, luidend: ‘Uitbuiting arbeidsmigranten’
DSO/10111236 RIS308413
Het raadslid mevrouw Arp, de heer Bos en mevrouw Van Doorn hebben op 8 april 2021 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Uit onderzoek van het NRC1 blijkt dat minstens zeven Poolse arbeidsmigranten bijna twee jaar lang duizenden euro’s bovenop hun huur hebben betaald aan hun verhuurmakelaar. Doordat zij de taal niet machtig zijn hebben de huurders een contract ondertekend zonder precies te weten waar zij voor betalen. Er werd hen een servicepakket aangesmeerd van zo’n 300 euro per maand, terwijl zij daar geen gebruik van hebben gemaakt. Er zijn nu zeven gevallen naar voren gekomen door onderzoek van het NRC, maar het is niet onwaarschijnlijk dat meer arbeidsmigranten op deze wijze gedupeerd zijn. 1.
Is deze vorm van uitbuiting bekend bij het college? Zo ja, op welke wijze treedt het college hier tegen op?
Een servicepakket bovenop een huurcontract is niet per definitie ongebruikelijk bij huurcontracten. Bijvoorbeeld voor het schoonhouden van een gedeeld portiek door een bedrijf of de inzet van glazenwassers. Een ‘servicepakket’ van deze prijs, met dit bedenkelijke serviceniveau is wel ongebruikelijk. Het college heeft geen instrumenten om op te treden in wat mensen onderling contractueel afsluiten, tenzij deze afspraken in strijd zijn met publiekrechtelijke regels. Het bieden van een servicepakket ongeacht de prijs en het serviceniveau is niet in strijd met publiekrechtelijke regels. 2.
Zijn de verhuurmakelaar (Maximilius B.V.) en verhuurder (Vivada Properties) die in het NRCartikel aan bod komen bekend bij het college? Zijn hier eerder meldingen over binnengekomen bij het Huurteam en/of de Pandbrigade? Zo ja, hoeveel en wat voor meldingen betreft het en op welke wijze zijn deze afgehandeld?
Ja. De Haagse Pandbrigade behandelt zaken als onvergunde kamerbewoning, woonoverlast, achterstallig onderhoud en illegale bouw. Sinds 1 januari 2020 zijn er 17 meldingen op 551 panden van Vivada Properties binnengekomen. Voor wat betreft de verhuurmakelaar zijn geen meldingen bekend bij de Haagse Pandbrigade. Meldingen zijn niet altijd direct te linken aan tussenpersonen zoals in dit geval de verhuurmakelaar.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10111236
Naar adressen waar dit bedrijf en andere betrokkenen een rol spelen wordt nader gekeken sinds publicatie van het artikel. De Haagse Pandbrigade werkt, indien daar aanleiding toe is, samen met het Huurteam bij de afhandeling van de signalen en opgespoorde casussen, 3.
Hoeveel klachten hebben het Huurteam en/of de Pandbrigade de afgelopen 10 jaar ontvangen met betrekking tot het innen van onverklaarbare kosten door verhuurders en verhuurmakelaars? Is bekend hoeveel van deze klachten afkomstig waren van arbeidsmigranten? Zijn er verhuurders bemiddelaars waarover meermaals klachten van deze aard zijn binnengekomen? Zo ja, wat heeft het college hiermee gedaan?
Deze gegevens worden momenteel niet gestructureerd en herleidbaar vastgelegd in het meld- en afhandelingsproces. Vanuit de handhavingsinzet door de Haagse Pandbrigade en de inzet van het Huurteam is een algemeen beeld ontstaan over misstanden bij verhuursituaties. Dit was één van de reden voor Den Haag om deel te nemen aan pilot ‘Goed verhuurderschap’. De uitvoering van deze pilot heeft de problematiek beter in kaart gebracht in een klein gebied. De uitkomsten zijn één van de redenen voor de nieuwe opgavegerichte werkwijze van de Haagse Pandbrigade, waarbij er meer aandacht uitgaat naar een hardere aanpak van de oorzaken en veroorzakers van overtredingen en misstanden. 4.
Over welke wettelijke mogelijkheden beschikt het college om op te treden tegen verhuurders en verhuurmakelaars die onrechtmatige kosten in rekening brengen bij kwetsbare Haagse huurders en op welke wijze maakt het college hier gebruik van? Kan het college bijvoorbeeld aangeven hoeveel boetes er de afgelopen 10 jaar zijn uitgedeeld naar aanleiding van deze vorm van uitbuiting?
Het college heeft nu geen instrumenten om direct op te treden. Het zijn onder meer deze constructies, die ten grondslag liggen aan de prijsopdrijving van woningen, huisjesmelkerij en uitbuiting. Daar wil het college meer vat op krijgen. Het college voert een lobby om het huurrecht meer het publieke domein in te halen, waarbij het mogelijk wordt om te sturen op particuliere verhuur en er voorwaarden aan te verbinden. Denk hierbij aan de zelfbewoningsplicht en de verhuurdersvergunning. Daarnaast zet dit college in op meer handhaving op de huisvestingsvergunning, wat indirect invloed heeft op deze problematiek. 5.
Zijn de Pandbrigade en/of het Huurteam voldoende toegerust om gedupeerde huurders zoals de Poolse arbeidsmigranten die in het NRC artikel aan het woord komen te ondersteunen? Kan het college deze en andere gedupeerden ondersteuning en advies bieden als zij de onrechtmatig geïnde huur- en /of servicekosten willen proberen terug te krijgen? Zo ja, op welke wijze?
Ja. Het Huurteam is voldoende toegerust om gedupeerde huurders te adviseren over en te ondersteunen bij huurkwesties. Het college gaat proberen de gedupeerde huurders te benaderen. Uiteindelijk is het aan de huurders zelf of en hoe zij acties willen inzetten, zoals een procedure starten bij de huurcommissie, melding maken bij de autoriteit Consument en Markt (ACM), een vordering op grond van onrechtmatige daad of het doen van aangifte bij de politie. Overigens blijkt uit het krantenbericht dat Vivada Properties ook een aangifte voorbereidt tegen de verhuurmakelaar. Als dit tot een veroordeling leidt, dan kan dit de huurders helpen bij een civiele vordering om schade te verhalen. Momenteel wordt ook een huurbalie opgericht, waarnaar snel en eenvoudig doorverwezen kan worden voor hulp door de Haagse Pandbrigade of andere instanties. Op deze manier is er een centraal punt voor huurders.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10111236
6.
Hoe verloopt de communicatie van de Pandbrigade en/of het Huurteam met Poolse of andere arbeidsmigranten die de Nederlandse en/of Engelse taal niet spreken? In hoeverre wordt in deze communicatie gewaarschuwd voor onrechtmatige kosten die bij huurders in rekening kunnen worden gebracht?
De Haagse Pandbrigade en het Huurteam communiceren, ongeacht de achtergrond van de gedupeerde, over de concrete feiten en omstandigheden van het specifieke geval. Dat kan heel divers zijn, zoals dubbele afhankelijkheid van werk en huisvesting, onrechtmatige/ onverklaarbare kosten, heel hoge huren, etc. De taalbarrière is in de uitvoering een reële drempel, maar indien nodig worden er tolken(telefoons) ingezet, als Duits en Engels onvoldoende blijken te zijn. De Haagse Pandbrigade moet namelijk verklaringen kunnen opnemen voor het vaststellen van overtredingen. Voor zaken, die buiten de bevoegdheden en taken van desbetreffende teams en afdelingen vallen, wordt dan doorverwezen naar andere instanties, die kunnen helpen. De huurbalie, die nu opgericht wordt, gaat een belangrijke rol spelen om huurders efficiënter en beter te helpen. 7.
Is het college bereid om, via instanties die deze doelgroep ondersteunen, nog verder in te zetten op duidelijke communicatie over het huurrecht en mogelijke onrechtmatige huur- en servicekosten? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Ja, zoals is aangegeven in de beantwoording van de vorige twee vragen richt het college momenteel een huurbalie op om dit effectief te laten lopen. Hierbij zal ook contact gezocht worden met organisaties als Barka en IDHEM. Daarnaast gaat de huurbalie (samen met het Huurteam) inzetten op een aantal gerichte wijkacties om huurders in met name de kwetsbare wijken te informeren over het huurrecht en huursituaties. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
(1) Zie bijlage
3/3