RIS308386 Beantwoording SV Is de aanpak overlastgevende dieren diervriendelijk
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
18 mei 2021
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer De Vuyst, luidend: ‘Is de aanpak overlastgevende dieren diervriendelijk?’
DSB/10106636 RIS308386
Het raadslid de heer De Vuyst heeft op 31 maart 2021 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Regelmatig wordt in de gemeente gesproken over overlastgevende dieren. Verschillende gemeenten sluiten daarom ook contracten wanneer overlastgevende dieren verplaatst moeten worden. Zo werkt Rotterdam sinds kort samen met Hofganzen, nadat er ophef was ontstaan over de voormalige samenwerkingspartner Duke Faunabeheer. Deze organisatie zou namelijk dieren vangen, om die vervolgens te vergassen en af te geven bij de poelier. Hofganzen daarentegen afficheert zich als een organisatie die overlastgevende ganzen, duiven, kippen en konijnen niet vergast, maar op een zo diervriendelijk mogelijke manier opvangt en verplaatst. 1.
Kan het college aangeven of en zo ja met welke organisaties wordt samengewerkt voor het verplaatsen en opvangen van overlastgevende dieren?
Het college werkt op dit moment niet samen met organisaties die overlastgevende dieren verplaatsen en opvangen. In het verleden is er wel eens gebruik gemaakt van de diensten van Hofganzen. 2.
Kan het college aangeven hoeveel overlastgevende dieren de afgelopen vier jaar zijn gevangen, per diersoort, en wat er met deze dieren na het wegvangen gebeurd is?
De afgelopen vier jaar zijn er geen overlastgevende dieren weggevangen. 3.
Kan het college toelichten of het de aanpak van overlastgevende dieren momenteel als diervriendelijk beschouwt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan het college deze aanpak nader toelichten?
Elke vorm van interventie is een inbreuk op de integriteit van een dier. Strikt genomen bestaat een diervriendelijk aanpak van overlastgevende dieren dan ook niet. Het college zet daarom in op een aanpak die zo min mogelijk dierenleed veroorzaakt en bestaat in eerste instantie uit preventie, in tweede instantie uit het beperken van reproductie en in derde instantie uit eliminatie. Preventie omvat het herstellen van biodiversiteit, stimuleren van natuurlijk vijanden, beperken van het voedselaanbod en anders inrichten van de leefomgeving van de overlastgevende dieren. Beperken van de reproductie omvat tot nu toe uitsluitend het behandelen van eieren van ganzen met maïsolie. Het college onderzoekt de mogelijkheid om dit in de toekomst ook bij een deel van de stadsmeeuwen te kunnen doen. Eliminatie is de laatste stap en maakt onderdeel uit van de bestrijding van de bruine rat, de limonadewesp en de eikenprocessierups en wordt alleen locatiespecifiek toegepast in het geval van ernstige overlast.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10106636
Omdat wegvangen uitzonderlijk stressvol is voor wilde dieren, kiest het college hier niet voor. Bovendien is dit voor de soorten waarbij nu (deels) voor eliminatie wordt gekozen in de praktijk onmogelijk. 4.
Kan het college aangeven welke eisen gesteld worden aan dier vriendelijkheid van die organisaties? Spelen Haagse dierenwelzijnsorganisaties een rol bij de selectie van deze organisaties?
Zie het antwoord op vraag 1. Hofganzen garandeert bij het wegvangen dat de dieren worden herplaatst. Dit kunnen zij doen doordat zij een eigen opvangcentrum hebben in Dalen, van waaruit wordt gezocht naar pleegadressen voor de dieren. Deze dieren worden onder contract uitgeplaatst en met de dieren mag ook niet gefokt worden. 5.
Kan het college aangeven waar de huidige samenwerkingspartner de Haagse dieren na het vangen naar toe brengt? Worden deze dieren op deze plek verhandeld of garandeert de huidige samenwerkingspartner dat dieren herplaatst worden?
Zie het antwoord op vraag 1. 6.
Indien nog niet samengewerkt wordt met een diervriendelijke organisatie, is het college dan bereid om de samenwerking met Hofganzen of een andere diervriendelijke organisatie te onderzoeken en/of te hervatten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, binnen welk termijn zou deze eventuele wijziging gerealiseerd kunnen worden?
Indien een situatie zich voordoet waarbij blijkt dat het wegvangen van overlastgevende dieren de meest wenselijke methode is, kiest het college voor een diervriendelijke organisatie. De keuze voor een organisatie hangt af van de weg te vangen soort. Woningbouwverenigingen en VvE’s kunnen zelf ongediertebedrijven inschakelen voor het bestrijden van overlastgevende dieren. Deze organisaties gaan vaak dieronvriendelijk te werk. Bewoners blijken niet altijd op de hoogte van deze werkwijze en het feit dat er alternatieve, meer diervriendelijke mogelijkheden zijn. 7.
Is het college bereid om het bestaan van diervriendelijke organisaties bij woningbouwverenigingen en VvE’s onder de aandacht te brengen, zodat bewoners ook een weloverwogen keuze kunnen welke organisatie zij inschakelen bij de bestrijding van overlastgevende dieren? Zo nee, kan het college toelichten waarom niet? Zo ja, binnen welk termijn zal het college hier invulling aan geven?
Als de gemeente wordt benaderd door een woningbouwvereniging of een VvE, denkt gemeente actief mee over een oplossing en zal, indien wegvangen vanuit het oogpunt van dierenwelzijn gewenst is, adviseren over welke diervriendelijke organisatie het meest passend is. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2