RIS308365 Bijlage 2 Ouderenmonitor 2020 definitief
Tekst van het document
75-plussers bewegen minder vaak voldoende dan 65-74-jarigen. Van de 75-plussers voldoet 57% aan de norm NNGB, 24% aan de fitnorm en 58% aan de combinorm. Voor 65-74-jarigen liggen deze percentages hoger, respectievelijk 77%, 44% en 78%.
7
Bron: Gezondheidsenquête 2016, tenzij anders vermeld Bron: Inwonersonderzoek Den Haag 9 Bron: Gezondheidsenquête 2016 8
- 25 -
Figuur 3.8
Leefstijl van Haagse ouderen aan de hand van een aantal indicatoren (2019/2016)
65 - 74 jaar
sport minimaal 12x per jaar overgewicht
75 jaar en ouder rookt drinkt alcohol
totaal ouderen
wil gezondheid verbeteren totaal Den Haag
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90%100%
Bron: Gemeente Den Haag, Inwonersonderzoek 2019 en GGD Haaglanden, Gezondheidsenquête 2016
Tabel 3.9
Aandeel Haagse 65-plussers dat aan sport doet, 2016-2019 2016
2017
2019
2019 Den Haag
% sport – minimaal 12 keer per jaar
51,1%
54,1%
52,6%
61,2%
% sport – minimaal 60 keer per jaar
34,1%
41,0%
42,7%
48,2%
Bron: Gemeente Den Haag, Inwonersonderzoek 2016-2019
3.4.2
Voeding en overgewicht
Voeding Een ongezond voedingspatroon is een belangrijke risicofactor voor verschillende gezondheidsproblemen. Om na te gaan of men gezond eet, is in de Gezondheidsenquête gevraagd naar het eten van groenten en fruit en naar het wel of niet ontbijten. 29% van de Haagse 65-plussers voldoet aan de richtlijn voor het eten van voldoende groente; minimaal 5 dagen per week 250 gram groente/rauwkost. 55% van de ouderen eet dagelijks gemiddeld 200 gram fruit en voldoet daarmee aan de richtlijn. Daarnaast ontbijt 91% van de 65plussers minimaal vijf dagen per week. 65-plussers voldoen minder vaak aan de richtlijn voor wat betreft het eten van groente en rauwkost, maar vaker aan de richtlijn voor het eten van fruit dan gemiddeld onder alle inwoners van Den Haag van 19 jaar en ouder (respectievelijk 34% en 45%). Ook ontbijten 65-plussers vaker minimaal vijf dagen per week dan gemiddeld (80%). Binnen de groep ouderen zien we dat 75-plussers vaker aan de richtlijnen voldoen en ook vaker ontbijten dan 65-74-jarigen. In paragraaf 2 van hoofdstuk 9 staat meer informatie over maaltijden en maaltijdvoorzieningen. Overgewicht Overgewicht kan ernstige gevolgen hebben op de gezondheid. Het risico op bepaalde ziekten en aandoeningen, zoals suikerziekte en hart- en vaatziekten, stijgt naarmate de BMI (Body Mass Index), een indicator voor overgewicht, of de buikomvang toeneemt.
56% van de Haagse 65-plussers heeft te maken met overgewicht (zie figuur 3.6). Bij 38% is sprake van matig overgewicht. Bij 18% is sprake van ernstig overgewicht (obesitas). Deze percentages zijn hoger dan gemiddeld; van alle Hagenaars van 19 jaar en ouder heeft 49% overgewicht; 35% heeft matig overgewicht en 14% heeft ernstig overgewicht. - 26 -
Binnen de groep ouderen zien we dat 65-74-jarigen vaker te maken hebben met overgewicht (59%) en ook vaker met ernstig overgewicht (21%) dan 75-plussers (respectievelijk 52% en 14%). 3.4.3
Roken en alcohol
Roken Rokers hebben een groter risico op het krijgen van onder andere longkanker, COPD (verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem), coronaire hartziekten, beroerte, hartfalen en andere vormen van kanker. Roken gaat gepaard met een slechtere kwaliteit van leven, meer ziekteverzuim en een hoger zorggebruik. Van de 65-plussers in Den Haag rookte in 2016 16% (zie figuur 3.6). 84% rookte dus niet. Wat overigens niet wil zeggen dat zij nooit gerookt hebben. Van alle 65-plussers geeft 37% aan dat zij nooit gerookt hebben. 63% heeft dus ooit gerookt: zij hebben vroeger gerookt en/of roken momenteel. Het aandeel rokers onder 65-plussers is, met 16%, lager dan gemiddeld (25%). Daarentegen is ook het aandeel 65-plussers dat nooit gerookt heeft, lager dan gemiddeld; van alle inwoners van 19 jaar en ouder heeft 49% nooit gerookt. Binnen de groep ouderen is het aandeel rokers het hoogst onder 65-74-jarigen (18% tegenover 13% onder 75-plussers). Het aandeel dat ooit gerookt heeft is onder 65-74-jarigen eveneens hoger (66%) dan onder 75-plussers (60%). Alcohol Het drinken van alcohol brengt verschillende gezondheidsrisico’s met zich mee. Zo hangt matig alcoholgebruik samen met een hoger risico op borstkanker en diabetes en wordt een hoog alcoholgebruik geassocieerd met meer risico op een beroerte en borst-, darm- en longkanker.
75% van de Haagse 65-plussers geeft aan alcohol gebruikt te hebben in het jaar voorafgaand aan het onderzoek (zie figuur 3.6). Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde onder alle inwoners van Den Haag van 19 jaar en ouder (72%). 23% van de ouderen is een overmatige drinker. Dit wil zeggen dat zij 7 glazen of meer (voor vrouwen) of 14 glazen of meer (voor mannen) alcohol drinken per week. 7% is een zware drinker en drinkt minstens één dag per week zes of meer glazen alcohol (voor mannen) of vier of meer glazen alcohol (voor vrouwen). Het aandeel ouderen dat een drinker of een zware drinker is, is vergelijkbaar met het aandeel onder alle inwoners van Den Haag van 19 jaar en ouder. Het aandeel overmatige drinkers is onder ouderen hoger dan gemiddeld (16%). Binnen de groep ouderen is het aandeel dat het jaar voorafgaand aan het onderzoek, alcohol heeft gedronken hoger onder 65-74-jarigen (77%) dan onder 75-plussers (72%). Ook het aandeel ouderen waarbij sprake is van overmatig drankgebruik is onder 65-74-jarigen hoger (27%) dan onder 75plussers (18%). 3.4.4
Verbeteren gezondheid
In de Gezondheidsenquête (2016) is gevraagd of mensen van plan waren om voor het eind van het jaar de gezondheid te verbeteren. En wat ze dan van plan zijn. 63% van de Haagse 65-plussers heeft de intentie om hun gezondheid te verbeteren (zie figuur 3.6). Dit is minder dan gemiddeld; van alle inwoners van 19 jaar en ouder geeft 82% aan hun gezondheid te willen verbeteren. Binnen de groep ouderen is het aandeel dat de intentie heeft om de gezondheid te verbeteren lager onder 75-plussers (55%) dan onder 65-74-jarigen (69%). Op de vraag wat zij zouden willen verbeteren, geven 65-plussers met name aan dat zij willen afvallen (26%), meer willen bewegen (23%) en/of het rustiger aan willen doen (17%). Ouderen van de beide leeftijdscategorieën verschillen hierin niet veel van elkaar.
- 27 -
3.5
NADERE ANALYSE VAN DE UITKOMSTEN
In voorgaande paragrafen is alleen gekeken naar de totale groep ouderen en de twee leeftijdsklassen daarbinnen. Er zijn echter nog meer differentiaties te maken, zoals naar kenmerken als sekse, etniciteit, type huishouden, opleidingsniveau, inkomen en stadsdeel. In deze paragraaf vindt u overzichten van een aantal uitkomsten (op hoofdpunten) voor de verschillende groepen ouderen. In de tekst wordt alleen gewezen op de meest opvallende uitkomsten. Voor de volledigheid zijn ook de uitkomsten voor de gehele groep en de uitkomsten naar leeftijd in de overzichten opgenomen. NB
Het uitsplitsen van de uitkomsten leidt er in een aantal gevallen toe dat het absolute aantal ouderen waarop de uitkomsten betrekking hebben, klein is (zoals het geval is bij de uitsplitsing naar stadsdeel). De uitkomsten moeten dan ook als indicatie worden gezien en niet als representatief beeld voor de betreffende subgroep ouderen. In de overzichten is het totaal aantal ouderen in de steekproef (N) opgenomen; ook dit is een indicatie aangezien het aantal per vraag kan verschillen. Uitkomsten die betrekking hebben op minder dan 25 respondenten worden in de tabellen niet getoond.
In overzicht 3.10 op de volgende pagina’s is een aantal aspecten weergeven met betrekking tot de gezondheid van Haagse ouderen, uitgesplitst naar een aantal kenmerken. Een aantal punten die opvallen: • Vrouwen hebben vaker een verhoogd risico op angst en depressie en bewegen minder. Mannen hebben daarentegen iets vaker overgewicht en roken ook vaker dan vrouwen. •
Ouderen met een migrantenachtergrond hebben vaker een verhoogd risico op angst en depressie en bewegen minder dan ouderen van Nederlandse komaf.
•
In het algemeen scoren ouderen met een laag opleidingsniveau minder goed op de diverse indicatoren, met name in vergelijking met ouderen met een hoog opleidingsniveau. Ouderen met een laagopleidingsniveau sporten en bewegen duidelijk minder vaak dan ouderen met een hoger opleidingsniveau. Zij hebben vaker overgewicht en hebben vaker een verhoogd risico op angst en depressie.
•
De gezondheid van alleenstaande ouderen is op meerdere vlakken slechter dan van ouderen die samenwonen. Zij hebben vaker een verhoogd risico op angst en depressie, bewegen minder vaak en roken vaker.
- 28 -
N (indicatie) Respontdenten Gezondheids Monitor (2016)
% matig of hoog risico angst en depressie
% voldoet aan combinorm
% overgewicht
% rookt
N (indicatie) respondenten Inwoners Onderzoek 2018
Rapportcijfer gezondheid
% heeft beperking en/of chronische ziekte
% belemmering
Overzicht 3.10 Waardering van de gezondheid aan de hand van een aantal aspecten (2016, 2018)
4.213
45,6%
69,9%
56,0%
16,0%
210
6,9
62,7%
77,6%
65 – 74 jaar
2.525
41,3%
78,0%
59,0%
18,3%
124
7,2
58,9%
70,3%
75-plus
1.688
51,7%
58,0%
51,5%
12,8%
86
6,5
68.2%
86,9%
Man
2.016
36,2%
74,8%
59,3%
19,7%
93
7,2
64,9%
77,1%
Vrouw
2.197
53,0%
66,0%
53,3%
13,2%
117
6,7
61,3%
78,1%
Nederlandse achtergrond
3.050
42,3%
72,2%
55,7%
16,1%
169
6,9
62,6%
-
Migratieachtergrond
1.163
52,5%
65,0%
56,6%
15,8%
27
6,9
66,7%
-
Laag
2.102
54,2%
61,8%
62,7%
15,9%
63
6,7
68,3%
88,1
Middel
869
35,9%
75,5%
53,6%
17,9%
49
6,7
58,0%
68,9
Hoog
1.093
35,2%
83,5%
43,3%
14,2%
71
7,2
63,5%
78,7
Eenpersoons
1.854
52,2%
62,9%
52,9%
18,8%
-
-
-
-
Meerpersoons
2.290
39,9%
75,8%
58,6%
13,9%
-
-
-
-
Loosduinen
497
46,2%
72,9%
55,8%
14,0%
37
6,4
73,0%
-
Escamp
800
48,3%
60,2%
61,8%
15,9%
47
7,0
63,8%
-
Segbroek
558
39,3%
72,3%
52,5%
15,7%
23
-
-
-
Scheveningen
665
36,2%
78,8%
56,4%
16,0%
30
7,1
56,7%
-
Centrum
910
57,0%
68,0%
58,4%
18,7%
28
6,7
70,0%
-
Laak
244
57,7%
59,2%
62,9%
18,7%
10
-
-
-
Haagse Hout
331
40,9%
71,9%
43,9%
17,6%
26
7,4
52,0%
-
Leidschenveen/Ypenburg
208
40,4%
78,6%
56,3%
10,3%
10
-
-
-
Totaal 65-plus
Leeftijd
Sekse
Herkomst
Opleidingsniveau
Type huishouden
Stadsdeel
Bron: GGD Haaglanden, Gezondheidsenquête 2016 en Inwonersonderzoek Den Haag 2018
- 29 -
4 Huisvesting In hoofdstuk 2 hebben we gezien waar 65-plussers in Den Haag wonen. In dit hoofdstuk kijken we naar verschillende aspecten rond de woonsituatie van Haagse senioren. Hoeveel van hen wonen nietzelfstandig en hoeveel wel? Welk type woningen hebben de zelfstandig wonende ouderen? Zijn zij tevreden met hun woning? Willen zij verhuizen? Hebben ouderen aanpassingen in hun woning om zo langer thuis te kunnen blijven wonen? De gegevens die we in dit hoofdstuk presenteren, komen uit de Basisregistratie Personen (BRP), het Woononderzoek Nederland (WoOn) en de Veiligheidsmonitor. Dit is in de tekst en/of met een voetnoot aangegeven. In bijlage 1 vindt u hier meer informatie over. De gegevens uit de BRP hebben betrekking op alle Haagse senioren. De uitkomsten uit het WoON en de Veiligheidsmonitor hebben betrekking op ouderen die zelfstandig wonen 10.
4.1
ZELFSTANDIG VERSUS NIET-ZELFSTANDIG
In 2020 wonen ruim 4.300 ouderen niet-zelfstandig, oftewel intramuraal (zie tabel 4.1). Dit is een klein aandeel van alle 65-plussers, namelijk 5%. De meerderheid van de 65-plussers die niet-zelfstandig wonen is 75-plus (79%). Van alle 75-plussers in Den Haag woont 10% intramuraal. Onder ouderen in de leeftijd van 65-74 jaar is dit aandeel ‘slechts’ een kleine 2%.
Tabel 4.1
Verdeling van de groep ouderen naar woonvorm (absoluut en procentueel) 11 2013
2014
2016
2018
2020
Zelfstandig
64.244
66.034
69.338
72.344
75.544
Intramuraal
4.178
4.179
3.972
4.121
4.346
Totaal ouderen 65+
68.422
70.213
73.310
76.465
79.890
Zelfstandig
93,9%
94,0%
94,6%
94,6%
94,6%
Intramuraal
6,1%
6,0%
5,4%
5,4%
5,4%
Totaal ouderen 65+
100%
100%
100%
100%
100%
Aantal
Percentage
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling 2013-2020
De stadsdelen met het hoogste aantal niet-zelfstandig wonende ouderen, zijn Loosduinen en Escamp. In Loosduinen wonen 1.117 ouderen intramuraal en in Escamp 959. Daarna volgen de stadsdelen Haagse Hout en Scheveningen met respectievelijk 709 en 658 ouderen die intramuraal wonen. In figuur 4.2 op de volgende pagina zijn de locaties van de verpleeg- en verzorgingshuizen in Den Haag weergegeven.
10
De uitkomsten van het WoOn die we in dit hoofdstuk presenteren, hebben betrekking op personen en niet op huishoudens, zoals meestal geldt voor uitkomsten van het WoOn. 11 Informatie over de groep 55-plus is in bijlage 3 opgenomen.
- 30 -
Figuur 4.2 Locaties verpleeg- en verzorgingshuizen in Den Haag (2020)
Bron: Sociale Kaart Den Haag juli 2020
Over senioren die niet-zelfstandig wonen, weten we alleen dat ze intramuraal wonen. Over 65plussers die zelfstandig wonen hebben we meer informatie. Onder andere in welk type woningen zij wonen, of zij tevreden zijn over de woning en of zij plannen hebben om te verhuizen.
4.2
TYPERING WOONSITUATIE12
Uit het Woononderzoek Nederland 2018 blijkt dat driekwart van de zelfstandig wonende Haagse 65plussers in een meergezinswoning woont (zie figuur 4.3 op de volgende pagina). Zij wonen in een appartement/etagewoning (42%), een flat (30%), een benedenwoning (16%), een bovenwoning (7%) of een maisonnette (4%). Een kwart van de ouderen woont in een eengezinswoning, waarvan de meesten in een rijtjeshuis, tussenwoning of hoekwoning. Ouderen wijken wat dit betreft niet veel af van het Haagse gemiddelde. Als we naar het eigenaarschap van de woning kijken, zien we dat 47% van de Haagse 65-plussers in een koopwoning woont (zie figuur 4.3). Ouderen in de leeftijd van 65-74 jaar wonen duidelijk vaker (54%) in een koopwoning dan 75-plussers (38%). Van de Haagse 65-plussers woont 38% in een woning van een woningcorporatie. Dit aandeel is hoger dan gemiddeld; van alle Hagenaren woont 24% in een corporatiehuurwoning. 15% van de ouderen woont in een particuliere huurwoning. Van de Haagse ouderen woont 16% in een woning die speciaal bestemd is voor ouderen (zie figuur 4.3). 75-plussers wonen duidelijk vaker in een woning speciaal voor ouderen dan 65-74-jarigen (respectievelijk 23% en 12%).
12
Bron: Woononderzoek Nederland 2018
- 31 -
Bijna 60% van de Haagse ouderen woont in een drie- (30%) of vierkamerwoning (29%). Wat dit betreft wijken Haagse ouderen niet veel af van het Haagse gemiddelde. Binnen de groep ouderen lijken de 75 plussers vaker in een driekamerwoning te wonen.
Figuur 4.3 Typering woonsituatie aan de hand van een aantal indicatoren (2018)
65 - 74 jaar
75 jaar en ouder
totaal ouderen meergezinswoning koopwoning corporatiewoning woning voor ouderen
totaal Den Haag 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Bron: Gemeente Den Haag, WoOn 2018
Vergeleken met 2012 lijkt het erop dat Haagse ouderen in 2018 vaker in een koopwoning wonen en minder vaak in een huurwoning van een woningcorporatie (zie tabel 4.4). Daarnaast lijken zij minder vaak in een woning speciaal voor ouderen te wonen. De verschillen ten opzichte van 2012 zijn echter niet heel groot. Tabel 4.4 Typering woonsituatie aan de hand van een aantal indicatoren, 2012 – 2018 201213
2015
2018
% meergezinswoning
74,5%
73,4%
75,2%
% koopwoning
39,0%
43,1%
47,0%
% huurwoning bij woningcorporatie
45,7%
41,9%
37,9%
% woning bestemd voor ouderen
20,2%
16,9%
16,1%
Bron: Gemeente Den Haag, WoOn 2012, 2015 en 2018
4.3
WAARDERING VAN DE WONING14
Een belangrijk aspect bij het thema huisvesting is de waardering van de woning. De meerderheid van de Haagse 65-plussers is tevreden over hun huidige woning. Zij vinden de indeling geschikt, vinden de woning niet te klein, goed onderhouden en geven aan dat de woning een goede sfeer uitademt (zie figuur 4.5 op de volgende pagina). Ouderen waarderen hun woning met een rapportcijfer 7,7. In vergelijking met de gemiddelde Hagenaar zijn ouderen in het algemeen vaker tevreden over hun woning.
13
De gegevens die in deze paragraaf gepresenteerd worden, hebben betrekking op personen. De cijfers over 2012 wijken af van de cijfers die in de Ouderenmonitor 2014 zijn gepresenteerd, aangezien deze betrekking hadden op huishoudens. 14 Bron: Veiligheidsmonitor
- 32 -
Figuur 4.5 Waardering van de woning aan de hand van een aantal indicatoren (in 2019)
65 - 74 jaar
75 jaar en ouder
totaal ouderen indeling geschikt goede sfeer woning te klein slecht onderhouden
totaal Den Haag 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90%100% Bron: Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2019
In vergelijking met 2012 zijn ouderen vaker tevreden over de indeling en de sfeer van hun woning. Ongeveer 10% van de ouderen vindt de woning te klein en/of slecht ouderhouden; dat is ongeveer helzelfde als in 2012. Tabel 4.6 Waardering van de woning aan de hand van een aantal indicatoren, 2012 – 2019 2012
2013
2015
2017
2019
% vindt indeling woning geschikt
79,8%
82,9%
82,3%
86,3%
89,6%
% vindt dat woning goede sfeer heeft
74,5%
83,3%
82,2%
88,1%
90,0%
% vindt woning te klein
9,5%
6,7%
7,2%
8,8%
9,2%
% vindt woning slecht onderhouden
10,3%
7,2%
10,0%
9,6%
10,0%
Bron: Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2012, 2013, 2015, 2017 en 2019
4.4
WEL OF NIET VERHUIZEN15
In de voorgaande paragraaf hebben we gezien dat Haagse senioren in het algemeen tevreden zijn over hun woning. 65-plussers wonen vaak al een langere tijd in hun woning; de helft van de ouderen (50%) woont langer dan 20 jaar in de huidige woning (zie figuur 4.7). Dit aandeel is duidelijk hoger dan gemiddeld (18%). Het merendeel van de ouderen (79%) wil beslist niet verhuizen in de komende twee jaar (zie figuur 4.7). Vooral 75-plussers lijken dit niet te willen. De verhuisgeneigdheid is onder ouderen duidelijk lager dan gemiddeld; van alle Haagse inwoners wil 52% beslist niet verhuizen.
15
Bron: Woononderzoek Nederland.
- 33 -
Figuur 4.7 Verhuisgeneigdheid aan de hand van een aantal indicatoren (2018)
65 - 74 jaar
75 jaar en ouder
totaal ouderen > 20 jaar in woning beslist niet verhuizen totaal Den Haag aanpassing aanwezig 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Bron: Gemeente Den Haag, WoOn 2018
De 65-plussers die eventueel wel willen verhuizen, geven als belangrijkste redenen aan dat zij dit zouden doen voor hun gezondheid of de behoefte aan zorg (37%), vanwege de huidige woning (24%), of vanwege de woonomgeving / buurt waarin zij nu wonen (17%). Ouderen noemen vooral de gezondheid duidelijk vaker dan gemiddeld; van alle inwoners van Den Haag noemt 9% hun gezondheid als reden om te verhuizen. In vergelijking met 2012 lijkt de verhuisgeneigdheid onder ouderen te zijn toegenomen. De verschillen zijn echter niet heel groot (zie tabel 4.8). Tabel 4.8 Verhuisgeneigdheid aan de hand van een aantal indicatoren, 2012 – 2018 2012
2015
2018
% woont > 20 jaar in woning
49,1%
46,2%
50,2%
% wil beslist niet verhuizen
85,4%
77,8%
78,5%
% woningaanpassingen aanwezig
29,0%
23,8%
22,4%
Bron: Gemeente Den Haag, WoOn 2012, 2015 en 2018
4.5
AANPASSINGEN AAN DE WONING
Om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen is het mogelijk om de woning aan te passen. Uit het WoOn 2018 blijkt dat van alle ouderen 22% momenteel aanpassingen in de woning heeft vanwege een handicap (zie figuur 4.7 op de vorige pagina). Dit is duidelijk vaker het geval dan gemiddeld (9%). In woningen van 75-plussers zijn vaker woningaanpassingen (29%) dan in woningen van 65-74jarigen (18%). Het gaat veelal om kleine aanpassingen zoals beugels, aangepaste drempels etc. (80%). Vergeleken met 2012 is het aandeel 65-plussers met een woningaanpassing licht gedaald (zie tabel 4.8). Het is mogelijk om via de gemeente (WMO) een woonaanpassing en/of hulpmiddelen te krijgen, zoals bijvoorbeeld een traplift. Tabel 4.9 geeft de toegekende woningvoorzieningen weer van 2014 tot en met 2019. Het totaal toegekende woonvoorzieningen is de laatste jaren gedaald. Ruim de helft (52,7%) van de cliënten met een verstrekking van een hulpmiddel wonen is 65 jaar en ouder. Van de verstrekking woningaanpassingen of een vergoeding voor een woningaanpassing is ruim 60% 65 jaar en ouder.
- 34 -
Tabel 4.9 Aantal toegekende woonvoorzieningen (2014 – 2019) 2014
2015
2016
2017
2018
2019
2019 % 65-plus
Wonen hulpmiddelen
4.775
4.337
4.071
3.504
3.575
3.596
52,7%
Woningaanpassingen
3.284
2.973
2.704
2.804
2.685
2.600
61,6%
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst OCW (Socrates)
Kader: Programma Gezond Lang Thuis De meeste ouderen willen, ook als zij kwetsbaar worden, in hun eigen huis blijven wonen. Technologie kan helpen om zelfredzaam te blijven en om in contact te blijven met de (sociale) omgeving. De gemeente werkt daarom samen met partners én bewoners aan de ontwikkeling en uitvoering van innovatieve zorgtechnologie. Deze technologie helpt ouderen om langer gezond en zelfstandig te blijven wonen. Om de vernieuwing en uitvoering van zorgtechnologie te versnellen, stimuleert de gemeente actieve kennisdeling en samenwerking door partijen bij elkaar te brengen en door senioren actief te betrekken bij het vernieuwingsproces. Door de ideeën en ervaringen van senioren in een vroeg stadium mee te nemen ontstaan belangrijke oplossingen die aansluiten bij hun behoeften. iZi Gezond Lang Thuis In het iZi Living lab testen ouderen samen met technologie ontwikkelaars of (nieuwe) toepassingen goed werken en of ze aansluiten bij hun behoeften. Zo leveren zij een belangrijke bijdrage aan de verbetering en doorontwikkeling van toepassingen. Ook kunnen inwoners een kijkje nemen in de iZi-ervaarwoning. In dit driekamerappartement op de Steenhouwersgaarde, staan ruim 90 slimme oplossingen die het leven van ouderen prettiger en makkelijker kunnen maken. Bron: www.wijenizi.nl en www.denhaag.nl
4.6
WOONSITUATIE 75-PLUSSERS16
In 2019 is door de dienst Stedelijke Ontwikkeling van de gemeente Den Haag een onderzoek verricht naar de woonsituatie van 75-plussers en het toekomstig woningaanbod. Een aantal bevindingen uit dit rapport is hieronder weergegeven: Woonsituatie 75-plussers Van de 32.000 75-plussers in Den Haag woont ruim een derde (10.700) niet in een nultredenwoning. Een nultredenwoning is een gelijkvloerse woning bereikbaar zonder trappen of bereikbaar met een lift. Dat wil niet zeggen dat die woning (nu of op termijn) per se ongeschikt is, maar het geeft wel een indicatie van de omvang van een potentieel huisvestingsprobleem. Twee derde van hen, meer dan 7.300 75-plussers, woont alleen en is daardoor extra kwetsbaar. Een deel van deze betrekkelijk grote groep alleenwonende 75-plussers zal mogelijk in de nabije toekomst tegen huisvestingsproblemen aanlopen. Benodigd aanbod voor passend wonen Op dit moment bewonen de 32.000 75-plussers 24.000 zelfstandige woningen. Van de 24.000 woningen gaat het om ruim 8.500 woningen in de koopsector (35%), 10.900 woningen in de sociale huursector (45%) en ruim 4.400 woningen in de particuliere huursector (18%). Van de woningvoorraad in Den Haag is ruim een derde (34%) een zgn. nultredenwoning (86.100). Jaarlijks komen van de nultredenwoningen ca.
2.000 woningen in de koopsector beschikbaar, zo’n 3.500 woningen in de particuliere sector en 400-450 woningen in de corporatiesector. Hoewel de voorraad nultredenwoningen in Den Haag veel groter is dan het aantal 75-plussers, neemt de komende jaren het aantal 75-plussers echter wel aanzienlijk toe; van bijna 32.000 in 2017 tot ca. 45.500 in 2030 (+ ruim 40%) en ca. 58.000 in 2040 (+ ruim 80%).
4.7
BIJZONDERE WOONVORMEN
Een bijzondere woonvorm voor ouderen is groepswonen. Groepswonen is een woonconcept dat in Den Haag rond 1984 is gestart. Deze groepen waren van oorsprong bedoeld voor 50-plussers. Het idee was om met een aantal generatiegenoten bij elkaar in een groep te gaan wonen. Voor aanspraak en ook om een beetje voor elkaar te zorgen. Zo zijn de eerste woongroepen voor ouderen ontstaan.
16 Bron: gemeente Den Haag/DSO/PSO, Onderzoek Passend wonen 75-plus en toekomstig woningaanbod
- 35 -
Een woongroep voor senioren bestaat over het algemeen uit 20 huishoudens die een gemeenschappelijke ruimte delen en samen een zelfstandige vereniging vormen. Elke woongroep bepaalt de eigen statuten en cultuur. 17 In 2020 zijn er in Den Haag 46 projecten waar ouderen in groepsverband kunnen wonen. Hoeveel Haagse 65-plussers gebruik maken van groepswonen is niet bekend. In figuur 4.10 zijn de groepswoonprojecten op de kaart weergegeven. Figuur 4.10 Groepswoonprojecten voor ouderen in Den Haag (2020)
Bron: Centrum Groepswonen
Kader: Bevindingen Atelier SamenKracht / Stadsateliers Seniorvriendelijk Den Haag Atelier Samenkracht biedt ouderen in dialoogbijeenkomsten een podium om hun wensen en mogelijkheden op het gebied van ‘meedoen en van betekenis zijn’ met elkaar en met vertegenwoordigers van lokale instituties te delen en actief uit te dragen. In Den Haag zijn diverse ateliers in verschillende wijken georganiseerd waar thema’s op het gebied van een seniorvriendelijke stad worden besproken. Enkele bevindingen m.b.t. huisvesting: • Help ouderen met verhuizen door een wooncoach in te schakelen die helpt met de inventarisatie van woonwensen, de zoektocht naar een huis en financiering tot en met het op-/uitruimen van het oude huis. • Er is een behoefte aan betaalbare levensloopbestendige woningen, appartementen met lift en balkon. • Senioren zien zowel voor- als nadelen als het gaat om het gemengd wonen met jong en oud. • Er is een behoefte aan hofjes voor starters en ouderen. • Er is een behoefte aan nieuwe woonvormen, waarbij ontmoeting en onderling contact basisuitgangspunt is. Bron: Hulsebosch Advies/SamenKracht.Nu (2020)
17
Bron: www.centrumgroepswonen.nl (geraadpleegd op 22-10-2018)
- 36 -
4.8
NADERE ANALYSE VAN DE UITKOMSTEN
In voorgaande paragrafen is alleen gekeken naar de totale groep ouderen en de twee leeftijdsklassen daarbinnen. Er zijn echter nog meer differentiaties te maken, zoals naar sekse, etniciteit, type huishouden en opleidingsniveau. In deze paragraaf vindt u een overzicht van de uitkomsten (op hoofdpunten) voor verschillende groepen ouderen. In de tekst wordt alleen gewezen op de meest opvallende uitkomsten.
NB
Het uitsplitsen van de uitkomsten leidt er in een aantal gevallen toe dat het absolute aantal ouderen waarop de uitkomsten betrekking hebben, klein is (zoals het geval is bij de uitsplitsing naar stadsdeel). De uitkomsten moeten dan ook als indicatie worden gezien en niet als representatief beeld voor de betreffende subgroep ouderen. In de overzichten is het totaal aantal ouderen in de steekproef (N) opgenomen; ook dit is een indicatie aangezien het aantal per vraag kan verschillen. Uitkomsten die betrekking hebben op minder dan 25 respondenten worden in de tabellen niet getoond.
In overzicht 4.11 op de volgende pagina zijn een aantal aspecten weergeven met betrekking tot de woonsituatie van Haagse ouderen, uitgesplitst naar een aantal kenmerken. Een aantal punten die opvallen: • Vrouwen wonen vaker intramuraal dan mannen. •
Ouderen met een Nederlandse achtergrond wonen vaker intramuraal dan ouderen met een migratieachtergrond. Migrantenouderen geven duidelijk een lager rapportcijfer voor hun woning dan ouderen met een Nederlandse achtergrond. Daarnaast lijken migrantenouderen vaker in een meergezinswoning te wonen en vaker in een corporatiewoning.
•
65-plussers met een hoog opleidingsniveau zijn vaker tevreden over hun woning dan ouderen met een laag opleidingsniveau; zij geven een duidelijk hoger rapportcijfer. Daarnaast wonen zij minder vaak in een meergezinswoning en ook minder vaak in een woning die speciaal bestemd is voor ouderen, dan 65-plussers met een laag opleidingsniveau. Verder geldt dat hoe hoger het opleidingsniveau, hoe lager het aandeel ouderen dat in een sociale huurwoning woont.
•
Alleenstaande ouderen wonen vaker intramuraal dan ouderen uit een meerpersoonshuishouden. Ouderen uit een meerpersoonshuishouden geven een hoger rapportcijfer voor hun woning dan alleenstaande ouderen. Daarnaast zien we dat alleenstaanden die zelfstandig wonen vaker in een meergezinswoning (appartement, flat etc.) wonen en ook vaker in een woning die speciaal bestemd is voor ouderen.
- 37 -
% intramuraal (2020)
N Veiligheidsmonitor (2019) (indicatie resp.)
rapportcijfer woning
N WoON (2018) (indicatie resp.)
% meergezinswoning
% corporatie woning
% in woning speciaal voor ouderen
% beslist niet verhuizen
Overzicht 4.11 Woonsituatie Haagse ouderen aan de hand van een aantal aspecten
5,4%
469
7,7
456
75,2%
37,9%
16,1%
78,5%
65 – 74 jaar
2,0%
304
7,7
267
74,5%
34,5%
11,6%
69,9%
75-plus
10,3%
165
7,6
189
76,2%
43,2%
22,9%
91,4%
Man
4,1%
236
7,6
-
-
-
-
-
Vrouw
6,5%
255
7,7
-
-
-
-
-
Nederlandse achtergrond
6,1%
329
7,8
342
72,4%
34,9%
16,5%
78,6%
Migratieachtergrond
3,9%
140
7,4
114
81,1%
43,9%
15,3%
78,2%
Laag
-
207
7,4
225
82,2%
55,9%
25,7%
77,3%
Middel
-
95
7,9
85
80,2%
32,4%
10,4%
75,6%
Hoog
-
132
8,1
117
55,5%
9,0%
4,9%
83,2%
Eenpersoons
9,8%
176
7,5
275
81,6%
42,2%
20,4%
80,6%
Meerpersoons
0,7%
265
7,8
181
69,5%
34,0%
12,0%
76,6%
Totaal 65-plus
Leeftijd
Sekse
Etniciteit
Opleidingsniveau
Type huishouden
Bron: Gemeente Den Haag, BRP; Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2019; Gemeente Den Haag, WoOn 2018
- 38 -
5 Publieke ruimte In dit hoofdstuk kijken we naar verschillende aspecten die te maken hebben met de publieke ruimte, oftewel de leefomgeving van Haagse ouderen. Zijn zij tevreden met de buurt waarin zij wonen? En voelen zij zich er veilig? De gegevens die in dit hoofdstuk worden gepresenteerd, komen uit de Veiligheidsmonitor. In bijlage 1 vindt u hier meer informatie over. De uitkomsten uit de Veiligheidsmonitor hebben betrekking op ouderen die zelfstandig wonen.
5.1
WAARDERING VAN DE (FYSIEKE) BUURT
Haagse senioren lijken in het algemeen redelijk tevreden met hun leefomgeving. Ze geven gemiddeld een 7,3 als waardering voor hun woonomgeving. Alle Hagenaars bij elkaar geven gemiddeld een 7,2 voor hun woonomgeving. 5.1.1
Ontwikkeling van de buurt
Hoe heeft de buurt waarin Haagse 65-plussers wonen zich ontwikkeld? Is deze erop vooruitgegaan, achteruitgegaan of is deze gelijk gebleven? Twee derde (66,5%) van de Haagse 65-plussers geeft aan dat de buurt waarin zij wonen het jaar voorafgaand aan het onderzoek niet vooruit, maar ook niet achteruit is gegaan (zie figuur 5.1). Een vijfde (20,8%) geeft echter aan dat de buurt achteruit is gegaan. Een relatief klein deel (8%) van de 65-plussers vindt dat de buurt vooruit is gegaan. Dit laatste is duidelijk minder vaak dan gemiddeld voor Den Haag als geheel; van alle inwoners vindt 16,3% dat de buurt erop vooruit is gegaan. Figuur 5.1 Beleving van de ontwikkeling van de buurt door Haagse ouderen (in 2019)
65 - 74 jaar
75 jaar en ouder
buurt vooruit gegaan buurt gelijk gebleven
totaal ouderen
buurt achteruit gegaan
totaal Den Haag 0%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Bron: Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2019
Door de jaren heen (zie tabel 5.2 op de volgende pagina) zien we geen grote verschillen in de beleving van de ontwikkeling van de buurt. Tabel 5.2 Beleving van de ontwikkeling van de buurt door Haagse ouderen, 2013 – 2019 2012
2013
2015
2017
2019
% buurt is achteruit gegaan
23,8%
23,4%
20,2%
21,0%
20,8%
% buurt is vooruit gegaan
9,4%
7,3%
9,7%
10,5%
8,0%
Bron: Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2012, 2013, 2015, 2017 en 2019
- 39 -
De vijf grootste problemen in de buurt waar 65-plussers zelf overlast van ervaren, zijn (in 2019): 1. te hard rijden 2. parkeerproblemen 3. hondenpoep 4. rommel op straat 5. agressief verkeersgedrag Hierin is ten opzichte van 2015 niets veranderd. Vooral de eerste vier problemen zien 65-plussers graag door de gemeente aangepakt worden.
5.1.2
Tevredenheid met voorzieningen in de buurt
Voor een aantal voorzieningen in de woonbuurt is er gevraagd in welke mate men daar tevreden mee is; voorzieningen als winkels voor dagelijkse boodschappen, openbaar vervoer en openbaar groen. 65-plussers zijn in het algemeen tevreden over de verschillende voorzieningen (zie figuur 5.3). Zij zijn het meest tevreden met de winkels voor dagelijkse boodschappen (88%) en met het openbaar vervoer (86%). Daarnaast is 78% van de ouderen tevreden met de straatverlichting en de groenvoorzieningen en is 68% tevreden over het onderhoud van wegen en fietspaden. Over de parkeergelegenheid is men minder tevreden (41%). In vergelijking met de gemiddelde Hagenaar zijn ouderen duidelijk vaker tevreden over de groenvoorzieningen.
Figuur 5.3 Tevredenheid met een aantal voorzieningen in de buurt (2019) winkels dagelijkse boodschappen straatverlichting
groenvoorzieningen
openbaar vervoer
totaal ouderen onderhoud wegen / fietspaden
totaal Den Haag
parkeergelegenheid 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Bron: Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2019
- 40 -
Ten opzichte van 2015 lijken Haagse ouderen vaker tevreden te zijn met verschillende voorzieningen in de buurt (zie tabel 5.4) behalve met de parkeergelegenheid. Tabel 5.4 Tevredenheid met een aantal voorzieningen in de buurt, 2012 – 2019 % (zeer) tevreden met:
2012
2013
2015
2017
2019
- winkels dagelijkse boodschappen
81,1%
82,9%
81,1%
85,4%
88,3%
- straatverlichting
78,3%
76,8%
70,2%
83,1%
77,9%
- groenvoorzieningen
77,6%
73,4%
73,7%
76,2%
77,5%
- openbaar vervoer
79,6%
73,8%
75,4%
84,7%
85,7%
- onderhoud wegen / fietspaden
61,0%
59,8%
62,4%
70,5%
67,6%
- parkeergelegenheid
40,5%
42,4%
45,6%
40,8%
41,0%
Bron: Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2012, 2013, 2015, 2017en 2019
5.2
VEILIGHEID
Veiligheid is een belangrijk onderwerp bij het thema publieke ruimte. Voelen ouderen zich veilig in de buurt en in hun woning? En voelen zij zich ook op andere plekken in de stad veilig? Figuur 5.5 Beleving van veiligheid van de buurt door Haagse ouderen (in 2019)
wel eens onveilig vaak onveilig vaak onveilig 's avonds op straat
totaal ouderen
vaak onveilig 's avonds thuis totaal Den Haag loopt / rijdt om doet 's avonds niet open 0%
10%
20%
30%
40%
50%
Bron: Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2019
Haagse ouderen geven gemiddeld een 7,1 als rapportcijfer voor de veiligheid in hun buurt. Niettemin geeft 20% aan dat zij zich wel eens onveilig voelen in de buurt (zie figuur 5.5) en 2,4% voelt zich vaak onveilig. Een deel van de ouderen (3,2%) loopt of rijdt (dan ook) wel eens om, om onveilige plekken in hun buurt te vermijden. Het aandeel ouderen dat zich ’s avonds onveilig voelt op straat is nog iets hoger (5,7%). Ook in hun eigen huis voelt een klein deel van de ouderen (3,4%) zich ’s avonds niet veilig. 20% van de ouderen doet ’s avonds de deur niet open; dit is hoger dan het Haags gemiddelde van 12%. Ouderen voelen zich in het algemeen minder onveilig in hun eigen buurt dan de gemiddelde Hagenaar maar geven wel vaker aan hun deur ’s avonds niet open te doen. Door de jaren heen lijkt het onveiligheidsgevoel onder ouderen te zijn afgenomen (zie tabel 5.6). Tabel 5.6 Beleving van de veiligheid van de buurt, 2012 – 2019 2012
2013
2015
2017
2019
% voelt zich wel eens onveilig
27,8%
26,7%
24,8%
19,7%
19,9%
% voelt zich vaak onveilig ’s avonds op straat
9,0%
7,9%
8,5%
6,5%
5,7%
% voelt zich vaak onveilig ’s avonds thuis
4,4%
4,3%
4,3%
3,7%
3,4%
% loopt / rijdt vaak om
5,4%
4,1%
5,3%
3,5%
3,2%
Bron: Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2012, 2013, 2015, 2017 en 2019
- 41 -
Als we kijken naar plekken in de stad die niet per se in de eigen buurt liggen, zien we dat ouderen zich vooral wel eens onveilig voelen op plekken waar groepen jongeren rondhangen (29,8%), in het centrum van Den Haag (23,2%) en in het openbaar vervoer (22,7%) (zie figuur 5.7). Dit zijn ook de plekken waar de gemiddelde Hagenaar zich het meest vaak onveilig voelt. Het aandeel ouderen dat zich vaak of soms onveilig voelt op de diverse plekken in de stad is in bijna alle gevallen lager dan gemiddeld; alleen in het winkelgebied in de buurt voelen ouderen zich ongeveer even onveilig als alle Hagenaars bij elkaar. Binnen de groep ouderen voelen 65-74-jarigen zich vaker wel eens onveilig dan 75-plussers. Dit geldt voor alle plekken. Door de jaren heen lijken ouderen zich in het algemeen veiliger te gaan voelen (zie tabel 5.8) Tabel 5.7 Beleving van onveiligheid (vaak + soms) op een aantal plekken (in 2019) uitgaansgelegenheid plekken met jongeren centrum Den Haag winkelgebied in buurt totaal ouderen
openbaar vervoer
totaal Den Haag
treinstation 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Bron: Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2019
Tabel 5.8 Beleving van Haagse ouderen van onveiligheid op een aantal plekken, 2012 – 2019 % dat zich vaak/soms onveilig voelt
2012
2013
2015
2017
2019
- uitgaansgelegenheid
19,7%
16,3%
17,4%
15,1%
14,6%
- plekken met jongeren
39,0%
36,3%
34,5%
33,5%
29,8%
- centrum Den Haag
29,2%
25,4%
25,5%
23,4%
23,2%
- winkelgebied in buurt
23,6%
21,0%
23,6%
19,5%
19,2%
- openbaar vervoer
32,8%
28,8%
30,1%
24,6%
22,7%
- treinstation
30,9%
26,7%
24,2%
20,6%
18,7%
Bron: Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2012, 2013, 2015, 2017 en 2019
5.3
NADERE ANALYSE VAN DE UITKOMSTEN
In voorgaande paragrafen is alleen gekeken naar de totale groep ouderen en de twee leeftijdsklassen daarbinnen. Er zijn echter nog meer differentiaties te maken, zoals naar sekse, etniciteit, type huishouden, opleidingsniveau, inkomen en stadsdeel. In deze paragraaf vindt u een overzicht van de uitkomsten (op hoofdpunten) voor de verschillende groepen ouderen. In de tekst wordt alleen gewezen op de meest opvallende uitkomsten. NB
Het uitsplitsen van de uitkomsten leidt er in een aantal gevallen toe dat het absolute aantal ouderen waarop de uitkomsten betrekking hebben, klein is (zoals het geval is bij de uitsplitsing naar stadsdeel). De uitkomsten moeten dan ook als indicatie worden gezien en niet als representatief beeld voor de betreffende subgroep ouderen. In de overzichten is het totaal aantal ouderen in de steekproef (N) opgenomen; ook dit is een indicatie aangezien het aantal per vraag kan verschillen. Uitkomsten die betrekking hebben op minder dan 25 respondenten worden in de tabellen niet getoond. - 42 -
In overzicht 5.9 op de volgende pagina zijn een aantal aspecten weergeven met betrekking tot de leefomgeving van Haagse ouderen, uitgesplitst naar een aantal kenmerken. Een aantal punten die opvallen: •
Ouderen met een migrantenachtergrond voelen zich vaker onveilig. Vooral in hun eigen buurt en in het winkelgebied in de eigen buurt voelen migrantenouderen zich vaker onveilig dan ouderen met een Nederlandse achtergrond.
•
65-plussers met een hoog opleidingsniveau zijn op bijna alle aspecten vaker tevreden over hun buurt. Hoog opgeleiden vinden vooral minder vaak dat hun buurt er op achteruit gegaan is. Ook qua veiligheid ‘scoren’ hoog opgeleide 65-plussers op bijna alle punten beter.
•
Ouderen uit de stadsdelen Escamp, Centrum en Laak waarderen hun leefomgeving met een lager rapportcijfer dan ouderen uit de overige stadsdelen. Ook lijken ouderen uit Escamp, Centrum en Laak zich vaker onveilig te voelen en waarderen de veiligheid in hun buurt met een lager rapportcijfer dan ouderen uit de overige stadsdelen.
- 43 -
rapportcijfer woonomgeving
% buurt gaat achteruit
% buurt gaat vooruit
rapportcijfer veiligheid buurt
% voelt zich wel eens onveilig in buurt
% voelt zich weleens onveilig in winkelgebied buurt
% voelt zich weleens onveilig in OV
Waardering van de publieke ruimte / leefomgeving aan de hand van een aantal aspecten (2019)
N (indicatie) respondenten Veiligheidsmonitor (2019)
Overzicht 5.9
952
7,3
20,8%
8,0%
7,1
19,9%
19,2%
22,7%
65 – 74 jaar
620
7,3
19,2%
9,6%
7,0
22,2%
20,0%
25,5%
75-plus
332
7,3
23,4%
5,2%
7,2
16,0%
17,8%
17,8%
Man
458
7,3
20,5%
9,8%
7,1
17,5%
19,2%
20,4%
Vrouw
494
7,3
21,0%
6,5%
7,0
22,0%
19,2%
24,6%
Nederlandse achtergrond
667
7,5
20,9%
5,4%
15,3%
17,9%
19,7%
Migratieachtergrond
285
7,0
20,6%
12,3%
6,8
27,5%
21,3%
27,5%
Laag
390
7,1
25,1%
7,6%
6,8
23,9%
20,1%
24,2%
Middel
211
7,6
17,0%
7,8%
7,3
18,5%
20,7%
24,9%
Hoog
239
7,8
11,0%
9,5%
7,6
12,5%
16,4%
18,5%
Loosduinen
147
7,6
22,5%
3,2%
7,4
14,2%
15,7%
20,4%
Escamp
188
6,7
29,5%
8,6%
6,7
23,0%
24,7%
26,5%
Segbroek
84
7,7
12,2%
7,4%
7,3
18,8%
17,9%
26,7%
Scheveningen
110
7,8
15,8%
5,5%
7,5
14,8%
21,6%
20,9%
Centrum
211
6,8
19,3%
16,2%
6,4
34,0%
21,1%
23,6%
Laak
59
6,6
44,5%
7,6%
6,1
26,2%
24,1%
19,1%
Haagse Hout
98
7,8
11,5%
9,5%
7,6
13,1%
9,3%
15,2%
Leidschenveen/ Ypenburg
55
7,6
16,0%
1,9%
7,2
9,8%
17,2%
27,4%
Totaal 65-plus
Leeftijd
Sekse
Etniciteit 7,2
Opleidingsniveau
Stadsdeel
Bron: Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2019
- 44 -
6
Mobiliteit
In dit hoofdstuk kijken we naar verschillende aspecten die te maken hebben met de mobiliteit van Haagse ouderen. Hoe vaak gaan Haagse senioren op pad? Welke vervoersmiddelen gebruiken zij daarbij? Met welk doel gaan zij op pad? Zijn zij tevreden over de mobiliteitsvoorzieningen in de eigen buurt? En van welke (gesubsidieerde) voorzieningen kunnen Haagse ouderen gebruikmaken, zodat zij mobiel blijven? De gegevens die we in dit hoofdstuk presenteren, komen uit het Onderzoek Onderweg In Nederland (ODiN) en de Veiligheidsmonitor. Daarnaast is een deel van de gegevens afkomstig van interne registraties binnen de gemeente en/of registraties van organisaties. Dit is in de tekst en/of met een voetnoot aangegeven. In bijlage 1 vindt u hier meer informatie over. De uitkomsten uit het ODiN en de Veiligheidsmonitor hebben betrekking op ouderen die zelfstandig wonen. Over ouderen die in verpleeg- of verzorgingshuizen wonen, hebben we geen informatie uit deze onderzoeken.
6.1
MOBILITEIT ONDER HAAGSE SENIOREN18
Gemiddeld verplaatsen Haagse senioren zich per persoon per dag 2 keer. Met een verplaatsing bedoelen we een beweging van een beginpunt naar een eindpunt. Binnen een verplaatsing kunnen meerdere ritten met verschillende vervoersmiddelen gemaakt worden. Zo kan een verplaatsing van huis naar een winkel in het centrum van Den Haag bestaan uit meerdere ritten; rit 1 lopend van huis naar de tramhalte, rit 2 met de tram naar de binnenstad en rit 3 lopend naar de betreffende winkel. Haagse 65-plussers verplaatsen zich gemiddeld per dag per persoon iets minder vaak dan alle inwoners van Den Haag bij elkaar. Gemiddeld maken alle inwoners van Den Haag 2,6 verplaatsingen per persoon per dag. Binnen de groep 65-plussers lijkt het erop dat geldt; hoe ouder, hoe minder verplaatsingen men maakt (65-74 jaar 2,2 en 75 jaar en ouder 1,6 verplaatsingen per dag). Vervoersmiddel Haagse ouderen verplaatsen zich vooral per auto, te voet of per fiets. Bijna een derde van de verplaatsingen van 65-plussers wordt met de auto gedaan en nog eens een derde te voet (zie figuur 6.1 op de volgende pagina). Een kwart van de verplaatsingen gebeurt op de fiets. Ongeveer 10% van de verplaatsingen gebeurt met het openbaar vervoer. Vergeleken met Den Haag als geheel zien we geen grote verschillen in vervoerswijze (zie figuur 6.1 op de volgende pagina). Ouderen lijken wel minder vaak te fietsen en vaker te lopen.
18
Bron: Gemeente Den Haag, Onderzoek Onderweg In Nederland 2018 (bewerking afdeling PSO).
- 45 -
Figuur 6.1 Vervoerswijze Haagse ouderen (2018)
totaal ouderen
Lopen Fiets (elektrisch/nietelektrisch) Auto als bestuurder Auto als passagier
totaal Den Haag
Bus/tram/metro Trein Overig 0%
10%
20%
30%
40%
50%
Bron: Gemeente Den Haag, Onderzoek Onderweg In Nederland 2018 (bewerking afdeling PSO)
Redenen voor verplaatsing Het doen van boodschappen en winkelen is voor Haagse ouderen de belangrijkste reden om zich te verplaatsen (39%). Bijna 30% van de verplaatsingen heeft een sociaal doel; visites (12%) of een ander sociaal recreatief doel (18%). 12% van de verplaatsingen heeft wandelen of toeren als doel. Logischerwijs gaan ouderen minder vaak op pad voor werk en onderwijs dan gemiddeld. Figuur 6.2 Redenen voor verplaatsingen door Haagse ouderen (2018)
winkelen/boodschappen doen
totaal ouderen
sociaal recreatief overig visite/logeren diensten/persoonlijke verzorging toeren/wandelen van en naar het werk
totaal Den Haag
onderwijs/cursus volgen zakelijk bezoek in werksfeer ander motief 0%
10%
20%
30%
40%
50%
Bron: Gemeente Den Haag, Onderzoek Onderweg In Nederland 2018 (bewerking afdeling PSO)
- 46 -
6.2
TEVREDENHEID VOORZIENINGEN IN DE BUURT 19
In het vorige hoofdstuk hebben we gekeken naar de tevredenheid van Haagse ouderen over een aantal voorzieningen in de buurt. Drie van deze voorzieningen, het openbaar vervoer, onderhoud van wegen en fietspaden en de parkeergelegenheid, hebben te maken met mobiliteit. Ouderen zijn redelijk tevreden over deze mobiliteitsvoorzieningen in de buurt. We zien dat Haagse ouderen het meest tevreden zijn met het openbaar vervoer; 86% van hen is hier tevreden over (zie figuur 6.3). Over het onderhoud van wegen en fietspaden is 68% van de ouderen tevreden. Over de parkeergelegenheden in de buurt is minder dan de helft van de ouderen tevreden (41%). Figuur 6.3 Tevredenheid met een aantal mobiliteitsvoorzieningen in de buurt (2019)
openbaar vervoer onderhoud wegen / fietspaden
totaal ouderen
parkeergelegenheid
totaal Den Haag 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90%100%
Bron: Gemeente Den Haag, Veiligheidsmonitor 2019
6.3
(GESUBSIDIEERDE) VOORZIENINGEN GERICHT OP MOBILITEIT 20
Er is in Den Haag een aantal voorzieningen die ervoor kunnen zorgen dat ouderen langer mobiel blijven. Er zijn bijvoorbeeld wijkbussen die ouderen kunnen gebruiken om naar bepaalde voorzieningen te gaan en er is een boodschappenbegeleidingsdienst die ouderen helpt bij het doen van de dagelijkse boodschappen. Daarnaast kunnen ouderen bij de gemeente terecht voor vervoersvoorzieningen vanuit de Wmo, zoals de Taxibus. In deze paragraaf kijken we naar het bereik van een aantal van deze voorzieningen. Overigens zijn deze voorzieningen niet uitsluitend voor ouderen, maar ouderen vormen wel een belangrijke doelgroep.
19 20
Bron: Veiligheidsmonitor Bron: interne gemeentelijke registraties en jaarverslagen organisaties
- 47 -
Wmo-voorzieningen Om mobiel te blijven kunnen Haagse 65-plussers bij de gemeente terecht voor verschillende voorzieningen, zoals taxibuspassen en scootmobielen of een financiële tegemoetkoming voor vervoerskosten. In tabel 6.4 is het aantal cliënten weergegeven met een taxibuspas, het aantal cliënten met een rolstoelvoorziening en het aantal cliënten met een financiële tegemoetkoming voor vervoerskosten vanaf 2011. Deze gegevens betreffen de toekenningen voor heel Den Haag. De toegekende voorzieningen aan 65-plussers in het jaar 2019 is weergegeven in tabel 6.5. De toegekende taxibuspassen zijn vanaf 2011 gestegen tot ruim 17.000. Het aantal rolstoelvoorzieningen schommelde in de periode 2011-2017 tussen de 5.000 en 6.000 maar daalde in 2019 tot 4.200 cliënten.
Tabel 6.4
Aantal taxibuspassen en aantal rolstoelvoorzieningen Den Haag 2011 – 2019 2011
2013
2015
2017
2019
Aantal cliënten met een taxibuspas (AV070)
10.997
13.898
14.538
16.043
17.029
Aantal cliënten met een rolstoelvoorziening
5.125
5.923
5.047
5.443
4.221
Aantal cliënten met een financiële vergoeding voor vervoer
n.b.
n.b.
1.968
1.737
1.759
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst OCW (Socrates)
Tabel 6.5
Aantal taxibuspassen, scootmobielen en rolstoelen 65 jaar en ouder 2019 aantal
Aantal taxibuspassen
10.266
Aantal scootmobielen
5.172
Aantal rolstoelen
2.607
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst OCW (Socrates)
Boodschappenbegeleidingsdienst De Boodschappenbegeleidingsdienst begeleidt ouderen en mindervaliden die weinig contacten hebben, slecht ter been zijn of zich onveilig voelen met als doel isolement tegen te gaan 21. Dagelijks gaat de Boodschappenbegeleidingsdienst naar winkels waar ouderen hun wekelijkse boodschappen kunnen doen. Deelnemers worden thuis opgehaald, waarna er in kleine groepjes boodschappen wordt gedaan. De begeleiders bieden een arm en helpen bijvoorbeeld met het zoeken van de gewenste artikelen en het dragen van de boodschappentassen. Na afloop wordt gezamenlijk een kopje koffie gedronken, waarna de deelnemers weer thuis worden gebracht. Voor mensen die boodschappenhulp nodig hebben maar niet zelf mee kunnen, worden boodschappen aan huis bezorgd. Naast het doen van boodschappen biedt de Boodschappenbegeleidingsdienst ook dagelijks uitstapjes aan met begeleiding en vervoer en enkele keren per jaar vakanties. In 2019 hadden ruim 6.000 Hagenaars een abonnement op de Boodschappenbegeleidingsdienst (zie tabel 6.6). Tabel 6.6
Aantal abonnementen van de Boodschappenbegeleidingsdienst (2011 – 2018) 2011
2013
2015
2017
2018
2019
6.240
5.750
5.654
6.168
6.150
± 6.000
Boodschappenbegeleidingsdienst Aantal abonnementen Boodschappenbegeleidingsdienst
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst OCW Ouderenbeleid en website bbddenhaag.nl
Wijkbussen Den Haag kent 11 wijkbusorganisaties 22. Elke wijkbus heeft een eigen (vastgelegd) rijgebied. Vaak ligt dit binnen een stadsdeel. Inwoners van dat gebied kunnen op afspraak en tegen geringe kosten vervoerd worden binnen dat rijgebied. De wijkbus haalt mensen thuis op en brengt hen naar hun bestemming, zoals de dokter/ziekenhuis, fysiotherapeut, pedicure of kapper, supermarkt en winkels, familie en/of het stadsdeelkantoor. Hoeveel personen er per jaar vervoerd worden en hoeveel kilometers er jaarlijks worden gereden, is niet bekend.
21 22
Bron: www.bbddenhaag.nl (geraadpleegd op 8 juli 2020) Bron: www.denhaag.nl (geraadpleegd op 8 juli 2020)
- 48 -
Den Haag Doet Burenhulp en Begeleiden en Rijden (voorheen Burenhulpcentrales)23 Den Haag Doet Burenhulp koppelt vraag en aanbod aan elkaar. In 2019 waren er in Den Haag 16 burenhulpcentrales en 5.410 deelnemers die zich hebben ingeschreven. Ongeveer 1.000 deelnemers hadden hulp bij het begeleiden en rijden; er zijn 7.600 ritten uitgevoerd. De leeftijdsgrens voor deze dienst is 60 jaar en ouder. 81% van deze deelnemers is 65 jaar of ouder.
Kader: Bevindingen Atelier SamenKracht / Stadsateliers Seniorvriendelijk Den Haag Atelier Samenkracht biedt ouderen in dialoogbijeenkomsten een podium om hun wensen en mogelijkheden op het gebied van ‘meedoen en van betekenis zijn’ met elkaar en met vertegenwoordigers van lokale instituties te delen en actief uit te dragen. In Den Haag zijn diverse ateliers in verschillende wijken georganiseerd waar thema’s op het gebied van een seniorvriendelijke stad worden besproken. Enkele bevindingen m.b.t. transport: • Zorg dat de regiotaxi’s en AV070 ook uitgerust zijn om mensen met rollators mee te nemen, dat is soms niet mogelijk vanwege de brandstoftanks in de kofferbak. • Er is behoefte om een hond mee te nemen, dit is niet altijd mogelijk. Bron: Hulsebosch Advies/SamenKracht.Nu (2020)
23
Bron: Xtra, 2018
- 49 -
7 Burgerparticipatie In dit hoofdstuk kijken we naar verschillende aspecten rond de maatschappelijke inzet van Haagse senioren. We kijken hierbij naar werk, vrijwilligerswerk, het verlenen van mantelzorg, of ouderen betrokken zijn bij activiteiten voor de buurt en of ouderen en hun buren elkaar helpen. De gegevens die we in dit hoofdstuk presenteren, komen voornamelijk uit het Inwonersonderzoek Den Haag. In bijlage 1 vindt u meer informatie over dit onderzoek. De uitkomsten hebben betrekking op ouderen die zelfstandig wonen. Over ouderen die in verpleeg- of verzorgingshuizen wonen, hebben we geen informatie. 7.1
WERK
Het aandeel 65-plussers dat werkzaam is, is zoals we mogen verwachten gering. Het aandeel 65plussers dat 12 uur per week of meer werkt is 7%. Voor heel Den Haag is dit 59% (zie figuur 7.1). Binnen de groep ouderen zijn het, niet verwonderlijk, met name 65-74-jarigen die (nog) werken (9%). Het aandeel werkenden onder 75-plussers is beperkt (2%).
Figuur 7.1
Maatschappelijke inzet van Haagse ouderen aan de hand van een aantal indicatoren (2019).
65 - 74 jaar
75 jaar en ouder
totaal ouderen werkt (>12 uur p/w) doet vrijwilligerswerk verleent mantelzorg
totaal Den Haag 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Bron: Gemeente Den Haag, Inwonersonderzoek 2019
Tabel 7.2
Maatschappelijke inzet van Haagse ouderen, 2016 - 2019 2016
2017
2019
% werkt (>12 uur p/w)
-
2,3%
6,7%
% doet vrijwilligerswerk
31,2%
27,0%
33,0%
% verleent mantelzorg
28,2%
26,6%
30,3%
Bron: Gemeente Den Haag, Inwonersonderzoek 2016, 2017 en 2019
- 50 -
7.2
VRIJWILLIGERSWERK
Een derde (33%) van de Haagse 65-plussers heeft in het jaar voorafgaand aan het onderzoek wel eens vrijwilligerswerk gedaan bij een sportvereniging, zorginstelling of een politieke of andere maatschappelijke organisatie (zie figuur 7.1 op de vorige pagina). Het aandeel vrijwilligers onder ouderen schommelt in de laatste jaren rond de 30% (zie tabel 7.2 op de vorige pagina). Ruim twee derde (68%) van de vrijwilligers onder de 65-plussers zet zich minimaal één keer per week in. Vaak in de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening, maar ook in de kerk of andere levensbeschouwelijke organisaties en bewonersorganisaties. De grootste doelgroep waarvoor 65-plussers zich inzetten, is de groep ouderen. Ouderen doen dus vaak vrijwilligerswerk voor andere ouderen.
7.3
MANTELZORG
Verlenen van mantelzorg 30% van de Haagse 65-plussers geeft aan dat zij, het jaar voorafgaand aan het onderzoek, mantelzorg hebben verleend. Dit wil zeggen dat zij regelmatig op vrijwillige basis hulp boden aan iemand in hun omgeving die vanwege een chronische ziekte en/of handicap hulp nodig had (zie figuur 7.1 op de vorige pagina). Bijna een kwart (23%) van de ouderen die mantelzorg verlenen, doet dit voor iemand uit het eigen gezin, 22% doet dit voor een vriend of kennis. Het aandeel mantelzorgers onder ouderen is in 2019 vergelijkbaar met de voorgaande jaren (zie tabel 7.2 op de vorige pagina). Intensiviteit, belasting en ondersteuning In het Inwonersonderzoek is gevraagd hoeveel maanden per jaar de mantelzorger voor iemand heeft gezorgd. Twee derde van de mantelzorgers onder de 65-plussers heeft tussen de 10 en 12 maanden mantelzorg verleend en een derde doet dit korter dan 10 maanden per jaar. Bijna twee derde van de mantelzorgers onder ouderen verleent één tot en met acht uur zorg per week en ruim een derde verleent meer dan acht uur per week mantelzorg. Wanneer mantelzorgers meer dan drie maanden per jaar en/of meer dan acht uur per week mantelzorg verlenen, is sprake van intensieve mantelzorg. Van alle 65-plussers, die mantelzorger zijn, verleent 88% intensieve mantelzorg.
Hoewel de verleende mantelzorg vaak intensief is, geeft 79% van de ouderen aan dat zorg te combineren is met primaire dagelijkse bezigheden. Dit is meer dan gemiddeld (71%). De meerderheid van de mantelzorgers van 65-plus geeft aan dat zij zich niet / nauwelijks (50%) tot enigszins (32%) belast voelen. 18% van de 65-plussers die mantelzorg verlenen voelt zich tamelijk, zwaar tot overbelast.
7.4
BURENHULP
In het Inwonersonderzoek is niet gevraagd naar burenhulp. In eerder onderzoek 24 gaf 9% van de Haagse ouderen aan dat zij betrokken zijn geweest bij buurtoverleg of activiteiten om de buurt te verbeteren. 79% van de 65-plussers gaf aan wel eens iets voor de buren te doen en/of dat de buren wel eens iets voor hen deden. In veel gevallen werden pakketjes voor elkaar aangenomen. Iets meer dan de helft van de ouderen gaf aan dat zij tijdens vakanties voor elkaars planten, tuin en/of huisdieren zorgen. Een vijfde van de 65-plussers gaf aan dat zij elkaar helpen met het doen van boodschappen. Elkaar verzorgen bij ziekte, samen koken / eten en oppassen op kinderen wordt minder vaak gedaan. Andere dingen die genoemd worden zijn onder andere de vuilnis buiten zetten, de brievenbus leeghalen als men op vakantie is, klusjes, een oogje in het zeil houden en bij elkaar op de koffie / borrel.
24
Bron: Gemeente Den Haag, Veerkrachtmeting 2015
- 51 -
Den Haag Doet Burenhulp (voorheen Burenhulpcentrales)25 Den Haag Doet Burenhulp koppelt vraag en aanbod aan elkaar. In 2019 waren er in Den Haag 16 burenhulpcentrales en 5.410 deelnemers die zich hebben ingeschreven. Van de deelnemers wil 70% hulp bijvoorbeeld bij een klusje in huis of in de tuin, bij het doen van boodschappen, of het maken van een praatje met een buurman/-vrouw. 30% van de deelnemers wil juist deze hulp bieden. Van de deelnemers met een hulpvraag is 37% 65 jaar en ouder. . 7.5
NADERE ANALYSE VAN DE UITKOMSTEN
In voorgaande paragrafen is alleen gekeken naar de totale groep ouderen en de twee leeftijdsklassen daarbinnen. Er zijn echter nog meer differentiaties te maken, zoals naar sekse, etniciteit, type huishouden, opleidingsniveau, inkomen en stadsdeel. In deze paragraaf vindt u een overzicht van de uitkomsten (op hoofdpunten) voor de verschillende groepen ouderen. In de tekst wordt alleen gewezen op de meest opvallende uitkomsten. NB
Het uitsplitsen van de uitkomsten leidt er in een aantal gevallen toe dat het absolute aantal ouderen waarop de uitkomsten betrekking hebben, klein is (zoals het geval is bij de uitsplitsing naar stadsdeel). De uitkomsten moeten dan ook als indicatie worden gezien en niet als representatief beeld voor de betreffende subgroep ouderen. In de overzichten is het totaal aantal ouderen in de steekproef (N) opgenomen; ook dit is een indicatie aangezien het aantal per vraag kan verschillen. Uitkomsten die betrekking hebben op minder dan 25 respondenten worden in de tabellen niet getoond.
In overzicht 7.3 op de volgende pagina is een aantal aspecten weergeven met betrekking tot de participatie van Haagse ouderen, uitgesplitst naar een aantal kenmerken. Een aantal punten die opvallen: • Vanwege de kleine absolute aantallen respondenten per groep is het moeilijk om duidelijke verschillen te zien. •
Ouderen met een migrantenachtergrond lijken vaker te werken maar minder vaak vrijwilligerswerk te doen dan ouderen met een Nederlandse achtergrond.
•
65-plussers met een hoog opleidingsniveau lijken vaker te werken en vaker vrijwilligerswerk te doen.
Kader: Bevindingen Atelier SamenKracht / Stadsateliers Seniorvriendelijk Den Haag Atelier Samenkracht biedt ouderen in dialoogbijeenkomsten een podium om hun wensen en mogelijkheden op het gebied van ‘meedoen en van betekenis zijn’ met elkaar en met vertegenwoordigers van lokale instituties te delen en actief uit te dragen. In Den Haag zijn diverse ateliers in verschillende wijken georganiseerd waar thema’s op het gebied van een seniorvriendelijke stad worden besproken. Enkele bevindingen m.b.t. burgerschap: • Senioren betekenen veel voor de samenleving. Hun inzet moet niet gebagatelliseerd worden door de samenleving nog door de senior zelf. • Door corona is het lastiger om actief deel te nemen aan de samenleving. Kijk naar wat er wel mogelijk is. • De noodzaak wordt geuit om vrijwilligerswerk te laten appelleren aan je talenten, verwachtingen en intelligentie, in plaats van uit te gaan van wat er moet gebeuren (de taak). Bron: Hulsebosch Advies/SamenKracht.Nu (2020)
25
Bron: Xtra, 2018
- 52 -
% werkt >12 uur per week
N (indicatie) respondenten Inwonersonderzoek (2019)
% vrijwilligerswerk
% mantelzorg
Participatie van Haagse ouderen aan de hand van een aantal aspecten (2019) N (indicatie) respondenten Inwonersonderzoek (2019)
Overzicht 7.3
971
6,7%
272
33,1%
30,3%
65 – 74 jaar
622
9,3%
176
36,9%
30,9%
75-plus
350
2,0%
96
26,0%
29,2%
Man
465
7,3%
128
32,0%
31,1%
Vrouw
507
6,1%
144
34,0%
29.6%
Nederlandse achtergrond
845
6,2%
212
35,4%
29,9%
Migratieachtergrond
109
11,0%
28
17,9%
32,1%
Laag
311
4,5%
76
23,7%
29,3%
Middel
254
7,1%
64
35,9%
32,3%
Hoog
349
8,6%
90
43,3%
31,1%
Loosduinen
163
5,5%
45
40,0%
30,4%
Escamp
198
5,6%
55
29,1%
32,1%
Segbroek
110
5,5%
32
28,1%
21,9%
Scheveningen
137
5,8%
38
39,5%
36,8%
Centrum
155
8,4%
44
22,7%
27,3%
Laak
47
8,5%
13
-
-
Haagse Hout
105
8,6%
30
50,0%
30,0%
Leidschenveen/Ypenburg
56
8,9%
15
-
-
Totaal 65-plus
Leeftijd
Sekse
Etniciteit
Opleidingsniveau
Stadsdeel
Bron: Gemeente Den Haag, Inwonersonderzoek 2019
- 53 -
8 Respect en sociale integratie In dit hoofdstuk kijken we naar verschillende aspecten rond respect en sociale integratie. Voelen senioren zich thuis in hun eigen buurt? Hebben zij veel contact met buurtgenoten? Worden Haagse ouderen met respect behandeld? En in welke mate voelen Haagse ouderen zich eenzaam? De gegevens die we in dit hoofdstuk presenteren, komen uit de Veiligheidsmonitor, de Gezondheidsenquête en overige onderzoeken. De bronnen zijn in de tekst en/of met een voetnoot aangegeven. In bijlage 1 vindt u hier meer informatie over. De uitkomsten van de Veiligheidsmonitor en de Gezondheidsenquête hebben betrekking op ouderen die zelfstandig wonen. Over ouderen die in verpleeg- of verzorgingshuizen wonen hebben we geen informatie.
8.1
SOCIALE COHESIE IN DE BUURT26
In de onderstaande figuur is een aantal aspecten rond de sociale cohesie in de buurt weergegeven. Ruim de helft (57%) van de Haagse 65-plussers voelt zich thuis in de buurt waarin zij wonen (zie figuur 8.1). Een vergelijkbaar aandeel (55%) geeft aan dat de mensen in hun buurt op een prettige manier met elkaar omgaan en 54% geeft aan dat zij tevreden zijn met de bevolkingssamenstelling in de buurt. Ongeveer een derde (33,2%) van de Haagse ouderen geeft aan veel contact te hebben in de buurt en dat zij in een gezellige buurt wonen waar mensen dingen samen doen (33,4%). 41% van de 65-plussers vindt echter (ook) dat mensen in hun buurt elkaar nauwelijks kennen. Haagse ouderen voelen zich vaker thuis bij de mensen in de buurt dan alle Hagenaars bij elkaar genomen. Wel vinden zij iets minder vaak dat mensen in hun buurt op een prettige manier met elkaar omgaan en dat zij in een gezellige buurt wonen waar mensen samen dingen doen. Figuur 8.1 Beleving van Haagse ouderen van de sociale cohesie in hun woonbuurt (in 2019) veel contact in de buurt voel me thuis omgang prettig