CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308262 Meerjarenstrategie Rekenkamer Den Haag 2021-2024

Commissie Bestuur 7 april 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken3.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEERJARENSTRATEGIE 2021-2024 Onderzoek dat ertoe doet

30 maart 2021 RIS308262 1

Inhoudsopgave Colofon

3

1.

Inleiding

4

2.

Missie en visie

5

2.1

Missie

5

2.2

Visie

5

3.

Strategie

6

3.1

Goede relatie met de gemeente, onafhankelijk in het onderzoek

6

3.2

Evenwichtige spreiding over thema’s en 3 onderzoeken per jaar

7

3.3

Ruimte voor flexibiliteit en actualiteit

10

4.

Praktische aandachtspunten

11

4.1

Aandachtspunten kwaliteit en professionaliteit

11

4.1.1

Kwaliteit

11

4.1.2

Professionaliteit

12

4.2

Overige aandachtspunten

12

2

COLOFON Rekenkamer Den Haag Leden Manus Twisk, voorzitter Pauline Reeuwijk Robert-Jaap Voorn Medewerkers stafbureau Arjan Wiggers, secretaris Thijs Bosma, plv. secretaris senior onderzoeker Coen Eisma, senior onderzoeker Sophie Henken, senior onderzoeker Rosa Ridderhof, onderzoeker Souhaib ben Kchouh, onderzoeker Juliette van Adrichem, onderzoeker Katelijne Brongers, onderzoeker Contactgegevens Rekenkamer Den Haag Postbus 16079 2500 BB Den Haag T: 070 353 2048 Bezoekadres Stadhuis Gemeente Den Haag Spui 70 2511 BT Den Haag Datum 30 maart 2021 Fotografie Rekenkamer Den Haag RIS-nummer 308262

3

1. Inleiding Voor u ligt de meerjarenstrategie 2021-2024 van de Rekenkamer Den Haag. Wij vinden het belangrijk het globale programma voor de komende jaren te bepalen. Er is een aantal redenen waarom wij deze strategie opmaken. De vorige meerjarenstrategie was de basis voor de ontwikkeling naar een professionele rekenkamerorganisatie en gaf richting aan onderzoeken in periode 2017-2020. Inmiddels zijn er twee nieuwe bestuursleden (eind 2019 en begin 2020) aangetreden. Dit (grotendeels) nieuwe bestuur beschrijft in deze meerjarenstrategie zijn belangrijkste doelen voor de komende periode. Het bestuur wil verder bouwen op de oude meerjarenstrategie, maar maakt ook nieuwe keuzes. Met de in de afgelopen jaren uitgebreide onderzoeksstaf is het mogelijk de raad sterker dan voorheen te ondersteunen en te adviseren. Met deze meerjarenstrategie informeert de rekenkamer de gemeenteraad over de visie en de rol van de rekenkamer en schetsen wij de kaders voor het werk voor de komende jaren. De rekenkamer streeft een evenwichtige balans na tussen een realistisch onderzoeksprogramma en voldoende ruimte voor actuele wensen van de gemeenteraad of urgente onderwerpen. Tevens schetsen wij globaal het programma van de rekenkamer voor de komende vier jaar.

Daarnaast willen we met deze meerjarenstrategie duidelijk maken wat u kunt verwachten van de rekenkamer, ook in de relatie tussen de rekenkamer en de raad: waar is de rekenkamer van, wat mag de raad van de rekenkamer verwachten en wat staat er globaal op de planning? Deze meerjarenstrategie is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden de missie en de visie kort beschreven. De strategie wordt in hoofdstuk 3 beschreven. Een uitwerking van de strategie in concrete doelen is beschreven in hoofdstuk 4.

4

2. Missie en visie In dit hoofdstuk worden de missie en de visie van de rekenkamer kort beschreven. In de missie staat waartoe de rekenkamer de onderzoeken uitvoert. In de visie staat beschreven wat de rekenkamer wil bereiken. In Hoofdstuk 3 'Strategie' beschrijven wij wat wij daarvoor willen realiseren.

2.1 Missie De missie van de Rekenkamer Den Haag is: Het door middel van onafhankelijk en objectief onderzoek beoordelen van het door de gemeente Den Haag gevoerde bestuur met als doel het functioneren van de gemeente te verbeteren en de publieke verantwoording daarover te versterken. De rekenkamer is, evenals de gemeenteraad, de burgemeester en het college, een bij de Gemeentewet ingesteld bestuursorgaan. De rekenkamer is onafhankelijk en onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur (college, burgemeester en gemeenteraad) gevoerde bestuur. Het doel van de rekenkamer is, conform de toelichting bij de wet, de controlerende (en kaderstellende) rol van de raad te versterken en de aandacht voor met name de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid bij het bestuur te vergroten. Dit doet de rekenkamer door het uitvoeren van onderzoek waarmee het gevoerde bestuur wordt beoordeeld en op basis daarvan aanbevelingen te doen voor verbetering van het gevoerde beleid. De rekenkamer richt zich in eerste instantie op de gemeenteraad. De rekenkamer Den Haag wil de kaderstellende- en controlerende rol van de gemeenteraad versterken en daarmee adviseur zijn voor het gemeentebestuur. De producten van de rekenkamer zijn tevens bedoeld als aanknopingspunt voor het gemeentebestuur om rekenschap aan de burger af te leggen.

2.2 Visie De visie van de Rekenkamer Den Haag is: “Onderzoek doen dat ertoe doet” Het gemeentelijke domein is volop in beweging. Ontwikkelingen zoals de groei van de stad en de corona-crisis en de economische gevolgen daarvan hebben grote invloed op de gemeente en vragen om flexibiliteit van het gemeentebestuur. Tegelijkertijd moet de continuïteit van de dienstverlening aan burgers over de breedte van het gemeentelijk domein gewaarborgd blijven. De rekenkamer moet in deze veranderende omgeving een balans zoeken tussen zijn positie als onafhankelijke beoordelaar van het gevoerde bestuur en de noodzaak om met onderzoek in te spelen op ontwikkelingen in de samenleving die van belang zijn voor het gemeentebestuur. De positie van onafhankelijke beoordelaar vraagt onder meer om een spreiding van onderzoek over de volle breedte van het gemeentelijke domein. De actualiteit kan juist vragen om bijzondere aandacht voor specifieke thema’s. Wij zetten daarom in deze meerjarenstrategie grote lijnen uit waarbinnen we ons werk de 5

komende jaren in willen vullen. Binnen die grote lijn willen we daarnaast flexibel zijn om in te kunnen spelen op de actualiteit. De raad moet de rekenkamerrapporten optimaal kunnen benutten. De rekenkamer doet daarvoor enerzijds onderzoeken naar het gevoerde beleid, die los staan van de zogenaamde waan van de dag. In deze onderzoeken belicht de rekenkamer voor de raad met name de aspecten die extra aandacht van raad en college vragen. Anderzijds wil de rekenkamer ook onderzoeken naar het voorgenomen beleid uitvoeren. Deze, over het algemeen in omvang kleinere onderzoeken, ondersteunen de raad bij dossiers die onder (enige) tijdsdruk staan. Raadsleden kunnen de producten van de rekenkamer dan direct gebruiken om meer grip te krijgen op de taken die op dat moment bij de raad liggen. Met deze directere ondersteuning verwacht de rekenkamer meer bij te kunnen dragen aan de kwaliteit van de besluitvorming (kaderstellende rol van de raad). Een belangrijk criterium in onderwerpkeuze, vraagstelling en afbakening is ‘waar is de raad mee geholpen?’. De rekenkamer beschouwt een goed contact met de raad als een belangrijke voorwaarde voor het functioneren. De input van de raad is van groot belang om onderzoeksthema’s te selecteren en de timing en de vorm van de producten van de rekenkamer goed te laten aansluiten bij de wensen van de raad.

De rekenkamer streeft er daarbij naar toegankelijke rapporten en producten op te stellen. De rekenkameronderzoeken dienen niet enkel de raad. De rekenkamer staat ook ten dienste van de gemeenschap: het onderzoek dient van maatschappelijk belang te zijn en de resultaten dienen toegankelijk te zijn voor de bewoners van de gemeente Den Haag.

3. Strategie In het hoofdstuk hiervoor staan in de missie en visie waartoe de rekenkamer de onderzoeken uitvoert en wat de rekenkamer wil bereiken. In dit hoofdstuk worden de strategieën beschreven: wat willen wij voor de missie en visie realiseren? De strategieën zijn: 1.

Goede relatie met de gemeente, onafhankelijk in het onderzoek

2.

Evenwichtige spreiding over thema’s en drie onderzoeken per jaar

3.

Ruimte voor flexibiliteit en actualiteit

Deze worden in de paragrafen hieronder toegelicht.

3.1 Goede relatie met de gemeente, onafhankelijk in het onderzoek Zoals eerder genoemd bij de visie van de rekenkamer, is een goede relatie tussen de rekenkamer en de raad erg belangrijk voor het functioneren van de rekenkamer. De rekenkamer wil dichtbij de raad staan, weten wat er speelt en goed benaderbaar zijn voor de raad.

6

In die goede relatie met de raad is de onafhankelijkheid van de rekenkamer tevens belangrijk. De rekenkamer voert onderzoek uit ten behoeve van de gehele raad. De onafhankelijke positie houdt in dat de rekenkamer zelf de onderzoeksonderwerpen bepaalt en eigenstandig een oordeel geeft over het gevoerde bestuur. De onafhankelijke rol van de rekenkamer komt ook tot uiting in de wijze van communiceren met het gemeentebestuur. De gemeentewet geeft aan dat de rekenkamer verslag doet van zijn onderzoek aan het college en de gemeenteraad. Via de formele rapportagekanalen heeft de gehele raad toegang tot dezelfde informatie. Als er vanuit de gehele raad, individuele fracties of raadsleden vragen zijn over gepubliceerde onderzoeken, kan de rekenkamer onduidelijkheden nader toelichten. Ten aanzien van andersoortige vragen kan de rekenkamer verwijzen naar resultaten van reeds uitgevoerde onderzoeken van de Rekenkamer Den Haag of naar onderzoeksrapporten van andere rekenkamers. De rekenkamer voert geen onderzoeken op verzoek van fracties of individuele raadsleden uit, wel wordt de inbreng van de raad bij het opstellen van het onderzoeksprogramma op prijs gesteld. De rekenkamer gaat hiervoor periodiek in gesprek met alle fracties. De raad kan via een motie wel om een onderzoek verzoeken. Naast de relatie met de raad, is een goede relatie met het college belangrijk. In de Gemeentewet (art.

185) staat dat de rekenkamer haar bevindingen, haar oordeel, opmerkingen, bedenkingen en voorstellen deelt met de raad en het college. De rekenkamer investeert doorlopend in een constructieve relatie met het college. Extra aandacht gaat bijvoorbeeld uit naar communicatie en aanvullende presentaties/toelichtingen gedurende het feitelijk- en bestuurlijk wederhoor. Ook zijn onlangs de wederhoortermijnen aangepast: zowel het feitelijk- als bestuurlijk wederhoor is 3 weken. Daarnaast informeert de rekenkamer de ambtelijke organisatie doorlopend over de voortgang van het onderzoek.

3.2 Evenwichtige spreiding over thema’s en drie onderzoeken per jaar Wij kiezen er bewust voor om geen gedetailleerde planning van specifieke onderzoeksonderwerpen op te nemen. Het programma is ingedeeld in thema’s, waarin we prioriteiten aangeven voor de komende jaren. Zo bouwen we flexibiliteit in en kunnen we goed op actualiteiten reageren. Om te komen tot een evenwichtige spreiding van de onderzoeken, hebben wij de verschillende beleidsprogramma’s verdeeld in drie hoofthema’s: ‘Mens’, ‘Stad’ en ‘Bestuur en informatie’. Door een evenwichtige spreiding tussen deze thema’s aan te houden in het onderzoeksprogramma, voorkomen we een eenzijdige gerichtheid op bepaalde beleidsprogramma’s. In onderstaande tabel staan de thema’s met de beleidsprogramma’s.

7

Thema

Onderwerpen

Mens

Beleidsprogramma’s: Dienstverlening Onderwijs Werk, Inkomen en Armoedebeleid Zorg en Welzijn Jeugd Sport Stadsdelen en wijkaanpak

Stad

Beleidsprogramma’s Openbare orde en Veiligheid Cultuur en Bibliotheek Ontwikkeling Buitenruimte Economie, Internationale stad en Binnenstad Verkeer en Milieu Wonen en Duurzaamheid Stadsontwikkeling

Bestuur en informatie

Beleidsprogramma’s Gemeenteraad College en Bestuur Financiën Overige beleidsvoornemens Interne dienstverlening Overige onderwerpen Toezicht gemeentelijke accountantsdienst Overige (subsidies, verbonden partijen, inkoop en aanbesteding, etc.) Indeling beleidsprogramma’s en overige onderwerpen naar thema

De afgelopen jaren heeft de rekenkamer gestuurd op een evenwichtige spreiding van onderzoeken over de drie thema’s ‘Mens’, ‘Stad’ en ‘Bestuur en informatie’. Het achterliggende doel daarbij was te komen tot een onderzoeksprogramma dat de volledige breedte van het gemeentelijke beleidsdomein bestrijkt. Daarnaast was er sinds 2015 specifiek aandacht voor de decentralisatie van taken in het sociaal domein (Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet). Deze taken werden in 2015 vanuit het Rijk overgeheveld naar de gemeenten. Sinds 2015 zijn naar elk taakveld binnen deze decentralisaties één of meerdere onderzoeken uitgevoerd. Uit onderstaande tabel is af te lezen dat er een redelijk evenwichtige spreiding over de drie thema’s is. Voor de komende periode handhaaft de rekenkamer het uitgangspunt van de spreiding van onderzoeken over deze thema’s, waarbij het doel is jaarlijks in totaal drie reguliere onderzoeken uit te voeren. Binnen dat uitgangspunt wil de rekenkamer extra aandacht geven aan de groei van de stad en aan de energietransitie. Beide onderwerpen vormen op dit moment belangrijke uitdagingen voor het gemeentebestuur en hebben een grote invloed op de samenleving. Wij 8

zullen de gemeenteraad in onze jaarplannen nader informeren over de invulling van het onderzoeksprogramma per jaar op basis van deze uitgangspunten. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen met de spreiding van de onderzoeksonderwerpen van de afgelopen jaren over de drie thema’s. Thema

Afgeronde onderzoeken 2017-2020

Lopende onderzoeken 2021

Mens

Maatschappelijke opvang (2018),

Jeugdhulp H10,

Toegang Wmo (2017)

Participatiewet

Economisch beleid (2019),

Afvalgerelateerde overlast

Stad

Onderwijs- en cultuurcomplex (2020) Bestuur en

Tarieven Haagse Markt (2019),

informatie

Opvolgingsonderzoek Subsidies (2017)

Geheimhouding

Verdeling onderzoeken over de thema’s De rekenkamer heeft op grond van de Gemeentewet en de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) de taak toezicht uit te oefenen op de Gemeentelijke Accountantsdienst (GAD). Het toezicht door de rekenkamer is gericht op de kwaliteitsbeheersing en de controleaanpak bij de uitvoering van de controle van de jaarrekening door de accountant. De rekenkamer wil periodiek (eens in de 2-3 jaar) onderzoek uitvoeren in het kader van de Wta. Daarbij gaat de rekenkamer uit van een vast format. Op die manier wordt de belasting voor zowel de staf van de rekenkamer als de gemeentelijke accountant zoveel mogelijk beperkt. Eventueel huren we hiervoor externe expertise in. Het laatste Wta onderzoek dateert uit 2012. Wij zullen in 2021 of 2022 een onderzoek naar de Wta uitvoeren. De rekenkamer kan drie onderzoeken per jaar uitvoeren. De rekenkamer is momenteel een groeiende organisatie, groei kost tijd. De ervaring leert dat het door capaciteit en doorlooptijden van onderzoeken niet haalbaar is om meer dan drie onderzoeken per jaar uit te voeren. Meer onderzoeken tegelijkertijd resulteert in langere doorlooptijden. Samenhangend met de bovenstaande doelen zet de rekenkamer in op kortere onderzoeken en minder onderzoeken tegelijkertijd. Dat komt de efficiëntie, workload en doorlooptijd ten goede.

9

3.3 Ruimte voor flexibiliteit en actualiteit De rekenkamer wil kortere doorlooptijden van regulier onderzoek en meer ruimte voor flexibiliteit en actualiteit realiseren. Om dat te bereiken streeft de rekenkamer naar reële, haalbare en duidelijke planningen in de onderzoeksprogrammering. De rekenkamer wil een goede balans tussen de verschillenden soorten onderzoek, waaraan een goede afweging ten grondslag ligt. Of, wanneer, hoe en in welke vorm we een bepaald onderwerp onderzoeken zal telkens goed afgewogen worden tegen o.a. andere lopende onderzoeken, actualiteit/urgentie, grootte, capaciteit, planning. Naast drie grote onderzoeken per jaar bouwen we ruimte in voor kortlopende onderzoeken en overwegen we eventuele samenwerkingsonderzoeken. De verschillende soorten onderzoeken zijn: •

Grotere onderzoeken

De rekenkamer wil in de grote onderzoeken kortere doorlooptijden en beknoptere rapporten gaan realiseren. We zetten daarvoor in op strak afgebakende onderwerpen, met een heldere focus en op meer ‘probleem-/vraaggestuurde’ onderzoeken. Daarnaast investeren we in het beknopter en toegankelijker maken van onze rapporten, onder meer door meer gebruik te maken van visualisaties en communicatie via onze website en social media. •

Kortlopende onderzoeken

De rekenkamer wil de komende jaren vaker kortlopende onderzoeken gaan uitvoeren. Het doel van een kort onderzoek is de raad snel een diepgaand inzicht te geven in één specifiek onderwerp. Wij beogen met de kortlopende onderzoeken deze te koppelen aan lopende besluitvorming in de raad. De kortlopende onderzoeken dienen ondersteunend zijn aan de besluiten die de raad zal nemen. Zo kan een rekenkameronderzoek van optimaal nut zijn bij de besluitvorming op dat moment. Met kortlopende onderzoeken willen wij flexibel inspelen op de actualiteit. Voor kortlopende onderzoeken houden we ruimte in de onderzoeksprogrammering naast de uitvoering van grote onderzoeken. Flexibiliteit in het onderzoeksprogramma is wenselijk als de raad de rekenkamer om een onderzoek verzoekt. Of als er actuele ontwikkelingen op een bepaald onderwerp zijn waar de rekenkamer op in wil springen. •

Samenwerkingsonderzoeken

Wij zullen een zorgvuldige afweging maken ten behoeve van onderzoeken in samenwerkingsverbanden. Samenwerkingsonderzoeken kunnen grote meerwaarde hebben. De ervaring leert dat deze vorm van onderzoeken veel vergt in termen van tijd en inspanning. De balans tussen korte, efficiënte onderzoeken en langer lopende samenwerkingsverbanden wordt telkens afgewogen.

10

Wij zien meerwaarde in de samenwerking met de andere G4-rekenkamers. Deze meerwaarde zit in het versterken van elkaar en leren van elkaar. De Rekenkamer Den Haag zal een actievere rol spelen in deze samenwerkingsvorm. Een andere samenwerkingsvorm is die binnen de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR). De rekenkamer volgt de ontwikkelingen binnen deze overkoepelende organisatie, maar ziet voor nu geen aanleiding hier een actievere rol in te spelen. Tot slot zou er vanuit de rekenkamers en rekenkamercommissies in de regio een samenwerking tot stand kunnen komen die gericht is op de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Of en hoe die precies vorm krijgt, is nog onzeker. Wij volgen de ontwikkelingen in deze.

4. Praktische aandachtspunten In dit hoofdstuk worden praktische aandachtspunten beschreven over kwaliteit, professionaliteit en overige aandachtspunten. Dit hoofdstuk is een uitwerking van de strategieën die in hoofdstuk 3 zijn geschetst.

4.1

Aandachtspunten kwaliteit en professionaliteit

De rekenkamer heeft kwaliteit een professionaliteit in hoog vaandel staan. Hieronder beschrijft de rekenkamer wat ze voor de kwaliteit van de onderzoeken en professionaliteit doet.1

4.1.1 Kwaliteit Zoals in de visie beschreven, wil de rekenkamer onderzoek doen dat er toe doet. De rekenkamer wil met haar activiteiten impact hebben op het functioneren van het gemeentebestuur. Om deze impact te realiseren, moeten onze rapporten goed toegankelijk en leesbaar zijn. Hoe kunnen we de boodschap beter laten overkomen bij de lezer? Met die vraag gaan we actief aan de slag. Daartoe zijn de eerste stappen al gezet, onder meer door figuren in het rapport, toelichtende presentaties en explainervideo's. Daar gaan we mee verder. Wij willen tijdens het hele onderzoek bewust stilstaan bij de vraag: wat wil je bereiken met dit onderzoek en hoe bereik je dit? En wat heb je daarvoor nodig? Door intern elkaars documenten te reviewen, willen wij leren van elkaar. Voor de rapporten kijken we waar deze korter en meer gefocust kunnen. Daarbij willen we lastig taalgebruik vermijden en een duidelijke structuur hanteren. Een aandachtspunt hierbij is het impactvol realiseren van de

1

Zie ook Notitie kwaliteitsborging rekenkamer op www.rekenkamerdenhaag.nl

11

twee doelen van de rekenkamerrapporten: evalueren en adviseren. Er is doorlopend aandacht voor de kwaliteit van de rekenkameronderzoeken. De rekenkamer is gebonden aan het Kwaliteitshandvest van de G4-rekenkamers en de Randstedelijke (provinciale) Rekenkamer (zie website). In dit document staan de professionele standaarden waaraan een goede rekenkamer en goed rekenkameronderzoek moeten voldoen. Daarnaast wordt de kwaliteit van de organisatie en het onderzoek periodiek beoordeeld met zelfevaluaties en visitaties door de andere G4-rekenkamers en de Randstedelijke Rekenkamer. In elk geval vindt elke zes jaar een visitatie plaats, voorafgegaan door een zelfevaluatie die de Rekenkamer Den Haag zelf uitvoert. Naast de zelfevaluaties en visitaties in het kader van het kwaliteitshandvest evalueert de rekenkamer de afzonderlijke onderzoeken. In 2018 heeft een zelfevaluatie plaatsgevonden, gevolgd door de visitatie in 2019. Voorafgaand aan een tweede visitatie in 2025, zal de rekenkamer in 2024 een zelfevaluatie uitvoeren. De aandachtspunten die uit de zelfevaluatie en visitatie kwamen, zijn verwerkt in het opstellen van de strategieën (zie hoofdstuk 3).

4.1.2 Professionaliteit De professionaliteit van de organisatie staat hoog in het vaandel. Na de vorige meerjarenstrategie heeft een stapsgewijze uitbreiding van het budget plaatsgevonden. Hiermee is de rekenkamer in staat geweest de afgelopen jaren te investeren in het uitbreiden van de onderzoekscapaciteit en het versterken van de deskundigheid en kwaliteit. De komende jaren zet de rekenkamer in op: •

Verdere professionalisering van de groeiende organisatie. Binnen de groeiende organisatie is veel ruimte en aandacht voor opleiding en cursussen (bijv. data analyse, presenteren), innovatie (gebruik nieuwe tools) en evaluatie (visitatie, zelfevaluatie en evaluatie onderzoeken). Naast individuele ontplooiing worden ook gezamenlijke trainingen gevolgd, zoals teambuilding en schrijfcursussen.

4.2 Overige aandachtspunten De rekenkamer beoogt een helder onderscheid tussen het feitelijk en bestuurlijk rapport. In het feitenrapport staan de feitelijke bevindingen. Deze bevindingen zijn gebaseerd op de beoordeling of aan bepaalde normen voldaan wordt. De beoordeling of aan een norm wordt voldaan, wordt zo feitelijk mogelijk beschreven. Op basis van de bevindingen uit het feitenrapport maakt de rekenkamer een gewogen beoordeling: wat betekenen die bevindingen in bestuurlijke zin? Dat wordt beschreven in het bestuurlijke rapport. De rekenkamer streeft naar een goed zelfstandig leesbaar bestuurlijk rapport. Ook wordt gezocht naar manieren om het bestuurlijk rapport toegankelijker en gemakkelijker leesbaar te maken. Daaraan wordt extra aandacht besteed bij de komende rapportages.

12

De verbetering van onze website is een proces dat daaraan parellel loopt. De rekenkamer wil de rapporten digitaal gaan publiceren. Door middel van doorklikfuncties is de lezer een muisklik verwijderd van extra informatie. Zoals genoemd bij paragraaf 3.3 wil de rekenkamer goed in kunnen spelen op de actualiteit. De onderzoeken dienen aan te sluiten bij actuele ontwikkelingen in de politiek. De rekenkamer wil goed zicht hebben op actuele thema’s. Instrumenten die ons daarbij helpen zijn gesprekken met de raadsfracties en het stadspanel. Via die wegen hoort de rekenkamer wat er speelt bij de fracties en burgers en aan welke wensen voor onderzoeksonderwerpen er zijn.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9952299/1