RIS308249 Beantwoording technische vragen Nota Stadsbomen
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/10091935 RIS308249 Contactpersoon
Ralph Pitlo Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
6 april 2021
ralph.pitlo@denhaag.nl Bijlage
Onderwerp
1
beantwoording technische vragen Nota Stadsbomen
Geachte voorzitter, Zoals toegezegd ontvangt u bijgevoegd de beantwoording van de technische vragen voor de behandeling van de Nota Stadsbomen in de commissie Leefomgeving van 8 april 2021. Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte Hilbert Bredemeijer
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
Bijlage 1 Beantwoording Technische vragen Nota Stadsbomen Fractie Haagse Stadspartij In de nota Beheren op Niveau wordt geconcludeerd dat de beschikbare budgetten ontoereikend zijn om de gewenste ambitieniveaus te beheren. Momenteel bedraagt het beheerbudget 78% van dat wat nodig is voor de gevraagde kwaliteit (pg 90). Slechts incidenteel is er t/m 2022 0,5 mln. extra voor beheer beschikbaar. 1.
Klopt het dat door stijgende kosten met dezelfde middelen minder bomen kunnen worden aangeplant? We signaleren dat de kosten voor met name het veilig werken langs wegen en verwerken van de bomengrond op locatie sterker zijn gestegen dan de indexatie. Hierdoor zijn de kosten gestegen van ca. € 1800 naar € 2000 voor de aanplant per stadsboom (structurele vervanging). De jaarlijkse werkvoorraad is hierdoor de afgelopen jaren al licht gestegen van 750 naar 1000 bomen (Zie kader pagina 72 en informatie op pagina 70).
2.
De jaarlijkse werkvoorraad is zo de afgelopen jaren al licht gestegen. Zal de werkvoorraad door de stijgende kosten verder toenemen? Dat is afhankelijk van de jaarlijkse uitval maar naar verwachting zal deze toenemen. Dit is met incidentele investeringen, zoals in 2008 gedaan, op te lossen.
3.
Met welke middelen wordt de nieuwe aanpak om te sturen op het kroonvolume geïmplementeerd? Het ontwikkelen van de methode voor kroonoppervlaktemeting (tot 2025) en hierna de tweejaarlijkse monitoring wordt betaald uit het huidige structureel beschikbare budget programma 9 Openbaar Groen.
4.
Pg 18: de Boomonderhoudscontrole (BOC) wordt afhankelijk van het beschikbare onderhoudsbudget geheel of gedeeltelijk uitgevoerd. Hoe vaak wordt deze BOC uitgevoerd en wat is het gewenste ambitieniveau? Idem voor Boomveiligheidscontrole (pg 3)? In het Routeboek stadsbomen in Beheer pag. 14 staat hierover meer informatie. Het uitgangspunt is dat De BOC driejaarlijks wordt uitgevoerd. Wanneer het budget niet volledig is, zoals op dit moment het geval, moeten keuzes worden gemaakt. De zorg voor een veilige en groene leefomgeving staat bij boombeheer altijd voorop. De omlooptijd van de BOC zal bijvoorbeeld langer worden. Zie de voorbeelden genoemd in Hoofdstuk 8 van de nota. In het Handboek Bomen wordt het “regulier boombeeld” genoemd. Dat is een boom zonder achterstallig snoeiwerk die bij een volgende snoeironde weer met één reguliere snoeibeurt gereed is. De boomveiligheidscontrole wordt 15 maandelijks uitgevoerd. Zie H4, pagina 22 van het Routeboek Stadsbomen in Beheer.
2/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
5.
Pg 48: Met de bestaande middelen wordt nu bij vervanging van een boom een beperkte groeiruimte aangelegd. Dit kan in de praktijk leiden tot een beperktere groei en groeiplaatsproblemen. Hoeveel middelen zijn nodig om de bomenlanen en structuren op het gewenste ambitieniveau te krijgen? De bestaande situatie met o.a. kabels en leidingen beperkt de mogelijkheden voor het vergroten van de groeiplaatsen. Bij een herinrichting van een straat zijn er meestal kansen om een toekomstbestendige groeiplaats aan te leggen. We benoemen in de nota wel kansen voor het vergroten van bestaande groeiplaatsen. Zie infokader op pag. 94. Om na te gaan welke middelen nodig zijn voor het verbeteren van bestaande groeiplaatsen wordt gewerkt aan een “draaiknoppenanalyse” Zie uitleg op pagina 93. Dit maakt het mogelijk om in grote lijnen weer te geven welke investering welk resultaat heeft voor het kroonoppervlak in de stad. Een van de variabelen is het investeren in bestaande groeiplaatsen.
6.
Blijven we tot 2030 werken met aantallen bomen en balansen? Wanneer gaat dat kroonoppervlak een rol spelen in vergunningen en herinrichting? De doelstelling is om in 2025 op een betrouwbare en reproduceerbare manier het kroonoppervlak te kunnen meten. Op dat moment kan deze methode voor de stad worden ingezet. Kroonoppervlaktemeting in 2025 is naar verwachting dermate ontwikkeld dat we het instrument ook bij projecten kunnen inzetten met de scenario’s van de ontwikkeling van het kroonvolume na 10 of 20 jaar. Of en hoe dit ook voor vergunningverlening kan worden ingezet zal zich nog moeten uitwijzen/ontwikkelen.
7.
Hoeveel meer kilometer hoofdboomstructuren? Hoeveel hebben we nu? En hoeveel straks? Onderstaande informatie is gebaseerd op een grove berekening en geeft indicatief inzicht in de lengte van de HBS. De totale lengte van de bestaande HBS is circa 119 km ; De HBS is na vaststelling van de Nota Stadsbomen circa 137 km ; De nota bevat ambitielijnen. Deze komen neer circa 29 km.
Bijlage 2 Routeboek Nota Stadsbomen in Projecten 8.
“We werken aan de toekomstbestendigheid” en “We willen meer kroonoppervlak in onze stad” (p2) en ook ‘extra’ bomen. Kunnen deze ambities worden gekwantificeerd? Ja, dit is in de Nota Stadsbomen gedaan, zie pagina’s 34 en 50. In 2030 hebben we tien niet verbonden schakels in de Hoofdboomstructuur weten te verbinden en kunnen we vijf nieuwe boomstructuren als Hoofdboomstructuur toevoegen aan de stad. Ook is in 2030 75% van het aantal stadsbomen ecologisch passend 4*,3* of 2*. In 2030 hebben we 5% meer kroonoppervlak dan in 2021.
9.
Pg 20: VO waarin “bijdrage aan kroonoppervlak in de stad”. Dit is lastig want als het om jonge boompjes gaat is de bijdrage nihil en als de boom 50 jaar is zal het kroonoppervlak groot zijn en veel bijdragen. Moeten er geen termijnen worden opgenomen? En wat als er, bv door externe invloeden of groeiomstandigheden, minder kroonoppervlak komt? Welke consequenties heeft dit dan voor het project? De doelstelling van de nota is om in 2030 5% meer kroonoppervlak te hebben dan in 2021. Deze doelstelling is ook onderdeel van projecten. Daarom is het goed om inzichtelijk te maken op welke manier het project bijdraagt aan de doelstelling.
3/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
Voor de besluitvorming van het VO is het belangrijk inzichtelijk te hebben wat het effect van het project is op het kroonoppervlak op de korte, middellange en lange termijn. Dat betreft dan prognoses. Het realiseren van goede groeiplaatsen is voor elk project een belangrijk uitgangpunt. Daarbij wordt gezocht naar de meest optimale situatie voor de boom in de stad. Externe factoren als extreme klimatologische omstandigheden en nieuwe ziekten en plagen zijn moeilijk vooraf te bepalen. Mede om die reden wordt ingezet op diversiteit. 10. Aanplantmaat bomen (p22). “Bij herplant is de minimale aanplantmaat van deze bomen 2530”. “Bij extra bomen is de aanplantmaat 18-20”. Om sneller hogere ecosysteemdiensten te bereiken is het wenselijk om grotere bomen aan te planten. Waarom wordt niet altijd uitgegaan van 25-30? Bij reguliere vervanging van bomen (beschreven in het Routeboek Stadsbomen in Beheer) en bij de aanplant van extra bomen is de standaard aanplantmaat 18-20. In het eerste geval is de boom aan het einde van zijn levensloop, ziek of gevaarlijk waarbij de ecosysteemdiensten laag zijn of worden. De cyclus van een boom in de stad begint daarmee opnieuw, hetzelfde als bij de aanplant van een extra boom. Anders is dit bij bomen die in projecten vervangen moeten worden.
Die zijn niet altijd geheel aan het eind van hun levenscyclus waardoor het verwijderen een grotere invloed heeft op de beleving in de straat en de ecosysteemdiensten, vandaar een grotere aanplantmaat ter vervanging. Er staat gelijk weer een wat grotere boom. Het planten van grotere bomen heeft wel twee nadelen. In de eerste jaren na het planten van een grotere boom, staat de boom vrijwel stil in zijn groei. Eerst wordt door de boom met name energie gestoken in het herstel van het wortelpakket voordat de takken weer gaan groeien. De kans op uitval is ook groter bij grotere aanplantmaten. Daarnaast is het planten van grotere bomen duurder. Dat betekent dat kleine bomen sneller groeien en ook eenvoudiger te planten zijn. Voor de reguliere vervanging en nieuwe aanplant betekent een grotere maat een stijging van de aanplantkosten per boom waardoor minder bomen geplant kunnen worden. 11. Pg 23 foto: “Voorbeeld waarbij de bomen te groot zijn”. Wanneer is een boom te groot? Dit is maatwerk en moet per situatie worden bepaald. In principe brengen grote bomen veel natuurwaarde en is grootte alleen een probleem als onvoldoende rekening is gehouden met de omvang die de boom uiteindelijk krijgt.
De plantcriteria voor nieuwe aanleg zorgen ervoor dat daar in nieuwe situaties rekening mee is gehouden Een voorbeeld is het maatwerk plan bomen dat wordt ontwikkeld in het project van de vier opknapwijken. Als hulpmiddel voor de beoordeling van de overlast kan het inventarisatieformulier meldingen van overlast worden gebruikt. Deze informatie kan ook worden ingezet voor het beoordelen van meldingen in projecten wanneer bij deze projecten de melding wordt gedaan over overlast van bomen.
4/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
12. Groeiplaats en doelleeftijden bij structurele herplant (pg 9): De doelleeftijd voor bomen in de stad is respectievelijk 60 jaar (1een 2e grootte) en 30 jaar (3e grootte) Waarop is deze leeftijd gebaseerd? Bomen van de 1e en 2e grootte worden over het algemeen ouder dan bomen van de 3 e grootte, dit heeft te maken met de boomsoortspecifieke eigenschappen. De gemiddelde leeftijd van alle stadsbomen in Den Haag is nu ongeveer 50 jaar. 13. Waarom wordt er voor 1e en 2e grootte niet uitgegaan van 80 jaar, en bij 3e grootte van 50 jaar? Stadsbomen hebben te maken met veel ‘nadelige’ invloeden van buitenaf. Bomen staan het liefst in de open grond, met voldoende ondergrondse ruimte voor wortels. De groeiplaats, vaak in de verharding, is verre van optimaal. Daarnaast staan stadsbomen in een dynamische omgeving. Bovengronds zijn er risico’s zoals aanrijdschade, storm en vandalisme. Ondergronds ontkomen we er helaas niet aan dat er wortels verwijderd worden bij de aanleg of vervanging van kabels en leidingen (bomen staan dan op korte afstand of soms bijna op de leidingen). Door klimaatsverandering hebben juist bomen in de stad meer te lijden van extreme hitte en droogte waardoor ook ziekten en plagen een grotere uitwerking hebben. Maar ook bij kadevernieuwingen, reconstructies of bouwplannen is het niet geheel te vermijden dat bomen moeten worden verwijderd en vervangen.
Door meer stadsbomen te planten in de open grond, bij bestaande groeiplaatsen de omstandigheden te verbeteren en bij projecten toekomstbestendige groeiplaatsen aan te leggen is de verwachting dat de levensverwachting in de komende jaren toeneemt naar 60 jaar. Dat levert meer kroonoppervlakte op voor de stad. 14. Waarop is de grootte gebaseerd voor de minimale groeiplaatsen (pg 26 en 28)? Enerzijds op basis van de benodigde groeiruimte die de betreffende boomgrootteklasse ondergronds nodig heeft om 60 jaar oud te worden. Anderzijds omdat er in de meeste gevallen niet meer ruimte beschikbaar is. In een hoogstedelijke situatie als Den Haag zijn er verschillende ondergrondse beperkingen, zoals de ligging van kabels en leidingen in de ondergrond. 15. Waarom worden groeiplaatsconstructies zo weinig toegepast in DH (pg 30)? Den Haag is bij de ontwikkeling van innovatieve groeiplaatsconstructies een van de koplopers van Nederland. Groeiplaatsconstructies brengen echter hogere kosten met zich mee en worden toegepast in met name hoogstedelijke situaties waarbij het anders niet mogelijk is om bomen groot te laten worden of een bijzonder waardevol object te beschermen zoals aan het Lange Voorhout. Ook moet de ruimte beschikbaar zijn om dit toe te passen. Groeiplaatsconstructies zijn echter niet altijd nodig.
Het uitgangpunt is zo veel mogelijk te planten in open grond en natuurlijke omstandigheden. Dan realiseer je tegen de laagste kosten de beste groeiplaats. 16. Vooraf moet ook een boombeschermingsplan worden gemaakt (p34). Op welke wijze is dit door de raad te controleren/in te zien? De wijze waarop bomen beschermd moeten worden is vastgelegd in het Handboek Openbare Ruimte en wordt verwerkt in de bestekken voor de uitvoering. De gemeente houdt toezicht tijdens de projectuitvoering.
5/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
17. De richtlijn ‘Werken bij Haagse bomen’ is mooi, maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Hoe wordt in de praktijk gestimuleerd en erop toegezien dat aannemers zich hieraan houden? Wordt dit ook geïnspecteerd en indien nodig gesanctioneerd? De folder ‘Werken bij Haagse Bomen’ wordt bij iedere vergunning bij werken in de ondergrond toegevoegd, voor controle op het werk zijn er twee toezichthouders LTC . Bij grote werken wordt specifiek toezicht gehouden en wordt hier voorafgaand in bouwvergaderingen de nadruk op gevestigd. Helaas zijn er voorbeelden waarbij het toch fout gaat. Bij constatering wordt altijd gekeken of en hoe hiertegen opgetreden kan worden. Bijlage 3 Routeboek Nota Stadsbomen in beheer 18. De criteria (doelleeftijd en groeiplaats) voor bomen in beheer (pg 3) zij minimaal en veel lager dan die van projecten (bijlage 2 - p 26 en 28). Dit is in tegenspraak met de toekomstboombestendigheid zoals het doel van de bomennota is. Waarom worden er voor beheer andere criteria gehanteerd dan bij projecten? Zie ook antwoord vraag 5. De bestaande situatie met o.a. kabels en leidingen beperkt de mogelijkheden voor het vergroten van de groeiplaatsen. Een herinrichting van de straat biedt kansen om een toekomstbestendige groeiplaats aan te leggen. We benoemen in de nota wel kansen voor het vergroten van bestaande groeiplaatsen. Zie infokader op pag. 94.
Deze actie kan met het huidige beheerbudget echter niet worden gerealiseerd. 19. Iepen (pg 31): Van de 14.000 geregistreerde iepen worden jaarlijks ruim 8.000 extra beschermd door een injectie. Kan deze lijst worden gepubliceerd? Ja. De kaart kan ter beschikking worden gesteld of kan op www.kaartendenhaag.nl worden gepubliceerd. 20. Het budget blijft gelijk, alles wordt duurder, sommige iepen gaan toch dood. Klopt het dat het aantal ingeënte iepen jaarlijks minder wordt? Het doel is de belangrijkste iepen van Den Haag te beschermen. Bij vervanging worden nieuwe iepensoorten aangeplant die in principe resistent zijn. Hierdoor wordt het aantal te injecteren iepen minder . Bij gelijkblijvend budget zullen we nog steeds de belangrijkste iepen blijven beschermen. 21. De voorgestelde soorten om te herplanten zijn vaak exoot (bv U Rebona en U new Horizon zijn Amerikaans). Past dat wel in het ecologische profiel? Bomen met een hoge score op Ecologisch passend (3* en 4*) hebben over het algemeen de hoogste biodiversiteitswaarde en hebben daardoor de voorkeur. Anderzijds is het aantal inheemse boomsoorten wat geschikt is om duurzaam te overleven in een verdichte stadsbodem beperkt. Daarnaast is het klimaat in een versteende stad aanzienlijk warmer dan de meeste inheemse bomen gewend zijn. Om de risico’s op grootschalige uitval o.a.
door nieuwe uitbraken van ziekten en plagen te beperken is het van belang om zoveel mogelijk verschillende boomsoorten aan te planten. Daarbij hebben we de doelstelling dat in 2030 75% van het aantal stadsbomen ecologisch passend 4*,3* of 2* is. Dat is nu 70%. Den Haag is actief betrokken bij het onderzoek naar resistente iepensoorten, waarbij wordt meegenomen of er nieuwe soorten te ontwikkelen zijn die ecologisch beter passend zijn 22. Welke iepen worden jaarlijks ingeënt? Waarom worden die lijst (met locaties) niet jaarlijks gepubliceerd? Zie antwoord op vraag 19 23. Hoe verhoudt de richtlijn voor overlast zich tot het afwegingskader voor kapvergunningen? Kunnen de afwegingen bij overlast concreet worden gemaakt, en de beoordelingen bij zichtbare consequenties publiek worden gemaakt?
6/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
De richtlijn voor overlast van stadsbomen kent raakvlakken met het afwegingskader voor kapvergunningen. Maar de richtlijn voor overlast richt zich wel specifiek op bomen in de openbare ruimte. Overlastgevende bomen in de openbare ruimte hebben meestal een grotere bijdrage aan het algemeen belang dan bomen in particuliere tuinen. Om die reden zal er minder snel worden ingegrepen bij overlast door stadsbomen. Behoud is in principe uitgangspunt net als in het maatwerkplan bomen voor de vier opknapwijken. Indien stadsbomen een zodanige overlast veroorzaken voor omwonenden dat de gemeente besluit om een vergunningaanvraag voor b.v. kappen in te dienen, dan is dit dossier inclusief de afweging/beoordeling in te zien net als iedere kapaanvraag. Zie ook vraag 11 Routeboek projecten 24. Vervanging van stadsbomen (pg 46): Niet in alle gevallen worden de bomen direct na verwijdering opnieuw geplant (bijvoorbeeld door planning werk met werk en het realiseren van betere groeiplaatsen). Dit klopt. Het eerstvolgende plantseizoen ligt in het najaar. Aan de hand van het schema op pagina 50 wordt beoordeeld of een boom direct (in eerstvolgend plantseizoen) wordt vervangen of in een project van reconstructie/herinrichting binnen 5 jaar. Overig 25. Is er een meldpunt voor zieke bomen? Ja, dit kan gemeld worden via een melding openbare ruimte of het telefoonnummer 14070. 26.
De kastanjes worden jaarlijks door de WUR geïnventariseerd op kastanjebloedingsziekte. Waarom worden die lijst (met locaties) niet jaarlijks gepubliceerd? Op denhaag.nl is algemene informatie beschikbaar over bomen; van bomenbeleid tot het beheer van bomen. Deze informatie is geschikt voor een breed publiek. Een onderzoeksrapport over de kastanjebloedingsziekte is vrij specifieke informatie. We kunnen ons voorstellen dat geïnteresseerden graag deze informatie wensen, deze kan dan worden toegestuurd. 27. De gemeente heeft een aardige website: https://www.hethaagsegroen.nl/. Daarop staat nu nog weinig geschreven over bomen terwijl bomen een belangrijke plek in het ecosysteem vervullen, en er veel over bomen te vertellen is. Waarom wordt deze website niet benut om over bomen te vertellen en om inventarisaties en onderzoeksrapporten te publiceren zodat ook bewoners kunnen zien en volgen wat er allemaal wordt gedaan? Hethaagsegroen.nl is een platform waar verhalen op te vinden zijn over groen. Dit zijn verhalen die gaan over stadsnatuur, recreatie in het groen, het beheer van het groen en ook over bomen. We zorgen voor een evenredige verdeling van onderwerpen die spelen in het groen en daar horen artikel over bomen zeker bij, bijvoorbeeld de bomennieuwsbrief. Hethaagsegroen.nl richt zich op een breed publiek met algemene interesse voor groen.
7/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
Artikelen over inventarisaties en onderzoeken over bomen zijn te specifiek van aard en alleen geschikt voor een kleine doelgroep met veel specifieke groenkennis. Met deze groepen is regelmatig contact. Bijvoorbeeld in het Stedelijk Groenoverleg of bilateraal. 28. Er zijn al vele ziekten en plagen (iepen, kastanjes, essen, e.a.; eikenprocessierups). Is het ook in die zin niet riskant om esdoorns te weren? Het doel is juist een zo divers mogelijk bomenbestand te hebben. Er worden dan ook geen esdoorns bij stadsbomen geweerd. Op de Nieuwe Parklaan en de Groot Hertoginnelaan zijn bij de herinrichting bijvoorbeeld veel esdoorns aangeplant. 29. Wordt er door groenbeheerders toezicht gehouden op de 'stippenzetter' om te voorkomen dat er stippen worden gezet die onjuist zijn? Voor markeringen op bomen zijn binnen de gemeente afspraken gemaakt. Bij dode en slechte bomen en de populierenvervanging wordt daarnaast het tape om de bomen gedaan. Alle boombeheerders gebruiken daarbij de afgesproken markeringen. Als de noodzaak bestaat om bomen om een andere reden te markeren dan moet dit vooraf worden afgestemd met de betreffende beheerder. Zij zien hier ook op toe. 30.
Hoeveel gekapt hout (stammen, takken, blad) gaat naar de biomassacentrale en hoeveel wordt nuttig gebruikt voor het maken van planken, palen, composteren e.d.? Zo’n 95% van het groenafval wat vrijkomt bij regulier onderhoud wordt weggebracht naar een daarvoor gecontracteerd groenrecyclingsbedrijf. In de verschillende projectbestekken zoals voor dunningen bij park- en bosbeheer en de populierenvervanging zijn specifieke criteria opgenomen hoe het hout na kap wordt ingezet. Door de gemeente zelf worden de stammen van iepenhout ‘gewaterd’ en als plankenhout verkocht. Zoals benoemd op pagina 52 in het Routeboek Stadsbomen in beheer zien wij kansen voor de toekomst voor het hoger verwaarden van vrijkomende materialen en willen we nader onderzoek doen naar de mogelijkheden de kansen te benutten. 31. Met hoeveel aannemers heeft de gemeente een contract afgesloten om het hout nuttig te gebruiken? Zie vraag 30. 32. Wat doet de gemeente aan voorkomen van omwaaien bij storm (bv alle standplaatsen van bomen zodanig in te richten dat bomen goed en stevig wortelen en niet meer omwaaien)? Deze nota richt zich op het realiseren van goede groeiplaatsen waardoor bomen goed kunnen wortelen. Echter is stormschade nooit geheel te voorkomen. Met de uitvoering van de boomveiligheidscontrole zorgen we voor een periodieke inspectie van bomen waardoor het risico op stormschade wordt geminimaliseerd.
Fractie Partij voor de Dieren Hierbij de technische vragen van de Partij voor de Dieren: 1. Waarom zijn bosplantsoenbomen niet meegenomen in deze nota? Deze nota gaat over stadsbomen, dit zijn individueel herkenbare bomen die specifiek worden beheerd. Stadsbomen vragen gezien hun standplaats extra aandacht en specifieker beheer en onderhoud dan bosplantsoenbomen.
8/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
De afwegingen in de stad en in de gemeenteraad gaan in de meeste gevallen ook over de stadsbomen. Bosplantsoenbomen worden als kleine (centimeterdikke) ‘sprietjes‘ dicht bij elkaar geplant samen met struiken. Door dunning wordt bij deze bomen het eindresultaat bereikt. Hiervoor zijn bestaande onderhoudspakketten aanwezig in het groenbeheer. In Waldeck en Houtwijk is gesignaleerd dat daar soms een aanvulling op gewenst is, dat is dan maatwerk. Bij het meten van kroonoppervlak worden de bosplantsoen-, bosbomen en particuliere bomen wel meegenomen om de stadsbrede opgave van 5% meer kroonoppervlak te realiseren. 2.
Op pagina 14 worden lanen gedefinieerd als “wegen die aan beide zijden met bomen zijn beplant”. Deze definitie sluit wegen met een middenberm met bomen uit van de categorie ‘lanen’. Waarom ziet het college dit soort straten niet als lanen? De definitie op pagina 14 geeft weer hoe in de door de gemeenteraad vastgestelde Kadernota straten, wegen en lanen (RIS280303) lanen zijn gedefinieerd. Hierin is een passage opgenomen over hoe een Laan volgens de Van Dale wordt gedefinieerd.
3.
Waarom begeleidt een hoofdboomstructuur over het algemeen hoofd- en ontsluitingswegen? (p. 24) Zit er een correlatie tussen het belang van een weg voor het verkeer en het belang van de bomen naast die weg voor de natuur? Hoofd- en ontsluitingswegen zijn gevormd in de ontwikkeling van de stad en zijn de grotere basisstructuren en verbindingen door de gehele stad. Meestal volgen ze de ordening van wijken en laten de groei van de stad zien. In de meeste gevallen is er ruimte voor bomen om goed te kunnen groeien en passen bomen van de 1e grootte vaak in het karakter. Deze zijn dan vaak als Hoofdboomstructuur benoemd en opgenomen in de SGH. Voor de natuur is het van belang dat er verbindingen bestaan. Veel hoofd en ontsluitingswegen zijn met elkaar verbonden en vormen daarmee veelal doorgaande structuren (zie de kaart op pagina 23). De grotere bomen en structuren maken de stad ook goed leesbaar, niet alleen voor mensen, maar ook voor dieren zoals vleermuizen, vogels en insecten. Zo vormt de hoofdboomstructuur niet alleen een begeleiding van wegen door de stad maar is het tegelijkertijd een groene route voor verschillende diersoorten. Daarnaast kunnen verbindingen voor dieren ook op andere manieren aanwezig zijn, bijvoorbeeld via landgoederen of tuinen.
4.
Waarom bestaat een hoofdboomstructuur vooral uit lanen? (p. 24) Wat betekent “vooral” in deze context? Is er een minimumpercentage? Op pagina 18 staat: De Hoofdboomstructuur bestaat vooral uit lanen (met en zonder middenberm). Op de kaart van pagina 23 is te zien dat de meeste bomen van de Hoofdboomstructuur langs de lanen van hoofd- en ontsluitingswegen staan. Maar er zijn ook locaties waar de Hoofdboomstructuur langs een gracht ligt of in een woonstraat. Een hoofdboomstructuur kenmerkt zich door een beeldbepalende aanwezigheid van bomen die meerdere ecosysteemdiensten kan vervullen.
5.
Bedoelt het college met “lanen” (p. 24) hetzelfde als op pagina 14, namelijk “wegen die aan beide zijden met bomen zijn beplant”? Zo ja, betekent dit dat wegen met een middenberm met bomen zijn uitgesloten van de hoofdboomstructuur? Zo ja, wat is de reden hiervoor? Op pagina 18 staat: De Hoofdboomstructuur bestaat vooral uit lanen (met en zonder middenberm).
9/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
Ook wegen met alleen bomen in de middenberm maken onderdeel uit of kunnen in de toekomst onderdeel uitmaken van de Hoofdboomstructuur, bijvoorbeeld de Ieplaan, Valkenboslaan en Groot Hertoginnelaan. Zie de kaart op pagina 23. 6.
Wat wordt bedoeld met “Wordt door iedereen beleefd?” (p. 24) Hiermee wordt bedoeld dat sprake is van een stedelijke betekenis. Het gaat om een boomstructuur op een plek waar gemiddeld meer Hagenaars bekend mee zijn, of wel eens komen.
7.
Hoe wordt bepaald of een rij bomen wel of niet in hoge mate bijdraagt aan de “identiteit van Den Haag als groene stad”? (p. 24) Kan het college een voorbeeld geven? Den Haag heeft de identiteit een groene stad aan zee te zijn. Dit is opgenomen in de Agenda Groen voor de stad. Goed groeiende bomen op plekken waar veel mensen komen, zoals hoofdwegen dragen bij aan de beleving, herkenbaarheid en zo de identiteit van de stad. Het Lange Voorhout is het klassieke voorbeeld hoe bomen van oudsher bijdragen aan die groene identiteit van de stad. Ook de herinrichting van de Sportlaan/Machiel Vrijenhoeklaan laat zien hoe door het realiseren van nieuwe goede groeiplaatsen door het versmallen van wegen en verplanten van grote iepen, een nieuwe structuur bijdraagt aan de ecosysteemdiensten van bomen voor de toekomst, en daarmee het behoud en verbeteren van de groene identiteit van de stad.
8.
Hoe kan een rij bomen “uitnodigen tot recreatie”? (p. 24) Kan het college een voorbeeld geven? Wie wil er niet verpozen op het Lange Voorhout? En het gaat om het verbindende element van stadbomen tussen grote groenstructuren. De bomen vormen een groene begeleiding voor fietsers en voetgangers naar groter groen. Naast het verduidelijken van de route nodigt het ook uit tot recreatie en biedt comfort. Ook maakt het een route divers en aantrekkelijk. De bomen op de Lange Vijverberg zijn een voorbeeld hoe bomen uitnodigen tot recreatie. Ook de Laan van Clingendael en de oprijlaan van Clingendael nodigen uit om het park van het landgoed te bezoeken. Bomen bieden veel comfort door hun schaduwwerking, bijvoorbeeld bij warme zomerdagen.
9.
Hoe kan een rij bomen “comfort bieden”? (p. 24) Kan het college een voorbeeld geven? Zie vraag 8.
10. Kabels en leidingen kunnen verlegd worden zodat ze niet in de weg liggen voor de aanplant van bomen, maar het is voor de raad niet inzichtelijk wanneer dat wel of niet mogelijk is. Kan het college dit inzichtelijker maken? Dit is een belangrijk onderwerp met name bij projecten en in de verdichtende stad. Om die reden wordt gewerkt aan de Nota Ondergrond. Bij herinrichtingen wordt gezocht naar plekken waar bomen goed kunnen groeien op voldoende afstand van kabels en leidingen. Bomen worden om die reden bij herinrichtingen vaak in de parkeerstrook geplaatst als het trottoir onvoldoende breed is om de boom onder en bovengronds goed te laten uitgroeien.
10/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
11. Is het niet mogelijk om kabels en leidingen standaard dieper te leggen, zodat bomen alsnog erbovenop kunnen worden geplant? Hier zijn bestaande afspraken over met kabel en leidingenbedrijven. Een diepere ligging heeft bij vervanging of storing een grotere impact op de boom. Het streven blijft erop gericht groeiplaatsen te creëren die vrij zijn van K&L. Uiteraard zijn er meer opties elk met een eigen kostenaspect. 12. Waarom is gekozen voor het kroonoppervlak als maatstaf, en niet voor het kroonvolume? Kroonoppervlakte meten is een internationale standaard (Urban Tree Coverage) in het programma i-Tree om mee te meten. Met een algoritme is kroonoppervlakte om te rekenen naar kroonvolume en dus naar “meer blad voor de stad” 13. Op pagina 47 wordt gesproken over dat bij grote overlast door stadsbomen een ander maatschappelijk belang prevaleert boven het behoud van de bomen. Wat voor grote overlast valt hieronder? Hoe wordt dat maatschappelijke belang overwogen en getoetst in het belangenafwegingformulier? Welke criteria worden hiervoor gebruikt? Grote overlast door stadsbomen met vervanging tot gevolg komt niet vaak voor. Als er sprake is van grote overlast dan is dit ook vaak een combinatie van overlastfactoren. Veiligheid is dan een belangrijk criterium.
Voorbeelden zijn extreme wortelopdruk waarbij gevaarlijke situaties optreden die onherstelbaar zijn met behoud van de bomen, sierperen die langs parkeerplaatsen zijn geplant die later echte perenbomen blijken te zijn met alle schade van dien. De overlast moet in die gevallen substantieel zijn, in alle redelijkheid op een andere wijze niet te herstellen zijn en vaak ook betrekking hebben op een grote groep bewoners c.q. gebruikers. 14. Is een storting in het bomenfonds voor de kap van één boom (p. 47) voldoende om één boom elders in de stad terug te planten? Kan het college de precieze bedragen delen? Voor een storting in het Bomenfonds wordt primair uitgegaan van de waarde van de houtopstand die men wil kappen. De Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen heeft hiervoor een rekenmodel opgesteld die uitgaat van de kosten die oorspronkelijk zijn gemaakt voor de aanplant van de te kappen houtopstand, de kosten voor onderhoud en het waardeverlies door voortijdige kap. Daarnaast speelt de status van de betreffende boom ook een waardebepalende rol. Een boom die is ontstaan door een spontane zaailing waar 30 jaar geen onderhoud aan is uitgevoerd is dan maar enkele tientallen euro’s waard. Een individueel geplante stadsboom die 30 jaar onderhoud heeft gehad kan al snel enkele duizenden euro’s waard zijn.
De herplant vanuit het Bomenfonds vindt meestal plaats in de vorm van individueel aangeplante stadsbomen in gras of beplanting met een verbeterde groeiplaats. In sommige gevallen wordt ook juist gecompenseerd met veel bosplantsoen waarmee een nieuwe bosschage wordt gecreëerd. De gemiddelde kosten bedragen circa € 1.500,- per nieuwe boom. 15. Kan het college uiteenzetten waarin de “Haagse bosjes” zullen verschillen van de “minibosjes”? (p. 49) Waarom is voor deze kenmerken gekozen? Haagse bosjes is een paraplu-benaming voor verschillende initiatieven zoals mini-bosjes, micro-bosjes, voedselbosjes etcetera. Zoals in het informatiekader op pag 49 is beschreven is een mini-bosje (of tiny-forest) een geregistreerde merknaam van het IVN wat alleen kan worden aangelegd als het aan specifieke voorwaarden voldoet.
11/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
Een mini-bosje is zo altijd een Haags bosje, maar een Haags bosje hoeft niet perse een minibosje te zijn. Dat geeft de flexibiliteit om stadsbreed soortgelijke initiatieven te ondersteunen. 16. Wat zijn de kosten van groeiplaatsverbetering voor slecht presterende bomen? (p. 64) Welk bedrag is hiervoor beschikbaar en hoeveel bomen kunnen hiermee worden opgelapt? Deze kosten zijn sterk locatie- en boomafhankelijk. Voor de bomen in de Hoofdboomstructuur is dit onderzocht waarbij een gemiddelde kostenindicatie is geraamd van € 1.300 per te behandelen boomplaats, uitgaande van werk-met-werk. Dit betreft gemiddelde prijzen. De vraag geldt hier specifiek voor een slecht presterende boom, de vraag moet dan vooraf worden gesteld wat de conditie van de boom is en welk resultaat een investering in een groeiplaatsverbetering oplevert. 17. Welk deel van de Haagse stadsbomen (naar schatting) heeft op dit moment een goede groeiplaats? Dit is zonder nader onderzoek lastig te beantwoorden. Dit kan voor nu alleen beantwoord worden op basis van een grove raming. Ongeveer 45% van de stadsbomen staat in het gras of in beplanting en op voldoende afstand tot verharding waardoor er sprake is van een goede groeiplaats, dus circa 54.000 stuks. Dat betekent dat circa 66.000 bomen een groeiplaats in verharding of dicht bij verharding heeft.
In de bestaande stad heeft een klein percentage een groeiplaats voor een toekomstboom zoals we dit nu standaard aanleggen in onze projecten. De minimale maat van de groeiplaats is dan 20-,15- of 7,5m3 (Zie pagina 60). Voor de bestaande bomen in de Hoofdboomstructuur is onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de huidige groeiplaatsen. Dit onderzoek gaf aan dat 25% van de bomen in de Hoofdboomstructuur een groeiplaatsverbetering nodig heeft. De ervaring leert dat bij bomen in woonstraten het aantal bomen met de behoefte aan groeiplaatsverbetering hoger is dan in de Hoofdboomstructuur. Zoals aangegeven in de nota (o.a. pagina 71-72) is het een van de actiepunten (actiepunt 8) om voor alle boomstructuren in de stad de kwaliteit van de groeiplaatsen in beeld te brengen. 18. Wat is de invloed van klimaatverandering op de drie genoemde boomziekten: iepenziekte, kastanjebloedingsziekte en essentaksterfte? (p. 68) Die invloed is er waarschijnlijk wel maar deze relaties zijn nog bijzonder moeilijk in beeld te brengen. Den Haag participeert in verschillende onderzoeken van de WUR-Wageningen en de TU Delft om hier meer duidelijkheid over te krijgen. 19. Waarom wordt de minimale grootte van de ondergrondse groeiplaats van bomen van de derde grootte verminderd naar 2 m3? (p.
71) Is dit niet vragen om problemen? De minimale gewenste grootte voor de groeiplaats van bomen van de derde grootte bij vervanging is 5,0m3. Het kan echter zijn dat er knelpunten zijn, zoals kabels en leidingen in of vlak bij de groeiplaats. Hierdoor is het in sommige gevallen niet mogelijk om 5m3 te realiseren. Daarbij spreken we af dat we niet planten als er minder dan 2m3 beschikbaar is voor de groeiplaats.
12/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
20. Als de kosten van de aanplant van bomen stijgen, en de gemeente streeft naar meer kroonoppervlak, moet het college meer geld reserveren voor de aanplant van bomen, lijkt het. Doet het college dit ook? (p. 72) Het college heeft met het extra groen budget voor 2021 en 2022 2,5 miljoen aan incidenteel geld beschikbaar gesteld. Een deel hiervan wordt voor de stadsbomen ingezet. Daarnaast is een van de actiepunten het ontwikkelen van een draaiknoppenmodel dat aangeeft wat de toekomstige inzet op bijvoorbeeld groeiplaatsen, middenbermen of een bos in de Vlietzone oplevert voor het kroonoppervlak en welke globale investering en beheerkosten dat vergt. 21. Waarom verschillen de getallen in de tabel op pagina 94 van die in de tabel op pagina 71? De informatie op pagina 71 geeft weer hoe we met de bestaande middelen de groeiplaatsen bij het vervangen van bomen inrichten (zie Routeboek Stadsbomen in beheer). Het informatiekader op pagina 94 laat een voorbeeld zien hoe je met een incidenteel en structureel hoger beheerbudget extra kan investeren en grotere groeiplaatsen kan realiseren. Daarmee wordt het doel om meer kroonoppervlak te behalen eerder gerealiseerd. 22. Waarom zijn er tussen 2000 en 2009 zoveel meer bomen geplant dan tussen 2010 en 2019? (p. 111) In 2002 werden de wijken Leidschenveen en Ypenburg aan de stad ‘toegevoegd’.
In deze periode is ook een groot deel van Wateringse Veld aangelegd. 23. Het college geeft aan dat “met een uitgekiende boomsoortkeuze” ook in Scheveningen geslaagde vergroeningsprojecten gerealiseerd zijn, ondanks de zoutspray van de zee. En toch is de ligging bij de kust een beperkende factor voor het realiseren van kroonoppervlakte, stelt het college. (p. 112) Waarom maakt het college langs de kust niet simpelweg gebruik van zoutbestendige boomsoorten voor het realiseren van meer kroonoppervlakte? We hebben onderzoek gedaan naar de mogelijkheden. Dit is opgenomen in het rapport onderzoek, “bomen tot in de branding”. Er zijn boomsoorten die redelijk tot goed zoutbestendig zijn. Maar naast zoutbestendigheid krijgen bomen langs de kust te maken met veel meer windbelasting. Die combinatie zorgt ervoor dat bomen ernstig in hun groei belemmerd worden en eerder aftakelen. Daarnaast zorgt de arme zandbodem en diepe grondwaterstand ervoor dat basisvoorzieningen voor een goede groei van bomen beperkt aanwezig zijn. Zelfs bij een optimale bodemverbetering en zoutbestendige boomsoorten, is het resultaat beperkt. De geslaagde vergroeningsprojecten in Scheveningen zijn meestal gerealiseerd met open groeiplaatsen waarbij plantsoenen zijn aangelegd met struiken en bomen.
Als geheel geeft dit een groene uitstraling maar een nadere beschouwing van de individuele boomkwaliteiten laat hier blijvend te wensen over. De daar geplante bomen zullen ook de gemiddelde leeftijd en omvang van een Haagse stadsboom niet halen.
13/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
Fractie GroenLinks p. 30 – Hoe (en in welke mate) wordt biodiversiteit (dus de ecologische meerwaarde, niet alleen de diversiteit van het bomenbestand) exact meegenomen bij de selectie voor de aanplant van passende bomen? Zie uitleg over werken aan biodiversiteit op pagina 28 en 31. We stellen ons tot doel dat in 2030 75% van het aantal stadsbomen ecologisch passend 4*,3* of 2* is. Dat betekent dat dit een belangrijk thema is voor de keuze van de boom. p. 30 – Waarom worden er in dit afwegingskader niet altijd voor inheemse soorten gekozen die ook binnen een stadsklimaat EN op de aangewezen groeilocatie zouden kunnen floreren? En wat voor doel dient het sterrensysteem als er ook exoten met 0 sterren in de stad worden geplaatst, terwijl er misschien ook 4-sterren soorten op die locatie zouden kunnen floreren? Het aantal bomen wat op de Haagse sortimentslijst staat en 4* ecologisch passend is beperkt. Dit zijn 68 bomen op de lijst (32% van het totaal). Hiervan kunnen 28 bomen (verdeeld over 9 geslachten) gebruikt worden om aan te planten in verharding. p. 45 – Hoe vaak is er deze collegeperiode daadwerkelijk voor gekozen om een groeiplaats voor bomen uit te breiden, door bijvoorbeeld kabels en leidingen in de grond te verleggen? Bij veel projecten realiseer je juist een groeiplaats op plekken waar kabels niet liggen.
Zoals de Sportlaan, je zoekt hierbij naar een locatie waar de groeiplaats goed is en naar plekken waar het verleggen van kabels en leidingen niet noodzakelijk is. Het verleggen kost relatief veel geld en is een kostenpost die de initiatiefnemer moet betalen, bijvoorbeeld de gemeente. Om die reden worden bomen bij herinrichting van straten nu in parkeerstroken gezet. Gezien de komende verdichting en energietransitie wordt een discussie over de claims op de ondergrond steeds belangrijker. Om die reden wordt een Nota Ondergrond gemaakt en sluit Den Haag aan bij de Citydeal Openbare Ruimte. p. 47 – Kan er procentueel uiteengezet worden hoe vaak bij werkzaamheden de bestaande boom wordt herplant, hoe vaak er gekozen wordt voor aanplant van nieuwe bomen en hoe vaak er ter compensatie een betaling aan het bomenfonds wordt gedaan? Nee, dit is niet mogelijk. Het betreft maatwerk per project. Den Haag streeft ernaar kap zoveel mogelijk te voorkomen en kijkt standaard naar mogelijke alternatieven om een boom toekomstbestendig te behouden. Is het verwijderen van de boom onvermijdelijk dan wordt eerst gekeken of de boom kan worden verplant (zie het afwegingskader in het Routeboek Stadsbomen in Projecten). Lukt dat niet en moet de boom worden gekapt dan volgt een herplantplicht. Wanneer herplant ook niet mogelijk is volgt een financiële compensatie door een storting in het Bomenfonds.
In het Routeboek Stadsbomen in Projecten is aangegeven hoe er afgepeld wordt op basis van kwaliteit en toekomstwaarde. De kern ligt erin dat je bij ieder project zorgvuldig moet afwegen wat de vitaliteit van de boom is, wat de boom voor toekomstverwachting heeft en in die fase aan kroonoppervlak voor de toekomst oplevert.
P. 54 Zou een negatief resultaat bij de evaluatie uit het routeboek stadsbomen een reden kunnen vormen om projecten in de initiatiefase te blokkeren? Zo nee, wat zijn dan de gevolgen die aan een dergelijk negatief resultaat gegeven zullen worden? Het doel van de opgenomen werkwijze in het Routeboek Stadsbomen in Projecten is om ervoor te zorgen dat waarde/kwaliteit van de bomen op een eenduidige wijze wordt geïnventariseerd/meegewogen.
14/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
De voorgestelde werkwijze zorgt ervoor dat de gemeenteraad voor de besluitvorming een transparant overzicht heeft voor de weging van de verschillende belangen. P. 70 Kan het feit dat er niet voldoende toekomstige wortelruimte in een project gereserveerd kan worden ertoe leiden dat een project in de initiatiefase geen doorgang vindt? Zo nee, wat zijn dan de gevolgen die hieraan gegeven zullen worden? Zie vorige vraag P. 79 Hoe heeft het bomenbalans zich de afgelopen jaren ontwikkeld? En kan het college een indicatie geven van de ontwikkelingen in kroonoppervlak op basis van de gemaakte nulmeting uit 2017? Het aantal stadsbomen groeit nog jaarlijks. We hebben nu circa 120.000 stadsbomen. Dit jaar wordt geëxperimenteerd met de eerste nulmeting van het totale kroonoppervlak voor de stad. Het doel is om in 2025 een reproduceerbare, zo nauwkeurig mogelijke meting te kunnen doen. In 2017 is in het kader van het landelijke I-Tree project een beperkte meting voor 1000 bomen uitgevoerd naar de ecosysteemdiensten van het gebied Lange Voorhout/Lange Vijverberg. P. 87 Wij krijgen als fractie veel vragen over bomenkap en de reden hierachter.
Wordt bij de gegeven informatie bij bomen die gekapt gaan worden ook aangegeven wat de reden is en waar en of de boom gecompenseerd gaat worden? Zo nee, is het een idee om deze informatie hieraan toe te voegen of mogelijkerwijs in de directe omgeving bij omwonenden te verspreiden? Bij het indienen van een kapaanvraag bij het landelijke WABO-loket moet de aanvrager voor een kapaanvraag in Den Haag specifiek een aantal extra vragen beantwoorden. Zo moeten er één of meerdere redenen worden aangevinkt . De publicatie van de aanvraag vindt daarna geautomatiseerd plaats vanuit het landelijke loket. Als den Haag hebben we daar geen invloed op. In de aanvraag zelf moeten de kapredenen uiteraard duidelijk worden beschreven en indien van toepassing worden onderbouwd met technische rapporten e.d. In het uiteindelijke besluit, de kapvergunning, wordt een reactie gegeven op die aanvraagredenen, een afweging van belangen toegelicht en indien van toepassing wordt de herplantplicht beschreven. Dit besluit wordt eveneens gepubliceerd en is voor iedereen in te zien via internet of anders bij het Informatiecentrum van de gemeente in het Stadhuis. P. 93 Het groen budget wordt met €2,5 miljoen aangevuld tot 82% van de benodigde kosten voor groenbehoud en -beheer.
Wordt er ook voldoende gebruik gemaakt van eventuele landelijke en Europese subsidies om dit bedrag tot 100% aan te vullen? Of ziet het college andere mogelijkheden om het budget gelijk te trekken aan het benodigde bedrag om alle werkzaamheden uit te voeren? Het beheerbudget wordt tijdelijk met 0,5 miljoen aangevuld uit de incidentele 2,5 miljoen (aanwezig tot en met 2022). Daarmee is er 82% i.p.v. 78% van het benodigde budget om de ambitie uit de Kadernota Openbare Ruimte te behalen. Van de landelijke subsidies wordt gebruik gemaakt van de BRIMsubsidie voor Rijksmonument (BRIM-subsidies) en verkrijgen we een provinciale bijdrage voor het realiseren van de natuurdoelen in het Westduinpark. Naar verwachting komen er in het kader van de bossenstrategie en natuurherstel de komende jaren incidentele middelen beschikbaar. Meestal gaat dit niet om structurele beheerkosten en zijn dit ook geen middelen specifiek voor stadsbomen. Den Haag neemt ook actief deel aan het Europese project Interreg nature smart cities. Een van de doelen daarin is om te zoeken naar alternatieve financieringsbronnen.
15/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
p. 112 - In de wijken meer aan de kust (Havenkwartier, oude Norfolkterrein) moeten bomen tegen de specifieke omstandigheden kunnen. Hierdoor wordt de conclusie getrokken dat hier weinig kroonoppervlak ontwikkeld kan worden, terwijl er voldoende bomen bestaan die hier wel tegen opgewassen zijn. Waarom wordt de mogelijkheid voor de aanplant van kustbestendige bomen niet ambitieuzer opgepakt? Zie beantwoording vraag 23 Partij voor de Dieren P. 114 Hoe wordt de toekomstverwachting van een boom in het belangenafwegingformulier exact bepaald? Kan deze evaluatie uiteen worden gezet? Om de toekomstverwachting van een boom te bepalen wordt gekeken naar a. de ondergronds en bovengronds beschikbare groeiruimte voor een ongehinderd functioneren van respectievelijk het wortelgestel en de boomkroon; b. houtmechanische gebreken (bijvoorbeeld (te) zware gesteltakken, holtes, inrotting) en parasitaire aantastingen die kunnen leiden tot gevaarzetting; c. conditie (bladzetting, taksterfte) en d. vitaliteit (scheutlengte). Bomen worden als slecht beoordeeld als de restlevensduurverwachting minder is dan 5 jaar door een gebrek aan ondergrondse en/of bovengrondse ruimte of het zeer laag scoren op minimaal één van de aspecten hiervoor genoemd onder b, c of d. Bomen worden beoordeeld als redelijk als de restlevensduurverwachting 5 tot 10 jaar bedraagt doordat ze onvoldoende scoren op b, c, of d.
Alle overige bomen worden als goed beoordeeld als de restlevensduurverwachting meer dan 10 jaar is. P. 115 Het valt GroenLinks op dat het evalueren van de waarde en het belang van de boom veel subjectieve maatstaven worden gebruikt. Hoe wordt er bepaald of een boom ‘bijzonder’ of ‘karakteristiek’ is, en hoe wordt bij deze beoordeling geborgd dat elke boom gelijkwaardig wordt beoordeeld en dat dit niet afhankelijk is van de persoon die de boom evalueert? Iedere groenbeheerder gebruikt hetzelfde afwegingskader, het Belangenafwegingformulier (RIS288980). In de bijbehorende toelichting worden per waarde criteria beschreven die de groenbeheerder gebruikt voor een zo’n objectief mogelijke waardebepaling, per stadsdeel jaarlijks gemiddeld zo’n 80 tot 100 keer. Deze repeterende werking draagt bij aan een vergelijkende behandeling en advies. Algemeen: Hoe wordt actief invulling gegeven aan het principe uit het coalitieakkoord dat we geen bomen meer kappen, tenzij is aangetoond dat het echt niet anders kan? Heeft dit uitgangspunt bijvoorbeeld invloed voor de doorgang van bouwprojecten die onvoldoende groen- en boombehoud kunnen garanderen? Zo nee, hoe wordt er dan op toegezien dat dit principe gewaarborgd wordt? Den Haag streeft ernaar kap zoveel mogelijk te voorkomen en kijkt standaard naar mogelijke alternatieven om een boom toekomstbestendig te behouden.
Is het verwijderen van de boom onvermijdelijk dan wordt eerst gekeken of de boom kan worden verplant (zie het afwegingskader in het Routeboek Stadsbomen in Projecten). Lukt dat niet en moet de boom worden gekapt dan volgt een herplantplicht. Wanneer herplant ook niet mogelijk is volgt een financiële compensatie door een storting in het Bomenfonds. De eerste stap bij het doorlopen van een project is de planbeoordeling Haagse bomen. De planbeoordeling beschrijft de waarden van de bomen in een projectgebied en geeft zo inzicht in de mogelijkheden en beperkingen voor het ontwerpproces. Het is in het ontwerpproces van belang goed na te denken over de conditie (en dus de levensverwachting) van de bestaande bomen. Het uitgangspunt van de gemeente is boombesparend te ontwikkelen. We gaan in principe voor behoud.
16/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10091935
Maar als bomen al een slechte of matige conditie hebben en op een slechte groeiplaats staan, en er moet ook nog gegraven worden voor bijvoorbeeld een rioolvervanging dan kan een nieuwe boom met een nieuwe toekomstbestendige groeiplaats veel meer toekomstwaarde hebben voor de stad. We kunnen dan onderbouwd kiezen voor een toekomstbestendige vervanging van deze bomen. Het betreft zo maatwerk per project. Door de beschreven werkwijze wordt de waarde/kwaliteit van de bomen op een eenduidige wijze in elk project geïnventariseerd/meegewogen. De voorgestelde werkwijze zorgt ervoor dat de gemeenteraad voor de besluitvorming een transparant overzicht heeft van het belang van bomen. Dit kan worden afgewogen tegen de andere verschillende belangen.
17/17