RIS308206 Opdracht evaluatie van het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Robert van Asten Wethouder van Mobiliteit en Cultuur
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de Commissie Samenleving
OCW/10086958 RIS308206 Contactpersoon
Natasja Schaap Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
23 maart 2021
natasja.schaap@denhaag.nl Aantal bijlagen
1
Onderwerp
Opdracht evaluatie van het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur
Geachte voorzitter, Nu het proces rondom het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 zo goed als afgerond is, kan een uitgebreide evaluatie van het proces worden opgestart. In 2022 start het proces om te komen tot een volgend Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur alweer op. Om te kunnen leren van de afgelopen totstandkoming is het nodig om nu een opdracht uit te zetten voor deze evaluatie. Het college wil een uitgebreide evaluatie van de systematiek, het financiële stelsel en het proces van het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur laten uitvoeren door een externe partij. Ook uw raad heeft gevraagd om een uitgebreide evaluatie tijdens de verschillende vergaderingen en via een aantal moties. Bijgaand treft u de opdracht aan voor de evaluatie van het proces Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 die het college voornemens is om uit te laten voeren. Voor de totstandkoming van deze opdracht zijn ook een aantal culturele instellingen betrokken. Graag neemt het college uw raad ook mee in deze opdrachtomschrijving. Met vriendelijke groet, de wethouder van Cultuur Robert van Asten
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10086958
Opdracht evaluatie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur
Omschrijving en omvang van de opdracht Aanleiding De opgave Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 (hierna: MJB) van de gemeente Den Haag is bijna afgerond. In december heeft het college de individuele subsidiebesluiten voor de culturele instellingen vastgesteld en de instellingen hebben in januari 2021 hun eerste beschikkingen ontvangen. In 2024 loopt deze meerjarige subsidie af. Vanwege het terugkerend karakter van deze meerjarige subsidieverstrekking, waarvan de voorbereiding van de nieuwe cyclus al in Q3 van 2022 start, wordt dit proces geëvalueerd om verbeterpunten te benoemen. Ten opzichte van de vorige beleidsperiode zijn er tijdens de uitrol van het MJB 2021-2024 geen significante vernieuwingen doorgevoerd op de procedure. Wel vonden beleidsmatig een aantal verschuivingen plaats op inhoudelijke focuspunten, zoals de scherpe blik op bedrijfsvoering en het grotere belang van inclusie. Ook in het proces werden stappen aangepast, waarmee bijvoorbeeld constructies die juridisch geen draagvlak bleken te hebben, zoals het subsidiëren van de Bibliotheek. De adviescommissie heeft op basis van de door de raad vastgestelde uitgangspunten een onafhankelijk advies uitgebracht op de ingediende aanvragen van instellingen. Het college heeft dit advies overgenomen, op twee punten na.
De gemeenteraad heeft tijdens de behandeling van het raadsvoorstel 26 wijzigingen doorgevoerd via een amendement. Als antwoord op een aantal moties van de gemeenteraad heeft het college toegezegd een uitgebreide evaluatie van de systematiek, het financiële stelsel en het proces van het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur uit te voeren. De systematiek die toegepast wordt door andere gemeenten en de Rijks(fondsen) wordt hierin meegenomen. De gemeenteraad wordt over de uitkomsten voor het einde van 2021 geïnformeerd. Voor de evaluatie kiezen we ervoor om zoveel mogelijk kanten van het proces te belichten om daarmee voor de volgende periode te kunnen bouwen aan een door zoveel mogelijk partijen gedragen advies- en besluitvormingsmodel. We kijken daarbij naar alle verschillende betrokken partijen en hun rollen en verantwoordelijkheden in dit proces. Tegelijk met onze evaluatie evalueren ook de andere drie grote steden (Utrecht, Rotterdam en Amsterdam) het eigen MJB-proces. In Utrecht is het de gemeente die opdracht heeft gegeven voor een evaluatie van het cultuurnota proces en in Rotterdam is de Rotterdame Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) als adviesorgaan een eigen initiatief tot onderzoek naar verschillende adviesmodellen gestart. Consequenties van het kiezen voor een ander proces en/of systeem binnen de G4 willen we tijdens deze evaluatie meenemen.
De eerste gesprekken hierover met de G4 hebben al plaatsgevonden. Doel evaluatie Komen tot een MJB-procedure die efficiënt en effectief uitgevoerd wordt, kan rekenen op breed draagvlak, en waarin de rollen, taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen op voorhand duidelijk zijn vastgelegd. Waarmee aan de voorzijde van het proces voor iedereen volstrekt transparant is, wie wanneer waarover adviseert of besluit. De evaluatie is niet bedoeld als evaluatie van de adviezen zelf of als second opinion van de keuzes die gemaakt zijn, maar gericht op concrete verbeterpunten in het proces voor de toekomst waarbij ook andere beoordelings- en/of verdelingssystemen, die juridisch mogelijk zijn, worden meegenomen.
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10086958
Hoofdvraag Op welke punten kan de gemeente Den Haag haar MJB-proces verbeteren? Aanvullende vragen In hoeverre is de gemeente Den Haag in staat geweest de uitgangspunten van het beleidskader te vertalen naar een transparant en inzichtelijke beoordelingsprocedure met heldere criteria die resulteerden in kwalitatief hoogwaardige adviezen met een breed gedragen uitkomst? Hoe zorgen we ervoor dat een door raad vastgesteld beleidskader leidt tot een gedragen besluit door de bij de besluitvorming betrokken partijen? Hoe verhoudt de beoordelingsprocedure in Den Haag zich tot die van de andere steden (G4) en de Rijksfondsen (o.a. FPK)? Welke toekomstige subsidie- en beoordelingssystemen zijn er mogelijk? Op welke wijze kan de gemeente nieuwe en relatief kleine aanvragers beter aansluiting laten vinden bij zowel de meerjarig gefinancierde culturele instellingen als bij de (meerjarige) subsidieregelingen van de gemeente? Welke processtappen zijn overbodig? Hoe kunnen we de eerdere evaluaties van instellingen meenemen in de beoordeling? Hierbij vinden we het van belang dat de beleving en visie van alle onderstaande partijen bij de evaluatie van de procedure worden betrokken: 1. Culturele instellingen (klein, midden, groot) 2. Ambtelijk apparaat (m.n. cultuurbeleid en directie) 4. College 5. Gemeenteraad 5. Adviescommissieleden 6. G4 7. Rijksfondsen 8.
Haagse inwoners Evaluatie op de volgende onderwerpen Procedure MJB Het hele proces van het MJB wordt geëvalueerd. Hieronder de onderwerpen die deel uitmaken van de procedure: Beleidskader vastgesteld door gemeenteraad - Vaststelling beleidscriteria voor nieuwe meerjarenbeleidsperiode - Themabijeenkomsten met de instellingen en de stad - Publieksonderzoeken Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 Reglement Adviescommissie Samenstelling Expertise Belangen & integriteit van de commissieleden Kosten Advies
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10086958
Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021-2024, Den Haag 2021 Opbouw van het financieel kader voor het MJB – vergelijking G4 Inrichtingseisen aanvragen op basis van beleidskader en subsidieregeling Toegankelijkheid voor instellingen (ook nieuwe, relatief kleine en/of middelgrote aanvragers) Inrichting van de regeling; denk aan een vaste Haagse basisinfrastructuur (BIS) Ontwerp-MJB besluit door college Beroep- en bezwaarprocedures Korting- en beëindigingsprocedure (gesprekken met instellingen, brieven) Ingekomen reacties vanuit de stad Zienswijzenprocedure MJB + zienswijzerapport ingestemd door gemeenteraad bij amendement Lobby vanuit de instellingen Hoorzitting Gedurende het MJB-proces: Communicatie/voorlichting Media Juridische inbreng Planning proces MJB Onderwerpen die we in het onderzoek willen terugzien Culturele instellingen Het moet voorafgaande aan het adviesproces duidelijk zijn welke instellingen wel/niet door de adviescommissie worden beoordeeld.
Zijn er typen instellingen die we beter buiten de adviesprocedure houden en op welke basis en criteria behouden deze instellingen de structurele financiering? Zijn er mogelijkheden voor een indeling in 2-4-6-jarige subsidieregelingen voor beginners versus blijvers? Wat zijn de drempels om aan te vragen voor kleinere instellingen en welke oplossingen zijn hiervoor te vinden? Aanvragen van instellingen voor subsidie Is verandering in systematiek voor de aanvragen mogelijk? Denk aan de FPK-systematiek: erkenning van kleinere en grotere organisaties: met drie categorieën waarbij categorie 3 de hoogste bedragen ontvangt, maar ook de hoogste eisen aan de aanvragen stelt met andere criteria. Aanvragen worden onder één discipline ingedeeld terwijl sommige instellingen werken op interdisciplinair vlak. Hoe zijn multidisciplinaire instellingen in een volgende periode in te delen?1 Advisering van de Adviescommissie De adviescommissie is tot nu toe samengesteld uit leden van het culturele veld buiten Den Haag vanwege de onafhankelijkheid tot de culturele sector. Gewerkt wordt met vaste subadviescommissies voor de verschillende sectoren. Het advies is gebaseerd op bezoeken aan culturele activiteiten, de aanvraag, vorige MJB-adviezen en tussenevaluaties. Is deze manier van adviseren voor verbetering vatbaar?
1 Met name voor instellingen die op nationaal vlak bediend worden door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie kan het moeilijk
zijn om zich te plaatsen binnen de disciplines die GDH (en ook andere steden) hanteren, omdat daarin de disciplines Ontwerp, Architectuur en Digitale Cultuur geen onderdeel zijn.
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10086958
Te denken valt aan het trapsgewijs opbouwen van een advies, aan de hand van burgerpanels gedurende de beleidsperiode, jaarlijkse monitoringsgesprekken met instellingen vastgelegd door de accounthouders, leden die ook de Haagse kunst en cultuur kennen, een tussentijds gesprek met instellingen bij vragen in het advies, etc. om op die manier dossier op te bouwen waarop ook toetsing van de prestaties en criteria plaats vindt. Zijn de beleidscriteria werkbaar geweest voor de adviescommissie om de aanvragen te kunnen beoordelen? En hoe kunnen we de onafhankelijkheid van de commissieleden kunnen waarborgen?. College en gemeenteraad Gebleken is dat de huidige systematiek van het MJB als moeizaam werd ervaren. De vragen om te beantwoorden zijn deze: hoe zorgen we er voor dat beide partijen zich gehoord en betrokken voelen in dit complexe proces, en dat taken, bevoegdheden en rollen duidelijk zijn voor alle partijen, zoals bijvoorbeeld de taak om beslissingen te nemen over de individuele subsidie aanvragen? Vergelijking G4 In de andere grote drie steden vinden ook gelijksoortige kunstenplanprocessen plaats. De gemeente Den Haag wil weten of de manier waarop daar de meerjarige verdeling van subsidiemiddelen plaats vindt, voor Den Haag ook van toepassing zou kunnen zijn.
Te denken valt aan een Haagse Basisinfrastructuur (BIS), van te weten instellingen die buiten de procedure worden gehouden vanwege hun status binnen de stad. Dit kan zijn omdat de gemeente veel heeft geïnvesteerd heeft in de instelling, of dat het een functie betreft die moet blijven bestaan. Verder willen we weten welke kosten gemoeid zijn met de procedures. Rijksfondsen in relatie tot het MJB/G4 De advisering op de subsidie aanvragen bij de Rijksfondsen staat apart van die van de gemeentelijke subsidieregelingen. Het kan dus zijn dat de beoordeling op de aanvraag van een instelling gemeentelijk en landelijk van elkaar verschilt. De MJB-subsidieregeling stelt geen voorbehoud voor financiering onder voorwaarde van toezegging van een Rijksfonds, andersom gebeurt dit echter wel. Zowel de fondsen als de gemeente zeggen ook contrair aan de adviezen van kunstcommissies (extra) subsidies toe. Wat zorgt ervoor dat de inhoudelijke beoordeling van een aanvraag van eenzelfde instelling door de Rijksfondsen wezenlijk verschilt van die van de gemeentelijke beoordeling? En is het nodig of wenselijk om hier meer lijn in aan te brengen? De gemeente Den Haag loopt in tijdsplanning van het adviesproces voor op de G4 en de Rijksfondsen maar de uiteindelijke vaststellingen van de subsidies vinden in dezelfde periode plaats, d.w.z. in Q4.
Wat is dan nog het te behalen voordeel van onze voorsprong? De reden dat Den Haag al halverwege het jaar het collegebesluit op het Ontwerp-Meerjarenbeleidsplan naar de aanvragers stuurt, is dat instellingen die zijn afgewezen een redelijke termijn van een half jaar krijgen om de organisatie voor te bereiden op het stopzetten van de subsidie vanaf het aankomende nieuwe kalenderjaar en de bijbehorende afbouw of borging van alternatieve inkomsten. Gevolg is dat instellingen tot het einde van het jaar in onzekerheid zitten of de afwijzing door het college opgevolgd wordt door de gemeenteraad en hierdoor alsnog wachten met het afbouwen van de organisatie. Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2017-2020 Elke subsidieregeling hoort elke vijf jaar te worden geëvalueerd. Bij de MJB-subsidieregelingen heeft dit tot nu toe nog niet plaatsgevonden. De periode van de MJB-subsidieregeling voor de jaren 20172020 is voorbij, dus nu zou het een goed moment zijn om die regeling te evalueren en de uitkomsten daarvan mee te nemen in deze evaluatie. In 2020 zijn drie cultuurbeleid subsidieregelingen geëvalueerd door het onderzoeksbureau DSP. De vraag is of de MJB-subsidieregeling voor de jaren 2017-2020 bij heeft gedragen aan het beleid en welke uitvoering dit in de praktijk heeft bewerkstelligd.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10086958
En hoe een nieuwe subsidieregeling zo effectief mogelijk kan zijn. Dit gebeurt gelijktijdig met de evaluatie van het gehele MJB-proces zodat de uitkomsten ook meegenomen kunnen worden in relatie tot de aanbevelingen. Onderzoeken gerelateerd aan het MJB Aanvullend aan dit evaluatieproces vinden er nog diverse onderzoeken die voortvloeien uit het MJBproces en waarvan we de uitkomsten, als deze op tijd komen, meenemen in de aanbevelingen van deze evaluatie. Het gaat om de onderzoeken naar: De omgang van de gemeente met de systeeminstellingen (financieringssystematiek); De omgang van de gemeente met de collectiebeheertaak; De versterking van het middensegment van de culturele sector; De manier waarop de gemeente de implementatie van Fair Practice bij MJB-instellingen monitort; De manier waarop de gemeente de implementatie van inclusie monitort. Verwacht resultaat Resultaat van bovenstaande onderzoeksvragen zijn meerdere concrete conclusies en aanbevelingen. Deze zullen als input voor de inrichting van een volgende MJB-procedure dienen. Input voor deze opdracht is o.a. geleverd door een aantal afgevaardigden van culturele instellingen*. De opdracht zal ook gedeeld worden met de Haagse gemeenteraad. Als daar wijzigingen of aanvullingen op volgen worden deze door de contactpersonen met de opdrachtnemer gedeeld.
*Culturele instellingen: • iii: instrument inventors initiative Afvaardiging directie podiumkunsten: Filmhuis, Residentie Orkest, Firma Mes en Prins27 • Nest • Museum Escher • Huis van Gedichten
6/6