CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308205 Gedoogbeleid coffeeshops Den Haag

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief burgemeester inzake gedoogbeleid coffeeshops Den Haag (RIS308205)3.461 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Jan van Zanen Burgemeester

001

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Bestuur

BSD/10087325 RIS308205 Contactpersoon

Henri van der Heijden/Enrique Alonso Dienst

Bestuursdienst Afdeling

Directie Veiligheid Telefoonnummer

14070 E-mailadres

Datum

henri.vanderheijden@denhaag.nl

23 maart 2021 Onderwerp

Gedoogbeleid coffeeshops Den Haag

Geachte voorzitter, In de vergadering van de commissie Bestuur van 13 januari 2021, heeft uw raad gevraagd naar mijn visie op het coffeeshopbeleid van de gemeente Den Haag. Met deze brief kom ik aan deze wens tegemoet. Zij bevat een schets van het huidige coffeeshopbeleid, zoals dat de afgelopen jaren in overleg met uw gemeenteraad tot stand is gekomen. Daarbij zal ik aangeven wat voor mij de aandachtspunten zijn voor de toekomst van het Haagse coffeeshopbeleid, uitgaande van de huidige landelijke kaders alsmede de volgende speerpunten uit het coalitieakkoord 2019-2022: “We gaan door met het huidige coffeeshopbeleid, ook ten aanzien van minderjarigen. Overconcentratie van coffeeshops zorgt in de Weimarstraat en in het Zeeheldenkwartier voor overlast. Deze overlast willen we verminderen door de verplaatsing van coffeeshops te vergemakkelijken. We vragen aan coffeeshopondernemers om contact te onderhouden met omwonenden en andere ondernemers in de straat om overlast tegen te gaan. In voorlichting aan jongeren over drugsgebruik besteden we aandacht aan gezondheidsaspecten en aan het feit dat er een relatie is tussen (hard)drugsgebruik en het criminele circuit.” 1. Totstandkoming Haags Coffeeshopbeleid Tot medio jaren negentig was er landelijk sprake van een ongebreidelde groei van het aantal coffeeshops. In Den Haag was dat aantal opgelopen tot circa 125.

Het Nederlandse drugsbeleid was tot dan toe voornamelijk gericht op normalisering en risico- en schadebeperking. In 1995 werd de focus verlegd naar de aanpak van drugsoverlast en -criminaliteit en problematisch drugsgebruik. Als uitvloeisel daarvan werden dat jaar landelijke gedoogcriteria opgenomen in de Aanwijzing Opiumwet, vastgesteld door de procureurs-generaal; de zogenaamde AHOJG-criteria, later aangevuld met I en +. 1.1 A: H: O:

AHOJG-I+ criteria geen affichering: dit betekent geen enkele vorm van reclame; geen harddrugs: er mogen geen harddrugs voorhanden zijn en/of verkocht worden; geen overlast: onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende bezoekers;

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10087325

J:

G:

I:

+:

geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang voor jeugdigen tot de coffeeshop: gelet op de toename van het cannabisgebruik onder jongeren is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van achttien jaar (de coffeeshopondernemer dient vast te stellen dat degene die hij toegang verleent tot de coffeeshop en degene aan wie hij verkoopt, meerderjarig is); geen verkoop van grote hoeveelheden per transactie (maximaal 5 gram) en de handelsvoorraad mag de 500 gram niet te boven gaan. Onder "transactie" wordt begrepen alle koop en verkoop in één coffeeshop op eenzelfde dag met betrekking tot eenzelfde koper; geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland. De coffeeshopondernemer dient vast te stellen dat degene die hij toegang verleent tot de coffeeshop en degene aan wie hij verkoopt, ingezetene van Nederland is; in de coffeeshop mag geen alcohol worden verkocht.

1.2 Gemeentelijke gedoogcriteria In lijn met het Rijksbeleid heeft sindsdien ook in Den Haag een beheersbare situatie altijd centraal gestaan (RIS121105). Vanuit die doelstelling, zijn de landelijke criteria aangevuld met lokale criteria: -

Geen zicht vanaf de voordeur van een basisschool op de voordeur van de coffeeshop; Binnen 250 meter loopafstand van de coffeeshop is geen school voor voortgezet onderwijs (gericht dan wel mede gericht op minderjarigen) of middelbaar beroepsonderwijs gevestigd; Zichtbaarheid interieur van de coffeeshop, open inrichting die vanaf de straat goed is te overzien; Goede voorlichting en productinformatie beschikbaar in de coffeeshop; Samenwerking met Parnassia-Indigo, in de coffeeshop kan spreekuur worden gehouden; Deskundigheid personeel, bewijs van deelname cursus “goed gastheerschap coffeeshoppersoneel”.

Ten aanzien van het laatste criterium, merk ik op dat Indigo (onderdeel van de Parnassia Groep) in samenwerking met het Trimbos-instituut en de Haagse Coffeeshop Vereniging de cursus "Goed Gastheerschap coffeeshoppersoneel" heeft ontwikkeld. Deze is gericht op het verschaffen van goede informatie over het product en de effecten en risico’s van cannabisgebruik. Ook (vroeg)signalering van probleemgebruik en Eerste Hulp bij Drugsongevallen vormen een onderdeel van de cursus. Als gedoogvoorwaarde geldt dat coffeeshopondernemer en personeelsleden de cursus moeten hebben gevolgd en dat zij bij controles een bewijs van deelname moeten kunnen tonen. 1.3 Kleinschalige en beheersbare branche Het Haagse coffeeshopbeleid heeft dus al geruime tijd als uitgangspunt om een kleinschalige en beheersbare branche te creëren en in stand te houden (RIS020089). Beheersbaar in die zin, dat het accent ligt op het voorkomen van overlast, bescherming van minderjarigen en de scheiding van markten van hard- en softdrugs. Uitvoering van dit beleid heeft ertoe geleid dat het aantal coffeeshops is gedaald van 103 in 1995 tot 40 in 2009. Dat jaar is uw raad geïnformeerd dat hiermee sprake is van een stabiele, kleinschalige en beheersbare situatie (RIS165410). Daarbij wordt wel opgemerkt dat de overconcentratie in het Zeeheldenkwartier en in de Weimarstraat drukt op de leefbaarheid.

De coffeeshopbranche neemt ook zelf initiatieven om de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid in en rond de coffeeshops te waarborgen. Steeds meer coffeeshops maken gebruik van een ID-scanner om de leeftijdscontrole zo goed mogelijk uit te voeren. De meeste coffeeshops hebben medewerkers of gecertificeerde beveiligers voor de deur staan die bezoekers wijzen op overlast gevend gedrag, zoals foutparkeren, geluidsoverlast, onnodig blijven hangen en zwerfvuil. Voorts spant de branche zich in voor een goede verstandhouding en communicatie met de buurt. Als er spanningen ontstaan, dan is de inzet altijd om tot een positieve oplossing te komen. Zo nodig speelt de Haagse Coffeeshop Vereniging daarin een bemiddelende rol. Deze inzet neemt overigens niet weg dat er onderwerpen van discussie kunnen zijn tussen de coffeeshops en bewoners. Dit geldt met name voor de overconcentratiegebieden.

2/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10087325

2. Kwaliteitsbeleid Ondanks het beheersbare aantal coffeeshops in Den Haag, is in overleg met uw raad besloten om in 2009 nog een extra kwaliteitsslag door te voeren in het coffeeshopbeleid (RIS257888). Deze bestaat uit het nog strakker handhaven van de landelijke en lokale gedoogcriteria en een periodieke Bibob toets gericht op de integriteit van de bij de coffeeshop betrokken personen. Uw raad koos hiermee voor een benadering, waarin kwaliteit de hoofdrol speelt. Niet de ligging of het aantal coffeeshops zou dus het vertrekpunt moeten zijn, maar de kwaliteit. Het voorstel voor een gebiedsaanwijzing, waarbij de in de overconcentratiegebieden gevestigde coffeeshops de verkoop van softdrugs na een overgangstermijn van twee jaar moesten staken, werd door uw raad dan ook niet gesteund (RIS 167427). Wel mogen coffeeshops vanuit de overconcentratiegebieden verplaatsen naar locaties daarbuiten die door het aangescherpte coffeeshopbeleid vrijvallen of naar een andere passende locatie (zie onder 2.3). 2.1 Strakkere handhaving gedoogcriteria De handhaving van de landelijke en lokale kaders voor coffeeshops geschiedt op basis van het handhavingsbeleid voor horeca en alcoholverstrekkers, zoals vastgesteld door uw raad in 2015 (RIS288641).

Dit beleid biedt een breed palet aan bestuurlijke maatregelen, waarmee tegemoet is gekomen aan de wens van uw raad tot meer differentiatie en maatwerk bij het opleggen van bestuurlijke maatregelen. Zo kan de mate van verwijtbaarheid van de exploitant beter worden meegewogen. Hiertoe heeft uw raad herhaaldelijk aangedrongen (RIS 278562: motie strafdifferentiatie en risicospreiding Haagse Horeca en RIS 281281 / RIS 281991: schriftelijke vragen inzake dadergerichte aanpak horeca). Het handhavingsbeleid geldt voor de hele horeca, dus inclusief de coffeeshops. Er bestaat geen apart handhavings- of toezichtsarrangement voor coffeeshops. Dit is ook niet vereist op grond van de Opiumwet. De politie controleert vier keer per jaar de coffeeshops op naleving van de gedoogvoorwaarden (RIS306799). Bij vaststelling van een overtreding, kan dit leiden tot een waarschuwing of een directe sluiting. In geval van verkoop en/of aanwezigheid van harddrugs, dan wel aanwezigheid van en/of verkoop aan minderjarigen, ga ik in principe direct -zonder waarschuwing- over tot sluiting van de coffeeshop. In alle overige gevallen zal ik eerst een waarschuwing geven. Overtredingen worden gedurende een jaar meegewogen. Na sluiting in verband met overtreding van de gedoogcriteria, vervalt de gedoogstatus van de coffeeshop. Na heropening wordt de verkoop van softdrugs dan ook niet langer gedoogd.

Dit beleid is herhaaldelijk getoetst door de rechter en niet onredelijk geacht. De aangescherpte handhaving heeft geleid tot twee sluitingen in verband met het overtreden van het Jcriterium. Verkoop aan minderjarigen leidt dus in principe direct tot sluiting. Het J-criterium raakt één van de kerndoelen van het coffeeshopbeleid, de bescherming van minderjarigen. Gelet op de grote consequenties voor de coffeeshophouder, weeg ik wel extra kritisch de feiten en omstandigheden van het geval. Zo wordt tegemoetgekomen aan de uitdrukkelijke wens van uw raad om de positie van de goedwillende coffeeshophouder nog meer in acht te nemen (RIS302899). Op grond daarvan is bij twee recentere overtredingen van het J-criterium niet overgegaan tot sluiting, onder meer vanwege passende maatregelen die direct zijn doorgevoerd (ID-scanner en cursus gezichtsherkenning). 2.2 Bibob toets Als onderdeel van het kwaliteitsbeleid, worden de coffeeshops in de gemeente Den Haag periodiek (eens per vier jaar) getoetst aan de Wet Bibob. Deze Bibob-toets maakt het mogelijk om onderzoek te doen naar de mate van gevaar dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen geld te benutten (bijvoorbeeld witwassen), of om strafbare feiten te plegen.

Indien er sprake is van ernstig gevaar, dan wordt de vergunning van de coffeeshop ingetrokken en vervalt de gedoogstatus. Deze toets heeft in 2011 geleid tot de sluiting van twee coffeeshops.

3/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10087325

2.3 Resultaat Na de eerdergenoemde reductie van 103 naar 40, heeft het kwaliteitsbeleid geresulteerd in de sluiting van nog eens vier coffeeshops; twee door een negatieve Bibob-toets en twee door overtreding van het J-criterium. Hiermee vielen vier locaties vrij buiten de overconcentratiegebieden. Er heeft daarop maar één verplaatsing plaatsgevonden; vanuit het Zeeheldenkwartier naar een vrijgevallen locatie in de Boerenstraat. Een verzoek tot verplaatsing naar een andere vrijgevallen locatie is afgewezen omdat deze lag op de grens van het overconcentratiegebied. Bovendien waren er, na jaren van leegstand, zwaarwegende redenen om op die locatie geen coffeeshop te heropenen. Voor de andere vrijgevallen locaties was helaas geen interesse vanuit de branche; verplaatsing geschiedt op basis van vrijwilligheid. Dat neemt niet weg dat coffeeshophouders in de overconcentratiegebieden het probleem van overconcentratie onderkennen en actief op zoek zijn naar een andere passende locatie. Deze zijn echter bijzonder lastig te vinden. Dit is voor een belangrijk deel het gevolg van de hoge drempel die is opgeworpen door de criteria die met uw raad zijn vastgesteld om te bepalen of een locatie passend is. Een locatie is passend, als het bestemmingsplan op die plek horeca toestaat en er geen zwaarwegende redenen zijn tegen de vestiging van een coffeeshop.

Deze redenen zijn in overleg met uw raad nader ingevuld. Zij kunnen zijn gelegen in het feit dat de nieuwe locatie zich bevindt in de directe nabijheid van een andere coffeeshop of andere overlastgevoelige 0ndernemingen/ voorzieningen, zoals cafés, disco’s, jongerencentra of voorzieningen voor kwetsbare groepen. Andere zwaarwegende redenen zijn dat de nieuwe locatie zich bevindt in een woonstraat, een kinderrijke buurt of een wijkwinkelcentrum (RIS247394). Deze criteria maken het vinden van een passende locatie bijzonder lastig. Om het oplossen van de overconcentratie te bevorderen, heeft uw raad meerdere moties aangenomen: (RIS305935: afhaalloket coffeeshops RIS302896: de beginselprocedure RIS305929: buurgemeenten). De afdoening hiervan is eind vorig jaar aan uw raad toegezonden. Zij laat zien dat de beoordeling van beoogde locaties, zelfs als het bestemmingsplan dit toelaat, altijd een lastige afweging betekent tussen zwaarwegende belangen. Het belang voor de Weimarstraat en het Zeeheldenkwartier is evident. De aanpak van overlast die wordt ervaren door de overconcentratie, is één van de speerpunten van het coffeeshopbeleid en wordt als zodanig ook aangehaald in het coalitieakkoord 2019-2022. Dit belang staat altijd tegenover het belang van bewoners en ondernemers in de omgeving van de beoogde locatie.

Gelet op voormelde criteria, is uw raad van oordeel dat ook hieraan veel gewicht moet worden toegekend. Een verplaatsing wordt echter alleen realistisch, als de bereidheid bestaat om in een voorkomend geval het oplossen van de overconcentratie zwaarder te laten wegen. In dat kader is uw motie over de verplaatsing naar bedrijventerreinen interessant (RIS305935). Het door u vastgestelde beleid voor bedrijventerreinen (RIS303177) is hiervoor nog een belemmering. Op grond daarvan moet functiemenging bijdragen aan het functioneren en het vestigingsklimaat op bedrijventerreinen. Dat lijkt bij vestiging van een coffeeshop niet het geval te zijn. Voor verplaatsing is het noodzakelijk om voor coffeeshops een uitzondering te maken op het beleid voor bedrijventerreinen of om het beleid hierop aan te passen. In de afdoening van de motie over verplaatsing naar bedrijventerreinen, stelt het college voor om met uw raad de mogelijkheden hiertoe te verkennen. 3 Achterdeurproblematiek De Nederlandse coffeeshopbranche kan bestaan door het landelijke gedoogbeleid dat is gebaseerd op de Opiumwet. Op grond van die wet is ieder bezit van (soft)drugs strafbaar. Het gedoogbeleid houdt in dat het OM geen vervolging start tegen de verkoop van softdrugs vanuit coffeeshops en het bezit van een gebruikershoeveelheid. Het OM past hiermee het opportuniteitsbeginsel toe.

Ten aanzien van drugs is dit uitgewerkt in de onder 1 genoemde aanwijzing van de procureurs-generaal. De keerzijde van deze gedoogsituatie is dat de branche voor de aanlevering is aangewezen op illegale telers of leveranciers. Deze illegale “achterdeur” van coffeeshops betekent een verhoogd risico op vermenging met georganiseerde criminaliteit, maar kan ook gevaarlijk situaties opleveren door illegale (thuis)teelt.

4/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10087325

3.1 Afspraken lokale driehoek Door toepassing van de Wet Bibob probeer ik de risico’s van de illegale achterdeur zoveel mogelijk te beperken. Tegelijkertijd is het onontkoombaar dat coffeeshops bij die toets een bijzondere positie innemen. De inkoop van cannabis en de opslag daarvan leveren immers altijd een strafbaar feit op. Dat is inherent aan het exploiteren van een coffeeshop in de huidige context. Door de maximale handelshoeveelheid van 500 gram in de coffeeshop is frequente bevoorrading vanuit een stashplaats een realiteit. Uw raad heeft erop aangedrongen om bij de Bibob-toets hiermee rekening te houden (RIS180279). Deze toezegging is gestand gedaan door in de Bibob-procedure strafbare feiten die samenhangen met de achterdeur alleen aan te rekenen als er sprake is van verwevenheid met georganiseerde of andere vormen van zware criminaliteit. Deze beleidslijn is vastgesteld in de driehoek. Daarbij is tevens de afspraak gemaakt dat het OM en politie mij informeren als er indicaties zijn van georganiseerde of andere vormen van zware criminaliteit. Als bij strafrechtelijk onderzoek informatie maar voren komt die hierop duidt, dan zal het OM een tip geven. Met die informatie kan ik vervolgens op grond van de Wet Bibob slagvaardig optreden door het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel.

3.2 Landelijk experiment gesloten coffeeshopketen In 2019 is de Wet experiment gesloten coffeeshopketen in werking getreden. Het doel van dit ‘wietexperiment’ is om te kijken of en hoe telers op kwaliteit gecontroleerde hennep of hasjiesj gedecriminaliseerd aan coffeeshops kunnen leveren. Tijdens het experiment kunnen coffeeshops in 10 geselecteerde gemeenten gereguleerde, op kwaliteit gecontroleerde hennep in- en verkopen. Maximaal 10 telers zullen deze hennep produceren. Het experiment zit thans nog in de selectiefase van de telers. Pas als de teeltlocaties zijn aangewezen en vervolgens zijn ingericht, kan het experiment beginnen. Dat duur in ieder geval 4 jaar duurt en kan met nog eens anderhalf jaar worden verlengd. Het college heeft in overleg met uw raad besloten niet deel te nemen aan het experiment, ondanks een positieve grondhouding jegens het onderzoek naar oplossingen voor de achterdeurproblematiek (RIS302478). Belangrijke redenen waren de beperkte opzet van het experiment, de verplichte deelname van alle coffeeshops en twijfel over de kwaliteit en het assortiment door de geselecteerde telers. Daarom was er evenmin draagvlak onder de coffeeshophouders. De bedenkingen over het experiment waren zodanig dat deelname niet opwoog tegen de enorme inspanning die de gemeente en de branche hiervoor zouden moeten leveren.

Temeer, omdat in Den Haag de urgentie om snel te komen tot regulering van de achterdeur klein is. Er is een kleinschalige beheersbare branche waarin de achterdeur door de gemeente, de politie en het OM al zeer genuanceerd wordt benaderd. Ik deel de positieve grondhouding ten aanzien van het reguleren van de productie en levering van cannabis als dit mogelijk is binnen de daarvoor geldende landelijk en internationale kaders. De ontwikkelingen van het experiment worden nauwlettend gevolgd en periodiek met uw raad gedeeld. 4. Stand van zaken coffeeshopbeleid Zoals aangegeven onder 1.3, was in 2009 het aantal coffeeshops al aanzienlijk gedaald. Ten gevolge van het kwaliteitsbeleid is dat aantal in de gemeente Den Haag verder gedaald naar 36 coffeeshops. 4.1 Beheersbaar De huidige 36 coffeeshops worden vier keer per jaar gecontroleerd. Het aantal overtredingen is zeer gering en gaf de afgelopen jaren geen aanleiding tot sluiting van een coffeeshop. In de afdoening van de motie hierover, die gelijktijdig met deze brief aan uw raad wordt voorgelegd, staat gedetailleerde informatie hierover (RIS306799). De periodieke Bibob-toets, laatstelijk uitgevoerd in 2019, heeft evenmin gronden opgeleverd om coffeeshops te sluiten dan wel extra voorwaarden te verbinden aan de exploitatie. Dit rechtvaardigt de conclusie dat er sprake is van een beheersbare branche.

5/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10087325

4.2 Kleinschalig Het uitgangspunt van het coffeeshopbeleid is dat coffeeshops -vanuit het oogpunt van beheersbaarheid- kleinschalige voorzieningen voor de lokale consumenten moeten zijn. Het aantal moet niet teveel zakken omdat dan door een kleiner aantal coffeeshops aan de bestaande vraag moet worden voldaan. Dat verhoudt zich slecht tot kleinschaligheid. Het college onderkent dat een deel van de bezoekers uit de regio afkomstig is. In de reguliere contacten met de buurgemeenten blijft dit een onderwerp van gesprek. Onder 2.3 is al verwezen naar de afdoening van uw motie dienaangaande. 4.2.1 I-criterium Voor het behoud van de kleinschaligheid is het ook van belang om drugstoerisme te weren. Dit ligt ook in lijn met het rijksbeleid waarin het I-criterium als gedoogvoorwaarde geldt. Bij de invoering daarvan in 2012, is door de verantwoordelijke ministers aangegeven dat bij de handhaving van dit I-criterium kan worden aangesloten bij het lokale coffeeshop- en veiligheidsbeleid (brief van 21 november 2012, TK 2012-2013, 24077 nr. 293). Zo heeft de Amsterdamse driehoek begin januari van dit jaar de raad voorgesteld over te gaan op het handhaven van het I-criterium. Omdat in Den Haag geen sprake is van noemenswaardig drugstoerisme, bestaat hier vooralsnog geen noodzaak voor aangescherpt beleid ten aanzien van het weren van drugstoerisme.

Er kunnen door invoering van het I-criterium juist problemen ontstaan. Niet-ingezetenen moeten dan hun toevlucht nemen tot het kopen van cannabisproducten buiten de coffeeshops. Dit kan leiden tot straathandel en een toename van overlast in de openbare ruimte. Bovendien bestaat bij straathandel een verhoogd risico op vermenging met het aanbieden van harddrugs en vindt er geen toezicht op leeftijd plaats. Voormelde argumenten zijn reden geweest om in de lokale driehoek te besluiten om op dit moment geen prioriteit te geven aan de handhaving van het I-criterium. De driehoek blijft uiteraard wel alert op verdringingseffecten die kunnen ontstaan als andere steden gaan handhaven op het ingezetenencriterium. Als de situatie zich voordoet waarin drugstoerisme zich verplaatst naar Den Haag, dan zal een herweging plaatsvinden van de noodzaak om het I-criterium in Den Haag te handhaven. Dit kan immers effect hebben op de ambitie van het college om Den Haag dé toeristenstad van Nederland te laten worden met kwaliteitstoerisme. Vooralsnog is hiervoor echter geen aanleiding. Conclusie Het coffeeshopbeleid heeft de afgelopen decennia geleid tot een kleinschalige en beheersbare branche die kan voorzien in de lokale vraag naar cannabis.

De achterdeurproblematiek waarmee deze branche vooralsnog mee heeft te maken, vraagt voorlopig om een genuanceerde bestuurlijke aanpak van strafbare feiten die direct zijn te linken aan de normale exploitatie van een coffeeshop. Uiteindelijk zal de formele regulering van de achterdeur op landelijk niveau moeten plaatsvinden. Voorlopig zal hier echter geen sprake van zijn, aangezien eerst de resultaten van het ‘wietexperiment’ worden afgewacht. De beheersbaarheid van de branche blijkt uit het lage aantal incidenten en de periodieke Bibob-toets die alle coffeeshops doorstaan. Om de kleinschaligheid te waarborgen moet de focus van de coffeeshops blijven op de lokale gebruiker. Van drugstoerisme is vooralsnog geen sprake. Mocht dit in de toekomst wijzigen, dan zal er meer prioriteit worden gegeven aan handhaving van het I-criterium. Aandachtspunt blijft de overconcentratie coffeeshops in de Weimarstraat en het Zeeheldenkwartier. Hierover treed ik graag met u in overleg naar aanleiding van de afdoening van voormelde moties. Met vriendelijke groet, Jan van Zanen

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9901373/3