CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308150 Bijlage 2 Nadere reactie van de afd Stedenbouw en Planologie en de afd Monumentenzorg

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Aanvraag herziening bestemmingsplan Regentesse-/Valkenboskwartier t.b.v. oprichten dakopbouw op Cartesiusstraat 316 (RIS308150)1.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nadere reactie van de afdeling Stedenbouw & Planologie en de afdeling Monumentenzorg en Welstand inzake bouwplan Cartesiusstraat 316 d.d. 16 november 2020 De dakopbouw is in strijd met het bestemmingsplan, omdat hier geen dakopbouwplanruimte wordt voorzien. De afdeling Stedenbouw & Planologie, Monumentenzorg en Welstand(scommissie) adviseren met klem negatief omtrent de introductie van een dakopbouwmogelijkheid voor Cartesiusstraat 316. Dit op basis van verschillende verplichte criteriaonderdelen van het vastgestelde maatwerktoetsingskader voor dakopbouwen (RIS 180461_110614), aangevuld met een procedureel argument. Volgens het maatwerktoetsingskader moeten nieuwe dakopbouwlocaties in het bestemmingsplan en tijdens WABOaanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: • Straatprofielen: het betreffende straatprofiel moet voldoende ruim bemeten zijn om dakopbouwen aan één of twee kanten toe te voegen. Hierbij speelt enerzijds de lichtinval en de bezonning van de gevels een rol, maar ook de verhoudingen tussen straatbreedte en hoogte van de omliggende bebouwing. (minimale verhouding straat – gevelwand ongeveer 1:1). Wat betreft deze verhoudingen, kan worden gekeken naar de impact van de dakopbouwen op de symmetrie van het straatprofiel.

• Binnenterreinen: het betreffende binnenterrein moet voldoende maat hebben om ophoging van de aanliggende bebouwing mogelijk te maken. Hierbij spelen met name lichtinval en de mate van bezonning van de gevels een rol. • Hoogte stedelijke omgeving: (1) hoe hoog zijn de omliggende panden? Hoe verhoudt zich het toevoegen van een dakopbouw tot het omliggend stedelijk gebied? De behoefte aan dakopbouwen speelt met name bij twee of drie bouwlagen in de bestaande situatie. • Dakvormen: dakopbouwen liggen het meest voor de hand bij platte daken en zeer flauw hellende daken (vlieringen; geen stahoogte). • Ensemblewaarde: Van invloed op de keuze is of een gebied is aangewezen als Rijks- of gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Hierbij wordt met name gekeken naar de stedenbouwkundige samenhang. • Architectuur: de architectuur van het pand kan van invloed zijn op de positionering van de dakopbouw op het dakvlak, maar is niet bepalend voor het al dan niet toestaan van een dakopbouw. De aanvraag voor een dakopbouw wordt altijd voorgelegd aan de welstandscommissie. Hieronder zijn de criteriaonderdelen voor wat betreft de voorgestelde dakopbouw stuk voor stuk beoordeeld met positief of negatief en is een procedureel argument aan de motivering toegevoegd.

Straatprofielen (negatief): Doordat de Cartesiusstraat een smalle oost-west straat betreft (aanzienlijk smaller dan straten in veel andere wijken) met relatief hoge bebouwing, is deze straat bijzonder kwetsbaar voor bezonningaantasting als gevolg van een dakopbouw. Veel meetpunten in de ten noorden van de straat gelegen straatwand voldoen, conform het onderzoek van Peutz voor het bestemmingsplan, nu al niet aan de bezonningsnorm (hieronder met een blauwe stippen), laat staan met een dakopbouw op de aanvraaglocatie en / of dat van de aangrenzende buren. Daar waar meetpunten in de huidige situatie niet voldoen, is een verdere verslechtering van dit meetpunt óf een ander deel van de gevel, omwille van de Haagse bezonningsnorm en de afdeling Bouwfysica, in geen enkele vorm voorstelbaar. Dit zal bij een dakopbouw altijd het geval zijn.

In het bezonningsonderozek van de bezwaarmaker wordt bevestigt dat veel punten nu aan de noordzijde van de straat nu al ruimschoots niet aan het niet aan de bezonningsnorm voldoen. An sich vormt dit alleen al, zoals in de vorige alinea beschreven, voldoende aanleiding om dus geen enkele vorm van dakopbouw mogelijk te maken. Daarnaast wijzen we erop dat het bezonningsonderozek zeer beperkt is, omdat het enkel uit gaat van één dakopbouwtoevoeging en geen situatie waarbij de gehele rij is voorzien van een soortgelijke dakopbouw. Dit conflicteert dan weer met de gedachte van een uniform eindbeeld. In het geval uit nader bezonningsonderzoek, toch zou blijken dat de genoemde blauwe punten wel aan de bezonningsnorm voldoen (niet aannemelijk want uit beide onderzoeken blijkt van niet), zou een dakopbouw met zeer stevige setback bouwfysisch een uitkomst bieden voor het bezonningsverhaal. Ruimtelijk ontstaat hierdoor echter al snel een asymmetrisch straatprofiel, waarbij aan de ene straatzijde wel een setback nodig is en aan de andere zijde niet. De oorspronkelijke symmetrie en samenhang tussen straatwanden gaat hierbij dus verloren.

Dit wordt, ondanks soortgelijke planruimte helaas in een beperkt aantal straten in Den Haag al aanwezig is door keuzen uit het verleden, door de afdeling Stedenbouw & Planologie, Monumentenzorg en Welstand(scommissie) ruimtelijk als bijzonder ongewenst en problematisch geacht. Een uitbreiding hiervan wordt daarom niet gefaciliteerd.

Daarentegen liggen dakopbouwen in smalle noord-zuid straten in de wijk wat eerder voor de hand, omdat er door de gunstige straatoriëntatie relatief weinig impact optreedt voor de bezonning van zowel de voor- als achtergevel. De dakopbouwvlakken kunnen hierbij op een identieke wijze bovenop elke bebouwde zijde worden geplaatst, waardoor de symmetrie en samenhang van het straatprofiel gewaarborgd blijft. Dit is de reden waarom sommige smalle noord-zuid straten in het bestemmingsplan wel met een dakopbouwvlak zijn voorzien.

Binnenterreinen (positief): Vanwege de gunstige oriëntatie van het hoofdvolume ten opzichte van het binnenterrein, zal aan deze zijde de lichtinval en bezonning niet noemenswaardig worden aangetast. Hoogte stedelijke omgeving (negatief): In dit deel van de wijk zal, door het geven van extra bouwhoogte, het heldere onderscheid in bouwhoogte tussen doorlopende routes (hogere bebouwingsmogelijkheid) en kleine zijstraten (lagere bouwhoogte) worden aangetast. De bebouwingsstructuur verkrijgt hierdoor een minder heldere / hiërarchische totaalopzet. Dakvormen (positief)

Een plat dak leent zich in principe goed voor een dakopbouw. Ensemblewaarde (negatief) De straat is gelegen in het gemeentelijk beschermde Valkenboskwartier. Binnen het door de raad vastgestelde aanwijzingsbesluit staan hiervoor de volgende typeringen / waarden beschreven: • Het overwegend goed bewaarde bebouwingsbeeld uit begin van de 20ste eeuw dat een gaaf ensemble vormt in samenhang met het stedenbouwkundig patroon naar ontwerp van ir. I.A. Lindo uit 1903, • De bebouwingsvorm van gesloten bouwblokken van twee of drie lagen met kap of platte daken waarin de neorenaissance en overgangsarchitectuur als architectuurstroming van sobere bakstenen bepalend is voor het gevelbeeld. Op basis hiervan is bij de opmaak van het bestemmingsplan doelbewust gekozen voor een conserverende insteek, met vooral planruimte voor een dakopbouwregeling langs de bredere straatprofielen en plaatselijk langs smalle straten met een gunstige bezonningoriëntatie, waarbij symmetrie in het toekomstig straatprofielgoed gewaarborgd Is. Door deze keuzen behoudt een groot deel van de wijk haar oorspronkelijke hoofdopzet en samenhang. Architectuurwaarde (negatief) De welstand erkent sterk de waarde van het behoud van oorspronkelijke entiteiten in de architectuur.

Ze geven hierbij aan dat dit nou net een wijk betreft, waar de architectuur in tegenstelling tot andere wijken, nog in relatief zuivere staat verkeert. Dit moet worden gekoesterd. Procedureel (negatief) Het verleden heeft geleerd dat dakopbouwplanruimte in beschermde stadsgezichten bij bewoners en in de politiek zeer gevoelig kan liggen (bijvoorbeeld in Bomenbuurt / Statenkwartier). De gemeente hecht er daarom waarde aan om de buurt te betrekken bij deze discussie omtrent nieuwe dakopbouwvlakken. De meest transparante plek waar dit dient te gebeuren, is bij de bestemmingsplanopmaak (in de toekomst omgevingsplanopmaak). Hierbij zal niet enkel naar één specifieke straat worden gekeken, maar wordt de wenselijkheid en de logica van dakopbouwtoevoegingen op de wijkschaal beschouwd. Enige voorzichtigheid is hierbij altijd op zijn plaats. De afdeling S&P, Welstand(scommissie) en Monumentenzorg verwachten dat het hier scheppen van een precedent zeer veel impact kan hebben op de totale doorontwikkeling van de wijk. Moeten, in het geval van een akkoord, er ook bij talloze vergelijkbare andere locaties dakopbouwplanruimte worden gegeven? En wat vind de buurt daarvan? En wat is dan de waarde nog van het bestemmingsplan?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9891796/1