RIS308148 Beantwoording Technische vragen over het planuitwerkingskader Bellevue locatie (RIS307191)
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Anne Mulder Wethouder van Financiën en Stadsontwikkeling
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Ruimte
DSO/10079351 RIS308148 Contactpersoon
Floris Schuit / Claudia Carelse Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Directie Projecten Den Haag Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
16 maart 2021
floris.schuit@denhaag.nl
Onderwerp
Beantwoording Technische vragen over het planuitwerkingskader Bellevue locatie (RIS307191)
Geachte voorzitter, Onderstaand doe ik u de beantwoording toekomen van de Technische vragen ten behoeve van de behandeling van de Bellevue locatie in de commissie Ruimte van 18 maart 2021. Technische vragen Partij voor de Dieren 1. PUK Bellevue maakt niet duidelijk waarom er twee torens van 180m hoogte op de hoek van de Bezuidenhoutseweg en de Rijnstraat wenselijk zijn. Kan het college dit motiveren? Den Haag groeit jaarlijks met ongeveer 5.000 inwoners. De druk op de woningmarkt is nu al erg groot. Om de groei op te kunnen is het toevoegen van voldoende woningen in alle segmenten daarom noodzakelijk. Het gemeentelijk beleid richt zich daarbij op een beperkt aantal intensiveringsgebieden. Binnen deze gebieden zal de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk gebruikt moeten worden om plaats te bieden aan de wensen en behoeften aan nieuwe woningen, nieuwe woonmilieus en voorzieningen. Bellevue, naast station Den Haag Centraal en de binnenstad, biedt als locatie grote kansen voor stedelijk wonen, werken, voorzieningen en recreëren. De locatie draagt bij aan de verbetering van de route tussen station en binnenstad; aan een sterkere relatie tussen Koekamp en Malieveld met het centrum stedelijk woon- en werkgebied rond het Centraal Station.
Hoogbouw is hierbij geen doel op zich maar een middel om de stad op een verantwoorde manier te laten groeien en invulling te geven aan de gewenste ambities. De hoogte van het bouwvolume is te bezien als twee onderdelen: stedelijke laag en de opbouw. De stedelijke laag omvat de onderste 5 à 9 bouwlagen. Hiermee wordt de aansluiting op de omringende bebouwing en stadsstructuur gemaakt. De omliggende bebouwing verschilt in hoogte. Vanaf de Rijnstraat loopt de bebouwingshoogte af richting de Herengracht om zo aansluiting te kunnen maken met de bestaande (lagere) bebouwing aan de Herengracht en in de Resident. Dit zijn ook de hoogtes die men vanaf de omringende straten ervaart. De opbouw bestaat uit twee torens.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
In het overkoepelend gemeentelijk beleid (Agenda Ruimte voor de Stad, Nota Haagse hoogbouw, gebiedsagenda Policy Campus Centraal) is deze locatie aangeduid voor hoogbouw. Er is geen maximale hoogte aangegeven. De stedenbouwkundige analyse van de locatie en de programmatische invulling heeft geleid tot de bepaling van een maximale bouwhoogte van 180 meter. 2.
Kan het college specifiek aangeven waarom gekozen is om aanzienlijk hogere bebouwing toe te staan dan de omliggende bebouwing? Deze plek grenst aan de historische binnenstad met bouw van maximaal 6 etages. Ook zijn de omliggende torens aanzienlijk lager.
Vanuit het overkoepelend gemeentelijk beleid (Agenda Ruimte voor de Stad, Nota Haagse Hoogbouw en Gebiedsagenda Policy Campus) is het gebied rondom Den Haag Centraal aangewezen voor verdichting en schaalvergroting zodat woningen en voorzieningen kunnen worden toegevoegd. Gezien onder andere de strategische ligging, de keuze van Den Haag om rondom de stations te verdichten en het gewenste gevarieerde programma is hoogbouw op de Bellevue locatie een middel om de ambities voor de stad te realiseren. In de gebiedsagenda Policy Campus is door middel van zonering de mogelijkheden voor bouwhoogtes aangegeven, die vanuit de Binnenstad en Haagse Hout oplopen tot aan Centraal Station. Daarbij is het uitgangspunt dat de stedelijke laag en de plint de goede overgangen en relatie met de omringende bebouwing en straten waarborgt. De Bellevue locatie kent geen maximale bouwhoogte. De bouwmassa is, conform het Haagse hoogbouwbeleid en de nota Eyeline-Skyline, opgebouwd uit een stedelijke laag en een opbouw van torens. De stedelijke laag varieert in hoogte en kent nuancering en verfijning in bouwhoogte om de aansluiting met de bestaande bebouwing te maken. Zo neemt de bouwhoogte van de stedelijke laag vanaf de Rijnstraat richting de Herengracht af en is de bouwmassa aan de Oranje Buitensingel ook lager dan aan de stationszijde.
De beide torens kennen een setback, dat wil zeggen: ze staan naar achteren geplaatst ten opzichte van de rooilijn zodat op straatniveau vooral bebouwing van de stedelijke laag ervaren wordt en niet zozeer de torens. In onderstaande afbeelding ziet u de principes voor de hoogtezones. In de omgeving van de Bellevue locatie bevinden zich torens met een hoogte van 123 meter (Hoftoren), 142 meter (Babylon) en 147 meter (JuBi). Voor de Bellevuelocatie is hierbij de aansluiting gezocht in de opbouw van de Skyline en de Eyeline (zie in dit kader ook de toelichting op vraag 5) Samenvattend is de keuze van de hoogte het resultaat van de volgende factoren: 1. beleidseisen en gemeentelijke programmatische doelstellingen voor dit gebied zoals geformuleerd in de Agenda Ruimte voor de Stad, de Gebiedsagenda Policy Campus en de Nota Haagse Hoogbouw; 2. stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangpunsten (zie ook het antwoord op vraag 5) en 3. de financiële en technische haalbaarheid (massastudie).
2/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
3.
Kan een foto met verbeelding worden gedeeld met het zicht op de torens op basis van verschillende perspectieven, bijvoorbeeld vanuit de Koekamp waarbij de toren is ingetekend? Is de Hoftoren nog te zien? En hoe verhouden de torens op het KJ-plein zich tot de nieuwe torens?
In het PUK op pagina 37 en bijlage 2 ziet u impressies aan de hand van foto’s vanuit de verschillende gezichtspunten. De foto’s zijn hieronder aangevuld met verbeeldingen van de torens.
3/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
4.
Op pagina 60 wordt bij beeldkwaliteit gesteld dat hoogbouw in dit gebied past, omdat oud en nieuw elkaar kunnen versterken en de torens “elegant en ingetogen” zullen zijn. Waar wordt deze uitspraak op gebaseerd gegeven ook de 180m?
In de omgeving zijn veel torens aanwezig die gezien worden als een goede aanvulling op de aanwezige omgeving met oude en verfijnde bebouwingskenmerken. Deze torens kenmerken zich vooral als elegant, ingetogen, architectonische detaillering en passend bij de Haagse signatuur. Zodoende is dit als uitgangspunt opgenomen voor de beoordeling door de Welstandscommissie. Dit is in de paragraaf ook verder uitgewerkt bij bijvoorbeeld de alinea Expressie. In Eyeline - Skyline is opgenomen dat de Haagse hoogbouw zich kenmerkt door elegante en slanke torens. Dit is belangrijk om licht, lucht en ruimte te behouden op alle niveaus en past bij het silhouet van de Haagse skyline. Om dit te waarborgen wordt een slankheidsregel toegepast die het volume van de toren bepaalt in relatie tot zijn bouwvlaak en omgeving. (zie Hoofdstuk 6.1.3). De inhoud van het PUK is het uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling en vormgeving van de torens. 5.
Waarom zijn alternatieve hoogtes van 60m en 120m hoog niet beoordeeld? Waarom is er geen vergelijking gemaakt van de effecten op de directe omgeving bij verschillende bouwhoogtes niet gemaakt?
De ruimtelijke studies, waaronder de bestudering van het hoogbouweffect op het stadsbeeld, en het effect van schaduw en wind, hebben geleid tot de keuze voor 180 meter. Daar komt bij dat lagere torens het benodigde gemengde programma van voorzieningen, kantoren en woningbouw onvoldoende kunnen opnemen. Aanvullend op het antwoord op vraag 2: de “piramide”-achtige opbouw van de Haagse skyline, waarbij vanuit het centrum, en vanuit het Bezuidenhout een in hoogte toenemende bouwhoogte is ontwikkeld, leidt nabij het Centraal Station tot de grootste hoogte. 6.
Het onderzoek naar de effecten op de Koekamp (effecten op flora en fauna, windhinder voor fietsers, haventje en paviljoen in de schaduw) en de Herengracht, die worden genoemd op pagina 52 t/m 55, is niet bijgevoegd. Kan dit alsnog worden toegestuurd? Wat is precies het gevolg op de bezonning en windhinder daar? Wat is specifiek het effect van de bouw op de al aanwezige windhinder op de Herenstraat en Bezuidenhoutseweg?
De bestaande situatie wordt voor wat betreft de windhinder ter plekke verbeterd (Rijnstraat, Bezuidenhoutseweg) of nauwelijks beïnvloed (Oranjebuitensingel). Op iets grotere afstand verandert het windklimaat en blijft binnen aanvaardbare waarden. In de verdere gebouwuitwerking en inrichting van de openbare ruimte zullen de onderzoeksresultaten worden gebruikt om een nog beter resultaat te bereiken. Verkenning van het schaduweffect geeft aan dat binnen de door de gemeente zelf bepaalde normen een beperkt aantal woningen belast wordt (afname van zon op de gevel in de periode medio oktober-medio februari). Afname van zontoetreding op belangrijke plekken in de openbare ruimte blijven binnen aanvaardbare waarden.
4/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
Door ecologisch onderzoek is aangetoond dat het effect op flora en fauna (van de Koekamp) verwaarloosbaar wordt geacht. Bijlagen zijn toegevoegd aan het RIS. 7.
De passages over de bezonningsnorm en de windhinder op pagina 32 zijn niet helder. Kan de gebruikte volumestudie worden toegestuurd?
Bijlagen zijn toegevoegd aan het RIS. 8.
Kan worden aangegeven welke maatregelen worden genomen om de windhinder te beperken?
De bestaande situatie wordt voor wat betreft de windhinder ter plekke verbeterd (Rijnstraat, Bezuidenhoutseweg) of nauwelijks beïnvloed (Oranjebuitensingel). Op iets grotere afstand verandert het windklimaat, maar nergens naar onaanvaardbare waarden. In de verdere gebouwuitwerking zullen de onderzoeksresultaten worden gebruikt om een nog beter resultaat te bereiken. Te denken valt aan het naar achteren plaatsen van de torens ten opzichte van de rooilijn (de setback van de torens), de gevelbekleding of de indeling van de plint. Toepassing van luifels wordt voorkomen. 9.
Op pagina 55 wordt verwezen naar een quickscan Flora en Fauna en naar de Ecologische Effect Rapportage voor de Koekamp van oktober 2019. Kan dit rapport worden toegestuurd?
Bijlagen zijn toegevoegd aan het RIS. 10. Op pagina 38 staat dat voor groen en natuurinclusief bouwen de score moet worden gehaald van bijlage 2 van Natuurinclusief bouwen. We verzoeken u deze bijlage ook bij het PUK beschikbaar te stellen. Betekent dit dat de puntennorm verplicht is gesteld? En zal gevelgroen ook worden ingezet in verband met windhinder? Er is nog geen sprake van een ontwerp. Indien in de ontwerpfase blijkt dat sprake is van windhinder en gevelgroen een bijdrage kan leveren aan het verminderen van windhinder zal dit zeker worden onderzocht. Gevels aan de openbare ruimte lenen zich in dit gebied echter nauwelijks voor de toepassing van substantieel gevelgroen. Wel kunnen in de stedelijke laag voorzieningen worden getroffen om met groen meer reliëf in de gevel te krijgen waardoor het windklimaat wordt verbeterd Bijlagen zijn toegevoegd aan het RIS (RIS301953). 11. Op pagina 39 staat dat onderzocht zou kunnen worden of piekafvoeren direct op het oppervlaktewater mogelijk zijn. Waarom is dit onderzoek niet voor het PUK uitgevoerd? Dit volgt in de verdere planuitwerking van de ontwikkelende partijen, omdat voor het uitvoeren van een dergelijk onderzoek een ontwerp benodigd is. 12.
Wordt het regenwater van het gebouw op het riool afgevoerd of wordt gebruikgemaakt van gescheiden riolering? Er is al een gescheiden stelsel aanwezig voor vuilwaterriolering enerzijds en hemelwaterafvoer anderzijds. Voor zover mogelijk zal hemelwater wat op het gebouw valt, worden benut in het installatieconcept van de nieuwbouw (bijvoorbeeld voor irrigatie van daktuinen).
5/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
13. Het regenwater moet worden vastgehouden/ vertraagd worden afgevoerd (pagina 39). Waarom wordt in het PUK niet concreet vermeld dat de gracht Oranjebuitensingel als belangrijk oppervlaktewater hierbij een rol kan spelen? De voorkeursvolgorde voor water is eerst ‘vasthouden’, lukt dat niet dan ‘bergen’ en pas als laatste ‘afvoeren’. De Oranjebuitensingel kan alleen worden gebruikt om water te bergen en het uiteindelijk afvoeren naar zee. Het vasthouden zal binnen het plan moeten worden geregeld. 14. Tevens kan deze gracht een functie vervullen om hittestress te voorkomen. In het onderzoek REALCOOL van de Hogeschool van Amsterdam en Deltares worden daarvoor opties gegeven, die toepasbaar zijn op deze gracht. Hoe kijkt het college daarnaar? Open water heeft een beperkte bijdrage aan het voorkomen van hittestress. De meeste verkoeling wordt overigens bereikt door verdamping welke plaatsvindt in groen, zoals bomen, groene daken en gras. 15. Op pagina 36 wordt gesteld dat een schetsontwerp voor de Buitenruimte wordt opgenomen in de Anterieure Overeenkomst. Over betrokkenheid van belanghebbenden en de omgeving wordt daarbij niet gesproken. Hoe worden bewoners hierbij betrokken? Bij een schetsontwerp voor de openbare ruimte is het niet gebruikelijk dat dit wordt voorgelegd aan bewoners en belanghebbenden. Een SO wordt voorgelegd aan interne adviesorganen zoals het VOV en ACOR.
Bij de verdere uitwerking hiervan, dus een VO en DO, zullen bewoners en belanghebbenden wel worden betrokken. 16. Op pagina 60 wordt gemeld dat tijdens de uitwerking een adviescommissie met belanghebbenden en de omgeving zal worden ingesteld. Kan worden aangegeven in hoeverre deze commissie nog invloed kan uitoefenen op het schetsontwerp in de Anterieure Overeenkomst? De initiatiefnemers hebben tijdens de participatie op verschillende manieren belanghebbenden en geïnteresseerden opgeroepen zich te melden om verder mee te denken en/of deel te nemen aan een klankbordgroep. Meer dan 100 mensen willen op de hoogte gehouden worden, 66 van hen willen meedenken. Met de directe buren is regelmatig overleg. Naar verwachting zal met verschillende meedenkgroepen worden gewerkt en met verschillende participatievormen. De meedenkgroepen zullen bestaan uit een adviesgroep en enkele klankbordgroepen. Met de te vormen adviesgroep kan concreter over specifieke elementen worden gesproken. Thema’s waaraan nu gedacht wordt voor de klankbordgroepen en adviesgroep zijn: de invulling van de plint; (publieke) functie(s), uitstraling en de integratie gevel monument Bezuidenhoutseweg 3; afstemming op de horeca e.d. in de omgeving; vergroening van de stedelijke laag en de torens; coördinatie en voorbereiding sloop- en bouwproces, verkeersmaatregelen.
Veel onderwerpen liggen in eerste instantie bij de initiatiefnemers. Welke onderwerpen in welke fase van het proces aan de orde komen, zal in de komende maanden worden bepaald. De gemeente faciliteert de initiatiefnemers bij de communicatie met derden. 17. De effecten op de bebouwing van de Herengracht tijdens de bouw (trillingen, bouwherrie, bouwschade door heien en grondwaterstand) worden niet genoemd. Waarom is dit niet gebeurd?
6/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
In de initiatief fase van het project zijn de risico’s van de nieuwbouw voor de meest nabij gelegen belendingen onderzocht. Dit betreft de Koningstunnel, de Hoftoren en het appartementengebouw aan de Oranjebuitensingel 9-15. De risico’s voor deze objecten worden gezien als goed beheersbaar. De Herengracht bevindt zich op grotere afstand van de Bellevue waardoor ook hier de risico's als beheersbaar worden gezien. Verder zal er uit worden gegaan van trilling arme technieken om overlast als bouwlawaai en bouwschade te voorkomen en stijve bouwputwanden om belendingen te beschermen. In volgende ontwerpfasen gaat risicobeheersing volop nadere aandacht krijgen en in de realisatiefase zal de omgeving gemonitord worden om risico’s te kunnen uitsluiten en schade te voorkomen. Daarnaast zal zoals omschreven in het PUK voor het project de BVC-procedure worden gevolgd. Informatie daarover is te vinden op www.denhaag.nl/bvc. 18 maanden voor de start bouw moet een hoofdlijnenplan en 9 maanden voor de start bouw moet een BVC-plan worden voorgelegd aan het SBO. Bij hoogbouw worden veiligheidseisen gesteld ten aanzien van bouw en sloop. Hiervoor geldt de Landelijke Richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid d.d. 15 mei 2018 (RIS 299692). 18. De 8 bijlagen, die worden genoemd in de inhoudsopgave ontbreken, waaronder het Communicatieplan en verslag.
Kan dit aan de raad worden gestuurd? Bijlagen zijn toegevoegd aan het RIS. 19. Kan het college ingaan op het participatieproces? Hoe hebben omwonenden mee kunnen participeren? In de maand september 2020 vond de participatie plaats over de PUK-fase van de plannen voor herontwikkeling van de Bellevue-locatie. Vanwege de beperkingen door het coronavirus is gekozen voor een online participatieproces. Dit bestond uit drie online bijeenkomsten (webinars), een online enquête, de website www.bellevue-denhaag.nl als platform voor informatie over het project, aanmelden, kijken en terugkijken van de bijeenkomsten en voor het stellen van vragen. Ook werd een introductievideo gemaakt en werd publiciteit gegenereerd. De gemeente Den Haag plaatste ook een projectpagina over Bellevue op denhaag.nl. Deelname aan de participatiebijeenkomsten stond open voor iedereen, aanmelding was mogelijk via de website. Belanghebbenden, betrokkenen en bewoners in de wijde omgeving zijn huis-aan-huis uitgenodigd (ruim 2.250 adressen). Daarnaast zijn onder meer directe buren, ondernemers en wijkverenigingen per e-mail uitgenodigd (ruim 150 adressen). Tijdens de eerste twee participatiebijeenkomsten zijn nadrukkelijk vragen en suggesties van deelnemers opgehaald. Een deel van deze vragen is direct tijdens de bijeenkomsten behandeld.
Alle andere vragen (150 vragen) zijn na afloop beantwoord en schriftelijk toegezonden aan alle deelnemers. Ook vragen die via de website zijn gesteld zijn op deze wijze beantwoord. Tijdens de laatste bijeenkomst zijn de resultaten van de eerdere bijeenkomsten van de online enquête teruggekoppeld en is aangegeven wat met deze input wordt gedaan. Dit is terug te vinden in de verslagen van de participatie die o.a. op de website www.bellevue-denhaag.nl staan.
7/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
De initiatiefnemers hebben tijdens de participatie op verschillende manieren belanghebbenden en geïnteresseerden opgeroepen zich te melden om verder mee te denken en/of deel te nemen aan een klankbordgroep. Meer dan 100 mensen willen op de hoogte gehouden worden, 66 van hen willen meedenken. In het vervolg van het project zullen de initiatiefnemers een adviesgroep samenstellen en verschillende meedenkgroepen vormen om mee te denken over diverse thema’s (zie antwoord op vraag 16). 20. Klopt het dat er slechts informatiebijeenkomsten zijn georganiseerd? Hoe heeft het college dan input van de bewoners betrokken bij het opstellen van het PUK als er slechts vragen konden worden gesteld en geen mogelijkheid is geweest tot inspraak of zienswijze? Dit klopt niet. Er is gebruik gemaakt van diverse middelen. Een toelichting op het participatietraject en de ingezette middelen vindt u in het antwoord op vraag 19. Het Planuitwerkingskader (PUK) is vastgesteld door het college. Het college heeft onder meer de uitkomsten van de participatiebijeenkomsten en de enquêteresultaten meegenomen in haar beoordeling. Daarna volgt het proces tot aanpassen bestemmingsplan. Onderdeel van dit proces is de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen en van beroep en bezwaar. 21. De passage rond de duurzaamheidsscore is multi-interpretabel.
Er staat ‘In ieder geval zijn de GPR-scores van de nota eyeline-skyline (RIS298448) het uitgangspunt om vanuit duurzaamheid naar dit project te kijken. Daar kan alleen beredeneerd (vanuit bijvoorbeeld maatwerk/icoonwaarde) en in overleg met de gemeente van afgeweken worden.’ Betekent dit dat afgeweken kan/zal worden van de duurzaamheidseisen? Waarom? Wat maakt dit plan anders dan andere hoogbouwplannen dat lagere duurzaamheidseisen rechtvaardigt? Duurzaamheidstools als GPR en BREEAM zijn breed opgezette instrumenten om duurzaamheid inzichtelijk te maken. De tools en het toetsingskader (de eisen en scores) zijn ontwikkeld en ingericht op gebouwen van gemiddelde hoogte. In de nota Eyeline-Skyline (RIS298448) wordt aangegeven dat in Den Haag een hoogte boven de 50 meter als hoogbouw gezien wordt. Hoogbouw vanaf 70m hoogte kent een aantal specifieke uitdagingen ten opzichte van gebouwen van 50 m hoog, waardoor er meer uitdagingen liggen om aan dezelfde duurzaamheidsscores te voldoen: Vanuit het oogpunt van brandveiligheid dienen extra maatregelen getroffen worden, dit vraagt ruimte, extra installaties en stelt eisen aan toe te passen afwerkmaterialen, waardoor niet alle (duurzame) materialen meer gekozen kunnen worden. De draagconstructie en fundering moet zwaarder en complexer uitgevoerd worden doordat het gebouw meer gewicht moet dragen.
Doordat er verhoudingsgewijs meer materiaal nodig is en de keuze van materiaal vanuit technische eisen beperkter is, is het lastiger hele goede scores voor materiaalgebruik te halen. Door de vorm van het gebouw (lang en hoog met relatief klein dakoppervlak) is er verhoudingsgewijs weinig mogelijkheid voor het opwekken van duurzame energie. Dit weegt door in de te halen scores voor de energieprestatie. In de ontwerpfase zal nader onderzoek worden gedaan of en hoe het mogelijk is zonenergie op te wekken via de gevels.
8/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
Bellevue is niet anders dan andere hoogbouwplannen. Maar wel beduidend anders dan lagere bouwplannen, waar GPR en BREEAM op ingericht zijn. Daarom zal, voor de onderdelen vanuit GPR en BREEAM, waar de hoogbouw-eisen en kenmerken duidelijk een impact hebben, het toetsingskader en de te halen eisen zorgvuldig afgewogen moeten worden en sprake zijn van maatwerk. 22. Waarom wordt in het PUK niet vastgelegd hoeveel woningen er komen? Het exacte aantal is nog niet vast te stellen, omdat het plan zich nog in de fase van het PUK bevindt. Dit houdt in dat het ontwerp voor het bouwplan zich nog in een schetsfase bevindt. Bij de verdere uitwerking van het plan wordt duidelijk wat de exacte afmetingen en daarmee aantallen woningen worden die in de twee torens passen. In het PUK is daarom nu een realistische schatting opgenomen. 23. Gekozen wordt voor aanzienlijk kleinere woningen. Waarom wordt toegestaan dat 40% kleiner is dan 40 m2? Wat is uniek aan dit project? Een afwijking van het percentage woningen <40m2 naar max 40% in plaats van de gestelde 20% zal voldoen aan de uitzondering die de Woonagenda 2020-2023 mogelijk maakt, namelijk studentenwoningen, zorgwoningen en bijzondere concepten. De woningen van de Bellevue-locatie worden ontwikkeld volgens het Urban Living Concept en het concept is bedoeld voor iedereen die zich aangetrokken voelt tot een stedelijke leefstijl.
Het Urban Living Concept heeft als doel jong hoogopgeleid talent voor de stad aan te trekken en te behouden. Hierbij wordt de samenwerking gezocht met de Universiteit Leiden (ook mogelijk als huurder voor commerciële opleidingen) en de Hotelschool The Hague. Ook wordt huisvesting gereserveerd voor afgestudeerden en academici en kunnen stagiaires en afgestudeerden van de Hotelschool in het project ervaring op doen, bijvoorbeeld als event manager, receptionist(e) of gastheer of -vrouw. Daarnaast gaat het bij het Urban Living Concept om het creëren van flexibele, moderne en duurzame huisvesting, die een gezonde en interactieve levensstijl bevordert. Om ontmoeten te bevorderen, fungeert het semi-openbare atrium op de begane grond als foyer en tussenstop tussen de woningen en de parkeergarage met ruimte voor fiets en auto. Deze foyer en de gemeenschappelijk voorzieningen dragen bij aan het ontstaan van een community. Het gaat dan om groen, binnen- en buitensportfaciliteiten, een spa met sauna, een yoga- en/of fitnessruimte, een bibliotheek of bijvoorbeeld een gemeenschappelijke keuken, was- en droogruimte en kantoorvoorzieningen. In de stedelijke lagen bevinden zich kantoorvoorzieningen, waaronder flexplekken. Ook van deze voorzieningen mogen de bewoners van de Bellevue gebruik maken. Zie ook de antwoorden bij vragen 26 en 27 over de voorzieningen.
Het woonprogramma in zijn geheel laat een brede mix van woningen zien in verschillende afmetingen en typologieën zoals studio’s, lofts, 1, 2 en 3 kamer appartementen. Er wordt aandacht besteed om de kleine woningen (< 40 m² GBO) zoveel mogelijk te gelijkmatig verdelen over de diverse categorieën woningen (sociaal, middenhuur en overig). 24. Betekent dit dat de 30% sociale woningen voor een groot deel onder de 40m2 zullen zijn? Welk percentage van de sociale woningen zal onder de 40m2 zijn?
9/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
Het project bevindt zich in een stadium (Structuur Ontwerp; massa studies) waarbij plattegronden nog niet zijn uitgewerkt. Dit gebeurt in de volgende fase. Uitgangspunt voor het sociale programma van circa 360 woningen zijn studio’s, lofts en tweekamerappartementen. Voor zowel de sociale als voor de middeldure huurwoningen geldt dat een deel kleiner en een deel groter dan 40 m2 zal zijn. 25. Waarom wordt in het PUK niet gespecificeerd wat onder het ‘economisch programma’ wordt verstaan? Het project bevindt zich nog in een vroeg stadium. De start van de bouw, gebaseerd op de huidige gegevens, vindt naar verwachting plaats in 2023. De ingebruikname van het gebouw ligt circa 3,5 tot 4 jaar verder in de tijd. Gezien er nog geen concrete afspraken lopen met huurders is het economisch programma nog niet expliciet te maken. In het PUK is een minimum van 28.000 m2 economisch programma opgenomen. Dit ten behoeve van de invulling Policy Campus. 26. Waarom stuurt het college niet op wat ze hier wil? Volgens het PUK kan het namelijk gaan om cultuur en ontspanning, detailhandel, dienstverlening, leisure, horeca, sport, welzijnsvoorzieningen en kantoorfuncties met baliefunctie. Kan dit niet nader worden gespecificeerd? Het PUK is kaderstellend en geeft de contouren voor de uiteindelijke invulling van het programma.
Bij het opstellen van de anterieure overeenkomst en het bestemmingsplan zal de uiteindelijke programmering worden vastgelegd met gebruikmaking van de beschikbare referentienormen voor het CID. 27. Waar komen voorzieningen, zoals huisartsen en scholen, voor deze nieuwe inwoners? Aanvullend op het antwoord op vraag 26, is er in het Bellevue project ruimte voor een inclusief concept van voorzieningen voor bewoners en gebruikers. De meeste voorzieningen zijn ook beschikbaar voor publiek en worden in de plint en stedelijke laag gepland. Dit wordt verder uitgewerkt in de ontwerpfase. Het concept is gericht op wellness en gezonde lifestyle. Er kunnen diverse functies worden gehuisvest, zoals een gezondheidscentrum met praktijkruimte voor huisarts, tandarts, fysio en kinderopvang. Daarnaast komen er plekken voor exposities en innovatie. 28. Waarom wordt niet expliciet het behoud van de beeldbepalende gevels in het PUK geëist? Binnen de locatie is slechts sprake van één monumentale gevel. Deze zal bij de herontwikkeling ingepast worden. Vanuit de juridisch planologische situatie is alleen dit monumentale onderdeel beschermd. Andere panden die (deels) waarden bezitten zijn wel in het PUK benoemd maar hiervan kan behoud echter niet worden geëist omdat het buiten het beschermd stadsgezicht valt en door gemeentelijke Monumentenzorg niet als monument benoemd is. 29.
Wordt met dit PUK ook een derde toren mogelijk gemaakt? De passages hierover zijn onduidelijk.
10/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
Bij het vervallen van de bestaande woningbouw (Oranjehout aan de Oranjebuitensingel) is er een mogelijkheid dit deel van het plangebied te betrekken bij het project en de aansluiting op de Hoftoren. Om de relatie met de gracht te versterken is het denkbaar om tussen de Hoftoren en de Bellevue-toren aan de gracht een extra volume toe te voegen. Dit is geen toren, maar een bouwmassa tot maximaal 40 meter hoog. 30. Komt 100% van de footprint van de stedelijke laag terug in de vorm van horizontale buitenruimtes? De formulering is hier diffuus over. Zo niet, waarom wordt hier een uitzondering mogelijk gemaakt? Deze regel uit de nota Hoogbouw beoogt om maximaal het gebruik van dakvlak van de nieuwe ontwikkelingen voor groen en gebruik in te zetten. Het gaat hier in eerste instantie vooral over dakvlak van de stedelijke laag dat als buitenruimte toegevoegd kan worden. Dit oppervlak zal als daktuin, horizontale buitenruimte functioneren, waarbij een deel (40%) ervan bijdraagt aan de biodiversiteit. Daken op 180m hoogte zijn uiteindelijk minder geschikt voor vergroening en moeilijk als buitenruimte te gebruiken. Op de daken van de stedelijke laag is het mogelijk groene buitenruimtes toe te voegen, inclusief community-gerichte concepten, zoals “urban farming”.
De groene daken en buitenruimtes krijgen een multifunctioneel karakter en voorzien in functies als: (esthetische) beleving, biodiversiteit, waterberging, isolatie en gebruiksvormen als tuinieren en spelen. 31. Een private buitenruimte van tenminste 4m² bij elke woning is een verplichting vanuit het Bouwbesluit. Waarom wil de gemeente hiervan afwijken voor de kleine woningen en gemeenschappelijke ruimtes toestaan? De gemeente wil op vraag van de ontwikkelaar aangeven dat het mogelijk is om gemotiveerd af te wijken van het Bouwbesluit wanneer men voor de afwezigheid van private buitenruimte hoger dan 70 m mitigerende maatregelen heeft getroffen. Gezien de hoogbouw zullen veel balkons hoger dan 70 meter gelegen zijn wat mogelijk niet comfortabel is of zelfs gevaarlijk voor bewoners en passanten vanwege eventuele harde wind op die hoogte. Het Bouwbesluit laat ruimte voor alternatieven. Zo is het mogelijk alternatieve buitenruimtes in en op het complex hiervoor te vinden. Dat wordt in de paragraaf 5.4 Buitenruimte beschreven. 32. Wordt gescheiden afvalinzameling in de torens verplicht? Bij intensivering van de stad en bij hoogbouw is het beperken en hergebruiken van (afval)stromen een hoofdambitie. Het project bevindt zich nog in vroeg stadium.
De precieze wijze waarop met afval omgegaan wordt, wordt in het vervolg van het ontwerpproces in nauw overleg met de gemeentelijke diensten nader uitgewerkt. Uitgangspunt is dat afvalinzameling inpandig plaatsvindt en volgens het vigerend gemeentelijk beleid. 33. Welke eisen worden gesteld aan de sloop van de huidige gebouwen? Worden circulaire eisen gesteld? Wordt het beton hergebruikt? Ja, er worden eisen gesteld aan circulariteit. Dit wordt in het vervolg van het ontwerpproces nader uitgewerkt. Zie hiertoe ook het PUK bladzijde 39. 34. Worden bomen gekapt voor dit plan? Zo ja, waar en waarom?
11/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
Bij het schetsontwerp voor de openbare ruimte zal blijken of en welke bomen moeten worden gekapt. Gebruikelijk is dat de ontwikkelaar zal worden gehouden aan de herplantplicht. 35. Waarom moet de Bezuidenhoutseweg open worden gelegd en kabels worden verplaatst waarvoor waarschijnlijk bomen worden gekapt? Zie antwoord op vraag 34. Technische vragen D66 1. De sloop van van de huidige gebouw ten gevolge van de plannen is een gebouw van Steadion en ongeveer 50 jaar oud. Kan het beton van de sloop worden gerecycled? In het project is aandacht voor circulariteit. Zie hiertoe het PUK bladzijde 39. Of het beton na de sloop kan worden gerecycled is nog niet onderzocht. Dit vraagstuk wordt onderzocht in de ontwerpfase VO en DO. 2.
Hoe gaan we als gemeente om met het afvalwater van grote torens? Is het mogelijk om per hoogbouw toren een eigen water circulatie systeem aan te leggen?
Afvalwater mag geloosd worden op het gemeentelijke rioolstelsel, wat het afvalwater vervolgens afvoert naar de rioolwaterzuivering. Regenwater moet apart worden aangeboden en zoveel mogelijk worden vastgehouden of vertraagd. Hoe dat wordt ingevuld is aan de ontwikkelaar. Daarbij kan hergebruik van regenwater voor interne processen (bewatering van groen of spoeling van toiletten) een optie zijn. Technische vragen Haagse Stadspartij 1. Waarom is er geen minimaal aantal woningen vastgelegd in de PUK? Het project bevindt zich nog in een te vroeg stadium (Structuur Ontwerp; massa studies) waarbij plattegronden en aantal woningen nog niet zijn uitgewerkt. In de PUK-fase is het programma op basis van een aantal vierkante meters gedefinieerd. 2.
Waarom ontbreekt het in de Woonagenda verplicht gestelde aandeel betaalbare koop van 20%?
In het Bellevue project komen alleen huurwoningen. De beleggers achter dit project zijn institutionele beleggers met een langetermijnambitie en maatschappelijke doelstellingen (zoals de woningcorporatie Staedion en de institutionele belegger PATRIZIA die belegt namens een pensioenfonds). Dit is een onderdeel van een langetermijnbeleggingsstrategie van beide partijen. Het programma beantwoordt met dit programma aan de groeiende vraag naar betaalbare huurwoningen in Den Haag en in dit gebied (zie Woonagenda 2020-2023, RIS305711). PATRIZIA en Staedion hebben de ambitie een duurzaam, inclusief en sociaal concept te realiseren en het hele project in beheer te nemen om de kwaliteit ervan te bewaken. 3.
Bij gemengde ontwikkelingen wordt de onrendabele top op sociale woningbouw evenredig verdeeld tussen initiatiefnemer en woningcorporatie. Wat wordt precies bedoeld met evenredig? Kan een voorbeeldberekening worden gegeven?
Dit komt voort uit de Woonagenda, hierover zullen afspraken worden gemaakt tussen de initiatiefnemers (waaronder Staedion).
12/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
4.
De initiatiefnemer stelt op de website dat de gevel van Bezuidenhoutseweg 3 wordt behouden. In de PUK staat dat dit wordt aangeraden. Waarom is behoud geen harde voorwaarde in de PUK?
Binnen het plangebied is Bezuidenhoutseweg 3 aangewezen als gemeentelijk monument. Alleen de gevel tot een diepte van circa 1 meter is origineel. Achter de gevel is helemaal verbouwd. Deze gevel blijft in het project behouden. Ontwikkelaar geeft aan dat tijdens de bouw de gevel verwijderd en opgeslagen zal worden om zo de kwetsbare gevel te beschermen. De integratie van de gevel in de ontwikkeling zal tijdens de ontwerpfase verder worden onderzocht en het publiek zal worden geïnformeerd over de voorgestelde ontwerpoplossing. De gemeente wordt hierbij betrokken en begeleidt dit proces. 5.
De initiatiefnemer heeft tijdens de presentatie van de plannen gesteld dat de gevel wordt gedemonteerd en later zal worden herplaatst. Waarom staat dit niet in de PUK?
Zie het antwoord op vraag 4. 6.
Waarom wordt voor de Koekamp de norm voor windhinder op “tenminste matig” gesteld?
Uitgangspunt voor de behandeling van windhinder in dit PUK is het Haagse bezonnings- en windhinderbeleid (RIS170509) en de nota Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline (RIS298448). Daarbij wordt gesteld dat er verschillende activiteitengebieden (doorlopen, slenteren, langdurig zitten) zijn. Dat houdt in dat voor de Koekamp moet worden gekeken in welke klasse het valt. Daarvoor is bepaald aan de hand van de overheersende activiteit dat het als ‘slentergebied’ kan worden benoemd. De nennorm waarop het beleid is gebaseerd stelt dat ‘Als ondergrens moet minimaal een ‘matig’ (zoals gekwalificeerd in NEN 8100) windklimaat worden nagestreefd.’ Het hanteren van de norm ‘matig’ voor een ‘slentergebied’ stelt hogere eisen dan ‘matig’ bij een ‘doorloopgebied’. 7.
Waarom wordt er een voetgangersbrug voorgesteld?
De Binnenstad heeft baat bij een goede structuur van straten, doorsteken en verbindingen voor voetgangers. Hiermee worden verschillende delen van de binnenstad goed met elkaar verbonden en wordt lopen bevorderd. Ontwikkeling van de Bellevue locatie biedt de kans om de stedelijke structuur die met de ontwikkeling van de Resident en het Muzenplein is ingezet te versterken en te koppelen met het stationsgebied. Onderdeel van de ontwikkeling Bellevue zijn stedelijke functies en voorzieningen op begane grond en eerste verdieping. Deze zullen ook toegankelijk zijn vanuit de omringende straten middels een semi-openbare doorsteek vanaf het stationsgebied naar de Oranje Buitensingel. Een nieuwe voetgangersbrug over de singel creëert, naast de hoofdstructuur van de Herengracht en Turfmarktroute een secundaire, informelere route tussen Spui-Muzenplein en het stationsgebied. 8.
Op welke afstand bevinden zich de bestaande bruggen over de singel?
De onderlinge afstanden tussen de bestaande bruggen over de singel variëren. Van Herengracht tot aan Schedeldoekshaven zijn de onderlinge afstanden respectievelijk 150m, 65m en 95m. Door toevoeging van de nieuwe voetgangersbrug wordt de huidige maaswijdte van 150m verkleind.
13/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
9.
De ontwikkeling en effecten van de voetgangersbrug zal in een project door de gemeente worden onderzocht en uitgevoerd. De verdeling van de kosten volgt in het verdere proces zoals beschreven in paragraaf 8.1. Betekent dit dat deze ontwikkeling volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer plaatsvindt? Zo nee, waarom niet?
De realisatie van het bouwplan is voor rekening en risico van de initiatiefnemers. De verdeling van de kosten voor de openbare ruimte wordt opgenomen in de anterieure overeenkomst op basis van toerekenbaarheid. 10. In het kader van de participatie hebben drie online informatiebijeenkomsten plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomsten zijn belanghebbenden niet in beeld of aan het woord geweest en konden zij alleen maar toekijken. Is dit wat het college verstaat onder participatie? In de huidige situatie met COVID-19 en de destijds geldende maatregelen was het niet mogelijk fysieke bijeenkomsten te houden waarbij belanghebbenden konden inspreken. De initiatiefnemers hebben daarop gezocht naar oplossingen waarbij belanghebbenden en geïnteresseerden digitaal goed geïnformeerd konden worden en ook hun inbreng konden leveren in de vorm van het stellen van vragen en online polls tijdens de bijeenkomsten en een online enquête. Tijdens de bijeenkomsten is een deel van de vragen direct beantwoord. Er zijn in totaal ruim 150 vragen gesteld. Deze zijn allemaal beantwoord en toegezonden aan alle deelnemers. De bijeenkomsten en de verslagen daarvan zijn nog steeds terug te kijken en na te lezen op de website www.bellevue-denhaag.nl. Hier kunnen nog steeds vragen worden gesteld via info@bellevue-denhaag.nl.
In de derde bijeenkomst is een eerste reactie gegeven op de ontvangen vragen, zijn de uitkomsten van de online enquête gepresenteerd en werden op basis hiervan de beoogde thema’s voor verder overleg gepresenteerd. De enquête is 180 keer ingevuld. De respondenten blijken in grote meerderheid in de buurt van Den Haag CS te wonen (50%), werken (19%) of een bedrijf te hebben (3%). Verder woont 17% niet in de directe buurt, maar wel in Den Haag. Van de 11% ‘overig’ woont èn werkt een deel in de omgeving van Den Haag CS. De enquête was ook in het Engels beschikbaar en die is 8 keer ingevuld. 11. Volgens het PUK stelt de initiatiefnemer een adviescommissie in. Is dit al gebeurd en wie zijn daar lid van? De initiatiefnemers hebben tijdens de participatie op verschillende manieren belanghebbenden en geïnteresseerden opgeroepen zich te melden om verder mee te denken en/of deel te nemen aan een klankbordgroep. Meer dan 100 mensen willen op de hoogte gehouden worden, 66 van hen willen meedenken. Met de directe buren is regelmatig overleg. Naar verwachting zal met verschillende meedenkgroepen worden gewerkt en met verschillende participatievormen. Ook zal een adviesgroep worden gevormd met wie concreter over specifieke elementen kan worden gesproken.
Thema’s waaraan nu gedacht wordt voor de meedenkgroepen en adviesgroep zijn: de invulling van de plint; (publieke) functie(s), uitstraling en de integratie gevel monument Bezuidenhoutseweg 3; afstemming op de horeca e.d. in de omgeving; vergroening van de stedelijke laag en de torens; coördinatie en voorbereiding sloop- en bouwproces, verkeersmaatregelen. Veel onderwerpen liggen in eerste instantie bij de initiatiefnemers. Echter, de gemeente is aan zet als het gaat om de openbare ruimte. Welke onderwerpen in welke fase van het proces aan de orde komen, zal in de komende maanden worden bepaald. De gemeente faciliteert de initiatiefnemers bij de communicatie met derden. 12. De initiatiefnemer moet kunnen aantonen hoe belanghebbenden worden geïnformeerd, betrokken en hoe zij reageren op de voorstellen. Dit gebeurt op basis van een door de initiatiefnemer op te stellen communicatie- en participatieplan, wat ter beoordeling aan de
14/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
gemeente Den Haag wordt voorgelegd. Daarin moet aandacht zijn voor de fase van planontwikkeling en van uitvoering. Kan het college dit naar de raad sturen? Bijlagen zijn toegevoegd aan het RIS. 13. Voorafgaand aan de vaststelling van het PUK moet de initiatiefnemer al in gesprek met omgeving. Dit houdt het volgende in: Particulier initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de participatie met omwonenden. Initiatiefnemer organiseert het samenstellen van een klankbordgroep/panel. Vooraf moet helder zijn, wat de kaders zijn waarover wordt geraadpleegd. Kan het college aangeven in hoeverre hier aan is voldaan? De initiatiefnemers hebben in 2019 de directe buren (appartementengebouw Oranjehout en Rijksvastgoedbedrijf) geïnformeerd over de ontwikkelingsplannen. Dit is gebeurd via fysieke ontmoetingen en via email/post. Inmiddels wordt periodiek overleg gevoerd. Ook met andere betrokkenen is vooraf contact geweest (o.a. vanwege impact op de Hoftoren). De huurders van de huidige kantoorgebouwen op de locatie zijn geïnformeerd en periodiek worden de plannen en mogelijke impact besproken. Staedion heeft haar medewerkers geïnformeerd over de plannen. Zoals aangegeven in het PUK, zal een adviesgroep worden gevormd met wie concreter over specifieke elementen kan worden gesproken.
Thema’s waaraan nu gedacht wordt voor de meedenkgroepen en adviesgroep zijn: de invulling van de plint; (publieke) functie(s), uitstraling en de integratie gevel monument Bezuidenhoutseweg 3; afstemming op de horeca e.d. in de omgeving; vergroening van de stedelijke laag en de torens; coördinatie en voorbereiding sloop- en bouwproces, verkeersmaatregelen. Veel onderwerpen liggen in eerste instantie bij de initiatiefnemers. Welke onderwerpen in welke fase van het proces aan de orde komen, zal in de komende maanden worden bepaald. De gemeente faciliteert de initiatiefnemers bij de communicatie met derden. 14. De Bellevue locatie is van belang voor meer dan alleen de gebruikers en omwonenden in de directe omgeving. De gemeente kijkt dan ook kritisch naar de kwaliteit en breedte van groep belanghebbenden. Kan het College aangeven of hieraan is voldaan? Voorafgaand aan de PUK-fase is een omgevingsanalyse opgesteld en zijn stakeholders in kaart gebracht. Bij de participatie in de PUK-fase is zowel nadruk gelegd op het informeren en betrekken van belanghebbenden en betrokkenen in de directe omgeving als op het betrekken van een bredere groep geïnteresseerden. Voor de participatiebijeenkomsten zijn meer dan 2250 huis-aan-huis uitnodigingen verstuurd. Ook zijn ondernemers, organisaties en wijk- en buurtverenigingen per e-mail benaderd (ruim 150 adressen).
Verder is de participatie aangekondigd via de websites van de gemeente en van het project (www.bellevue-denhaag.nl). Hier zijn de bijeenkomsten nog steeds te zien en kunnen nog steeds vragen worden gesteld. Bij de start van de participatie is ook ruime aandacht besteed aan de plannen in de media en op sociale media. In de volgende fasen zullen de initiatiefnemers werken met een nog samen te stellen adviesgroep en enkele meedenkgroepen. Hiervoor hebben zich meer dan 60 mensen aangemeld. Bij de samenstelling van zowel de adviesgroep als de meedenkgroepen zullen de initiatiefnemers aandacht besteden aan de verschillende belangen die in deze omgeving een rol spelen. Daarbij zullen ook wijkorganisaties en groepen op het gebied van duurzaamheid, groen en mobiliteit betrokken worden.
15/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
15. Deze verzamelde onderwerpen worden door de gemeente beoordeeld en ingedeeld op thema. De gemeente beoordeelt de verzamelde onderwerpen op basis van gezamenlijke belangen en weegt deze belangen in samenhang af. Daarnaast wordt gekeken of het onderwerpen zijn die de gemeente kan afdwingen bij een toekomstige ontwikkeling, of dat zij als redelijk dringend advies aan de initiatiefnemer worden meegeven. Deze thema’s zijn als bijlage bij deze PUK gevoegd. Waarom ontbreekt deze bijlage? Bijlagen zijn toegevoegd aan het RIS. 16. Uiteindelijk moet de ontwikkelaar een aantal thema’s uitwerken in een participatietraject, op het niveau ‘adviseren’. Is dit al gebeurd? In de volgende fasen zullen de initiatiefnemers werken met een nog samen te stellen adviesgroep en enkele meedenkgroepen. Hiervoor hebben zich meer dan 60 mensen aangemeld. Bij de samenstelling van zowel de adviesgroep als de meedenkgroepen zullen de initiatiefnemers aandacht besteden aan de verschillende belangen die in deze omgeving een rol spelen. Daarbij zullen ook wijkorganisaties en groepen op het gebied van duurzaamheid, groen en mobiliteit betrokken worden. Thema’s waaraan nu gedacht wordt voor de meedenkgroepen en adviesgroep zijn: de invulling van de plint; (publieke) functie(s), uitstraling en de integratie gevel monument Bezuidenhoutseweg 3; afstemming op de horeca e.d.
in de omgeving; vergroening van de stedelijke laag en de torens; coördinatie en voorbereiding sloop- en bouwproces, verkeersmaatregelen. Veel onderwerpen liggen in eerste instantie bij de initiatiefnemers. Welke onderwerpen in welke fase van het proces aan de orde komen, zal in de komende maanden worden bepaald. De gemeente faciliteert de initiatiefnemers bij de communicatie met derden. Technische vragen VVD 1. Op de doorsneden is zichtbaar dat de voorgenomen torens van Bellevue een stuk hoger worden dan de omliggende gebouwen. Vanuit welk stedenbouwkundig principe is besloten dat de maximale hoogt op deze plek 180 m kan zijn? Den Haag groeit jaarlijks met ongeveer 5.000 inwoners. De druk op de woningmarkt is nu al erg groot. Om de groei op te kunnen vangen is het toevoegen van voldoende woningen in alle segmenten daarom noodzakelijk. Het gemeentelijk beleid richt zich daarbij op een beperkt aantal intensiveringsgebieden. Binnen deze gebieden zal de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk gebruikt moeten worden om plaats te bieden aan de wensen en behoeften aan nieuwe woningen, nieuwe woonmilieus en voorzieningen. Bellevue, naast station Den Haag Centraal en de binnenstad, biedt als locatie grote kansen voor stedelijk wonen, werken, voorzieningen en recreëren.
De locatie draagt bij aan de verbetering van de route tussen station en binnenstad; aan een sterkere relatie tussen Koekamp en Malieveld met het centrum stedelijk woon- en werkgebied rond het Centraal Station. Hoogbouw is hierbij geen doel op zich maar een middel om de stad op een verantwoorde manier te laten groeien en invulling te geven aan de gewenste ambities. De hoogte van het bouwvolume is te bezien als twee onderdelen: stedelijke laag en de opbouw. De stedelijke laag omvat de onderste 5 à 9 bouwlagen. Hiermee wordt de aansluiting op de omringende bebouwing en stadsstructuur gemaakt.
16/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
De omliggende bebouwing verschilt in hoogte. Vanaf de Rijnstraat loopt de bebouwingshoogte af richting de Herengracht om zo aansluiting te kunnen maken met de bestaande (lagere) bebouwing aan de Herengracht en in de Resident. Dit zijn ook de hoogtes die men vanaf de omringende straten ervaart. De opbouw bestaat uit twee torens. In het overkoepelend gemeentelijk beleid (Agenda Ruimte voor de Stad, Nota Haagse hoogbouw, gebiedsagenda Policy Campus Centraal) is deze locatie aangeduid voor hoogbouw. Er is geen maximale hoogte aangegeven. De stedenbouwkundige analyse van de locatie en de programmatische invulling heeft geleid tot de bepaling van een maximale bouwhoogte van 180 meter. 2.
Is er een overzicht beschikbaar van de omliggende bebouwingshoogten, zodat er een totaal beeld ontstaat van de stedelijke toevoeging in het gebied?
Zie de impressies bij de vragen 2 en 3 van de PvdD. 3.
In hoeverre is de toegestane in het PUK nog te wijzigen?
Het PUK Bellevue is tot stand gekomen op basis van vastgesteld beleid. Wijziging in het toegestane in het PUK vraagt daarom om een nadere inhoudelijke onderbouwing van nut en noodzaak om van bestaande kaders af te wijken. 4.
Als de toegestane hoogte in het PUK niet meer gewijzigd kan worden, hoe kan dat dan nog wel gewijzigd worden?
De stedenbouwkundige analyse van de locatie en de ruime context heeft geleid tot de bepaling van een maximale bouwhoogte van 180 meter in het PUK. Samenvattend is de keuze van de hoogte het resultaat van de volgende factoren: 1. Beleidseisen en gemeentelijke programmatische doelstellingen voor dit gebied zoals geformuleerd in de Agenda Ruimte voor de Stad, de Gebiedsagenda Policy Campus en de Nota Haagse Hoogbouw; 2. Stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangpunten; 3. De financiële en technische haalbaarheid (massastudie). In het concept bestemmingsplan, dat naar verwachting eind dit jaar ter inzage wordt gelegd, zal de maximale hoogte juridisch-planologisch worden vastgelegd.
5.
De torens die op de stedelijke laag toegevoegd worden liggen minimaal 5 meter van de rooilijn af. Welk stedenbouwkundige onderbouwing ligt er aan dit principe ten grondslag?
De beide torens kennen een setback, dat wil zeggen: ze staan naar achteren geplaatst ten opzichte van de rooilijn zodat op straatniveau vooral bebouwing van de stedelijke laag ervaren wordt en niet zozeer de torens. 6.
Wat is het idee (stedenbouwkundig, programmatisch) om niet één maar twee torens op de stedelijke laag gebouwd gaan worden?
De ratio achter het idee van twee torens zijn de regels uit de Nota Hoogbouw Eyeline – Skyline (slanke en elegante torens) en de uitkomst van gesprekken tussen de initiatiefnemers en de gemeente.
17/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10079351
Deze gesprekken hebben geresulteerd in het planvoorstel uit 2018 zoals beschreven in het PUK op bladzijde 5. Het planvoorstel ziet mede op de financiële haalbaarheid van het project en de programmatische invulling. De gemeente wenst uitdrukkelijk een integrale ontwikkeling van de Bellevue locatie. 7.
In de pararaaf over beeldkwaliteit wordt op bladzijde 41 gesteld dat de hoogbouw elegant en ingetogen is. Hoe kan een gebouw van 180 meter hoog elegant en ingetogen zijn?
In de Eyeline - Skyline is opgenomen dat de Haagse hoogbouw zich kenmerkt door elegante en slanke torens. Dit is belangrijk om licht, lucht en ruimte te behouden op alle niveaus en past bij het silhouet van de Haagse skyline. Om dit te waarborgen wordt een slankheidsregel toegepast die het volume van de toren bepaalt in relatie tot zijn bouwvlak en omgeving. (zie Hoofdstuk 5.4 Eyeline - Skyline). De inhoud van het PUK is het uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling van de Bellevue torens. Het uiteindelijke ontwerp past straks bij de omgeving waarbij veel torens zich al kenmerken als elegant, ingetogen, architectonische detaillering en passend bij de Haagse signatuur. Zodoende is dit als uitgangspunt opgenomen voor de beoordeling door de Welstandscommisie. Dit is in de paragraaf ook verder uitgewerkt bij bijvoorbeeld de alinea Expressie. 8.
Er wordt bij de beeldkwaliteit veel ruimte geboden voor ontwerpers om de architectonische expressie eigenstandig in te vullen. Waarom is er niet voor gekozen een meer strenge ontwerprichting mee te geven, waarbij recht gedaan kan worden aan de omliggende historische architectuur aan de Herengracht bijvoorbeeld.
In paragraaf 5.6 Beeldkwaliteit is vanwege deze ligging in de door u genoemde verfijnde omgeving een aantal uitgangspunten op het gebied van structuur, massa en expressie opgenomen die de ontwerprichting aangeven. Ook zijn al belangrijke zichtpunten vanuit de stad benoemd van waaruit het nieuwe gebouw uiteindelijk moet worden beoordeeld op de samenhang met de omgeving. Tevens is er ingegaan over het nog te doorlopen proces met de architect en ontwikkelaar en het supervisorenteam CID en de Welstandscommissie om een Beeldkwaliteitskader op te stellen. Het Beeldkwaliteitskader zal voor de Welstandscommissie het toetsingskader vormen voor de architectuur in de uiteindelijke Omgevingsaanvraag (bouwplan). Met vriendelijke groet, Anne Mulder
18/18