CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307990 Bijlage

Commissie Ruimte 10 maart 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Haagse daken kleuren groen, (PvdD),1.395 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Partij voor de Dieren Preadvies initiatiefvoorstel Haagse daken kleuren groen (RIS305633)

nr.

Technische vraag

Antwoord

1.

Kan het college nader toelichten waarom een onderscheid maken naar type begroeiing de regeling ingewikkeld maakt? Is het niet eenvoudig te controleren met de al gevraagde factuur en foto?

Het college wil voor de stad een eenvoudige subsidieregeling die goed te controleren is. Ervaring leert hoe simpeler de subsidieregeling, hoe meer mensen er gebruik van maken. Door onderscheid te maken in de hoogte van de subsidie op basis van het type begroeiing wordt het lastiger om die controle goed uit te voeren. Controle aan de hand van een factuur en een foto maakt het systeem fraudegevoeliger

2.

In Amsterdam wordt dit onderscheid al gemaakt in de regeling. Hoe wordt dit verschil met Amsterdam verklaard? Is contact met Amsterdam geweest over de uitvoerbaarheid en wenselijkheid van dit onderscheid? Zo ja, wat kan er geleerd worden van Amsterdam? Zo niet, kan het college dit alsnog doen?

Amsterdam hanteert een bredere subsidieregeling voor groene daken. Het college heeft daar niet voor gekozen omdat ze een eenvoudige subsidieregeling wil die goed te controleren is. Het college is wel van plan om contact op te nemen met Amsterdam en andere steden met goede voorbeelden.

3.

Vindt het college het niet wenselijk dat meer natuurvriendelijke daken worden aangelegd en niet alleen sedumdaken? Zo ja, hoe wil het college dit bereiken?

Het college wil graag meer groene daken in de stad. Naast sedumdaken gaat het daarbij ook om natuurvriendelijke daken. Het college stimuleert de aanleg van natuurvriendelijke daken onder meer via het puntensysteem natuurinclusief bouwen.

4.

Wat is de onderbouwing van het pre-advies om een brief geen onderdeel te laten zijn van de communicatiestrategie?

Het college is van mening dat persoonlijk contact in de wijk, inspiratie, goede voorbeelden, hulp en advies effectiever zijn dan alle dakeigenaren een brief te sturen. Juist in 2021 vieren we het Jaar van het Dak.

5.

Is het college wel bereid om specifiek in de meest versteende wijken waar weinig groene daken zijn eigenaren actief te benaderen?

Ja, in de tien groene energiewijken, via de bewonersinitiatieven in alle wijken. Via de stadsdeelmedewerker die ook duurzaamheid onder zijn/haar hoede heeft.

6.

Hoe denkt het college mensen met ‘inspiratie’ te bereiken zonder actieve benadering?

Inspiratie voor dakeigenaren om zelf hun dak te vergroenen kan komen van groene daken in de buurt, goede voorbeelden die via (online) communicatie zoals duurzamestad.denhaag.nl een platform krijgen, actieve benadering in een aantal wijken, etc. Dat zal dit jaar vooral via het jaar van het dak opgezet worden, zie voor een indicatie van de activiteiten de afdoening van de motie 'maak 2021 het jaar van het dak’ (RIS306791)

7.

Het college geeft aan dat het niet eventueel via Duurzaam Den Haag een selectie van installateurs wil maken. Waarom is dat? Hoe wil het dan inwoners ontzorgen bij de aanleg van een groen dak?

In een specifieke wijkactie kan er mogelijk wel sprake zijn van het betrekken van installateurs. Maar stadsbreed wil het college eerst punt VI onderzoeken voordat er gekeken wordt naar een selectie zoals voorgesteld in punt VII.

8.

Is het college wel bereid collectieve inkoopacties rond groene daken op te zetten?

Ja, bij de straataanpakken bijvoorbeeld.

9.

Ziet het college het als wenselijk om zelf het goede voorbeeld te geven en in elk geval de komende paar jaar groene daken op gemeentelijke gebouwen te leggen?

Ja, dat ziet het college als wenselijk, zowel in nieuwbouw als bestaande bouw. Bij panden die in aanmerking komen om de komende jaren te verduurzaming wordt deze mogelijkheid dan ook standaard onderzocht en afgewogen in samenhang met de andere eisen voor een energietransitieklaar gebouw.

10.

Welke afweging maakt de gemeente concreet bij de aanleg van groene daken op haar gebouwen? Welke type gebouwen zijn het meest geschikt?

Bij nieuwbouw en grootschalige renovatie wordt de toepassing van groene daken afgewogen tegenover andere wensen of vereisten op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit en natuurinclusiviteit maar ook de bruikbaarheid en welstands- of monumentenvereisten. Bij bestaande gebouwen is er niet een veel voorkomend gebouwtype, dat extra geschikt of ongeschikt is, te onderscheiden. Wel zijn er gebouwkenmerken aan te wijzen. Bijvoorbeeld (hoge) gebouwen met een kleine footprint hebben hun relatief kleine dak vaak volledig nodig voor installaties. Platte daken met grind als ballast zijn kansrijk. Grote vrij overspannende daken zijn vaker ongeschikt dan geschikt.

11.

Het college geeft aan dat het wil onderzoeken of een uitgebreidere aanpak rond klimaatadaptieve scholen wenselijk is, maar is weinig concreet over waarom het de aanleg van groene daken op schoolgebouwen niet deels zou willen financieren. Kan het college dit motiveren?

Schoolbesturen zijn zwaar belast in de periode met corona. Hun focus is nu ventilatie en voldoende mogelijkheden om afstand te houden in hun gebouwen. Het college wil niet vooruitlopend op een nog op te stellen gezamenlijke aanpak van gemeente en schoolbesturen uitspraken doen over financiering. Voor groene/blauwe schoolpleinen is er enthousiasme bij de schoolbesturen.

12.

Op welke manieren wil het college de scholen ontzorgen om het klimaatadaptief maken van de gebouwen te vereenvoudigen? Is het college bereid een overzichtelijk voorstel voor scholen te maken?

Vooruitlopend op een aanpak kan het college nog niet aangeven hoe zij schoolbesturen zal ontzorgen. In een mogelijke uitgebreidere aanpak voor het klimaatadaptiever maken van scholen zal zeker getracht worden schoolbesturen zo min mogelijk te belasten.

13.

Wat is de motivatie van het college om niet met corporaties een doel, eventueel wijkspecifiek, te stellen rond de aanleg van groene daken?

Het college gaat uit van de afspraken zoals gemaakt in de raamovereenkomst en prestatieafspraken. Eventuele extra afspraken over groene daken van corporaties overweegt het college na bespreking en afweging in de risicodialogen klimaatadaptatie met de woningcorporaties.

14.

Het college suggereert bij dictum XIII dat de eis van 40% biodivers dak bij hoogbouw als verplichting is opgenomen in het puntensysteem natuurinclusief bouwen. Kan het college dit nader toelichten?

Ja, dit klopt. In de toe te passen puntentabel natuurinclusief bouwen is een regel opgenomen waarin staat: Alleen bij hoogbouw (>50m): minimaal 100% van de footprint van de stedelijke laag komt terug als horizontale buitenruimtes zoals daktuinen. Daarvan moet minimaal 40% ingericht worden met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit.

15.

Wordt het puntensysteem en daarmee de uitwerking van de 40%-eis daadwerkelijk verplicht gesteld in alle PUK’s van hoogbouwontwikkelingen?

Het puntensysteem en daarmee de 40%-eis wordt opgenomen in alle PUK's van hoogbouwontwikkelingen. Via privaatrechtelijke overeenkomsten wordt de verplichting vastgelegd. In het geval van de Binckhorst is er ook een publiekrechtelijke verankering van deze eis in het omgevingsplan.

16.

Wordt het puntensysteem niet verplicht voor hoogbouwontwikkelingen die geen PUK of gronduitgifte vergen?

Het puntensysteem is niet verplicht bij hoogbouwontwikkelingen die geen PUK of gronduitgifte vergen, tenzij het puntensysteem is opgenomen in een voor die ontwikkeling geldend omgevingsplan zoals bij de Binckhorst.

17.

Bij dictum XIV wordt door het college gesteld dat bij gebouwen onder 50 meter het puntensysteem natuurinclusief bouwen moet worden toegepast. Is deze stelling juist? Zo ja, waar is dit vastgelegd? Zo nee, waarom niet?

Nee deze stelling is niet geheel juist: het puntensysteem is door het college verplicht gesteld voor alle grootschalige bouwplannen, gedefinieerd als: met een footprint groter dan 2000m2 en/of een hoogte van 30 meter of hoger. Dit is vastgelegd in het besluit over het puntensysteem natuurinclusief bouwen: RIS301953. Het college heeft besloten tot een gefaseerde invoering, te beginnen met toepassing bij de categorie grootschalige projecten, waar sprake is van een tender en/of een gronduitgifteovereenkomst en/of een omgevingsplan waarin het puntensysteem publiekrechtelijk verankerd is.

18.

Gesteld wordt dat bij planuitwerkingskaders het puntensysteem wordt opgenomen voor ontwikkelingen onder de 50m. Waar is dit vastgelegd? Betekent dit dat als er een PUK is altijd wordt geëist dat het puntensysteem wordt toegepast?

Bij alle bouwontwikkelingen heeft het college de ambitie om natuurinclusief te (laten) bouwen. Een verplichting is door het college gesteld voor grootschalige bouwplannen, gedefinieerd als: met een footprint groter dan 2000m2 en/of een hoogte van 30 meter of hoger in die gevallen waar sprake is van een tender en/of een gronduitgifteovereenkomst en/of een omgevingsplan waarin het puntensysteem publiekrechtelijk verankerd is. Zie RIS30195.

19.

Wordt het puntensysteem niet verplicht voor ontwikkelingen onder de 50m die geen PUK of gronduitgifte vergen?

Het puntensysteem is niet verplicht bij ontwikkelingen die geen PUK of gronduitgifte vergen, dus ook niet bij ontwikkelingen onder de 50m.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9821338/1