CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307986 Bijlage 1 Taalnota

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Onderwijs, Sport en Buitenruimte inzake Taalnota (RIS307986)9.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De taal van meedoen Taalnota gemeente Den Haag

Rekenen

Spreken

Lezen

Computeren

Schrijven

V O O RW O O R D

2

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Voorwoord De Nederlandse taal kunnen lezen, schrijven en spreken is de sleutel om echt onderdeel te zijn van de samenleving. Den Haag is een diverse stad en de Nederlandse taal kan juist hier helpen om verschillen te overbruggen. Toch is een kwart van de Hagenaars laaggeletterd en zijn er stadsdelen waar dit aandeel oploopt tot 50%. Dat percentage is natuurlijk veel te hoog en daarom kom ik met deze Taalnota.

Taal is vanzelfsprekend een belangrijk onderwerp waar kinderen dagelijks in de klas mee aan de slag zijn, maar ook bij volwassenen verdient het de volle aandacht. Er zijn uiteenlopende redenen waarom een deel van de Hagenaars de Nederlandse taal (nog) niet goed machtig is. Bijvoorbeeld omdat ze hier vanuit het buitenland nog maar net zijn komen wonen, omdat de Nederlandse taal in de directe omgeving niet veel gesproken wordt of omdat er in de opvoeding weinig aandacht voor was. Daarnaast is er ook een groep die te weinig hulp heeft gehad bij het leren lezen en schrijven als kind. En als volwassene met de gevolgen daarvan kampt. Er is daarom niet één standaard aanpak. Er is voor elke groep aandacht, maar ik kies er bewust voor om voor vier specifieke doelgroepen de komende jaren extra inzet te plegen. Dit zijn groepen die we nu nog onvoldoende bereiken en waarbij de grootste winst te behalen valt. Deze vier doelgroepen zijn in volgorde van prioriteit: 1. Ouders van jonge kinderen. 2. Jongeren van 18 tot en met 27 jaar. 3. Mensen met een uitkering, die niet voldoen aan de taaleis. 4. EU-arbeidsmigranten. Ik heb groot respect voor de Hagenaars die zelf de stap zetten om aan de slag te gaan om hun taalvaardigheid te vergroten. Dat vraagt lef en durf. Het past ook bij mijn visie op het taalvraagstuk.

Ik vind dat we als gemeente samen met partners het maximale moeten doen om een goed aanbod van taalcursussen te bieden en mensen hierover te informeren, maar dat we ook mogen verwachten dat mensen hier zelf energie in steken. Het is namelijk in de eerste plaats in hun eigen belang en dat van hun kinderen. Als je taalvaardigheid toeneemt groeit je zelfvertrouwen, is het makkelijker om een baan te vinden en ben je beter in staat om je kinderen te helpen met school. Het is kortom, de weg naar brede participatie in de maatschappij. Met de aanpak uit deze Taalnota kunnen we Hagenaars meer kansen bieden om hun taalvaardigheid te vergroten. Bepalend voor het succes van de aanpak is dat Hagenaars deze kansen ook grijpen. Een Den Haag van gelijke kansen is niet alleen een verantwoordelijkheid van de gemeente, maar van alle Hagenaars. Daarom draagt deze Taalnota met recht de titel ‘De taal van meedoen’. Hilbert Bredemeijer, Wethouder Onderwijs, Sport en Buitenruimte

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

3

Inhoud Voorwoord3 Samenvatting7 Inleiding9 Laaggeletterdheid11 Wat is onze visie? Hoe maken we onze visie waar? Wat merkt de laaggeletterde Hagenaar hier straks van? Hoe pakken we dit probleem aan? Hoe komt het dat iemand laaggeletterd wordt? Wie zijn de laaggeletterden in Den Haag? In welke wijken wonen de meeste laaggeletterden? Welke doelgroepen vragen extra inzet?

11 11 12 12 12 12 14 14

Wat doen wij er al aan en wat kan nog beter?

17

Onze aanpak van laaggeletterdheid werkt Wat willen we houden zoals het nu is? Wat willen we verbeteren?

17 18 19

Aanpak en actieprogramma Welke doelen hebben we? A. We bereiken meer laaggeletterde Hagenaars B. Meer Hagenaars krijgen in 1 keer een passend traject C. Betere samenwerking binnen de Haagse Taalketen D. Betere samenwerking binnen de gemeente

Hoe we dit gaan betalen

23 23 23 25 27 28

31

Bijlagen33 A. Kamerbrief vervolgaanpak laaggeletterdheid ­2020-2024 B. Samenhang tussen beleidsterreinen C. Samenwerking binnen regio Haaglanden D. De gemeente Den Haag communiceert in duidelijke taal E. Gebruikte onderzoeken laaggeletterdheid

4

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

33 33 36 36 37

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

5

Inleiding

6

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Samenvatting In Den Haag is ongeveer 24% van de volwassenen laaggeletterd. Laaggeletterden hebben vaak moeite om zelfstandig en actief mee te doen in de samenleving. Daardoor is het lastig op de werkvloer of bij het vinden van werk. Bij het aangaan van sociale contacten en actief meedoen in de buurt. En met het helpen van hun kinderen bij school.

Het is belangrijk dat Hagenaars deel kunnen nemen aan de samenleving Daarom willen we deze Hagenaars ondersteunen om actief aan de slag te gaan met: • beter te schrijven; • beter te lezen; • beter te spreken; • beter te rekenen; • om te gaan met computers en internet.

Ons uiteindelijke doel: steeds meer laaggeletterde Hagenaars benutten de kracht van een (taal)traject Dat is nodig om onze visie te realiseren. Dit doel halen we als de taaltrajecten beter aansluiten op elkaar en op de behoeften van laaggeletterden in Den Haag. En als we beter samenwerken. Het resultaat is dat een laaggeletterde Hagenaar in één keer het traject vindt dat bij hem past.

De laaggeletterde Hagenaar staat centraal in onze aanpak We houden in onze aanpak rekening met het volgende: • De oorzaak: hoe komt het dat iemand laaggeletterd wordt? • De mensen: wie zijn de laaggeletterden in Den Haag? • De locatie: in welke wijken wonen de meeste laaggeletterden? • De noodzaak: welke doelgroepen vragen extra inzet?

We gaan verder met de dingen we al goed doen We houden de lessen die er al zijn. We blijven wijkgericht werken. En we blijven samenwerken in de Haagse Taalketen.

We verbeteren wat er beter kan met concrete acties. We gaan het volgende doen: • extra aandacht geven aan het bereiken en ondersteunen van ouders van jonge kinderen, jong volwassenen, mensen met een uitkering die niet voldoen aan de taaleis, en EU-arbeidsmigranten bij het werken aan hun (taal)vaardigheden. Via actieonderzoeken komen we erachter hoe dit het beste kan. • een pilot starten met een persoonlijk leerplan via het Taalhuis. • afspraken maken over zorgvuldige doorverwijzing naar een vervolgcursus. • de goede ervaringen gebruiken die in de corona-periode zijn ontwikkeld, zoals lessen via internet.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

7

• extra aandacht geven aan lessen in omgaan met computers en internet. • nog beter samenwerken binnen de Haagse Taalketen. • beter samenwerken binnen de gemeente.

Nadere uitwerking en rapportage in de Taalmonitor Jaarlijks doen we in een Taalmonitor verslag over de voortgang en resultaten van de acties. En over wat er is ontwikkeld en hoe we daarmee verder gaan. We beschrijven ook de doelen waar we het komende jaar aan gaan werken. Dit heet een uitvoeringsprogramma. Waar mogelijk werken we met indicatoren om resultaten te meten. Met deze Haagse aanpak zorgen we ervoor dat meer laaggeletterden hun kansen pakken en werk maken van de vaardigheden die nodig zijn om mee te doen in de Haagse samenleving.

8

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Inleiding In Den Haag is ongeveer 24% van de volwassenen laaggeletterd. Dit blijkt uit onderzoek van CINOP uit 2017. Dat zijn dus ongeveer 84.000 volwassen Hagenaars tussen 16 en 65 jaar. In Nederland is 12% gemiddeld. Bij ons ligt dit dus veel hoger. Ook hoger dan bijvoorbeeld Rotterdam, Amsterdam en Utrecht. Dit verschil kan komen doordat er in Den Haag minder studenten wonen. En meer mensen met een buitenlandse afkomst. Dit noemen we in dit stuk mensen met een migratieachtergrond. Vaak komen die uit een niet-westers land. In Den Haag zijn ongeveer 66.000 laaggeletterde Hagenaars met een migratieachtergrond. Hieronder valt ook een groeiende groep EU-arbeidsmigranten. Er zijn ruim 2,5 miljoen laaggeletterden in Nederland Dit is een schatting van de Algemene Rekenkamer. De Algemene Rekenkamer kijkt hiervoor naar alle Nederlanders van 16 jaar of ouder. De Algemene Rekenkamer rekent ook mensen mee die slecht zijn in rekenen. Dit noemen we ook wel laaggecijferden.

Laaggeletterden hebben moeite met zelfstandig en actief meedoen in de samenleving Een laaggeletterde heeft moeite met lezen, spreken en schrijven van de Nederlandse taal. Dit is dus iets anders dan een analfabeet. Een analfabeet kan helemaal niet lezen of schrijven. En het is ook meer dan alleen taal. Vaak hebben laaggeletterden ook moeite met rekenen en kunnen ze niet omgaan met computers, telefoons of betaalautomaten. De gevolgen hiervan zijn heel groot.

Laaggeletterden lopen meer risico als het economisch slechter gaat Door de uitbraak van het coronavirus hebben veel bedrijven en organisaties het moeilijk. Hierdoor raken mensen werkloos. Meer mensen komen in de schulden en in armoede terecht. De kans dat dit laaggeletterden zijn is groot. Want voor een laaggeletterde is het bijvoorbeeld moeilijk om een nieuw beroep te leren. Of om heel veel online te doen. En dat zijn dingen die nodig zijn om aan het werk te blijven.

Een laaggeletterde leest op het taalniveau van de basisschool of slechter Het taalniveau zegt iets over hoe goed je kunt lezen en schrijven. Een kind dat van de basisschool afkomt zit op taalniveau 1F. Iemand van 15 of ouder die op of onder taalniveau 1F zit, noemen we laaggeletterd. Je moet taalniveau 2F of hoger hebben om zelfstandig mee te doen in onze samenleving. Een kind dat vmbo of mbo-niveau 2 of 3 afrondt, zit op taalniveau 2F. Komt iemand uit het buitenland? Dan meten we het taalniveau anders. Het taalniveau is dan A1, A2, B1, B2, C1 of C2. Daarbij is A1 het laagst en C2 het hoogst. We noemen iemand uit het buitenland laaggeletterd als hij taalniveau A1 of A2 heeft in het Nederlands.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

9

In het onderwijs werken we aan het voorkomen van laaggeletterdheid Basisscholen en middelbare scholen hebben een hele belangrijke rol bij het leren lezen en schrijven. Door het geven van goed taalonderwijs aan kinderen op de leeftijd dat ze dit snel en makkelijk kunnen leren, worden minder mensen laaggeletterd. Het is belangrijk dat ouders daar bij helpen. Zij zijn voor kinderen het belangrijkste voorbeeld. Daarom is het zo belangrijk dat ook ouders in het Nederlands communiceren en dat zij kunnen helpen met school. Investeren in gelijke kansen voor kinderen is niet alleen voorbehouden aan scholen, maar strekt zich juist ook uit naar de thuissituatie.

In deze nota leest u hoe we laaggeletterden hun kansen laten pakken U leest eerst waarom we laaggeletterdheid willen aanpakken. Wat willen we daarmee bereiken? Dit werken we praktisch uit. We beschrijven onze uiteindelijke doelen. Hiermee houden we komende jaren in de gaten of we nog wel de goede dingen doen. Uit deze concrete doelen komen acties. Wat gaan we doen om laaggeletterden te ondersteunen bij het zelf aan de slag gaan? En wat doen we later? Het antwoord op deze vragen leest u achteraan deze nota.

10

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Laaggeletterdheid Wat is onze visie? Wij willen dat Hagenaars zelfstandig en actief meedoen in de samenleving Wij willen dat iedere Hagenaar bijvoorbeeld: • mee kan doen met activiteiten in zijn omgeving; • communicatie vanuit de gemeente en andere overheden begrijpt; • contacten kan onderhouden met buren of met andere ouders; • zelfstandig een probleem kan uitleggen aan de dokter; • zijn kinderen met schoolwerk kan helpen; • werk kan vinden waarvoor de Nederlandse taal nodig is.

Wij willen Hagenaars ondersteunen om de taal beter te leren spreken, schrijven en lezen Laaggeletterde Hagenaars hebben moeite met zelfstandig en actief meedoen aan de samenleving. Daarom willen we dat zij de taal beter leren schrijven, spreken, lezen, en beter leren rekenen en omgaan met computers en internet. Zij moeten dit natuurlijk zelf doen. Maar we ondersteunen ze daarbij. Dit hebben we afgesproken in het coalitieakkoord ‘Samen voor de Stad’. En dit sluit ook aan bij wat de rijksoverheid van ons vraagt. Daarover leest u meer in de kamerbrief ‘Samen aan de slag voor een vaardig Nederland’. Zie ook bijlage A: Kamerbrief vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020-2024.

De laaggeletterde Hagenaar staat centraal in onze aanpak Elke Hagenaar is uniek. Dit geldt ook voor laaggeletterde Hagenaars. Daarmee houden we rekening bij onze acties om laaggeletterdheid aan te pakken. We werken samen met allerlei organisaties. Zo kunnen we elke laaggeletterde Hagenaar de ondersteuning bieden die hij nodig heeft.

Hoe maken we onze visie waar? Steeds meer laaggeletterde Hagenaars benutten de kracht van een (taal)traject Om ervoor te zorgen dat laaggeletterde Hagenaars zelfstandig en actief mee kunnen doen in de samenleving is het zaak dat zij de kracht van (taal)trajecten kunnen benutten. Dit realiseren we door taaltrajecten beter op elkaar aan te sluiten. En op de behoeften van laaggeletterden in Den Haag. Een taaltraject bestaat uit verschillende activiteiten om te leren. Je leert er beter lezen, spreken, schrijven, rekenen en omgaan met computers en internet. Wij willen dat elke laaggeletterde Hagenaar aan de slag kan met een passend en doorlopend taaltraject: • Wat je leert, moet passen bij wat je nodig hebt. Daarom noemen we dit ‘passend’. • De verschillende cursussen moeten goed op elkaar aansluiten. Dit noemen we ‘doorlopend’. • Na het taaltraject moet je bezig blijven met wat je geleerd hebt. Dit noemen we ‘onderhoud’. Op die manier merken laaggeletterden dat leren ook leuk kan zijn. En door zo’n taaltraject kunnen steeds meer Hagenaars zelfstandig en actief meedoen in de samenleving. TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

11

Wat merkt de laaggeletterde Hagenaar hier straks van? Iemand die laaggeletterd is, zal merken dat hij een goed advies krijgt over de cursus die bij hem past. Het maakt daarvoor niet uit bij welke organisatie hij aanklopt. Hij vindt snel de juiste cursus. Daar leert hij wat hij wil leren, gericht op zijn toekomst in Den Haag.

Hoe pakken we dit probleem aan? We houden in onze aanpak rekening met het volgende: • De oorzaak: hoe komt het dat iemand laaggeletterd wordt? • De mensen: wie zijn de laaggeletterden in Den Haag? • De locatie: in welke wijken wonen de meeste laaggeletterden? • De noodzaak: welke doelgroepen vragen extra inzet? Hieronder leest u meer over deze vragen.

Hoe komt het dat iemand laaggeletterd wordt? Laaggeletterdheid kan verschillende oorzaken hebben Er zijn meerdere redenen waardoor iemand laaggeletterd is. Soms is het een combinatie van redenen. Meestal heeft een laaggeletterde te weinig hulp gehad bij het leren lezen en schrijven. Of zijn problemen met lezen en schrijven op school niet op tijd opgemerkt. Nederlanders van wie de ouders uit het buitenland komen, zijn soms ook laaggeletterd. Dat kan te maken hebben met dat de ouders zelf weinig onderwijs hebben gevolgd.

Wie zijn de laaggeletterden in Den Haag? De groep ‘laaggeletterden’ bestaat uit veel verschillende mensen We kunnen deze groep bijvoorbeeld verdelen in 2 groepen: • Mensen met Nederlands als eerste taal (moedertaal). Deze groep heet ook wel de NT1-groep. Hieronder vallen ook Nederlanders van wie de ouders een migratie achtergrond hebben. • Mensen met Nederlands als tweede taal. Deze groep heet ook wel de NT2-groep. Deze groep is in Den Haag veruit het grootst. In Den Haag wonen namelijk veel mensen met een migratie ­achtergrond. Veel meer dan in andere gemeenten in Nederland. En vaak komen deze mensen uit een niet-westers land.

12

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Met onze aanpak willen we alle laaggeletterden bereiken. Dus de NT1-groep én de NT2-groep. En de mensen die niet bij 1 van die groepen horen. Denk bijvoorbeeld aan mensen die in het buitenland geboren zijn, maar op jonge leeftijd naar Nederland kwamen.

Laaggeletterdheid herkennen is moeilijk Spreekt iemand goed Nederlands? En is hij of zij hier naar school gegaan? Dan gaan we er snel vanuit dat die persoon goed genoeg leest, schrijft en rekent. Mensen durven er ook niet naar te vragen. Zelfs hulpverleners durven het niet. Of ze denken er niet aan. Laaggeletterden laten het zelf ook niet snel weten aan anderen. Ze schamen zich ervoor. Ze verbergen het. Vaak zelfs voor hun familie en vrienden. Ze ontwijken situaties waar lezen en schrijven nodig is. En ze nemen ook geen cursus. Dit kan te maken hebben met de schaamte. Of met vervelende ervaringen met leren of school. Of ze zien het nut er niet van in. Ze willen dan liever werken aan problemen waar ze dagelijks tegen aanlopen. Bijvoorbeeld schulden of fysieke klachten.

Laaggeletterdheid bij mensen met een migratieachtergrond Nederlands leren is lastig als dit niet je moedertaal is. Je moet niet alleen leren lezen en schrijven. Maar ook leren verstaan en spreken. Dat is een extra uitdaging. Een deel van die mensen is in hun moedertaal ook laaggeletterd. Een ander deel alleen in het Nederlands. Dat deel redt zich vaak wel. In hun moedertaal of bijvoorbeeld in het Engels. Zij hebben dan weinig last van hun laaggeletterdheid in het dagelijks leven, maar kunnen niet goed meedoen met activiteiten in de stad.

Rekening houden met verschillen in aanpak en benadering De groepen NT1 en NT2 vragen een andere aanpak en benadering. Bij werving en activering, maar ook in de wijze van lesgeven en begeleiding tijdens het leren. Hiermee houden we in de Taalnota ­rekening. We weten bijvoorbeeld dat rekencursussen en les in omgaan met computers beter aansluiten bij de NT1 groep. Daarmee verleiden we ze ook om lees- en schrijfcursussen te gaan volgen. We organiseren met de gemeenten in de regio al enkele jaren de wervingscampagne “Doe Weer Mee!” om moeilijk bereikbare groepen te stimuleren met taallessen aan de slag te gaan.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

13

In welke wijken wonen de meeste laaggeletterden? Vooral in Laak, Escamp en Centrum wonen veel laaggeletterde Hagenaars Hieronder ziet u een kaart van Den Haag. Daarop staan alle stadsdelen. Per stadsdeel ziet u een percentage. Dit percentage geeft aan hoeveel laaggeletterden daar wonen. In onze aanpak van ­laaggeletterdheid houden we hier rekening mee. Omdat we kijken in de wijk wat er nodig is.

SCHEVENINGEN

5% SEGBROEK

4%

LOOSDUINEN

11%

HAAGSE HOUT

CENTRUM

34%

10%

50%

LAAK

38%

10%

LEIDSCHENVEEN / YPENBURG

ESCAMP

Bron: Cinop 2017

Welke doelgroepen vragen extra inzet? Vier doelgroepen met extra urgentie We willen alle laaggeletterde Hagenaars bereiken. We stemmen de inhoud, methode en organisatie van de lessen op hun behoefte af. Maar er zijn vier specifieke doelgroepen aan te wijzen die extra aandacht vragen gelet op hun specifieke wensen of belang. Deze groepen krijgen bijvoorbeeld voorrang­­op de wachtlijst. Deze doelgroepen zijn op volgorde van prioriteit: 1. Ouders van jonge kinderen Kinderen leren de taal het beste binnen het gezin. Hun ouders zijn hun grote voorbeeld. Als we de ouders bereiken, leren ook hun kinderen de taal beter. Daarom willen we de ouders van jonge kinderen aanmoedigen om een taaltraject te volgen. Daarmee verbeteren we de kansen voor kinderen. Dit vinden wij erg belangrijk. Daarom heeft deze doelgroep topprioriteit.

14

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

2. Jongeren van 18 tot en met 27 jaar We richten ons op deze groep om te zorgen dat er geen laaggeletterden meer bij komen. Op dit moment is de kans best groot dat een jongere laaggeletterd wordt of blijft. Zo leest 60% van de jongeren alleen als het moet. Bijvoorbeeld om informatie op te zoeken. Dit blijkt uit het ­PISA-onderzoek 20181. 3. Mensen met een uitkering, die niet voldoen aan de taaleis Iemand met een uitkering heeft contact met de gemeente. Soms merken we dan dat iemand laaggeletterd is of niet goed Nederlands kan spreken. Die mensen bieden we een taaltraject aan. De wet eist namelijk van mensen die een uitkering krijgen dat zij goed genoeg Nederlands kunnen. Zij moeten zich inspannen om minimaal taalniveau 1F te behalen. Dit noemen we de taaleis. 4. EU-arbeidsmigranten Dit zijn mensen uit een ander Europees land die hier komen werken. Meestal uit Oost-Europa. Deze mensen blijven steeds vaker voor lange tijd in Den Haag. Zij hoeven in tegenstelling tot migranten van buiten Europa geen inburgering te doen. Toch is het belangrijk dat ook zij de Nederlandse taal leren. Via het informatiepunt voor EU-arbeidsmigranten verbinden we deze groep met de taallessen in de stad. Daarnaast vragen we de werkgevers van deze mensen om taallessen op het werk te organiseren. De werkgevers kunnen hun werknemers namelijk ­enthousiast maken voor een taaltraject.

Verder zijn deze mensen vaak ouders van jonge kinderen. Dus via die groep bereiken we ze ook.

1 https://ris.utwente.nl/ws/portalfiles/portal/160130971/Resultaten_PISA_2018_in_vogelvlucht.pdf

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

15

16

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Wat doen wij er al aan en wat kan nog beter? We gaan verder met de dingen die we al goed doen. En we verbeteren wat er beter kan. Hieronder leest u: • waarom onze aanpak werkt; • wat we willen houden zoals het is; • wat we willen verbeteren.

Onze aanpak van laaggeletterdheid werkt We weten dat onze aanpak werkt, omdat: • dit uit onderzoek blijkt; • we veel meer laaggeletterden bereiken dan andere gemeenten; • we er iets voor terugkrijgen.

Uit onderzoek blijkt dat onze aanpak werkt In 2019 is in Den Haag onderzoek2 gedaan naar het effect van taaltrajecten. En wat blijkt? Het grootste deel van de deelnemers van taaltrajecten wordt actiever en zelfstandiger. Een paar opvallende resultaten: • Na een taaltraject is ongeveer 66% van de deelnemers beter geworden in taal. • Na een taaltraject gaat ongeveer 50% van de deelnemers actiever meedoen in de samenleving. Bijvoorbeeld met sportactiviteiten en andere activiteiten. • Na een taaltraject heeft ongeveer 20 tot 30% van de deelnemers meer kans op een baan. • Na een taaltraject wil meer dan 50% een vervolgopleiding doen.

Wij bereiken gemiddeld 8% van de laaggeletterden per jaar Dit betekent dat elk jaar 8% van de laaggeletterden meedoet met een activiteit om beter te leren lezen, schrijven en rekenen. Gemiddeld in Nederland is 3%. Daarmee scoren wij in Den Haag dus veel hoger. Dit blijkt uit het onderzoek van CINOP uit 2017.

We krijgen er ook iets voor terug We werken al jaren aan het ondersteunen van laaggeletterden in Den Haag. In 2014 is berekend wat dit oplevert3. Toen bleek: we verdienen € 1,79 voor elke euro die we uitgeven aan de aanpak van laaggeletterdheid. Dit komt voor 70% doordat de mensen meer gaan werken als ze niet meer laag­geletterd zijn. Voor 30% komt dit doordat mensen minder gezondheidszorg gebruiken als ze niet meer laaggeletterd zijn.

2 Monitor Volwasseneneducatie (2019) 3 PWC, laaggeletterdheid in Nederland kent aanzienlijke maatschappelijke kosten (2013)

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

17

Wat willen we houden zoals het nu is? We houden de lessen die er al zijn In Den Haag kun je veel verschillende taallessen, rekenlessen en computerlessen volgen. In totaal deden ruim 10.000 mensen mee aan zo’n activiteit. De gemeente geeft hiervoor subsidie. Hieronder ziet u een paar voorbeelden van welke lessen er zijn: • Ouders van jonge kinderen kunnen taallessen volgen via het Centrum van Jeugd en Gezin (CJG) en op de school van hun kinderen. • In verschillende wijken kun je makkelijk meedoen met activiteiten om beter te worden in taal, rekenen of computeren. • Taal in de Buurt is in vele buurten actief om mensen te helpen een eerste stap te zetten in het leren van de Nederlandse taal. • Vrijwillige taalmaatjes helpen mensen met beter Nederlands spreken. • De bibliotheek organiseert activiteiten om beter te leren lezen en spreken. • In het Taalhuis in de bibliotheek kunnen mensen zelf aan de slag. Hier krijgen ze ook advies over welke lessen bij hen passen. Dit zijn allemaal lessen die goed lopen. Die willen we daarom houden.

We blijven wijkgericht werken De wijkgerichte aanpak betekent dat we per wijk kijken wat er nodig is. Dit doen we met de Haagse Taalketenaanpak. We zijn met deze aanpak begonnen in Laak, Mariahoeve en Moerwijk. Door de motie ‘Doorpakken op laaggeletterdheid4‘ kunnen we de aanpak nu ook inzetten in Morgenstond, Bouwlust, Vrederust, Rustenburg, Oostbroek, Schilderswijk en Transvaal. Het doel ervan is om meer inwoners te bereiken en aan de slag te laten gaan met taal, rekenen of computeren. Een tweede doel is dat mensen na zo’n les bezig blijven met leren. Deze doelen hebben we in die wijken gehaald: • 1.500 extra mensen hebben meegedaan met activiteiten om beter te worden in taal, rekenen of computeren. • Wijkbewoners gaan ook daarna door met lessen in taal, rekenen en computeren. Daarmee blijven ze langer bezig met hun taal. En doen ze mee met meer activiteiten in de wijk.

Door de Haagse Taalketen verbeteren we onze aanpak van laaggeletterdheid In Den Haag werken verschillende partijen samen om laaggeletterden te helpen. Deze samenwerking noemen we ‘de Haagse Taalketen’. De Haagse Taalketen verbindt taalaanbieders, het Taalhuis en welzijnswerk met elkaar. En met andere organisaties die betrokken zijn bij taaltrajecten. Zo kunnen ze van elkaar leren. En elkaar aanvullen. Hoe langer we samenwerken, hoe beter dat gaat. En de ­laaggeletterden merken hier het meest van. We kunnen hun namelijk de hulp bieden die bij hen past.

4 RIS298975

18

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Wat willen we verbeteren? We willen meer laaggeletterde Hagenaars bereiken We bereiken nu zo’n 8% van alle laaggeletterden in Den Haag. Dat is veel, als je het vergelijkt met de rest van Nederland. Maar het betekent ook dat we nog veel meer laaggeletterden niet bereiken. Daar moeten we iets aan doen. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat er ondersteuning voor ze is. Anderen weten het wel, maar denken dat het niet voor hen is. Of ze durven niet zo goed om hulp te vragen. Of ze twijfelen aan het nut van taalles. Die mensen willen we ook bereiken zodat ze zelf actief aan de slag kunnen. Hiernaar hebben we onderzoek laten doen. Hierover staat meer geschreven in bijlage E. Gebruikte onderzoeken laaggeletterdheid. Dit onderzoek helpt ons om de mensen te bereiken die we nu nog niet bereiken. In het plaatje hieronder ziet u een deel van de uitkomsten van het onderzoek. De gekleurde vlekken in het plaatje hiernaast staan voor soorten laaggeletterden (NT1). De Afwachtende Opvolger bijvoorbeeld. Dit zijn mensen die accepteren dat ze laaggeletterd zijn. Maar ze vinden niet dat zij daar iets aan moeten doen. Deze mensen kun je goed overhalen om een taalles te volgen. De Sceptische Uniekeling denkt er heel anders over. Die ontkent dat hij laaggeletterd is. En hij wil er ook niet graag iets aan doen. Zulke mensen zijn heel moeilijk over te halen om een taalles te volgen.

De Doelgerichte Kansverbeteraar bereiken we nu al heel goed. Die gaat namelijk vaak zelf op zoek naar hulp. En in Den Haag kun je dat dan makkelijk vinden.

We willen de taaltrajecten beter laten aansluiten bij de laaggeletterde Hagenaar We zien dat taaltrajecten niet altijd goed aansluiten bij de deelnemers. Dat zien we bijvoorbeeld aan het feit dat deelnemers binnen een traject wisselen van taalles. Of dat ze stoppen voor het einde. Ook vertellen deelnemers het volgende: • Ze willen hulp bij het gebruiken van de taal buiten de lessen om en na de lessen. • Ze willen lessen kunnen volgen in het weekend of ’s avonds. • Ze moeten lang zoeken voordat ze een les vinden. Vaak vinden ze het toevallig. En niet omdat ze ernaar op zoek waren. Al deze punten willen we verbeteren.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

19

We willen meer met internet doen Het coronavirus heeft een grote invloed op ons. Ook op taaltrajecten. Door corona gingen veel taaltrajecten niet door. Toch zagen we hier goede creatieve oplossingen voor: • Docenten gaven online lessen. Of ze namen filmpjes op. • Er was online 1-op-1 contacten tussen laaggeletterden en docenten en vrijwilligers. • Er werd oefenmateriaal online uitgedeeld. • Mensen kregen een ‘online taalmaatje’. • Organisaties deelden goede ervaringen. • De gemeente vroeg taalambassadeurs de teksten over de coronamaatregelen mee te lezen en begrijpelijker te maken. Deze taalambassadeurs waren vroeger laaggeletterd. Zie ook bijlage D. De gemeente Den Haag communiceert in duidelijke taal. • In de wijken ontstonden door ‘coronahulp’ soms spontaan nieuwe samenwerkingen, die ook goed werken om meer laaggeletterden te bereiken. Met deze oplossingen willen we verder.

We willen extra aandacht geven aan lessen in omgaan met computers en internet Hiervoor hebben we 2 redenen: • Mensen zijn online nog niet zo handig; • Veel mensen hebben nu behoefte aan deze lessen. Mensen zijn online nog niet zo handig Dit geldt niet alleen voor de laaggeletterden. We merken ook dat docenten en vrijwilligers het soms moeilijk vinden om online te werken. Sommige mensen hebben geen apparaten waarmee ze het internet op kunnen. We zien ook dat laaggeletterden graag fysieke ondersteuning willen. En dat ze online moeilijk te bereiken zijn. Daarom willen we extra aandacht geven aan lessen in omgaan met computers en internet. Niet alleen voor de laaggeletterden. Maar ook voor de docenten en vrijwilligers. Veel mensen hebben nu behoefte aan les in omgaan met computers en internet Veel informatie over het coronavirus, staat online. En door de coronamaatregelen kunnen we in het dagelijks leven bijna niet meer zonder internet. Een paar voorbeelden: • Veel sociale contacten gaan online. • Lesgeven en krijgen gaat online. • Hulp krijgen bij dagelijkse problemen gaat online. Dit merken de laaggeletterde Hagenaars natuurlijk ook. Hierdoor snappen zij sneller het nut van een les in omgaan met computers en internet. En dat kan een goede eerste stap zijn in een taaltraject.

20

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

We willen nog beter samenwerken binnen de Haagse Taalketen Iedere partij binnen de Haagse Taalketen zet zich zo goed mogelijk in. Toch zien we nog verbeterpunten: • We willen uitval van deelnemers voorkomen. • We willen dat deelnemers met een goed plan van start gaan. En nadenken over wat ze gaan doen na het taaltraject. • We willen dat aanbieders van cursussen beter met elkaar samenwerken. Zodat ze lessen kunnen geven die op elkaar aansluiten. Dan kunnen deelnemers makkelijker doorgaan met leren na een cursus. Voor een goede samenwerking is het nodig dat we weten: ° wat de deelnemers willen leren; ° welk aanbod er precies is en wat er na of naast elkaar kan plaatsvinden. • We willen meer aandacht voor welk aanbod past bij welke laaggeletterde. • We willen meer aandacht voor de resultaten van taaltrajecten.

We willen dat de verschillende onderdelen van de gemeente beter samenwerken Laaggeletterdheid heeft met veel zaken te maken. Zaken waar wij als gemeente ook iets van vinden. Bijvoorbeeld: • Wij willen dat alle Hagenaars zelfstandig en actief kunnen meedoen. Daarom helpen we laaggeletterden. En daarom schrijven we deze nota. Dit doen we vanuit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. • Tegelijk willen we dat nieuwe Nederlanders zo snel mogelijk onze taal laten leren. Daarom helpen we ze daarbij. Dit zijn ook vaak laaggeletterden (de NT2-groep). Dit doen we vanuit de Wet Inburgering. • Tegelijk willen we dat laaggeletterden met een uitkering taallessen volgen. Dat geeft ze namelijk grotere kans op een baan. Daarom helpen we ze daarbij. Dit doen we vanuit de Participatiewet. • En er zijn nog meer aanbieders van taallessen of taalactiviteiten. Bijvoorbeeld om mensen te ondersteunen bij hun integratie. U ziet het: 1 laaggeletterde Hagenaar kan hulp krijgen vanuit meerdere afdelingen van de gemeente. En al die afdelingen gebruiken verschillende wetten. En hebben hun eigen werkwijze. En andere partijen waarmee ze samenwerken. We moeten beter met elkaar samenwerken. Alleen dan kunnen we de juiste cursussen aanbieden en kunnen mensen ook na een cursus doorgaan met leren.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

21

22

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Aanpak en actieprogramma Welke doelen hebben we? We hebben 4 doelen opgeschreven. Dit zijn doelen waaraan we blijven werken. En die ervoor zorgen dat we ons uiteindelijke doel gaan halen.

Onze doelen zijn: A. We bereiken meer laaggeletterde Hagenaars. B. Meer Hagenaars krijgen in 1 keer een passend traject. C. Betere samenwerking binnen de Haagse Taalketen. D. Betere samenwerking binnen de gemeente. Hieronder leest u hoe we aan deze doelen gaan werken. Daarna leest u voor elk doel welke acties wij gaan uitvoeren. Dit noemen we het actieprogramma. In het actieprogramma staan de acties die we nu gepland hebben. Als we hier mee aan de slag gaan, komen er natuurlijk vanzelf nieuwe acties bij.

Nadere uitwerking en rapportage in de Taalmonitor We zetten samen met partners een Haagse taalmonitor op. Hierin monitoren we hoe het met de vier doelen gaat, welke resultaten we behalen en of we meer mensen bereiken. De Gemeenteraad krijgt hiervan jaarlijks een verslag. Onderdeel van de Taalmonitor is een uitvoeringsprogramma. Hierin werken we de doelen voor het aankomende jaar uit op basis van de kennis en ontwikkelingen uit het lopende jaar. Waar mogelijk werken we met indicatoren om resultaten te meten.

A. We bereiken meer laaggeletterde Hagenaars Extra aandacht voor het bereiken van vier groepen We willen alle laaggeletterde Hagenaars bereiken. We willen aan vier doelgroepen extra aandacht geven. Dit hebben we hiervoor uitgelegd. Deze doelgroepen zijn op volgorde van prioriteit: 1. Ouders van jonge kinderen; 2. Jongeren van 18 tot en met 27 jaar; 3. Mensen met een uitkering, die niet voldoen aan de taaleis; 4. EU-arbeidsmigranten.

Later kunnen we nieuwe groepen kiezen Merken we dat onze aanpak is gelukt? En dat we deze 4 groepen nu goed bereiken? Dan kunnen we ons gaan richten op andere groepen. Hierbij houden we rekening met de toekomst. Bijvoorbeeld als er nieuwe wetten komen. Of als de samenleving verandert. Zoals door de coronacrisis.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

23

We werken samen met mensen en organisaties die belangrijk zijn in de wijk Elke wijk heeft mensen en organisaties die belangrijk zijn voor die wijk. Deze mensen en organisaties kennen de wijk goed. En de bewoners van de wijk weten hoe ze deze mensen en organisaties kunnen vinden. Daarom werken we in elke wijk met die mensen en organisaties samen. We weten dat dit een goede manier is om laaggeletterden te bereiken. Dat weten we uit onderzoek. Zie ook bijlage E: Gebruikte onderzoeken laaggeletterdheid.

We gebruiken de onderzoeken naar laaggeletterdheid in Den Haag We weten beter wie de laaggeletterden zijn door de onderzoeken van CINOP en van Lost Lemon. In die onderzoeken staan tips hoe we de laaggeletterden kunnen bereiken. En hoe we ze bij de juiste ondersteuning kunnen krijgen, want we houden rekening met de verschillen in aanpak en benadering. Hieronder ziet u een plaatje uit het onderzoek van Lost Lemon. Dit laat zien dat we een Ongedwongen Buurtbetrokkene iets gezelligs moeten aanbieden. Maar een Praktische Aankijker juist moeten overtuigen dat taal belangrijk voor hem is. Zie voor meer informatie bijlage E: Gebruikte onderzoeken laaggeletterdheid.

De gekleurde vlekken in het plaatje hiernaast staan voor soorten laaggeletterden (NT2). De Ongedwongen Buurt­ betrokkene bijvoorbeeld. Dit zijn mensen die graag in een vertrouwde en gezellige omgeving (taal)lessen volgen. Voor deze mensen is een eenvoudig aanbod in de buurt belangrijk. Voor de comfortabele Autonoom en de Praktische Aankijker is het belangrijk om de lessen goed aan te sluiten op het dagelijks leven, zodat kennis direct toepasbaar is. Bijvoorbeeld computerles of hoe werkt de gezondheidszorg.

We houden onze resultaten bij We zetten een Haagse taalmonitor op, samen met de partners in het veld en monitoren daarmee hoe het met de vier doelstellingen gaat. Welke resultaten we behalen en of we meer mensen bereiken. De Gemeenteraad krijgt hiervan jaarlijks een verslag.

24

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Actieprogramma A 1. Zorgen dat taaltrajecten, taalvrijwilligers, taalmaatjes en wijkplatforms beschikbaar blijven. 2. Onderzoeken hoe we voortijdig schoolverlaters het best bereiken. De Haagse Taalketenaanpak start hiervoor een experiment in Den Haag Zuidwest. 3. Onderzoeken hoe we jongeren die door de coronacrisis hun baan zijn kwijt geraakt, kunnen helpen met extra lessen op het gebied van taal of digitale vaardigheden als onderdeel van omscholing. Dit wordt verkend in Den Haag Zuidwest. 4. We vragen schoolmaatschappelijk werkers om te praten met de ouders van kinderen die op scholen, peuterspeelzalen en andere kinderopvang zitten. Zij kunnen ouders dan vertellen hoe belangrijk het is dat zij veel met hun kinderen praten, voorlezen en taalspelletjes doen. En hen wijzen op de taaltrajecten. Ze kunnen er ook voor zorgen dat het wijkplatform contact legt met die ouders. 5. Afspreken met het centrum voor Jeugd en Gezin dat zij ouders van jonge kinderen doorsturen naar taaltrajecten als dat nodig is. 6. Taaltrajecten onder de aandacht van werkgevers brengen. We richten ons op werkgevers die vaak mensen uit EU-landen in dienst nemen. Dit doen we samen met andere gemeenten in de regio Haaglanden. 7. Hulp aanbieden bij financiële vragen, gezondheidsvragen, opvoedvragen of computervragen, in plaats van hulp bij taal. Hiermee bereiken we de NT1-groep beter.

We weten namelijk dat deze groep taal niet als een probleem ervaart. Maar wel graag hulp wil bij dingen in het dagelijks leven. In Zuidwest doen we een experiment om te testen hoe we deze kennis kunnen gebruiken. We delen de resultaten van dit experiment met de hele Haagse Taalketen. 8. We bedenken samen met de arbeidsmarktregio Haaglanden hoe we de NT1-groep beter bereiken. Dit werken we uit in het regionale programma Laaggeletterdheid. Hierover staat meer in bijlage C: Samenwerking binnen regio Haaglanden.

B. Meer Hagenaars krijgen in 1 keer een passend traject Alle organisaties in de taalketen stemmen hun werk beter op elkaar af Een laaggeletterde kan via verschillende organisaties een taaltraject gaan doen. Wij willen zorgen dat de laaggeletterde via elke organisatie altijd de hulp krijgt die past bij zijn situatie. Hiervoor moeten alle organisaties hun werk beter op elkaar afstemmen. Uiteindelijk moet de laaggeletterde bij elke organisatie op ongeveer dezelfde manier in het juist taaltraject terecht komen. In het plaatje hieronder ziet u welke stappen een laaggeletterde dan doorloopt. Dit is dus niet een plaatje van hoe het nu is. Maar van hoe we willen dat het wordt.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

25

Dit is de nieuwe manier van werken in het kort 1. De laaggeletterde heeft in het dagelijks leven moeite met lezen of schrijven. Bijvoorbeeld een ouder die zijn kind wil voorlezen. Maar het kan ook iets heel anders zijn. Hierdoor wil hij iets leren. Met die vraag komt hij een organisatie binnen. 2. De organisatie houdt een intakegesprek. Dat is een gesprek waarbij de laaggeletterde aangeeft wat hij wil leren. 3. De organisatie en de laaggeletterde maken samen een plan. 4. De laaggeletterde gaat een (taal)traject doen. Hij kan beginnen bij 4, 5 of 6 (in het plaatje). Dat ligt aan de persoonlijke wensen en leerdoel. 4 bestaat uit sociale activiteiten om zo iets te leren (sociale activering). 5 is lessen volgen op je eigen niveau (laagdrempelige educatie). ­ En 6 gaat over beter worden in iets wat je al kunt (niveauverhoging). 5. De laaggeletterde kan zelfstandig en actief meedoen in de samenleving (7 in het plaatje). Maar hopelijk blijft hij bezig met beter worden in taal, rekenen of computeren.

De laaggeletterde kan blijven leren Dit noemen we ‘doorlopende leerlijnen’. In de doorlopende leerlijnen staat de laaggeletterde centraal. Bijvoorbeeld: iemand heeft net een cursus ‘Omgaan met computers’ gedaan. Hij krijgt vanuit de cursus handige tips. Die tips kan hij gebruiken in zijn dagelijks leven. Zo blijft hij bezig. En dan blijft wat hij heeft geleerd beter hangen. Hierdoor heeft hij het gevoel dat de cursus hem echt heeft geholpen. Hij gaat op zoek naar andere cursussen die hem ook kunnen helpen. Wij gaan ervoor zorgen dat hij die dan gemakkelijk vindt. En dat er cursussen zijn die aansluiten bij wat hij wil leren. En bij hoe hij wil leren.

26

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

We gaan experimenteren We doen experimenten om te kijken hoe ons aanbod beter kan. Deze experimenten gaan we doen in de vorm van actieonderzoek. Deze actieonderzoeken doen de organisaties uit de Haagse Taalketen samen met inwoners en mensen en organisaties die belangrijk zijn voor de wijk.

Actieprogramma B 1. Het Taalhuis gaat een pilot doen met een persoonlijk leerplan. Dit is een plan waarin de laag­ geletterde opschrijft wat hij wil leren. Dit plan maakt hij samen met iemand van de taalketen, een professionele ondersteuner of vrijwilliger. 2. Onderzoeken hoe we mensen met een uitkering die niet voldoen aan de taaleis in 1 keer in een passend traject krijgen. Hiervoor werken we samen met het Taalhuis en met de afdeling Participatie van de gemeente. We maken onderling afspraken die duidelijk maken welke personen passen in welk soort traject. 3. De nieuwe manier van werken binnen de Haagse Taalketen uitwerken. Zodat alle organisaties binnen de Haagse Taalketen weten wat we van ze vragen. 4. Afstemmen van inhoud, methode en organisatie van het taalaanbod op behoefte van deelnemers. a. Bijvoorbeeld zorgen dat cursussen ook ’s avonds gevolgd kunnen worden. Of op een handige locatie. Of online vanwege corona. En dat cursussen goed op elkaar aansluiten. b. Of bijvoorbeeld cursussen voor ouders beter laten aansluiten op de openingstijden van school of kinderopvang. 5. Afstemmen van inhoud, methode en organisatie van aanbod tussen partners onderling. 6. Onderzoeken hoe deelnemers zo goed mogelijk ondersteund kunnen worden bij het volgen van digitaal onderwijs. 7. Afspraken maken over zorgvuldige doorverwijzing naar een vervolgcursus. 8.

Uitzoeken waarom sommige deelnemers hun taaltraject niet afmaken. 9. Zorgen dat deelnemers van een taaltraject ook daarna bezig blijven met taal. Bijvoorbeeld via (vrijwilligers)werk, sociale activiteiten of sportactiviteiten. En dit onderdeel maken van taaltrajecten. 10. Onderzoeken hoe trajecten kunnen doorgaan met coronamaatregelen. Bijvoorbeeld met lessen helemaal of voor een deel via internet. Maar ook meer aandacht voor internet in andere lessen en in buurthuizen. We gebruiken hiervoor de kennis en ­ervaring van de Haagse Taalketen en andere gemeenten. 11. Onderzoeken of we taalstages kunnen organiseren.

C. Betere samenwerking binnen de Haagse Taalketen De gemeente gaat beter sturen Wij zijn blij met de samenwerking tussen de partners. We willen hierin een volgende stap zetten om nog beter aan te sluiten bij de behoeften van laaggeletterden. Dat betekent dat de gemeente de samenwerking ondersteunt en beter in de gaten houdt of alles volgens plan verloopt.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

27

Dit doen we in overleg met de organisaties in de Haagse Taalketen. En we gaan nieuwe dingen proberen en kennis met elkaar delen. Hiervoor is het belangrijk dat wij weten wat er aan de hand is. Dat we weten wat goed gaat en wat er beter kan.

Actieprogramma C 1. Organisaties die subsidie krijgen maken duidelijk welke activiteiten en lessen laaggeletterden bij hen kunnen volgen. 2. Duidelijk afspreken wie welke rol(len) en taken heeft binnen de Haagse Taalketen. 3. We meten: • hoeveel deelnemers een taaltraject afronden; • hoeveel deelnemers na een taaltraject nóg een traject volgen; • of de deelnemers na een taaltraject: ° beter zijn in taal; ° makkelijker meedoen met activiteiten in de wijk; ° zelfstandiger zijn. Dit meten we op 2 momenten: kort en lang na het taaltraject. • of laaggeletterdheid in Den Haag minder wordt; • welke trajecten veel gevolgd worden. 4. We evalueren onze aanpak. We gebruiken de experimenten en de metingen om kritisch naar onze aanpak te kijken. We vragen bijvoorbeeld: • Doen we nog de juiste dingen? • Is het nodig onze doelen te veranderen? • Zijn er extra acties nodig? • Hoe verloopt de samenwerking en waar kunnen we verbeteren? • Zijn deelnemers tevreden?

D. Betere samenwerking binnen de gemeente Alle onderdelen gaan hun aanpak op het gebied van taal met elkaar afstemmen Ook binnen de gemeente willen we beter samenwerken bij het maken van een plan voor een laaggeletterde. We willen uitgaan van het einddoel van de inwoner: zelfstandig en actief meedoen. Dit is voor elk onderdeel van de gemeente hetzelfde. Dat ziet u ook in het plaatje hieronder. Het maakt dan niet uit via welk onderdeel de laaggeletterde bij de gemeente terecht komt. Het traject moet passen bij de situatie van de laaggeletterde. Daarbij maken we gebruik van de ervaring en kennis van andere onderdelen van de gemeente. En zorgen we dat trajecten goed op elkaar aansluiten. In bijlage B. ‘Samenhang tussen beleidsterreinen’ staat welke onderdelen van de gemeente betrokken zijn.

28

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Actieprogramma D 1. Consulenten Participatie en adviseurs van het Taalhuis werken samen. 2. We vragen organisatoren van inburgeringstrajecten aan te sluiten bij de Haagse Taalketen. En om samen te werken met andere taalorganisaties. 3. Taalmaatjes mogen onderdeel zijn van de inburgering. Wij gaan evalueren of dit goed werkt. 4. Consulenten inburgering in contact brengen met de adviseurs van het Taalhuis. 5. Verbinden van de activiteiten van de onderdelen voortijdig schoolverlaters (vsv) en voor- en ­vroegschoolse educatie (vve) met de Haagse Taalketen. Zo bereiken we jongeren en ouders van jonge kinderen. 6. Onderzoeken hoe de stadsdeelmedewerkers goed kunnen aansluiten bij de Haagse Taalketen (Taalplatforms) in hun wijken.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

29

30

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Hoe we dit gaan betalen We hebben voor 2021 en 2022 elk jaar ruim € 10 miljoen beschikbaar Dit bedrag kan nog veranderen. Bijvoorbeeld als in de begroting van 2022 andere keuzes gemaakt worden. Of als we minder geld krijgen van het Rijk.

Met dit geld kunnen we subsidies geven en nieuwe plannen maken Het grootste deel is voor subsidies. Die gaan naar activiteiten om laaggeletterdheid te verminderen. En met een klein deel van het geld kunnen we nieuwe plannen maken. We verdelen het geld ieder jaar opnieuw. In het subsidieregister kunt u lezen hoe.

Ook voor het geld werken we binnen de gemeente samen Het geld komt uit de programma’s 6 en 14, voor de volgende onderdelen: • stedelijk onderwijsbeleid en projecten • onderwijsachterstanden en taal • integratie en volwasseneneducatie • inburgering.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

31

32

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Bijlagen A. Kamerbrief vervolgaanpak laaggeletterdheid ­ 2020-2024 In 2019 verscheen de Kamerbrief ‘Samen aan de slag voor een vaardig Nederland: vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020 – 2024’. Daarin staat bijvoorbeeld dat: • er meer verbinding moet komen binnen het sociaal domein; • en er nog te weinig aandacht is voor rekenen en omgaan met computers en internet. Terwijl lessen in omgaan met computers en internet juist een goed startpunt zijn van een (taal)traject. Daarom staan in de kamerbrief de volgende doelen: 1. Meer mensen bereiken met een aanbod op maat. Vooral de mensen met Nederlands als moedertaal. 2. Zorgen dat er voor laaggeletterden niets in de weg staat om te gaan leren. 3. Aansluiten op wat de laaggeletterde wil leren en de doelen van de laaggeletterde. 4. Communiceren op een manier die past bij de doelgroepen. 5. Weten wat werkt: zorgen dat de kwaliteit omhoog gaat. 6. Samen aan de slag onder regie van de gemeenten. De gemeente Den Haag heeft binnen de regio Haaglanden een regiefunctie. Dit betekent dat deze gemeente zorgt dat de gemeenten in de regio met elkaar samenwerken. Bijvoorbeeld op de thema’s onderwijs, werk, gezin en gezondheid. De gemeenten betrekken werkgevers bij de aanpak van laaggeletterdheid. En ze zorgen in de hele regio voor meer deskundigheid, preventie, samenwerking of werving. Hierover staat meer in bijlage C.

Samenwerking binnen regio Haaglanden.

B. Samenhang tussen beleidsterreinen De aanpak van laaggeletterdheid heeft veel te maken met andere thema’s waarop de gemeente beleid maakt. Bijvoorbeeld onderwijs, inburgering, participatie, stadsdelen & wijken, educatie/ bibliotheek en integratie. Per thema leest u hieronder wat het te maken heeft met de aanpak van laaggeletterdheid.

Onderwijs In het onderwijs werken we aan het verminderen én voorkomen van laaggeletterdheid Elke 4 jaar verschijnt de Haagse Educatieve Agenda. De Haagse schoolbesturen, de kinderopvang­ organisaties en de gemeente maken dit document. In de Haagse Educatieve Agenda staat hoe we zorgen voor goed onderwijs, goede docenten en goede ondersteuning voor docenten.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

33

We vinden het belangrijk dat alle kinderen dezelfde kansen krijgen. Dit staat hoog op de Haagse Educatieve Agenda.

Het CJG bepaalt bij kinderen van 0 tot (bijna) 4 of ze een achterstand hebben Het CJG kijkt hoe goed de kinderen zijn met taal. En hoe goed ze omgaan met andere kinderen en met hun emoties. Dit noemen we hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Heeft een kind een achterstand? Dan kan het kind extra lessen krijgen. Op de kinderopvang heet dat ‘voorschoolse educatie’. Als het nodig is, begint dit al op 2-jarige leeftijd met het programma Samenspel. Hieraan kunnen de ouders ook meedoen. Vanaf 2,5 jaar tot 4 jaar kan een peuter gemiddeld 16 uur per week voorschoolse educatie krijgen. Soms komt daar ook nog een programma bij voor thuis. Als het kind naar de basisschool gaat heet het ‘vroegschoolse educatie’. De vroegschoolse educatie sluit goed aan op de voorschoolse educatie. Natuurlijk krijgt het kind in de klas ook gewoon les in taal.

Kinderen van 6 tot en met 12 jaar uit het buitenland kunnen naar een nieuwkomersgroep Deze groep is voor kinderen uit het buitenland die minder dan 2 jaar onderwijs op een Nederlandse school hebben gevolgd. In Den Haag zijn er op 23 basisscholen 38 nieuwkomersgroepen. In een nieuwkomersgroep krijgen de kinderen les in de Nederlandse taal. Vaak hebben leerlingen na de nieuwkomersgroep een aantal jaren extra taalondersteuning nodig in het vervolgonderwijs.

De Kopklas is er voor kinderen die door een taalachterstand niet naar de middelbare school kunnen Heeft een kind wel de vaardigheden om vmbo-t, havo of vwo te doen, maar heeft het een taalachterstand? Dan zijn er in Den Haag 2 Kopklassen. De Kopklas duurt 1 jaar. Het doel is dat het kind na dat jaar het schooladvies krijgt dat past bij zijn talenten en bij hoe goed hij kan leren.

Kinderen van 12+ kunnen naar een Internationale Schakelklas (ISK) De ISK is voor kinderen van 12+ die korter dan 2 jaar in Nederland zijn. Het is een traject dat 1 á 2 jaar duurt. Zij leren de Nederlandse taal en worden voorbereid op vervolgonderwijs. Vaak hebben leerlingen na de internationale schakelklas een aantal jaren extra taalondersteuning nodig in het vervolgonderwijs.

Op het mbo wordt extra taalondersteuning geboden Dit is om studenten te helpen hun opleiding af te ronden.

Er is aandacht voor hoe internationaal onderwijs beter kan aansluiten op Nederland Hiervoor kijken we naar de gemeente Eindhoven. Die geeft een nieuwe vorm van internationaal ­georiënteerd onderwijs vormgeeft. Deze nieuwe vorm valt tussen de reguliere basisschool en de klassieke internationale school in. Ze noemen dit daarom ook wel een hybride vorm van onderwijs. De kinderen op deze scholen krijgen les in het Nederlands en Engels.

34

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Inburgering Vanaf 2022 krijgt inburgering een nieuwe aanpak die taal en participatie combineert Dit staat in de wet voor een nieuw inburgeringsstelsel die de Tweede Kamer op 2 juli 2020 heeft aangenomen. Deze aanpak heeft als doel dat de inburgeraar zo snel mogelijk volwaardig mee kan doen, het liefst via betaald werk. De gemeente krijgt hierin een centrale rol.

Taalvaardigheid is een belangrijk onderdeel van de inburgeringstrajecten Inburgeraars maken soms ook gebruik van taalmaatjes, naast het inburgeringstraject. Het informele taalaanbod versterkt het formele inburgeringstraject. Dit komt vooral doordat: • de inburgeraar meteen een netwerk krijgt; • de vrijwilligers meer tijd en aandacht kunnen besteden. Daardoor kunnen zij de inburgeraars nog beter ondersteunen. Vooral de kwetsbaardere mensen. De aansluiting van inburgeraars op het informele taalaanbod is een aandachtspunt in onze aanpak van laaggeletterdheid.

Het inburgeringstraject duurt volgens de wet 3 jaar Binnen deze 3 jaar volgt de inburgeraar een route die past bij zijn eigen situatie. Denk hierbij aan het taalniveau, het leervermogen en de ambitie van de inburgeraar. Om dit maatwerk te kunnen bieden moeten we als gemeente de inburgeraar centraal zetten. Alle betrokken onderdelen van de gemeente moeten dat doen.

Participatie Mensen die recht op een uitkering hebben moeten voldoen aan de taaleis Dit houdt in dat ze een bepaald taalniveau moeten hebben. Zodat ze meer kans maken op de arbeidsmarkt. Mensen met recht op een uitkering moeten zich volgens de wet inspannen om minimaal taalniveau IF te behalen. Hiervoor kunnen zij een taaltraject volgen.

Stadsdelen en wijken Elke wijk heeft sleutelorganisaties en sleutelpersonen Dit zijn organisaties en personen die belangrijk zijn voor de wijk. En die de wijk en haar inwoners goed kennen. Deze organisaties en personen hebben dus een goed netwerk in de wijk. En dat is nodig om het aanbod bij de inwoners van de wijk te krijgen. Dit hebben we bijvoorbeeld gemerkt in Laak, waar veel laaggeletterden wonen. Medewerkers van de stadsdelen zijn ook actief in deze netwerken.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

35

Bibliotheek De bibliotheek ondersteunt kinderen die taalachterstand (kunnen) krijgen Hiervoor zijn allerlei programma’s. Zoals peutertaalprojecten, programma’s voor taal- en lees­ bevordering, digitale geletterdheid en huiswerkbegeleiding voor kinderen. Zo geeft de bibliotheek kinderen met (dreigende) taalachterstand maximale kansen op goed onderwijs.

De bibliotheek ondersteunt ook volwassenen Dat gebeurt via het programma Basisvaardigheden. Dit richt zich op Hagenaars die moeite hebben met taal, rekenen en digitale basisvaardigheden. De bibliotheek is een goed bereikbare plek. Er zijn namelijk 15 bibliotheekvestigingen in de stad. En de bibliotheek is aanwezig in wijkcentra. Via het Taalhuis en DigiTaalPunten kunnen laaggeletterden en inburgeraars informatie en ­voorlichting krijgen over een geschikt taalaanbod.

Integratie Vanuit het integratiebeleid ondersteunen en stimuleren we laagdrempelige taaltrajecten in de stad Deze kunnen een opstap zijn voor vervolgtrajecten.

C. Samenwerking binnen regio Haaglanden Er komt een nieuw regionaal programma aanpak laaggeletterdheid Deze nieuwe aanpak maakt gebruik van de samenwerking die er al is. En van afspraken die al gemaakt zijn. De gemeente Den Haag werkt hiervoor samen met de andere gemeenten in de regio Midden-Delfland, Westland, Delft en Rijswijk. Ook zoeken we andere belangrijke organisaties en ­partners op. Het nieuwe regionaal programma gaat over de bestaande regionale samenwerking bij: • de besteding van de rijksmiddelen voor educatie (op basis van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs – WEB); • de regionale wervingscampagne.

D. De gemeente Den Haag communiceert in duidelijke taal Hiervoor hebben we het project Direct Duidelijk Den Haag Doel is om alle communicatie zo duidelijk en toegankelijk mogelijk te maken. De directie Communicatie & Citybranding (Bestuursdienst Gemeente Den Haag) coördineert dit project. Hiermee sluiten we aan bij de landelijke aanpak van heldere overheidscommunicatie van het ­ministerie BZK.

36

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

Dit project heeft drie uitgangspunten: • We maken beleid om direct duidelijk te communiceren. We voeren dit beleid uit. • We spreken precies af wat we willen verbeteren. En hoe we de resultaten gaan beoordelen. • We geven onze medewerkers hulp om direct duidelijk te communiceren.

Burgers en taalambassadeurs helpen mee: We laten we onze brieven, websites, video’s, folders en meer testen door burgers. Dat doen we met: • een applicatie op onze website (Betere Teksten); • de Stadskamer; • gebruikersonderzoek. We werken daarvoor nauw samen met de Taal+ School van ROC Mondriaan en de campagne Doe Weer Mee. Taalambassadeurs kunnen hierin ook een rol spelen.

Deze taalnota is geschikt voor lezers met een laag taalniveau We willen mensen betrekken bij ons beleid. Deze taalnota is zo geschreven dat 80% van de inwoners hem gemakkelijk kan lezen. Ook betrekken we laaggeletterde inwoners bij het uitwerken van het actieprogramma. Bijvoorbeeld bij de activiteiten om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. En om verschillende cursussen op elkaar aan te laten sluiten (de doorlopende leerlijnen).

We maken een samenvatting van deze taalnota Deze samenvatting maakt het nog makkelijker om te snappen wat wij doen om laaggeletterden te ondersteunen. De samenvatting krijgt de vorm van een infographic. Dit is een combinatie van beeld en tekst.

E. Gebruikte onderzoeken laaggeletterdheid Laaggeletterdheid wordt gemeten in het PIAAC-onderzoek. Dit is een internationaal onderzoek in Nederland en in 23 andere landen. Het onderzoek meet wat mensen tussen 16 en 65 jaar allemaal kunnen op het gebied van: • schrijven • lezen • rekenen • problemen oplossen met nieuwe technologie 1 van de onderdelen een taaltest in het Nederlands. Hiermee laat het onderzoek zien hoeveel ­deelnemers laaggeletterd zijn. Dit onderzoek wordt een keer in de tien jaar uitgevoerd.

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

37

Monitor Volwasseneneducatie (2019) Professor dr. M. de Greef bekleedt de leerstoel Volwasseneducatie aan de Vrije Universiteit van Brussel. Hij heeft in 2019 in Den Haag het effect van taaltrajecten onderzocht. Deelnemers aan de taaltrajecten hebben vragenlijsten ingevuld over hun ervaringen. En wat blijkt? Het grootste deel van de deelnemers van taaltrajecten wordt actiever en zelfstandiger. Een paar opvallende resultaten: • Na een taaltraject is ongeveer 66% van de deelnemers beter geworden in taal. • Na een taaltraject gaat ongeveer 50% van de deelnemers actiever meedoen in de samenleving. Bijvoorbeeld met sportactiviteiten en andere activiteiten. • Na een taaltraject heeft ongeveer 20 tot 30% van de deelnemers meer kans op een baan. • Na een taaltraject wil meer dan 50% een vervolgopleiding doen. Deze onderzoeken doen we elk jaar. En we stimuleren meer Haagse organisaties om mee te doen.

Onderzoek CINOP 2017 (RIS 294448) CINOP onderzocht hoe je laaggeletterden het best bereikt. De conclusie is dat je het best kunt richten op groepen waar veel laaggeletterden zijn. Dit zijn voor Den Haag: • laagopgeleide ouders • werkende en werkloze laaggeletterden • laagopgeleiden • de eerste generatie migranten Uitgangspunt daarbij is hen te bereiken met een positieve en duidelijke boodschap op maat. NB. Bij het bepalen van de groepen met prioriteit hebben we binnen deze groepen gekeken naar welke doelgroepen we nog niet voldoende bereiken.

Lost Lemon – Breder kijken, Breder Oogsten (2019) Lost Lemon onderzocht in Laak: • welke groepen laaggeletterden we al bereiken; • waar we de groepen kunnen bereiken die we nu nog niet bereiken. Ook interviewden zij laaggeletterden om zicht te krijgen op hun leefwereld en behoeften. Lost Lemon gaf ons 3 adviezen om de aanpak van laaggeletterdheid te versterken: 1. Richt je op de vraag of behoefte van de laaggeletterde. Niet op het aanbod dat je hebt Lost Lemon beschrijft dat laaggeletterden niet tegen het probleem ‘taal’ aanlopen. Maar wel tegen praktische zaken. Taal is geen doel. Het is een middel om dagelijkse problemen zelfstandig aan te kunnen. Daarom gaan laaggeletterden niet op zoek naar taalles. De aanpak en het aanbod moeten hierop aansluiten. 2. Werk samen met mensen en organisaties op de plekken waar de laaggeletterden zijn Zo krijgen we laaggeletterden eerder in een taaltraject dat bij hen past. Want dan kunnen we ze beter vinden. 38

TAALNOTA GEMEENTE DEN HAAG

3. Betrek organisaties en mensen die belangrijk zijn in de wijk Deze organisaties kunnen de laaggeletterden helpen het oefenen en eigen maken van taalvaardigheden.

Lost Lemon beschreef de doelgroep in persona’s De groep ‘laaggeletterden’ bestaat uit allemaal verschillende mensen. Mensen met hun eigen behoeften. Met hun eigen motivatie om aan de slag te gaan met taal. Met een eigen beeld van hun laaggeletterdheid en hun verantwoordelijkheid hierin. Toch is het slim om al die v­ erschillende mensen in groepen te verdelen. Groepen op basis van die behoeften, motivatie en zelfbeeld. Dit heeft Lost Lemon voor ons gedaan. Zo’n groep heet een persona. Lost Lemon maakte 5 persona’s voor de NT1-groep en 5 voor de NT2-groep. Deze persona’s helpen ons om de laaggeletterden beter te bereiken. We kunnen dan namelijk gebruikmaken van die behoeften en motivatie. U leest hieronder de 10 persona’s Per persona leest u: • welke benadering bij hen past; • waar we ze vinden; • met welke boodschappen we hen bereiken; • waardoor ze gemotiveerd raken of juist afhaken; • welk aanbod bij hen past. NT1: • Doelgerichte Kansverbeteraar: Adverteren van het aanbod, bijvoorbeeld via gemeente of huisarts. • Schuchtere Zelfontplooier: Verweven van aanbod. Bijvoorbeeld werken&leren, taal op de werkvloer. Certificaten en rijbewijs halen. • Afwachtende Opvolger: Op advies van ‘autoriteiten’ en door warme overdracht. • Sceptische Uniekeling: Erkenning door ervaringsdeskundigen die uit ervaring praten en eigen ­ervaring laten inzetten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9955570/1