RIS307982 Alcohol- bedelarij- softdrugsverboden en straatmuzikanten
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Jan van Zanen Burgemeester
001
Ons kenmerk
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
BSD/126829 RIS307982 Contactpersoon
Aan de voorzitter van de commissie Bestuur
Anouk Zwaan Dienst
Bestuursdienst Afdeling
Directie Veiligheid Telefoonnummer
14070 E-mailadres
Datum
anouk.zwaan@denhaag.nl
25 maart 2021
Bijlage
3
Onderwerp
Alcohol-, bedelarij- softdrugsverboden en straatmuzikanten
Geachte voorzitter, Hierbij stuur ik u de concept-aanwijzingsbesluiten van het alcohol-, bedel- en softdrugsverbod waarmee overlast kan worden aangepakt en teruggedrongen. Ten aanzien van straatmuzikanten wordt voorgesteld de regelgeving in overeenstemming te brengen met de geldende praktijk. Zoals eerder in de commissie Bestuur besproken met mijn voorganger, wil ik u, ondanks dat het gaat om collegebesluiten en een burgemeestersbesluit, graag de gelegenheid geven uw zienswijze te geven op de concept-aanwijzingsbesluiten. Alcohol-, bedel- en softdrugsverbod Op grond van artikel 2:48, eerste lid APV Den Haag is het college bevoegd om gebieden aan te wijzen waar het verboden is alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken verpakkingen met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. Op grond van artikel 2:48, derde lid APV is het college daarnaast bevoegd gebieden aan te wijzen waar het gebruik van softdrugs verboden is. Tot slot is de burgemeester bevoegd om op grond van artikel 2:52 APV gebieden aan te wijzen waar het verboden is te bedelen. Tot op heden golden in verschillende gebieden in de stad verschillende verboden. Voor het alcohol-, bedel- en softdrugsverbod werden verschillende cyclussen gehanteerd waar het gaat om verlenging en/of wijziging van de aangewezen gebieden. Hierdoor werden door het jaar heen meerdere besluiten genomen.
Om het overzichtelijker te maken voor zowel de handhavende partijen als voor inwoners, is het voorstel de cyclus voor alle drie de instrumenten gelijk te trekken en alle verboden tegelijkertijd aan te wijzen. De gebieden die worden voorgesteld in de bijgevoegde concept-aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd op klachten van burgers, het beeld van professionals uit het lokale veld en cijfers en ervaringen van de politie en de handhavingsorganisatie waaruit blijkt dat op de aangewezen gebieden structureel sprake is van overlast, in de periode augustus 2019 tot en met juli 2020. Het terugdringen van het aantal alcohol- bedel- en softdrugs gebieden is één van de ambities van het college zoals beschreven in het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 (RIS301821). Dit betekent dat alleen gebieden worden aangewezen waar daadwerkelijk sprake is van overlast. Voor het voorgestelde softdrugverbod geldt dat is gekeken naar de periode juli-december 2018; de periode waarin, op basis van een motie onder RIS299581, sprake was van een softdrugsverbod voor bepaalde gebieden in de stad. Ten aanzien van
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/126829
het softdrugsverbod wordt tevens een technische wijziging doorgevoerd, waarmee wordt verwezen naar het juiste artikel in de Opiumwet. De concept-aanwijzingsbesluiten zien op verboden op het gebruik van alcohol en softdrugs in de openbare ruimte en het bij zich dragen van alcohol. De politie en de handhavingsorganisatie zullen gericht handhaven op overlast in de aangewezen gebieden. Dit geldt ook voor de aanwezigheid van bedelaars in de aangewezen gebieden. Het is lastig om bij voorbaat overlast te definiëren; dit zal worden bepaald door de professionaliteit van de handhaver. Zij zijn opgeleid om een goede, professionele inschatting te maken of daadwerkelijk sprake is van overlast en zullen daar ook naar handelen. De gebieden worden aangewezen voor de periode van een jaar. In 2022 zullen de instrumenten worden geëvalueerd. In deze evaluatie zal ook de tweede helft van 2020 worden meegenomen. Op dat moment zal ook worden bezien of de overlast in een gebied structureel is afgenomen, zodat een verbod kan worden opgeheven en vice versa. Straatmuzikanten Straatmuzikanten kunnen sinds jaar en dag in Den Haag optreden op grond van het evenementenbeleid of door zich te melden bij de politie. Op grond van een aanwijzingsbesluit is het verboden muziek te maken in een groot gedeelte van de binnenstad.
In de praktijk houdt de politie bij of in een gebied niet te veel artiesten staan en of er al dan niet sprake is van overlast. De afgelopen jaren is gebleken dat er nauwelijks overlastsituaties hebben plaatsgevonden en komt het zelden voor dat zich zoveel straatartiesten melden dat er geweigerd moet worden. Bij overlastsituaties kan worden opgetreden op basis van artikel 2:9, tweede en derde lid APV. Dit betekent dat er momenteel geen extra aanwijzingsbesluit meer nodig is om overlast tegen te kunnen gaan. De mogelijkheden zoals beschreven in artikel 2:9 APV zullen op de website van de gemeente opnieuw onder de aandacht worden gebracht. Daarnaast zal in overleg met de politie en de gemeentelijke handhaving het beleid opnieuw worden uitgedragen richting straatmuzikanten, bewoners en ondernemers. Samenvattend wordt voorgesteld: 1. Het aanwijzen van het alcoholverbod in de voorgestelde gebieden; 2. Het aanwijzen van het bedelverbod in de voorgestelde gebieden; 3. Het aanwijzen van het softdrugsverbod in de voorgestelde gebieden; 4. Een technische wijziging verbod gebruik softdrugs artikel 2:48, vierde lid APV; en 5. Het continueren van de regeling straatartiesten volgens artikel 2:9, tweede en derde lid APV De uitkomsten van de bespreking in de commissie zullen worden meegenomen bij de besluiten tot vaststelling van de aanwijzingsbesluiten. Met vriendelijke groet, Jan van Zanen
2/2