RIS307937 Beantwoording SV Vredesactivisten op de bon geslingerd
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
30 maart 2021
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Arp en de heer Wijsmuller, luidend: ‘Vredesactivisten op de bon geslingerd’
BSD/10088584 RIS307937
De raadsleden mevrouw Arp en de heer Wijsmuller hebben op 19 februari 2021 een brief met daarin vier vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Bij een antikernwapenactie voor het ministerie van Defensie in Den Haag zijn op 17 februari vier actievoerders aangehouden. Dat laat actiegroep PAX NoNukes via Twitter weten. De SP heeft vernomen dat de politie heeft ingegrepen omdat de activisten een houtskooltekening op de muur van het ministerie hebben aangebracht, die achteraf gemakkelijk met water te verwijderen was. Aangezien stoepkrijten wel is toegestaan binnen de APV, willen de SP en Haagse Stadspartij graag weten wat de reden is van deze vier aanhoudingen. 1.
Klopt het dat er daadwerkelijk vier personen zijn aangehouden, of zijn er ‘slechts’ boetes uitgedeeld?
Zoals geantwoord op eerdere schriftelijke vragen (RIS307483) is het bekladden van panden zonder toestemming van de eigenaar of beheerder verboden, ongeacht of het materiaal waarmee dit gebeurt verwijderbaar is en of dit al dan niet in het kader van een demonstratie gebeurt. Voor de bekladding zijn mensen bekeurd door de politie. Er is één aanhouding verricht, omdat de betreffende persoon niet voldeed aan de vordering om zijn identiteitsbewijs te tonen. Voor de volledigheid: het optreden van de politie was niet gericht tegen de demonstratie, maar tegen personen die de wet overtraden. Dit gebeurde op gezag van de Officier van Justitie. Het college had hierbij geen rol. 2.
Kan het college nagaan wat de officiële reden was van dit politieoptreden en de raad hierover informeren? Zo nee, waarom niet?
De organisatie van de demonstratie had in de kennisgeving van haar demonstratie kenbaar gemaakt dat zij tijdens de demonstratie met houtskool op de gevel van het Ministerie van Defensie wilde schrijven. Politie en gemeente hebben hierop aangegeven dat dit alleen is toegestaan, indien de rechthebbende hiervoor schriftelijk toestemming geeft. De gedraging is anders strafbaar op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Den Haag (APV). Het ministerie heeft geen toestemming gegeven voor het bekladden van het gebouw. De gemeente heeft wel toestemming verleend om tijdens de demonstratie met houtskool op het trottoir voor het ministerie teksten aan te brengen, mits deze teksten na de demonstratie direct door de demonstranten verwijderd zouden worden. Deze voorwaarden zijn op de dag van de demonstratie meermaals door de aanwezige politieagenten met de organisator besproken. De agenten hebben de organisator er nadrukkelijk op gewezen dat indien de demonstranten de voorwaarden zouden schenden, zij hiervoor bekeurd zouden worden. Desondanks hebben demonstranten toch het gebouw van het Ministerie van Defensie beklad. Hiervoor zijn zij bekeurd door de politie. Zoals gezegd is één persoon aangehouden, omdat hij niet voldeed aan de vordering zijn identiteitsbewijs te tonen.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10088584
3.
Kan het college aangeven waarom een afwasbare houtskooltekening wel wordt beboet, terwijl stoepkrijt volgens de APV niet strafbaar is?
Het verbod op bekladden is opgenomen in de APV om te voorkomen dat de openbare ruimte wordt bekrast, beklad of anderszins vervuild. In 2017 heeft uw raad een motie aangenomen, waarin het college werd verzocht de APV aan te passen door de verwijzing naar krijt in artikel 2:42 APV te schrappen. De motivering van deze motie bestond eruit dat kinderen en jongeren in Den Haag buiten moeten kunnen stoepkrijten zonder schriftelijk toestemming te hoeven vragen en dat ook kunstenaars zich buiten creatief moeten kunnen uiten door middel van stoepkrijt en op deze manier aan het uiterlijk van de stad bij moeten kunnen dragen. Ter uitvoering van deze motie is artikel 2:42 APV aangepast door de verwijzing naar ‘krijt’ in artikel 2.42 lid onder b van de APV te schrappen (RIS297034). De politie heeft geconstateerd dat er in onderhavig geval geen sprake was van stoepkrijten door kinderen of jongeren, of van creatieve uitingen door kunstenaars met stoepkrijt, maar van een bekladding met houtskool op het gebouw van een derde, die daar geen toestemming voor heeft gegeven. Dit valt onder het verbod van artikel 2:42 APV. 4.
Welke boetebedragen zijn in de hierboven omschreven casus uitgedeeld voor het aanbrengen van een afwasbare houtskooltekening op een gebouw? Hoe zijn deze bedragen bepaald?
Op grond van artikel 6:1, tweede lid, van de APV wordt overtreding van artikel 2:42 APV gestraft met een geldboete van de eerste categorie. Het OM bepaalt de exacte hoogte van het boetebedrag. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2