CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307933 Bijlage 1

Commissie Bestuur 10 maart 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken2.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Onderzoeksvragen onderzoek Stichting Energie Academie (SEA) De onderstaande vragen zijn mede gebaseerd op de beraadslagingen van de commissie Samenleving (op respectievelijk 14 januari en 10 februari 2021) en de raadsvergadering van 11 februari 2021. Tevens zijn verwerkt de door u gestelde vragen tijdens de beraadslaging in de commissie Bestuur van 17 februari 2021 en de door u per mail ingediende vragen op 18 februari 2021. Er zijn acht hoofdvragen geformuleerd. Uw vragen zijn daaronder gerubriceerd.

1) Geef een reconstructie per fase vanaf het voortraject (incl. een uitgebreide tijdlijn) van alle relevante momenten van besluitvorming, meldingen, inzichten en interventies. Deelvragen: 1.1 Betrek in het onderzoek alle, in de verschillende fasen van het project, uitgevoerde onderzoeken ten aanzien van de SEA (Deloitte, BDO Consultancy en Witteveen & Bos). 1.2 Welke juridische adviezen over de SEA zijn gegeven en hoe is daar opvolging aan gegeven?

2) Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de faillissementsaanvraag van de SEA? Deelvragen: 2.1 Welke omstandigheden speelden een rol en wanneer openbaarden deze omstandigheden zich? 2.2 Was de, voor de SEA opgestelde, businesscase valide/haalbaar? Is er in lijn met de businesscase gehandeld? Zo nee, op welke wijze werd daarvan afgeweken? 2.3 Welke eisen stelde de gemeente aan de businesscase (bijv. duurzaamheidseisen) en hebben deze eisen de uitvoering van de businesscase bemoeilijkt? 2.4 Wat is op dit moment de financiële positie van de SEA? Is er sprake van schuld, zo ja hoeveel? 2.5 Is de gemeente geld schuldig aan de SEA die zij heeft voorgeschoten of op ambtelijk advies en of goedkeuren heeft uitgegeven? 2.6 Is de Covid-19 crisis van invloed geweest op de voortgang en het rendement van de SEA? 2.7 Wat is over dit alles uw oordeel?

3) Zijn er aanwijzingen van niet integer handelen bijv. (van de schijn van) belangenverstrengeling, frauduleus handelen, verwijtbaar handelen of bovenmatig uitoefenen van druk? Zo ja, wanneer, door wie en vanuit welke functie? Deelvragen: Administratie en (toezicht) op de bedrijfsvoering 3.1 Hoe stond het met de inrichting en de uitvoering van de bedrijfsvoering van de SEA (in kwantitatieve en kwalitatieve zin)? Hierbij kan gedacht worden aan interne beheersmaatregelen, administratie, (financiële) risicobeheersing, good governance (bijv. vermeende valse volmachten). 3.2 Op welke wijze zijn de statutenwijzigingen tot stand gekomen? 3.3 Op welke wijze is de Raad van Toezicht aangesteld? 3.4 Wie heeft namens de gemeente akkoord gegeven voor de facturen van de kwartiermakers? 3.5 Is uit de administratie niet integer handelen, verwijtbaar handelen of frauduleus handelen af te leiden? Zo ja, waaruit blijkt dit? 3.6 Aan wie van de gemeente was de directie tot aan de komst van de RVT verantwoording schuldig? 3.7 Wat was de rol van de gemeente (bestuurlijk en/of ambtelijk) en overige (direct of indirect) bij de SEA betrokkenen bij de benoeming van bestuursleden en leden van de RvT?

3.8 Was er betrokkenheid vanuit de gemeente bij de vaststelling van de bevoegdheden en/of mandaten van deze gremia? 3.9 Wat is hierover uw oordeel? Belonings- en vergoedingenstructuur 3.10 Hoe zag de belonings- en vergoedingenstructuur (bedragen, aantallen en periodes) eruit bij SEA en hoe verhouden die zich tot de gemaakte afspraken? Zijn deze afspraken vastgelegd en is daarnaar gehandeld? 3.11 Was de beloningsstructuur marktconform, gegeven de functies en de daaraan verbonden kwalificaties? 3.12 Wat is hierover uw oordeel, mede tegen de achtergrond van doel en strekking van de SEA? Contracten en /of anderszins aangegane verplichtingen 3.13 Is uit contracten en/of verplichtingen niet integer handelen, frauduleus handelen of verwijtbaar handelen af te leiden? Zo ja, waaruit blijkt dat? 3.14 Door wie, met welke inhoud en reden, en onder welke voorwaarden zijn contracten afgesloten (bijv. het leasen van auto’s, contracten met onderaannemers, opdrachtgevers en opleiders)? 3.15 In hoeverre zijn er contracten afgesloten dan wel verplichtingen aangegaan voordat de subsidies waren toegekend of anderszins enige vorm van financiering beschikbaar was? Wat was de rol de gemeente hierbij? 3.16 Zijn er aan de SEA of aan de gemeente (bestuurlijke en/of ambtelijk) gelieerde personen direct of indirect betrokken (bijv.

familiebanden) geweest bij bedrijven die door de SEA zijn ingehuurd, denk hierbij ook aan Werkfit-trajecten? 3.17 Hoe zit het met familiebanden tussen ambtenaren en SEA? Hoe zit het met ambtenaren die zowel voor SEA als de gemeente werken? 3.18 Op welke wijze is het gebouw onder de aandacht gekomen van de kwartiermaker van SEA en waarom had dit gebouw de voorkeur? Is over de keuze van het gebouw en de totstandkoming van de contracten overleg over geweest tussen SEA en de gemeente? 3.19 Is er sprake geweest van overleg tussen de kwartiermaker en de over de huurvoorwaarden en door wie is het huur contract ondertekend? 3.20 Voldeed het gebouw aan de gestelde oppervlakteeisen en hoe werkte dat uit in de praktijk? 3.21 Welke investeringen waren nodig om het gebouw te verduurzamen en hoe stond dit in verhouding tot het beschikbare budget? 3.22 Was er sprake van afspraken tijdens het kwartier maken van waaruit het Ambachtscentrum dacht (en kon denken) de detacheringsrol te krijgen? Hoe verhoudt zich dit tot de Europese aanbestedingen? 3.23 Hoe staat het met de werkfittrajecten die binnen de SEA aangeboden werden? Door wie werden deze aangeboden? Is een oud-ambtenaar later ook in dienst gegaan bij de aanbieder van deze werkfittrajecten en hoe verhoud zich dit tot belangenverstrengeling? 3.24 Heeft de gemeente bij dezelfde partij werkfittrajecten ingekocht en welke rol had de ambtenaar

bij de inkoop van deze trajecten die later bij de aanbieder in dienst was? 3.25 Wat is hierover uw oordeel? Overige vragen 3.26 Signaleert u een spanningsveld tussen enerzijds conform de regels handelen, maar wellicht niet verstandig om het op deze manier te doen. Wat is hierover uw oordeel?

4) Zijn de verstrekte gemeentelijke, Europese (EFRO) en andere middelen (subsidie en/of inkomsten) volledig aangewend voor de doelen waarvoor deze beschikbaar zijn gesteld? Met andere woorden, is er sprake geweest van een doelmatige en rechtmatige besteding van de middelen? Deelvragen: 4.1 Welke subsidies, met welke omvang en welke voorwaarden, heeft de SEA wanneer aangevraagd en welke daarvan zijn daadwerkelijk verleend en ontvangen? 4.2 Zijn de verleende subsidies tijdig en juist beschikt? Wanneer zijn de subsidies beschikt? Wijkt de hoogte van de subsidies af van het gestelde in de oorspronkelijk businesscase? Op basis waarvan heeft de gemeente de 2e tranche subsidie verleend? 4.3 Waar zijn de beschikbare subsidies aan besteed en was dit in overeenstemming met het doel waarvoor de subsidies zijn verleend? Heeft de SEA alle subsidievoorwaarden nageleefd? 4.4 Welk deel van de subsidie is besteed aan de inhuur externen? Hoeveel is hieraan besteed en was dit in verhouding tot hun rol in het project.

4.5 Hoe heeft de gemeente gecontroleerd op de uitvoering van de subsidievoorwaarden? 4.6 Welke wethouder was en/of is verantwoordelijk voor het monitoren van de subsidies die naar SEA zijn gegaan? 4.7 Op welke wijze heeft de portefeuille-overdracht plaatsgehad na 2 oktober 2019? 4.8 Heeft de SEA naast de verstrekte subsidies nog andere inkomsten ontvangen van de gemeente en van derden? Zo ja, welke en wanneer? Wijkt de hoogte van deze inkomsten af van het gestelde in de oorspronkelijke businesscase? 4.9 Hoeveel van de verkregen middelen (subsidies en overige inkomsten) is inmiddels uitgegeven? 4.10 Zijn alle mogelijkheden voor subsidieverlening adequaat en volledig benut door de SEA? 4.11 Zijn alle geldstromen op de juiste wijze verantwoord in de verslaglegging door de stichting? 4.12 Wat is hierover uw oordeel?

5) Hoe heeft de gemeente haar rol ingevuld in de diverse fasen van het project (van beginfase tot realisatie en in de faillissementsfase)? Zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau. Deelvragen: 5.1 Welke rol heeft de gemeente gespeeld in de verschillende fasen (beginfase tot en met realisatie, zowel ambtelijk als bestuurlijk) van het project onder andere waar het gaat om good governance, toezicht, (financiële) verantwoordelijkheid et cetera? 5.2 Wat was de relatie RvT en het college van B&W (formeel en informeel) in de praktijk? 5.3 Heeft de gemeente meldingen ontvangen over dreigende financiële problemen? Zo ja, wat is daarmee gedaan? 5.4 Heeft de gemeente anderszins signalen ontvangen over het behalen van de resultaten (bijv. over de leerlingenaantallen).

5.5 Welke rol speelde de gemeente bij de opstelling en uitvoering van de businesscase? 5.6 Hoe verhouden de ambities, zoals gesteld in de oorspronkelijke businesscase, zich tot het gegeven dat hier sprake was van een startende organisatie? Heeft dit effect gehad op het handelen van de gemeente (zowel ambtelijk als bestuurlijk)? 5.7 Hoe was de betrokkenheid van het college en hoe heeft deze zich in de loop van de tijd ontwikkeld? 5.8 Welke wethouders waren (direct of indirect) betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van de SEA? 5.9 Geef een beschrijving en analyse van de verantwoordelijkheden die (vml.) wethouder Guernaoui en wethouder van Alphen hadden ten aanzien van het project? 5.10 Hoe werd de gemeente geïnformeerd over de voortgang van de SEA en welke keuzes hebben de wethouders gemaakt? 5.11 Is de gemeenteraad geïnformeerd en betrokken bij cruciale momenten en/of beslissingen?

5.12 Op welke wijze hebben de beide colleges sturing gegeven aan de ambtelijke organisatie? 5.13 Wat was de rol van de programma/project manager van de gemeente bij het kwartier maken? Waren er daarnaast nog andere ambtenaren betrokken bij de SEA? 5.14 Heeft de gemeente meldingen ontvangen over vermeende belangenverstrengeling? Zo ja, wanneer zijn deze meldingen binnengekomen en welke meldingen waren dat? Hoe, wanneer en door wie is daar (ambtelijk en bestuurlijk) op geacteerd? 5.15 Was de gemeente betrokken bij de opdrachtverlening aan BDO en de uitwerking door BDO? Hoe is de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk) omgegaan met de adviezen uit het rapport van BDO? 5.16 Hoe, op welke wijze en wanneer is de Gemeente Accountantsdienst (GAD) betrokken geweest bij het project (tijdigheid, kwaliteit van de adviezen)? 5.17 Hoe zijn de meldingen van de GAD opgepakt door de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk)? 5.18 Wat was de afweging bij het besluit een financiële impuls toe te zeggen aan de academie? 5.19 Welke checks & balances waren er gedurende het project bij SEA en bij de betrokken gemeentelijke afdelingen? 5.20 Wie heeft opdracht gegeven voor het verduurzamingsrapport van Witteveen en Bos? Door wie is dit rapport betaald? 5.21 Wat waren de afspraken omtrent het verduurzamen van het gebouw? Welke duurzaamheidsdoelen waren er door de gemeente gesteld? 5.22 Wat is over dit alles uw

oordeel? 6) Wat is het oordeel over de manier waarop de directie, het bestuur en de RvT van de SEA hun rol hebben ingevuld? Deelvragen: 6.1 Hoe verhouden de ambities zoals gesteld in de oorspronkelijke businesscase van de SEA zich tot het gegeven dat hier sprake was van een startende organisatie? Heeft dit effect gehad op het handelen van directie, bestuur en de RvT? 6.2 Wie had (vanaf de kwartierfase tot aan de faillissementsaanvraag) welke verantwoordelijkheden binnen de SEA? 6.3 Welke good governancecode is van toepassing op de SEA en is daar naar gehandeld? 6.4 Hoe omschrijft u de bedrijfscultuur (de onderlinge verhoudingen) binnen de SEA? 6.5 Is over bepaalde jaren decharge verleend over het gevoerde beleid en het toezicht daarop? Wat is met betrekking tot het verlenen van decharge vastgelegd in de statuten en is daarnaar gehandeld? 6.6 Heeft SEA meldingen ontvangen over vermeende belangenverstrengeling? Zo ja, wanneer zijn deze meldingen binnengekomen en welke meldingen waren dat? Hoe, wanneer en door wie is daarop geacteerd? 6.7 Hoe is door de SEA omgegaan met de adviezen uit het rapport van BDO? 6.8 Hoe, op welke wijze en wanneer is de door SEA aangestelde accountant betrokken geweest bij de organisatie (tijdigheid, kwaliteit adviezen)? Heeft deze accountant een goedkeurende verklaring afgegeven en/of een accountantsverklaring opgesteld? 6.9 Beschrijf hoe de SEA is

omgegaan (tijdstip en inhoud) met de adviezen van de accountant. 6.10 Wat is hierover uw oordeel?

7. Samenwerking: maak inzichtelijk op welke wijze de samenwerking is verlopen tussen de SEA, Den Haag Werkt (DHW) en andere betrokken samenwerkingspartners? Deelvragen: 7.1 Hoe verliep de samenwerking met Den Haag Werkt (DHW)? 7.2 Werden door DHW passende kandidaten aangeleverd en hoe verliep de samenwerking? Was de werkverdeling duidelijk?

7.3 Wat waren de afspraken over de aantallen te leveren kandidaten en de haalbaarheid daarvan gelet op de in het verleden behaalde resultaten. 7.4 Wat waren de afspraken die gemaakt zijn in de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en SEA? Bood deze samenwerkingsovereenkomst voldoende kader en hoe is de samenwerking gevolgd? 7.5 Hoe was de samenwerking met het bedrijfsleven? Welke partijen waren daarbij betrokken en wat waren de afspraken daarover? 7.6 Wat is er gebeurd met de nakoming van de werkakkoorden? Is er voor het ophalen van de werkakkoorden van de gemeente gebruik gemaakt van subsidiegelden? Zo ja, wat is daarover uw oordeel? 7.7 Klopt het dat degene die de baanakkoorden ophaalde ook de MKB werkambassadeur was namens de gemeente? Wat is daarover uw oordeel? 7.8 Hoe en door wie zijn de ondernemers geselecteerd om een bijdrage te leveren en wat waren de criteria voor de selectie van ondernemers? Wat waren de afspraken hieromtrent en waren deze afspraken marktconform? Met welke ondernemers werkt de gemeente nu nog samen? 7.9 Welke afspraken zijn gemaakt met de ondernemers en welke beloftes zijn gedaan aan ondernemers in de aanloop naar het ontstaan van de SEA? 7.10 Wat was de inhoud van de werkakkoorden, hoe stond het met de opvolging en de realisatie daarvan? 8) Welke lessen voor de toekomst kunnen getrokken worden? 8.1 Denk hierbij onder meer aan: • het opzetten

van constructies publiek-private samenwerking; • (toekomstige) banenprojecten; • juridische vormgeving van samenwerking; • de schaalgrootte van projecten; • welke kansen zijn er blijven liggen m.b.t. duurzaamheid en energietransitie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9778626/1