CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307852 Bijlage 2

Commissie Leefomgeving 12 mei 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake RES 1.0 Rotterdam Den Haag2.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept Nota van beantwoording – Wensen en bedenkingen Concept RES 28 januari 2021

Nr

Organis atie

Toelichting

Reactie

367

Den Haag

Den Haag streeft er naar om klimaatneutraal te zijn in 2030 waarvoor een routekaart nodig is met heldere en meetbare tussendoelen. De RES dient aan deze ambitie ondersteunend te zijn.

368

Den Haag

We moeten vaart maken om de CO2-uitstoot te reduceren. Iedereen moet daaraan kunnen bijdragen, en partijen (bewoners, bedrijven, gemeenten) moeten zich gestimuleerd weten om zich extra in te zetten voor CO2-besparing. Voorkomen moet worden dat maatregelen voor het omlaag brengen van de CO2-uitstoot kunnen dienen ter compensatie van een minder ambitieuze CO2-aanpak elders.

369

Den Haag

Den Haag en Rotterdam hebben als gebieden verschillende karakteristieken en verschillende potenties voor duurzame warmte. Den Haag heeft voldoende realistisch inzetbare duurzame warmtebronnen voor de basislast, zoals blijkt uit het rapport ‘Hybride Warmtenetten’ van CE Delft i.s.m. CMAG, en zet in op lagetemperatuurverwarming via netwerken waarbij lokale hernieuwbare bronnen en initiatieven voorrang krijgen op energiebronnen van buiten de stad. Energie

Dank voor uw inzichten. U heeft een mooi streven aan uzelf gesteld om energieneutraal te zijn in 2030. In de RES 1.0 wordt breed gekeken naar de verschillende oplossingen: er wordt invulling gegeven aan de ambitie van 35 TWh hernieuwbare energie, en er is onderzocht op welke wijze de regio dit kan realiseren. Op dit moment wordt dit gedaan o.b.v. beproefde technieken. U kaart een belangrijk punt aan. In de Concept RES is aangegeven dat de regionale aanpak niet in de plaats van de lokale aanpakken komt, maar versterkend en verbindend werkt. Bevoegdheden blijven waar ze zijn en horen. Wél is er een gedeelde verantwoordelijkheid benoemd om de Energietransitie uit te voeren en keuzes te stimuleren die bijdragen aan de (mondiale) CO2-doelstellingen. De RES wordt niet afgerekend op CO2-doelen, waarmee de ambitie van de ene gemeente geen vrijbrief voor anderen is om minder reductie te realiseren. Er wordt voortgebouwd op de al lopende samenwerkingen en lokale acties, en de RES zal geen remmend effect hebben op processen die sneller kunnen. De RES 1.0 bouwt hier op voort en gaat in op de oplossingen die bijdragen aan de CO2doelstellingen. Dank voor uw reactie, de rapportage is ons bekend. In het traject richting de RES 1.0 wordt een verdere studie uitgevoerd naar de rol van regionale warmtenetten in de regio.

In deze studie wordt naast de basislast ook gekeken naar piek- en back-up, en welke warmtebronnen waarvoor kunnen worden ingezet. Partijen zullen in het vervolgtraject wel met elkaar dienen te verkennen hoe de regionale invulling van piek en back-up zo

vanuit de Regio zal voor Den Haag met name nodig zijn voor de piek-warmte in de winter en op het gebied van elektriciteit.

invulling kan krijgen dat het duurzaam maar ook betaalbaar is. Dank voor uw reactie. U geeft een helder signaal. De regio treedt niet in de autonomie van de gemeenten hoe ze invulling wilt geven aan het begrip keuzevrijheid. Voor de grootschalige warmtenetten ondersteunt het RES proces het samenbrengen van (partijen die betrokken zijn bij) vraag, aanbod en infrastructuur. Met als doel om voor de regiopartijen inzichtelijk te maken hoe warmte optimaal (en wenselijk) inzet kan worden. Wanneer het afgeven van garanties voor gemeenten niet passend is zal dit onderdeel zijn van de verdere projectuitwerking en samenwerking met betrokken partijen. Het concept van warmteopslag is, hoewel beperkt, opgenomen in de RES. In het traject richting de RES 1.0 wordt een verdere studie uitgevoerd naar de rol van regionale warmtenetten in de regio, hierbij wordt vraag en aanbod ook over het jaar heen met elkaar gematcht. Hieruit zal meer informatie komen over de noodzaak van warmteopslag voor regionale warmtenetten. Richting de RES 2.0 zal hier mogelijk concretere invulling aan gegeven kunnen worden, mede als regiopartijen hier gezamenlijk belang aan hechten. Duurzame restwarmte van het HIC is ook als een belangrijk randvoorwaarde opgenomen in het Energieperspectief 2050. De RES volgt deze lijn. Het HIC is overigens intensief betrokken bij het RES-traject.

370

Den Haag

Keuzevrijheid voor en betrokkenheid van bewoners is van groot belang voor de transitie, en kunnen met de diversiteit aan lagetemperatuur-bronnen en met open, kleinschalige warmtenetten het beste worden gewaarborgd. Afnamegaranties voor het voeden van grootschalige warmtenetten mogen niet door en voor Den Haag worden afgegeven.

371

Den Haag

Gestreefd wordt naar energie-evenwichten, waarbij zomerse lokale overschotten aan warmte opgepot kunnen worden voor koude wintermaanden. De ontwikkeling van seizoensopslagmogelijkheden voor warmte zijn hiervoor essentieel.

372

Den Haag

373

Den Haag

De focus in de concept-RES ligt nog teveel op restwarmte en hogetemperatuurverwarming waarbij niet duidelijk wordt gemaakt hoe deze restwarmte duurzaam zal worden. Voor Den Haag is het van belang dat in de RES wordt benadrukt dat de verduurzaming van het havencomplex een belangrijke voorwaarde vormt waar het gaat om levering van restwarmte in het RES-gebied. Bij hoge- en middentemperatuurverwarming via netwerken zet Den Haag in op lokale geothermie. Voor alle hoofdnetten wordt gestreefd naar een aanvoertemperatuur van maximaal 70 graden om geschikt te worden gemaakt voor Haagse aardwarmte. De Warmtelinq (voorheen Leiding door het Midden) ligt gevoelig in Den Haag. Door het stadsbestuur zijn de volgende harde voorwaarden gesteld die ook in de RES moeten worden opgenomen: • Het netwerk moet geschikt gemaakt worden voor lokale warmte (zoals geothermie). • Lokale duurzame initiatieven krijgen altijd voorrang bij het leveren van warmte aan Haagse huishoudens.

Dank voor uw aandachtspunten. De ConceptRES richt zich in deze fase op de gewenste inzet van warmte in de regio. Publieke waarden, randvoorwaarden en sturingsinstrumenten spelen daarbij een belangrijke rol en worden verder uitgewerkt in de RES 1.0. Daarbij is de RES een zo volledig mogelijk weergave van de, op dit moment, geïnventariseerde voorwaarden van alle regio-partijen. Het staat de gemeenten uiteraard vrij aanvullende voorwaarden te stellen.

374

Den Haag

375

Den Haag

• Er moet sprake zijn van een open net toegankelijk voor meerdere warmteleveranciers - en een onafhankelijk netbeheer. • Tarieven voor de klanten van het warmtenet blijven redelijk en dit wordt onafhankelijk getoetst. • Bedrijven die restwarmte leveren gaan versneld verduurzamen. De bij de RES betrokken overheden staan open voor nieuwe initiatieven en technieken, en starten met pilots. Succesvolle pilots worden voorbeelden om op te schalen, maar alle pilots zijn bedoeld om ervan te kunnen leren. Deze kennis wordt ook actief gedeeld binnen het RES-gebied en daarbuiten.

Participatie ontbreekt in de concept-RES terwijl dit juist cruciaal is voor het welslagen van de energietransitie. Voor de RES moeten bewoners, bedrijven en belanghebbenden proactief worden geconsulteerd. Getrapte consultatie via gemeenten volstaat niet, en we denken als Den Haag graag mee hoe de participatie van onze bewoners bij de verdere totstandkoming van de RES vorm kan krijgen. Om de RES weloverwogen en met zo veel mogelijk draagvlak uit te werken, is veel interactie nodig met alle belanghebbenden in het maatschappelijke, bestuurlijke en inhoudelijke domein.

De betrokken partijen in onze regio open staan inderdaad open voor nieuwe initiatieven en technieken. Daar waar mogelijk faciliteert de regio kennisdeling (o.a. pilots). In de RES zelf wordt van energiebronnen gebruik gemaakt van die bronnen die voldoende 'volwassen' zijn en opschaalbaar zijn. E.e.a. bezien vanuit de regionale beschikbaarheid daarvan. De beoogde mix van die bronnen is in het Energieperspectief 2050 weergegeven en is nog altijd de onderlegger onder de regionale aanpak. Deze aanpak is gebaseerd op feitelijke informatie en analyse, niet o.b.v. meningen. Innovaties van nu kunnen in de toekomst breed toepasbaar zijn. Die informatie is echter pas beschikbaar als dat moment er is en dat is niet nu. Daarom zullen bepaalde keuzes minder succesvol blijken dan andere en dat vraagt om aanpassingsvermogen en tevens inzet op die aspecten die nu met een voldoende mate van zekerheid gerealiseerd kunnen worden. Iedere 2 jaar wordt de RES herijkt en is er een natuurlijk momentum om die innovaties die er klaar voor zijn een grote(re) rol te geven in de strategie. In de RES wordt onderschreven dat participatie van belanghebbenden een belangrijke voorwaarde is voor het slagen van de Energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten ingezet worden.

De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht (inclusief breed bruikbare producten). In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak. Een regionale inbreng op dit vlak zal altijd vanuit de gemeenten moeten worden gevraagd en begeleidt. Deze wens is daarmee primair aan de gemeente/het college gericht en indien nodig kan t.b.v. nadere inkleuring vanuit de regio worden meegedacht en meegewerkt. De betrokkenheid van inwoners in de energietransitie is volop in de aandacht, ook

376

Den Haag

Ook mee-participeren - in de zin van deelnemen c.q. mede-eigenaar zijn – is cruciaal voor het welslagen van de energietransitie. Den Haag heeft vele burgerinitiatieven in de stad die voorop lopen met initiatieven, kennis en concrete plannen. Graag zien we in de RES sterker terug dat burgerinitiatieven worden omarmd en ondersteund.

377

Den Haag

De bij de RES betrokken overheden moeten de opgave en de plannen om klimaatneutraal te worden duidelijker naar voren brengen in de communicatie naar bewoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Goede voorbeelden van lokale duurzaamheidsinitiatieven worden zichtbaar gemaakt om het vliegwieleffect te versterken.

378

Den Haag

Voor elektriciteit heeft de regio in de ConceptRES een ambitieus bod opgenomen richting het Nationaal Programma RES. Voor Den Haag ligt in stedelijk zoekgebied voor zon-op-dak de grootste opgave als onderdeel van de gemeentelijke aanpak voor de opwek van schone stroom en het benutten van daken voor het opwekken van energie en klimaatadaptatie. Binnen de gemeentegrenzen zijn geen mogelijkheden aanwezig voor grote windturbines. Wel houdt de gemeente de mogelijkheid open voor geïntegreerde daksystemen, die met windenergie stroom opwekken. Deze systemen moeten nog doorontwikkeld en efficiënter worden.

van de media. Hieruit blijkt des te meer dat het succes van de Energietransitie mede bepaald wordt door de wil en mogelijkheden die iedere inwoner of organisatie heeft om mee te doen. Participatie brengt dat in beweging. Hierbij is van belang dat te organiseren op het moment dat die betrokkenheid ook echt betekenisvol is. Dat is in elk geval zo wanneer ontwikkelingen dichtbij zijn en de leefwereld danwel portemonnee van inwoners raken. Idealiter vindt het gesprek plaats rond concrete projecten. De gemeente organiseert dit al volop en dat vraagt ook continue reflectie of dat passend is. Daar waar nodig kan de RES regio faciliteren. In de RES 1.0 is onderschreven dat lokaal eigendom een belangrijk middel is om draagvlak te borgen. Tevens is het streven in het Klimaatakkoord 50% lokaal eigendom. Hiervoor is in de RES 1.0 dus aandacht. Daarbij is dit voor de uitwerking primair aan de gemeenten om te organiseren. Energie Samen (het samenwerkingsverband van Energiecoöperaties) is veelal bereid daarin een faciliterende rol te spelen. De RES agendeert en faciliteert de contacten en kan een rol spelen in informatieoverdracht. De ambitie van de RES regio is een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen in de regio Rotterdam Den Haag in 2050. De ambitie is niet om als regio klimaatneutraal of energieneutraal te zijn.

Goede voorbeelden helpen echter wel om het vliegwieleffect te bereiken en kunnen deze ook in het netwerk en de communicatie delen. In de RES 1.0 is het ambitieuze ambitieniveau inderdaad verwerkt en daarin is een belangrijke rol weggelegd voor zonne-energie in de gebouwde omgeving. Dat is mede ingegeven door het verstedelijkte karakter van de regio. Er wordt daarnaast voortdurend gewerkt aan nieuwe technieken en innovaties op het gebied van energieopwekking. Dat biedt kansen om de transitie sneller en met minder impact, zowel financieel als ruimtelijk door te kunnen maken. De RESregio steunt en waardeert deze innovaties en neemt deze tevens mee in de uiteindelijke realisatie.

379

Den Haag

In de Concept-RES wordt veel aandacht besteed aan de regionale transport van warmte en locaties voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Het belang van energiebesparing sneeuwt daardoor onder. Juist energiebesparing levert een belangrijke bijdrage aan de haalbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie en moet een volwaardige plaats krijgen in de verdere uitwerking van de RES, zowel regionaal als lokaal.

380

Den Haag

381

Den Haag

Er moet bij de uitwerking van de RES meer worden ingespeeld op natuurlijke momenten en individuele beslissingen. Op die manier wordt lage temperatuur afgifte veel betaalbaarder en kan dit aansluiten bij momenten waarop er in huis toch al aanpassingen plaats vinden. Niet alles in één keer. Decentrale warmteoplossingen moeten worden gestimuleerd, waarbij lokale bronnen op een intelligente manier worden gecombineerd met een groter systeem. Dat is dus niet top-down, en altijd op basis van vrijwilligheid van de bewoners/klanten (ook als ze zelf huurder zijn). Sturen op de laagste maatschappelijke kosten en behoud van draagvlak betekent meer stimuleren van kleine stappen op natuurlijke momenten. De energietransitie is een investering in de toekomst waarbij voor Den Haag betaalbaarheid voor particuliere energieconsumenten een belangrijk uitgangspunt is. Graag zien we in de RES aandacht voor het belang van subsidies en fondsen om rendabele investeringen voor de energietransitie te versnellen en onrendabele investeringen te ondersteunen. Wanneer voor

We merken een gedeelde behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Dat is begrijpelijk, we erkennen dat het een belangrijk onderwerp is. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rolverdeling binnen de regio en bekijken we welke invulling besparing binnen de RES krijgt. In het Energieperspectief en de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de berekeningen rondom het thema Warmte is dit het uitgangspunt. Isolatie is dan ook stap 1 in de RES aanpak. Dit levert een energiebesparing op van circa 25%. In de RES 1.0 is verdiepend onderzoek opgenomen. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. Voor bedrijven is in de informatieplicht (Wet Milieubeheer) opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A-label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energie labels te komen. Dank voor deze belangrijke aandachtspunten.

Vanuit de RES is het streven inzichtelijk te maken welke bovengemeentelijke kansen er in de regio zijn voor de inzet van warmte. Zonder hierbij in de autonomie van de gemeenten te treden hoe zij hun warmtetransitie invulling dienen te geven. In het traject richting de RES 1.0 wordt een verdere studie uitgevoerd naar de rol van regionale warmtenetten in de regio. Hierbij wordt ook gekeken hoe lokale bronnen hun rol in de gemeente kunnen blijven vervullen.

Betaalbaarheid van de transitie is een gedeelde zorg. Het betreft meerdere aspecten en wordt expliciet benoemd als publiek belang dat geborgd moet worden. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners, voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. Het belang voor gezamenlijk lobby voor wat betreft de financiele en

de transitie naar een klimaatneutraal gebouw de laatste 10% energiegebruik in de piekwinterperiode nu nog een onevenredig hoge investering vraagt, kiezen we ervoor om eerst de eerste 90% te realiseren.

382

Den Haag

De energiebelasting voor grote en kleine spelers zou door het rijk gelijk(er) moeten worden getrokken. Dit draagt bij aan een gelijk speelveld dat noodzakelijk is voor het stimuleren en leveren van energie vanuit nieuwe, hernieuwbare bronnen. Gelieve dit als aanbeveling in de RES op te nemen.

383

Den Haag

Graag zouden we aandacht willen vragen voor het fundamentele verhaal van Rifkin dat is gebruikt voor de metropool Rotterdam Den Haag. Dit kan ondersteunend zijn aan de gezamenlijk nog te maken keuzes in de RES: https://www.iqheadquarter.nl/rne/wpcontent/uploads/sites/12/2017/04/The-ThirdIndustrial-Revolution-Final-Report-RNE.pdf

wettelijke randvoorwaarden, zoals subsidies en fondsen, van de Energietransitie heeft onze aandacht en is ook terug te zien in de RES 1.0, zie paragraaf: . De keuzes die gemaakt worden in het klimaatneutraal maken van gebouwen, is aan een lokale aangelegenheid. Een gelijk speelveld creëren dat bijdraagt aan de stimulans van duurzame energie is een mooi streven. Het is inderdaad aan het Rijk om een dergelijke energiebelasting in te stellen. De verdeling van lusten en lasten c.q. rechtvaardigheid zijn hiermee nauw verbonden. In de RES wordt rechtvaardigheid (het eerlijk verdelen van lusten en lasten) als publiek belang opgenomen. De 'Roadmap Next Economy' heeft terecht de Energietransitie neergezet als een van de belangrijke economische factoren voor de regio. Dit document heeft in 2017 mede de basis gelegd voor de ontwikkeling die er in de regio is geweest om in samenwerking op de Energietransitie inzet te plegen. Dit heeft o.a. begin 2018 geleid tot de uitgangspunten waarop samenwerking verder vorm kon krijgen. Deze zijn nog altijd de basis onder het RES proces.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9761934/1