RIS307830 bijlage Beantwoording Technische vervolgvragen Rekenkamer OCC
Tekst van het document
Beantwoording Technische vervolgvragen Rekenkamerrapport Amare HSP - RIS307830
1. N.a.v. beantwoording Technische vraag PvdD 3 Rekenkamer: “Het verschil van inzicht spitst zich ons inziens toe op wat wel en wat niet binnen de kaders van het raadsbesluit uit 2014 gerealiseerd zou moeten worden. Wij constateren dat (..) in het raadsbesluit (..) de onderdelen parkeergarage, toeritten, fietsenstalling en commerciële ruimtes, zijn opgenomen als onderdeel van het te realiseren Onderwijs- en Cultuurcomplex.” In de passage uit het raadsbesluit waar de Rekenkamer naar verwijst (pag. 7) staat echter: “Het aan te besteden werk bestaat naast het onderwijs- en cultuurcomplex verder uit de aanleg/aanpassing van de parkeergarage onder het dans- en muziekcentrum, aanpassing van ondergrondse toeritten daarvan en een fietsenstalling.” Waarom heeft de Rekenkamer het cruciale woordje ‘naast’ weggelaten in de beantwoording? Antwoord: omdat niet de volledige tekst is aangehaald in de beantwoording van vraag PvdD3. In de toelichting op bevinding 9 is wel de complete zin aangehaald. Onze onderbouwing spitst zich niet alleen toe op het aangehaalde citaat, maar ook op het dictum en de zaken die zijn opgenomen in het Programma van Eisen (specifiek onder paragrafen 2.6 en 2.7.1.1) 2. N.a.v.
beantwoording Technische vraag PvdD 3 Rekenkamer: “Tenslotte is in de toelichting op het raadsvoorstel een beschrijving opgenomen van het aan te besteden werk: de parkeergarage, fietsenstalling, toeritten en commerciële ruimten. Waarbij wordt opgemerkt: ‘met al deze zaken is rekening gehouden in de kosten’. In de beschrijving van de gebiedsontwikkeling in dezelfde toelichting op het raadsvoorstel worden deze onderdelen van het gebouw niet genoemd.” Echter in deze beschrijving -het Projectdocument Gebiedsontwikkeling Spuikwartier- staat: “Voor het overzicht van de financiën van het plan Spuikwartier (kosten, opbrengsten, en dekking) wordt verwezen naar de vertrouwelijke grondexploitatie Spuikwartier CE-113).” Is het juist dat in deze vertrouwelijke grondexploitatie de kosten en opbrengsten mbt de parkeergarage, fietsenstalling, toeritten en commerciële ruimten staan beschreven? Zo nee, waarom niet? Antwoord: met dien verstande dat de kosten voor de aanpassing van de parkeergarage uit de grondexploitatie niet te herleiden zijn (zie bevinding 6), zijn de kosten inderdaad opgenomen in de grondexploitatie. Voor onze constatering is dit overigens minder van belang. De essentie is dat de gemeenteraad met het vaststellen van RV94 in november 2014 heeft aangegeven dat betreffende zaken betaald moeten worden uit het ter beschikking gestelde investeringskrediet van € 177,4 mln.
Zie voor de nadere onderbouwing bevinding 9. 3. Is het juist dat deze vertrouwelijke grondexploitatie ook naar de gemeenteraad is gestuurd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: deze heeft ter inzage gelegen bij de Griffie 4. In het Projectdocument staat ook nog dit: “De voor dit plangebied geïntegreerde grondexploitatie wordt voortgezet onder de naam ‘Spuikwartier’ en zal o.a. bestaan uit (..) commerciële voorzieningen, parkeervoorzieningen (..). “Het gebouw zal een gebouwde fietsenstalling omvatten. In de grondexploitatie is rekening gehouden met de kosten van ca. 600 ondergrondse plekken.” “Uitgangspunt in de grondexploitatie is dat de huidige parkeergarage Spui na (gedeeltelijke) sloop van de huidige theaters als droge bouwkuip fungeert voor de bouw van de nieuwe opstallen op die locatie. De nieuwe parkeergarage zal evenveel parkeerplaatsen bevatten als de huidige (280).” “Uitgangspunt in de grondexploitatie is dat de huidige ondergrondse Turfmarktgarage na sloop van de daar nu nog boven gelegen opstallen in het plangebied, fungeert als droge bouwkuip voor de nieuw te realiseren gebouwen op die locatie”. Is dit juist? Zo nee, waarom niet? Antwoord: de aangehaalde teksten staan inderdaad in het projectdocument. 5. In de beantwoording van technische vragen d.d. 17 oktober 2014 (RIS 277042) staat: SP GDM97 en PVV23: “Maakt realisatie van genoemde garage onder het Spuiplein deel uit van het cultuur- en onderwijscomplex dat goeddeels de parkeervraag voor zijn rekening neemt?” Antwoord: “Nee. Dat volgt uit de aanbesteding.
De te realiseren garage onder het Spuiplein en huidige theaters zal in opstal worden uitgegeven aan ASR. Zie ook de overeenkomst met ASR en P1 van 29 juli 2014 (vertrouwelijk). Hiermee zijn op voorhand zowel de belegger als de exploitant gecontracteerd. Deze situatie biedt maximaal comfort dat de garage gerealiseerd wordt.” Is het juist dat ook hiermee de raad is geïnformeerd over het feit dat de parkeergarage geen onderdeel uitmaakt van het OCC? Zo nee, waarom niet? Antwoord: de vraag is ons inziens niet of de garage onderdeel uitmaakt van het OCC, maar of deze valt binnen de zaken die volgens het raadsbesluit uit november 2014 (waar het Programma van Eisen onderdeel van uitmaakt) gerealiseerd moeten worden uit het ter beschikking gestelde investeringskrediet van € 177,4. 6. De Rekenkamer blijft volharden in de stelling “dat het voor de gemeenteraad niet inzichtelijk is (..) dat de genoemde onderdelen binnen de grondexploitatie worden ontwikkeld”. Waarom miskent de Rekenkamer dat wel degelijk aan de raad melding is gemaakt van de zaken die via de grondexploitatie lopen? Antwoord: zie de beantwoording van vragen hierboven.
7. De Rekenkamer baseert haar bevindingen over de informatievoorziening vooral op de tekst van het raadsbesluit uit 2014. Hoe kijkt de Rekenkamer aan tegen de aanvullende informatie die tussen de presentatie van het raadsvoorstel op 3 oktober 2014 en het definitieve moment van besluitvorming door de raad op 7 november 2014 is gepresenteerd door het college en op de informatie die door het college mondeling is gegeven in commissie- en raadsdebatten in deze periode? Antwoord: de rekenkamerstelt vast dat het genomen besluit op het raadsvoorstel 94 in november 2014 duidelijk is over wat gerealiseerd zou moeten worden van het ter beschikking gestelde krediet. 8. In de eerste reeks technische vragen over het rapport van de Rekenkamer is een aantal misrekeningen blootgelegd. De Rekenkamer heeft hierdoor twee punten in het rapport moeten herstellen, waardoor het door de Rekenkamer gepresenteerde verschil tussen de kosten van het Spuiforum en het OCC is teruggebracht van € 17,2 mln. naar € 11,3 mln. Kan de Rekenkamer verklaren hoe deze misrekeningen zijn ontstaan? Antwoord: tijdens het feitelijk wederhoor heeft de ambtelijke organisatie aangetoond dat kosten door ons onterecht waren opgenomen als zijnde kosten die onderdeel uitmaken van de zaken die uit het ter beschikking gestelde investeringskrediet gerealiseerd zouden moeten worden.
Bij het verwerken van deze aanpassing zijn de betreffende bedragen onterecht niet meegenomen. 9. Het resterende verschil van € 11,3 mln. is door de Rekenkamer als volgt berekend: OCC Bouwkosten Kosten extra fietsparkeren Risicoreserve Bouwkosten in grondexploitatie
176,6 mln. 0,8 mln. 7,8 mln. 8,4 mln.
Totaal
193,6 mln.
Spuiforum Bouwkosten Risicoreserve Kosten gebiedsontwikkeling
181,1 mln. 5,4 mln. -4,2 mln.
Totaal
182,3 mln.
Wat opvalt is dat de Rekenkamer bij het Spuiforum de kosten van de gebiedsontwikkeling (zijnde het saldo van de grondexploitatie) uit deze kostenopstelling haalt en bij het OCC bouwkosten van 8,4 mln. die in de grondexploitatie zitten er bij optelt. Is dit juist? Antwoord: dat is juist. Voor een juiste vergelijking zijn door ons de kosten voor de beide gebouwen (zoals gepresenteerd in het raadsvoorstel 94) naast elkaar gezet. De kosten voor de gebiedsontwikkeling voor het Spuiforum van € 4,2 mln. zijn net als de kosten voor de gebiedsontwikkeling van het Spuikwartier van € 9,2 mln. in deze vergelijking buiten beschouwing gelaten.
10. Is het juist dat ook bij het project Spuiforum sprake is van (vergelijkbare) bouwkosten die niet via het investeringsproject zijn geboekt, maar via de grondexploitatie? Zo nee, waarom niet? Antwoord: een analyse van de bouwkosten voor het Spuiforum valt buiten het kader van ons onderzoek. We kunnen deze vraag daarom niet beantwoorden. 11. In 2013 stelde de SP de volgende technische vraag over het Spuiforum (RIS260323): ”Waarom maakt het onderdeel commercieel/parkeren (pagina 18) geen onderdeel uit van de onrendabele investering gemeente? De aanleg en verbouw van de parkeergarage is immers wel opgenomen in de grondexploitatie van het Spuiforum.” Antwoord college op 24 juni 2013: “Commercieel en parkeren is rendabel en verloopt beide via de grondexploitatie. Parkeren: in de grondexploitatie zijn de kosten van aankoop, nieuwbouw en verkoop opgenomen. De bouwkosten van de commerciële ruimte (casco, dus niet de installaties e.d.) zijn onderdeel van de totale stichtingskosten van het gebouw, maar dit commerciële deel valt niet onder het onrendabele investeringsplan van de gemeente (zeg maar de € 181 mln), want de commerciële ruimten in de plint worden inclusief de casco-bouwkosten overgenomen door een marktpartij. Daarnaast betalen commerciële partijen nog een grondprijs, die is opgenomen in de grondexploitatie Spuiforum”.
De HSP stelde deze vraag: “In de financiering worden de commerciële ruimten in plint en koepelfoyer buiten de stichtingskosten gehouden. Waarom is hiervoor gekozen?” Antwoord college: “De commerciële ruimten zijn residueel doorgerekend meegenomen in de grondexploitatie (evenals de parkeergarage). De reden is dat deze ruimten functioneel niet rechtstreeks gerelateerd zijn aan de culturele en onderwijsfunctie van het Spuiforum.” Kan de Rekenkamer bevestigen dat de systematiek van de onderverdeling van bouwkosten in investeringskrediet en grondexploitatie zoals die in 2013 is gehanteerd in 2014 met het OCC is voortgezet? Zo nee, waarom niet? Antwoord: het bovenstaande lijkt erop te wijzen dat inderdaad in 2013 dezelfde systematiek is aangehouden. Echter, zoals hierboven aangegeven, valt het Spuiforum buiten het kader van ons onderzoek. Wij wijzen in ons onderzoek alleen op de onjuiste vergelijking met het Spuiforum zoals die is opgenomen in het raadsvoorstel 94 uit 2014. Daarnaast wijzen wij op het feit dat de gemeenteraad met Dictum punten II en VI uit dat voorstel besloot dat het OCC conform het programma van eisen uitgevoerd moest worden voor een bedrag van € 177,4 mln. In het programma van eisen zijn de commerciële ruimten, de parkeergarage en de fietsenstalling opgenomen als eis. 12.
Is het juist dat de ondergrondse voorzieningen die via de grondexploitatie lopen, openbare voorzieningen zijn, zoals de garages en stallingen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: dit valt buiten het kader van ons onderzoek.
13. Zijn de commerciële ruimten en de parkeergarage zowel in 2013 als in 2014 functioneel niet rechtstreeks gerelateerd aan de culturele en onderwijsfunctie? Antwoord: zoals aangegeven maken ze deel uit van het programma van eisen voor het OCC uit 2014. 14. De bouwkosten in de grondexploitatie van het OCC betreffen volgens de Rekenkamer: Aanpassen ontsluitingstunnel Aanpassen Spuigarage Aanleg fietsenstalling 600 p.p. Commerciele Ruimte Is dit juist? Antwoord: ja, zo constateren wij dat in ons onderzoek 15. In de reactie van het College (pag. 256) wordt gesteld dat het gaat om de volgende bedragen: - de aanpassing van de ontsluitingstunnel (‘Spaghetti’) à € 0,7 mln. - de aanpassing van de Spuigarage à € 5,3 mln. - de aanleg van een fietsenstalling (600 plaatsen) à € 0,7 mln. - de bouw van commerciële ruimten in Amare à € 1,7 mln. Totaal 8,4 mln. Kan de Rekenkamer bevestigen dat ook bij het Spuiforum sprake is van vergelijkbare bouwkosten? Zo ja, welke en voor welke bedragen? Antwoord: nee, dat kunnen wij niet bevestigen omdat we geen onderzoek naar het Spuiforum hebben gedaan. 16. Is het juist dat deze bouwkosten te vinden zijn in de vertrouwelijke beantwoording van de technische vragen bij de Kredietaanvraag Spuiforum, te weten de vragen SP56, 77 en 78? Zo nee, waarom niet? Antwoord: zie de beantwoording bij vraag 15. 17.
Is het juist dat in de Grondexploitatie Spuiforum 2013 de aankoop van de garage van ASR, de schadeloosstelling voor P1 en de kosten en opbrengsten van de verbouwing van de garage zijn opgenomen in de kosten- en opbrengstenopstellingen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: zie de beantwoording bij vraag 15. 18. Is het juist dat in de Grondexploitatie Spuiforum 2013 de kosten minus opbrengsten van de commerciële ruimten zijn opgenomen in de kosten- en opbrengstenopstellingen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: zie de beantwoording bij vraag 15 19. Is het juist dat in de Grondexploitatie Spuiforum 2013 de bouwkosten voor een ondergrondse fietsenstalling zijn opgenomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: zie de beantwoording bij vraag 15. 20. Waarom houdt de Rekenkamer in de vergelijking tussen Spuiforum en OCC alleen bij het OCC rekening met de bouwkosten die via de grex lopen? Antwoord: de vergelijking die wij hebben gemaakt heeft betrekking op de kosten voor beide projecten zoals gepresenteerd door het college in het raadsvoorstel 94 uit 2014. De analyse van de werkelijke kosten voor het OCC staat hier buiten en laat ook andere bedragen zien. 21. In het plan voor het Spuiforum is sprake van verwerving en sloop van het restaurant en de trappen bij het Mercurehotel vanwege de bouw van het Spuiforum, deze kosten zijn bij het OCC niet aan de orde. Hoe hoog zijn deze kosten en waarom zijn deze kosten niet meegenomen in de vergelijking van de Rekenkamer tussen Spuiforum en OCC? Antwoord: zie de beantwoording bij vraag 20. 22. Bevinding 3, pag. 80, Rekenkamer: “Het resultaat van alle wijzigingen samen was dat het saldo van de grondexploitatie Spuiforum/Spuikwartier met € 4,4 mln. NCW positief veranderde en daardoor een (klein) positief resultaat had van € 0,2 mln. NCW.” Het saldo van de Grondexploitatie Spuikwartier bedroeg volgens de stand van het halfjaarbericht 2014 d.d. 1 juni 2014 € 4.391.000,- negatief (RIS 276440) en na de wijziging € 235.000,- positief. Dit betekende een verbetering van € 4,6 mln. NCW en geen € 4,4 mln. NCW.
Is dit juist? Zo nee, waarom niet? Antwoord: dat is juist en in lijn met onze bevinding. 23. Het resultaat van alle wijzigingen in de Grondexploitatie Spuikwartier was dat een positief resultaat ontstond van € 0,4 mln. en geen € 0,2 mln. Is dit juist? Zo nee, waarom niet? Antwoord: het bedrag van € 0,2 mln. is het saldo in netto contante waarde zoals dat is weergegeven de grondexploitatie Spuikwartier van september 2014 (CE-113 Spuikwartier). 24. Bevinding 1, pag. 68 t/m 71, Rekenkamer: “De kosten voor de gebiedsontwikkeling waren € 9,0 mln., terwijl het college aangaf dat dit € 9,2 mln. zou zijn.” De Rekenkamer heeft hiertoe de volgende berekening gemaakt: Verslechtering grondexploitatie Wijnhavenkwartier Gemaakte kosten voor het oude plan Afwaarderen theaters Bouwkosten van grex naar gebouw
€ 9,2 mln. € 7,1 mln. € 1,1 mln. -€ 8,4 mln.
Totaal
€ 9 mln.
De Rekenkamer vergeet echter de verbetering van de grondexploitatie Spuikwartier ad. € 4,6 mln. in de berekening van de kosten voor de gebiedsontwikkeling mee te nemen. Is dit juist? Antwoord: nee, dat is niet juist. De verbetering van € 4,6 mln. waar in de vraag naar wordt verwezen leidde tot een positief saldo van € 0,2 mln. (zie hierboven) dat echter werd ingezet
ter afdekking van het verhoogde risicoprofiel. In de door de vraagsteller overgenomen opsomming van kosten is uitgegaan van saldi, niet van verbeteringen van kosten. 25. Is het juist dat hiermee de kosten voor de gebiedsontwikkeling geen € 9 mln. maar € 4,4 mln. bedragen? Antwoord: nee dat is niet juist. Zie de beantwoording van de vorige vraag. 26. Op 11 juni 2013 stelde het college de Nota van Uitgangspunten Schedeldoekshaven/Ammunitiehaven vast (RIS 260025). In de commissiebrief NVU Schedeldoekshaven/Ammunitiehaven (RIS 259998) staat: “Dit besluit hangt samen met het raadsvoorstel Kredietaanvraag Spuiforum en de daarbij behorende stukken, het ruimtelijk Raamwerk Wijnhavenkwartier e.o. en het schetsontwerp Haagse Loper.” In het dictum van het raadsvoorstel Kredietaanvraag Spuiforum (RIS260021) staat: “In te stemmen met doorontwikkeling van Schedeldoekshaven/Ammunitiehaven conform de kaders geschetst in de gelijknamige Nota van Uitgangspunten (RIS 260025)”. In de NvU Schedeldoekshaven/Ammunitiehaven staat: “Uit de haalbaarheidsstudie volgt een negatief saldo van € 3 miljoen netto contant per 01-012013 (€ 4,1 negatief op eindwaarde per 31-12-2020). De claim voor dekking van dit tekort zal worden betrokken bij het financiële afwegingskader IpSO2014.
Het risicoprofiel van het project wordt nu ingeschat op ca € 1,3 mln.” In het raadsvoorstel “Investeringsprogramma Stedelijke Ontwikkeling 2014” (RIS 263532) staat: Schedeldoekshaven De haalbaarheidsstudie (NvU) laat zien dat het tekort van € 3 mln. ontstaat door de woningen/studentenhuisvesting en de herinrichting van de openbare ruimte tussen het hotel (bordes en trappen) en Spuiforum. In de programmabegroting 2014 is € 3 mln. beschikbaar gesteld zodat het project integraal uitgevoerd gaat worden aan beide zijden.” Wat is er met deze € 3 mln. uit de programmabegroting 2014 gebeurd? Antwoord: zie de beantwoording bij vraag 15. 27. Is het juist dat de financiële consequenties van de NVU Schedeldoekshaven/Ammunitiehaven niet zijn verwerkt in het raadsvoorstel Kredietaanvraag Spuiforum en/of de grondexploitaties Spuiforum cq. Wijnhavenkwartier uit 2013? Zo nee, waarom niet? Antwoord: zie de beantwoording bij vraag 15. 28. In de commissiebrief “Aanpak gebiedsontwikkeling Spuikwartier” (RIS 274408) d.d. 15 juli 2014 staat: “Ten aanzien van de gebiedsontwikkeling gelden de volgende voorwaarden:
-voor de bebouwingszone langs de eventueel te versmallen Schedeldoekshaven geldt de Nota van uitgangspunten Ammunitiehaven-Schedeldoekshaven die medio 2013 door de raad is vastgesteld als beleidskader.” Is het juist dat in de grondexploitatie Spuikwartier is opgenomen dat het plangebied van de grondexploitatie Spuikwartier is aangevuld met een deel van het gebied uit de Nota van Uitgangspunten Schedeldoekshaven? Zo nee, waarom niet? Antwoord: dit valt buiten het kader van ons onderzoek. 29. Is het juist dat de financiële consequenties van dit deel van de Nota van Uitgangspunten Schedeldoekshaven wel zijn verwerkt in de grondexploitatie Spuikwartier uit 2014? Zo nee, waarom niet? Antwoord: dit valt buiten het kader van ons onderzoek. 30. Bevinding 3, pag. 79, Rekenkamer: “In de toelichting in het raadsvoorstel had het college aangegeven dat de uitbreiding van de gebiedsontwikkeling van het Spuiforum met een commerciële ontwikkeling mogelijk werd door het verkleinen van de grondexploitatie Wijnhavenkwartier.” Is het juist dat de gebiedsontwikkeling ook is uitgebreid met een deel van het gebied uit de Nota van Uitgangspunten Ammunitiehaven/Schedeldoekshaven? Antwoord: dit valt buiten het kader van ons onderzoek. 31.
Is het juist dat de opname van een deel van het gebied van de NvU Ammunitiehaven in de grondexploitatie Spuikwartier een voordeel opleverde dat nog niet is meegenomen in de vergelijking tussen het plan Spuiforum en OCC? Zo nee, waarom niet? Antwoord: dit valt buiten het kader van ons onderzoek. 32. Met betrekking tot de grond van Amare is zowel sprake van grondkosten (in het investeringskrediet) als grondopbrengsten (in de grondexploitatie). Per saldo is voor de gemeente sprake van een budgetneutrale grondtransactie. Waarom worden in het overzicht van de kosten van het OCC/Amare door de Rekenkamer de grondkosten wel meegeteld, maar de grondopbrengst niet? Antwoord: wij volgen hierbij de logica die de gemeente zelf aanhoudt: in de kosten van een investeringsproject wordt rekening gehouden met (onder meer) de kosten voor de grond. Sowieso staan tegenover het investeringskrediet van € 177,4 ook opbrengsten, zoals huurinkomsten voor het OCC of opbrengsten uit verkoop van de commerciële plint. Naast de investeringskosten gaan wij daarom ook in op de (geraamde) structurele lasten voor de gemeente en de dekking daarvan (hoofdstuk 8 van deel 1). 33. In het raadsvoorstel OCC/Spuikwartier is uitgegaan van € 1,5 mln. hogere grondkosten dan met het plan Spuiforum. In het raadsvoorstel staat echter ook het volgende: “De oorspronkelijke raming van grondkosten bij Spuiforum van € 7,4 mln.
was te krap en dit werd tijdens de commissiebehandeling van rv 91 2013 al gecorrigeerd tot € 8,1 mln.”
Is het juist dat dit verschil van 0,7 mln. niet is verwerkt door de Rekenkamer in de vergelijking van de kosten tussen Spuiforum en OCC? Zo nee, waarom niet? Antwoord: zie de beantwoording bij vraag 20 34. Conclusie 1, pag. 14, Rekenkamer: “De geraamde kosten voor ontwikkeling en realisatie van het OCC overstegen al tijdens de besluitvorming in 2014 het ter beschikking gestelde investeringskrediet.” Behalve de bouwkosten in de grondexploitatie doelt de Rekenkamer o.a. op de risicoreservering. In het dictum van het raadsvoorstel staat echter: “€ 3,7 mln. te reserveren in de Reserve Grote Projecten als extra risicoreservering voor de gebiedsontwikkeling Spuikwartier.” Het gaat dus om een risicoreservering voor de gebiedsontwikkeling en niet voor het OCC. Is dit juist? Zo nee, waarom niet? Antwoord: in bevinding 8 en de toelichting daarbij onderbouwen we waarom dit onderdeel zou moeten zijn van de bouwkosten. Onder meer wijzen we erop dat in de toelichting bij deze risicoreservering staat: ‘Hiermee worden de eventuele risico’s met betrekking tot de aanbesteding en realisatie van het dans- en muziekcentrum, het Zuiderstrandtheater en de fondsenwerving opgevangen’. Ook onderbouwen we dat de post onvoorzien die wel binnen het bouwbudget wat opgenomen relatief laag was ten opzichte van wat gebruikelijk is. 35.
In het raadsvoorstel uit 2013 mbt het Spuiforum stond het volgende in het dictum: “Vanuit deze reserve kan tot een maximum van € 5,4 mln risico’s met betrekking tot bouwkosten, tijdelijke huisvesting en grondexploitatie Spuiforum worden afgedekt die mogelijk buiten de reeds daarvoor voorziene middelen vallen.” Is het juist dat de risicoreservering toen volledig voor het Spuiforum is ingesteld, terwijl de latere extra reservering van € 3,7 mln. in 2014 volgens het dictum bedoeld was voor risico’s in de gehele gebiedsontwikkeling? Zo nee, waarom niet? Antwoord: zie de beantwoording bij de vorige vraag 36. Zo ja, is het terecht om de € 3,7 mln. extra risicoreservering volledig toe te rekenen aan het OCC? Zo nee, waarom niet? Antwoord: zie de beantwoording bij vraag 34. 37. Is het juist dat de risicoreserve in 2018 met het raadsbesluit RIS300068 is opgeheven, de resterende € 4,3 mln. vrijviel en dit bedrag is toegevoegd aan het investeringskrediet? Zo nee, waarom niet? Antwoord: dat is juist. 38. Bevinding 36, pag. 140, Rekenkamer: “Met de packagedeal van juli 2018 zijn (..) verschillende uitbreidingen van de opdracht aan Cadanz verstrekt die tot doel hadden de kwaliteit van de uitvoering te verhogen. Deze wijzigingen zijn doorgevoerd op kosten van de gemeente, wat in strijd is met de Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en de instellingen.”
“Het college heeft de kosten hiervan voor rekening van de gemeente genomen, terwijl in de Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en de instellingen is opgenomen dat de instellingen zelf eventuele meerkosten moeten betalen die het gevolg zijn van aanpassingen in het ontwerp die op verzoek van de instellingen.” Technische vraag HSP93: “Heeft het college hier een verklaring voor gegeven aan de Rekenkamer?” Antwoord Rekenkamer: “Tijdens het proces van feitelijk wederhoor heeft de gemeentelijke organisatie aangegeven dat dit een politiek besluit is geweest.” Wanneer en door wie is dit besluit genomen? Antwoord: die vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. 39. Is de Rekenkamer bereid de vragen die vanwege het vertrouwelijke karakter niet beantwoord kunnen en konden worden, alsnog in een vertrouwelijk deel te beantwoorden? Zo nee, waarom niet? Antwoord: nee, de rekenkamer is volgens de gemeentewet eraan gehouden alleen openbare informatie te publiceren. 40. Is de Rekenkamer bereid om de vragen die niet beantwoord konden worden omdat ze buiten het kader van het onderzoek liggen aan het college voor te leggen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: wij kunnen ons goed voorstellen dat ons onderzoek nieuwe vragen oproept. Desondanks zien wij op dit moment geen aanleiding nader onderzoek te doen naar het Onderwijs- en Cultuurcomplex.
Op 19 december 2017 hebben wij de gemeenteraad en het college aangekondigd onderzoek te doen naar het Onderwijs- en Cultuurcomplex. Op 6 november 2020 hebben wij ons onderzoeksrapport gepubliceerd. We hebben daarmee een, ook voor onze begrippen, zeer omvangrijk en complex onderzoek afgerond, dat ook een aanzienlijk beslag heeft gedaan op onze onderzoekscapaciteit. Op basis van dit onderzoek hebben wij een groot aantal bevindingen gedaan. We hebben daarmee uitputtend onderbouwde conclusies kunnen trekken over het gevoerde bestuur ten aanzien van het ontwikkelen en realiseren van het Onderwijs- en Cultuurcomplex. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek zou daarnaast leiden tot het opnieuw in moeten zetten van onderzoekscapaciteit, maar ook tot inzet van capaciteit vanuit de ambtelijke organisatie. Dit heeft naar onze mening weinig toegevoegde waarde ten opzichte van het inmiddels afgeronde onderzoek. Raadsleden kunnen zelf natuurlijk wel vragen die nog onbeantwoord zijn voorleggen aan het college. 41. Bevinding 13, pag. 100, Rekenkamer: “In de raming van de dekking uit sponsoropbrengsten zat een tekort van tot maximaal € 2,6 mln. Dit omdat € 15 mln. aan sponsoropbrengsten netto een opbrengst van € 12,4 mln.
betekent als gevolg van btw-verplichting over sponsorgeld.” Is de Rekenkamer er van op de hoogte dat voor onderwijs- en cultuurinstellingen een BTWvrijstelling geldt en over deze sponsorinkomsten geen BTW verschuldigd is? Zo ja, wat betekent dit voor deze bevinding? Antwoord: Onze bronnen geven aan dat het BTW-probleem in dit geval aan de orde is.
42. Bevinding 5, pag. 83, Rekenkamer: “De kosten voor de afwaardering van de oude theaters (€ 1,1 mln.) heeft het college buiten de grondexploitatie gehouden en onterecht niet opgenomen in het kostenoverzicht van de gebiedsontwikkeling in het raadsvoorstel. Hierdoor presenteerde het college de gebiedsontwikkeling Spuikwartier goedkoper dan het in werkelijkheid was.” Op 11 juni 2013 stemde het college in met de grondexploitatie Spuiforum. Is het juist dat in deze Grondexploitatie Spuiforum uit 2013 al is gemeld dat met de inbrengwaarde van de theaters geen rekening wordt gehouden en er op een andere wijze dekking was opgenomen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: zoals eerder aangegeven hebben wij geen onderzoek gedaan naar het plan voor het Spuiforum en kunnen we dus op vragen over dat plan of de onderbouwing daarvan geen antwoord geven. We hebben bij antwoord 9 al aangegeven dat de bevinding die zich richt op de vergelijking met het Spuiforum, alleen betrekking heeft op de vergelijking van kosten van beide plannen zoals die in het raadsvoorstel 94 is opgenomen. Voor het overige richt ons onderzoek zich alleen op het OCC en niet op het Spuiforum. 43. Kan de Rekenkamer aangeven welke dekking destijds was gevonden? Antwoord: zie hierboven bij vraag 42. 44.
Is het juist dat de Grondexploitatie Spuiforum en de Grondexploitatie Spuikwartier identiek zijn op het punt van de afwaardering van de oude theaters? Zo nee, waarom niet? Antwoord: zie hierboven bij vraag 42. 45. In de Grondexploitatie Wijnhavenkwartier zit een dekkingsbijdrage van 16,6 mln. ISV bijdragen van het Rijk. Een deel van de programmafases voor het Wijnhavenkwartier is doorgeschoven naar de Grondexploitatie Spuikwartier. Waarom is niet ook een deel van de ISV-middelen overgeheveld naar de Grondexploitatie Spuikwartier? Antwoord: deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. 46. Bevinding 21, pag. 117, Rekenkamer: “Op 6 december 2013 besloot het college een maximale bijdrage van € 1,6 mln. aan het NDT beschikbaar te stellen voor de verbouwing van het NDT in het kader van de tijdelijke huisvesting ten tijde van de bouw van het OCC. (..) Hoewel dit besluit openbaar is, heeft het college de gemeenteraad hierover niet actief geïnformeerd.” Het College heeft echter op 9 december 2013 de commissiebrief “Contractvorming Spuiforum en tijdelijke huisvesting NDT” (RIS 268874) naar de raad gestuurd. Hierin staat: “De kosten van de verbouwoperatie van het woonhuis bedragen ongeveer € 1,6 mln.
Daarin zijn de bouwkundige en technische aanpassingen van het Lucent Danstheater begrepen, alsmede de meerkosten van het Zuiderstrandtheater doordat een aantal technische voorzieningen in het Lucent Danstheater achterblijven, in plaats van verhuizen naar het Zuiderstrandtheater.” Ook de dekking staat in de brief. Hiermee is de raad wel degelijk actief geïnformeerd. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: in de bron waar de vraagsteller naar verwijst (RIS268874) wordt verwezen naar de kosten voor verbouwing van ‘ongeveer € 1,6 mln.’. Volgens de bron is ‘allereerst een vrijvallend investeringsbudget beschikbaar’. Daarnaast wordt aangegeven dat ‘een aanvullende extra gemeentelijke maximum-bijdrage van € 0,4 mln.’ door het college noodzakelijk wordt geacht om de oplossing mogelijk te maken. Het collegebesluit waar in de onderbouwing van bevinding 21 naar wordt verwezen spreekt van een ‘maximale bijdrage van € 1,6 mln.’ Deze bijdrage van € 1,6 mln. is niet als zodanig opgenomen in de bron waar de vraagsteller naar verwijst. Overigens wijzen wij erop dat de passage uit het rekenkamerrapport waar de vraagsteller naar verwijst, onderdeel is van de onderbouwing van een bevinding, niet van de bevinding zelf, zoals wel door de vraagsteller wordt gesuggereerd. De bevinding luidt: ‘Het college heeft een incidentele subsidie van € 1 mln. en een structurele subsidie van € 0,125 mln. per jaar (zonder voorwaarden of termijn) aan het NDT toegezegd die direct verband houden met de deelname van het NDT in het project OCC. Het college heeft de bedragen niet inzichtelijk gemaakt bij het overzicht van kosten voor het project OCC.’ In de onderbouwing is tevens aangegeven dat ‘uiteindelijk € 1 mln. daadwerkelijk’ is toegekend aan het NDT.
Al met al constateren wij ook nu dat de informatievoorziening over deze bijdrage aan het NDT niet uitblinkt in transparantie. 47. Bevinding 21, pag. 118, Rekenkamer: “Uit correspondentie tussen de gemeente en het NDT uit begin 2014 blijkt dat het NDT uiteindelijk een vergoeding toegezegd is voor een bedrag van € 1 mln. ter dekking van verbouwkosten in het kader van de tijdelijke huisvesting van het NDT. Het college heeft daarmee van de vastgestelde maximale bijdrage van € 1,6 mln. uiteindelijk € 1 mln. daadwerkelijk toegekend aan het NDT. Dit bedrag is niet genoemd in het raadsvoorstel RV94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier en is ook niet opgenomen in het stichtingskostenoverzicht voor het bouwproject OCC.” In het collegebesluit d.d. 6 december 2013 staat echter: “De bijdrage van maximaal € 1,6 mln. te dekken uit de onderbesteding van € 1,2 mln. door het niet realiseren van het NDT-deel in het woonhuis Zuiderstrandtheater en aanvullend tot € 0,4 mln. uit de post onvoorzien in de stichtingskosten van Spuiforum”. Is de toekenning van uiteindelijk € 1 mln. aan het NDT gedekt door de onderbesteding op het Zuiderstrandtheater of door de post onvoorzien? Antwoord: in de toelichting op bevinding 21 geven we aan dat deze kosten gedekt zouden worden uit het ter beschikking gestelde budget voor het Spuiforum.
Een nadere analyse van de boekhouding van gerealiseerde kosten en waar deze op zijn geboekt zou moeten aantonen of dit uit de post onvoorzien is gedekt of uit de post tijdelijke huisvesting. Beiden maken overigens onderdeel uit van het bouwbudget dat uit het investeringskrediet wordt bekostigd. 48. Is de toekenning opgenomen en/of onderdeel van de post “Bouwkosten, ontwerp, theatertechniek, onvoorzien, advies- en ontwikkelkosten” en/of van de post “Bijdrage tijdelijke huisvesting” zoals weergegeven in de tabel op pagina 12 van het raadsvoorstel RV 94? Zo nee, waarom niet? Antwoord: zie ook het antwoord op de vorige vraag. Waar de toekenning op begroot is of waar de daadwerkelijke kosten op zijn geboekt, hebben wij niet onderzocht. 49. Zo ja, is het juist dat het bedrag van € 1 mln. wel degelijk is opgenomen in het stichtingskostenoverzicht?
Antwoord: het stichtingskostenoverzicht dat wij als bron aangeleverd hebben gekregen van de gemeente en waar deze constatering op is gebaseerd, laat geen separate post voor deze bijdrage zien. Als zodanig is de specificatie dus niet opgenomen in het overzicht van kosten. 50. Bevinding 23, pag. 111, Rekenkamer: “Bij het raadsvoorstel gaf het college aan dat het Bedrijfsplan Spuiforum uit 2013 nog onverminderd van toepassing was, ongeacht het feit dat het bouwplan aangepast zou worden: ‘de kosten- en opbrengstramingen zoals die zijn opgenomen in het recent openbaar gemaakte Bedrijfsplan 2013 van de stichting DMC behoeven geen aanpassing. De één jaar latere ingebruikname van het onderwijs- en cultuurgebouw heeft hierop geen effect’. Dit was echter niet juist, zo was bijvoorbeeld het aantal vierkante meters van het gebouw ten opzichte van het Spuiforum met bijna 5.000 m2 toegenomen. In de GRIP-rapportages voor het Spuiforum (2013) en het OCC (Spuikwartier, 2014) is de ontwikkeling van het gebouwd volume te vinden. Voor het Spuiforum werd in augustus 2013 uitgegaan van 43.214 m2 BVO, terwijl voor het nieuwe plan Spuikwartier in 2014 het plan uitging van 48.000 m2 BVO voor het cultuurgebouw.” In de commissiebrief “Nadere informatie n.a.v.
commissievergadering 26 juni 2013 inzake rv Kredietaanvraag Spuiforum” van 28 juni 2013 (RIS 260502) staat: “Het gebouw is in vloeroppervlak toegenomen. (..) Voorlopig Ontwerp 46.701 m2 (..) In de VO fase is gerekend met: ca. 46.701 m2 BVO.” Ook in de commissiebrief “Vergelijking Spuiforum en Renovatievariant” d.d. 25 september 2013 (RIS265110) staat “Bruto oppervlak excl. Commercieel 46.701 m2.” Is het juist dat in de GRIP-rapportage voor het Spuiforum het aantal vierkante meters van 43.214 m2 was gebaseerd op het schetsontwerp uit juni 2012 en niet op het voorlopig ontwerp d.d. 11 juni 2013? Zo nee, waarom niet? Antwoord: zoals eerder aangegeven, hebben wij geen onderzoek gedaan naar het plan Spuiforum. 51. Is het juist dat het aantal vierkante meters van het OCC ten opzichte van het voorlopig ontwerp van het Spuiforum met bijna 1.300 m2 was toegenomen en niet met 5.000 m2? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Onze bronnen geven aan dat bij de onderzoeken die ten grondslag lagen aan het bedrijfsplan uit 2013, uitgegaan is van het lagere vloeroppervlak uit het schetsplan. We wijzen er daarnaast op dit één van de onderbouwingen is bij de bevinding dat het bedrijfsplan onvoldoende zicht bood op de financiële consequenties van de bedrijfsvoering in het plan voor het OCC.
52. Bevinding 46, pag. 158, Rekenkamer: “In de eerste helft van 2018 was het (toenmalige) college al bezig met de voorbereidingen op het overeenkomen van een pakket van ontwerpaanpassingen met de aannemer. Toen was al duidelijk dat hiermee extra kosten buiten het beschikbare budget zouden worden gemaakt én een vertraging in de oplevering zou optreden. De raad is hierover pas op 3 juli 2018 geïnformeerd.” Echter in de Kwartaalrapportage 1e kwartaal 2018 (RIS299606) d.d. 24 april 2018 informeert het college de raad als volgt: “Daarnaast hebben de instellingen, bij de beoordeling van het TO-bovenbouw-afbouw geconstateerd dat het ontwerp in hun ogen op enkele onderdelen verbeterd kan worden. Die punten zijn in de afgelopen periode nader uitgewerkt en als
zogenaamde ‘ontwerpaanpassingen’ aan Cadanz voorgelegd. Cadanz maakt inzichtelijk wat de eventuele consequenties, zowel in kosten als qua planning, zijn van die aanpassingen. Aan de hand daarvan zal dan besloten worden tot het al dan niet doorvoeren daarvan.” En ook in Tussenbericht OCC (RIS299803) d.d. 29 mei 2018 staat: “Het college (..) is van oordeel dat wij in deze periode niet het mandaat hebben om een besluit te nemen over scopeuitbreidingen. Zoals gemeld in de laatste kwartaalrapportage, maakt Cadanz inzichtelijk wat de eventuele consequenties, zowel in kosten als in planning van de ontwerpaanpassingen, zijn. Aan de hand daarvan zal besluitvorming plaatsvinden.” Is het juist dat de raad -volgens afspraak- via de kwartaalrapportage is geïnformeerd over mogelijk consquenties van de ontwerpaanpassingen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: de vraagsteller wijst er terecht op dat de raad geïnformeerd is over discussies over het ontwerp en mogelijke aanpassingen daarin die extra kosten mee zouden kunnen brengen. Onze bevinding is niet dat het onduidelijk was dat er extra kosten gemaakt zouden worden, maar dat er extra kosten buiten het beschikbare budget gemaakt zouden worden. Wij constateren op basis van diverse bronnen dat het college tot juli 2018 heeft aangegeven dat het gebouw binnen het beschikbare budget van € 177,4 mln. gerealiseerd zou worden. 53.
Is het juist dat met het besluit over de ontwerpaanpassingen op 3 juli 2018 pas definitief duidelijk werd welke gevolgen dit had voor de kosten en de planning? Zo nee, waarom niet? Antwoord: voor de gemeenteraad is dit juist, het college had hier eerder zicht op. 54. De Rekenkamer stelt zelf in de beantwoording van de technische vragen over de ontwerpaanpassingen dat “Tijdens het proces van feitelijk wederhoor (..) de gemeentelijke organisatie (heeft) aangegeven dat dit een politiek besluit is geweest.” Is dit juist? Antwoord: dit is juist. De beantwoording op van HSP93 luidt: ‘Tijdens het proces van feitelijk wederhoor heeft de gemeentelijke organisatie aangegeven dat dit een politiek besluit is geweest.’ In het kader van het feitelijk wederhoor hebben wij overleg gehad met de ambtelijke organisatie voor toelichtingen en nadere onderbouwing bij en van opmerkingen op ons concept feitenrapport. Daarbij is het bovenstaande aangegeven. Wij hebben dit niet nader kunnen verifiëren.