CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307827 Bijlage 2

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Nota stadsbomen (RIS307827)7.977 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Routeboek Stadsbomen in Projecten behorend bij Nota Stadsbomen

16-2-2021

1

Inleiding Dit Routeboek Stadsbomen in Projecten is vooral bedoeld voor interne en externe projectleiders, ontwerpers, projectontwikkelaars en boombeheerders. Dit routeboek geeft de werkwijze weer zoals we met stadsbomen in onze projecten willen omgaan. Het helpt om het belang van bomen te onderzoeken en alle mogelijkheden voor vergroening aan te grijpen. Zo draagt het routeboek bij aan een transparante belangenafweging, een eenduidige werkwijze en een heldere informatievoorziening.

Het Routeboek Stadsbomen in

Nota Stadsbomen

Projecten is integraal onderdeel van de Nota

Leefkwaliteit voor de stad

Stadsbomen. Illustratie: gemeente Den Haag.

Het Routeboek Stadsbomen in Projecten maakt integraal onderdeel uit van de Nota Stadsbomen maar kan ook als los boekwerk worden gebruikt (vandaar dat sommige teksten worden herhaald). Beleidsachtergrond: Nota Stadsbomen In de Nota Stadsbomen is de ambitie om tot een hogere leefkwaliteit in de stad te komen beschreven. Dit is concreet in twee doelen vertaald: • We werken aan de toekomstbestendigheid van ons bomennetwerk. Daarom moeten we de basis goed houden en zelfs versterken. Wanneer we ontwerpen met bomen, dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. • We willen meer kroonoppervlak in onze stad. Meer kroonoppervlak zorgt namelijk voor hogere ecosysteemdiensten. Daarvoor zijn goede groeiplaatsen voor

de boom essentieel. Anders kan de boom niet goed presteren, of zelfs overlast veroorzaken. Meer kroonoppervlak realiseren we ook door ‘gewoon’ extra bomen te planten, bestaande groeiplaatsen te verbeteren en onze bestaande bomen goed te beheren. In vrijwel elk project vormen de stadsbomen een belangrijk onderwerp van gesprek. Dan gaat het bijvoorbeeld over hoe we stadsbomen kunnen behouden. Soms kunnen we echter een groter kroonoppervlak beter realiseren met nieuwe bomen met een goede groeiplaats. Als er toch stadsbomen moeten worden verwijderd of vervangen, dan moeten we dat goed onderbouwen. Bijvoorbeeld door te verwijzen naar onderzoeken en alternatieven af te wegen. Zo maken we weloverwogen keuzes voor de leefkwaliteit in de toekomst.

Bij het herinrichtingsproject van de Steenwijklaan is vooraf goed gekeken naar het kroonoppervlak voor de toekomst. Enerzijds is gekozen voor geasfalteerde fietspaden. Dit verslechtert de situatie voor de groeiplaats. Maar door de klinkerstroken tussen de bomen te verwijderen en vervangen voor ‘open’ groeiplaatsen is de situatie weer verbeterd. Het gazon moet er nog gaan groeien. De bomen krijgen hiermee meer lucht, voeding en vocht. Het beoogde resultaat is positief voor het kroonoppervlak. Foto: Jurriaan Brobbel.

Routeboek Stadsbomen in Projecten

2

3

In dit routeboek zijn de projectstappen in hoofdlijnen beschreven. Het vormt daarmee de basis voor de informatie die in het Handboek Openbare Ruimte is opgenomen. In het Handboek is extra informatie en detailuitleg opgenomen. Het gebruik en volgen van het Handboek bij projecten blijft dan ook een vereiste. Het Handboek is terug te vinden op www.denhaag.nl.

Stap 2. Schetsontwerp – Voorlopig ontwerp: van planvoorbereiding tot besluitvorming Hoe gaan we om met bestaande bomen en wat zijn de kansen voor een toekomstbestendig netwerk, meer kroonoppervlak en hogere ecosysteemdiensten?

Het Routeboek Stadsbomen in Projecten geeft uitleg over de vijf stappen in projecten voor bomen.

• 2A. Onderzoek kansen voor extra kroonoppervlak, verbeteren bestaande Haagse stadsbomennetwerk en stadsnatuur • 2B. Schetsontwerp (SO) met behoud en inpassing van zoveel mogelijk bomen • 2C. Boom Effect Analyse (BEA) 2.0 • 2D. Afwegingskader verplanten bomen • 2E. Voorlopig ontwerp (VO) met ontwerp van de ondergrond • 2F. Opnemen gevolgen voor bomen in bestuurlijke besluitvorming over VO

Stap 1. Initiatieffase

Stap 3. Definitief ontwerp & Besteksvoorbereiding

Hoe staat het met de huidige flora en fauna en welke ecosysteemdiensten levert het groen nu in het projectgebied?

Hoe maken we de juiste groeiplaats en kiezen we toekomstbestendig?

In dit routeboek zijn verschillende methoden opgenomen als voorbeeld. Het is in de meeste gevallen een inspiratiemethode en vormt geen blauwdruk. Elk project vraagt om maatwerk. De methoden worden door ermee te werken in projecten en door innovatie verder ontwikkeld en verbeterd.

• 1A. Planbeoordeling Haagse Bomen • 1B. Beoordeling bestaande ecosysteemdiensten projectgebied • 1C. Beoordeling aanwezige flora en fauna

• 3A. Ontwerpeisen stadsbomen • 3B. Inrichting groeiplaats • 3C. Soortkeuze: Sortimentslijst Haagse bomen

Stap 4. Uitvoering en Nazorg • 4A. Werken bij Haagse bomen • 4B. Nazorg Haagse bomen

Stap 5. Beheer (zie Routeboek Beheer Stadsbomen) In bijlage 1 staat een overzicht met de informatie die per stap beschikbaar is en welke onderzoeken in een stap worden uitgevoerd. Project vernieuwing kademuren Noordwal. Foto: Jurriaan Brobbel. Routeboek Stadsbomen in Projecten

4

5

Stap 1. Initatieffase Tijdens de initiatieffase worden alle bestaande bomen in het plangebied geïnventariseerd. Dit wordt gedaan met de Planbeoordeling Haagse Bomen. Hierna worden de ecosysteemdiensten van het groen in het projectgebied beoordeeld en onderzoek gedaan naar beschermde flora en fauna. De volgende vragen worden daarmee beantwoord: 1. Welke bomen zijn in het gebied aanwezig, wat is hun conditie en welke ecosysteemdiensten vervullen zij? 2. Welke ecosysteemdiensten levert het groen nu in het plangebied?

Het resultaat van stap 1A wordt samengevat in een overzichtstekening van alle bomen met daarin in ieder geval de condities van de bomen. Voorbeeld bomen met een slechte conditie aan de Beeckestijnhof. Foto: gemeente Den Haag.

1A. Planbeoordeling Haagse Bomen Met de planbeoordeling worden de aanwezige bomen in een projectgebied geïnventariseerd en verschillende ecosysteemdiensten van de bomen beoordeeld. Dit helpt om zorgvuldig na te denken over de bestaande bomen bij de voorbereiding van bouw- en reconstructieplannen, en goede afwegingen te maken. Zo kan het onnodig kappen van bomen worden voorkomen en is er tijdig inzicht in eventuele mogelijkheden en beperkingen voor het vervolgtraject van het plan. De planbeoordeling is toepasbaar op alle gemeentelijke stadsbomen met uitzondering van de monumentale bomen. Het invullen van het beoordelingsformulier wordt door een boomdeskundige gedaan.

Voorbeeld bomen met een goede conditie aan de Sophialaan. Foto: gemeente Den Haag.

Kroonoppervlak tussen hoogbouw. Foto: Jurriaan Brobbel. Routeboek Stadsbomen in Projecten

6

Invulformulier

1

Planbeoordeling Haagse bomen.

2

3

4

5

6

7

Normen Onderwerp

Conditie Slecht Matig Redelijk Goed Ernstige overlast van de boom Veroorzaakt de boom (of bomen) al reeds gedurende langere tijd overlast voor de omgeving in de vorm van ernstige lichtbelemmering, schurende takken langs de gevel of aanzienlijke worteldruk. Stamdiameter op 130 cm. hoogte < 25 cm 25 - 50 cm > 50 cm Boomgrootte 3e grootte (< 6 meter) 2e grootte (6-12 meter) 1e grootte (> 12 meter) Groeivorm Slechte/afwijkende groeivorm Opgekroonde snoeivorm Bijzondere groeivorm of soorteigen habitus Ruimtelijke betekenis Niet of deels zichtbaar vanaf de openbare weg Volledige zichtbaar vanaf de openbare weg Is indrukwekkend voor de omgeving Ecologische c.q. milieuwaarde De boom of boomgroep is ecologisch waardevol (zie toelichting). Vormt een onderdeel van de Stedelijke Ecologische Hoofdstructuur.

Conclusie en advies

Beoordeling

Planbeoordelingen Haagse bomen Lange Vijverberg In 2013 is een planbeoordeling ingevuld voor de monumentale bomen aan de Lange Vijverberg (RIS 269146). Op de tekening is te zien dat een rij rode paardenkastanjes in een matige tot slechte staat was. Dit als gevolg van de vraatschade van halsbandparkieten en door de kastanjebloedingsziekte. Kap was helaas onvermijdelijk. Door toepassing van watershells (zie foto pagina 27) is een goede groeiplaats met voldoende doorwortelbare ruimte gemaakt. Op pagina 19 is te zien hoe nieuwe lindes worden geplant. Pagina 39 laat het huidige beeld zien. De bomenrij is hersteld en weer in een goede conditie. In 2016 is een planbeoordeling Haagse bomen gemaakt voor het herinrichtingsproject Lange Vijverberg. Dit project was nodig voor het aanpassen van het tramtracé voor nieuwe bredere trams.

* Ingevuld formulier aanvullen met één of meerdere foto’s!

goed redelijk matig

Voorbeeld van een

slecht

in een tekening samengevat resultaat van stap 1A Planbeoordeling Haagse bomen.

7

profielkuil

on tsp an nin g)

schappelijke waarden (ge Maat zon dhe id &

Hogere vastgoedprijzen

Recreatie en toerisme 2

Sociale cohesie 0

Minder geluidsoverlast

3

basis van expert

Investeringen

judgement. Met

Productie voedsel

4

behulp van een 0-4 sterren principe is een inschatting gemaakt van de

1 Visuele Repre- afschersentatie ming

Ecosysteemdiensten

Verminderen wind

Lange Voorhout op

huidige aanwezige ecosysteemdiensten van de structuur.

Verblijfskwaliteit

Verhogen kwaliteit van leven

Materialen economische waarde

Veraangenamen fiets- en voetgangersroutes Waterafvang

Microklimaat CO2 vastleggen

Verminderen hitte & hittestress Voedselvoorziening dieren & planten Vormen netwerk dieren & planten

Bodemvruchtbaarheid Leefruimte dieren & planten

aat & Biodive den (Klim rsitei waar t) che gis olo Ec

1C. Beoordeling aanwezige flora en fauna Om te voldoen aan de Wet natuurbescherming onderzoeken we de aanwezigheid van beschermde flora en fauna in het projectgebied. Als dit inzichtelijk is weten we hoe we hiermee om kunnen gaan. Het is belangrijk dit al in de initiatieffase te doen om verrassingen en vertraging in het project te voorkomen. De quick scan kan namelijk leiden tot vervolgonderzoek, bijvoorbeeld voor vleermuizen. Dit kan niet jaarrond en vraagt specifieke tijdsperiodes van onderzoek.

Cultuurhistorie

g) elin ikk tw On

Het resultaat van stap 1B wordt samengevat in een duidelijk overzicht. Bijvoorbeeld via het web-model.

Belevingswaarde

ecosysteemdiensten

&

Het waarderen van ecosysteemdiensten is nog in ontwikkeling. Een eenvoudige methode om de bestaande waarden van groen in een projectgebied te beoordelen is een bepaling met het ‘web-model’. Hierbij wordt aan elke bekende ecosysteemdienst een waardering gegeven van 0-4. 0 is geen, 4 is hoog. De beoordeling kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld door een groenexpert of via een gezamenlijke beoordeling door bewoners in een projectgebied.

Lagere Educatie & zorgkosten bewustwording

Voorbeeld beoordeling

Eco no mi sch ew aa Energierd en besparing

Binding

o ag (Im

1B. Beoordeling bestaande ecosysteemdiensten projectgebied In de initiatieffase worden de bestaande ecosysteemdiensten van groen in het projectgebied in beeld gebracht. De ecosysteemdiensten tonen de bijdrage van groen aan de leefkwaliteit. Het is een brede beoordeling van het groen, en is niet alleen gericht op de bomen.

Het resultaat van stap 1C wordt samengevat in een korte conclusie.

Routeboek Stadsbomen in Projecten

8

9

Stap 2. Schetsontwerp – Voorlopig ontwerp: van planvoorbereiding tot besluitvorming Nu de bestaande bomen in het projectgebied zijn geïnventariseerd wordt de volgende stap gezet. Tijdens deze stap stellen we onszelf de volgende vragen:

op het geo-portaal van de gemeente: www.kaartendenhaag.nl. Een deel van deze kaarten wordt in de periode 2021 – 2022 ontwikkeld. Het gaat om de volgende kaarten:

1. Hoe waarderen we de huidige ecosysteemdiensten? Welke waarden willen we na realisatie van het project behalen? 2. Hoe willen we omgaan met bestaande bomen? 3. Welke kansen zien we voor het maken van een toekomstbestendig Haags bomennetwerk? 4. Welke kansen zijn er om meer kroonoppervlak aan de stad toe te voegen? 5. Welke kansen zien we voor het verbeteren van de ecosysteemdiensten van groen in het projectgebied, bijvoorbeeld voor de biodiversiteit?

• • • • • • •

We gebruiken deze informatie bij het maken van een Schetsontwerp en een Voorlopig ontwerp. 2A. Onderzoek kansen voor extra kroonoppervlak, verbeteren bestaande Haagse stadsbomennetwerk en stadsnatuur Nu we de bestaande groene waarden weten kunnen we aan de slag met de doelen uit de Nota Stadsbomen (en Nota Stadsnatuur). Bij elk project onderzoeken we de mogelijkheid voor meer kroonoppervlak voor de stad (‘Meer blad voor de stad’) en het verbeteren van het Haagse bomennetwerk. Bij deze stap gebruiken we ook bestaande informatie. Het gaat om kansenkaarten en kaarten met hierin de ambities opgenomen. Deze informatie wordt ontsloten via GIS-kaartlagen en is te vinden

Ambitie/verbeteringen Hoofdboomstructuur Ambitie/verbeteringen Ecologische verbindingszones Kansenkaart verbetering groeiplaatsen Hoofdboomstructuur Kansenkaart verbetering bestaande groeiplaatsen Kansenkaart nieuwe bomen Kansenkaart vergroening/ontstenen Knelpunten en kansenkaart klimaatadaptatie

In alle kaarten is relevante informatie te vinden. Meer kroonoppervlak kunnen we op meerdere manieren realiseren, bijvoorbeeld door het verbeteren van bestaande groeiplaatsen en het aanplanten van meer bomen. Met het verbeteren van bestaande groeiplaatsen wordt ook gewerkt aan de toekomstbestendigheid van het netwerk. Op de ambitie/verbeterkaart Hoofdboomstructuur is terug te vinden welke ontbrekende schakels bestaan in de Hoofdboomstructuur van het Haagse bomennetwerk. Dit soort kansen zijn ook benoemd voor de Ecologische verbindingszones. De Natuurkansenscan is onderdeel van de Nota Stadsnatuur (RIS 305825) en laat zien welke mogelijkheden er voor natuurontwikkeling in de directe omgeving liggen. Vergeet niet om de mogelijkheden aan het bestemmingsplan/ omgevingsvisie te toetsen.

Verplanten bomen Dunne Bierkade. Foto: gemeente Den Haag. Routeboek Stadsbomen in Projecten

10

Het samengevat resultaat van deze stap is: - een overzichtstekening met kansen voor verbetering groeiplaatsen bestaande bomen; - een overzichtstekening met kanslocaties voor extra bomen; - een ingevulde natuurkansenscan.

Scores Locatie:

Aansluiting op nieuwe ontwikkeling [Ja/Nee]:

Dekking

N.V.T.

Dekking voor kleine zoogdieren (oppervlak) Broedgelegenheid voor struweelvogels (oppervlak) Voedsel

N.V.T.

Nectarleverende bomen (aantal per 10 are) Nectarleverende struiken (aantal per are) Nectarleverende (inheemse) kruiden in grasvegetatie Nectarleverende vaste planten Bes- en notendragende bomen (aantal per 10 are) Bes- en notendragende struiken (per are) Diversiteit

N.V.T.

Bomensoorten (aantal per 10 are) Struikensoorten (aantal per are) Kruidensoorten (aantal per 25 m2) Kwaliteit natuurlijke biotopen

N.V.T.

Bosje (oppervlak; breedte) Struweel (oppervlak; breedte) Kruiden & Zoom (oppervlak; breedte) Faunagrasland (oppervlak; breedte) Floragrasland (oppervlak; breedte) Poel (vorm en aansluiting) Water (oevervorm, minimaal 1 oever) Kwaliteit cultuurlijke biotopen

N.V.T.

Bomenrij Solitaire boom Heesters (oppervlak; breedte) Gazon (aandeel kruiden) Geveltuin (percentage van gevellengte) Boomspiegel (aandeel begroeid) Vaste plantvakken (percentage oppervlak; aantal nectarsoorten) Aanwezigheid bijzondere natuurwaarden Oeverhoekjes (oppervlak) Geleidelijke overgang (percentage bos/struweelranden) Zon/windluwte (oppervlak) Dood hout (lengte stammen diameter > 30 cm) Toelichtende tekst & gebiedsomschrijving op achterzijde

98

Natuurkansenscan.

11

N.V.T.

Datum:

Naam:

Coördinaten:

Oppervlak:

Weinig

Gemiddeld

Veel

30 - 60 m2 50 - 100 m2

60 - 100 m2 100 - 200 m2

> 100 m2 > 200 m2

Weinig

Gemiddeld

Veel

<5 <5 < 10% < 25% <5 <5

5 - 15 5 - 15 10 - 40% 25 - 75% 5 - 15 5 - 15

> 15 > 15 > 40% > 75% > 15 > 15

Laag

Gemiddeld

Hoog

<3 <3 < 10

3-5 3-5 10 - 20

>5 >5 > 20

Laag

Gemiddeld

Hoog

225 - 500 m2; > 15 m 50 - 100 m2; > 5 m 30 - 60 m2; > 3 m 20 - 60 m2; > 3 m 17 - 175 m2; > 5 m grillige oevervorm en variatie in begroeiing oever steil, kruiden- en soortenarm

500 - 1000 m2; > 20 m 100 - 200 m2; > 7 m 60 - 100 m2; > 3 m 60 - 100 m2; > 3 m 175 - 500 m2; > 7 m als laag maar met flauwe oever oever steil, kruiden- en soortenrijk

> 1000 m2; > 20 m > 200 m2; > 10 m > 100 m2; > 5 m > 100 m2; > 5 m > 500 m2; > 10 m als gemiddeld maar met struweel oever flauw, kruiden- en soortenrijk

Laag

Gemiddeld

Hoog

uitheems uitheems < 50 jaar 50 - 100 m2; > 5 m < 10% < 20% < 20% < 25%; < 3

deels inheems, een leeftijdsklasse inheems < 50 jaar; uitheems > 50 jaar 100 - 200 m2; > 7 m 10 - 30% 20 - 60% 20 - 60% 25 - 50%; 3 - 8

deels inheems, meerdere leeftijdsklassen inheems > 50 jaar > 200 m2; > 10 m > 30% > 60% > 60% > 50%; > 8

Weinig

Gemiddeld

Veel

5 - 20 m2 20 - 40% 30 - 60 m2 1-5m

20 - 40 m2 40 - 80% 60 - 100 m2 5 - 10 m

> 40 m2 > 80% > 100 m2 > 10 m

Overzichtstekening

Visual Tree Assessment (VTA)

met kansen voor

Groeiplaatsonderzoek (GPO)

verbetering bestaande

activitatievoeding

groeiplaatsen project.

voedingskokers

Voorbeeldsituatie:

gronduitwisseling

Lange Voorhout 2013.

beluchten onderhoudssnoei begeleidingssnoei vrijzetten-correctiesnoei uitlichten kroon vervangen van bestaande bomen inboet van afwezige bomen nieuwe boom

Kansen door versmallen Van Alkemadelaan naar 1x1 rijbaan met behoud afslagen. Hierdoor ontstaat ruimte voor een nieuwe brede groene middenberm naar voorbeeld van Bezuidenhoutsweg. 1e kans: toevoegen boomstructuur i.c.m. gazon/ bloemrijk gras met bloembollen 2e kans: ontstenen noordelijke groeiplaatsen 3e kans: zuidelijk tegen woningen, ruimte maken voor groeiplaatsen bomen i.c.m. parkeren of groen. Afhankelijk van de parkeerbehoefte.

Groeiplaatsen verbeteren bestaande bomen; graven wortelbrug onder fietspad naar groenstrook water en ontstenen zodat ‘open groeiplaats’ met gazon wordt gemaakt. Toevoegen bomen Groeiplaatsen verbeteren bestaande bomen i.c.m. parkeren sandwichconstructie. Bomen in slechte staat; vervangen door nieuwe bomen met toekomstbestendige groeiplaatsen.

Kansen door versmallen Van Alkemadelaan naar 1x1 rijbaan met behoud afslagen. Hierdoor ontstaat ruimte voor een nieuwe brede groene middenberm naar voorbeeld van Bezuidenhoutsweg. 1e kans: toevoegen boomstructuur i.c.m. gazon/ bloemrijk gras met bloembollen 2e kans: ontstenen noordelijke groeiplaatsen 3e kans: zuidelijk tegen woningen, ruimte maken voor groeiplaatsen bomen i.c.m. parkeren of groen. Afhankelijk van de parkeerbehoefte.

Groeiplaatsen verbeteren bestaande bomen; graven wortelbrug onder fietspad naar groenstrook water en ontstenen zodat ‘open groeiplaats’ met gazon wordt gemaakt. Toevoegen bomen Groeiplaatsen verbeteren bestaande bomen i.c.m. parkeren sandwichconstructie. Bomen in slechte staat; vervangen door nieuwe bomen met toekomstbestendige groeiplaatsen.

Overzichtstekening met kansen voor nieuwe bomen, aangevuld met kansen voor verbetering groeiplaatsen bestaande bomen. Voorbeeldsituatie: Van Alkemadelaan.

Routeboek Stadsbomen in Projecten

12

Voorbeeld resultaat: presentatie ecosysBinding

teemdiensten bestaand

Cultuurhistorie

Recreatie en toerisme 2

Sociale cohesie 0

Minder geluidsoverlast

3

Productie voedsel

4

1 Visuele Repre- afschersentatie ming

Ecosysteemdiensten

Verminderen wind

Investeringen

g) elin ikk tw On

Hogere vastgoedprijzen

&

schappelijke waarden (ge Maat zon dhe id &

Lagere Educatie & zorgkosten bewustwording

Belevingswaarde

o ag (Im

Lange Voorhout.

on tsp an nin g)

en ambitie toegepast als voorbeeld op het

Eco no mi sch ew aa Energierd en besparing

Verblijfskwaliteit

Verhogen kwaliteit van leven

Materialen economische waarde

Veraangenamen fiets- en voetgangersroutes Waterafvang

Microklimaat CO2 vastleggen

Verminderen hitte & hittestress Voedselvoorziening dieren & planten Vormen netwerk dieren & planten

Bodemvruchtbaarheid Leefruimte dieren & planten

2B. Schetsontwerp (SO) met behoud en inpassing van zoveel mogelijk bomen De planbeoordeling (1A) beschrijft de waarden van de bomen in een projectgebied en geeft zo inzicht in de mogelijkheden en beperkingen voor het ontwerpproces. Het is in het ontwerpproces van belang goed na te denken over de conditie (en dus de levensverwachting) van de bestaande bomen. Het uitgangspunt van de gemeente is boombesparend ontwikkelen. We gaan in principe voor behoud, maar als bomen al een slechte of matige conditie hebben en op een slechte groeiplaats staan, dan kan een nieuwe boom met een nieuwe toekomstbestendige groeiplaats veel meer toekomstwaarde hebben voor de stad. We kunnen dan onderbouwd kiezen voor een toekomstbestendige vervanging van deze bomen. Stap 2A geeft inzicht in de aanwezige kansen en vormt belangrijke informatie voor het schetsontwerp. Voorafgaand aan het maken van het schetsontwerp beschrijven we de ambities voor de te behalen ecosysteemdiensten (leefkwaliteit) voor de toekomst. Dit wordt projectbreed voor het groen bekeken. Dit kan worden gedaan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door het invullen van het bij stap 1B gepresenteerde ecosysteemdienstenweb. De ambities voor ecosysteemdiensten geven mede richting aan het schetsontwerp.

aat & Biodive den (Klim rsitei waar t) che gis olo Ec

Het resultaat van deze stap is naast het schetsontwerp ook een overzicht met de gewenste ecosysteemdiensten voor de toekomst.

13

2C. Bomen Effect Analyse (BEA) 2.0 Als na de eerdere stappen blijkt dat bomen last kunnen krijgen van bepaalde werkzaamheden, wordt een ‘Bomen Effect Analyse 2.0’ (BEA 2.0) gemaakt. Hiermee worden de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor de bomen geïnventariseerd en wordt een eerste indicatie gegeven of bomen eventueel verplantbaar zouden zijn. De BEA 2.0 is gebaseerd op de Richtlijn BEA van de Bomenstichting en het CROW. Ze biedt handvatten en heeft de grootste waarde als er nog ruimte is voor keuzes, dus voorafgaand aan de VO-fase. Zo breng je effecten van veranderingen tijdig in kaart en kunnen de nodige randvoorwaarden en boombeschermende maatregelen worden geadviseerd. Bij een BEA staat de vraag centraal: Kunnen de bomen, in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden, in hun huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven? De BEA 2.0 is als papieren uitgave beschikbaar binnen de gemeente, of te bestellen via de webshop van de Bomenstichting. De digitale versie maakt deel uit van verschillende Kennismodules bij het CROW. Een BEA is meestal een omvangrijk document en is een maatwerkproduct per locatie. Een samenvattend resultaat is vaak een beoordelingsoverzicht.

Routeboek Stadsbomen in Projecten

14

Voorbeeld van een samengevat resultaat in tekening van een BEA 2.0.

15

2D. Afwegingskader verplanten van bomen Wanneer een boom niet behouden kan blijven op zijn huidige locatie, wordt bij de BEA indicatief onderzocht of hij verplantbaar is. Het onderzoek voor de BEA richt zich hierbij met name op de boomsoort, conditie en omvang van de boom en het wortelgestel.

Boom wordt verplant met verplantschop. Foto: Hoefakker boomspecialisten.

Na een positief verplantadvies vanuit de BEA is de vervolgstap om na te gaan of het verplanten technisch mogelijk en duurzaam verantwoord is. De minimale voorwaarde om te verplanten is dat de boom een toekomstverwachting heeft van zeker 15 jaar. Alleen voldoende vitale bomen maken een redelijke tot goede kans om het verplanten te overleven. Daarbij komt dat bij het verplanten ook de kroon van de boom zoveel mogelijk moet worden gehandhaafd. Complicerende factoren voor het verplanten van bomen in de stad zijn vaak de grote hoeveelheid kabels en leidingen in de grond die tussen de wortels liggen waardoor meestal een aanzienlijk deel van de wortels geamputeerd moet worden. In het verplantbaarheidsonderzoek wordt onderzocht of de boom voorbereid moet worden op het verplanten. Dit is soms een voorwaarde voor het goed kunnen aanslaan van een boom op de toekomstige plek. Het voorbereiden moet in sommige gevallen al enkele jaren voor het verplanten van de boom worden gedaan. De wortelkluit van de boom wordt daarbij rondgegraven en ‘geprepareerd’. Door deze manier van ‘voorbereiden’ krijgt de boom de tijd om nieuwe fijne haarwortels aan te maken wat de slagingskans van het verplanten aanzienlijk vergroot. In sommige gevallen kan de voorbereidingstijd worden overgeslagen en kan met een verplantschop worden gewerkt.

Dit is een grote grijpschop op een kraan die de boom in een keer van zijn plek schept. Bij de aanwezigheid van kabels en leidingen is deze laatste methode gecompliceerd. Ook moet de boom en de kluit van de

Routeboek Stadsbomen in Projecten

16

Geslaagde verplaatsingen In Den Haag zijn we bekend met veel geslaagde projecten waarbij met name jonge en halfwas bomen succesvol in de stad zijn verplant zoals de linde van het Toernooiveld naar het Lange Voorhout, de linden bij de kadevernieuwingen van de Zuidwal en Dunne Bierkade en de vier volwassen iepen aan de Sportlaan. Uniek was de verplanting van de monumentale kastanjeboom op de Koekamp in 1997. Den Haag haalde hiermee zelfs het Guinnes Book of Records.

17

boom geschikt zijn voor deze methode. De volgende uitdaging vormt het transport door de stad. De grote wortelkluiten en brede boomkronen vereisen bijzonder vervoer en het kan nodig zijn om bovenleidingen van de trams tijdelijk te verwijderen. Bij verplanting van bomen moet ook goed worden nagedacht over de financiële consequenties, dit moet transparant worden gemaakt zodat een zorgvuldige besluitvorming kan plaatsvinden. De kosten voor het goed verplanten van een boom zijn verschillend en afhankelijk van veel condities. Het vraagt om maatwerkonderzoek per project. Het doel is dat een boom na het verplanten op de nieuwe locatie en drie jaar nazorg goed groeit en zonder zorgen beheerd kan worden. De kosten voor de voorbereiding, verplanten en nazorg zijn onder andere afhankelijk van de grootte, de conditie, en het aantal te verplanten bomen. De eenvoudigste manier waarbij gewerkt wordt met een verplantschop kost in het gunstigste geval zo’n €2.500 per boom. Het verplanten van een grote bijzondere boom kan zo maar €75.000 kosten. Als gemeente nemen we als richting voor besluitvorming op dat de kosten van het verplanten van een goede gezonde volwassen boom niet meer dan €20.000 per boom kost inclusief voorbereiding en nazorg. Alleen voor het verplanten van uitzonderlijke of bijzondere bomen worden hogere bedragen uitgegeven.

Het Afwegingskader verplanten van bomen kent de volgende voorbereidende stappen: Stap 1. Constateer dat een gezonde boom met een minimale toekomstverwachting van 15 jaar niet behouden kan worden op zijn huidige locatie (BEA 2.0). Stap 2. Voer een verplantbaarheidsbeoordeling uit. Hier spelen de volgende zaken mee: boomsoort, stamomtrek, gewicht, kroonopbouw, wortelopbouw/bodemprofiel, grondwaterstand, ligging kabels en leidingen, benodigde voorbereidingstijd en bereikbaarheid van de boom en het maken van een indicatieve kostenraming. Stap 3. Verken de omgeving voor een vervangende plantlocatie. Voorwaarde hierbij is dat er ondergronds (vrij van kabels en leidingen) en bovengronds voldoende duurzame groeiruimte is. Stap 4. Kies een verplantmethode. Belangrijke randvoorwaarden voor het verplanten zijn een goede bereikbaarheid en een geschikte transportroute. Verder moet rekening gehouden worden met eventueel benodigde vergunningen en eventueel te nemen verkeersmaatregelen. Bij grotere bomen zal er gesnoeid moeten worden om de boom goed op de nieuwe plek aan te laten slaan. Ook kunnen aanvullende verkeerseisen en transportbegeleiding noodzakelijk zijn. Tevens kan het nodig zijn om gedeelten van de route obstakelvrij te maken. Ook viaducten en bovengrondse (tram)leidingen kunnen een barrière opwerpen.

Onderdeel hiervan is het maken van een gedetailleerde kostenraming inclusief de kosten voor de inrichting van de nieuwe plantplaats en de nazorg.

Stap 5. Maak een overzicht voor besluitvorming (zie 2F). Maak hierbij gebruik van een kostenraming en benoem de baten van een verplanting voor de leefbaarheid van de stad. Dit kan op stedelijk niveau, wijk/buurtniveau en straatniveau. Stap 6. (wanneer positief besloten en technisch mogelijk) Bereid de boom voor op verplanting. Eén à twee jaar voor verplanting rondgraven en preparen van de kluit. Hierdoor worden nieuwe haarwortels aangemaakt, wat de slagingskans van het verplanten aanzienlijk vergroot. Afhankelijk van boomsoort en omvang is voorbereiding zelfs noodzakelijk voor een geslaagde verplanting. Stap 6. Richt de nieuwe plantplaats in. Dat wil zeggen het creëren van een groeiplaats die voorzien is van voldoende doorwortelbare ruimte, voeding, water en zuurstof. De eisen zijn hiervoor beschreven in het Handboek Openbare Ruimte. Stap 7. Verricht nazorg voor de verplante boom. Nadat de boom verplant is heeft hij minimaal drie jaar nazorg nodig. Hiermee wordt bedoeld het controleren (en indien nodig actie ondernemen) van zaken als zuurstof, verankering, voedingstoestand en watervoorziening van de bomen.

Routeboek Stadsbomen in Projecten

18

19

2E. Voorlopig ontwerp (VO) inclusief ondergronds ontwerp Op basis van het schetsontwerp, de ambities voor ecosysteemdiensten, de beoordeling van de Bomen Effect Analyse en het onderzoek naar de verplantmogelijkheden wordt het VO gemaakt. In het VO worden de mogelijkheden en beperkingen voor de bestaande bomen en eventuele mogelijkheden tot vergroening binnen het project, expliciet toegelicht. Tijdens het VO wordt ook nagedacht over het toekomstige beheer, de benodigde beheerkosten en de inrichting van de ondergrond. Hiervoor wordt een ondergronds ontwerp gemaakt. Voor bomen is het belangrijk dat toekomstbestendige groeiplaatsen worden gemaakt. Dat betekent dat ze voldoende ondergrondse ruimte hebben (zie stap 3A). Alle ondergrondse infrastructuur zoals kabels en leidingen, ondergrondse containers, maar ook de grondwaterspiegel zijn in deze tekening opgenomen zodat mogelijke conflicten al vroeg bespreekbaar worden gemaakt. Het samenvattend resultaat van deze stap is een VO-tekening en een ondergronds ontwerp. 2F. Opnemen gevolgen voor bomen in bestuurlijke besluitvorming over VO In de diverse fases van een project worden verschillende belangen besproken en afgewogen. Ook vindt in deze fasen interne en externe participatie plaats. Het belang van de bomen wordt tijdens deze fases in beeld gebracht en bijgehouden.

Hiermee kan een onderbouwde afweging van voorstellen ter besluitvorming aan het bestuur worden voorgelegd. Met de resultaten van alle stappen wordt een overzichtssheet of kort rapport gemaakt. Hierin wordt het volgende weergegeven:

• een samenvatting van de doorlopen stappen, onderzoeken en overzicht van onderzochte alternatieven (de onderzoeken worden als bijlage toegevoegd); • bijdrage aan toekomstbestendig netwerk; • huidige en beoogde ecosysteemdiensten; • bijdrage aan kroonoppervlak in de stad.

Kabels en leidingen worden in het ondergronds ontwerp in beeld gebracht. Illustratie: gemeente Den Haag.

De sheet of het rapport zorgt samen met de resultaten van de voorgaande stappen voor een eenduidige en transparante methode van presentatie. Het bestuurlijke besluit vormt de basis voor het aan kunnen vragen van een eventueel benodigde omgevingsvergunning voor verplant of kap.

Aanplant Lange Vijverberg. Foto: Jurriaan Brobbel. Routeboek Stadsbomen in Projecten

20

21

Stap 3. Definitief ontwerp & Besteksvoorbereiding Tijdens deze stap stellen we onszelf de volgende vraag: 1. Hoe maken we de juiste groeiplaatsen en hoe kiezen we toekomstbestendig? 3A. Ontwerpeisen stadsbomen De volledige eisen voor het ontwerp, inrichting en aanplant van stadsbomen zijn beschreven in het Handboek Openbare Ruimte van de gemeente Den Haag. Op hoofdlijnen gelden de volgende uitgangspunten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bomen van de 1e, 2e en 3e grootte. De boomgroottes worden als volgt gedefinieerd: • boom van de 1e grootte: > 12 m hoog; • boom van de 2e grootte: 6-12 m hoog; • boom van de 3e grootte: < 6 m hoog. Aanplantmaat bomen We hanteren verschillende aanplantmaten voor nieuwe bomen. Als bomen worden herplant in een project om verwijderde bomen te vervangen dan is de minimale aanplantmaat van deze bomen 25-30 cm in omtrek. Als er nieuwe – extra – bomen worden geplant dan is de minimale aanplantmaat 18-20 cm in omtrek. Om sneller hogere ecosysteemdiensten te bereiken is het mogelijk om grotere bomen aan te planten. Dit is echter geen voorgeschreven standaard en

betreft maatwerk. Een oudere boom heeft vaak een langere tijd nodig om goed aan te slaan op de nieuwe plek. Soms is het dan beter te kiezen voor een jongere boom die sneller aanslaat en beter groeit.

De nieuwe bomen hebben een toekomstbestendige groeiplaats gekregen in het project voor de verbreding van de trambanen aan de Scheveningseweg. Foto: Jurriaan Brobbel. Routeboek Stadsbomen in Projecten

22

Links: Het is druk in de ondergrond. Het maken van een ontwerp van de ondergrond is belangrijk om de boom en de groeiplaats van de boom goed te positioneren. Zo wordt vooraf duidelijk welke ruimtes nodig zijn om bomen goed te laten groeien. Rechts: Ook bij het ontwerpen naast tramroutes wordt goed rekening gehouden met de afstand tussen de bomen en de bovenleidingen. Vaak worden hier smallere bomen toegepast. Foto’s: gemeente Den Haag.

Links: Voorbeeld waarbij de bomen te groot zijn en te dicht op huizen staan. Rechts: Voorbeeld waarbij de bomen te dicht op de gevel zijn geplant. Foto’s: gemeente Den Haag.

23

Afstand tussen bomen onderling Bij het planten van nieuwe bomen moet rekening worden gehouden met de volgende onderlinge afstand: • bomen van de 1e grootte: 12-15 m uit elkaar; • bomen van de 2e grootte: 8-10 m uit elkaar; • bomen van de 3e grootte: 6-8 m uit elkaar. Afstand tussen bomen en gevels Bij het planten van nieuwe bomen moet rekening worden gehouden met de volgende minimale afstand tussen hart boom en zijkant gevel: • bomen van de 1e grootte: 7 m vanaf gevel; • bomen van de 2e grootte: 5 m vanaf gevel; • bomen van de 3e grootte: 2,5 m vanaf gevel.

Afstand tussen hart boom en zijkant riool/duiker • Indien de kap van het riool zich onder de grondwaterspiegel bevindt: 1,5 m vanaf riool/duiker; • In alle andere gevallen: 2 m vanaf riool/duiker. Afstand tussen bomen en trottoirband Indien een boom in het trottoir wordt geplant dient het hart van de boom minimaal 0,65 m achter de trottoirband te liggen. Afstand tussen bomen en lichtmasten De minimale afstanden tussen hart bomen en zijkant lichtmasten zijn: • bomen van de 1e grootte: 6 m vanaf lichtmast; • bomen van de 2e grootte: 4 m vanaf lichtmast; • bomen van de 3e grootte: 3 m vanaf lichtmast.

Planten op een kleinere afstand van de gevel is alleen mogelijk in de volgende gevallen: • bij toepassing van bomen met zuilvormige of ijle kroon langs blinde gevels; • bij toepassing van speciale snoeivormen; • bij incidentele vervanging binnen een bestaande rij. Afstand tussen bomen en ondergronds verkeer Bij het planten van nieuwe bomen moet rekening worden gehouden met de volgende minimale afstanden tussen hart boom en zijkant kabels- en leidingstrook: • bomen van de 1e grootte: 1,75 m vanaf kabelstrook; • bomen van de 2e grootte: 1,25 m vanaf kabelstrook; • bomen van de 3e grootte: 1 m vanaf kabelstrook.

Routeboek Stadsbomen in Projecten

24

25

3B. Inrichting ondergrondse en bovengrondse groeiplaats bomen In de sterk verstedelijkte omgeving van Den Haag is het van groot belang bomen te voorzien van een goede groeiplaats. Zo kunnen bomen op een duurzame manier groot en oud worden. Dat past bij onze doelstellingen voor een toekomstbestendig netwerk en meer kroonoppervlak in de stad. We hanteren voor de nieuwe aanplant een aantal uitgangspunten zodat de bomen in de toekomst goed toekomstbestendig groeien. De uitgangspunten zijn afhankelijk van de locatie, zoals de afstand tot de gevels, lichtmasten en de ondergrond. Daarnaast is het van belang of het een boom van de 1e, 2e of 3e grootte betreft. Onderstaand worden de diverse inrichtingen qua groeiplaats beschreven en op welke manier deze ondergronds en bovengronds kunnen worden ingericht. Daarnaast zijn diverse zaken rond de aanplant van bomen opgenomen. Minimaal ondergronds volume van de groeiplaats De ideale groeiplaats van een boom ligt normaliter in de natuurlijke omgeving (zoals bos). In de intensief gebruikte stedelijke omgeving van Den Haag is een dergelijke groeiplaats lastiger te realiseren. De ondergrondse ruimte voor bomen neemt, als gevolg van intensief gebruik, eerder af dan toe. Er wordt onderscheid gemaakt in groeiplaatsen voor bomen van de 1e, 2e en 3e grootte.

De optimale groeiplaats van een 1e grootte boom is 40 m3, van een 2e grootte boom 30 m3 en van een 3e grootte boom 15 m3. Onze ambitie is dit aan te leggen, maar we werken met minimale eisen voor de te ontwerpen doorwortelbare ruimte. Op pagina 28 zijn de Haagse minimale eisen voor nieuwe aanleg en herplant weergegeven.

Grondsoorten voor de groeiplaatsen We kennen nu de minimaal benodigde ondergrondse doorwortelbare ruimte. Nu is het van belang de juiste grondsoort erbij te kiezen. Dit verschilt per plek. 1. ‘Open’ groeiplaats in gazons, bermen en plantvakken. 2. ‘Gesloten’ groeiplaats in verharding. 3. G  roeiplaats waarvoor speciale groeiplaatsconstructies nodig zijn. Het doel is in het project te streven naar zoveel mogelijk open groeiplaatsen. Dit is de beste plek voor een boom om te groeien. Met open bedoelen we dat de groeiplaats niet is afgesloten door verharding. Groeiplaats in gazons, bermen en plantvakken: doormengen bomenvoedingsgrond Om ervoor te zorgen dat de nieuwe groeiplaats voldoende vocht, zuurstof en voeding levert, bereiden we de groeiplaats standaard voor. Dit doen we door 1 m3 bomenvoedingsgrond te mengen met 6 m3 bestaande grond. Hiermee maken we de bodem luchtig en voldoende voedingsrijk. Deze hoeveelheid is altijd gelijk, of het nu een 1e, 2e of 3e grootte boom is. Met bestaande grond bedoelen we ook de pas aangebrachte grond voor het gazon, berm of plantvak. In de regel ligt hieronder weer een laag gebiedseigen grond met voldoende voeding. Als dit voedingsarme grond blijkt te zijn, bijvoorbeeld als bij nieuwbouw de grond wordt opgehoogd of voorbelast met zand, dan moet met maatwerk een oplossing worden gezocht.

Het is in deze vakken niet nodig de volledige 20 m3, 15 m3 of 7,5 m3 open te halen en door te mengen, als deze ruimte maar wel aanwezig is voor toekomstige wortelgroei. Als de open groeiplaats te klein is, zal met aanvullende maatregelen de groeiplaats vergroot moeten worden, of er moet voor een kleinere boom worden gekozen.

Op het eerste oog lijkt hier voldoende ondergrondse ruimte voor de groeiplaats van een 1e grootte boom. Een analyse van de ondergrond is belangrijk om na te gaan waar hier de kabels en leidingen liggen. Foto: Jurriaan Brobbel.

Routeboek Stadsbomen in Projecten

26

De bomen hebben hier een ‘open’ groeiplaats in gazon, en tussen kleurrijke vaste planten. Foto’s: gemeente Den Haag en Jurriaan Brobbel.

Links: Toepassing Watershells aan de Lange Vijverberg. Rechts: De bomen staan in een ‘gesloten’ groeiplaats in verharding. Foto’s: gemeente Den Haag. en Jurriaan Brobbel.

27

Het doel is de open groeiplaatsen zo te ontwerpen zodat het minimale ondergrondse volume bereikt wordt. Als dit onverhoopt niet mogelijk blijkt, kan een combinatie gemaakt worden door deels bomenzand toe te passen onder de verharding (zie onder gesloten groeiplaats). Op plekken waar het gazon, de berm of het plantvak niet voldoende ruimte biedt, maken we een combinatie. De ontwerper heeft diverse keuzes bij het inrichten van het maaiveld onder de kroonprojectie. Vanuit het oogpunt van een betere stadsnatuur en belevingswaarde is er een voorkeur voor een ondergroei van heesters, vaste planten of kruidenrijke vegetatie, liever dan gazon. Bomenvoedingsgrond bestaat uit veen, groencompost (max 25%) en kleiige grond. Het heeft de volgende fysische en chemische eigenschappen: -

Lutum Organische stof EC pH-KCI Koolzure kalk Fosfaat P-Al Kalium Magnesium Stikstof

8-12% 50-70% van droge stof < 60 mS/m 4,0 - 8,0 <1 > 60 mg/100 g droge stof 300-475 mg/l substraat > 360 mg/l substraat > 160 g/kg droge stof

Gesloten groeiplaats in verharding: Haags bomenzand In Den Haag is een boom vaak omringd door verharding. De mate van belasting van die verharding is van belang voor de inrichting van de groeiplaats, eventueel met behulp van een groeiplaatsconstructie. Bij lichtbelaste verharding wordt

bomenzand toegepast om zo wortelgroei onder het verharde oppervlak mogelijk te maken. Het wordt aangebracht in de gehele ondergrondse oppervlakte van de groeiplaats. In het Handboek Openbare Ruimte zijn alle specificaties opgenomen. Het standaard gebruikte bomenzand is Haags 5% bomenzandmengsel. Onder en in speciale constructies kan worden gekozen voor een humusrijker bomenzand. Het Haagse mengsel 5% moet voldoen aan de volgende eisen: -

mengsel van (zoet) zand en bomenvoedingsgrond; organische stofgehalte 5-6%; som lutum en organische stof 5-8%; korrelgrootte 350-400 µm.

1e 2e

>20 m3

3e

>15 m3

Groeiplaats voor projecten toekomstboom 1e grootte toekomstboom 2e grootte toekomstboom 3e grootte

>7,5 m3

Doel leeftijd (minimaal streven naar)

Minimale grootte groeiplaats ondergrond

60 jaar 60 jaar 30 jaar

> 20 m3 > 15 m3 > 7,5 m3

Routeboek Stadsbomen in Projecten

28

uit een bak van bijvoorbeeld betonelementen of damwanden. Een Watershell is een andere betonconstructie en heeft een dakconstructie. De bunker of Watershell wordt gevuld met bomengrond , een andere grondsoort dan bomenzand of bomenvoedingsgrond, en afhankelijk van het type bunker of Watershelll, afgesloten met een deksel. Indien het een ‘zwevende’ constructie betreft is het van belang dat er een kunstmatige permanente grondwaterstand wordt gecreëerd voor de vochtvoorziening. Boombunkers en Watershells zijn toepasbaar onder verharding die geschikt is voor een hoge asdruk. Voorwaarde is dat er voldoende verticale ondergrondse groeiruimte resteert voor de wortels (afhankelijk van de grondwaterstand). Vanwege de relatief dure constructie wordt deze alleen toegepast als andere opties niet mogelijk zijn. Voorbeeldplekken waar deze constructies zijn toegepast zijn het Lange Voorhout, Spui en Wijnhaven.

Toepassing Watershells aan het Spui. Foto: gemeente Den Haag.

Het vullen van het plantgat met bomenzand vindt plaats in drie lagen. Na het aanbrengen moet elke laag worden verdicht tot een indringingsweerstand van 1,5 tot 2,0 MPa. Het vochtgehalte in de grond mag maximaal 22% (bij voorkeur 15-20%) bedragen. Een half jaar na aanleg is de grond meestal wat ingezakt. Dit moet dan worden opgehaald. Dit wordt gedaan door nieuw bomenzand aan te vullen en opnieuw met maximaal 1,5 tot 2,0 MPa te verdichten.

Toepassing Waters-

Speciale groeiplaatsconstructies Wanneer het niet mogelijk is op een eenvoudige manier een groeiplaats te maken, dan zijn er veel hulptechnieken beschikbaar om een boom toch toekomstbestendig te laten groeien. We lichten er een paar uit waarmee we goede ervaringen hebben.

hells aan het Lange Voorhout. Foto: gemeente Den Haag.

29

Boombunker en Watershells Een boombunker is een zelfdragende constructie die bestaat

Links: Permavoid sandwichconstructie toegepast aan de Prinsegracht. Foto: gemeente Den Haag. Rechts: Krattenconstructie op de Turfmarkt. Foto: Paul Boeters.

Krattenconstructie Een krattenconstructie bestaat uit kunststof kratten die op elkaar gestapeld een frame vormen met vaak een boomrooster als dak waarbinnen volop ruimte is voor beworteling. De constructie werkt drukverdelend. De kratten en de tussenliggende ruimte worden opgevuld met bomengrond. Een voordeel is de relatief geringe dikte van het dak, waardoor de ruimte voor wortelgroei goed kan worden benut. Daardoor kan deze constructie ook bij hoge grondwaterstanden worden gebruikt. Het nadeel is dat bij het vervangen van een boom de kratten vaak ook vervangen moeten worden doordat ze vol met wortels zitten. Een krattenconstructie kan bijvoorbeeld worden toegepast in een winkelpromenade die ook wordt gebruikt door vrachtwagens met een middelhoge asdruk.

Profiel met sandwichconstructie onder parkeerplaatsen. Illustratie: Terra Nostra.

Routeboek Stadsbomen in Projecten

30

Door toepassing van de gietrand rondom de nieuwe boom krijgt de boom gericht water en kan het water langzaam door de kluit ‘sijpelen’. Foto: gemeente Den Haag.

Sandwichconstructie Een sandwichconstructie is een kunststof drukspreidende constructie. Een drukspreidende constructie maakt een hogere belasting van het bomenzand mogelijk doordat de drukbelasting wordt verdeeld over een groter oppervlakte. De sandwichconstructie heeft als nadeel dat de elementen 5 tot 15 cm bewortelingsruimte ontnemen, afhankelijk van de dikte van de constructie. Daardoor kan deze methode alleen worden toegepast als er voldoende verticale bewortelingsruimte is. Een sandwichconstructie wordt met name toegepast onder parkeervakken. Voorbeelden zijn te vinden aan de Prinsegracht, Goeverneurlaan en Veenkade. Wortelschermen Het aantal zwaardere kabels en leidingen in de stad gaat verder toenemen. Het wordt zo steeds drukker onder de grond en vaak eisen de nutspartijen een wortelvrije ruimte om kabels en leidingen veilig kunnen beheren. Het toepassen van wortelschermen tussen de bomen en kabels en leidingen biedt daarbij een oplossing. De wortels worden dan als het ware begeleid en gestuurd bij hun groei. Het scherm bestaat uit een non-woven geotextiel dat met PVC gecoat is. Deze PVC-laag zorgt voor een drukweerstand, waardoor de wortels het scherm niet kunnen penetreren.

31

3C. Soortkeuze: Haagse sortimentslijst Een boom wordt voor een lange tijd geplant. Een weloverwogen keuze voor geslacht, soort of cultivar van een boom is daarom belangrijk. Bij elke aanplant weegt de gemeente dan ook veel aspecten af en het maken van een ontwerp is als het ware in de toekomst kijken. Hoe ziet de leefwereld van de boom er over dertig jaar uit? Om een goede keuze te maken hanteren we uitgangspunten en hebben we hulpmiddelen ontwikkeld.

Kiezen voor diversiteit om grootschalige uitval in de toekomst te voorkomen is en uitgangspunt in de nota. Als we de aanplant van bomen aan de Supernovaweg met deze bril bekijken

We werken met de Haagse Sortimentslijst als hulpmiddel om te kiezen (zie Nota Stadsbomen voor meer informatie). Hoe je hiermee werkt is in de volgende stappen uitgelegd.

zou in het verleden een andere keuze zijn gemaakt. Deze structuur met alleen

1. Bepaal door een maatwerkanalyse voor het toepassen van diversiteit hoeveel geslachten, soorten of cultivars minimaal in de structuur aanwezig moeten zijn. 2. Bepaal de basisgroeiplaatsomstandigheden: bovengrondse/ ondergrondse ruimte geschikt voor 1e, 2e of 3e grootte? Nabij verharding of in plantsoen? In zon of schaduw, wel of geen wind? Gewenste kroonvorm/beleving? 3. Selecteer op Ecologisch passend. 4 sterren is de hoogste categorie. 0 sterren is niet ecologisch passend. Het heeft niet de voorkeur deze bomen toe te passen, maar goed onderbouwd voor de specifieke locatie blijft dit natuurlijk mogelijk. 4. Selecteer op Microklimaatverbeterend als dit een extra doel voor de locatie is. 5. Houd rekening met beperkingen in verband met overlast (bijvoorbeeld geen bessen of noten bij wegen, paden en parkeren). 6. Je hebt de passende boom of bomen gevonden.

essen (Fraxinus angustifolia ‘Raywood’) is namelijk gevoelig voor essentaksterfte. Wanneer gekozen was voor een diversiteit aan bomen is het risico op grootschalige uitval als gevolg van een ziekte, plaag of aantasting een stuk kleiner. Tenslotte ligt hier ook een kans voor het vergroenen van de middenberm. Foto: Jurriaan Brobbel.

Routeboek Stadsbomen in Projecten

32

33

Stap 4. Uitvoering en Nazorg 4A. Werken bij Haagse bomen Na een zorgvuldige voorbereiding waaronder de bestuurlijke besluitvorming en eventuele vergunningsprocedure, kan gestart worden met de uitvoering. Elk soort werk heeft een eigen gunstige uitvoeringsperiode. Bomen worden alleen verwijderd buiten het broedseizoen. Hierover zijn regels in de vergunning opgenomen. En het verplanten van bomen doen we in de winterperiode als de fabriek van de boom tot rust is gekomen en niet in de zomer als hij vol in het blad zit. Voor de bestaande Haagse bomen in het projectgebied breekt tijdens het werk een risicovolle tijd aan. Directe of indirecte beschadiging van bomen komt geregeld voor. De gevolgen van dergelijke beschadigingen aan bomen zijn vaak pas jaren later te zien en worden meestal veroorzaakt door onwetendheid. Schade kan voorkomen worden door zorgvuldig te werken.

Zuinig zijn op bomen De ecosysteemdiensten van bomen worden hoger naarmate ze ouder worden. We proberen bomen dan ook zo oud mogelijk te laten worden. Maar de stad is in beweging en ontwikkeling. Vaak worden er werkzaamheden verricht bij een boom. Dat is prima mogelijk, als er maar voldoende afstand wordt gehouden. De gevolgen van schade aan een boom zijn vaak pas na jaren zichtbaar. Ook is een beschadigde boom vatbaarder voor ziekten en plagen. Daarom hebben we regels opgesteld voor werkzaamheden in de buurt van bomen. Deze zijn terug te vinden in de folder: Werken bij Haagse bomen. De folder is te verkrijgen via www.denhaag.nl. Kort samengevat moeten we het volgende doen om zuinig om te gaan met onze bomen: • Voorkomen graafschade. Zorg dat de afstand tussen Werken bomen de stam en de werkzaamheden minimaal 5 keer de stamdoorsnede is. • Geen zwaar materiaal opslaan direct onder de boomkroon en geen afvalwater lozen onder bomen. • Voorkomen schade aan de boomkroon. Als schade Voorkom niet te voorkomen is, laat dan een vakbekwame boomverzorgerteleurstellingen de boom preventief snoeien. en spaar • Voorkomen vanbomen! stamschade. Plaats voor de uitvoering van werkzaamheden bouwhekken of beschermingsplanken rondom de stam. • Geen grond afgraven of ophogen bij bomen. Dit leidt tot wortel- of bastschade. Haagse

Hiervoor is de folder Werken bij Haagse bomen opgesteld. Vooraf moet ook een boombeschermingsplan worden gemaakt. Zie voor de stappen het Handboek Openbare Ruimte.

bij

Bomen in de stad zijn onmisbaar voor de groenbeleving, maar ook

voor de gezondheid, natuur en het milieu. Het belang van bomen is bij de meeste mensen wel bekend. Maar een stedelijke omgeving veran-

dert vaak. Er wordt veelvuldig gewerkt aan en in de openbare ruimte. Aangezien we bomen bijna overal op straat tegenkomen, is het goed

Werken bij Haagse bomen

Schades aan bomen in Den Haag worden berekend via het Rekenmodel Boomwaarde van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. Schades worden verhaald op de veroorzaker.

om te weten wat wel en niet kan bij bomen als er gewerkt wordt.

De gevolgen van schades aan bomen zijn immers vaak pas jaren later te zien en worden vaak veroorzaakt door onwetendheid.

Voorkom schade!

Dit is een uitgave van Gemeente Den Haag Postbus 12 651 2500 DP Den Haag 14 070 www.denhaag.nl/bomen Vormgeving Teresa Jonkman (BNO)

Februari 2016

Goed werken bij Haagse bomen vraagt extra aandacht waar materiaal op te slaan. Foto: Jurriaan Brobbel. Routeboek Stadsbomen in Projecten

34

Goed werken volgens de folder Werken bij Haagse bomen gaat nog niet overal goed en vraagt om extra aandacht in projecten. Foto’s Jurriaan Brobbel.

35

4B. Nazorg Haagse bomen Na het planten van een boom volgt een periode van nazorg van minimaal één groeiseizoen. Bij het verplanten van een boom is deze periode minimaal drie jaar. Na die periode wordt de boom overgedragen aan de boombeheerder. De actuele en volledige eisen voor de nazorg zijn beschreven in het Handboek Openbare Ruimte.

Door de droge zomer van 2020 was extra aandacht nodig voor de nazorg van de nieuwe bomen aan de Machiel Vrijenhoeklaan. Foto: Jurriaan Brobbel.

Op hoofdlijnen gelden de volgende uitgangspunten: • Controleren op beschadigingen en de conditie van de boom; bij grote beschadigingen of onvoldoende levensvatbaarheid, vervanging van de jonge boom; • Controleren van boompalen en bevestigingsmateriaal; indien kapot, vervanging; • Controleren van de aanrijpaal (indien aanwezig); indien kapot, vervanging; • Onkruidvrij maken van de boomspiegel; • Verwijderen stamschot/wortelopschot; • Controleren vochtvoorziening gedurende het gehele groeiseizoen en indien nodig water geven. Bij verplanten gebeurt dit zo drie groeiseizoenen.

Routeboek Stadsbomen in Projecten

36

37

Stap 5. Beheer (zie Routeboek Beheer Stadsbomen) Tijdens het project wordt standaard rekening gehouden met het toekomstige beheer van de bomen. In het Handboek Openbare Ruimte wordt dit nader uitgelegd. Hoe de gemeente de stadsbomen beheert en welke aandachtspunten hiervoor zijn is beschreven in het Routeboek Stadsbomen in Beheer.

De Nota Stadsbomen, Routeboek Stadsbomen in Projecten en

Routeboek Stadsbomen in Beheer behorend bij Nota Stadsbomen

Routeboek Stadsbomen in Beheer vormen een drieluik.

Het project herinrichting Sportlaan is uitgevoerd en in beheer. Er is gekozen voor een goede diversiteit aan boomgeslachten en soorten. Foto Jurriaan Brobbel. Routeboek Stadsbomen in Projecten

38

39

Bijlage 1. Samenvattend overzicht van te doorlopen stappen, resultaten en beschikbare informatie Voor hulp en informatie kan een email worden gestuurd aan groenbeleid@denhaag.nl. We onderzoeken de mogelijkheden voor vaste hulp bij projecten door de inzet van een ‘stadsbomenadviseur’. In de nota Stadsbomen is hier meer over te lezen.

Samen werken aan een betere leefkwaliteit in de stad: meer blad voor de stad. Foto: Bart van Vliet. Routeboek Stadsbomen in Projecten

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9801299/1