CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307809 Beantwoording SV Bodycams voor BOA’s

Commissie Bestuur 29 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Politieke beraadslaging veiligheid + Programma 2 college en bestuur van het voorstel van het college inzake Programmarekening 2020, RIS3084361.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

19 april 2021

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer A. Kapteijns, luidend: ‘Bodycams voor BOA’s’

DSB/10081535 RIS307809

Het raadslid de heer A. Kapteijns heeft op 8 februari 2021 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 8 februari publiceerde Omroep West over de pilot waarbij BOA’s uitgerust worden met bodycams. Deze pilot schijnt tot positieve resultaten geleid te hebben, want uit dit bericht vernemen we dat vanaf deze week alle Haagse BOA’s met een bodycam gaan werken. 1.

Is het niet gebruikelijk om politieke voornemens eerst met de gemeenteraad te delen alvorens dit via de media naar buiten te brengen? Kan het college aangeven waarom hier niet voor is gekozen?

De gemeenteraad is op de hoogte gehouden over het voornemen om BOA’s uit te rusten met bodycams door middel van verschillende brieven aan uw raadscommissie Leefomgeving (zie RIS 304827 en RIS 305611). In de meest recente commissiebrief d.d. 2 juli 2020 heeft het college aangegeven de pilot hierover versneld af te willen ronden en voornemens te zijn te besluiten alle BOA’s uit te rusten met een bodycam. Dit besluit is inmiddels genomen op 8 december 2020 (zie RIS 307201). Er is voor gekozen om het gebruik van bodycams door BOA’s via de media te communiceren, om bewoners en bezoekers van Den Haag helder en actief te informeren dat – bij incidenten waarbij er agressie en geweld tegen BOA’s wordt gebruikt – er opnamen gemaakt kunnen worden op basis waarvan er aangifte kan worden gedaan bij de politie. 2.

In het Omroep West artikel stelt de wethouder Onderwijs, Sport en Buitenruimte dat de proef geslaagd is. Waar is dit op gebaseerd? Wanneer ontvangt de raad de evaluatie en de resultaten van de pilot?

De pilot met het uitrusten van BOA’s met een bodycam liep van 18 oktober 2019 tot en met 30 juni 2020. De belangrijkste uitkomsten van deze pilot waren als volgt: Er zijn twee type bodycams getest. Beide gaven voldoende bewegingsruimte, goed geluid en zijn voorzien van een sterke magneet. Eén model heeft daarentegen een langere accuduur, steekt iets minder uit, is kantelbaar en heeft een iets betere beeldkwaliteit omdat er breder wordt gefilmd. Een ruime meerderheid van de pilotgroep sprak daarom de voorkeur uit voor dit model. De pilot toont aan dat het gebruik van de bodycam over het algemeen een de-escalerend effect heeft op het gedrag van personen, maar dat omstandigheden zoals de Covid-19 maatregelen hierin ook een belangrijke rol spelen. Het waarschuwen en beboeten in het kader van de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 wekt meer agressie op dan gewoonlijk. Een meerderheid van de deelnemende handhavers (67%) geeft aan zich veiliger te zijn gaan voelen met bodycams dan zonder bodycams.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10081535

Daardoor zijn zij beter in staat het werk uit te voeren. Dat gevoel van veiligheid is nog eens extra belangrijk in deze tijden met veel weerstand tegen het toezien op de naleving van de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19. Dat er door opnames van de bodycams meer bewijslast is bij ernstige escalaties wordt als positief ervaren. Daarom is besloten alle BOA’s bij de Handhavingsorganisatie uit te rusten met een bodycam (RIS 307201). Verder wordt voor de definitieve resultaten van de pilot verwezen naar de separaat toegezonden commissiebrief van de wethouder Onderwijs, Sport en Buitenruimte (van april 2021) over ditzelfde onderwerp. 3.

Kan het college aangeven welke doelen er worden nagestreefd met het gebruik van bodycams? Hoe wordt gemeten of deze doelen behaald worden? Graag een toelichting.

Het primaire doel is het bieden van een veilige werkomgeving aan de handhavers. Het idee is dat agressieve of gewelddadige burgers zich twee keer zullen bedenken als zij weten dat zij worden gefilmd en zich realiseren dat de opname tegen hen kan worden gebruikt. Hierdoor zullen incidenten worden voorkomen. Mocht de bodycam dit preventieve effect niet hebben, dan kunnen de opnames van het incident aan de politie worden verstrekt voor opsporingsonderzoek. Dat kan leiden tot een veroordeling en ook dat heeft op termijn weer een generaal preventief effect. Een positief neveneffect van bodycams is dat handhavers zelf ook bewuster en daardoor professioneler worden in hun optreden. Daarnaast is een nevendoel van de bodycam het vergroten van het veiligheidsgevoel van handhavers – uit de pilot blijkt dat de bodycam dit effect inderdaad heeft. Periodiek wordt onderzocht of de inzet van de bodycams nog aan het doel ervan beantwoord. 4.

Hoe worden de beelden die de bodycams maken opgeslagen? Hoe lang worden deze beelden opgeslagen, en wie heeft het recht om deze beelden in te zien? Waar kunnen advocaten, indien dit aan de orde is, een verzoek om inzage indienen? Hoe wordt er invulling gegeven aan artikel 25 Wet politiegegevens, die stelt dat elke burger het recht heeft op inzage van het beeldmateriaal dat gemaakt is? Worden er extra maatregelen genomen om te kunnen voldoen aan deze inzageverzoeken? Graag een uitgebreid antwoord op al deze vragen.

Voor een duidelijk overzicht worden alle deelvragen afzonderlijk beantwoord. 4a. Hoe worden de beelden die de bodycams maken opgeslagen? Aan het einde van de dienst wordt de bodycam in de dockingstation geplaatst. Als met een bodycam opnames zijn gemaakt, worden de opnames op dat moment opgeslagen. Opgenomen beeld en geluid wordt via een beveiligde connectie opgeslagen op de beveiligde digitale opslagruimte van de leverancier van de bodycam. Hiervoor is met de leverancier een verwerkersovereenkomst afgesloten. 4b. Hoe lang worden deze beelden opgeslagen? De bewaartermijn is op 28 dagen vastgesteld. Dit is in overeenstemming met het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over het gebruik van gemeentelijke camera’s voor handhaving. Het is ook conform de gangbare bewaartermijn bij andere gemeenten die BOA’s met bodycams hebben uitgerust. Na die termijn worden alle opnames automatisch gewist. Specifieke opnames kunnen langer worden bewaard voor één van de vastgestelde en vooraf gekozen doelen (zie antwoord op vraag 4c.). In dat geval kan een gemandateerde binnen de termijn van 28 dagen nadat de opnames zijn gemaakt beslissen om deze te bewaren en de bewaartermijn te verlengen.

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10081535

4c. Wie heeft het recht om deze beelden in te zien? Alleen daartoe gemandateerden bij de Handhavingsorganisatie hebben via een gecodeerde ingang toegang tot de bodycam opnames. De bodycam leverancier heeft géén toegang tot de opnames. Opgeslagen opnames zijn alleen toegankelijk als zij worden uitgevraagd voor een specifiek doel, te weten: • Opsporing: politieambtenaren op basis van een vordering door opsporingsambtenaar of officier van justitie volgens het wetboek van strafvordering of door middel van inbeslagneming in het kader van het onderzoek naar een strafbaar feit. • Inzage: een AVG-verzoek om inzage door de betrokken gefilmde persoon. Verzoeken hiertoe worden ingediend bij de gemandateerde door middel van het hiervoor bestemde formulier. Gemandateerde zorgt ervoor dat de opname zodanig wordt ‘geblurd’ dat er geen andere personen dan de betrokkene zelf herkenbaar zijn. • Op verzoek van de handhaver ter evaluatie van diens eigen handelen: het verzoek hiertoe wordt beoordeeld door de gemandateerde die bij honorering van het verzoek ervoor zorgt dat de opname niet door anderen dan de betrokken handhaver(s) bekeken kunnen worden. 4d.

Waar kunnen advocaten, indien dit aan de orde is, een verzoek om inzage indienen? Op de pagina “verklaring inzake gegevensbescherming” is informatie te vinden over wie de opnames mag bekijken, hoe lang de opnames bewaard kunnen worden, op welke wijze de burger van wie opnames zijn gemaakt – of diens advocaat – een uitleesverzoek kan doen, een klacht of aangifte kan indienen en hoe men bezwaar kan maken als het verzoek wordt afgewezen. Links: https://www.denhaag.nl/nl/verklaring-inzake-gegevensbescherming.htm en https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/veiligheid/handhavers-dragen-bodycams.htm 4e. Hoe wordt er invulling gegeven aan artikel 25 Wet politiegegevens, die stelt dat elke burger het recht heeft op inzage van het beeldmateriaal dat gemaakt is? Zie het antwoord op vraag 4d. Verder geldt dat indien er beeldmateriaal is doorgestuurd naar de politie – maar dat dit beeldmateriaal al door de gemeente is verwijderd – er bij de politie een inzage verzoek kan worden gedaan. 4f.

Worden er extra maatregelen genomen om te kunnen voldoen aan deze inzageverzoeken?

Zie het antwoord op vraag 4d en 4e. 5.

Kan het college aangeven hoe er wordt omgegaan met het recht op privacy van onder meer omstanders die in beeld zijn? Worden zij ‘geblurd’ indien de beelden ter inzage worden getoond, zo nee waarom niet? Graag een toelichting.

Ja, de opname wordt zodanig ‘geblurd’ dat er geen andere personen dan de betrokkene(n) zelf herkenbaar of hoorbaar is/zijn. 6.

Hoe worden BOA’s getraind voor het gebruik van de bodycam?

Alvorens de bodycams uitgereikt worden, krijgen de handhavers een training die bestaat uit een theoretische toelichting over de juridische en organisatorische aspecten, alsmede een instructie over het gebruik van de bodycam in de praktijk. Pas nadat de handhaver deze training met goed gevolg heeft afgelegd – en een ingebruikname formulier heeft ondertekend – wordt de bodycam overhandigd.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10081535

7.

Welke instructies krijgen de BOA’s voor het aan- en uitzetten van de bodycam? Indien BOA’s zelf kunnen beslissen wanneer de bodycam aan wordt gezet, hoe wordt er dan op toegezien dat niet alleen incidenten worden gefilmd maar dat ook de aanleiding erop staat? Hoe wordt erop toegezien dat deze instructies voldoende gevolgd worden? Hoe rapporteren BOA’s over hun keuzes om de camera aan of uit te zetten? Graag een toelichting.

De bodycam is een mobiele camera die zichtbaar door de handhaver wordt gedragen. De bodycam wordt ingeschakeld in de stand-by modus en blijft de gehele dienst hierop staan. De bodycam neemt bij voortduring op. De bodycams zijn ingesteld op 30 seconden pre-recording. Dit betekent dat de opnames automatisch en bij voortduring plaatsvinden, maar bij het bereiken van de 30 seconden grens automatisch worden overschreven. Drukt men de bodycam in – na duidelijk waarschuwen door de BOA en geen de-escalatie van de op te nemen persoon – dan worden de 30 seconden ervoor bewaard. Inschakelen gebeurt indien de BOA zich bedreigd en/of onveilig voelt. De BOA maakt altijd zelf de keuze om de bodycam aan te zetten of niet. Het gaat om diens eigen gevoel van veiligheid. Na afloop van een incident waarbij agressie of geweld tegen een BOA is gebruikt, vindt er een gesprek plaats met de desbetreffende medewerker. Daarbij wordt ook de eventuele inzet van de bodycam besproken en of de instructies voor het gebruik daarvan correct zijn gevolgd. Daarnaast wordt er maandelijks gerapporteerd over de inzet van de bodycams. Van de opnames die langer dan de standaard bewaartermijn worden bewaard, wordt steekproefsgewijs beoordeeld of de opname valt binnen de doelstelling. 8.

Kan het college aangeven hoe en wanneer het gebruik van de bodycams door BOA’s weer wordt geëvalueerd? Wat gebeurt er met de resultaten van een dergelijke evaluatie? Worden bij deze evaluatie ook externe en onafhankelijke onderzoekers geraadpleegd?

Er wordt na één jaar geëvalueerd of het gebruik van bodycams nog steeds aan de oorspronkelijke doelstelling voldoet. Wat er gebeurt met de resultaten van deze evaluatie hangt van de aard van de bevindingen af. Tot slot zijn er geen plannen om bij deze evaluatie externe of onafhankelijke onderzoekers te betrekken. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10034024/1