CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307770 Bijlage

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Onderwijs, Sport en Buitenruimte inzake Aanpak overlast stadsmeeuwen (RIS307770)35.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

12 alinea's met “milieu”: 9 11 13 46 113 230 231 241 259 261 351 483

RAPPORT TEN BEHOEVE VAN EEN AANVRAAG VOOR TOESTEMMING VAN BEHEER VAN ESSENTIËLE OVERLAST VEROORZAKENDE DAKBROEDENDE MEEUWEN IN DIVERSE GEMEENTEN IN DE PROVINCIES

M I L I E U B E H E E R

NOORD-HOLLAND EN ZUID-HOLLAND

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 2

RAPPORT TEN BEHOEVE VAN EEN AANVRAAG VOOR TOESTEMMING VAN BEHEER VAN ESSENTIËLE OVERLAST VEROORZAKENDE DAKBROEDENDE MEEUWEN IN DIVERSE GEMEENTEN IN DE PROVINCIES NOORD-HOLLAND EN ZUID-HOLLAND

Colofon Opdrachtgever:

Gemeente Den Haag Postbus 12651 2500 DP Den Haag

Adviesbureau:

VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs info@vdhelm.nl

Projectfoto's:

VanderHelm Milieubeheer B.V.& Buijs Eco Consult B.V.

Buijs Eco Consult B.V. Zandfort 96 4631 RR Hoogerheide info@buijsecoconsult.nl

VanderHelm Milieubeheer B.V. & Buijs Eco Consult B.V. (2020). Kenmerk 20191376. Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende Wijze van citeren: meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland, d.d. 4 december 2020 © VanderHelm Milieubeheer B.V. & Buijs Eco Consult B.V.

Verantwoording

Projectcode:

20191376

Status / versie

Definitief

Datum

4 december 2020

In het kader van de AVG zijn geen auteurs genoemd. Dit rapport is digitaal vrijgegeven op de datum in de verantwoording door binnen de bedrijven erkende projectleiders. De auteurs zijn bij de betreffende organisaties bekend en betreffen ecologen met jarenlange ervaring op het gebied van meeuwen.

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ................................................................................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3

2.

WETTELIJKE KADERS NATUURBESCHERMING .............................................................................................. 7 2.1 2.2

3.

AANLEIDING (PROBLEEMSTELLING) ....................................................................................................................... 5 DOELSTELLING ................................................................................................................................................. 6 LEESWIJZER ..................................................................................................................................................... 6

VOGELRICHTLIJN ............................................................................................................................................... 7 WET NATUURBESCHERMING ............................................................................................................................... 7

ONDERBOUWING WETTELIJK BELANG ......................................................................................................... 9 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

CONTEXT: OVERLAST, SCHADE EN DE WET ............................................................................................................. 9 SCHADE DOOR DAKBROEDENDE MEEUWEN ............................................................................................................ 9 SOORTEN MEEUWENSCHADE: GEZONDHEIDSSCHADE DOOR GELUIDSOVERLAST ........................................................... 10 SOORTEN MEEUWENSCHADE: GEZONDHEIDSSCHADE DOOR TERRITORIAAL GEDRAG/(SCHIJN)AANVALLEN ........................ 13 SOORTEN MEEUWENSCHADE: MATERIËLE SCHADE AAN GEBOUWEN MET EVENEENS MOGELIJKE GEZONDHEIDSSCHADE ALS GEVOLG 15 3.6 MELDINGEN MEEUWENOVERLAST IN GEMEENTEN ................................................................................................. 16 3.7 JURISPRUDENTIE ............................................................................................................................................. 17 3.8 CONCLUSIE TEN AANZIEN VAN HET WETTELIJK BELANG ............................................................................................ 18 4.

ALTERNATIEVENAFWEGING ...................................................................................................................... 19 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

5.

BEOORDELING GUNSTIGE STAAT VAN INSTANDHOUDING ......................................................................... 31 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6.

CONTEXT: SAMENHANG TUSSEN KOLONIES .......................................................................................................... 31 LANDELIJKE STAAT VAN INSTANDHOUDING OP BASIS VAN LITERATUUR ....................................................................... 31 LOKALE STAAT VAN INSTANDHOUDING OP BASIS VAN LITERATUUR ............................................................................ 32 THEORETISCHE ONDERBOUWING STAAT VAN INSTANDHOUDING ............................................................................... 32 CONCLUSIES BEHOUD GUNSTIGE STAAT VAN INSTANDHOUDING .............................................................................. 36

UITVOERINGSPLAN BEHEER OVERLAST VEROORZAKENDE MEEUWEN 2021-2030....................................... 37 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

7.

CONTEXT: MAATREGELEN TER VERMINDERING VAN MEEUWENOVERLAST .................................................................. 19 NIETS DOEN ................................................................................................................................................... 19 ALGEMENE MAATREGELEN ............................................................................................................................... 20 ALTERNATIEVE BESTRIJDINGSMETHODEN - LITERATUURSTUDIE ................................................................................. 21 CONCLUSIES TEN AANZIEN VAN ALTERNATIEVENAFWEGING ..................................................................................... 30

CONTEXT: BOTSENDE BELANGEN ........................................................................................................................ 37 TOEPASSING ESCALATIELADDER ......................................................................................................................... 37 NOODZAAK INZET MEEUWENDESKUNDIG ECOLOGEN .............................................................................................. 38 NOODZAAK MONITORING ................................................................................................................................. 39 CONCLUSIES TEN AANZIEN VAN UITVOERINGSPLAN BEHEER OVERLAST VEROORZAKENDE MEEUWEN ................................ 40

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................................................. 41 7.1 7.2

DOELSTELLING, OVERLAST, MAATREGELEN EN STAAT VAN INSTANDHOUDING .............................................................. 41 ALGEMENE VOORWAARDEN – AANWIJZEN DUURZAME BROEDLOCATIES, INZET MEEUWENDESKUNDIGEN & RAPPORTAGEPLICHT ...................................................................................................................................................... 41 7.3 KLEINE MANTELMEEUW – POPULATIEMONITORING BIJ INGRIJPEN BROEDSUCCES ......................................................... 42 7.4 ZILVERMEEUW – NIET INGRIJPEN OP BROEDSUCCES & POPULATIE ONDERSTEUNEN ...................................................... 42 7.5 SAMENVATTEND ............................................................................................................................................. 42 7.6 AANBEVELING ................................................................................................................................................ 43 REFERENTIES .................................................................................................................................................... 44 DEFINITIES........................................................................................................................................................

47 BIJLAGEN.......................................................................................................................................................... 48 Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 3

BIJLAGEN BIJLAGE 1. DESKUNDIGHEID, KWALITEITSBORGING EN VERANTWOORDING BIJLAGE 2. RAPPORT ONDERZOEK DGMR BIJLAGE 3. BRIEVEN GGD HAAGLANDEN BIJLAGE 4. VERVOLGREACTIE GGD HAAGLANDEN BIJLAGE 5. NOTITIE STALLEN & ZANDBERGEN BIJLAGE 6. IMPRESSIE MELDINGEN BURGERS OVERLAST MEEUWEN BIJLAGE 7. ADVIES ENVIR ADVOCATEN MEEUWENOVERLAST BIJLAGE 8. OVERZICHT LITERATUURSTUDIE ALTERNATIEVE BESTRIJDINGSMETHODEN BIJLAGE 9. ESCALATIELADDER BIJLAGE 10 GEBRUIK ESCALATIELADDER IN PRAKTIJK BIJLAGE 11 INZET VOGELOPVANGCENTRA T.B.V. ONTHEFFING MEEUWENBEHEER BIJLAGE 12 RANDVOORWAARDEN MONITORING DAKBROEDENDE MEEUWEN IN AANSLUITENDE GEMEENTEN

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 4

1. INLEIDING De gemeenten Alkmaar, Haarlem, Zandvoort, Leiden, Katwijk, Den Haag en Rotterdam (met gemeente Den Haag als penvoerder) hebben VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs en Buijs Eco Consult B.V. te Hoogerheide gevraagd een rapportage op te stellen ten behoeve van het indienen van een aanvraag voor het verkrijgen van toestemming voor het beheer van overlast (zie paragraaf 1.1) veroorzakende kleine mantel- en zilvermeeuwen die broeden op daken, binnen de bebouwde kom van diverse gemeenten in de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland. Andere dakbroedende meeuwensoorten zijn niet opgenomen in onderhavig rapport doordat hier geen overlast van bekend is (kokmeeuw en zwartkopmeeuw), de gunstige staat van instandhouding ongunstig is (stormmeeuw) of soorten die (nog) niet broeden op daken in Nederland (geelpootmeeuw, Pontische meeuw en grote mantelmeeuw). 1.1 AANLEIDING (PROBLEEMSTELLING) De aanleiding tot het verkrijgen van toestemming voor het beheer van overlast veroorzakende meeuwen is de essentiële overlast die burgers in diverse gemeenten ervaren van dakbroedende meeuwen. De overlast uit zich vooral in geluidsoverlast wat leidt tot slaaptekort en stress en in fysieke aanvallen die leiden tot verwondingen.

Deze toestemming kan door het bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland en/of Provincie Noord-Holland, of eventueel Rijksdienst voor Ondernemend Nederland i.v.m. provincie-overschrijdende aanpak) worden verleend door middel van een ontheffing van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming of een provinciale vrijstelling van artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming, op basis van artikel 3.16: vierde en vijfde lid, van de Wet natuurbescherming. Meeuwen maken steeds meer gebruik van urbaan gebied. De aantallen op daken broedende meeuwen nemen steeds meer toe, naarmate de traditionele broedgebieden meer onder druk komen te staan, door onder andere toenemende aantallen grondpredatoren en voortschrijdende havenexploitatie. De verwachting is dat deze trend zich doorzet en met deze trend de meeuwenoverlast de komende jaren zal toenemen. Vergelijkbare trends zijn o.a. zichtbaar in het Verenigd Koninkrijk. Meeuwenoverlast, zoals die door burgers wordt ervaren, is een complex probleem dat zich moeilijk laat definiëren. Er zijn veel componenten die tot overlast worden gerekend, uiteenlopend van zwerfvuil door opengetrokken vuilniszakken tot geluidsoverlast en schade aan gebouwen. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de ervaren overlast een tweeledige oorzaak heeft, te weten overlast die gekoppeld is aan voedselzoekende meeuwen enerzijds en broedende meeuwen anderzijds.

Een korte toelichting van deze tweedeling in de oorsprong van overlast is hier noodzakelijk. Deze rapportage, ten behoeve van het indienen van een aanvraag tot het verkrijgen van toestemming voor het beheer van overlast veroorzakende meeuwen, richt zich op slechts één van beide delen, te weten de dakbroedende meeuwen. Voedselzoekende meeuwen Voedselzoekende meeuwen binnen stedelijk gebied kunnen verscheidene vormen van overlast veroorzaken. Deze vormen van overlast zijn vaak het meest zichtbaar en zijn dan ook de overlastzaken die jaarlijks de pers halen. Het betreft stelen van eten van mensen rondom snackkiosken, het opentrekken van vuilniszakken en bevuilen van de openbare ruimte door ontlasting. Huig et al. (2016) hebben aangetoond dat veel voedselzoekende meeuwen in de gemeente Den Haag broedvogels zijn van buiten deze gemeente. Loeve (2018) laat zien dat een in Katwijk broedende meeuw veelvuldig in Den Haag voedsel haalt. De oplossing voor deze vormen van overlast ligt dan ook uitsluitend in het verminderen van het voedselaanbod. Hiertoe hebben de bovengenoemde gemeenten reeds verregaande stappen genomen, bijvoorbeeld door het plaatsen van ondergrondse restafvalcontainers en het gratis beschikbaar stellen van verstevigde huisvuilzakken, voorlichtingscampagnes en voerverboden. Op dit deel van de overlast heeft onderhavig rapport geen betrekking.

Broedende meeuwen In stedelijk gebied broeden meeuwen op daken. Deze broedende meeuwen veroorzaken andere vormen van overlast. Burgers ervaren (1) geluidsoverlast, (2) gevaarlijke situaties door (schijn)aanvallen en (3) in enkele gevallen schade aan gebouwen. Deze vormen van overlast zijn meestal direct toe te wijzen aan een individueel meeuwenpaar, wanneer een nest direct boven de slaapkamer van bewoners ligt, naast een dakterras of balkon of tegen dakinstallaties zoals bijvoorbeeld airconditioningsunits. Dit rapport dient ter onderbouwing van de aanvraag voor het beheer van nesten, waaronder het wegnemen van broedsucces in de meest schrijnende gevallen van deze vormen van overlast (essentiële overlast). Het Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 5

betreft hierbij individuele broedparen die aanwijsbaar overlast veroorzaken en waarbij de overlast niet door burgers in redelijkheid kan worden gedragen. Dit rapport richt zich op twee soorten meeuwen, te weten kleine mantelmeeuw (Larus fuscus) en zilvermeeuw (Larus argentatus). Beide soorten broeden frequent op daken in stedelijk gebied en zijn verantwoordelijk voor bovengenoemde overlast bij burgers. In hoofdstuk 5 wordt de gunstige staat van instandhouding van deze soorten besproken. 1.2 DOELSTELLING Het doel van onderhavig rapport is het onderbouwen van de noodzakelijkheid van het beheer van overlast veroorzakende meeuwen, alsmede het aandragen van een alternatievenafweging en wettelijk belang in deze. Daarnaast wordt de gunstige staat van instandhouding van de kleine mantelmeeuw en zilvermeeuw beoordeeld en wordt een uitvoeringsplan weergegeven voor het beheer van overlast veroorzakende meeuwen van 2021-2030. Het rapport is opgesteld ten behoeve van het verkrijgen van een ontheffing of provinciale vrijstelling om op een eenduidige en zorgvuldige wijze individuele overlast veroorzakende meeuwenparen te mogen beheren, met inachtneming van het dierenwelzijn en de gunstige staat van instandhouding van beide meeuwensoorten.

1.3 LEESWIJZER Dit rapport is opgebouwd uit een inleidend hoofdstuk (hoofdstuk 2), waarin het wettelijk kader van deze aanvraag wordt geschetst, gevolgd door vier inhoudelijke hoofdstukken (hoofdstukken 3 tot en met 6) en een conclusie (hoofdstuk 7) waarin de hoofdpunten van de aanvraag worden samengevat. De inhoudelijke hoofdstukken bespreken achtereenvolgens de onderbouwing van het wettelijk belang (hoofdstuk 3), waarin drie vormen van schade aan de volksgezondheid en openbare veiligheid worden toegelicht; een alternatievenafweging (hoofdstuk 4), waarin aan de hand van literatuur wordt aangetoond van welke (combinatie van) maatregelen het beste resultaat mag worden verwacht; de huidige staat van instandhouding van de soorten waarop deze aanvraag betrekking heeft (hoofdstuk 5) en de gevolgen daarvan voor een aanvraag; het uitvoeringsplan (hoofdstuk 6) waarin rekening wordt gehouden met alle conclusies van hoofdstukken 3, 4 en 5. Ieder hoofdstuk begint met een contextschets; een paragraaf waarin de uitgangspunten van waaruit het hoofdstuk is geschreven worden toegelicht. Daarnaast is bij enkele paragrafen een korte samenvatting, dan wel conclusie schuin gedrukt aan het eind van de paragraaf opgenomen. De eindconclusies van dit rapport worden samengevat in hoofdstuk 7.

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 6

2. WETTELIJKE KADERS NATUURBESCHERMING In Nederland is de bescherming van natuur geborgd in de Wet natuurbescherming. Onder de Wet natuurbescherming valt de bescherming van enerzijds in het wild levende dieren (fauna) en planten (flora) en anderzijds de gebiedsbescherming en de bescherming van houtopstanden. De Wet natuurbescherming is tevens de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de relevante onderdelen in de vigerende wet- en regelgeving inzake de Wet natuurbescherming ten aanzien van de kleine mantelmeeuw en de zilvermeeuw. 2.1 VOGELRICHTLIJN De Vogelrichtlijn is gericht op de instandhouding van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen, waarbij zij tevens rekening houden met economische en recreatieve eisen.

Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen' (Vogelbescherming Nederland, 2020). De kleine mantelmeeuw en zilvermeeuw zijn vogels die zijn opgenomen in bijlage 1 of vallen onder de reikwijdte van artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Handelingen die schadelijk zijn voor vogels zijn conform de Vogelrichtlijn verboden. Dit gaat om het doden, jagen, houden, verstoren en vangen van vogels. Ook het rapen van, en/of het in bezit zijn van, eieren is verboden. Van de verbodsbepalingen kan worden afgeweken, indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat en indien sprake is van zwaarwegende openbare belangen (volksgezondheid en openbare veiligheid, veiligheid van luchtverkeer, voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren, en bescherming van flora en fauna). Tevens mogen maatregelen niet leiden tot verslechtering van de huidige situatie met betrekking tot de instandhouding van alle in artikel 1 bedoelde vogelsoorten (Vogelbescherming Nederland, 2020).

In de Vogelrichtlijn is opgenomen dat de lidstaten de nodige maatregelen dienen te nemen voor de invoering van een algemene regeling voor de bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is; deze maatregelen omvatten met name de volgende verbodsbepalingen (Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, 2009): a) een verbod om, ongeacht de gebruikte methode, opzettelijk de bedoelde vogels te doden of te vangen; b) een verbod om opzettelijk nesten en eieren te vernielen of te beschadigen of nesten weg te nemen; c) een verbod om in de natuur eieren van deze vogels te rapen en deze — zelfs leeg — in bezit te hebben; d) een verbod om deze vogels, met name gedurende de broedperiode, opzettelijk te storen, voor zover een dergelijke storing, gelet op de doelstellingen van deze richtlijn, van wezenlijke invloed is; e) een verbod om vogels te houden van soorten die niet mogen worden bejaagd of gevangen. 2.2 WET NATUURBESCHERMING Afhankelijk van de beschermde status van een soort dient bij de aantasting van exemplaren of nesten, voortplantings- of rustplaatsen van deze soort, bij activiteiten die de verbodsbepalingen overtreden, een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Tevens zijn mogelijkheden voor een vrijstelling aanwezig.

Belangrijk voor de toekenning hiervan is de status, maar ook of de duurzame instandhouding van de populatie wel of niet in het geding is. De Wet natuurbescherming beschermt kwetsbare en zeldzame flora en fauna. De wet geldt daar waar beschermde soorten voorkomen. De beschermde soorten zijn onderverdeeld in Europees en Nationaal beschermde dier- en plantensoorten. Ten aanzien van de Europees beschermde soorten in de Wet natuurbescherming geldt een één op één doorvertaling van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 7

Het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in de Wet natuurbescherming kan uitsluitend met een door het bevoegd gezag verleende ontheffing of een vrijstelling. Omdat de Wet natuurbescherming ten aanzien van vogels een één op één doorvertaling van de Vogelrichtlijn is, geldt dat voor een verkrijgen van een ontheffing of vrijstelling van de Wet natuurbescherming dezelfde voorwaarden gelden als bij de Vogelrichtlijn, te weten: de aanwezigheid van een wettelijk belang, het ontbreken van een andere bevredigende oplossing en behoud van de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. De verbodsbepalingen uit de Vogelrichtlijn zijn onder artikel 3.1 geïmplementeerd in de Wet natuurbescherming (zie box 1). Box 1: verbodsbepalingen artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming  Lid 1: Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.  Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.  Lid 3: Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.  Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

 Lid 5: Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

2.2.1 ONTHEFFING OF VRIJSTELLING Indien een diersoort schade en/of overlast veroorzaakt zijn er mogelijkheden om dit te beheersen. Zoals in paragraaf 2.2 genoemd, kan, onder bepaalde voorwaarden, een ontheffing of vrijstelling worden verleend voor de verbodsbepalingen zoals genoemd in artikel 3.1. In artikel 3.16, lid 1, van de Wet natuurbescherming is opgenomen dat bij algemene maatregel van bestuur vogels als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, kunnen worden aangewezen, die niet in hun voortbestaan worden bedreigd of die gevaar lopen, en die in het gehele land overlast veroorzaken. In lid 2 van dit artikel is opgenomen dat Onze Minister een vrijstelling kan verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1 voor de bestrijding van overlast binnen de bebouwde kom door gemeenten van vogels en dieren als bedoeld in het eerste lid. In artikel 3.17 van de Wet natuurbescherming is opgenomen dat ten behoeve van de beperking van de omvang van een populatie vogels als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, gedeputeerde staten ontheffing verlenen als bedoeld in artikel 3.3, eerste, vierde en vijfde lid en 3.4, tweede lid (mogelijkheid vrijstelling door provinciale staten), ingeval van vogels: 1. in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid; 2. in het belang van de veiligheid van luchtverkeer; 3.

ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren, of 4. ter bescherming van flora en fauna. 2.2.2 FAUNABEHEERPLAN De Wet natuurbescherming stelt in artikel 3.17, lid 2, dat een ontheffing tot beperking van de omvang van een populatie van vogels wordt verleend aan een faunabeheereenheid, die handelt overeenkomstig het daartoe vastgestelde en goedgekeurde faunabeheerplan. Onder lid 3 is opgenomen dat de faunabeheereenheid bij schriftelijke en gedagtekende toestemming de haar ingevolge het eerste lid of tweede lid toegestane handelingen door een wildbeheereenheid of anderen kan doen uitoefenen. Het vierde lid van artikel 3.17 stelt dat een dergelijke ontheffing tevens verleend kan worden aan een wildbeheereenheid of aan anderen dan een faunabeheereenheid, indien de noodzaak ontbreekt voor verrichting van de handelingen door tussenkomst van een faunabeheereenheid. Het vijfde lid stelt tot slot dat ook een ontheffing kan worden verleend voor handelingen die niet op grond van een faunabeheerplan worden verricht, indien de noodzaak ontbreekt voor een faunabeheerplan, gelet op de specifieke kenmerken van de desbetreffende diersoort dan wel de aard of omvang van de te verrichte handelingen.

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 8

3. ONDERBOUWING WETTELIJK BELANG 3.1 CONTEXT: OVERLAST, SCHADE EN DE WET Onder de Wet natuurbescherming is het mogelijk om een ontheffing of vrijstelling van de in artikel 3.1 genoemde verbodsbepalingen te krijgen indien hier een geldig wettelijk belang aan ten grondslag ligt. In dit document hebben we het specifiek over de gezondheidsschade en materiële schade die broedende meeuwen op stadsdaken veroorzaken. Dit valt onder de reikwijdte van het in de wet genoemde belang "Gevaar voor de volksgezondheid en openbare veiligheid”. In dit hoofdstuk worden de aspecten van gezondheidsschade en materiële schade verder toegelicht. Om de essentiële overlast, veroorzaakt door dakbroedende meeuwen, tot een voor de volksgezondheid aanvaardbaar niveau terug te brengen is het noodzakelijk een ontheffing of vrijstelling te verkrijgen voor het beheer van overlast veroorzakende meeuwen. De mate waarin schade wordt veroorzaakt door broedende meeuwen op daken, verschilt per situatie en daarmee verschilt ook de noodzaak tot mogelijk ingrijpen. Ligging van de nestplaats, karakter van de betrokken meeuwen en de tolerantiegrens van de betrokken burgers spelen allemaal een rol.

In de notitie van Stallen & Zandbergen (bijlage 5) wordt gesteld dat naast akoestisch factoren, ook niet-akoestische factoren van grote invloed zijn op de overlastbeleving en dat met name deze factoren schade aan de gezondheid veroorzaken. Hierbij is het belangrijk elke gemelde klacht van ervaren schade apart te meten volgens een vast protocol, waarbij gekeken wordt of de melding kwalificeert als één van de drie mogelijk risicovolle vormen van schade (zie 3.2.) en daarnaast een zekere meetbare mate van risico voor de volksgezondheid in zich heeft. Om die reden zal gewerkt worden met een escalatieladder (zie bijlage 9), waarmee bepaald kan worden of ingrijpen gerechtvaardigd is ten opzichte van het belang “Gevaar voor de volksgezondheid en openbare veiligheid”. 3.2 SCHADE DOOR DAKBROEDENDE MEEUWEN Deze aanvraag richt zich op de volgende drie vormen van schade, die worden veroorzaakt door op daken broedende meeuwen: 1. gezondheidsschade door geluidsoverlast; 2. gezondheidsschade door (schijn)aanvallen; 3. materiële schade aan gebouwen met gevolgen voor de volksgezondheid. Ad (1) gezondheidsschade door geluidsoverlast. Het overgrote deel van overlastklachten die bij gemeenten binnen komen betreft meldingen van geluidsoverlast. Mensen klagen met name over slaapgebrek als gevolg van meeuwengeluiden.

Metingen door DGMR (bijlage 2) hebben aangetoond dat broedende meeuwen op elk uur van de dag en nacht geluid produceren, met meerdere pieken boven de ontwakingsgrens bij een afstand van twee meter tot een meeuwennest. Binnen deze twee meter van nesten op daken zijn in sommige gevallen slaapkamers gelegen. Zowel het meermaals ontwaken per nacht als de intensiteit van de geluidspieken kunnen volgens de GGD (bijlage 3) fysiologische effecten, fysieke klachten en mentale klachten veroorzaken. Vooral het gegeven dat meeuwengeluid discontinue is maakt dat mensen wakker schrikken. Dr. Pieter Jan Stallen, voormalig bijzonder hoogleraar toegepaste psychologie geluidshinder aan de Universiteit van Leiden (zie tevens box 2) concludeert in zijn notitie (bijlage 5): "Bij blootstelling aan geluid van (broedende) meeuwen is de volksgezondheid op meerdere manieren en mogelijk vaak in ernstige mate in het geding..." Ad (2) gezondheidsschade door (schijn)aanvallen. Sommige meeuwenparen beschermen hun jongen op felle wijze en gaan zo ver dat zij (schijn)aanvallen op mensen uitvoeren. De intensiteit verschilt per meeuwenindividu.

Deze (schijn)aanvallen kunnen tot gevaarlijke situaties (voornamelijk door schrik) leiden, met name bij dakterrassen (burgers melden bijvoorbeeld schijnaanvallen op het moment zij op de trap door het dakluik het terras willen betreden), maar ook rondom peuterspeelzalen, scholen en verzorgingshuizen (kinderen en ouderen zijn kwetsbaarder doordat zij mogelijk minder snel en adequaat anticiperen en reageren op (schijn)aanvallen). Ook melden mensen dat zij in hun achtertuin geregeld met uitwerpselen worden “bekogeld”. Ad (3) materiële schade aan gebouwen met gevolgen voor de volksgezondheid. In uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat meeuwen schade veroorzaken aan dakinstallaties (zoals bijvoorbeeld airconditioning) waardoor gevaarlijke situaties als kortsluiting kunnen ontstaan. Ook zijn mensen vaak bang dat de uitwerpselen van meeuwen zoönosen bevatten, die zich via het airconditioningsysteem door de woning kunnen verspreiden. Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 9

Bij gemeenten zijn ook diverse schrijnende situaties bekend waarbij de gezondheid van burgers ernstig in het geding komt. Mensen bellen een gemeente woedend en soms huilend op. Een van de stadsecologen bij een gemeente vertelde over een oudere dame die geeuwend en niet meer helder aan de telefoon zat, omdat ze al weken elke morgen om 4:00 ontwaakte. 3.3 SOORTEN MEEUWENSCHADE: GEZONDHEIDSSCHADE DOOR GELUIDSOVERLAST Geluidsoverlast door meeuwen bestaat uit overlast door verschillende geluiden die de meeuwen ten gehore brengen, voornamelijk tijdens het broedseizoen. Vanaf het moment dat de broedplaatsen weer bezet worden door de meeuwen (begin februari), totdat de jongen zijn uitgevlogen in augustus, is er sprake van overlastervaring door mensen die in de buurt van de meeuwennesten werken en wonen. Voornamelijk de territoriale geluiden kunnen zeer luid zijn (zie onderstaand) en bestaan uit combinaties van zogenaamde long-calls (zie afbeelding 1) en korte sociale contactgeluiden. De meeuwen nemen hierbij plaats op schoorstenen, hoog gelegen dakgoten, antennes en andere hoge uitkijkpunten in de directe omgeving van het nest om op deze manier het territorium af te bakenen. De piek in deze geluiden (over het broedseizoen) bevindt zich in de vestigingsperiode en de periode dat de dieren jongen hebben. De pieken per dag bevinden zich voornamelijk in de vroege ochtend.

Tijdens het uitbroeden van eieren zijn de meeuwen vaak minder luidruchtig. Wanneer de jongen uit het ei kruipen beginnen deze ook vrijwel constant te piepen (dag en nacht), wat eveneens voor overlast zorgt wanneer het nest zich bijvoorbeeld boven de slaapkamer bevindt. De overlast die wordt ondervonden is per individueel mens verschillend. Uit de jarenlange klachtenmonitoring in de gemeente Katwijk komt naar voren dat dit sommigen, in combinatie met bijvoorbeeld nachtwerk of kleine kinderen, tot waanzin drijft en slapeloosheid en oververmoeidheid de meest gehoorde gezondheidsklachten zijn (zie bijlage 6 voor een impressie van de klachten). Eerder genoemde zorgt daarbij in meerdere of mindere mate voor ernstige gezondheidsproblemen. Daarnaast zijn er verschillende voorbeelden dat men, bij lang aanhoudende overlast, in de emotie van het moment, het nest, eieren of jongen illegaal vernielt of vernietigt. Vermoeidheid kan leiden tot gevaarlijke situaties rondom het huis of in het verkeer, wat ook wordt onderschreven door de GGD (zie box 2).

Afbeelding 1: Long-call kleine mantelmeeuw nabij nest op dak

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 10

Box 2: Onderbouwing gezondheidsschade door geluidsoverlast

Rapport onderzoek DGMR Door DGMR is in Scheveningen een onderzoek uitgevoerd (DGMR, 2020) naar de geluidsoverlast voor omwonenden van een meeuwenkolonie ter plaatse van het dak van de school ‘Lycée Français Vincent Van Gogh’. Het rapport is opgenomen in bijlage 2. Het onderzoek betreft een analyse van de gedane geluidsmetingen ter plaatse van de meeuwenkolonie op het dak van de school. Met het onderzoek is de vraag beantwoord in hoeverre de hinder die optreedt als gevolg van de geluidsproductie van een meeuwenkolonie van dusdanige aard is dat er gesproken kan worden van belangrijke overlast van bewoners (DGMR, 2020). In het onderzoek wordt toegelicht dat de maximale geluidsniveaus bij een woning niet hoger mogen zijn dan 70, 65 en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag, avond en nacht (DGMR, 2020). De piekgeluiden veroorzaakt door meeuwen lopen in de dag tot 85 dB(A) (Lamax) en in de nacht tot 70 dB(A) (Lamax) (Bron: onderzoek gemeente Den Haag (DGMR, 2020)) Hiermee ligt het geluidsniveau van meeuwen hoger dan de maximaal toegestane geluidsniveaus voor industriegeluiden. Het geluid van meeuwen is niet continu, maar wordt gekenmerkt door een reeks van roepen. Voor hinderbeleving is niet alleen het gemiddelde (equivalente) geluidsniveau van belang, maar juist ook hoe vaak je door dit geluid wordt gestoord.

Het geluid van de meeuwen is in het onderzoek uitgezet tegen de uren van de dag. Hierin is een piek te zien om 06:00 uur ‘s ochtends, de voedingstijd, en tussen 08:00 uur ‘s ochtends en 11:00 uur ‘s ochtends. Daarnaast is een opmerkelijke piek om 03:00 uur ‘s nachts te zien. Gedurende de meetperiode van mei t/m november blijkt dat in de zomermaanden (juni, juli en augustus) het geluid van meeuwen bijna de gehele etmaalperiode te horen is. Het meest en het luidst zijn ze te horen in juli. Daarbuiten is het geluid voornamelijk ‘s morgens vroeg en overdag waar te nemen (DGMR, 2020). Uit het onderzoek blijkt dat het geluid van meeuwen tot grote verstoring kan leiden tijdens de nachtperiode. In deze periode worden mensen mogelijk wakker ten gevolge van meeuwen in de orde van 1 keer per 2 nachten (op 12 meter afstand van het nest) tot 34 keer per nacht (op 2 meter afstand van het nest). Naast een ervaring van overlast kan dit gevolgen hebben voor de concentratie op het werk en leiden tot stress (DGMR, 2020). Op basis van het gedane onderzoek wordt in het rapport geconcludeerd dat de hinder die optreedt als gevolg van de geluidsproductie van de meeuwenkolonie ‘Lycée Français Vincent Van Gogh’ in Scheveningen van dusdanige aard is dat veel mensen belangrijke overlast ondervinden.

Dit door het equivalente geluidsniveau, maar nog meer door de grote kans op ontwaakreacties meerdere keren per nacht. (DGMR, 2020). Brief GGD Haaglanden Naar aanleiding van meldingen/klachten van bewoners ten aanzien van meeuwenoverlast in Den Haag is door de gemeente Den Haag aan de GGD Haaglanden verzocht om te beoordelen of door meeuwen veroorzaakte geluidsoverlast een negatief effect kan hebben op de volksgezondheid. In de opgestelde brief vanuit de GGD Haaglanden naar Beleidsafdeling Stadsbeheer (DSB) (zie bijlage 3) wordt eerst een uitleg gegeven van algemene gezondheidseffecten door blootstelling aan omgevingsgeluid. Vervolgens worden specifiek de aspecten van meeuwengeluid behandeld en wordt gerefereerd naar het uitgevoerde, hierboven beschreven, onderzoek van DGMR (DGMR, 2020) (GGD Haaglanden, 2019). In de brief van GGD Haaglanden wordt geconcludeerd dat het aannemelijk lijkt dat het piekgeluid van in de stad broedende meeuwen, zeker bij een grote concentratie van meeuwen, een bijdrage levert aan slaapverstoring van inwoners van de stad. Deze conclusie wordt gerelateerd aan normen die zijn vastgesteld bij onderzoeken naar de blootstelling aan geluid (wegverkeer en vliegverkeer) en de gezondheidseffecten hiervan. Bij industriegeluid kan er tot maximaal 65 dB(A) piekgeluid (Lamax) vrijstelling worden verleend (in het nachtvenster).

De piekgeluiden veroorzaakt door meeuwen lopen in de dag tot 85 dB(A) (Lamax) en in de nacht tot 70 dB(A) (Lamax) (Bron: onderzoek gemeente Den Haag (DGMR, 2020)). Deze effecten op de gezondheid zijn niet zonder meer te vertalen naar effecten als gevolg van blootstelling aan geluid van in de stad broedende meeuwen, maar geven wel een indicatie van de gezondheidseffecten van meeuwengeluid (GGD Haaglanden, 2019).

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 11

In navolging op bovengenoemde brief is door de GGD Haaglanden een vervolgreactie gestuurd (zie bijlage 4) waarin wordt vermeld dat de GGD Rotterdam Rijnmond, GGD Hollands Midden, GGD Hollands Noorden en GGD Amsterdam hebben aangegeven het advies van de GGD Haaglanden betreffende meeuwenoverlast en gezondheid te onderschrijven (GGD Haaglanden, 2019). Hindercirkels geluidsoverlast meeuwen Uit het rapport van DGMR (DGMR, 2020) blijkt dat binnen 10 meter rondom een nestlocatie van een meeuw mensen gemiddeld 1 keer per nacht wakker worden gedurende de broedperiode van meeuwen. Ter visualisatie is rond alle meeuwennesten die in 2017 in kaart zijn gebracht in de gemeente Den Haag een buffer van 10 meter getrokken. Dit is weergegeven in afbeelding 2. In de andere gemeenten zal een gelijksoortig beeld kunnen worden gegeven. Naar aanleiding van de hindercirkels in afbeelding 2 is berekend dat circa 351.495 vierkante meter aan gebouw (van bovenaf gezien) binnen een hindercirkel gelegen is. Volgens het CBS heeft de gemiddelde burger in Den Haag 54,14 vierkante meter aan woonoppervlak tot zijn beschikking. Dit betekent dat mogelijk bijna 6.500 burgers in Den Haag gemiddeld 1 keer per nacht wakker worden van een meeuw gedurende de broedperiode, afhankelijk van de ligging van de slaapkamer ten opzichte van het nest.

Uiteraard kan dit getal worden genuanceerd wanneer er nog rekening wordt gehouden met verschil van isolatie van de woningen, aantal woonlagen en persoonlijke tolerantie, desalniettemin geeft dit een indicatie van de hoeveelheid burgers die mogelijk enige geluidsoverlast ervaren door broedende meeuwen (bron: gemeente Den Haag) en onderschrijft het belang van een gedegen inventarisatie van overlastmeldingen. Ditzelfde principe geldt voor alle meeuwennesten in de andere gemeenten die veel (gezondheid)schade door meeuwen ervaren.

Afbeelding 2. Hindercirkels rondom meeuwennesten in 2017 in Den Haag (bron: gemeente Den Haag).

Dr. Pieter Jan Stallen is voormalig bijzonder hoogleraar toegepaste psychologie geluidshinder aan de Universiteit van Leiden en in deze gevraagd zijn expertise te laten gelden over de meeuwenproblematiek. In de notitie van Stallen & Zandbergen (bijlage 5) wordt gesteld dat ook niet-akoestische factoren (angst en machteloosheid) van grote invloed zijn op de overlastbeleving en dat met name deze factoren schade aan de gezondheid veroorzaken. Door slaapgebrek (en dit in duidelijke samenhang met angst en machteloosheid) ontstaan chronische stress, verhoogde bloeddruk en versnelde hartslag. Als voorbeeld wordt de machteloosheid over het feit dat burgers afhankelijk zijn van derden genoemd, die zich moeten houden aan de wet voor het wegnemen van de bron van hun overlast. Stallen & Zandbergen betwijfelen of hier bij het opstellen van de Wet natuurbescherming voldoende rekening mee is gehouden. Stallen & Zandbergen stellen dat hier bij het besluiten over ontheffing wel rekening mee moet worden gehouden, Bij blootstelling aan geluid van (broedende) meeuwen, wat als gevolg heeft: slaapgebrek, angst en machteloosheid, is de volksgezondheid op meerdere manieren en mogelijk vaak in ernstige mate in het geding.

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 12

3.4 SOORTEN MEEUWENSCHADE: GEZONDHEIDSSCHADE DOOR TERRITORIAAL GEDRAG/ (SCHIJN)AANVALLEN Vanaf het moment dat de eieren zijn gelegd gaan de meeuwen territoriaal gedrag vertonen om het nest te verdedigen. Dit gedrag wordt meer intens vanaf het moment dat de jongen zijn geboren en zal aanhouden tot de jongen de nestlocatie verlaten vanaf augustus. Binnen het territorium treden zij zeer beschermend op en vallen mensen en/of huisdieren aan waarvan ze denken dat die een bedreiging vormen. Doordat meeuwennesten zich soms bevinden in de nabijheid van mensen of menselijke activiteit, kunnen die meeuwen reageren op een ieder die zich binnen het territorium bevindt. In de praktijk kan dit voor vervelende en gevaarlijke situaties zorgen, vooral als er kwetsbare groepen zoals kinderen of ouderen bij betrokken zijn (zie box 3). Zo kan bij een nest op een dakkapel de gehele aanliggende tuin als territorium worden gezien door de meeuw, waardoor beweging van mensen of huisdieren kan zorgen voor een (schijn)aanval, soms gecombineerd met het laten vallen van uitwerpselen. Er zijn in verschillende gemeenten locaties bekend waar men iedere keer bij het verlaten van de voordeur wordt aangevallen. Hier zijn verschillende voorbeelden van gevaarlijke situaties bekend die ontstaan doordat men schrikt en op straat terecht komt.

Een goed voorbeeld hiervan is een op camera vastgelegde schrikreactie van een moeder met kinderwagen, waarbij deze door schrik van een meeuwenaanval, de kinderwagen loslaat en deze vervolgens de doorlopende weg op rolt (zie ook bijlage 6 voor een impressie van klachten). Regelmatig komen jonge, niet-vliegvlugge, meeuwen in de straten terecht wanneer zij door verstoring of tijdens vliegoefeningen van daken afvallen. De oudervogels verdedigen deze jongen fel, wat tot gevaarlijke situaties leidt op onder andere kruispunten en parkeerplaatsen. Daarnaast ontstaan gevaarlijke situaties doordat jonge meeuwen op straat lopen en mensen uit schrik zelf, of bijvoorbeeld met een auto of fiets uitwijken voor deze jongen.

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 13

Box 3: Voorbeeld van gezondheidsschade door territoriaal gedrag/(schijn)aanvallen

In 2020 is een 73-jarige inwoonster van Den Haag op haar balkon aangevallen door een meeuw die zijn jongen op de dakrand boven haar verdedigde. Mevrouw had een hoofdwond die flink bloedde en ook enige dagen hoofdpijn.

Afbeelding 3 & 4:Hoofdwond opgelopen door 73-jarige inwoonster van Den Haag nadat zij op haar balkon door meeuw werd geraakt

Afbeelding 5 & 6: Voorbeelden van een snoekduik van kleine mantelmeeuwen op dakterrassen in Katwijk

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 14

3.5 SOORTEN MEEUWENSCHADE: MATERIËLE SCHADE AAN GEBOUWEN MET EVENEENS MOGELIJKE GEZONDHEIDSSCHADE ALS GEVOLG

Er zijn meldingen bekend van meeuwen die isolatiemateriaal vernielen van installaties op de daken, zoals zonnecollectoren en airco-units. Het risico op brandgevaar neemt toe als gevolg van nesten die de natuurlijke ventilatie onder de zonnepalen belemmeren. Deze problemen (vernielen isolatiemateriaal en brandgevaar) worden specifiek veroorzaakt door dakbroedende meeuwen, die het materiaal gebruiken voor het maken van hun nest, of die hun nest nabij de installaties bouwen(zie box 4). Ook zijn er diverse meldingen bekend van regenafvoeren die verstopt raken door nestbouw, waardoor soms ernstige wateroverlast ontstaat met als gevolg materiele schade. Bovendien kan wateroverlast zorgen voor ongezonde situaties wanneer schimmel ontstaat. Tenslotte kan in enkele gevallen ontlasting van meeuwen voor gezondheidsrisico’s zorgen. In uitwerpselen van vogels kunnen ziektes en virussen zitten, zoals campylobacter, salmonellose en andere zoönosen. Met name in situaties waar met voedsel wordt gewerkt is de voedselveiligheid in het geding. Ook is er sprake van gevaar voor volksgezondheid indien meeuwen broeden en/of verblijven nabij luchtbehandelingsinstallaties van ziekenhuizen en gezondheidscentra (Stoelwinder 2020). Zo kan bijvoorbeeld papagaaienziekte in ontlasting voorkomen. Momenteel meldt het RIVM dat deze ziekte door onbekende oorzaak toeneemt.

De bacterie Chlamydia psittaci (die papagaaienbek ziekte veroorzaakt) komt voor in oogvocht, snot en uitwerpselen van vogels die deze bacterie bij zich dragen. Mensen kunnen besmet raken door inademing van stofdeeltjes van ingedroogd oogvocht, snot of uitwerpselen van besmette vogels. Besmetting met deze stofdeeltjes kan ook plaatsvinden via contact met karkassen of veren van besmette vogels. Het is niet uit te sluiten dat meeuwen hier ook een rol in spelen. Meer informatie hierover is te vinden op: https://www.rivm.nl/papegaaienziekte Box 4: Illustratie van materiele schade aan gebouwen met mogelijke gezondheidsrisico (brandgevaaar, kortsluiting en luchtvervuiling met stofdeeltjes)

Afbeelding 7: Nest op koelvoorziening dak.

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 15

Afbeelding 8: Nest tegen airco aan waarbij de broedende meeuw de bekabeling heeft aangepikt met grote kans op brandgevaar.

Afbeelding 9: Close-up van beschadigde bekabeling (brandgevaar/kortsluiting).

3.6 MELDINGEN MEEUWENOVERLAST IN GEMEENTEN Het aantal in steden broedende meeuwen neemt toe en parallel daaraan ook de overlast door meeuwen die burgers ervaren. Dit komt naar voren uit de vele klachten die hierover binnenkomen in de diverse gemeenten. In bijlage 6 zijn klachten opgenomen die het belang “Gevaar voor de volksgezondheid en openbare veiligheid” onderstrepen.

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 16

3.7 JURISPRUDENTIE Eerdere jurisprudentie leert ons dat ontheffingsgrond “volksgezondheid en openbare veiligheid” eerder is gebruikt om schade door meeuwen te beperken. Uitdrukkelijk is door de bestuursrechter al eens overwogen dat deze ontheffingsgrond gebruikt kan worden in het kader van meeuwenoverlastbestrijding. Ook heeft het Hof van Justitie in een arrest van 8 juli 1987 al overwogen dat het voorkomen van branden waterschade alsmede het voorkomen van ziekten als ontheffingsgrond kan worden gebruikt voor het wegnemen en vernietigen van nesten (HvJEG, in zaak 247/85 (ECLI:EU:C:1987:339)). In een uitspraak rond een ontheffing op basis van het belang “Onderzoek en onderwijs” overwoog de bestuursrechter dat het “niet bij voorbaat onaannemelijk is dat voorkoming van belangrijke overlast, de volksgezondheid en de openbare veiligheid belangen zijn die ten grondslag kunnen worden gelegd aan een ontheffing voor maatregelen die door meeuwen veroorzaakte hinder in de gemeenten moeten tegengaan” (ABVrS 17 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2266). In bijlage 7 is een document, opgesteld door advocaat Fleur Onrust van Envir Advocaten waarin zij de relevante uitspaken opsomt waarbij het belang “volksgezondheid en openbare veiligheid” wordt opgevoerd ten behoeve van het bestrijden van meeuwen, opgenomen.

Ten behoeve van de Rotterdamse haven, maar ook de Haven van Moerdijk en bedrijventerreinen in de haven van Vlissingen-Oost, zijn in het (recente) verleden ontheffingen afgegeven in het kader van de Volksgezondheid en Openbare veiligheid. In de onderbouwing van deze ontheffingen zijn naast de risico’s voor kwetsbare bedrijfsprocessen ook de individuele risico’s en gevaren voor medewerkers aangevoerd. Deze individuele risico’s en overlast zijn minstens net zo erg als de risico’s die burgers lopen nabij broedende meeuwen in de stad. Het gaat hierom aanvallende meeuwen en de verspreiding van ziektes en bacteriën door ontlasting. Medewerkers in de haven worden met de risico’s alleen tijdens werktijd geconfronteerd, terwijl mensen in de stad hier (in sommige gevallen) 24 uur per dag mee worden geconfronteerd. De ontheffing voor nestbehandeling (oliën van eieren) in de haven van Rotterdam, die was verleend op basis van het faunabeheerplan 2010-2014, is door de Stichting Faunabescherming aangevochten. De Rechtbank Den Haag oordeelde dat de noodzaak tot ingrijpen voldoende was aangetoond (AWB 10/5326 WET). Ook eerdere, aan individuele bedrijven verleende ontheffingen in Rotterdam zijn zonder succes aangevochten door de Faunabescherming.

De Rechtbank Den Haag (zie: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0109) en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag (zie:https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2008:BD6084) verklaarden het (hoger) beroep ongegrond. In december 2019 is door Provincie Groningen aan de gemeente Groningen een ontheffing verleend voor het verplaatsen van roekenkolonies op vier locaties. De ontheffing is verleend op grond van het belang ‘volksgezondheid of openbare veiligheid’ doordat sprake is van indirecte gezondheidsklachten door geluidsoverlast (met name tijdens de nestbouwfase en in de fase met grote jongen), met migraine, concentratiestoornissen en psychosomatische klachten als gevolg. De provincie Groningen stelt dat het gezien het aangeleverde klachtenoverzicht, voldoende is aangetoond dat omwonenden daadwerkelijk overlast ervaren door de kolonies. In het besluit wordt vermeld dat de overlast kan leiden tot gezondheidsklachten en dat het, gezien de ligging van de kolonies, aannemelijk is dat de overlast in de toekomst blijft bestaan of zelfs toeneemt als de kolonie groeit. Verder is het mogelijk om aan gemeenten een algemene vrijstelling te verlenen op basis van artikel 3.16 Wet natuurbescherming voor overlastbestrijding binnen de bebouwde kom (zie box 5). Box 5: artikel 3.16 Wet natuurbescherming

§ 3.4. Schadebestrijding, overlastbestrijding en faunabeheer Artikel 3.16 1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen vogels als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, en dieren van soorten als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, worden aangewezen, die niet in hun voortbestaan worden bedreigd of dat gevaar lopen, en die in het gehele land overlast veroorzaken. Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 17

2. In zoverre in afwijking van de artikelen 3.3, tweede lid, 3.8, tweede lid, en 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, tweede lid, kan Onze Minister een vrijstelling van verboden als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, tweede lid, 3.5, 3.6, tweede lid, en 3.10, eerste lid, verlenen voor de bestrijding van overlast binnen de bebouwde kom door gemeenten van vogels en dieren als bedoeld in het eerste lid. 3. Provinciale staten kunnen bij verordening vogels als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, en dieren van soorten als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid of 3.10, eerste lid, aanwijzen die: a. niet bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid zijn aangewezen; b. niet in hun voortbestaan worden bedreigd of dat gevaar lopen, en c. in hun provincie overlast veroorzaken. 4. Provinciale staten kunnen bij verordening een vrijstelling als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, 3.8, tweede lid, 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, tweede lid, verlenen voor de bestrijding van overlast binnen de bebouwde kom door gemeenten van vogels en dieren als bedoeld in het derde lid verlenen. 5. De bestrijding van de overlast, bedoeld in het tweede en vierde lid, vindt uitsluitend plaats: a. ingeval van vogels: 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; b.

ingeval van dieren van soorten als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang. c. in geval van andere soorten als bedoeld in artikel 3.10.

3.8 CONCLUSIE TEN AANZIEN VAN HET WETTELIJK BELANG Bovenstaande paragrafen (en voorbeelden in bijlage 6) laten zien dat broedende meeuwen dusdanige overlast kunnen veroorzaken dat gesproken kan worden van gezondheidsschade. In het geval van geluidsoverlast kunnen zich schrijnende situaties voordoen wanneer een meeuwennest zich direct boven de slaapplaats van een bewoner bevindt. De in paragraaf 3.3 gepresenteerde onderbouwing toont dat in die gevallen ernstige verstoring van nachtrust ontstaat welke dagelijks en gedurende maanden plaatsvindt, indien er geen mogelijkheden zijn voor burgers om deze situatie weg te nemen binnen de wettelijke kaders. Dit kan uiteenlopende klachten en risico’s veroorzaken, die niet in redelijkheid door burgers gedragen kunnen worden. Bij blootstelling aan geluid van (broedende) meeuwen is de volksgezondheid op meerdere manieren en mogelijk vaak in ernstige mate in het geding (zie ook bijlage 5). In het geval van (schijn)aanvallen en schade aan gebouwen is de onvoorspelbaarheid van de situatie een groot deel van het risico. Directe verwonding van een mens door een meeuw komt weinig voor.

Echter op locaties waar (schijn)aanvallen op kwetsbare groepen (denk aan kinderen of ouderen) worden uitgevoerd, alsmede wanneer (brand)gevaarlijke installaties worden beschadigd, is het niet reëel te verlangen dat burgers het risico op letsel dragen omdat niet te voorspellen is wanneer een gevaarlijke situatie zich voordoet. Deze risico’s leveren gevaar op voor de volksgezondheid en/of openbare veiligheid en zijn vergelijkbaar van aard met de risico’s waarvoor reeds eerder ontheffing is verleend in de jurisprudentie welke wordt aangevoerd in pararaaf 3.7 en bijlage 7.

Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 18

4. ALTERNATIEVENAFWEGING 4.1 CONTEXT: MAATREGELEN TER VERMINDERING VAN MEEUWENOVERLAST Zoals in hoofdstuk 1 is beschreven betreft deze rapportage een onderbouwing voor het aanvragen van toestemming voor het beheer van broedende meeuwen die overlast veroorzaken met de aard (1) geluidsoverlast, (2) gevaarlijke situaties door (schijn)aanvallen en (3) schade aan gebouwen. Uit de inventarisaties van gemeenten komt naar voren dat de meeste genomen maatregelen betreffen die ingaan op het verkleinen van het voedselaanbod. Deze maatregelen hebben geen direct effect op broedende meeuwen en de drie vormen van overlast waar deze aanvraag betrekking op heeft. Deze maatregelen worden hier desondanks toch vermeld om te onderbouwen dat de aantrekkelijkheid van de stad als broedlocatie geen rechtstreeks verband heeft met de aanwezigheid van voedsel. Immers, betrokken gemeenten investeren al jaren in maatregelen om het voedselaanbod voor meeuwen te verkleinen, maar het aantal broedparen en de direct aan broedende meeuwen gekoppelde overlast neemt verder toe. Ten aanzien van het bestrijden van meeuwenoverlast zijn alternatieven overwogen die eventueel minder effect veroorzaken op de meeuwenpopulaties in de betreffende gemeenten: 1. niets doen; 2. algemene maatregelen; 3. alternatieve bestrijdingsmethoden.

4.2 NIETS DOEN Indien geen maatregelen worden genomen zal de meeuwenoverlast in steden alsmaar toenemen, daar een verschuiving van traditionele broedgebieden (natuurgebieden aan de kust/water en haventerreinen) naar urbaan gebied reeds gaande is. De aantallen broedende meeuwen in de steden zullen dan ook alsmaar toenemen. In het Verenigd Koninkrijk is hier al reeds sprake van, en broedt het grootste deel van de meeuwenpopulatie al op daken (Rock, 2019). Het onvermijdelijke gevolg is dat burgers vervolgens zelf maatregelen gaan treffen die een negatief effect veroorzaken op de individuele meeuwen, juveniele meeuwen en meeuweneieren. Uit een enquête die is afgenomen in de gemeente Haarlem blijkt dat burgers die overlast ervaren van meeuwen vaak het heft in eigen hand nemen. De manieren die in de resultaten van de enquête genoemd worden bestaan gedeeltelijk uit algemene maatregelen (zie ook paragraaf 4.3): - Etensresten niet buiten laten slingeren. - Bewoners die meeuwen voeren vragen dat niet meer te doen. - Niet meer voeren. - Vuilniszakken pas kort voor het afvoeren op straat zetten. Naast bovengenoemde maatregelen worden door de burgers tevens maatregelen genoemd die gevaarlijk kunnen zijn voor meeuwen (als het niet goed wordt toegepast) en/of mogelijk verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden, zoals: - Draden/netten op het dak spannen. - Nesten weghalen.

- Verjagen van meeuwen met onder andere laserpennen, verschrikkers en cd’s met roofvogelgeluiden (gemeente Haarlem/DIA, 2018). In hetzelfde onderzoek wordt door de betreffende panelleden aangegeven dat de maatregelen (zoals hierboven opgesomd) tegen meeuwenoverlast hebben geholpen. Dat is vergelijkbaar met de resultaten in 2014 en 2016 (gemeente Haarlem/DIA, 2018). Dat neemt niet weg dat mogelijk veel van de genomen maatregelen in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Uit het meeuwenonderzoek in de gemeente Katwijk komen vergelijkbare resultaten. Middels jarenlange klachtgesprekken en een enquête uit 2019 komt naar voren dat het overgrote deel van melders van meeuwenoverlast de maatregelen die genomen kunnen worden (zonder verbodsbepalingen te overtreden) niet voldoende vindt en het heft in eigen handen neemt. De meeuw is voor veel mensen “volksvijand nummer één” en wordt op allerlei manieren aangepakt. Een groot deel hiervan is onzichtbaar voor de gemeente, maar het expres doodrijden van kuikens en volwassen dieren, het vergiftigen van broedende individuen, het vernielen van nesten, eieren en kuikens gebeurt naar verwachting op grote schaal door bewoners die overlast ervaren. Sommige melders geven dit openhartig toe. Daarnaast zijn hiervan regelmatig resultaten gevonden tijdens de locatiebezoeken en broedvogelkarteringen in o.a. de gemeenten Katwijk en Den Haag.

Bij controles na klachtbezoeken verdwijnen regelmatig jongen en/of Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 19

nesten wanneer aan wordt gegeven dat de gemeente niets kan doen. In 2019 zijn diverse met rattengif vergiftigde meeuwen uit de Haagse Hofvijver gevist en in 2020 zijn diverse mensen op heterdaad betrapt bij het illegaal ruimen van nesten. Het overgrote deel van melders geeft ook aan het de verantwoordelijkheid van de gemeente of overheid te vinden. Het alternatief ‘niets doen’ leidt tot een jaarlijks groter wordend overlastprobleem met als gevolg dat inwoners ‘het recht in eigen handen nemen’ en meeuwennesten soms (met jong en al) verdwijnen of meeuwen worden vergiftigd. 4.3 ALGEMENE MAATREGELEN In de gemeenten waar onderhavig rapport betrekking op heeft worden reeds diverse algemene maatregelen genomen. Die maatregelen richten zich voornamelijk op communicatie ter preventie van overlast. Burgers kunnen zowel telefonisch als digitaal vragen stellen en meldingen doen. Verder zijn de algemene maatregelen bedoeld om de stad minder aantrekkelijk te maken voor meeuwen. a. Het voeren van communicatiecampagnes door gebruik te maken van buitenreclame/billboards, folders, sociale media en/of posters om bewoners en bedrijven te informeren hoe overlast van meeuwen zoveel mogelijk voorkomen kan worden. b. Het organiseren van inloop-/informatieavonden/-momenten waar burgers of bedrijven terecht kunnen met vragen over voorkomen van meeuwenoverlast. c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9746948/1