RIS307770 Bijlage
Tekst van het document
Deze dienen in de analyses wel als aparte groep te worden opgemerkt zodat ook deze de aantallen in het (tijdens de 0-meting vastgestelde) telgebied niet vertroebelen, tenzij men er zeker van is, dat deze kolonie ten tijde van de 0-meting niet aanwezig was op het betreffende dak. Indien er duidelijke verplaatsing is van binnen dit telgebied aanwezige kolonies (doormiddel van ringdata vast te stellen), dan is het mogelijk om deze op te tellen bij de aantallen in de telgebieden. 2. Meten “domino-effect” en verplaatsingen nesten Om te meten of er een zogenaamd domino-effect (zie paragraaf 5.4.3, bladzijde 36) optreed (waarbij kleine mantelmeeuwen zilvermeeuwen verdringen) en andere verplaatsingen in kaart te brengen dienen
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
broedvogels te worden geringd. Hierbij dienen minimaal 10 tot 20 adulte kleine mantelmeeuwen waarbij nestbeheer plaats vindt jaarlijks te worden gekleurringd. Bij voorkeur kleine mantelmeeuwen die in de buurt van zilvermeeuwen broeden. Zo kunnen deze vogels worden gevolgd in de opvolgende seizoenen en kunnen verplaatsingen (binnen en buiten de stad) in kaart worden gebracht, alsmede het eventueel innemen van territoria van de zilvermeeuw. 3. Monitoren verplaatste nesten Nesten die verplaatst worden na aanleiding van de escalatieladder worden 7 tot 10 dagen na de verplaatsing eenmalig gemonitord of de verplaatsing succesvol is geweest. Van alle verplaatste nesten wordt het verplaatsingssucces genoteerd alsmede de afstand van verplaatsing in meters ten opzichte van het oude nest. 4. Monitoren behandelde nesten Nesten waarvan de eieren worden gemaïsolied worden na 30 dagen verwijderd. Dit om onnodig broeden van de oudervogel te voorkomen. Na 10 dagen wordt gecontroleerd of de vogel opnieuw is begonnen met broeden. Indien dit het geval is worden de eieren opnieuw geolied en weer na 30 dagen verwijderd. Derde legsel komen niet of nauwelijks voor. 5. Rapportage De uiteindelijke aantallen broedende meeuwen in een gemeente dienen per soort te worden behandeld in een rapportage, waarbij een trend wordt bepaald voor het aantal meeuwen binnen het telgebied.
De methode, uitvoeringsdata en het kaartwerk met daarin broedlocaties dient eveneens te worden opgenomen in deze rapportage. De gegevens dienen te worden gebundeld en geanalyseerd door een deskundig ecoloog op het gebied van meeuwen. Deze rapportage dient voldoende aanknopingspunten te bevatten om de telling van het opeenvolgende jaar goed te kunnen uitvoeren. Er wordt eveneens verslag gemaakt van verplaatsingen van (eerder) verplaatste en behandelde nesten van meeuwen.
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage