RIS307764 Invalidenparkeerplaatsen Transvaal en Schilderswijk
Tekst van het document
RIS-nummer: 307764
Schriftelijke vragen: Invalidenparkeerplaatsen Transvaal en Schilderwijk Indiener: Ismet Bingöl Datum: 03-02-2021 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Ismet Bingöl de volgende vragen: Het AD publiceerde op 29 januari het artikel Transvaal en Schilderswijk overspoeld door invalidenparkeerplaatsen: ‘Gewoon asociaal, die mensen kunnen nog alles!’* In het artikel wordt ingegaan op de grote hoeveelheid invalideparkeerplaatsen in vooral Transvaal en de Schilderwijk. Voor het CDA Den Haag is de beschikbaarheid van invalideparkeerplaatsen voor mensen die dit nodig hebben heel belangrijk. Niet alleen inwoners van Transvaal en de Schilderswijk worden geraakt wanneer er onterecht invalideplekken worden toegewezen. Dit raakt juist ook mensen die wel recht hebben op een dergelijke plek. Het is van belang meer inzicht te creëren of er inderdaad onterecht invalideplekken worden toegewezen. 1.
Kan het college per wijk inzichtelijk maken hoeveel invalideparkeerplaatsen er zijn, hoeveel parkeerplaatsen er de laatste vijf jaar bij zijn gekomen, hoeveel parkeerplaatsen er de afgelopen vijf jaar zijn ingetrokken en hoeveel aanvragen er zijn afgewezen?
2. Hoe verklaart het college de oververtegenwoordiging van invalideparkeerplaatsen in de wijken Transvaal en de Schilderwijk? 3. Hoe kijkt het college aan tegen straten zoals bijvoorbeeld in de Terwestenstraat waar bijna iedere portiek een invalideplaats voor de deur heeft? Het artikel laat zien dat er bij veel bewoners twijfel is of iedereen (nog wel) rechtmatig beschikt over een dergelijke parkeerplaats. Ook het CDA Den Haag heeft deze twijfels van bewoners vernomen. Zo kregen wij signalen dat na overlijden van de oorspronkelijke aanvrager de plaats in gebruik blijft door familieleden die zelf geen recht zouden hebben op een invalidenplek. 4. Herkent het college deze twijfel en is deze twijfel gegrond? Zo ja, waarom en wat gaat het college hieraan doen? Zo nee, waarom niet? 5.
Deelt het college de mening van het CDA Den Haag dat het recht op een invalideparkeerplaats boven elke twijfel verheven zou moeten zijn en deze twijfel negatief uitpakt voor juist de mensen die een invalideparkeerplaats broodnodig hebben om mobiel te blijven?
6. Hoe en hoe vaak wordt gecontroleerd of eigenaren van een invalideparkeerplaats nog aan de voorwaarden voldoen? 7.
Is het college bereid deze controle te intensiveren? Zo ja, hoe en voor wanneer krijgt dit gestalte? Zo nee, waarom niet gezien de hiervoor genoemde zaken?
8. Wat kan het college doen voor de bewoners in straten als de Terwestenstraat die geen eigen parkeerplaats hebben en vaak eindeloos moeten zoeken voor een parkeerplaats? Op de website van de gemeente staat dat een arts of adviseur van de afdeling Sociaal Medische Zorg van de GGD (GGD/SMZ) de aanvraag in behandeling. 9. Klopt het dat beslissingen over de aanvraag van invalideparkeerplaatsen ook genomen worden door niet medisch opgeleid personeel? Zo ja, waarom? Is dit in de ogen van het college niet onwenselijk?
In het artikel staat dat er volgens de woordvoerder van het college sinds 2012 nagenoeg geen fraude met de plekken voor gehandicapten is gepleegd. 10. Kan het college aangeven hoe vaak en wat voor type fraude er sinds 2012 wel heeft plaatsgevonden op dit terrein? Welke maatregelen heeft het college vervolgens genomen om deze fraude tegen te gaan? 11. Zou het college inzichtelijk willen maken hoe en hoe vaak controle op mogelijke fraude sinds 2012 heeft plaatsgevonden? Is het college het met het CDA eens dat juist dit soort fraude inbreuk doet op het draagvlak voor invalideparkeerplaatsen, juist voor de mensen die deze plekken wel nodig hebben? Het CDA heeft ook signalen ontvangen over de slechte toegankelijkheid van particuliere parkeergarages. Door trapjes en andere hoogteverschillen kan er in zo’n geval eigenlijk geen gebruik worden gemaakt van een plaats in de garage en is het enige alternatief een plaats op straat. 12. Herkent het college dit geluid en is het bereid om in gesprek te gaan met bouwers en ontwikkelaars om hier aandacht voor te vragen? 13. Zouden deze vragen tijdig, maar in ieder geval voor de behandeling van de nieuwe parkeernota van antwoord voorzien kunnen worden? Ismet Bingöl CDA Den Haag *AD, 29 januari 2021. Zie PDF-bijlage.