CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307761 Beantwoording SV Duidelijkheid voor dak- en thuislozen

Commissie Samenleving 1 april 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brede agendering Maatschappelijke Opvang2.799 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

16 maart 2021

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Van Doorn, de heer Smit en mevrouw Holman, luidend: ‘Duidelijkheid voor daken thuislozen’

OCW/10075922 RIS307761

De raadsleden mevrouw van Doorn, de heer Smit en mevrouw Holman hebben op 1 februari 2021 een brief met daarin 22 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Onzekerheid draagt niet bij aan het maatschappelijk herstel van dak-, en thuislozen in onze stad: de vrees weer op straat te belanden vergroot de kans op terugval in oude patronen. Uit de ‘kapstokoverleggen’ van 23 juni 2020 en van 26 januari jl. met vertegenwoordigers van opvanglocaties en cliëntenorganisaties, georganiseerd door het Straatconsulaat, bleek met name dat de onzekerheid, door onduidelijke communicatie vanuit de gemeente, bij deze doelgroep groot is. Ook zorgen over de opvang in de periode na Corona kwam aan bod, evenals de huidige en toekomstige Winterkouderegeling, participatie, MWA’s en de Soepbus. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden Marieke van Doorn (D66), Robin Smit (Partij voor de Dieren) en Janneke Holman (PvdA) de volgende vragen. 1.

Is het college zich bewust van de onduidelijkheid die bij bewoners van de opvanglocaties Wenckenbach en in de hotels bestaat over wanneer ze waarheen zullen verhuizen?

Ja, dat geldt met name voor de personen die tijdelijk in hotels worden opgevangen. Over een vervolgopvang is in dit stadium nog geen duidelijkheid te geven. Voor de locatie Wenckebach is de verhuizing uitgesteld tot na de zomer 2021. 2.

Welke alternatieve opvanglocaties heeft het college voor de ca. 300 mensen die nu in de hotels worden opgevangen, zodra deze hotels weer opengaan? Worden de daklozen dan nog steeds opgevangen op locaties waar rekening wordt gehouden met de 1,5m richtlijnen?

Er worden momenteel twee locaties onderzocht als alternatief voor de mensen die momenteel in hotels worden opgevangen. Hierbij worden ook de richtlijnen van het RIVM in acht genomen. Tijdens het kapstokoverleg werd geopperd een informatienummer in het leven te roepen waar dak-, en thuislozen terecht kunnen wanneer vervolgstappen onduidelijk voor hen zijn.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10075922

3.

Welke stappen is het college bereid te nemen om onduidelijkheid en onzekerheid voor dak-, en thuislozen over vervolgopvang weg te nemen, bv. middels een informatienummer?

De begeleiders van de bewoners in opvangvoorzieningen zijn het best in staat om dergelijke vragen en zorgen te beantwoorden. Een gemeentelijk informatienummer biedt daarbij geen meerwaarde. Bewoners worden nu ook geïnformeerd via pamfletten die worden opgehangen over de lockdownperiode. 4.

Welke resultaten kan het college melden over de zoektocht om (meer) begeleiding bij de tijdelijke opvanglocaties in de hotels te organiseren?

Iedereen die zich meldt of al in een van de opvanglocaties verblijft, wordt gesproken door het daklozenloket. Hier wordt bepaald welke begeleiding het beste past bij de situatie van de cliënt. Rechthebbenden ontvangen doorgaans een maatwerkarrangement (MWA), vaak voorafgegaan door een “forfaitaire periode”. In deze periode van drie maanden wordt de zorgvraag van cliënten in beeld gebracht. Voor de mensen uit Midden- en Oost-Europa is er extra inzet van Barka om mensen te begeleiden naar arbeid, huisvesting of terugkeer naar het land van herkomst. Hiervoor zijn ook naast de tijdelijke opvang 6 extra hotelbedden ter beschikking gesteld. Voor de andere niet-rechthebbenden is het mogelijk om via de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV) in Rotterdam de mogelijkheden tot terugkeer te verkennen. Deze gesprekken worden de komende weken geïntensiveerd. Daarnaast is er een intensieve samenwerking met het Straatconsulaat, Straatpastoraat, Stek en Vluchtelingenwerk. 5.

Kan het college de kosten van de reguliere winteropvang van voorgaande jaren en de opvang in hotels door corona uiteenzetten? Welke lessen trekt het college uit de opvang in hotels qua kostenplaatje?

Op de begroting MO staat voor de winterkouderegeling (WKR) een bedrag van € 0,5 miljoen opgenomen. Voor de opvang in hotels i.v.m. Corona heeft het ministerie van VWS € 7,6 miljoen voor 2020 beschikbaar gesteld. Het college heeft hier (nog) geen lessen uit getrokken. 6.

Hoe ver is het college met het in kaart brengen van de zorgvraag en rechten van mensen die tijdelijk worden opgevangen in de hotels?

Dat is in beeld via de toegang via het Dak- en thuislozenloket, verstrekte maatwerkarrangementen en de registratie op locaties Stay Okay en Lozerhof. Dak- en thuislozen kunnen momenteel niet op de avond zelf besluiten om gebruik te maken van de ‘winterkouderegeling’ in de Lozerhof. Zij moeten zich eerst registreren bij het Daklozenloket. Deze registratieplicht leidt tot een drempel voor tientallen daklozen. Als dak- en thuislozen met acute behoefte aan onderdak zich rechtstreeks op de locatie melden voor onderdak dan worden zij opgevangen. Wel wordt mensen gevraagd zich de eerstvolgende werkdag te melden bij het daklozenloket. Voor minder acute vragen of meldingen binnen kantoortijden wordt men wel direct verwezen naar het loket. Dit geldt ook tijdens de winterkoudeperiodes. Dit is o.a. om de opvangplekken in de stad optimaal te kunnen benutten.

2/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10075922

7.

Is het college voornemens de winterkouderegeling laagdrempelig open te stellen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, per wanneer?

De winterkouderegeling is per definitie laagdrempelig en beschikbaar tussen 1 november en 31 maart. 8.

Is het college het eens met de stelling van het Straatconsulaat dat gevreesde aanzuigende werking van dak-, en thuislozen uitblijft nu de opvang in Den Haag, wegens Corona, ruimhartig is?

In Den Haag en de andere G4 steden, geldt sinds de lockdown een vergelijkbaar beleid. We zien tussen de steden dus geen aanzuigende werking. Wel zien we als G4 gezamenlijk nog steeds een toename van het aantal mensen dat gebruik maakt van de opvangvoorzieningen. In de recente vorstperiode is wel onderdak verleend aan enkele tientallen onbekende mensen. 9.

Indien het antwoord op vraag 8 ja is, is het college bereid om dat mee te nemen in het opstellen van de permanente winterkoude regeling?

U bent onlangs apart geïnformeerd over de dilemma’s rondom de permanente winteropvang (RIS307768). Ook heeft het college u aangeboden deze problematiek te bespreken in een werkbespreking. 10. Wanneer verwacht het college de plannen voor de permanente winterkoude regeling te kunnen delen met de raad? Zie antwoord op vraag 9. 11.

Is bij het college bekend dat dak-, en thuislozen die momenteel worden opgevangen in hotels vaak niet meer bij de dagbesteding komen? Kan het college achterhalen waarom dit het geval is, en wat daar eventueel aan te doen is?

We zien inderdaad dat niet alle beschikbare dagbestedingsplekken worden benut. Er is geen sluitende verklaring voor de afgenomen vraag; het college heeft dit niet concreet achterhaald. Waarschijnlijk speelt de beschikbaarheid van een eigen plek overdag een belangrijke rol. 12. Kan de wethouder aangeven hoe het met de zoektocht naar geschikte gemeentelijke panden voor opvang van dak- en thuislozen staat? Zie vraag 2. De maatwerkarrangementen (MWA) waarmee de gemeente is gaan werken leiden tot veel stress bij de doelgroep: ze wachten maanden op behandeling van hun aanvraag, waardoor onzekerheid over verblijf in huidige locatie ontstaat. De aanvraagprocedure is zo complex dat de doelgroep afhankelijk wordt van begeleiding bij het indienen. Basisvoorzieningen als internet zouden uit de MWA zijn verdwenen omdat de wooncomponent is komen te vervallen. Deelnemers aan het kapstokoverleg signaleren een trend dat MWA’s minder worden op meerdere vlakken: tijdsduur en intensiteit.

3/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10075922

13. Is het college op de hoogte van de achterstand bij de afdeling WMO in het afgeven van Maatwerkarrangementen (MWA), tot wel 3 maanden, waardoor opvang stokt en de stress oploopt bij de doelgroep? Zo ja, welke stappen onderneemt het college om deze wachttijd te verkleinen? Tot 4e kwartaal 2020 kon niet iedereen van de doelgroep in de opvang geplaatst worden omdat er onvoldoende plekken waren. In het 4e kwartaal zijn deze dusdanig uitgebreid dat iedereen die zich meldt voor opvang daadwerkelijk geplaatst kan worden. Overigens is het niet zo dat eerst een MWA afgegeven moet worden voordat men in aanmerking komt voor opvang. Dit kan namelijk ook op een later moment als de opvang al geregeld is. 14. Is het college op de hoogte van de ervaren complexiteit van het aanvragen van een maatwerkarrangement bij deze doelgroep? Zo ja, welke stappen is het college bereid te zetten om het aanvragen van een MWA gemakkelijker te maken? Nee, het is ons niet bekend dat het stellen van de hulpvraag door cliënten als complex wordt ervaren. Het doen van de Wmo-melding is immers vormvrij. Als iemand daar ondersteuning bij nodig heeft, dan kan onafhankelijke cliëntondersteuning worden ingezet. En voor daklozen was dit juist aanleiding voor het creëren van de forfaitaire periode.

Die stelt de aanbieder in staat de cliënt direct noodzakelijke ondersteuning te bieden nog voordat de gemeente een indicatie heeft afgegeven. Bijvoorbeeld als de cliënt niet in staat is zijn (zorg)behoefte te formuleren, dan heeft de aanbieder een actieve taak die te achterhalen. Als iemand zich meldt bij het daklozenloket wordt onderzocht wat de ondersteuningsbehoefte is van een cliënt. Hierbij wordt in samenspraak met de cliënt besproken wat iemand zelf kan, wat het eventuele netwerk kan betekenen, wat het voorliggend veld kan betekenen en waarin iemand professionele ondersteuning nodig heeft (vanuit MWA). Het betreft altijd maatwerk, een op de persoon gericht advies. 15.

Is het college op de hoogte van de ervaren effecten op het welzijn van de doelgroep door het vervallen van de wooncomponent uit de MWA? Zo ja, kan het college hierop een reflectie geven?

Er is geen sprake van het vervallen van wooncomponenten uit de MWA. Vooraf was de verwachting dat de doelgroep van de doorstroomlocaties dusdanig zwaar zou zijn dat dit Wonen Intensief zou vergen. Bij het spreken van deze doelgroep bleek de ondersteuningsbehoefte doorgaans lichter, slechts een beperkt deel zou Wonen Intensief nodig hebben. Juist omdat we deze plekken voor de maatschappelijke opvang willen veiligstellen is daarom in de loop van 2020 besloten langer te blijven werken met de subsidietarieven, aangevuld met een MWA op de individuele resultaatgebieden (SPF, ZG, FIN) voor degenen die dat nodig hebben. 16. Deelt het college de analyse van de deelnemers aan het kapstokoverleg dat MWA’s voor minder lange periodes worden afgegeven en voor lagere intensiteit? Zo ja, wat is hiervan de reden? Zo nee, waarom niet? Ja, wij delen die constatering. Een verklaring voor een hele groep is lastig te geven, alleen al omdat het afgeven van maatwerkarrangement gebeurt na individuele beoordeling. In het algemeen zijn er twee mogelijke verklaringen voor het afgeven van kortere en minder zware indicaties. Allereerst is een forfaitaire periode van drie maanden ingesteld. Daarmee krijgen aanbieders betaald voor inzet nog voordat een indicatie door de gemeente is afgegeven.

Wanneer de forfaitaire periode goed wordt ingezet, zullen volgende fasen van het proces juist sneller doorlopen kunnen worden (resulterend in kortere, lichtere MWA’s).

4/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10075922

Een tweede ontwikkeling is de coronacrisis. Het Rijk beoogt met landelijke maatregelen minder verplaatsingen, minder sociale contacten en minder activiteiten. Samenleven op een lager pitje, dat heeft uiteraard z’n weerslag op de mogelijkheid om dienstverlening in te zetten. Beide ontwikkelingen (forfaitaire periode en corona) kunnen leiden tot minder zware indicaties. Dan is het goed om ook de indicatieduur korter te houden, zodat er sneller de mogelijkheid bestaat om vast te stellen hoe het loopt en waar de klant behoefte aan heeft. Dat biedt de mogelijkheid om op- of af te schalen. Een kortere indicatie kan dus ook in het voordeel van de klant zijn. Tijdens het Kapstokoverleg wordt een boekhoudkundige realiteit gedeeld: Houders van MWA’s van de Reclassering zouden voorrang krijgen op houders van MWA’s afgegeven door de gemeente, omdat opvanglocaties hoge huren hebben die met meer geld van de reclassering gemakkelijker kunnen worden betaald. Zorgtrajecten van cliënten met een gemeentelijke MWA worden daardoor soms abrupt beëindigd. 17.

Herkent het college bovenstaande praktijk?

Nee, een MWA wordt in principe alleen abrupt beëindigd als een cliënt met onbekende bestemming is vertrokken. De gemeente heeft een mantelovereenkomst gesloten met de aanbieders, waarbij deze geen aanspraak kunnen maken op gegarandeerde aantallen cliënten. Tegelijkertijd hebben zij wel bij inschrijving aan de gemeente kenbaar gemaakt hoeveel plekken zij beschikbaar hebben. Op de doorstroomlocaties komt zij-instroom voor, zowel vanuit de GGZ als vanuit Justitie. De reden dat deze cliënten soms voorrang krijgen is van inhoudelijke aard (decompensatiegevaar) en niet van financiële aard. 18. Is het college bereid om te onderzoeken hoe de nieuwe werkwijze met MWA’s in de praktijk uitpakken voor cliënten? Ja. Eerder werd een motie aangenomen over het evalueren van beschermd wonen. Bij de afdoening (RIS304749) werd ingegaan op wachtlijstbeheer, monitoring MWA 2020, structureel overleg aanbieders, en matching en plaatsing. Er is daarbij toegezegd dat de raad verder wordt geïnformeerd over de implementatie van het maatwerkarrangement in beschermd wonen in het eerste kwartaal van 2021. Ook is er een langlopend onderzoek van de Universiteit van Amsterdam naar de MO-BW Regio Den Haag waarin cliëntervaringen periodiek worden gemeten. Tijdens het Kapstokoverleg werd veel lof geuit over de participatie van de doelgroep met de gemeente in het samenstellen van het Actieplan Dakloze Jongeren.

19. Is het college voornemens eenzelfde participatietraject te volgen voor komend beleid voor oudere daklozen en/of de zoektocht naar opvanglocaties? Ja, het college is voornemens om de doelgroep en partners meer te betrekken bij beleid en trajecten. 20. Nu corona wel eens langer kan aanhouden dan gedacht, ziet het college mogelijkheden om de aangenomen motie RIS 305743 van de Partij van de Dieren over de beeldvorming van dak-, en thuislozen corona-proof af te doen? Momenteel zijn er vanwege alle coronamaatregelen en restricties weinig of geen mogelijkheden om evenementen zoals in de aangenomen motie te organiseren. Zodra er weer meer mogelijk is, gaan we aan de slag.

5/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10075922

21. Is het college bekend met het Rotterdamse voorbeeld van het kwijtschelden/overnemen van schulden bij dakloosheid? Zo ja, ziet het college kans om dit beleid navolging te geven in Den Haag? Ja, het college is bekend met het Rotterdamse voorbeeld. Het gaat hier om een pilot (Project 010) voor een smalle doelgroep namelijk dakloze jongeren tussen de 18-23 jaar. De gemeente Den Haag heeft al langer een vergelijkbare voorziening, namelijk het Jongeren Perspectief Fonds (JPF). Hierover bent u in de 3de voortgangsrapportage maatschappelijk opvang van 27 oktober 2020 (RIS306586) geïnformeerd. Het JPF is inmiddels een regulier traject dat zich richt op de brede aanpak van schuldenproblematiek. Het gaat hierbij om een innovatieve aanpak voor jongeren van 18 tot en met 27 jaar die door schulden belemmerd worden in hun maatschappelijke ontwikkeling. In de aanpak staat niet de schuld, maar het toekomstperspectief van jongeren centraal. Voor elke jongere wordt een individueel plan van aanpak opgesteld. De jongere wordt begeleid door een trajectbegeleider die activeert en coacht. Het oplossen van schulden alleen is niet voldoende. Het is een combinatie van zelfstandig wonen en begeleiding. Het doel is dat de jongere na gemiddeld twee jaar het leven weer voldoende op de rails heeft, schuldenzorgvrij is en een toekomstperspectief heeft.

Het traject is niet vrijblijvend, van de jongere wordt een tegenprestatie verwacht, bijvoorbeeld door het uitvoeren van een maatschappelijke stage. Project 010 bestaat uit drie pijlers: een woning, een individueel keuzebudget (IKB) van € 8.000 en een warm netwerk aan begeleiders. Dakloze jongeren (18-23 jaar) die meedoen aan Project 010 kunnen kleine schulden gelijk vanuit het IKB aflossen. Voor grotere schulden gaan jongeren naar het Expertise team Financiën in het Jongerenloket. Daar wordt een passende schuldenregeling getroffen en/of kunnen schulden door de gemeente worden overgenomen vanuit het perspectieffonds. Het Perspectieffonds is er voor Rotterdamse jongeren die het niet lukt om hun schulden zelf af te lossen. Vanuit het fonds lost de gemeente Rotterdam de schulden af. Jongeren betalen terug door het volgen van een perspectiefprestatie, een stage waarbij de jongeren werken aan de eigen toekomst. Er is dus geen sprake van structurele kwijtschelding van schulden. De soepbus rijdt niet meer omdat de Kessler stichting geen vrijwilligers/personeel kan vinden en dit met de opvang in hotels minder hard nodig zou zijn. Tijdens het Kapstokoverleg wordt gesteld dat 30 á 40 dak-, en thuislozen daardoor dagelijks hun kopje soep mislopen. 22.

Welke mogelijkheden ziet de gemeente om de Kessler Stichting te helpen om de Soepbus van voldoende vrijwilligers te voorzien? Uit navraag bij de Kessler stichting blijkt dat zij geen gebrek aan vrijwilligers heeft. De reden dat de soepbus niet aanwezig is tijdens de lockdown heeft te maken met het niet kunnen handhaven van de 1,5 meter maatregel en het samenscholingsverbod. Bij een eventueel tekort aan vrijwilligers heeft het Straatconsulaat aangeboden bij te springen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9891369/1