RIS307728 Beantwoording SV Huizenbezitters in corporatiewoningen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
8 juni 2021
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen de raadsleden mevrouw Vavier en mevrouw Van Doorn, luidend ‘Huizenbezitters in corporatiewoningen’
DSO/10095775 RIS307728
De raadsleden mevrouw Vavier en mevrouw Van Doorn hebben op 27 januari 2021 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 27 januari 2021 publiceerde de NRC het artikel “Huren van de corporatie terwijl je 59 panden bezit”, waarin een eigen onderzoek aangehaald werd. Volgens dit onderzoek zijn er in Nederland zeker 1.055 mensen die in een corporatiewoning wonen terwijl zij twee of meerdere koophuizen bezitten. In de gegevens die het Kadaster aan het NRC leverde, is te zien dat er in Den Haag 85 corporatiebewoners zijn die in totaal 303 koophuizen bezitten. 1.
Is het college bekend met de hierboven genoemde publicatie van het NRC? Zo ja, kan het college hierop reageren?
Ja, het college is bekend met de publicatie en het fenomeen. De geschetste situatie betreft geen eenzijdig beeld. Er zijn meerdere situaties waarbij een huurder van een corporatiewoning tegelijkertijd meerdere koopwoningen kan bezitten, bijvoorbeeld: − een eigenaar bezit meerdere koopwoningen en huurt een niet-DAEB woning bij een corporatie; − een eigenaar heeft van spaargeld meerdere vakantiewoningen gekocht en huurt een DAEB woning bij een corporatie; − een eigenaar zit nog in het proces van de verkoop van een woning in een andere stad en huurt in Den Haag een DAEB woning bij een corporatie. In bovenstaande voorbeelden kan het om legale situaties gaan. Sprake van woonfraude is er bijvoorbeeld wanneer een huurder van een corporatiewoning een woning koopt, zich niet laat overschrijven en de corporatiewoning vervolgens onderverhuurt. Huurders kunnen vermogend zijn en tegelijkertijd een beperkt inkomen hebben. Corporaties toetsen potentiële huurders aan de voorkant op inkomen en gaan daarbij uit van het door de Belastingdienst vastgestelde belastbare inkomen. Wanneer daaruit blijkt dat potentiële huurders een passend inkomen hebben, betekent dat dat zij in aanmerking komen voor een DAEB woning. Voor het recht op huurtoeslag via de Belastingdienst geldt wel dat er sprake is van een vermogenstoets.
Overigens is inkomen uit huuropbrengsten van in bezit zijnde woningen niet belastbaar voor het inkomen.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10095775
2.
Is het college het met GroenLinks en D66 eens dat het ongewenst is dat corporatiewoningen bewoond worden door mensen die twee of zelfs meer koopwoningen bezitten? Graag een reactie.
Het college vindt het ongewenst wanneer corporatiewoningen niet worden bewoond door de doelgroep voor wie deze woningen bestemd zijn. Wanneer dit in strijd met wet- en regelgeving, wordt stevig ingegrepen. 3.
Heeft het college zicht op de genoemde 85 corporatiewoningbewoners die in totaal 303 koophuizen bezitten? Hoe zijn de koopwoningen over deze groep verdeeld, wat is het grootste aantal huizen per huurder? En om welk type corporatiewoning gaat het, hoe zijn deze huurders verdeeld over de sociale en vrije sector huur?
Ja. De verdeling van koopwoningen binnen deze groep in Den Haag is als volgt: − 58 huurders met 2 koopwoningen; − 16 personen met tussen de 3 en 5 koopwoningen; − 8 personen met tussen de 6 en 10 woningen; − 3 personen met meer dan 10 woningen, waarvan 1 met meer dan 30 woningen. Op de vragen om welk type corporatiewoning het gaat en hoe deze huurders zijn verdeeld over de sociale en vrije sector huur zijn geen uitspraken te doen. Het Kadaster zocht (in opdracht van het NRC) uit welke huiseigenaren twee of meer koopwoningen op hun naam hebben staan maar daar niet wonen, om vervolgens te kunnen zien welke van deze eigenaren staan ingeschreven op een adres van een corporatie. Verder inzicht in de adresgegevens heeft het Kadaster niet. Enkel corporaties kunnen dus achterhalen in welke mate hun huurders zijn verdeeld over DAEB en niet-DAEB woningen. Wij dringen er bij de corporaties op aan verder onderzoek te doen naar huizenbezitters in hun woningvoorraad. De Amsterdamse woningcorporatie Eigen Haard gaf in een reactie aan sinds 2019 elke huurder te controleren op woningbezit. Sindsdien heeft de corporatie tientallen huurders met twee of meer koopwoningen, en „honderden” huurders met één koophuis ontdekt. 4.
Is het college het met GroenLinks en D66 eens dat, gezien het grote aantal wachtenden voor een sociale huurwoning in Den Haag, het zeer ongewenst is dat op deze wijze sociale huurwoningen bezet gehouden worden?
Ja. Het stelsel van sociale verhuur is bedoeld om te voorzien in betaalbare woningen voor mensen met een smallere beurs en het aantal wachtenden is groot. Huurders van sociale huurwoningen die vastgoedbezit hebben of opbouwen en vermogend zijn kunnen ook gebruik maken van de vrije huur en/of koopsector. In het onderzoek van het Kadaster is niet beschreven of de geschetste situatie bij Eigen Haard sociale huurwoningen of niet-DAEB woningen betreft. Indien het inderdaad een sociale huurwoning zou betreffen, dan is het ongewenst dat deze woning niet beschikbaar is voor een huurder die op de sociale huursector is aangewezen om te voorzien in diens woonbehoefte.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10095775
5.
Op welke wijze houden de Haagse woningcorporaties op dit moment zicht op deze vorm van de facto woonfraude? Graag een uitgebreide toelichting.
Zoals eerder aangegeven zal er in de praktijk niet altijd sprake zijn van woonfraude. Wanneer er sprake is van illegale onderhuur van een corporatiewoning wordt er door de corporaties opgetreden, met ontruiming tot gevolg. Het verbod op onderhuur is door corporaties opgenomen in de huurovereenkomst. Het opsporen en aanpakken van woonfraude staat hoog op de agenda bij woningcorporaties. Aan de voorkant toetsen woningcorporaties potentiële huurders op inkomen, maar corporaties hebben niet de bevoegdheid om direct op vermogen te toetsen. In sommige gevallen zal er sprake zijn van een vorm van scheefwonen, ook dat wordt getracht tegen te gaan door doorstroming te bevorderen. 6.
Op welke wijze kunnen het college en de woningcorporaties optreden tegen de Haagse corporatiebewoners die één of meerdere koopwoningen bezitten? Is het college bereid om deze stappen ook te ondernemen? Zo ja, hoe krijgt dit vorm? Zo nee, waarom niet?
Ja. Momenteel is wettelijk vastgelegd dat een corporatie geen vermogenstoets mag uitvoeren onder (potentiële) huurders. Daarin schuilt het risico dat huurders van een corporatiewoning additionele inkomsten kunnen genereren uit hun vastgoed, waardoor zij in de praktijk meer aan inkomsten ontvangen dan de toegestane grens om in aanmerking te komen voor de DAEB woning. Deze groep zou daarom eigenlijk gebruik moeten maken van de vrije huur en/of koopsector. De mogelijkheid tot een vermogenstoets voor corporaties zou deze vorm van fraude in theorie kunnen voorkomen. Tegelijkertijd vindt het college het belangrijk dat huurders met vermogen en een beperkt inkomen niet worden geraakt door een eventuele vermogenstoets. Deze groep behelst bijvoorbeeld huurders met ontvangen erfenissen of ondernemers die vermogen hebben opgebouwd om hun pensioen te bekostigen maar wel een beperkt inkomen hebben. Onderzoek moet uitwijzen in hoeveel gevallen er sprake is van deze groep en in hoeveel gevallen er sprake is van woonfraude. Het college dringt er bij corporaties op aan dat zij onderzoek doen en in de tussentijd hun huurders met koopwoningen doorlichten om eventuele woonfraude meteen aan te pakken. 7.
Is het college bereid om met de landelijke overheid in gesprek te treden over de mogelijkheden tot het invoeren van een (periodieke) vermogenstoets voor de toewijzing van corporatiewoningen? Zo ja, kan hierover gerapporteerd worden aan de raad? Zo nee, waarom niet?
Ja. Het college dringt er bij corporaties op aan onderzoek te doen naar hun huurders met koopwoningen. Wanneer uit dat onderzoek blijkt dat relatief veel huurders door hun inkomsten uit vastgoed meer inkomsten genereren dan de grens om in aanmerking te komen voor een DAEB woning, kan dat aanleiding zijn om met de landelijke overheid in gesprek te treden over een vermogenstoets voor corporatiewoningen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3