RIS307623 Mogelijke interventies tijdnes demonstraties
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Jan van Zanen Burgemeester
001
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Bestuur
BSD/10066377 RIS307623 Contactpersoon
Secretariaat Veiligheid Dienst
Bestuursdienst Afdeling
Directie Veiligheid Telefoonnummer
14070 Datum
26 januari 2021 Onderwerp
Mogelijke interventies tijdens demonstraties
Geachte voorzitter, Tijdens de vergadering van de Commissie Bestuur van 13 januari jl. heb ik toegezegd u een overzicht te doen toekomen van mogelijke interventies die tijdens een demonstratie kunnen worden gepleegd. Het betreft hier een niet-limitatieve opsomming van mogelijkheden. Ingevolge deze toezegging bericht ik u hierbij als volgt. Het in de Grondwet verankerde demonstratierecht is een groot goed in onze open en vrije samenleving. De unieke positie van Den Haag als internationale stad van vrede en recht en als regeringscentrum van Nederland brengt met zich mee dat vooral in Den Haag de behoefte om te demonstreren groot is. Ofschoon de toename van het aantal manifestaties en de toegenomen diversiteit in de uitingsvormen een beroep doen op de capaciteit, flexibiliteit en organisatiekracht van de politie, het Openbaar Ministerie en de gemeente geldt in Den Haag een ruimhartig demonstratiebeleid dat is gericht op faciliteren en niet op beperken. Door de ruime ervaring die wij met demonstraties hebben, verlopen nagenoeg alle van de meer dan 1.700 demonstraties die hier per jaar plaatsvinden probleemloos. Bij het beoordelen van demonstraties heb ik de belangen van demonstranten én van anderen scherp op het netvlies.
Ter bescherming van de belangen van anderen kan het in sommige gevallen nodig en gerechtvaardigd zijn vooraf beperkingen te stellen aan het recht op betoging, de demonstratie volledig te verbieden, of tijdens een demonstratie aanwijzingen te geven aan de demonstranten. Verder kan ik, onder omstandigheden, besluiten de demonstratie in zijn geheel te beëindigen. Op grond van de Wet openbare manifestaties (Wom) kunnen deze bevoegdheden (uitsluitend) worden aangewend ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Zodra een kennisgeving wordt ingediend, vindt hierover een ambtelijk overleg plaats met de organisator en de politie. Tijdens dit gesprek worden de spelregels bij demonstraties uitgelegd, wordt de organisator gewezen op zijn verantwoordelijkheden en worden afspraken gemaakt. Dit betekent echter niet dat elk risico voorkomen kan worden. Indien dit het uitgangspunt zou moeten zijn dan bestaat een wezenlijk gevaar op uitholling van het grondrecht op betoging.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10066377
Steeds zal ik, in overleg met het Openbaar Ministerie en de politie, de verschillende belangen moeten wegen. Zoals in het demonstratiebeleid is bepaald, wordt hierbij in het bijzonder acht geslagen op: • de situatie van de beoogde demonstratielocatie, waaronder het risico op vermenging van groepen en het kunnen waarborgen van de veiligheid van wijkbewoners en demonstranten; • de ervaringen met de organisator, en • de sfeer waarmee de demonstratie omgeven is. Tijdens de huidige pandemie is gaandeweg gebleken dat bepaalde omstandigheden sterk kunnen bijdragen aan overtreding van de 1,5 meter-norm en dat zij het toezicht op de naleving van deze norm door de organisatie en de politie ernstig kunnen bemoeilijken. Het gaat hierbij specifiek om demonstreren bij afwezigheid van daglicht en om demonstratieve optochten. Verder heeft de ervaring met de demonstratie in Duindorp, alsook met andere recente demonstraties, geleerd dat ook de aanwezigheid van artiesten/muzikale omlijsting een te groot risico op overtredingen van de 1,5 meterregel met zich meebrengt. Op grond van het voorgaande geldt thans dan ook als uitgangspunt om alleen statische demonstraties bij daglicht zonder artiesten/muzikale omlijsting toe te staan. Indien tijdens een demonstratie wordt geconstateerd dat de gemaakte afspraken, of de gestelde voorschriften niet worden nagekomen dan kan hiertegen worden opgetreden.
Hetzelfde geldt indien er om andere redenen wanordelijkheden dreigen of plaatsvinden, of indien er gevaar bestaat voor de gezondheid of het belang van het verkeer. Van de interventies die dan kunnen worden gepleegd is geen limitatieve lijst te geven. Dit is afhankelijk van de precieze situatie van dat moment. Grofweg kunnen vier typen interventies worden onderscheiden: • feitelijk optreden door de politie; • strafrechtelijk optreden door de politie; • het geven van aanwijzingen; • het beëindigen van de demonstratie. Deze typen interventies worden hieronder nader uitgewerkt. In de bijlage is een schematisch overzicht opgenomen van de verschillende fases in het proces met de daarbij behorende mogelijke interventies. Feitelijk optreden door de politie Bij het begin van de demonstratie maakt de politie, wanneer dit nodig wordt geacht, contact met het aanspreekpunt van de organisatie. Hierbij worden de afspraken nagelopen. Zo is het ook voor de organisator duidelijk bij wie hij moet zijn bij zorgen, bijvoorbeeld wanneer tegendemonstranten zich mengen onder de demonstranten.
Andersom kan de politie de organisatie tijdens de demonstratie aanspreken op het (blijven) nakomen van de afspraken en voorschriften, bijvoorbeeld ten aanzien van de locatie, de route van de demonstratie, het geluidsniveau van muziek (in het geval muzikale omlijsting in beginsel weer mogelijk is), het dragen van gezichtsbedekking (met het kennelijke doel om onherkenbaar te blijven), het gebruik van alcohol, het blokkeren van gebouwen, wegen, kruisingen en splitsingen, het verbranden van stoffen en tijdens de huidige pandemie het aanhouden van voldoende onderlinge afstand. Strafrechtelijk optreden door de politie Zoals ook vooraf aan iedere organisator van een demonstratie wordt medegedeeld, is het plegen van strafbare feiten niet toegestaan. Indien er tijdens een demonstratie strafbare feiten worden gepleegd, zoals bijvoorbeeld het doen van strafbare uitingen, dan kan de politie daartegen optreden.
2/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10066377
Hiervoor hoeft vanzelfsprekend niet eerst een beperking door mij te worden opgelegd of een aanwijzing te worden gegeven. Welke uitingen en gedragingen in een concrete situatie strafbaar zijn en op welk moment hiertegen wordt opgetreden, is ter beoordeling van het Openbaar Ministerie. Indien de politie optreedt ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde staat zij ook niet onder mijn gezag als burgemeester, maar onder gezag van de Officier van Justitie. Het geven van aanwijzingen Zoals gezegd kan ik tijdens een demonstratie formele aanwijzingen geven aan de deelnemers van de demonstratie, indien dit nodig is ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Een dergelijke aanwijzing kan bijvoorbeeld inhouden dat de demonstranten hun demonstratie moeten voortzetten op een andere locatie, of dat zij een andere route moeten lopen. Verder kan de aanwijzing bijvoorbeeld betrekking hebben op het geluidsniveau van de muziek of het dragen van gezichtsbedekking (met het kennelijke doel om onherkenbaar te blijven). Ten aanzien van het geven van aanwijzingen geldt de volgende werkwijze. Indien de politie het met het oog op de belangen van artikel 2 Wom nodig acht dat er een bepaalde aanwijzing wordt gegeven aan de deelnemers van de demonstratie, dan neemt zij telefonisch contact op met mij.
Indien ik besluit een aanwijzing te geven dan deelt de politie de aanwijzing op de meest geschikte wijze mede aan de deelnemers van de demonstratie. Het beëindigen van de demonstratie Op grond van artikel 7 Wom ben ik bevoegd om aan de deelnemers van de demonstratie de opdracht te geven deze terstond te beëindigen en uiteen te gaan, indien: a. de vereiste kennisgeving niet is gedaan, of een verbod is gegeven; b. in strijd wordt gehandeld met een voorschrift, beperking of aanwijzing; c. een van de in artikel 2 genoemde criteria dat vordert. Indien er sprake is van een situatie waarin de demonstratie vooraf niet is aangemeld, dan wel wanneer deze vooraf is verboden, dan kan de demonstratie worden beëindigd als dit ten dienste staat van de belangen van artikel 2 van de Wom. Overigens wordt bij spontane (niet-aangemelde) demonstraties op grond van het Haagse demonstratiebeleid in beginsel gezocht naar mogelijkheden om deze te faciliteren, vooral wanneer de demonstratie betrekking heeft op een onderwerp dat onverwacht actueel is geworden (bijvoorbeeld bij acute politieke ontwikkelingen, al dan niet elders in de wereld). Jaarlijks worden tientallen niet-aangemelde demonstraties gefaciliteerd. Vanuit het eerder genoemde oogpunt van gezondheid, verkeer en wanordelijkheden is het echter eerder gerechtvaardigd aanpassingen in tijd of plaats te verlangen, of om deze te beëindigen.
Dit laatste geldt ook voor de situatie dat er tijdens een demonstratie in strijd wordt gehandeld met een voorschrift, beperking of aanwijzing. Indien er geen sprake is van een niet-aangemelde, of verboden demonstratie, of van een situatie waarin in strijd wordt gehandeld met een voorschrift, beperking of aanwijzing dan moet voor beëindiging van de demonstratie voldaan zijn aan dezelfde strenge eisen als voor het vooraf verbieden ervan: een van de doelcriteria van artikel 2 Wom moet dit ‘vorderen’. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat hierbij kan worden gedacht aan situaties waarin in de nabijheid van de manifestatie zich een calamiteit voordoet, of ernstige wanordelijkheden (dreigen te) ontstaan van zodanige omvang dat gelet op de beschikbare middelen om deze te beteugelen, in redelijkheid slechts tot ontbinding van de demonstratie kan worden overgegaan.
3/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10066377
Voor het beëindigen van een demonstratie geldt dezelfde werkwijze als voor het geven van een aanwijzing tijdens een demonstratie. Voor de volledigheid wijs ik u erop dat bij de beoordeling van de in te zetten interventie rekening gehouden moet worden met het effect daarvan op de openbare orde en de veiligheid en gezondheid van de deelnemers van de demonstratie, het politiepersoneel en eventuele omstanders die part noch deel aan de demonstratie (willen) hebben. Hoewel er bij demonstraties standaard beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen gelden (zie het Haagse demonstratiebeleid: RIS298038) en er in bepaalde gevallen in Driehoeksverband specifieke beleidsuitgangspunten, tolerantiegrenzen en scenario’s worden geformuleerd, kan deze afweging uiteindelijk altijd pas op het moment zelf worden gemaakt. Het professionele oordeel van de ter plaatse aanwezige politie (zo nodig in afstemming met de politieleiding) weegt hierbij uiteraard zwaar mee. Indien daar aanleiding en voldoende tijd voor is, worden beslissingen ook tijdens demonstraties afgestemd tussen de leden van de Driehoek. Zij zullen op dat moment een zorgvuldige afweging moeten maken op basis van de situatie, zoals die zich voordoet en met inachtneming van de mogelijke consequenties van eventuele interventies. Er dient, met andere woorden, altijd sprake te zijn van maatwerk.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Jan van Zanen
4/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10066377
BIJLAGE 1 OVERZICHT FASES EN MOGELIJKE INTERVENTIES FASE Vóór demonstratie
INTERVENTIE Na ontvangst van de kennisgeving neemt de politie contact op met de kennisgever om de spelregels bij demonstraties uit te leggen, om de organisator te wijzen op zijn verantwoordelijkheden en om bepaalde afspraken te maken. De kennisgeving wordt aan de burgemeester voorgelegd. Indien deze van oordeel is dat de demonstratie zonder beperkingen kan plaatsvinden, dan wordt dit schriftelijk aan de organisatie bevestigd. Indien er geen afspraken met de organisatie kunnen worden gemaakt, of indien er om andere redenen vrees bestaat voor aantasting van de belangen van de Wom vindt overleg met de gemeente plaats en kan de burgemeester beperkingen stellen of de demonstratie verbieden.
Tijdens demonstratie
Hieraan gaat een zorgvuldige procedure vooraf. De organisator wordt in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op een voorgenomen beperking. De beperking wordt vastgelegd in een voor bezwaar vatbaar besluit. De aanvrager heeft de gelegenheid om nog voor aanvang van de demonstratie een uitspraak te vragen van de (voorzieningen)rechter. Vooraf aangemelde demonstratie De politie legt voor de start van de demonstratie contact met de organisatie. Indien de afspraken of de voorschriften tijdens de demonstratie niet worden nageleefd, bijvoorbeeld ten aanzien van de locatie, de route, het geluidsniveau van de muziek, het gebruik van alcohol e.d., spreekt de politie de organisator hierop aan. Ten aanzien van de demonstratie geldt dat in eerste instantie, in overleg met de organisatie, de ordedienst van de organisatie zelf regulerend optreedt. Indien aan de aanwijzingen/waarschuwingen van de politie geen gehoor wordt gegeven (of er anderszins vrees bestaat voor aantasting van de belangen
5/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10066377
van de Wom), legt de politie contact met de burgemeester. De burgemeester kan, via de politie, een aanwijzing geven aan de demonstranten. Een dergelijke aanwijzing kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de locatie van de demonstratie, de route, het geluidsniveau van de muziek, het gebruik van alcohol e.d. In het uiterste geval kan de burgemeester, via de politie, de deelnemers de opdracht geven de samenkomst te beëindigen en uiteen te gaan. Indien de demonstranten geen gehoor geven aan de aanwijzingen of de opdracht tot beëindiging, of indien er sprake is van (andere) strafbare feiten kan de politie handhavend optreden. Het politieoptreden kan eventueel tijdelijk worden uitgesteld, indien gevaar voor escalatie aanwezig is of indien door optreden de veiligheid van personeel of derden gevaar loopt. Het politieoptreden dient zoveel mogelijk een deescalerend karakter te dragen. Een eventueel optreden heeft een gefaseerd karakter. Bij ongeregeldheden is het streven erop gericht eerst politie-eenheden in te zetten in de vorm van een Paraat Peloton (“vredestenue”). Indien wanordelijkheden aanhouden dan wel grootschalig worden, kan de mobiele eenheid (in “hard tenue”) van de politie optreden. De politie probeert personen te blijven aanspreken op hun gedrag. Steeds wordt getracht weer terug te keren naar de voorgaande fasering.
De politie zoekt vooraf contact met de burgemeester indien het opleggen van formele beperkingen wenselijk is en om toestemming te krijgen voor het optreden van de mobiele eenheid. Het beleid is erop gericht in een zo vroeg mogelijk stadium te komen tot isolering en aanhouding van de ordeverstoorders. Als dit door omstandigheden niet mogelijk is wordt er naar gestreefd de ordeverstoorders van bepaalde plaatsen te verwijderen of te verspreiden. Er wordt naar gestreefd aanhoudingen zoveel mogelijk te laten plaatsvinden op het meest geschikte moment. Strafrechtelijk optreden door
6/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10066377
Niet aangemelde demonstratie
de politie vindt altijd onder gezag van de Officier van Justitie plaats. Geconfronteerd met een niet-aangemelde demonstratie beziet de politie wat qua aard, omvang en locatie van de demonstratie mogelijk is. Eerdere ervaringen met de organisatie worden hierbij betrokken. Er wordt contact gelegd met de burgemeester met een operationeel advies. De burgemeester besluit of, en zo ja op welke wijze, de demonstratie kan worden gefaciliteerd of dat deze moet worden beëindigd.
Na afloop van de demonstratie
Indien de manifestatie wordt gefaciliteerd geldt verder hetzelfde als bij vooraf aangemelde manifestaties. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om na afloop van een demonstratie alsnog strafrechtelijk op te treden, bijvoorbeeld op basis van camerabeelden. Hier zal met name gebruik van worden gemaakt in situaties dat direct optreden door de politie niet mogelijk is of niet de voorkeur geniet, bijvoorbeeld omdat de prioriteit op dat moment ligt in het herstellen van de openbare orde. Bij misdrijven wordt eerder overgegaan tot handhaving achteraf dan bij overtredingen. Eventuele negatieve ervaringen met de demonstratie worden betrokken bij de beoordeling van nieuwe kennisgevingen van de organisatie.
7/7