RIS307538 Stop zwangerschapsdiscriminatie
Tekst van het document
GEMEENTERAAD
RIS-nummer: 307538
Schriftelijke vragen: Stop zwangerschapsdiscriminatie Indieners: Mikal Tseggai (PvdA), Janice Roopram (HvDH/GdM)
Datum: 8 januari 2021
Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Uit onderzoek van het College voor de Rechten van de Mens naar zwangerschapsdiscriminatie in Nederland1, blijkt dat vier op de tien vrouwen worden benadeeld op de arbeidsmarkt vanwege zwangerschap of een pasgeboren kind. Vergeleken met eerdere onderzoeken blijkt dat de cijfers de afgelopen jaren niet zijn afgenomen. Zwangerschapsdiscriminatie uit zich bijvoorbeeld door het afwijzen van vrouwen bij sollicitaties vanwege een zwangerschap, het niet krijgen van verlenging van een tijdelijk contract of een vast contract vanwege een zwangerschap of een pasgeboren kind. Volgens het onderzoek loopt een kwart van de vrouwen promoties, salarisverhogingen, bonussen of scholing mis. Ook blijkt dat maar 11 procent van de vrouwen die zwangerschapsdiscriminatie ervaren melding doet. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden Mikal Tseggai en Janice Roopram de volgende vragen:
1) Is het college bekend met het onderzoek naar zwangerschapsdiscriminatie en de cijfers van dit onderzoek? 2) Is het college het eens met de PvdA en HvDH/GdM dat zwangerschapsdiscriminatie onwenselijk is en zoveel mogelijk voorkomen dient te worden? 3) Weet het college in hoeverre zwangerschapsdiscriminatie voorkomt in Den Haag? Zo ja, kan het college cijfers hierover delen? Zo nee, is het college bereid dit te onderzoeken? Het College voor de Rechten van de Mens geeft enkele maatregelen om zwangerschapsdiscriminatie tegen te gaan. Zo moet er meer voorlichting komen voor werkgevers en werknemers, moeten er vertrouwenspersonen komen die fungeren als aanspreekpunt en moet er landelijke wetgeving komen. 4) Wat kan het college doen om zwangerschapsdiscriminatie in Den Haag tegen te gaan? Hoe oordeelt het college over de maatregelen die door het College voor de Rechten van de Mens worden voorgesteld? Welke rol is hierbij precies weggelegd voor het kabinet en de Inspectie SZW. 5) Weet het college in hoeverre zwangerschapsdiscriminatie voorkomt binnen de gemeente Den Haag? Zo ja, kan het college cijfers hierover delen? Zo nee, is het college bereid dit te onderzoeken?
1 ‘Vier op de tien vrouwen op de arbeidsmarkt benadeeld vanwege zwangerschap of pasgeboren kind:
zwangerschapsdiscriminatie nog steeds onverminderd groot probleem’ (https://mensenrechten.nl/nl/zwanger-en-werk-2020) Pagina 1 van 3
6) Wat is de regelgeving en het beleid omtrent zwangerschapsdiscriminatie bij de gemeente Den Haag? Doet de gemeente wat zij kan om zwangerschapsdiscriminatie binnen de organisatie tegen te gaan? Is er voldoende en goede voorlichting bij gemeentelijke ambtenaren? Zijn er voldoende vertrouwenspersonen die aangesproken kunnen worden bij zwangerschapsdiscriminatie? De meldingsbereidheid bij vrouwen in Nederland die zwangerschapsdiscriminatie ondervinden is met 11 procent schrijnend laag. 7) Weet het college hoe groot de meldingsbereid is bij vrouwen in Den Haag en specifiek bij de gemeente Den Haag die zwangerschapsdiscriminatie ondervinden? Zo ja, kan het college cijfers hierover delen? Zo nee, is het college bereid dit te onderzoeken? 8) Wat kan het college doen om de meldingsbereid binnen het gemeentelijk apparaat te vergroten? 9) Is het college reeds in gesprek met het kabinet, of is het college bereid om in gesprek te gaan, om te bespreken wat de rol en de mogelijkheden zijn van de gemeente om zwangerschapsdiscriminatie tegen te gaan? Zo ja, kan het college de uitkomst van deze gesprekken met de raad delen? Zo nee, waarom niet?
Mikal Tseggai PvdA
Janice Roopram HvDH/GdM
Pagina 2 van 3
Bron:
Pagina 3 van 3