CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307531 Bijlage

Gemeenteraad 11 februari 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Beleidsnota Nieuw in Den Haag, een goede start voor Haagse nieuwkomers (RIS307531)4.813 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nieuw in Den Haag Een goede start voor Haagse nieuwkomers

Nieuw in Den Haag Hoe zorgen we ervoor dat we in de komende jaren zorgen voor een goede start voor mensen die zich (vanuit het buitenland) nieuw vestigen in Den Haag? Of dat nu is omdat ze op de vlucht zijn voor oorlog, of omdat ze hier komen als arbeidsmigrant of als kenniswerker. We zorgen ervoor dat ze snel hun weg vinden in de Haagse maatschappij, de taal leren en zo snel mogelijk kunnen meedoen op de arbeidsmarkt. Dit doen we met een aanpak die past bij de verschillende groepen nieuwkomers in Den Haag. De veranderingen in het inburgeringsstelsel bieden ons de mogelijkheid om de nieuwe inburgeraars vanaf 1 januari 2022 passende trajecten aan te bieden. We ondersteunen met persoonlijke gesprekken zodat iedereen op zijn of haar niveau kan inburgeren, financieel zelfstandig wordt en de weg naar werk of participatie vindt. Ook jonge statushouders en EU-arbeidsmigranten ondersteunen we wanneer ze in Den Haag komen wonen. Voor jonge statushouders blijven we passende begeleiding bieden van huisvesting tot aan zorg, onderwijs en werk. EU-arbeidsmigranten maken we wegwijs in de stad en we begeleiden ze naar een passend (taal)aanbod. De manier waarop we in Den Haag al langer expats en buitenlandse kenniswerkers ontvangen, zetten we nu ook in voor de andere groepen. Zo bieden we iedereen die vanuit het buitenland de stap maakt om naar Den Haag te verhuizen de helpende hand.

Bert van Alphen, Wethouder Sociale zaken en Werk

2

Inleiding Den Haag is een groeiende stad en volop in beweging. Elk jaar komen er grote aantallen nieuwkomers naar Den Haag. Deze nieuwkomers hebben allemaal hun eigen beweegredenen. Eén ding hebben ze echter met elkaar gemeen; ze willen mee kunnen doen. Hiervoor is het nodig om nieuwkomers vanaf dag één een goede start te geven en hen waar nodig te begeleiden. We gaan hierbij niet alleen uit van wettelijke kaders, maar ook van de wensen en kansen van de nieuwkomer zelf. We zijn hierbij afhankelijk van ontwikkelingen op zowel nationaal, als internationaal niveau. We hebben als Den Haag geen invloed op de aantallen vluchtelingen die asiel aanvragen in Nederland of op het aantal EU-arbeidsmigranten dat in Den Haag komt werken of wonen. Dit vraagt om een flexibel beleid, dat uitgaat van maatwerk en voldoende begeleiding. We willen hier als Den Haag goed op voorbereid zijn, zodat álle nieuwkomers kunnen rekenen op een warm welkom in Den Haag.

3

Inburgeringsstelsel in verandering Het inburgeringsstelsel gaat op de schop. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vastgesteld dat het huidige inburgeringsstelsel niet goed werkt. Het duurt te lang voordat inburgeraars de Nederlandse taal machtig zijn en zonder bijstandsuitkering kunnen. Bovendien is het taalniveau dat nieuwkomers bereiken te laag; de ambitie gaat omhoog van taalniveau A2 naar B1-niveau. 1 De regie op het nieuwe stelsel gaat (terug) naar de gemeente. Deze rol gaat gepaard met een hoge mate van verantwoordelijkheid voor het welslagen van het inburgeringstraject van nieuwkomers. Begin november jl. is bekend geworden dat de inwerkingtreding van de nieuwe Wet Inburgering is uitgesteld met 6 maanden naar 1 januari 2022.

Een nieuwe koers De hiervoor geschetste ontwikkelingen vragen om een breed gedragen beleid rondom nieuwkomers in de stad. De ambities uit het Coalitieakkoord 2019-2022 ‘Samen voor de stad’ vormen hiervoor de basis. De wijziging van de wet Inburgering biedt nieuwe kansen: de gemeente krijgt weer regie over de inburgering. Met iedereen die nieuw in Den Haag komt wonen én die inburgeringsplichtig is voeren we een gesprek. We maken samen een persoonlijk plan voor inburgering en participatie. Dat betekent dat inburgeraars meer, sneller en duurzaam participeren, (financieel) onafhankelijk worden, de Nederlandse taal beheersen en kennis van de Nederlandse samenleving hebben. Zo krijgt deze groep nieuwkomers een snelle start. We bouwen daarop voort. Ook andere groepen nieuwkomers, zoals de EU-arbeidsmigranten, maken we snel wegwijs in Den Haag. De aanpak van de buitenlandse kenniswerkers en de nieuwe aanpak van de inburgering inspireren daarbij. Met partners in de stad zorgen we voor adviesgesprekken waarin nieuwkomers worden doorverwezen naar een passend taalaanbod in de stad. Ook spreken we werkgevers aan op hun verantwoordelijkheid als het gaat om het regelen van passende huisvesting en het bieden van een duurzame baan. Iedereen die nieuw binnenkomt in Den Haag kan rekenen op begeleiding passend bij zijn of haar situatie en behoeften.

Iedereen krijgt in Den Haag de kans om mee te doen.

Als je niveau A2 hebt bereikt, kun je je met het Nederlands in eenvoudige, alledaagse situaties redden. Op niveau B1 beheers je de taal zodanig dat je je ook in meer bijzondere situaties goed kunt redden, zoals in een opleiding of op de werkvloer.

1

4

Passende begeleiding voor álle nieuwkomers Den Haag kent verschillende groepen nieuwkomers met soms verschillende rechten en plichten. Ze hebben echter één ding met elkaar gemeen: ze willen meedoen in Den Haag. Den Haag wil álle nieuwkomers passende begeleiding bieden. Begeleiding die aansluit op hun persoonlijke situatie en behoeften. Maar ook rekening houdend met de wettelijke kaders. We onderscheiden hierin de inburgeraars en het wettelijke inburgeringstraject, de sluitende aanpak voor statushouders en de bredere groep nieuwkomers, waaronder EU-arbeidsmigranten. De expats die (tijdelijk) in Den Haag verblijven vormt ook een groep nieuwkomers. Ook zij kunnen rekenen op een ontvangst in Den Haag; dit willen we doortrekken naar álle groepen nieuwkomers in Den Haag.

5

1. Inburgeraars Landelijke ontwikkelingen: Veranderopgave inburgering De inburgering van nieuwkomers in Nederland moet ervoor zorgen dat zij zo snel mogelijk meedoen in Nederland. In het huidige inburgeringstelsel is dit nog onvoldoende het geval. De evaluatie van de huidige Wet inburgering en andere publicaties over de werking van het huidige stelsel, waaronder het WRR-rapport ‘Geen tijd te verliezen’, tonen de tekortkomingen van het huidige inburgeringsstelsel. 2 Uit de wetsevaluatie blijkt onder meer dat het stelsel de aansluiting met de participatie en onderwijs mist en te veel op zichzelf staat. De tijd die een inburgeraar verblijft in het AZC in afwachting van zijn of haar verblijfsvergunning kan beter worden benut. Ook de kwaliteit van het inburgeringstraject kan worden verbeterd. Dat doen we door in te zetten op het aanleren van de Nederlandse taal én op activiteiten gericht op werk en participatie. 3 Deze conclusies worden bevestigd in het recent uitgebrachte SCP-rapport over Syrische statushouders en hun participatieervaring in Nederland. De aanbevelingen uit dit rapport onderschrijven de noodzaak van duale trajecten gericht op het gelijktijdig aanleren van de taal en opdoen van werkervaring. Ook wordt er meer rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden en de werkervaringen van de statushouder bij de koppeling met de nieuwe woonplaats.

Ook het actief betrekken van statushouders bij de vormgeving van het eigen integratietraject is van belang. Hierbij moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de inburgeraar. 4 Minister Koolmees meldt in de brief ‘Hoofdlijnen veranderopgave inburgering’ 5dat het inburgeringsstelsel op de schop gaat en presenteert hoofdlijnen voor de verbeteringen van het inburgeringsbeleid, waarbij gemeenten een regierol krijgen in de uitvoering van het nieuwe inburgeringsbeleid. Het nieuwe inburgeringsstelsel zet in op een doorlopende lijn vanuit de opvang. Met taal vanaf dag één en het programma ‘Voorbereiding op de inburgering' wordt hier al in de opvangcentra mee begonnen. De rol van de gemeenten begint in deze doorlopende lijn met het houden van een brede intake. Leren en participeren gaan hand in hand en beide aspecten worden in een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) opgenomen. Gemeenten krijgen de verplichting om alle (bijstandsgerechtigde) asielstatushouders (financieel) te ontzorgen gedurende zes maanden. Zo kunnen inburgeraars bij aanvang van de inburgeringstermijn de aandacht leggen bij inburgering en participatie. De termijn om aan de inburgeringsplicht te voldoen blijft in het nieuwe stelsel drie jaar. Er komen drie leerroutes in het nieuwe stelsel die gericht zijn op leervermogen, mogelijkheden en wensen van de inburgeraar.

Rapport Algemene Rekenkamer Inburgering, eerste resultaten van de Wet inburgering 2013, Synthesestudie beleidsdoorlichting integratiebeleid, WRR-rapport Geen tijd te verliezen: van opvang naar integratie van asielmigranten, Onderzoeksrapport Nationale ombudsman Een valse start: een onderzoek naar behoorlijke inburgering. 3 Kamerstukken II 2017/18, 32824, nr. 222 4 Sociaal en Cultureel Planbureau (maart 2020), Nederland papierenland. Syrische statushouders en hun ervaringen met participatiebeleid in Nederland, Den Haag 5 Kamerbrief Hoofdlijnen veranderopgave inburgering, 2 juli 2018 2

6

Bron: kamerbrief hoofdlijnen veranderopgave inburgering

Voorbereiding Haagse opgave inburgering Het jaar 2020 stond in het teken van het voorbereiden van de implementatie van de nieuwe Wet Inburgering, het instandhouden van de reeds opgebouwde relevante methoden (zoals de methodiek SamenHaags) en het extra ondersteunen van de inburgeraars binnen het huidige stelsel (‘de ondertussengroep’). Ook het uitbreiden van samenwerkingsverbanden (zoals de taalaanbieders in Den Haag) is onderdeel van de voorbereiding op de nieuwe regierol. Bovendien voeren we op verschillende thema’s pilots uit, waarin nieuwe instrumenten en werkwijzen worden getest en doorontwikkeld. Gevolgen uitstel Wet Inburgering Het uitstel van de wijziging van de wet Inburgering naar 1 januari 2022 heeft ertoe geleid dat de implementatieperiode voor gemeenten langer is geworden en de groep die onder de huidige wet moet inburgeren toeneemt. Ook als gevolg van de toegenomen taakstelling 6 is deze groep in volume toegenomen. De inzet is om deze zgn. ‘ondertussengroep’ in 2021 al zoveel mogelijk in de geest van de nieuwe wet te gaan begeleiden. De mogelijkheden en de precieze (financiële) gevolgen hiervan zijn onderwerp van gesprek met minister Koolmees van SZW.

Doelgroep De doelgroep voor het nieuwe inburgeringsbeleid blijft ongewijzigd en betreft net zoals in het huidige stelsel de asielstatushouders en hun (nareizende) gezinsleden, gezinsmigranten (regulier) en overige migranten (bijvoorbeeld geestelijke bedienaren). De Turkse nieuwkomers worden ook inburgeringsplichtig. De wettelijke taken die de gemeente heeft in het inburgeringstraject van deze doelgroepen verschillen echter wel van elkaar. Volledige regie (voor wat betreft de inkoop van trajecten) als het gaat om de groep asielstatushouders en gedeeltelijke regie voor wat betreft de groep gezinsmigranten. Voor deze laatste groep heeft de gemeente een meer adviserende rol in de vorm van intake en voortgangsgesprekken. Zij dienen zelf hun inburgeringstraject in te kopen en zijn hiervoor zelf financieel verantwoordelijk.

Voor 2021 is de geprognotiseerde landelijke taakstelling in totaal 27.000. Dit betekent voor Den Haag ruim 800 te huisvesten statushouders, waarvan naar schatting ruim 550 inburgeringsplichtig zijn.

6

7

De grootte van de doelgroep en de slagingspercentages worden sinds 2013 bijgehouden door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). In Den Haag zijn sinds 2013 3.500 inburgeringsplichtige asielstatushouders gehuisvest en ruim 3.000 inburgeringsplichtige gezinsmigranten. Vanaf 1 januari 2022 krijgt de gemeente een regierol in hun inburgeringtraject door middel van de inkoop en door het voeren van gesprekken. Ambitie en doelstelling Dit college wil, ondanks het wettelijk onderscheid tussen inburgeringsplichtige nieuwkomers, iedereen dezelfde kansen en mogelijkheden geven. De ambitie is om alle inburgeraars tijdig én succesvol te laten inburgeren op hun hoogst haalbare niveau. Dit door middel van een goede taalvaardigheid, kennis van de Nederlandse samenleving en werknemersvaardigheden. We combineren dit met activiteiten gericht op werk en participatie en het versterken van iemands zelfstandigheid door het vergroten van een sociaal netwerk. Voor gezinsmigranten zullen we parallel aan de trajecten die we voor asielstatushouders inkopen, integrale trajecten organiseren. Zij kunnen rekenen op de mogelijkheden die de gemeente Den Haag te bieden heeft, zoals een laagdrempelig informeel taalaanbod in de buurt en een maatschappelijke stage. Dit alles afgestemd op de mogelijkheden en ambitie van de inburgeraar zelf.

Daarnaast willen we door het sluiten van een taalconvenant meer gaan sturen op de kwaliteit van het Haagse aanbod. Haagse opgave inburgering De ontwikkeling van dit nieuwe inburgeringsbeleid is in volle gang. Naast de wettelijke verplichtingen, is er ook ruimte voor lokale ambitie. Deze ambitie is vertaald in de volgende Haagse uitgangspunten: 1. Het creëren van een doorlopende lijn van opvang tot het inburgeringsexamen; 2. Het bieden van integrale trajecten volgens de SamenHaags methodiek gericht op inburgering én participatie en/of werk; 3. Het aansluiten op het ambitieniveau en leervermogen van de inburgeraar; 4. Het financieel ontzorgen en het ontwikkelen van financiële vaardigheden; 5. Het bevorderen van zeggenschap bij de inburgeraar zelf; 6. Samenwerking met de stad.

1. Doorlopende lijn Idealiter start de inburgering van een nieuwkomer zo vroeg mogelijk nadat een asielstatushouder zijn vergunning heeft. Echter, tussen het koppelen van de asielstatushouder aan een gemeente en het daadwekelijk huisvesten van de asielstatushouder in de gemeente zit een overbruggingsperiode. 7 Daarom wordt in het AZC na vergunningverlening het programma ‘Voorbereiding op inburgering’ al beschikbaar gesteld (voorinburgering). Hierdoor wordt de tijd dat de asielstatushouder zich in het AZC bevindt benut en verkrijgen asielstatushouders al een basis. Het is wenselijk dat het inburgeringstraject na het afronden van de voorinburgering opgepakt wordt. Om een doorlopende lijn van de inburgering te waarborgen kiest de gemeente Den Haag voor een werkwijze met procesen casusregie. Procesregie richt zich op de samenwerking en overdracht tussen het AZC en de gemeente. Casusregie richt zich op de asielstatushouder en diens gehele inburgeringstraject. Het hebben van een warme overdracht tussen de casemanager van het AZC, de gemeentelijke regisseur Na koppeling van een asielstatushouder aan een gemeente heeft de gemeente ongeveer twaalf weken de tijd om huisvestiging te regelen. In de huidige praktijk duurt het door een krappe woningmarkt regelmatig langer voordat er woningen beschikbaar komen voor asielstatushouders.

Hierdoor kan later gestart worden met het gemeentelijke inburgeringstraject. 7

8

en de asielstatushouder is hierbij dan ook belangrijk. Naast afspraken met het COA, zullen wij in overleg gaan over de manier waarop de overdracht zal plaatsvinden. Ook zal gekeken worden hoe een zo kansrijk mogelijke koppeling van statushouders aan Den Haag kan plaatsvinden, zodat er voldoende kansen en mogelijkheden zijn om volwaardig mee te gaan doen in Den Haag.

2. Integrale trajecten Het nieuwe inburgeringsstelsel geeft de gemeente Den Haag de mogelijkheid om weer regie te gaan voeren op de inburgeringstrajecten van Haagse inburgeraars. Hoewel de trajecten grotendeels wettelijk zijn voorgeschreven, is er ook ruimte om lokale invulling te geven. Hierbij maken we gebruik van de ervaringen die we hebben opgedaan met het pilotprogramma SamenHaags (RIS297280), gericht op inwoners met een taalniveau van A2 of lager en die al enige tijd in Den Haag verblijven. We gebruiken de werkzame onderdelen van deze methodiek voor het vormgeven van onze nieuwe opgave inburgering. We zetten deze voort voor zowel de inburgeringsplichtige statushouders, als voor de inburgeringsplichtige gezinsmigranten. Het integrale traject voor statushouders bestaat uit het zorgen voor een goede start in Den Haag (inkomen en praktische maatschappelijke begeleiding), het aanleren van de Nederlandse taal, het opbouwen van een sociaal netwerk, het zo snel mogelijk starten met participatieactiviteiten en het opdoen van kennis van de Nederlandse normen en waarden. Deze onderdelen zullen elkaar gaan versterken, doordat deze parallel in plaats van volgtijdelijk worden aangeboden. Los van het wettelijk kader, willen we ook de groep gezinsmigranten zo goed en passend mogelijk ondersteunen bij hun inburgeringstraject.

Ook hier zal de SamenHaags-methodiek indien mogelijk voortgezet gaan worden. Het traject wordt afgestemd op iemands wensen en mogelijkheden.

3. Passende route

Een passende route sluit aan op de capaciteiten, het ambitieniveau en het (leer)vermogen van de inburgeraar om duurzame participatie te realiseren. Daarom zal een uitgebreide intake worden gedaan die voorziet in een op alle leefgebieden van de inburgeraar passend aanbod. Naast de (wettelijke) leerbaarheidstoets, zal ook het opleidingsniveau en werkervaring in het land van herkomst in beeld worden gebracht. Op basis van dit totale beeld wordt met de inburgeraar een persoonlijk participatie en inburgeringsplan (PIP) opgesteld. Dit bevat zowel de route die moet leiden tot een succesvol inburgeringsexamen, als de route naar werk of participatie. In de vorm van voortgangsgesprekken zal voortdurend met de inburgeraar gekeken worden of het inburgeringstraject nog passend is en of er bijstelling nodig is.

4. Ontzorgen en financiële vaardigheden

Uit onderzoek is gebleken dat het Nederlandse systeem van bijvoorbeeld zorgtoeslagen, naheffingen, eigen risico en afrekeningen dusdanig complex is. Om er zorg voor te dragen dat het inkomen van bijstandsgerechtigde asielstatushouders stabiel is en dat er daardoor een goede start gemaakt kan worden in het inburgeringstraject, wordt voor deze groep een vorm van ontzorgen ingeregeld. De gemeente draagt gedurende de eerste zes maanden zorg voor het betalen van de vaste lasten 8 vanuit de bijstandsuitkering. Gedurende die periode krijgt de asielstatushouder een module aangereikt die bijdraagt aan de financiële vaardigheden. In maart 2020 is een pilot gestart gericht op de manier waarop zoveel mogelijk maatwerk kan worden geboden aan de bijstandsgerechtigde asielstatushouder. Dit gebaseerd op de ondersteuningsbehoefte en kennis van de statushouder zelf.

8

Huur, rekeningen voor gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering.

9

5. Zeggenschap en regie

Toegewerkt zal gaan worden naar een vorm van zeggenschap waarbij de inburgeraar in samenspraak met de gemeente zoveel mogelijk zelf invulling geeft aan zijn of haar traject. Op deze manier creëren we betrokkenheid en motivatie bij de inburgeraar, waardoor de kans op een succesvol traject toeneemt. Het inburgeringstraject zal worden vastgelegd in een persoonlijk inburgerings- en participatieplan (PIP) dat ertoe moet leiden dat iemand zo snel mogelijk op zijn of haar eigen niveau mee kan doen. De gemeente zal daar waar nodig ondersteunen. Anders dan in het huidige stelsel voert de gemeente regie op de inkoop van (taal)trajecten. Hiermee houdt de gemeente grip op de kwaliteit van de aanbieders en de inhoud van (taal)trajecten. Anderzijds verwacht de gemeente ook inspanningen van de inburgeraar zelf om aan de afspraken uit het PIP te voldoen. Door middel van frequente voortgangsgesprekken zullen de consulenten de inburgeraar begeleiden en de voortgang bewaken.

6 Samenwerking met de stad

Om van de Haagse inburgeringsopgave een succes te maken, zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van reeds bestaande initiatieven rondom nieuwkomers in de stad. Dit heeft een versterkende werking op het inburgeringstraject dat vanuit de gemeente zal worden georganiseerd. Ook zal worden samengewerkt, middels inkoop of subsidie, met partners in de stad om vorm te geven aan een integraal gemeentelijk traject op taal, participatie, maatschappelijke begeleiding en de overige onderdelen van inburgering.

10

2. Jongvolwassen Statushouders We vinden het als Den Haag van belang om zorg te dragen voor al onze kwetsbare inwoners. Jongvolwassen statushouders verdienen speciale aandacht op hun weg naar een zelfstandig bestaan in Den Haag. Doelgroep Een asielzoeker met een verblijfsvergunning is een zogenaamde ‘statushouder’. Jongvolwassen statushouders zijn statushouders tussen de 18 en 28 jaar. Wanneer de asielzoeker nog geen 18 jaar is dan wordt deze Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling (AMV’er) genoemd. Dit zijn jongeren die zonder ouders of voogd in Nederland asiel hebben aangevraagd. Ambitie en doelstelling Jongvolwassen statushouders vormen een kwetsbare groep. Vaak hebben zij door onder andere oorlog in hun eigen land en hun lange reis lange tijd geen onderwijs gevolgd. Daarnaast missen zij de ondersteuning van een netwerk op weg naar zelfstandigheid. Wij voelen ons verantwoordelijk voor hun welzijn en geven hen intensieve begeleiding gericht op welbevinden, onderwijs, zorg en participatie. 1. Warme overdracht van AMV’ers richting de gemeente Totdat AMV’ers 18 jaar zijn, worden ze opgevangen, gehuisvest en krijgen ze intensieve begeleiding van Nidos. Nidos vervult voor minderjarige asielzoekers die zonder ouders in Nederland aankomen de voogdij. Veel AMV’ers worden opgevangen in pleeggezinnen als zij jonger dan 15 of 16 zijn, en door Jeugdformaat in kleine wooneenheden.

Dit laatste zijn groepslocaties waar ongeveer 4 personen samenwonen en intensief begeleid worden door Jeugdformaat. Na hun 18de verjaardag ligt de verantwoordelijkheid voor begeleiding, inkomen en huisvesting bij de gemeente. Er wordt veel gevraagd van een (ex-)AMV’er voor wat betreft eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid, namelijk: • • • • • •

zelfstandig kunnen wonen; beheren van de eigen financiën; vinden van school, werk of stage; bewaken van de eigen grenzen (bijvoorbeeld rond seksualiteit, alcohol en/of drugs); vinden van de weg binnen de Nederlandse gezondheidszorg; actief deelnemen aan het inburgeringsproces.

Vaak zijn deze jongeren nog te kort in Nederland om deze verantwoordelijk alleen te kunnen dragen. Daarom bieden we een vangnet op de groepslocaties. Nidos en Jeugdformaat overleggen met het JIT en de gemeente, het JMO-team en team Inburgering, over wat de meest passende vervolgplek en begeleiding is. Tijdig investeren in deze jongeren heeft positieve effecten op de jongere zelf en op de integratie en participatie in onze samenleving. 2. Passende huisvesting en goede (woon)begeleiding Het samenwonen op een groepslocatie en de kwetsbaarheid van de doelgroep vraagt om begeleiding. Op dit moment verzorgt het JIT deze begeleiding. Ze bieden statushouders met hulpvragen ondersteuning op meerdere leefgebieden. Hierbij zijn de volgende onderdelen aan de orde: 1. Basis is op orde en maatschappelijke participatie Het JIT zorgt ervoor dat alle statushouders van een DigiD, zorgpas en inkomen zijn voorzien. Het begeleiden naar een passende baan wordt samen met Den Haag Werkt gedaan. 2. Hulpverlening per individu 11

Het JIT levert op alle leefgebieden begeleiding op maat. Samen met de statushouder worden hulpvragen vastgesteld. Wanneer nodig wordt er verwezen naar specialistische zorg. Dit geldt dus ook voor hulpvragen op het gebied van financiën. Alle hulpvragen worden zoveel mogelijk opgepakt in samenwerking met andere partijen. 3. Woonbegeleiding Het JIT begeleidt de jonge statushouders om op een gezonde manier met elkaar samen te leven. Positieve interactie en activiteiten die de cohesie binnen de groepen vergroot, worden ondersteund. Er worden groepsgesprekken tussen statushouders begeleid en groepsactiviteiten georganiseerd. 4. Uit- en doorstroom Het JIT ondersteunt statushouders die vanuit een groepslocatie naar een zelfstandige woonlocatie verhuizen met het maken van de keuze tot het afwikkelen van het papierwerk. Sluitende aanpak met gemeentelijke dienstverlening Voor 2021 en verder is het uitgangspunt dat de begeleiding op de groepslocaties zoveel mogelijk aanvullend moet zijn op de reguliere dienstverlening vanuit de gemeente. De begeleiding op de groepslocaties, die door een externe partij wordt geleverd, moet complementair zijn aan de reguliere gemeentelijke dienstverlening, zoals inburgering, schuldhulpverlening, armoedebeleid, participatie, leefbaarheid, huisvesting en de Wmo. Deze dienstverlening wordt in principe zo veel mogelijk door de gemeente zelf verleend.

Dat betekent dat de externe partij die de begeleiding levert het eerste aanspreekpunt voor de statushouder is en deze waar nodig en mogelijk verwijst naar gemeentelijke dienstverlening. Het is belangrijk om middelen te verkrijgen voor meer structurele begeleiding van jonge statushouders. We starten daarom een lobby bij het rijk.

12

3. EU-arbeidsmigranten Doelgroep Naast de inburgeringsplichtige nieuwkomers kent Den Haag ook andere groepen nieuwkomers. De grootste groep is die van EU-arbeidsmigranten. Deze groep is niet verplicht om in te burgeren, maar heeft wel te maken met (taal)belemmeringen die het lastig maken om mee te kunnen doen in Den Haag. Ook hebben zij een moeilijke positie op de arbeids- en woningmarkt. Sommigen blijven maar kort in Den Haag, een steeds groter deel echter vestigt zich hier voor langere tijd. Arbeidsmigranten hebben er baat bij tijdig en goed geïnformeerd te worden en willen dat ook. We zien dat taalcursussen gretig aftrek vinden en dat maatschappelijke organisaties zoals stichting IDHEM, Barka en Polka in een ondersteuningsbehoefte voorzien. Het aantal geregistreerde inwoners met een Oost-Europese nationaliteit is in Den Haag de afgelopen jaren sterk toegenomen (zie onderstaande figuur). Op 1 januari 2019 bestond deze groep uit 27.608 personen (4,8% van de bevolking). Een groot aantal personen is niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) als inwoner van Den Haag. Dat is men wettelijk ook niet verplicht: EU-regelgeving verhindert dat iemand verplicht kan worden zich te registreren als iemand korter dan vier maanden hier verblijft. Onder de groep Oost-Europese Hagenaars komt de Poolse nationaliteit (48%) het meest voor.

De verblijfsduur verschilt; het huidige beeld is dat ca. 1/3 enkele maanden hier blijft, ca. 1/3 hooguit enkele jaren en ca. 1/3 zich voor langere tijd in Nederland vestigt.

Om EU-migranten van de nodige informatie te voorzien heeft Den Haag in 2014 deelgenomen aan de landelijke pilot participatieverklaring van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Den Haag koos er toen voor om een jaar lang ervaring op te doen met een informatiecentrum in eigen taal voor EU-arbeidsmigranten. De ervaringen die toen zijn opgedaan gebruiken we nu. 13

Ambitie en doelstelling Europese migranten die net in Nederland zijn aangekomen, zoeken hier hun weg. Door een beperkte beheersing van de Nederlandse taal is informatie echter niet altijd voldoende toegankelijk. Het college ziet het als taak om ook deze groep migranten in staat te stellen mee te kunnen doen in Den Haag en kunnen rekenen op ondersteuning en toegang krijgen tot voorzieningen in de stad. Doordat arbeidsmigranten in veel gevallen door bemiddeling van een uitzendbureau naar Den Haag komen, zijn ze voor hun werk, huisvesting, vervoer en zorgverzekering afhankelijk van dat uitzendbureau. Die afhankelijkheid, zo constateert ook het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten 9, leidt ertoe dat verlies van werk ook verlies van huisvesting en de zorgverzekering kan betekenen. Deze afhankelijkheidsrelatie maakt mensen zeer kwetsbaar, zeker omdat arbeidsmigranten zich vanwege de taalbarrière moeilijk kunnen redden. De coronacrisis heeft de bestaande problemen rond arbeidsmigranten, zoals tekorten aan goede huisvesting, alleen maar pregnanter en zichtbaarder gemaakt. Organisaties als IDHEM, POLKA en Barka hebben nu al een belangrijke rol als het gaat om de informatievoorziening en ondersteuning van de EU-arbeidsmigranten.

Samen met hen en andere betrokken organisaties in de stad zoeken we (nieuwe) manieren om de groep van informatie te voorzien over leven, wonen en werken in Den Haag. Onze uitgangspunten zijn daarbij: 1. Informatievoorziening voor EU-arbeidsmigranten; 2. Positieverbetering wonen en werken.

1.Informatievoorziening

De gemeente richt een nieuw ontmoetingspunt in, een plek waar de groep arbeidsmigranten hulp en ondersteuning kan krijgen en wordt gestimuleerd om te participeren in de Haagse samenleving. Hierbij wordt gedacht aan: -

Een fysieke ontmoetingsplek; Het aanbieden van taallessen; Bekend maken van spreekuren IDHEM en andere organisaties; Gemeentelijke steunpunten zoals de Helpdesk Geldzaken onder de aandacht te brengen.

Daarnaast zorgen we ervoor dat (meertalig) informatiemateriaal voor EU-migranten beschikbaar is aan de gemeentelijke balies en op alle Servicepunten XL. Meertaligheid van de informatie is van belang, bijvoorbeeld ook als het gaat om informatie over ondernemerschap. Arbeidsmigranten hebben weinig sociale contacten in Nederland waardoor ze zich (zeker wanneer er zich problemen voordoen) eenzaam kunnen voelen. Met het inrichten van een fysiek ontmoetingspunt kiezen we, samen met de maatschappelijke organisaties zoals IDHEM en Polka, voor een persoonlijke benadering. Door informatievoorziening en ondersteuning te concentreren op één centrale plek voorzien we in een behoefte van de arbeidsmigrant. EU-migranten hebben informatie nodig om zaken rond onder meer wonen, werken, (verplichte) verzekeringen en belastingen goed te regelen. Hierdoor kunnen

Eerste aanbevelingen Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, juni 2020 en https://www.nieuwsszw.nl/download/944695/advies.pdf, oktober 202. 9

14

problemen, zoals het ontstaan van schulden, worden voorkomen. Het ontmoetingspunt geeft de gemeente beter zicht op de groep arbeidsmigranten (hun achtergrond, behoeften en wensen). De eerder vermelde EU-regelgeving bepaalt dat wanneer een EU-ingezetene korter dan vier maanden hier verblijft, men zich niet hoeft in te schrijven in de gemeentelijke basisadministratie. Het informatiepunt voorziet de EU-migranten van informatie over het belang van inschrijving in de gemeentelijke basisregistratie personen (BRP). Een gemeente moet iemand in het BRP inschrijven op het adres waar de persoon ook feitelijk verblijft, ook als daar volgens andere regels niet gewoond mag worden (denk bijvoorbeeld aan een bedrijfspand). Dat heeft als voordeel dat de gemeente daar vervolgens ook daadwerkelijk tegen op kan treden. Een inschrijving in het BRP is bijvoorbeeld ook nodig bij het huren of kopen van een woning. De gemeente dringt er bij het Rijk op aan werk te maken van een complete en actuele registratie en verblijfsregistratie van arbeidsmigranten.

2. Positieverbetering wonen en werken Door het ontbreken van voldoende huisvestingsmogelijkheden in de regio zijn arbeidsmigranten vaak aangewezen op particulier bezit (in het goedkope segment). Hier worden regelmatig misstanden geconstateerd met arbeidsmigranten die onder erbarmelijke omstandigheden wonen. Het feit dat de arbeidsmigranten voor hun huisvesting vaak afhankelijk zijn van hun werkgever maakt hen kwetsbaar. De gemeente kan die kwetsbaarheid verminderen door arbeidsmigranten beter wegwijs te maken in de Haagse samenleving en hen zo een sterkere positie te geven op de arbeidsen de woningmarkt. Verder kent de gemeente Den Haag een breed taalaanbod waar ook EUarbeidsmigranten aan deel kunnen nemen. Ook door de Nederlands taal te leren versterken arbeidsmigranten hun positie. Werkgevers zouden vanuit hun zorgplicht de arbeidsmigranten op de mogelijkheden bij de gemeenten moeten wijzen en de arbeidsmigrant in staat moeten stellen hieraan deel te nemen. Het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten constateert dat er een groep uitzendbureaus is dat zich buiten alle overleggen houdt die gericht zijn op het verbeteren van de situatie: ze zijn niet aangesloten bij brancheorganisaties en hanteren een businessmodel waardoor maximaal wordt geconcurreerd op arbeidsvoorwaarden, werktijden en arbeidsomstandigheden.

Verdienen aan woonvoorzieningen is een belangrijk onderdeel van het businessmodel. Arbeidsmigranten die bij een dergelijk uitzendbedrijf in dienst zijn, werken vaak tegen slechte arbeids- en woonvoorwaarden en tegen een laag uurtarief. Ze vormen daarmee een risicogroep voor arbeidsuitbuiting, één van de vormen van mensenhandel. Om uitbuiting tegen te gaan geven IDHEM en Barka informatie over hun rechten. SHOP en Fairwork informeren arbeidsmigranten in Den Haag over de risico’s van uitbuiting en de mogelijkheden voor ondersteuning via online en offline informatiemateriaal. Verder organiseert Fairwork signaleringstrainingen en workshops voor organisaties die veel contact hebben met de risicogroepen onder de arbeidsmigranten.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9667539/1