CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307525 Evaluatie STiP-banen en aanvullende subsidieregeling conciergetaken in het onderwijs na college

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder van Sociale zaken en Werk inzake Evaluatie STiP-banen en aanvullende subsidieregeling conciërgetaken in het onderwijs (RIS307525)2.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Bert van Alphen Wethouder van Sociale zaken en Werk

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de Commissie Samenleving

SZW/10046695 RIS307525 Contactpersoon

Dino Bodzinga Dienst

SZW Afdeling

Beleid Telefoonnummer

14070 E-mailadres

Datum

dino.bodzinga@denhaag.nl

3 februari 2021

Bijlagen

1

Onderwerp

Evaluatie STiP-banen en aanvullende subsidieregeling conciërgetaken in het onderwijs

Geachte voorzitter, Voor u ligt de evaluatie van de STiP-banen en aanvullende subsidieregeling conciërgetaken in het onderwijs. Het doel van deze evaluatie is om de resultaten en leermomenten van de afgelopen drie jaar inzichtelijk te maken en te onderzoeken waar aanknopingspunten liggen om de regeling verder te optimaliseren. Deze opdracht komt terug in het coalitieakkoord 'Samen voor de stad' 2019-2022 waarin staat dat we de STiP-regeling evalueren en eventuele verbeterpunten meenemen in de nieuwe regeling. In de zomer van 2016 is besloten om voor Haagse bijstandsgerechtigden 1.000 gesubsidieerde banen te creëren in de (semi-) publieke sector. De STiP-baan is bedoeld voor mensen met een lage loonwaarde (doelgroep banenafspraak) die door in de persoon gelegen factoren, leeftijd, opleidingsniveau, laaggeletterdheid of bijvoorbeeld werkloosheidsduur een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Het doel is om tijdens het STiP-traject het ontwikkelperspectief van de STiPwerknemer en daarmee de kans op duurzaam werk te vergroten. De tijdelijke additionele baan is een middel om via werkervaring, aangevuld met scholing en begeleiding door te stromen naar een reguliere baan. Na een uitgebreid aanbestedingstraject heeft Regioplan de gunning gewonnen en de evaluatie uitgevoerd.

In de evaluatie is onderzocht hoeveel STiP-banen er daadwerkelijk gerealiseerd zijn, hoe de ontwikkeling van de STiP-werknemers verloopt en in welke mate uitstroom is gerealiseerd. Deze evaluatie heeft betrekking op de periode vanaf de start van de regeling in 2017 t/m juni 2020. Tijdens de commissievergadering van 11 juni jl. heb wij toegezegd om na de zomer terug te komen op de bevindingen. In deze brief licht ik de resultaten van de evaluatie van het onderzoeksbureau Regioplan toe en lopen we alle aanbevelingen van Regioplan langs en geven we aan bij elk advies aan of we ons hierin kunnen vinden en welke acties we ondernemen om de regeling te optimaliseren.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10046695

Resultaten van de STiP-regeling Tot 30 juni 2020 zijn in totaal 1.239 personen met een STiP-baan gestart. De meeste deelnemers zijn alleenstaand (64%) en man (55%), en zaten zij voor STiP gemiddeld vier jaar in de bijstand. STiP banen zitten het vaakst in de sector zorg en welzijn (46%), gevolgd door dienstverlening (25%) en de gemeente (13%). De gemiddelde STiP-baan voor regulier werk duurt gemiddeld 18 maanden. Van de deelnemers van wie de STiP-baan is beëindigd, slaagt 55 procent erin om binnen zes maanden na het einde van de STiP-baan een reguliere baan te vinden. In verreweg de meeste gevallen start de vervolgbaan direct na beëindiging van de STiP-baan en hier is weinig uitval. Van de eerdergenoemde 55 procent van de deelnemers die wel een vervolgbaan vindt, is 30 procent in dienst genomen bij hun eigen STiP-werkgever. Wanneer de deelnemers niet slagen om na beëindiging van hun STiP-baan zelfstandig regulier werk vinden, zien we hen in de meeste gevallen terug in een uitkering. In de eerste maanden gaat het vooral om WW, daarna om bijstand. Een deel van de deelnemers is niet terug te herleiden uit de microdatabestanden van het CBS. Dit betekent dat zij op de betreffende meetmomenten geen baan in loondienst, WW- of bijstandsuitkering hadden.

Nieuw perspectief voor kandidaten Waar we trots op zijn is dat het deelnemen aan een STiP-baan, naast het verhogen van de kansen op uitstroom naar werk, ook andere baten met zich meebrengt. Voorafgaand aan de STiP-baan zaten de deelnemers vrijwel allemaal in de bijstand, zagen weinig perspectief en voelden zich buitengesloten van de maatschappij. De kans om in een STiP-baan aan de slag te gaan geeft zelfvertrouwen en toenemend gevoel van eigenwaarde. We vinden dit een essentiële voorwaarde om kandidaten die lang thuis hebben gezeten weer (realistisch) perspectief te bieden. De STiP-baan gaf een prikkel om zich te gaan ontwikkelen en te ‘durven dromen’ over hun toekomst. Tegelijkertijd komen deze baten niet als vanzelf naar de deelnemer toe; dit vergt een gemotiveerde, assertieve en open houding. De toegevoegde waarde van de STiP-banen De werkzaamheid van de STiP-regeling is gebaseerd op een aantal beoogde mechanismen bij deelnemers, werkgevers en medewerkers. In dit onderzoek is gekeken in hoeverre deze in de praktijk herkenbaar zijn terug te zien: 1. We zien allereerst dat de keuze om subsidie in te zetten om werkplekken te creëren voor de doelgroep werkt. In korte tijd zijn 1.000 STiP-banen gerealiseerd. De subsidie was voor hen niet de primaire motivatie om een STiP-plaats beschikbaar te stellen, maar was wel een noodzakelijke randvoorwaarde.

Werkgevers nemen veelal deel aan de regeling, omdat ze iets willen betekenen voor de doelgroep én omdat de subsidies een groot deel van de kosten dekken. De extra subsidie is dus op zichzelf niet voldoende, maar trekt de werkgevers die intrinsiek gemotiveerd zijn wel over de streep om iemand met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te plaatsen. Vrijwel alle werkgevers geven aan dat zij zonder de STiP-regeling niet in staat zouden zijn geweest om de deelnemer in dienst te nemen. 2. Deelnemers zijn geworven op basis van vrijwilligheid. Dit heeft geresulteerd in een gemotiveerde groep deelnemers die de STiP-baan zag als een kans op meer toekomstperspectief. Motivatie wordt gezien als een belangrijke succesfactor om alles uit de STiP-baan te halen. 3. Het STiP-team heeft specifieke aandacht besteed aan het bemiddelen van de kwetsbare STiPdoelgroep naar werkgevers. Deze doelgroep was naar verwachting niet via de reguliere bemiddelingskanalen van het werkgeversservicepunt aan het werk gekomen. Wel kan de uitvoering van de bemiddeling door het STiP-team beter gecoördineerd worden, en was de matching (met name in de beginperiode) vooral gericht op volume creëren in plaats van kwalitatieve matching. 4. De werkbegeleiding wordt positief gewaardeerd door de deelnemers en draagt bij aan het behoud van de STiP-baan en het oplossen van problemen als die zich voordoen.

2/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10046695

Tegelijkertijd zijn er veel wisselingen in de begeleiding, en bestaan er aanzienlijke kwaliteitsverschillen tussen uitvoerders. Ook komt de aandacht voor doorbemiddeling naar regulier werk te laat op gang en is de doorbemiddeling ad hoc. Tot slot draagt de STiP-regeling minder dan beoogd bij aan scholing en ontwikkeling van de deelnemers. 5. De STiP-regeling draagt bij aan de creatie van additioneel werk voor de doelgroep. In dit onderzoek kon niet worden vastgesteld in hoeverre dit heeft geleid tot een versterking van dienstverlening en de maatschappelijk meerwaarde in de (semi)collectieve sector. Deze resultaten concretiseren de toegevoegde waarde van de STiP-regeling voor kandidaten met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. We vinden het vooral belangrijk dat de kandidaat verder wordt geholpen in zijn leven en opnieuw perspectief krijgt. Deze resultaten tonen aan dat de STiP-banen een duurzame arbeidsrelatie bewerkstelligt tussen deelnemer en werkgever en toont de meerwaarde aan van het creëren van additionele banen. Daarom hebben we, in lijn met het coalitieakkoord, een vervolg gegeven aan de subsidieregeling STiP. Deze evaluatie toont aan dat de basiselementen van de regeling kloppen en ook dit is opnieuw het fundament in de nieuwe subsidieregeling. Adviezen voor verbetering De bevindingen uit de evaluatie hebben geleid tot een aantal aanbevelingen. 1.

Voorkom dat snelheid van werving ten koste gaat van kwaliteit van werving Bij de start van de STiP-regeling heeft de hoge urgentie ertoe geleid dat STiP-deelnemers en werkgevers onder hoge druk zijn geworven. Hoewel dit op korte termijn leidt tot veel plaatsingen, leidt het op de langere termijn tot minder succesvolle matches en een lagere waardering van het matchingsproces door de betrokken werkgevers. Bij een volgende opstart of herstart van de STiPregeling moet niet een snelle, maar een gedegen werving voorop staan. Nu ervaring is opgedaan met de STiP-banen en de STiP-regeling bekendheid heeft onder kandidaten en werkgevers is er minder urgentie en ligt de prioriteit op zorgvuldigheid. 2. Benadruk in de werving dat deelname aan de STiP-regeling vrijwillig is Niet alle bijstandsgerechtigden realiseren zich dat ze het aanbod voor een STiP-regeling mogen weigeren. Hierdoor ontstaat het risico dat een deel van de deelnemers niet intrinsiek gemotiveerd is, terwijl dit als succesfactor wordt gezien voor succes van de STiP-baan. Het is belangrijk te realiseren dat bijstandsgerechtigden vanwege het bredere bijstandsregime niet altijd de ruimte voelen om het aanbod te weigeren. Benadruk daarom in het intakegesprek dat dit in geval van STiP anders ligt.

We pakken deze bevindingen serieus op gaan daarom onze benaderingswijze richting potentiele deelnemers aanpassen: in de intakegesprekken en in de communicatiemiddelen naar kandidaten toe zal meer aandacht komen voor de intrinsieke motivatie voor deelname aan de STiP-regeling. Om de STiP-regeling positief onder de aandacht te brengen onder bijstandsgerechtigden zullen we succesverhalen uitlichten.

3. Verbeter de administratieve afhandeling vanuit de backoffice Er is op korte termijn aandacht nodig voor het terugdringen van de achterstand in de betalingen richting werkgevers. Werkgevers geven in meerdere gesprekken aan dat betalingen te laat worden gedaan, wat gevolgen kan hebben voor aanspraak op de no-riskpolis. Ook zouden ze graag een overzicht ontvangen waarin staat welke subsidies zijn uitbetaald voor welke STiP-deelnemer, in plaats

3/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10046695

van losse documenten per STiP-medewerker. Zij beoordelen de huidige situatie als negatief, wat hen op termijn minder geneigd kan maken om nieuwe STiP-plaatsen aan te bieden. Het probleem van de achterstanden in de betalingen ligt niet specifiek bij de STiP-regeling, maar raakt de gehele dienstverlening van Den Haag Werkt. Een extern bureau heeft eerder een advies gegeven voor procesoptimalisatie. We zijn hard bezig om de gemeentebrede achterstanden in te lopen en via een interne werkgroep de adviezen te implementeren. 4. Voorkom wisselingen in de begeleiding Er vinden zeer regelmatig wisselingen plaats in de werkbegeleiding van STiP-deelnemers. Dit leidt tot negatieve ervaringen onder zowel STiP-deelnemers als werkgevers. Het aantal wisselingen dient daarom zoveel mogelijk beperkt te worden. We werken per 1 januari 2020 zoveel mogelijk met één vast aanspreekpunt voor elke kandidaat. We streven naar zo min mogelijk wisselingen in de werkbegeleiders van STiP-deelnemers, omdat dit ten koste gaat van de uniformiteit en kwaliteit van de werkzaamheden. Uit de evaluatie blijkt dat deelnemers en werkgevers niet geïnformeerd zijn wanneer personele wisselingen plaatsvinden. Bij een wisseling van de contactpersoon willen we meer aandacht besteden aan de communicatie met werkgevers en deelnemers en zorgen voor een warme interne overdracht. 5.

Verminder kwaliteitsverschillen door in te zetten op professionalisering en vakmanschap De kwaliteitsverschillen tussen zowel werkbegeleiders als accountmanagers zijn in de ogen van werkgevers en deelnemers te groot. Eerder onderzoek bevestigt dat (ook) re-integratieprofessionals vaak hun eigen routines en voorkeuren ontwikkelen, en handelen op basis van gevoel en intuïtie. Wanneer hun keuzeproces te weinig ‘bevraagd’ wordt, kunnen grote verschillen ontstaan in werkwijze en kwaliteit. Reflectief vermogen (‘waarom doe ik wat ik doe’) is daarom een cruciale competentie voor professionals. Dit kan op meerdere manieren gefaciliteerd worden (zie onderstaand). Het is hierbij van belang om te zorgen voor een veilige omgeving, zodat medewerkers een open en lerende houding kunnen aannemen. • Organiseer intervisie, waarbij uitvoerders casuïstiek inbrengen en met elkaar op reflecteren. • Haal feedback op bij deelnemers en werkgevers over hun ervaringen met de uitvoerder, en gebruik dit om leerdoelen op te stellen en (bij)scholing in te zetten. • Bied professionals de mogelijkheid om feedback op hun handelswijze te ontvangen van een collega of leidinggevende, bijvoorbeeld door periodiek met elkaar mee te lopen of door video-opnames van klantgesprekken terug te kijken. We herkennen dit advies ook in de praktijk.

Daarom hebben we het afgelopen jaar geïnvesteerd in de professionalisering van onze medewerkers door met elkaar mee te lopen, 1x in de zes weken casuïstiek te bespreken en medewerkers krijgen 1x in de vier weken training in de TNO-methodiek. Ons streven is om op deze manier een leergierige en veilige werkomgeving te creëren, zodat een open en lerende houding ontstaat.

6. Wees realistisch over het scholingsaanbod Deelnemers zijn regelmatig teleurgesteld wanneer blijkt dat zij niet de ruimte hebben om een reguliere opleiding te doen om hun arbeidsmarktpositie te versterken. Dit is niet verrassend, gezien het beperkte opleidingsbudget van gemiddeld €1.000 per STiP-deelnemer. Het is van belang om naar deelnemers (en werkgevers) toe realistisch te zijn over de mogelijkheden voor scholing en ontwikkeling. We zien

4/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10046695

op dit moment namelijk regelmatig dat de verwachtingen van de deelnemers op dit vlak niet kunnen worden waargemaakt. Dit is een terecht punt. Het hoofddoel van de STiP-banen is niet om deelnemers een reguliere opleiding te laten volgen, maar om hun arbeidsmarktpositie te versterken. We constateren dat de teleurstelling van deelnemers op het gebied van scholing komt door de mismatch tussen verwachtingen en capaciteiten van de kandidaat. We willen we in de intakegesprekken en communicatie beter duidelijk maken wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn voor het volgen van trainingen en cursussen van deelnemers, ook richting werkgevers. We gaan het het aanbod ook voor deelnemers inzichtelijk maken. Tot slot willen we aansluiten op lopende scholingsbronnen zoals het regionale Omscholings-/ Ontwikkelfonds. 7. Heb eerder en structureler aandacht voor doorbemiddeling naar regulier werk De aandacht voor doorbemiddeling naar regulier werk komt op dit moment te laat en is onvoldoende structureel ingebed. Anderzijds is het lastig om voor iedereen dezelfde standaard termijn te hanteren zoals ‘vier maanden voor einde contract’, omdat de situatie per deelnemer verschilt. Sommigen deelnemers zullen al na een jaar in de STiP-baan klaar zijn voor een volgende stap, maar anderen zijn hier ook in het derde jaar nog niet aan toe.

Belangrijk is dat de STiP-baan dus niet altijd de maximale termijn hoeft te duren. Het is daarom van belang om al vanaf de start te benadrukken dat de STiPbaan tijdelijk is. Door al vroeg een brede blik op doorstroming te hanteren, ontstaan er meer kansen om aansluitend werk te vinden, en wordt teleurstelling bij de deelnemer voorkomen wanneer blijkt dat hun STiP-werkgever hen niet in reguliere dienst kan nemen. Het blijft lastig om hier uniformiteit in aan te brengen, omdat elke kandidaat op een eigen tempo de stappen tot regulier werk doorloopt. De evaluatie toont aan dat deelnemers teleurstelling ervaren, wanneer het niet lukt om aansluitend direct regulier werk te vinden. Er is een verschil tussen de beleving van deelnemers (plaatsing met perspectief op een baan op die plek) en het uitgangspunt van de regeling (tijdelijke baan als ontwikkelmogelijkheid om de kans op een baan te vergroten). Daarom gaan we op basis van dit advies de tijdelijkheid van de STiP-regeling nog meer onder de aandacht brengen door aan het begin van het traject met elke kandidaat het goede gesprek te voeren op basis van het ontwikkelplan met de vaste regisseur. Daarnaast zullen we de tijdelijkheid van de STiPregeling ook bij werkgevers nader onder de aandacht te brengen.

Verder krijgen de medewerkers periodiek trainingen over de TNO-methodiek om SMART-doelstellingen te formuleren en deelnemers krijgen via de klantkaart inzicht in hun eigen ontwikkelplan. Ontwikkelingen Recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt door corona maken dat op twee gebieden, namelijk sociaal ondernemers en verdringing nader naar de regeling gekeken moet worden. Tijdens deze evaluatie kwamen steeds meer signalen dat (sociale) werkgevers het moeilijk hebben door de coronacrisis. Daardoor zijn minder vacatures beschikbaar en is de doorstroom naar regulier werk, ook bij de STiP-banen, lastiger is geworden. Het coronavirus heeft grote impact op sociale werkgevers en zijn zij juist in deze tijd een belangrijke partner om de mensen die al langere tijd een beroep op de bijstand doen, waaronder mensen met een arbeidsbeperking aan een baan te helpen. Daarom gaan we bekijken hoe we sociaal ondernemers via de STiP-regeling extra kunnen ondersteunen. Om te garanderen dat de STiP-banen additioneel zijn en positief bijdragen aan de arbeidsparticipatie is in de beleidsregel Verdringingstoets STiP-banen 2020 vastgelegd dat de STiP-banen nooit mogen leiden tot verdringing van reguliere arbeidsplaatsen. Dit komt overeen met het Protocol Voorkomen

5/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10046695

van verdringing en werken zonder loon dat we in 2016 samen met het FNV hebben opgesteld. Ook hebben we in regionaal verband het meldpunt verdringing opgezet, waar kandidaten anoniem een melding kunnen doen. Er zijn geen meldingen van verdringing binnengekomen bij dit meldpunt. Op basis van de evaluatie gaan we inventariseren naar het soort baan wanneer een STiP-deelnemer regulier werk vindt na zijn traject bij dezelfde werkgever. Ook gaan we de additionaliteit bekijken van de functie bij dezelfde werkgever. Slot Ik ben tevreden met de resultaten en bevindingen uit het evaluatierapport. We willen Regioplan bedanken voor hun inzet en de prettige samenwerking. Het rapport toont aan dat de STiP-baan van meerwaarde kan zijn. STiP leidt voor veel deelnemers niet alleen tot een reguliere baan, maar draagt ook bij aan het zelfvertrouwen en de maatschappelijke participatie van de kandidaat. Dit is een net zo waardevol resultaat. Ook werkgevers geven aan dat de subsidiëring essentieel is om deze deelnemers met een lange afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. De komende periode gaan we de adviezen implementeren in de regeling en onze dienstverlening om daarmee de effectiviteit van de STiP-regeling nog verder te verhogen. Met vriendelijke groet, de wethouder van Sociale zaken en Werk Bert van Alphen

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9631254/2