CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307525 Bijlage

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder van Sociale zaken en Werk inzake Evaluatie STiP-banen en aanvullende subsidieregeling conciërgetaken in het onderwijs (RIS307525)31.433 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

26 alinea's met “kandidaat”: 68 69 73 78 79 113 115 117 130 131 136 137 147 148 153 173 184 210 219 337 341 343 350 359 370 394

Evaluatie STiP-regeling

Evaluatie STiP-regeling

- EINDRAPPORT -

Auteurs Vera Haanstra, MSc Adriaan Oostveen, MSc (projectleider) Joris Timmerman, MA MMC Drs. Hetty Visee

Amsterdam, 18 november 2020 Publicatienr. 20058

© 2020 Regioplan, in opdracht van gemeente Den Haag Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/ of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Regioplan. Regioplan aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Evaluatie van de STiP-regeling 1.2 Context en aanleiding 1.3 Doelstelling en vraagstelling onderzoek 1.4 Methoden 1.5 Leeswijzer

1 1 1 2 2 3

2 De regeling STiP 2.1 Regeling STiP 2.2 Beleidstheorie

5 5 7

3 Uitvoering van de regeling 3.1 De deelnemers en werkgevers 3.2 Werving deelnemers en werkgevers 3.3 Matching STiP-baan 3.4 Ontwikkeling 3.5 Begeleiding na de plaatsing 3.6 Scholing 3.7 Doorstroom naar regulier werk 3.8 Contextfactoren

14 14 16 19 22 23 29 31 34

4 Resultaten en toegevoegde waarde 4.1 Uitstroom naar werk 4.2 Uitval uit de STiP-baan 4.3 Vergelijking STiP-deelnemers met vergelijkingsgroep 4.4 Bredere baten van de regeling 4.5 Toetsing van de beleidstheorie

37 37 39 40 41 44

5 Samenvattende conclusie en adviezen 5.1 Uitvoeringsproces 5.2 Resultaten 5.3 Toegevoegde waarde 5.4 Adviezen voor verbetering

49 49 51 52 53

Bijlage 1 – Geraadpleegde documenten

57

Bijlage 2 – Methodologische verantwoording

58

Bijlage 3 – Volledige vraagstelling

62

Inleiding

1 Inleiding

1.1 Evaluatie van de STiP-regeling Sinds januari 2017 biedt de gemeente Den Haag aan Hagenaars met een grote afstand tot de arbeidsmarkt de kans om aan de slag te gaan in een gesubsidieerde STiP-baan (Sociaal Traject in Perspectief). Het doel is dat de deelnemers zich in hun STiP-baan kunnen ontwikkelen en op termijn duurzaam kunnen uitstromen naar regulier werk. Aan de gemeenteraad is toegezegd de STiP-regeling en de aanvullende regeling conciërgetaken in primair en voortgezet onderwijs te evalueren. Daarnaast bestaat de behoefte aan inzicht in hoe de regeling waar nodig geoptimaliseerd kan worden. Het voorliggende rapport doet verslag van de evaluatie van de STiP-regeling, die Regioplan op verzoek van de gemeente Den Haag heeft uitgevoerd. Voor een beknopt en zelfstandig leesbaar overzicht van de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek, verwijzen we u graag naar hoofdstuk 5 van dit rapport.

1.2 Context en aanleiding STiP-regeling De doelgroep bestaat uit mensen met een bijstandsuitkering, die de aansluiting op de arbeidsmarkt niet kunnen maken en die daardoor het risico lopen om langdurig of zelfs structureel aan de kant te blijven staan. Het gaat om mensen met een lage loonwaarde (doelgroep banenafspraak) en werkzoekenden van 56 jaar of ouder. In een STiP-baan verrichten zij additionele werkzaamheden bij een werkgevers in de (semi)publieke sector (zoals stichtingen, maatschappelijke organisaties, zorginstellingen).1 Doordat de werkzaamheden additioneel zijn is er geen sprake van verdringing. STiP-deelnemers zijn bij de STiP-werkgever in loondienst en hebben een arbeidscontract; ze ontvangen dus geen bijstandsuitkering. De werkgever ontvangt een STiP-subsidie van de gemeente ter compensatie van de begeleidingskosten van de STiP-deelnemer.2 De STiP-baan is tijdelijk en is bedoeld om de deelnemers werkervaring op te laten doen en zich te ontwikkelen. De regeling beoogt hen hiermee in staat te stellen om direct na afloop van het traject door te stromen naar regulier werk. Regeling conciërgetaken Aanvullend op de STiP-regeling is in 2017 de subsidieregeling conciërgetaken in het primair en voortgezet onderwijs in werking getreden. Deelnemers gaan bij scholen voornamelijk aan de slag als conciërges en klassenassistenten, en bieden daar additionele ondersteuning.

De gedachte is dat leerkrachten en docenten hierdoor meer tijd en aandacht kunnen geven aan het lesgeven. In afwijking van de STiP-regeling zijn de trajecten niet begrensd in duur. De gemeente Den Haag beoogde met de twee regelingen in totaal 1.000 gesubsidieerde banen te realiseren, waarvan 900 via de STiP-regeling en 100 via de aanvullende subsidieregeling conciërgetaken in het onderwijs. Het creëren van banen is niet het enige doel. De STiP-baan wordt ingezet als re-integratie-instrument om de kansen op een reguliere baan voor mensen met een zwakkere arbeidsmarktpositie te vergroten. De STiP-baan is een middel om via werkervaring, aangevuld met scholing en begeleiding door te stromen naar een reguliere baan. Per 1 juli 2020 is een aangepaste STiP-regeling ingevoerd die buiten de afbakening van dit evaluatieonderzoek valt. Dit onderzoek richt zich dus op de uitvoering van de STiP-regeling vanaf januari 2017 tot en met juni 2020. Aan de gemeenteraad is toegezegd de STiP-regeling en de aanvullende regeling conciërgetaken in primair en voortgezet onderwijs te evalueren. Dit vormt de aanleiding van het voorliggende onderzoek.

1 Voor de sector hotellerie is hierop een uitzonder gemaakt. Dit is de enige commerciële sector die ook mag deelnemen aan de

STiP-regeling. 2 De STiP subsidie vormt een aanvulling op eventuele andere financiële tegemoetkomingen die de werkgever (mogelijk) ontvangt, zoals loonkostensubsidie en het loonkostenvoordeel.

1

1.3 Doelstelling en vraagstelling onderzoek De doelstelling van het voorliggende evaluatieonderzoek is: 1. inzicht verkrijgen in de opbrengsten van de STiP-regeling en de aanvullende regeling conciërgetaken; 2. aanknopingspunten bieden om de regelingen, waar nodig, te optimaliseren. Deze evaluatie heeft betrekking op alle kandidaten die tussen 1 januari 2017 en 1 maart 2020 gebruik hebben gemaakt van de subsidieregeling STiP-banen en de aanvullende subsidieregeling conciërgetaken in het onderwijs. Een aanzienlijk deel van de kandidaten is nog actief in een STiP-baan, waardoor het op dit moment nog te vroeg is om voor de totale groep uitspraken te doen over de behaalde resultaten. Ook kan hierdoor nog beperkt zicht verkregen worden in de effecten op de langere termijn. Hieronder treft u de beknopte vraagstelling van het onderzoek (de uitgebreide vraagstelling is weergegeven in bijlage 3). 1. Input en beleid: Welke middelen en instrumenten zijn ingezet in de STiP-regeling? Wat zijn de achterliggende veronderstellingen en beoogde werkzame mechanismen in het beleid? 2. Proces: Is de STiP-regeling uitgevoerd zoals beoogd? Zijn er gaandeweg veranderingen in de uitvoering opgetreden en zo ja waarom? Welke knelpunten, succesfactoren en randvoorwaarden ervaren de uitvoerders in de uitvoering en samenwerking in het kader van de regeling? 3.

Throughput en output: Wie zijn bereikt met de regeling, welke dienstverlening hebben zij ontvangen en welke uitkomst had de regeling voor hen? 4. Outcome: Hoe ziet het arbeidsmarktperspectief na deelname aan de STiP-baan eruit, en in hoeverre is dit beter dan dat van vergelijkbare niet-deelnemers? 5. Outcome: Hoe beoordelen professionals, werkgevers en kandidaten de bijdrage van het STiP-programma/de regeling aan de verbetering van arbeidsmarktkansen (bijv. werknemersvaardigheden, vakvaardigheden) en perspectief in bredere zin (bijv. motivatie, zelfvertrouwen, welzijn, gezondheid, zelfredzaamheid) door de STiP-regeling? 6. Context: Welke contextfactoren spelen een rol bij behaalde resultaten en effecten (o.a. arbeidsmarkt, gemeentelijke ontwikkelingen, de organisatiecontext, wetgeving et cetera)? 7. Advies: Wat betekenen de uitkomsten van het onderzoek voor de verdere invulling en ontwikkeling van de STiP-regeling in de toekomst? Welke uitvoerbare verbetermogelijkheden kunnen geïdentificeerd worden? Input

Throughput

Output

Outcome

• Personele inzet • Ingezette middelen

• Instroom • Periode in STiP-baan • Kenmerken STiP-banen • Inzet scholing • Inzet flankerende dienstverlening

• Uitval + reden • Reden uitstroom uit STiP-baan • Terugstroom naar WW of bijstand • Doorstroom naar regulier werk

• Beter perspectief op werk • Duurzame arbeidsparticipatie • Bredere baten (motivatie, zelfvertrouwen, welzijn etc.)

1.4 Methoden Als basis voor deze evaluatie hanteren we het denkkader van de ‘realistic evaluation’. Dit gaat uit van het principe dat een goede beleidsevaluatie niet alleen de output en outcome meet, maar ook in kaart brengt hoe het uitvoeringsproces is verlopen en wat de werkzame mechanismen zijn in het beleid (de ‘beleidstheorie’). Het onderzoek bestaat daarom uit een kwantitatief en een kwalitatief onderzoeksdeel. Deze aanpak zorgt voor een beter begrip van het ‘verhaal achter de cijfers’ en biedt concrete aanknopingspunten voor verbetering. Een uitgebreide methodologische verantwoording treft u in bijlage 2. Kwalitatief onderzoeksdeel Voor het kwalitatieve onderzoeksdeel zijn de volgende activiteiten uitgevoerd: • documentstudie van gemeentelijke stukken over de inrichting en uitvoering van de STiP-regeling en de aanvullende regeling conciërgetaken (inclusief een intern uitgevoerde tussenevaluatie uit 2019); 2

• interview met beleidsmedewerkers van de gemeente Den Haag en het hoofd van het STiP-team; • groepsinterview met uitvoerders van het STiP-team (vier werkbegeleiders en drie accountmanagers); • interviews met 15 STiP-werkgevers; • interviews met 22 STiP-deelnemers. In verband met het coronavirus zijn alle interviews telefonisch of via videogesprekken afgenomen. Opbrengsten van het kwalitatieve onderzoeksdeel zijn (1) een reconstructie van de beleidstheorie, (2) een toets of het beleid in de praktijk zo is uitgevoerd als beoogd en (3) ervaringen van betrokkenen over de mate waarin de veronderstelde werkzame mechanismen in de praktijk daadwerkelijk optreden. Kwantitatief onderzoeksdeel We brengen de output en outcome van de STiP-regeling in beeld door de beschikbare gemeentelijke gegevens over de deelnemers te koppelen aan CBS-microdata. Deze microdata biedt inzicht in onder andere hun deelname aan werk en hun eventuele beroep op een WW-uitkering na het einde van de STiPbaan. Deze microdata zijn betrouwbaar en uniform, en bieden op maandbasis inzicht in de deelname aan werk (ook na hun uitstroom uit een STiP-baan). In de uitvoering van de STiP-regeling en de aanvullende regeling conciërgetaken is niet voorzien in een ‘randomized controlled trial’ (RCT).

Dat wil zeggen, de doelgroep is niet ‘at random’ verdeeld in een experimentele en een controlegroep met als doel om de netto-effectiviteit van de regeling vast te kunnen stellen. Om alsnog een indicatie van de effectiviteit van de regeling te kunnen bieden, vergelijken we de resultaten van de groep STiP-deelnemers met een vergelijkingsgroep van niet-deelnemers die rond dezelfde periode ook een bijstandsuitkering ontvingen.

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de STiP-regeling (inclusief de aanvullende regeling conciërgetaken) in detail beschreven, en lichten we de beleidstheorie van de regeling toe. Vervolgens laat hoofdstuk 3 zien hoe de uitvoering van de regeling is verlopen, en hoe het proces wordt ervaren door uitvoerders, deelnemers en werkgevers. Hoofdstuk 4 biedt een inkijk in de resultaten en toegevoegde waarde van de regeling, zowel gebaseerd op de kwantitatieve resultaten als op de ervaring van de betrokkenen. Tot slot formuleren we in hoofdstuk 5 onze algemene conclusies ten aanzien van de vraagstelling en doen we een aantal aanbevelingen voor verbetering van de STiP-regeling.

3

De regeling STiP

2 De regeling STiP

2.1 Regeling STiP Hieronder beschrijven we de STiP-regeling en de aanvullende regeling conciërgetaken. Relevant om te benoemen is dat de STiP-regeling tussentijds op een aantal punten is aangepast, op 3 juli 2019. Deze wijzigingen worden separaat genoemd. Aanleiding en doel De STiP-regeling kwam tot stand in een periode dat er veel mensen in de bijstand verbleven en er in Den Haag een tekort was aan banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Als onderdeel van de ‘Extra impuls werkgelegenheid’ uit 2016 is daarom besloten de werkgelegenheid additioneel te stimuleren via gesubsidieerde arbeid voor mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt via de STiP-regeling, die vanaf 1 januari 2017 in werking trad. De gemeente Den Haag beoogde met de STiP-regeling (inclusief de regeling conciërgetaken) in totaal 1.000 gesubsidieerde banen te realiseren, waarvan 900 via de STiPregeling en 100 via de aanvullende subsidieregeling conciërgetaken in het onderwijs. Het doel van de STiP-regeling is dat de deelnemers zich in hun STiP-baan kunnen ontwikkelen en op termijn duurzaam kunnen uitstromen naar regulier werk. Er is destijds geen concrete uitstroomdoelstelling geformuleerd. Doelgroep De doelgroep bestaat uit bijstandsgerechtigden die de aansluiting op de arbeidsmarkt niet kunnen maken en die daardoor het risico lopen om langdurig aan de kant te blijven staan.

Het gaat om mensen met een lage loonwaarde (doelgroep banenafspraak) en werkzoekenden van 56 jaar of ouder. Het betreft bijvoorbeeld mensen die langdurig werkloos zijn, fysieke of psychische beperkingen hebben, laagopgeleiden, of mensen die (nog) niet goed kunnen omgaan met de druk van een reguliere baan. Ook 56-plussers zonder arbeidsbeperking komen in aanmerking voor de regeling, maar in de praktijk zijn uitsluitend 56-plussers ingestroomd die ook een verminderde loonwaarde hadden. Kenmerken STiP-werkgevers De groep werkgevers die gebruik mag maken van de STiP-regeling is in de regeling beperkt tot ‘rechtspersonen zonder winstoogmerk’. Dit wordt vertaald naar (1) overheidsorganisaties en (publieke) uitvoeringsorganisaties daarvan en (2) overige door het college aan te wijzen rechtspersonen. Met het tweede deel behoudt de gemeente het recht voor om nog andere rechtspersonen aan te wijzen die gebruik mogen maken van de regeling. In de praktijk gaat het om werkgevers in de (semi)publieke sector, te weten de zorg en het welzijnswerk, de gemeente en sportverenigingen.

De gemeente maakt één uitzondering op het criterium van het niet hebben van een winstoogmerk: werkgevers in de hotelsector mogen namelijk ook STiP-banen creëren.3 Kenmerken STiP-banen Voor een STiP-baan gelden in de regeling de volgende criteria: • Een STiP-baan wordt gerealiseerd op basis van een dienstbetrekking van minimaal drie jaar. • Een STiP-baan betreft normaliter 80 procent van een fulltime werkweek volgens de cao van de STiPwerkgever, wat doorgaans neerkomt op 32 uur per week.4 • De STiP-deelnemer ontvangt minimaal minimumloon of het van toepassing zijnde cao-loon (uiteraard verrekend naar het aantal gewerkte uren per week). • Een STiP-baan mag niet langer duren dan drie jaar (voor de instroom tussen 1 januari 2017 en 2 juli 2019) of één jaar (voor de instroom vanaf 3 juli 2019). • De STiP-baan mag niet leiden tot ongeoorloofde staatssteun.5 3 De regeling biedt ruimte om per aanvullend collegebesluit bepaalde rechtspersonen buiten overheidsorganisaties en (publieke)

uitvoeringsorganisaties aan te wijzen als ontvanger van STiP-subsidie. De uitzondering voor de hotellerie is nooit geformaliseerd in een collegebesluit, maar in de uitvoering wel als zodanig geïmplementeerd. 4 Volgens de regeling bedraagt een STiP-baan minimaal 24 uur per week, omdat dit de ondergrens is om gebruik te kunnen maken van het loonkostenvoordeel. Echter, in de praktijk wordt een werkweek van 24 uur alleen bij wijze van uitzondering toegepast. 5 De regeling stelt dat sprake is van geoorloofde staatssteun voor zover het de doelgroep Dienst van algemeen economisch belang (DEAB) betreft en voor zover de subsidie-aanvrager in totaal binnen drie jaar na aanvraag niet meer dan 200.000 euro subsidie van de gemeente ontvangt (in lijn met de Europeesrechtelijke de-minimisregeling).

5

• Een STiP-baan mag niet leiden tot concurrentievervalsing. Dit betekent dat de dienstbetrekking geen commerciële werkzaamheden mag betreffen en niet mag leiden tot veranderende concurrentieverhoudingen via lagere prijzen. • Een STiP-baan mag niet leiden tot verdringing van regulier werk. Dit betekent dat sprake moet zijn van additioneel werk, en dat niet voorafgaand betaalde functies zijn verdwenen om ruimte te maken voor de STiP-deelnemer. De gemeente heeft een afzonderlijk protocol opgesteld dat gericht is op het voorkomen van verdringing.6 Uitvoering De STiP-regeling wordt uitgevoerd door het STiP-team, bestaande uit werkbegeleiders en accountmanagers. De werkbegeleiders zijn verantwoordelijk voor de werving van STiP-deelnemers en de individuele begeleiding van de STiP-deelnemers, en de accountmanagers doen de werving en begeleiding van werkgevers. Het matchen van deelnemer en werkgever wordt primair door de accountmanager uitgevoerd, maar kan ook door de werkbegeleider gedaan worden. Activiteiten Uit de regeling volgt dat STiP-deelnemers bij hun STiP-werkgever additionele werkzaamheden uitvoeren. Op basis van de intern uitgevoerde tussenevaluatie en onze gesprekken met de uitvoerders beschrijven we het werkproces als volgt: • De dagelijkse aansturing en begeleiding op de werkvloer wordt door de werkgever verzorgd.

Daarnaast worden STiP-deelnemers begeleid door een werkbegeleider van de gemeente, die periodiek contact heeft om te bespreken hoe het werk verloopt en waar nodig ondersteuning biedt. • De werkbegeleider bespreekt met de deelnemer welke mogelijke knelpunten er spelen in zijn privéleven die een belemmering kunnen worden voor het werk (bijvoorbeeld de thuissituatie, financiën, woning, gezondheid, taal et cetera). Waar nodig kan de werkbegeleider de deelnemer doorverwijzen naar flankerende voorzieningen om eventuele problemen op te lossen. • De werkbegeleider stelt met de deelnemer een ontwikkelplan op en biedt kansen op training en scholing om bij te dragen aan zijn ontwikkeling en uitstroomkansen naar regulier werk. Van werkgevers wordt ook verwacht dat zij bijdragen aan de ontwikkeling van de deelnemers. • De werkbegeleider bespreekt met de deelnemer welke mogelijkheden er zijn om na de STiP-baan door te stromen naar regulier werk. Financiering STiP-deelnemers zijn bij de STiP-werkgever in loondienst en hebben een arbeidscontract; ze ontvangen dus geen uitkering. De werkgever ontvangt een STiP-subsidie ter compensatie van de kosten voor begeleiding en ontwikkeling van de STiP-deelnemer. De STiP-subsidie vormt een aanvulling op eventuele andere financiële tegemoetkomingen die de werkgever (mogelijk) ontvangt, zoals loonkostensubsidie en het loonkostenvoordeel.

De STiP-subsidie bedraagt maximaal €10.000 per jaar of €835 per maand voor een alleenstaande, uitgaande van een dienstverband van minimaal 80 procent van de in de desbetreffende branche gebruikelijke werkweek. Voor kortere werkweken wordt de subsidie naar rato aangepast. Voor gehuwden en samenwonenden geldt een langere minimale werkweek (van 40 uur) en een hogere STiP-subsidie voor de werkgever van €1.040 per maand. Dit is noodzakelijk om deze STiP-deelnemers bijstandsonafhankelijk te laten zijn, aangezien de bijstandsnorm voor hen hoger ligt. Uitgaande van 900 STiP-banen van elk maximaal drie jaar, met een jaarlijkse subsidie van €10.000, is voor de STiP-regeling als geheel in totaal €27 miljoen benoemd als subsidieplafond. Regeling conciërgetaken • De ‘Subsidieregeling conciërgetaken in het primair en voortgezet onderwijs Den Haag 2017’ is een aanvulling op de STiP-regeling, bedoeld voor scholen in Den Haag. Naast bijstandsgerechtigden kan ook een beperkt aantal leerlingen van het praktijkonderwijs gebruikmaken van de conciërgeregeling. • Voor de conciërgeregeling geldt een subsidieplafond van €1 miljoen per kalenderjaar. De financiering van de regeling wordt verzorgd door de gemeentelijke Dienst OCW. 6 Protocol ‘Voorkomen van verdringing en werken zonder loon’.

6

• Deelnemers gaan bij scholen in het primair of voortgezet onderwijs aan de slag en verrichten onderwijsondersteunende taken op facilitair gebied. Daar bieden zij additionele ondersteuning, hetgeen werkzaamheden omvat zoals de klas opruimen, de vaatwasser uitruimen, het plein vegen en containers buitenzetten. De gedachte is dat leerkrachten en docenten hierdoor meer tijd en aandacht kunnen geven aan het lesgeven. In tegenstelling tot de STiP-regeling is de duur van de subsidie niet op voorhand beperkt tot drie jaar. Wijziging STiP-regeling Als gevolg van een collegebesluit dat op 2 juli 2019 is gepubliceerd in het gemeenteblad, is er een aantal wijzigingen doorgevoerd in de STiP-regeling. We lichten deze hieronder nader toe. • De maximale duur van een STiP-baan was oorspronkelijk drie jaar. In 2019 is besloten om de doorstroom vanuit een STiP-baan naar een reguliere baan te versnellen, als dat haalbaar was voor de STiP-deelnemer. Hierdoor is de mogelijkheid gecreëerd om op basis van de beschikbare middelen nog een aantal nieuwe kandidaten in 2019 in te laten stromen (het streven was 200 kandidaten). Dit betekende wel dat voor deze groep de maximale duur van de STiP-baan moest worden verkort, omdat binnen de STiP-regeling een subsidieplafond was opgenomen voor de periode 2017 tot en met 2020.

Met ingang van 1 juli 2019 is de maximale duur van een STiP-baan daarom ingekort tot één jaar. • In de regeling is toen ook een handhavingsmogelijkheid opgenomen, omdat in de praktijk was gebleken dat er enkele werkgevers waren, die meer oog hadden voor het organisatiebelang dan voor de ontwikkeling van de STiP-werknemer. Met deze wijziging is de mogelijkheid gecreëerd om in voorkomende gevallen de subsidie stop te kunnen zetten. Tussenevaluatie Deze twee hierboven genoemde wijzigingen in de STiP-regeling sloten direct aan bij de aanbevelingen uit de tussenevaluatie van de STiP-regeling, die begin 2019 is uitgevoerd door de gemeente Den Haag.7 Een bredere aanbeveling in de tussenevaluatie was om STiP-banen voortaan zo kort als mogelijk en zo lang als noodzakelijk te laten duren. Dit zou het mogelijk maken om zoveel mogelijk nieuwe STiP-kandidaten te plaatsen op de plekken die door uitval of doorstroom vrij zouden komen. Een van de belangrijkste aanbevelingen hierbij was om zo vroeg mogelijk met een werkgever en STiP-deelnemer in gesprek te gaan over de mogelijkheden van uitstroom naar regulier werk. Indien een bepaalde deelnemer tijdens de STiP-baan minder goed in staat zou blijken te zijn om zich verder te ontwikkelen dan eerder werd gedacht en niet de potentie zou blijken te hebben om uit te stromen, dan werd aanbevolen om met dat STiP-traject te stoppen.

Als alternatief zou voor deze deelnemer dan volgens de aanbevelingen gekeken kunnen worden naar een beschutte werkplek, vrijwilligerswerk of zorg. Vervolg: STiP 2020 In het coalitieakkoord 2019-2022 zijn extra middelen vrijgesteld om de STiP-regeling te continueren. Hierop is op 8 juli 2020 de Subsidieregeling STiP-banen 2020 vastgesteld. Hierin zijn de uitgangspunten uit het coalitieakkoord en de verbeterpunten uit de tussentijdse STiP-evaluatie meegenomen. De belangrijkste toevoegingen aan de subsidieregeling zijn om de doelgroep uit te breiden naar marktsectoren en een lager subsidiebedrag vast te stellen dan bij organisaties in de (semi)collectieve sector. Daarnaast wordt de maximale duur van het STiP-traject voor de (semi)collectieve sector verlengd naar maximaal twee jaar in plaats van één jaar. Tot slot blijft de aanvullende Subsidieregeling conciërgetaken in het primair en voortgezet onderwijs in stand. Het voorliggende onderzoek gaat uitsluitend over de STiP-regeling 2017 en de lessen hieruit worden benut om STiP 2020 verder te verbeteren.

2.2 Beleidstheorie Uit de interviews met medewerkers van de gemeente blijkt dat het initiële einddoel van de STiP-regeling activering van de doelgroep was. Bij aanvang was geen uitstroomtaakstelling vastgelegd, maar STiP is 7 Gemeente Den Haag, Dienst SZW, Afdeling Beleid, Onderzoek en Projecten, ‘Evaluatie STiP-regeling’, maart 2019.

7

altijd gericht geweest op ontwikkeling en re-integratie. Sinds 2019 is de STiP-regeling in sterkere mate gericht op uitstroom naar regulier werk. Welke onderdelen vormen de kern van de STiP-regeling en op welke wijze wordt verwacht dat deze bijdragen aan het beleidsdoel om arbeidsperspectief te bieden aan mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt? Deze vraag beantwoorden we door het opstellen van een beleidstheorie. Hieronder licht de beleidstheorie de beoogde werkzaamheid van de STiP-regeling toe aan de hand van de vijf onderstaande mechanismen. Elk mechanisme wordt beschreven aan de hand van het onderliggende probleem dat het probeert op te lossen, de wijze waarop de interventie daarop ingrijpt en welk resultaat hiermee beoogd wordt. 1. Omvangrijke subsidiëring 2. Deelname uitkeringsgerechtigde op basis van vrijwilligheid 3. Werving en begeleiding van werkgevers 4. Intensieve, integrale en ontwikkelgerichte begeleiding van deelnemers naar regulier werk 5. Creatie van extra banen aan onderkant arbeidsmarkt, waarmee de dienstverlening van de (semi) collectieve sector wordt versterkt Figuur 2.1

Beoogd mechanisme ‘Omvangrijke subsidiëring’

1. Omvangrijke subsidiëring: • Aanleiding: het in dienst nemen van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt betekent voor een reguliere werkgever het in dienst nemen van mensen die (nog) niet goed matchen met de reguliere functie-eisen. Het kan bijvoorbeeld betekenen dat iemand eerst arbeidsritme moet opbouwen, een relatief lage productiviteit heeft en/of relatief veel begeleidingstijd nodig heeft. De gemeente richt zich specifiek op mensen met een lage loonwaarde van gemiddeld 50 procent en bijstandsgerechtigden van 56 jaar en ouder.8 Het reguliere voorzieningenpakket van de gemeente voor kandidaten en werkgevers is voor deze groep vaak onvoldoende. • Interventie: de werkgever ontvangt 10.000 euro STiP-subsidie per jaar (op basis van 32-urige werkweek) om nagenoeg alle werkgeverslasten te dekken die overblijven na de inzet van wettelijke instrumenten uit de Participatiewet en fiscale regelingen. Vanuit de Participatiewet ontvangt de werkgever loonkostensubsidie op basis van een loonwaardemeting en een no-riskpolis voor het financiële risico van ziekteverzuim. De fiscale regeling betreft een loonkostenvoordeel van maximaal 6.000 euro per jaar. De loonkostensubsidie compenseert lagere productiviteit; het loonkostenvoordeel is een algemene tegemoetkoming in de loonkosten en de STiP-subsidie compenseert onder meer extra begeleidingstijd.

8 Subsidieregeling STiP-banen Den Haag 2017.

8

• Beoogd resultaat: meer werkgevers zijn bereid om iemand met een grote afstand (tijdelijk) te plaatsen omdat ze financieel gecompenseerd worden. Figuur 2.2

Beoogd mechanisme ‘Deelname uitkeringsgerechtigden op basis van vrijwilligheid’

2. Deelname uitkeringsgerechtigde op basis van vrijwilligheid • Aanleiding: het project richt zich op mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Er zijn grote verschillen binnen deze groep. Dat geldt uiteraard ook voor de mate waarin men gemotiveerd is om aan de slag te gaan in een STiP-baan. Als een kandidaat niet gemotiveerd is, is de kans op een succesvolle plaatsing in een STiP-baan en zeker op doorstroom naar een reguliere baan, klein. De deelnemer zal bijvoorbeeld voldoende gemotiveerd moeten zijn om op tijd op het werk te verschijnen en zal zich moeten inspannen om nieuwe dingen te leren en om het werk gedaan te krijgen. Motivatie is bovendien vaak een van de belangrijkste basiseisen van werkgevers om mensen in dienst te nemen. • Interventie: de gemeente bepaalt in een gesprek met een potentiële kandidaat of een kandidaat voldoende gemotiveerd is voor het werken in een STiP-baan. Motivatie is daarvoor opgenomen in de ‘Checklist herkenning profiel en voorwaarden potentiële kandidaat Bijzonder Werk’. Aan de hand van de checklist wordt onder meer aangegeven welke beperkingen iemand heeft en welke contraindicaties iemand eventueel heeft (zoals acute verslavingsproblematiek) om in aanmerking te komen voor wat in Den Haag ‘Bijzonder Werk’ wordt genoemd. Onder Bijzonder Werk vallen onder meer beschut werk en de STiP-baan.

Specifiek voor de STiP-baan geldt daarin als een aanvullende voorwaarde dat de kandidaat voldoende gemotiveerd moet zijn. Ongemotiveerde personen worden dus niet opgenomen in het STiP-programma. Nadat een kandidaat vrijwillig voor deelname heeft gekozen, is het STiP-traject overigens niet vrijblijvend. • Beoogd resultaat: kandidaten die worden geplaatst zijn in beginsel gemotiveerd om aan de slag te gaan in een STiP-baan. De werkgever en werkbegeleider kunnen bij deze motivatie aansluiten in hun begeleiding van de kandidaat.

9

Figuur 2.3

Beoogd mechanisme ‘Werving en begeleiding van werkgevers’

3. Werving en begeleiding van werkgevers • Aanleiding: Omdat de STiP-kandidaten een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben, maken zij weinig kans om via reguliere werving- en sollicitatierondes een werkplek te verwerven bij een werkgever. Dit heeft tot gevolg dat voor de plaatsing van de STiP-kandidaten werkgevers moeten worden gevonden die binnen hun organisatie een (additionele) functie voor een STiP-kandidaat willen creëren. Het werven van werkgevers en het onderhouden van contacten met werkgevers vereist andere vaardigheden dan de begeleiding van kandidaten. • Interventie: De gemeente heeft in het STiP-team naast werkbegeleiders ook accountmanagers voor de werving en begeleiding van werkgevers opgenomen. De taken van de accountmanagers zijn onder meer het creëren van plekken bij werkgevers, contractbeheer, organiseren van loonwaardemetingen en subsidietoekenningen. De accountmanagers hebben onder meer een verkooptraining gevolgd, waarin ze bijvoorbeeld zijn getraind in het weerleggen van bezwaren van werkgevers. Er is gekozen voor het opnemen van accountmanagers in het STiP-team in plaats van gebruik te maken van reguliere accountmanagers van het werkgeversservicepunt. De redenen hiervoor zijn dat het acquireren van plekken voor deze groep en het plaatsen van deze groep complexer is. Daarnaast worden de sectoren waarop STiP zich met name richt (o.a.

welzijn, kunst & cultuur, kringloop en stichtingen) over het algemeen niet bediend door de reguliere accountmanagers. • Beoogd resultaat: Het beoogde resultaat is de creatie van 1.000 STiP-banen die perspectief bieden voor de ontwikkeling van de kandidaten en het onderhouden van goede relaties met werkgevers na plaatsing zodat bij problemen effectief geïntervenieerd kan worden.

10

Figuur 2.4

Beoogd mechanisme ‘Intensieve, integrale en ontwikkelgerichte begeleiding naar regulier werk’

4. Intensieve, integrale en ontwikkelgerichte begeleiding van deelnemers naar regulier werk • Aanleiding: de deelnemers hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De belemmeringen verschillen per deelnemer, maar zorgen ervoor dat zij (zeer) moeilijk en niet zelfstandig kunnen instromen in een reguliere baan en/of deze baan niet op eigen kracht kunnen behouden. • Interventie: De interventie bestaat uit intensieve, integrale begeleiding die is gericht op ontwikkeling van de deelnemer en doorstroom naar regulier werk. In 2019 is afgesproken dat de doorstroom vanuit een STiP-baan naar een reguliere baan waar mogelijk wordt versneld.9 Dit betekent dat de begeleider in gesprekken met de deelnemer meer aandacht besteedt aan de mogelijkheden van doorstroom. De begeleiding is ontwikkeld in een pilot met TNO gericht op ‘methodische kandidaatontwikkeling’. Volgens het hoofd van het STiP-team is de kern hiervan dat goed naar de dromen en wensen van kandidaat wordt geluisterd zodat zo goed mogelijk wordt aangesloten bij hun motivatie. De gedachte is dat dit het eigenaarschap bij de deelnemer bevordert, en dat daardoor de re-integratie succesvoller zal verlopen. De werkbegeleider maakt bij de begeleiding gebruik van een Persoonlijk Ontwikkelplan. Dit plan onderscheidt drie soorten aandachtsgebieden: 1. leefgebieden van de zelfredzaamheidsmatrix: o.a.

financiën, dagbesteding, huisvesting, gezondheid, sociaal netwerk en maatschappelijke participatie; 2. werknemersvaardigheden: o.a. stressbestendigheid, communiceren, afspraken nakomen, zelfstandigheid, samenwerken, doorzettingsvermogen, leervermogen en werktempo; 3. vakvaardigheden/opleidingen/taal Ook flankerende voorzieningen en trainingen kunnen worden ingezet. Voorbeelden hiervan zijn schuldhulpverlening en trainingen Excel, Outlook of ‘Lastig gedrag op de werkvloer, hoe ga je ermee om?’. Minimaal eens per zes weken bespreekt de werkbegeleider met de deelnemer én de werkgever de voortgang van wat in het ontwikkelplan is afgesproken. • Beoogd resultaat: De begeleiding heeft de belemmeringen hanteerbaar gemaakt en heeft het mede mogelijk gemaakt dat de deelnemer recente werkervaring heeft kunnen opbouwen. Het beoogde resultaat is uitstroom naar duurzaam regulier werk. Verder is de zelfredzaamheid van de kandidaat vergroot doordat de kandidaat nu weet waar de juiste hulp kan worden verkregen als problemen zich opnieuw voordoen. 9 Besluit van het college tot vaststelling van de Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling STiP-banen Den Haag 2017, 18 juni

2019.

11

Figuur 2.5

Beoogd mechanisme ‘Creatie extra banen aan onderkant arbeidsmarkt en versterking dienstverlening van de (semi)collectieve sector’

5. Creatie extra banen aan onderkant arbeidsmarkt, waarmee tegelijkertijd de dienstverlening van de (semi)collectieve sector wordt versterkt • Aanleiding: Volgens de gemeente is er een tekort aan banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, terwijl er tegelijkertijd werk blijft liggen in de (semi)collectieve sector. • Interventie: Organisaties in de (semi)publieke sector wordt aangeboden om taken die blijven liggen te laten uitvoeren door mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt die in een STiP-traject zitten, met bijbehorende begeleiding en subsidiëring. • Beoogd resultaat: Er zijn twee beoogde resultaten. Het eerste is de creatie van banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, zodat mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt de kans krijgen om te participeren. Het tweede beoogde resultaat bestaat uit maatschappelijke baten voor de (semi)collectieve sector. Werk dat anders blijft liggen, kan toch worden gedaan en daarmee verbetert de dienstverlening van de (semi)collectieve sector.

12

Uitvoering van de regeling

3 Uitvoering van de regeling

3.1 De deelnemers en werkgevers Tot 30 juni 2020 zijn 1.239 (unieke) personen met een STiP-baan gestart. In totaal zijn er sinds begin 2017 1.459 STiP-banen gecreëerd: 16 procent van de deelnemers heeft twee STiP-banen gehad en één procent drie. Uitgaande van de laatste plaatsing, zijn 1.126 personen gestart op basis van de subsidieregeling STiP-banen en 113 personen op basis van de aanvullende regeling conciërgetaken. In onderstaande tabel is een onderscheid gemaakt naar het startjaar van de eerste STiP-baan (= instroom van nieuwe deelnemers) en het startjaar van de meest recente STiP-baan (dat later ligt voor personen die meerdere STiP-banen hebben doorlopen). We zien dat de instroom van nieuwe deelnemers vanaf 2019 aanzienlijk daalde. De achtergrond is dat in 2017 en 2018 vooral instroom plaatsvond in de regeling, totdat het maximum van 1.000 STiP-banen was bereikt. Vervolgens konden alleen nieuwe deelnemers instromen indien bestaande deelnemers uitstroomden uit de regeling. Op 30 juni 2020 zat ruim veertig procent van de deelnemers nog in een STiP-baan.10 Tabel 3.1 Startjaar 2017 2018 2019 2020 Totaal

Startjaar eerste en meest recente STiP-baan en aandeel lopende STiP-banen, 30 juni 2020 Eerste STiP-baan Meest recente % lopend STiP-baan d.d. 30 juni 2020 513 371 27% 477 450 37% 183 327 82% 66 91 100% 1.239 1.239 43%

Bron: Gemeente Den Haag, bewerking Regioplan

Kenmerken van werknemers De meerderheid van de deelnemers aan de subsidieregeling STiP-banen en de aanvullende regeling conciërgetaken is man en alleenstaand. De gemiddelde leeftijd bij de start van de eerste STiP-baan is 45 jaar en varieert tussen de 19 en 64 jaar. Deelnemers ontvingen direct voorafgaand aan de regeling gemiddeld vier jaar een bijstandsuitkering en hadden bij de start van de meest recente STiP-baan een gemiddelde loonwaarde van 47 procent. De verschillen tussen deelnemers aan de STiP-regeling en regeling conciërgetaken zijn voor de meeste kenmerken klein en niet statistisch significant (zie ook tabel 3.2). Tabel 3.2

Overzicht achtergrondkenmerken STiP-werknemers en werknemers conciërgeregeling bij de start van de eerste STiP-baan (tenzij anders vermeld) Kenmerk STiP-baan ConciërgeTotaal regeling (n=1.126) (n=113) (n=1.239) Geslacht man 55% 62% 55% vrouw 45% 38% 44% Leeftijd gemiddeld 45,3 45,0 45,3 tot 27 jaar 6% 27-55 jaar 75% 56 jaar en ouder 19% Gezinssamenstel- alleenstaand 66% 50% 64% ling alleenstaande ouder 18% 25% 19% samenwonend 16% 25% 17% Uitkeringsduur gemiddeld in maanden 47 49 47 Loonwaarde* gemiddeld 46% 57% 47%

*Loonwaarde bij de start van de meest recente STiP-baan Bron: Gemeente Den Haag, bewerking Regioplan

In tabel 3.3 zijn de achtergrondkenmerken uitgesplitst naar het jaar van instroom in de eerste STiP-baan. De populatie is in de loop der jaren op een aantal punten veranderd: zo is het aandeel vrouwen sterk 10 De begin- en einddata van de STiP-banen zijn gebaseerd op de gemeentelijke administratie.

14

toegenomen en neemt ook de gemiddelde uitkeringsduur toe. De gemiddelde loonwaarde nam met enkele procentpunten af. Tabel 3.3

Overzicht achtergrondkenmerken STiP-werknemers naar jaar van instroom in de eerste STiP-baan (n=1.126) Kenmerk 2017 2018 2019 2020 (n=457) (n=436) (n=167) (n=66) Geslacht man 62% 53% 49% 32% vrouw 38% 47% 51% 68% Leeftijd gemiddeld 46,3 44,6 45,6 42,8 Gezinssamenstel- alleenstaand 65% 62% 63% 59% ling alleenstaande ouder 14% 21% 22% 23% samenwonend 19% 16% 14% 17% onbekend 1% 1% 1% 2% Uitkeringsduur gemiddeld in maanden 40 48 54 65 Loonwaarde* gemiddeld 48% 46% 45% 45%

*Loonwaarde bij de start van de meest recente STiP-baan Bron: Gemeente Den Haag, bewerking Regioplan

Er zijn geen cijfers beschikbaar over het bredere welzijn van STiP-deelnemers, maar uit onze interviews met zowel werkgevers, deelnemers als met de gemeente Den Haag komt naar voren dat veel STiP-deelnemers te maken hebben met multiproblematiek. Zij lichten toe dat bij STiP-deelnemers vaak sprake is van een combinatie van financiële problemen, moeite met de eigen administratie, geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen en een negatieve houding en negatieve gedachten over de eigen kansen op werk. Daarnaast is bij een kleiner deel van de STiP-deelnemers sprake van bijvoorbeeld taalproblemen, huisvestingsproblematiek (o.a. dreigende huisuitzetting), verslavingsproblematiek, problemen binnen de relatie of met de opvoeding van kinderen, een beperkt sociaal netwerk, problemen met justitie of het ontbreken van kinderopvang. Relevant om te benoemen is dat, volgens het hoofd van het STiPteam, deelnemers met multiproblematiek voorrang kregen in de werving voor de STiP-banen (zoals toegelicht in paragraaf 3.2). Dit biedt een verklaring voor de regelmatige aanwezigheid van multiproblematiek onder deelnemers. Werkgevers De STiP-werknemers werk(t)en bij in totaal 167 verschillende werkgevers in de (semi)publieke sector en de hotellerie. Bij ongeveer een derde van de werkgevers is één STiP-werknemer in dienst (geweest).

Bij ongeveer 40 procent zijn twee tot vijf STiP-werknemers (gelijktijdig) in dienst (geweest). Bij ongeveer 30 procent van de werkgevers, waaronder de gemeente, zijn vijf of meer personen (gelijktijdig) in dienst. Ruim 80 procent van alle STiP-banen werd bij deze laatste categorie gerealiseerd. Bijna de helft van de STiP-banen is gerealiseerd binnen de sector Zorg & Welzijn. Ook zijn er relatief veel banen gecreëerd in de dienstverleningssector (25%), gemeente (13%) en het onderwijs (10%) (zie figuur 3.1). Deze verdeling naar sectoren zien we ook terug als we uitsluitend kijken naar meest recente STiPbaan.

15

Figuur 3.1

STiP-banen naar sector

4%

cultuur 25%

46%

dienstverlening gemeente hotellerie

13% 10%

onderwijs zorg en welzijn

2%

Bron: Gemeente Den Haag, bewerking Regioplan

Het gemiddelde dienstverband van de STiP-banen van 123 uur per maand geeft aan dat het in de meeste gevallen gaat om een grote parttime of fulltime baan.

3.2 Werving deelnemers en werkgevers Werving deelnemers Het STiP-team heeft de kandidaten voor de STiP-banen geselecteerd uit de bestanden van de gemeente. Op basis van dossierinformatie en een gesprek met de kandidaat bepaalde de werkbegeleider iemands geschiktheid. De begeleider maakte daarbij gebruik van een checklist.11 Het selecteren van de deelnemers heeft volgens het hoofd STiP-banen de meeste moeite gekost van alle STiP-activiteiten. In een bestand van ruim 20.000 bijstandsgerechtigden moesten binnen een jaar 1.000 kandidaten worden gevonden die voldoende gemotiveerd waren voor een STiP-baan. Met deze mensen was vaak al lange tijd niet gesproken over re-integratie; de beschikbare informatie over hen was niet actueel en verspreid over veel verschillende systemen en/of documenten. Dit maakte de eerste screening van mogelijke kandidaten een tijdrovend en bewerkelijk proces. Potentieel geschikte kandidaten werden uitgenodigd voor een gesprek. In beginsel werden kandidaten uitgenodigd bij wie sprake was van beperkingen op het terrein van bijvoorbeeld gezondheid, taalniveau of werkervaring, maar bij wie geen sprake was van contra-indicaties zoals ernstige ziekte of acute verslavingsproblematiek. Tijdens het gesprek met de kandidaat keek het STiP-team in het bijzonder naar iemands motivatie.

Het kwam voor dat iemand volgens het dossier een ‘grote rugzak’ aan meervoudige problematiek had, maar tijdens het gesprek voldoende gemotiveerd bleek om de stap naar een STiPbaan te zetten. Andere kandidaten hadden volgens het dossier een diploma, maar kwamen in het gesprek vooral met bezwaren tegen het werk en toonden weinig motivatie. Deelnemers met multiproblematiek werden in de praktijk vaker geselecteerd dan deelnemers zonder multiproblematiek, zo licht het hoofd van het STiP-team toe. Hoewel de STiP-regeling openstaat voor ouderen zonder verminderde loonwaarde, hadden in de praktijk vrijwel alle deelnemers een verminderde loonwaarde. Uit de interviews met de deelnemers blijkt wel dat soms gemotiveerde ouderen zonder verminderde loonwaarde ook een STiP-baan kregen. Uit de interviews blijkt dat de selectie gedurende de verschillende jaren van het STiP-project niet altijd op dezelfde manier verliep. Enkele leden van het STiP-team wijzen erop dat er in het eerste jaar van de STiP-regeling door tijdsdruk onvoldoende kritisch is geselecteerd en dat dat ertoe leidde dat relatief zwakke kandidaten werden geplaatst die achteraf onvoldoende kansrijk bleken. Volgens een beleidsmedewerker leidde dit in het begin ook relatief vaak tot uitval.

Naarmate de realisatie van het aantal STiPplaatsingen toenam, nam de tijdsdruk af en ontstond er ruimte voor een zorgvuldigere selectie van deelnemers. Vanaf de wijziging van de STiP-regeling medio 2019 werd volgens deze beleidsmedewerker juist relatief streng geselecteerd zodat de deelnemers het traject binnen een jaar zouden kunnen doorlopen. 11 Dit betreft de ‘Checklist herkenning profiel en voorwaarden potentiële kandidaat Bijzonder Werk’.

16

“Als we tijdens het gesprek merken dat een kandidaat bijvoorbeeld energie krijgt van iets wat hij in het verleden heeft gedaan, zoals iets met getallen, en als we na doorvragen merken dat hij er ook iets in wil leren, dan is iemand voldoende gemotiveerd. Dat is een goede basishouding voor een STiP-baan.” - Accountmanager

Motieven deelnemers Uit de interviews met STiP-deelnemers kwam naar voren dat een belangrijke reden om deel te nemen aan de STiP-baan voor hen was dat zij in de STiP-baan een kans zagen om weer aan het werk te zijn. In hun toelichting gaven ze aan dat ze dan niet meer thuis zouden hoeven zitten of dat de STiP-baan hen een kans bood om weer aan de slag te komen ondanks een gat in hun cv, slechte beheersing van de Nederlandse taal of een gezondheidsbeperking. Een deelnemer verwachtte dat weer bezig kunnen zijn in de STiP-baan ervoor zou zorgen dat hij in een opwaartse spiraal zou komen, en een ander zag hierin de kans om iets meer geld te verdienen en daarmee de mogelijkheid om schulden af te betalen. Enkele STiP-deelnemers gaven echter aan dat ze aan de STiP-baan zijn begonnen omdat ze de indruk hadden dat ze deze niet mochten weigeren, of dat dit gevolgen zou hebben voor hun uitkering. Dit komt niet overeen met het uitgangspunt van de regeling dat deelname vrijwillig is (zie paragraaf 2.2). Het is niet bekend of de klantmanager hen expliciet verplichtte om deel te nemen aan de STiP-regeling, of dat deelnemers in algemene zin terughoudend zijn met het tegenspreken van suggesties van hun klantmanager. “Ik denk dat het heel belangrijk is dat ik weer vanuit een baan verder kon solliciteren. Dat was voor mij de belangrijkste drijfveer.

Vanuit een werkende situatie maak je meer kans bij werkgevers dan vanuit uitkeringssituatie.” - Deelnemer “Ik stond er blanco in maar je moet wel meewerken aan zo’n traject, anders wordt je uitkering gestopt.” - Deelnemer

De meeste STiP-deelnemers lichten toe dat ze er niet tegen opzagen om te starten in de STiP baan. Enkelen vertelden dat ze het (hartstikke) leuk vonden of dat ze er heel veel zin in hadden. Zij gaven bijvoorbeeld aan dat het aansloot bij een hobby of dat de verandering van de situatie hoe dan ook een verbetering zou betekenen. Het kwam ook voor dat men het juist wel spannend vond, bijvoorbeeld vanwege een nare ervaring in een eerder traject. “Ik had moeite met loslaten, vernieuwing vond ik zo spannend. Waar kom ik terecht? Maar uiteindelijk wilde ik toch voor mijn toekomst gaan. Met goed resultaat!” - Deelnemer “Het leek me wel leuk. De STiP-baan paste wel bij mijn eigen hobby's. Ik had zeker geen tegenzin.” - Deelnemer

Werving werkgevers De accountmanagers uit het STiP-team richtten zich voor de werving van werkgevers in het begin op werkgevers die al bekend waren bij het werkgeversservicepunt. Daarnaast startten deze accountmanagers met koude acquisitie bij werkgevers met wie nog geen contacten bestonden. De accountmanagers kregen een verkooptraining om bezwaren van werkgevers te kunnen weerleggen. Nadat de STiP-banen meer bekendheid kregen, werden accountmanagers ook benaderd door werkgevers die hierop geattendeerd waren door een bestaande STiP-werkgever. Bij de werving van werkgevers is, evenals bij de werving van deelnemers, volgens enkele uitvoerders in het eerste jaar onvoldoende kritisch geselecteerd. Als reden noemen zij dat het STiP-team de werving wilde versnellen omdat het beoogde aantal te realiseren STiP banen niet werd gehaald. Dit leidde ertoe dat bijvoorbeeld kleine werkgevers werden geworven die weinig ervaring met personeel hadden. Uit de interviews komen ook voorbeelden naar voren van werkgevers waarbij de STiP-baan achteraf bezien geen additioneel werk, maar regulier werk betrof. De STiP-deelnemer was dan bijvoorbeeld de enige receptionist en mocht daarom van de werkgever niet weg voor een training.

17

Uit de interviews met werkgevers komen (bij enkele werkgevers met plek voor veel STiP-deelnemers) ook enkele problemen bij de werving naar voren. Ten eerste werden werkgevers soms benaderd terwijl de regeling nog niet definitief was en ging er wat tijd overheen voor er definitieve afspraken konden worden gemaakt. Dat vroeg een extra tijdsinvestering van werkgevers. In een reactie stelt het hoofd van het STiP-team dat dit bij de start bewust zo is gedaan als marktonderzoek om interesse te peilen en de werkgeverswensen mee te nemen bij de inrichting van de regeling. Uit de reacties van de werkgevers maken we op dat dit voor hen niet duidelijk was. Ten tweede blijkt dat accountmanagers/werkbegeleiders bij werkgevers contact legden op het niveau waar ze een ingang hadden, wat niet altijd het niveau was waarop ook beslist kon worden over het aannemen van een STiP-deelnemer. Een schooldirecteur was bijvoorbeeld enthousiast toen hij benaderd werd door een accountmanager, maar moest vervolgens eerst zelf zijn bestuur nog zien te overtuigen en daardoor ontstond vertraging. Het kwam ook voor dat bij een werkgever op meerdere niveaus contacten waren over de STiP-regeling.

Dit betekent dat enkele werkgevers, naast het contact met een accountmanager en werkbegeleiders, ook contact hadden met de manager van het STiP-team omdat hun ambitie/die van de manager van het STiPteam met hun organisatie hoger was. Die afspraken waren niet altijd goed bekend in de lijn, waardoor bijvoorbeeld bilaterale contacten van werkbegeleiders met locatiemanagers plaatsvonden terwijl er al afspraken lagen op hoger directieniveau bij die organisatie. Ook was hierdoor niet altijd duidelijk wie waarvoor (begeleiding of uitstroom) verantwoordelijk was. De werkgever miste dus een vaste contactpersoon. “Ik vind dat we als school een maatschappelijke opdracht hebben om mensen die tussen wal en schip vallen een plek te bieden, en de extra handen zijn zeer welkom. Maar toen moest ik het schoolbestuur nog overtuigen. Daar is vanwege personele wisselingen in het bestuur veel tijd overheen gegaan. Interviewer: de gemeente had dus eigenlijk beter met het bestuur kunnen communiceren in plaats van met de scholen? Ja, dat is een goede conclusie. Dat was beter geweest. Want het bestuur is eindverantwoordelijke voor de financiën.“ - Werkgever

Motieven werkgevers Uit de interviews met werkgevers komen meerdere beweegredenen naar voren om een STiP-deelnemer te plaatsen. Werkgevers nemen veelal deel aan de regeling omdat ze iets willen betekenen voor de doelgroep én omdat de subsidies een groot deel van de kosten dekken. Ze zien de STiP-baan bij hun organisatie als duwtje in de rug voor de deelnemer om weer te participeren, of als mooie toevoeging op het cv van de deelnemer. Bij het financiële aspect sprak een werkgever specifiek van een verdienmodel: hij zette de STiP-deelnemers in op een nieuwe vorm van dienstverlening binnen zijn organisatie. Groeit iemand en het nieuwe product toe naar iets moois, dan kan een STiP-baan overgaan in een reguliere baan en hebben werkgever en deelnemer beiden profijt, zo was zijn reden voor deelname aan de regeling. Verder noemen werkgevers dat een paar extra handen altijd welkom zijn, speelde bij een werkgever de klik met de gemeentebegeleiders een rol en bij een ander de doelstelling van de eigen organisatie of de banenafspraak Participatiewet. Tot slot kan een beweegreden zijn de extra ervaring die het een leidinggevende geeft om eens een keer een STiP-deelnemer te begeleiden op de werkvloer.

“We zijn als sociale onderneming, sowieso getriggerd om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt een plaats te bieden, vandaar dat deze regeling om vanuit de bijstand weer in het maatschappelijk verkeer deel te laten nemen aansprak.” - Werkgever “Onze reden om deel te nemen is tweeledig. Aan de ene kant de mogelijkheid om mensen die lang thuis zijn geweest in een werkritme te krijgen en iets te leren en dat ze een mooie toevoeging hebben op hun cv. Toch een leuke toevoeging dat ze kunnen zeggen dat ze hier gewerkt hebben. Aan de andere kant doordat het kostendekkend was.” - Werkgever

18

“Ik vond het echt harstikke leuk, voor mijzelf persoonlijk. Het is een extra ervaring in mijn leidinggevende ervaring al die jaren. Het is harstikke moeilijk, maar geeft enorm veel energie. Ik wil hier heel graag mee doorgaan, het is een van de belangrijkste dingen die we moeten doen voor samenleving. Dit is een mooie methode en ik ben er enthousiast over, zeker in deze harde tijden van bedrijfseconomische afwegingen, dit moet blijven.” - Werkgever

Werving in relatie tot einddoel Bij de start van STiP was geen uitstroomdoelstelling geformuleerd en stond het creëren van 1.000 STiPbanen voorop. Na de tussenevaluatie en de wijziging van de STiP-regeling in 2019 vond er een kritischere selectie plaats van zowel werkgevers als van STiP-deelnemers door het STiP-team, zodanig dat er meer kans was op doorstroom naar werk. Hoofdbevindingen werving deelnemers en werkgevers Het kostte een aanzienlijke inspanning om in korte tijd 1.000 STiP-banen te realiseren. Door de aanwezige tijdsdruk konden uitvoerders in de beginfase minder kritisch selecteren. Dit heeft de kwaliteit van de werving en de daaropvolgende matches in het begin geen goed gedaan. Toen de STiP-regeling zich in 2019 sterker ging richten op doorstroming naar regulier werk, leidde dat tot een kritischere selectie van zowel werkgevers als van STiPdeelnemers. Meerdere werkgevers ervoeren het wervingsproces als enigszins warrig. Hun besluit om een STiP-baan te realiseren kwam voort uit een ‘sociaal hart’, en dankzij STiP konden zij dit kostendekkend realiseren. De STiP-deelnemers zijn overwegend neutraal over het wervingsproces. De meesten waren gemotiveerd om deel te nemen en zagen de STiP-baan als kans om weer aan het werk te komen. Wel valt op dat enkelen dachten dat zij het aanbod van een STiP-baan niet mochten weigeren, terwijl deelname aan STiP vrijwillig is.

3.3 Matching STiP-baan Ophalen vacature bij werkgever Allereerst bepalen de accountmanagers in overleg met de werkgevers welke functies gecreëerd kunnen worden voor een STiP-baan, en welke werkzaamheden hieronder vallen. Werkgevers konden hierbij ook hun wensen kenbaar maken ten aanzien van de STiP-deelnemer. De geïnterviewde werkgevers waarderen het dat ze eisen mochten doorgeven en ook dat accountmanagers goed wisten wat de werkzaamheden inhielden, doordat ze zich hier vooraf over lieten informeren door de werkgever. Voorselectie van potentiële kandidaten De opgehaalde vacatures worden vervolgens samengevoegd in een vacaturemap.12 De kandidaten kiezen na hun intake uit deze map zelf een werkgever, maar niet iedere kandidaat krijgt alle vacatures te zien, zo licht het STiP-team toe. Indien iemand bijvoorbeeld geen VOG kan krijgen, krijgt hij geen vacatures te zien waarvoor een VOG vereist is. De ervaringen van de geïnterviewde STiP-deelnemers met dit keuzeproces lopen uiteen, en wijken deels af van bovengenoemde toelichting van het STiP-team. Een deel van de geïnterviewde STiP-deelnemers zegt dat zij in meer of mindere mate zelf een keuze uit de vacatures konden maken, maar enkele anderen verklaren dat hen één specifieke baan werd aangereikt. Een derde groep kon ten dele kiezen, bijvoorbeeld wel een sector maar niet precies welke school of vestiging.

Aanbieden van kandidaten aan werkgever Zodra een match was ontstaan tussen een deelnemer en bovenformatieve werkzaamheden bij werkgever, organiseerde de betrokken werkbegeleider of accountmanager van het STiP-team een sollicitatiegesprek tussen de werkgever en de deelnemer. Aan dit sollicitatiegesprek nam ook de accountmanager en/of de werkbegeleider deel. Bovendien bereidden de werkbegeleider en in een deel van de gevallen de accountmanager samen met de kandidaat het sollicitatiegesprek voor, en evalueerden ze het achteraf. Vervolgens werd een overeenkomst tot een STiP-baan opgesteld, met daarin een proefperiode.

12 We spreken in dit verband van ‘vacatures’, met de kanttekening dat het gaat om additioneel werk. Het gaat dus niet om regu-

liere vacatures die ook extern zijn uitgezet in de reguliere arbeidsmarkt.

19

“Alle geïnteresseerden kwamen op hetzelfde moment bij de werkgever voor een sollicitatiegesprek. Een voor een werden we geroepen bij de teamleider. Je mocht als je wilde de mevrouw van de sociale dienst mee naar binnen nemen. Ik nam haar voor de zekerheid mee. Dat gaf mijn zelfvertrouwen een boost, maar ik voerde zelf het woord.” - Deelnemer

Een deel van de werkgevers en deelnemers voegt toe dat er af en toe een banenmarkt werd georganiseerd waar werkgevers een groep STiP-deelnemers ontmoetten en waar zij zelf een eerste selectie konden maken. Werkgevers vonden dit een goede aanvulling. Succes van de match verschilt per uitvoerder Uit de interviews met werkgevers komt naar voren dat niet sec de regeling zelf, maar met name de uitvoerder (accountmanager of werkbegeleider, afhankelijk van wie de matching doet) bepalend is voor het succes van de matching. De ervaringen van werkgevers zijn op dit punt wisselend. Zo vonden sommige werkgevers dat er druk werd uitgeoefend door de werkbegeleiders of accountmanagers. De doelgroep die voorgedragen werd, was soms te zwaar belemmerd om te werken. Werkgevers signaleerden dat en hadden liever een andere kandidaat gehad, maar voelden druk van de werkbegeleider of accountmanager om toch met de deelnemer in zee te gaan, wat dan alsnog mislukte. Daartegenover staat dat andere werkgevers juist flexibiliteit en een luisterend oor ervoeren bij de matching. In die gevallen kwam de accountmanager langs met kandidaten zodat zij goed konden zien in wat voor een organisatie ze terecht zouden komen en deed men alles voor een passende match (bijvoorbeeld een verlengde proefperiode).

“De kwaliteit van de werkbegeleider maakt de matching succesvol.” - Werkgever “Het is belangrijk dat werkgever en kandidaat in het beginstadium voldoende aandacht aan elkaar besteden. En het is van belang dat je je niet blind staart op de subsidie, maar iemand zoekt met potentie die past in je team en die vervolgens goed begeleidt zodat je daar allebei profijt van hebt.” - Werkgever

‘Omstippen’ van vrijwilligers Naast de hierboven beschreven matchingsmethode(s) werd ook gewerkt met een heel andere methode om STiP-banen te creëren. Soms werd namelijk een bestaande vrijwilligersfunctie omgezet in een STiPbaan, zo lichtten de accountmanagers toe. Dit betekent dat mensen die reeds als vrijwilliger in een organisatie werkten, in deze vrijwilligersfunctie zijn verdergegaan als STiP-deelnemer. Er wordt in dit verband gesproken van ‘omstippen’. Enkele van deze STiP-deelnemers wiens vrijwilligerswerk is omgezet in een STiP-baan, geven aan dat hun takenpakket daarbij wel werd aangepast en dat het aantal uren werd uitgebreid. Dit duidt erop dat de omzetting naar een STiP-baan voor deze personen in potentie kon bijdragen aan hun ontwikkeling. Een geïnterviewde commerciële werkgever heeft de indruk dat hij als commerciële werkgever STiP-deelnemers meer kansen kan bieden om door te stromen naar regulier werk dan dat publieke organisaties dat kunnen. Werkervaring bij een commerciële werkgever zou op hun cv meer toegevoegde waarde hebben voor andere werkgevers. “Voor de gemeente is het goed om te kijken naar commerciële bedrijven die dit soort plaatsen aanbieden. Op het matchingsevenement zag ik ook organisaties waar mensen als vrijwilliger werkten, dan werd dat omgezet in STiP-baan en na afloop werd het weer vrijwilligerswerk.

Terwijl zoals wij het doen voegt het echt iets toe aan het cv van iemand en mensen kunnen bij ons of andere hotels serieus doorstromen in regulier werk. Als de regeling verlengd wordt, werken we graag weer mee, het is superleuk om mensen zo te zien groeien!” - Werkgever

20

Functies STiP-deelnemers De geplaatste STiP-deelnemers werken in verschillende typen functies. Het STiP-team heeft hier geen kwantitatief inzicht in. Uit de tussenevaluatie bleek dat het tot op dat moment (maart 2019) om uiteenlopende functies ging en dat het gezien het verplichte additionele karakter van de werkzaamheden vaak ging om ‘algemene ondersteunende activiteiten of assistent-functies op het vlak van administratie, techniek, productie, logistiek, verkoop, receptie en bijvoorbeeld activiteitenbegeleiding’.13 In onze interviews met de deelnemers kwamen we onderstaande functies tegen. • Meerdere STiP-deelnemers werken als facilitair medewerker. Hun taken omvatten onder meer schoonmaken, opruimen, kopiëren, repareren, goederen aannemen, telefoon aannemen, mensen doorverwijzen en koffie zetten. • Enkele anderen hebben administratieve functies, zoals de ondersteuning bij personeelszaken, financiële administratie of de planning van chauffeurs. • STiP-deelnemers die in de zorg werken, helpen bijvoorbeeld bij cliëntenactiviteiten of bij het bereiden van eten. • Een aantal functies is éénmaal genoemd, waaronder vormgever, sociaal werker, klassenassistent14, medewerker computerhelpdesk, communicatiemedewerker en magazijnmedewerker. De meeste geïnterviewde STiP-deelnemers werken 32 uur per week en vaak op vaste tijden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9710504/1