CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307517 Nadere toelichting in welke situaties het college op basis van een VVGB, PUK of NvU werkt en vooruitblik op de nieuwe Omgevingswet

Commissie Ruimte 23 augustus 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Omgevingswet2.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Martijn Balster Wethouder van Wonen, Wijken en Welzijn Anne Mulder Wethouder Financiën en Stadsontwikkeling

040

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

DSO/117109 RIS307517 Contactpersoon

D. de Graaf Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

Vergunningen & Toezicht Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

19 januari 2021

doeke.degraaf@denhaag.nl Aantal bijlagen

3

Onderwerp

Nadere toelichting in welke situaties het college op basis van een VVGB, PUK of NvU werkt en vooruitblik op de nieuwe Omgevingswet

Geachte voorzitter, Aanleiding In de vergadering van de commissie Ruimte van 30 september 2020 hebben wij, naar aanleiding van de bespreking van het project ‘Parelmoer’, toegezegd dat het college in een brief nader toelicht in welke situaties het college op basis van een Verklaring van geen bedenkingen (VVGB), Projectuitwerkingskader (PUK) of Nota van Uitgangspunten (NvU) werkt. Het idee is om naar aanleiding van deze brief het gesprek te voeren met uw commissie rondom de werkwijze VVGB. Tevens geven wij u een vooruitblik op de nieuwe Omgevingswet, waarin de procedure VVGB wordt vervangen door het Bindend advies van uw raad. Het is een mooie gelegenheid om over de nieuwe wetgeving van gedachten te wisselen en daarbij de ervaringen over de huidige procedure mee te nemen. Ruimtelijke kaders Initiatiefnemers hebben de mogelijkheid om met een advies van het Haags Initiatieven Team (Hit) en een beginselplanaanvraag een advies van de gemeente te krijgen en een omgevingsvergunning aan te vragen. Voor grotere projecten, waar de gemeente ook een samenwerkingspartner is, bestaat er vaak de wens om aan de voorkant van het project duidelijkere afspraken te maken. Dit doet het college in een PlanUitwerkingsKader (PUK) als het gaat om private grond of in een Nota van Uitgangspunten (NvU) als het gaat om gemeentelijke grond of een gemeentelijk belang.

Hierin schetst de gemeente vanuit al haar invalshoeken de kaders en mogelijkheden waarbinnen zij de ontwikkeling ook buiten het bestemmingsplan mogelijk ziet. Op basis hiervan kunnen de plannen verder uitgewerkt worden en worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst (in geval van een PUK) of een projectdocument (in geval van een NvU). Het opstellen van deze documenten komt voor rekening van de initiatiefnemer. Het opstellen van een PUK en een NvU is een collegebevoegdheid. Wel is de afspraak gemaakt dat deze altijd actief met de raad wordt gedeeld en ook standaard in uw commissie wordt geagendeerd als bespreekpunt. Op deze manier is uw betrokkenheid bij het stellen van de ruimtelijke kaders geborgd.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/117109

Nadat deze nadere afspraken zijn vastgelegd kan de initiatiefnemer verder aan de slag met het doorlopen van de ruimtelijke procedure die begint met het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, hierop heeft de VVGB betrekking. Zie voor dit proces ook het stroomschema in bijlage 3. Voorgeschiedenis VVGB Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010 is de Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) geïntroduceerd voor bouwplannen die afwijken van het bestemmingsplan. Het gaat om afwijkingen (uitgebreide voorbereidingsprocedure) die vallen onder artikel 2.12 eerste lid, onder a, sub 3° van de Wabo, waarvoor een VVGB van uw raad is vereist. De wet biedt de mogelijkheid aan de raad om categorieën van projecten aan te wijzen waarvan de raad op voorhand aangeeft dat zij geen verklaring hoeven af te geven (algemene verklaring van geen bedenkingen). In november 2015 (rv 140, RIS 288041) is een nieuwe richtlijn algemene verklaring van geen bedenkingen afgegeven door de gemeenteraad (NB al vanaf januari 2011 werd gewerkt met een algemene verklaring van geen bedenkingen). Tevens zijn nieuwe procesafspraken gemaakt over de procedure VVGB en hoe het college de gemeenteraad twee maandelijks informeert over nieuwe aanvragen met een uitgebreide voorbereidingsprocedure. Deze procedure is in november 2017 (rm RIS 298224) geëvalueerd.

De belangrijkste conclusie uit de evaluatie was dat er winst te behalen was door de voorfase – van het beter bespreken van het ruimtelijk kader – beter te benutten, zodat de VVGBprocedure hier zoveel mogelijk een uitvloeisel van is en het proces vlot kan worden doorlopen. Na indiening van de aanvraag omgevingsvergunning valt deze dan onder de algemene VVGB (categorie 1a van het dictum van rv 140). Procedure VVGB In bijlage 1 is de procedure gedetailleerd beschreven. Bijlage 2 bevat het processchema van deze procedure. Jaarlijks gaat het om circa 70 bouwaanvragen, die in strijd zijn met een vigerend bestemmingsplan en waarvoor om een afwijkingsmogelijkheid wordt verzocht. Bij het overgrote deel van deze aanvragen gaat het om relatief kleine afwijkingen van het bestemmingsplan met een geringe ruimtelijke relevantie. In Den Haag zijn dat plannen met minder dan 250 woningen, minder dan 1000m2 (m.u.z detailhandel), bouwwerken voor sport, maatschappelijke doeleinden, recreatie of cultuur onder de 2500 m2, infrastructuur of groenvoorzieningen of openbare nutsvoorzieningen. In 2015 is uitgesproken dat door de bevoegdheid over te dragen aan het college het afwikkelen van de uitgebreide voorbereidingsprocedure binnen de wettelijke termijn niet in gevaar komt en dat daardoor meer zekerheid aan de aanvragers kan worden geboden over de doorlooptijd van hun plan.

Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van uw raad en het college naar de stad om te komen tot een efficiënte procedure. Het raadsvoorstel 140 uit 2015 meldt hierover: “Het gaat hierbij om een vertrouwensrelatie tussen uw raad en het college van burgemeester en wethouders. De hierbij te betrachten transparantie speelt een belangrijke rol in deze afspraken. Daartoe zal het college periodiek een overzicht van de binnen die periode ingediende bouwplannen, waarvoor een ontheffing op grond van artikel 2.12 eerste lid, onder a, sub 3° Wet algemene bepalingen omgevingsrecht noodzakelijk is, aan uw raad toezenden. Per aanvraag zal worden aangegeven of er daarbij sprake is van een plan dat valt onder de algemene verklaring van geen bedenkingen of dat daar een specifieke verklaring van geen bedenkingen voor is vereist.”

2/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/117109

De gemeenteraad kan naar aanleiding van de raadsmededeling (melding van binnengekomen bouwplannen met een uitgebreide voorbereidingsprocedure) afwijken van het ‘voorstel’ van het college en om een andere afhandeling (algemeen dan wel specifiek) verzoeken. Uit de afgelopen periode blijkt dat uw commissie vaak tijdens de behandeling van de lijst om een commissiebrief met nadere, technische informatie over een aanvraag vraagt. Dit om op grond van die informatie te kunnen beoordelen of nadere gedachtenwisseling noodzakelijk is. Hierdoor is een tussenvorm ontstaan in de procedure. Het is de ambitie van het college om er voor te zorgen dat u bij het bespreken van de lijst reeds voldoende informatie heeft om te kunnen beoordelen of projecten via een algemene, dan wel specifieke verklaring kunnen worden afgedaan, opdat de procedure zo efficiënte mogelijk kan verlopen. Graag willen we u er dan ook op wijzen dat u de mogelijkheid heeft om voorafgaand aan de behandeling van de lijst informatie in te winnen bij de betrokken bestuursadviseur. Op deze manier ontvangt u vooraf de informatie die u nodig heeft om een beslissing te kunnen nemen over de te volgen procedure (algemeen of specifiek).

Wij gaan zelf de informatie in de lijst verder uitbreiden en u actiever in de gelegenheid stellen informatie over betreffende projecten in te zien, zodat eventuele technische vragen voor behandeling van de lijst in de procedurevergadering reeds zijn beantwoord. Aan de andere kant zullen wij opdracht geven aan de medewerkers van Vergunningverlening aan duidelijk verwachtingsmanagement richting initiatiefnemers. De Algemene Verklaring Van Geen Bedenkingen is een mogelijkheid tot een snellere beoordeling, maar het is geen recht en de commissievergadering geen formaliteit. Vooruitblik op de nieuwe Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2022 verdwijnt de procedure van de verklaring van geen bedenkingen. De gemeenteraad krijgt daarvoor in de plaats een verzwaard adviesrecht. Het belangrijkste verschil is gelegen in de omkering van de bevoegdheid. In het huidige systeem is de raad bevoegd te beslissen over de verklaring van geen bedenkingen, tenzij categorieën van gevallen door de raad zijn aangewezen waarbij dat niet hoeft. Straks is de raad niet bevoegd, tenzij er gevallen door de raad zijn aangewezen voor advies. Dat advies is dan bindend voor het college.

De gemeenteraad kan dus vooraf zogenoemde activiteiten (de buitenplanse omgevingsplanactiviteit) aanwijzen waarvoor zij als bindend adviseur bij de omgevingsvergunning ‘nieuwe stijl’ wil worden ingeschakeld. Het ligt voor de hand om in het toekomstige omgevingsplan aan te geven voor welke activiteiten een bindend advies is vereist. Op die manier kan gebiedsgericht worden gewerkt en maatwerk worden geleverd. Het omgevingsplan voor de gehele stad moet uiterlijk in 2029 gereed zijn. De huidige bestemmingsplannen vormen gezamenlijk met de ‘bruidsschat’ voor rijksregels, die per 1 januari 2022 komen te vervallen, het tijdelijke omgevingsplan. Zolang de transitie naar het definitieve omgevingsplan (conform de vereisten uit de Omgevingswet) nog niet is voltooid, is het gewenst om de huidige systematiek van de VVGB om te buigen naar een tijdelijke systematiek voor het bindend advies. Dit betekent dat voor de aangewezen ingrijpende plannen (nader omschreven met inachtneming van criteria) een bindend advies van uw raad is vereist. Net als bij de VVGB is het wenselijk dat de procedure binnen de wettelijke termijnen wordt afgewikkeld en er geen ongewenste vertragingen optreden. De termijnen in de Omgevingswet worden aanzienlijk verkort, waarbij de reguliere procedure standaard is (8 weken procedure + 4 weken bij bindend advies + mogelijkheid van verdaging met 6 weken = maximaal 20 weken).

3/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/117109

Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan uitzonderlijk nog steeds de uitgebreide voorbereidingsprocedure (‘zienswijzeprocedure’) worden toegepast, mits het gaat om een activiteit met mogelijk aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen hebben (termijn 26 + 6 = 32 weken). Wordt de wettelijke termijn niet gehaald dan is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen van toepassing. Voorstel Het college acht het van belang om tijdig tot nieuwe afspraken te komen met de gemeenteraad en bij komende (werk)besprekingen hierover van gedachten te wisselen. Wij stellen voor om bij de implementatie van de Omgevingswet de criteria voor de VVGB te hanteren voor het bindend advies. Dit betekent dat als een ruimtelijk kader in de raadscommissie is besproken, het gaat om minder dan 250 woningen, minder dan 1000m2 (m.u.v detailhandel), bouwwerken voor sport, maatschappelijke doeleinden, recreatie of cultuur onder de 2500 m2, infrastructuur of groenvoorzieningen of openbare nutsvoorzieningen geen bindend advies meer aan de raad zal worden gevraagd. In de eerste helft van 2021 zal het college daartoe een voorstel aan uw raad doen toekomen.

Naarmate een steeds groter deel van de stad is omgezet naar het omgevingsplan nieuwe stijl zal in dat omgevingsplan worden aangegeven voor welke gevallen de raad een bindend advies aan het college dient te geven. Met vriendelijke groet, Wethouder Wonen, Wijken, Welzijn Martijn Balster Wethouder van Financiën en Stadsontwikkeling Anne Mulder

4/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/117109

Bijlage 1: Procedure VVGB (zie rv 140 van november 2015, RIS 288041) In beginsel is het mogen afwijken van een bestemmingsplan een raadsbevoegdheid, omdat binnen de wet op de Ruimtelijke ordening de gemeenteraad het bevoegde gezag is om bestemmingsplannen vast te stellen. De wetgever heeft ingezien, dat planontwikkeling vaak op geringe punten afwijkt van het vigerende bestemmingsplan. Daarom heeft het college de mogelijkheid om af te wijken van het bestemmingsplan. In de meeste gevallen wordt deze bevoegdheid uitgeoefend zonder dat de gemeenteraad er aan te pas komt (reguliere procedure). Alleen bij de uitgebreide (voorbereidings)procedure kan het college pas van zijn bevoegdheid gebruik maken nadat de gemeenteraad een (specifieke) verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. Uitzondering geldt voor plannen die onder de zogenoemde algemene verklaring van geen bedenkingen vallen. Met het raadsvoorstel 140 van november 2015 (RIS 288041) zijn hierover de navolgende afspraken gemaakt. Specifieke verklaring van geen bedenkingen Voor de plannen die ruimtelijk ingrijpend zijn, waarbij sprake is van een aanzienlijke afwijkende bouwhoogte dan wel zijn gesitueerd in of aan de rand van beschermde stads- of dorpsgezichten of van beschermde natuurgebieden geldt het vereiste van een specifieke verklaring van geen bedenkingen.

Algemene verklaring van geen bedenkingen en periodieke melding Voor onderstaande categorieën van (niet ingrijpende) bouwplannen heeft de gemeenteraad op voorhand een algemene verklaring van geen bedenkingen afgegeven. Afspraak is wel dat het college periodiek een overzicht (raadsmededeling) van de binnen die periode ingediende bouwplannen met de uitgebreide procedure, aan de gemeenteraad wordt toegezonden. In een lijst wordt per aanvraag aangegeven welke categorie van toepassing is, dan wel dat de specifieke verklaring van toepassing is. De categorieën waarvoor in principe de algemene verklaring van toepassing is: a) projecten die in overeenstemming zijn met, reeds door de gemeenteraad vastgestelde stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, masterplan, gebiedsvisie, bestemmingsplan of ander ruimtelijk kader; b) de realisering, verandering, vervanging en uitbreiding van woningen/woongebouwen met bijbehorende bouwwerken, ongeacht de maatvoering tot een maximum van 250 woningen; c) de realisering van functiewijzigingen van bestaande opstallen met bijbehorende gronden, de daaruit voortkomende bouwactiviteiten alsmede uitbreiding van bestaande functies tot een maximum van 1000 m2.

Deze categorie is niet van toepassing in geval van volumineuze detailhandel; d) de realisering, verandering, vervanging en uitbreiding van bouwwerken ten behoeve van sport, maatschappelijke doeleinden, recreatie of cultuur, zoals een school- of kerkgebouw, kinderdagverblijf/buitenschoolse opvang met bijbehorende voorzieningen tot een maximum van 2500 m2; e) het aanleggen van nieuwe en/of het wijzigen van bestaande (spoor)weg- en waterinfrastructuur, bruggen, parkeer- en groenvoorzieningen met bijbehorende andere bouwwerken en andere werken, mits deze activiteiten niet samenhangen met de realisering van een nieuwe planmatige stadsuitbreiding; f) het realiseren van openbare nutsvoorzieningen.

5/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/117109

Het is dus mogelijk (conform de evaluatie) dat in de voorfase naar aanleiding van de vaststelling van een ruimtelijk kader (bijvoorbeeld een projectdocument of PUK) reeds wordt besloten door uw raad of commissie om het plan na indiening af te handelen via de algemene VVGB (deze mogelijkheid is ook benoemd in rv 140). Dit geeft een aanzienlijke versnelling. Bijlage 2: Processchema VVGB

Indiening aanvraag omgevingsvergunning | Melding: Wordt geplaatst op de lijst bij de periodieke raadsmededeling met vermelding van categorie (algemeen of specifiek) --- > binnen 2 maanden | > Indien akkoord met algemene VVGB handelt het college de procedure af | | > Indien specifieke VVGB: | Plan via college naar commissie Ruimte (commissiebrief met als bijlage een concept raadsvoorstel) | --- > z.s.m. na melding en ontvangst adviezen | Besproken wordt: | 1. Het bouwplan met ontwerp VVGB (in de vorm van een concept raadsvoorstel) | 2. De terinzagelegging | Ter inzagelegging: Plan, ruimtelijke onderbouwing en ontwerp VVGB ter inzage --- > 6 weken | Beantwoording zienswijzen door het college --- > 2 weken | Plan (via college en commissie) naar gemeenteraad --- > 6 weken na ter inzage legging | Gevraagd besluit: | 1. instemmen met het raadsvoorstel voor afgifte definitieve VVGB | Afhandeling aanvraag omgevingsvergunning --- > 2 weken

--- > NB de genoemde tijden zijn indicatief en conform een optimaal verlopend proces.

6/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/117109

Bijlage 3: processchema PUK en NvU

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9628553/3